Het is volop zomer en dan komen de libellen tevoorschijn. Letterlijk want ze kruipen uit de huid van larven die onder water leven. Er zijn 4 categorieën libellen: nr.1: De Beekjuffers zijn blauw met ook blauw op hun vleugels en komen alleen in stromende beken voor. Niet in onze omstreken dus. 2: Glazenmakers zijn grote libellen van 6-8 cm lang waarvan de vleugels altijd breed uitstaan. Daar ontlenen ze hun naam aan omdat glaswerkers vroeger zo glazen platen op hun rug droegen. 3: De meest algemene groep bestaat uit juffers. Zij vouwen hun vleugels bij zit boven hun rug en zijn 3-4 cm lang met een heel dun lichaam. De variabele waterjuffer is zo’n juffer (foto). Deze is blauw. Maar er zijn ook bronsgroene (houtpantserjuffer) en rode soorten (vuurjuffer bv). Nr. 4: Dit is een tussencategorie met uitgevouwen vleugels en 4-5 cm lang. Hiertoe behoren de heidelibellen, die rood of bruin zijn en ook in de Haarlemmermeer algemeen voorkomen, de Viervlek en de Oeverlibellen. Bij deze laatste soorten zijn de mannetjes blauw en de vrouwtjes geel.
Bijzonder
Libellen zijn efficiënte jagers op vliegen en muggen. Ze kunnen onvoorstelbaar precies vliegen en ook stilstaan in de lucht. Libellen hebben één van de meest geavanceerde ogen in het dierenrijk: twee grote facetogen die bestaan uit 10.000 tot 50.000 individuele deeloogjes. Dankzij deze ogen hebben ze 360 graden zicht, zien ze ultraviolet licht en kunnen ze razendsnelle bewegingen waarnemen. Meer dan 50% van hun jachtpogingen is succesvol. Dat haalt bijna geen ander roofdier. Libellen zijn een zeer oude groep die al in het Carboon voorkwam, sommige met een spanwijdte van 70 cm. Libellenlarven leven onder water en jagen daar ook op ander organismen. Bij glazenmakers kan die larvale tijd wel 3 jaar zijn. Bij juffers is dat 1 of 2 jaar.
Waar
Er zijn 3 op elkaar lijkende waterjuffers met zwart en blauw op hun achterlijf. De variabele waterjuffer komt vooral voor in West Nederland en de Azuurblauwe juffer en de Watersnuffel zitten meer in Oost Nederland bij vennetjes.