Dodaars

De dodaars is de kleinste fuutachtige. De soort dankt zijn naam aan het korte, witte achterwerk. Dodaarzen zijn broedvogels van ondiepe en beschutte wateren.
Duinmeren, uiterwaarden, vennen en brede sloten zijn geliefde broedplaatsen. Het
drijvende nest ligt in riet of ruigte aan de waterkant. Dodaarzen leven van
waterinsecten, schelpdieren en kleine visjes, die op het oog worden gevangen. In de
broedtijd vormen insecten het grootste deel van het menu. De aanwezigheid van
waterplanten is een belangrijke voorwaarde voor het voorkomen.

Bijzonder

De dodaars is de kleinste en rondste van onze watervogels. Hij heeft vrijwel geen
staart. Het winterkleed van beide sexen varieert van vaalbruin van boven tot
lichtbruin en wit van onderen. De dodaars is opvallend schuw. Bij onraad laat hij zich
snel zakken, zodat alleen zijn kop boven het water uit steekt. Soms duikt hij
helemaal onder. Deze vogel zal zich niet gauw uit het water wagen, hij beweegt zich
zeer onhandig op het land.

Waar

De dodaars is een trekvogel en verlaat de noordelijke gebieden (ook ons land) in de
winter. Ons land worden dan echter gebruikt als winterverblijfplaats voor noordelijke
dodaarzen. Het aantal broedparen in Nederland wordt door SOVON geschat op
ongeveer 2000 en neemt jaarlijks iets toe. In de winter verblijven er soms meer dan
10.000 exemplaren in Nederland. Het is goed mogelijk dat er paartjes broeden in de
Haarlemmermeer, maar de grootste kans op een waarneming is in de winter. De
overwinteraars kunnen elk jaar in de hoofdvaart en andere grote kanalen worden
aangetroffen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.