Het valt op als een bij Grasbij heet want grassen zijn windbestuivers en hebben geen bloemen met nectar. De Grasbij kwam deze week op mijn pad en het verhaal van de Grasbij is bij uitzondering positief. De Grasbij is een vrij kleine solitaire bij. Honingbijen en hommels zijn sociale bijen met 1 koningin per nest en honderden werksters bij hommels en duizenden werksters bij honingbijen Er zijn 3 soorten honingbijen in Nederland en er waren ca 40 hommelsoorten. Nu is daarvan nog de helft over. Bij solitaire bijen heb je geen werksters. Alleen mannetjes en vrouwtjes, net als bij de meeste andere insecten. Van solitaire bijen hadden we 100 jaar geleden ca 450 soorten en ‘dankzij’ menselijk ingrijpen zijn er nu nog ca 250 over. Dat komt door spuiten (vooral boeren), het netheidssyndroom van de stedelijke burger die alleen kale gazonnetjes wil zonder bloemen en imkers die parasieten uit andere continenten hebben ingebracht. De Grasbij hoort bij de grote groep van ca 80 zandbijen.

Bijzonder

Zandbijen zijn solitaire bijen die niet in insectenhotels of andere holletjes hun eitjes leggen. Ze graven holletjes in de grond. Die grond moet niet te hard (klei) zijn of te rul (duinzand). Je herkent de Grasbij (foto Jan Terwel op boerenwormkruid) aan de haarbandjes tussen de segmenten op het achterlijf. De naam Grasbij komt mogelijk doordat ze vaak holletjes graven in grasvelden of gazons. Die moeten dan wel een bodemtype hebben die geschikt is. Waar de grasbijen zich vestigen ontstaan vaak kolonies met honderden of zelfs duizenden vrouwtjes bij elkaar. Dat opgaan in een grote groep biedt een zekere mate van bescherming voor de individuele  dieren.

Waar

In Zuidelijk en Oostelijk Nederland is de Grasbij een van de meest algemene bijensoorten. Maar de soort breidt zich de laatste tijd sterk uit in noordelijke richting en dus ook in onze regio. Dat komt mede door de klimaatverandering en meer aandacht voor biodiversiteit. En dat is wel eens goed nieuws over biodiversiteit. Meestal is het andersom