Het is al weer vroeg voorjaarsweer in maart en dat gaat gepaard met een explosie van groen en soorten die opkomen. Naast de bolgewassen die al in de winter bloeien is een van de eerste uitbundig bloeiende soorten de Hondsdraf. Hondsdraf is een lipbloemige. Dat wil zeggen dat het een buisvormige bloem maakt met voor bestuivende bijen een soort landingsplek, waarbij stippeltjes op de bodem van de bloem aangeven waarze de honing ver achterin kunnen vinden.

Hondsdraf is een winterharde inheemse soort die ook in de winter groen blijft. De soort bloeit van maart tot ver in juni.

Bijzonder

Hondsdraf komt in 2 types voor: een met tweeslachtige bloemen (meeldraden en stampers) en een met alleen vrouwelijke bloemen. Het tweeslachtige type heeft grotere bloemen. Hondsdraf is een prettige bodembedekker die makkelijk te wieden is. Het is een belangrijke nectarplant voor veel bijensoorten: honingbijen, andoornbijen, bosmetselbijen, grote wolbijen en kattenkruidbijen.

En leuke anekdote is dat veel mensen dagelijks hun haar wassen en dat hun kapsel daarom naar bloemen ruikt. Die geur maakt bijen nieuwsgierig en die komen dan op onderzoek. Als mensen dan met hun hand in hun haar voelen, worden ze gestoken. Een imkerstruc om dit te voorkomen is om je haar met overal voorkomende en sterk geurende hondsdrafbladeren  in te wrijven. Dat ruikt ook lekker, maar trekt geen bijen aan.

Hondsdraf heeft zoals de meeste kruiden ook een medicinale werking, waar de naam een verbasterde referentie naar is: in sommige streektalen wordt dat duidelijker benoemd als zweerrank of wondkruid. Dat refereert naar de toepassing om wonden te ontsmetten. En je kunt er ook thee van trekken waarvan de smaak ligt tussen muntthee en kookvocht van groente.

Waar

Hondsdraf groeit overal waar veel humus en vocht beschikbaar is, in de zon, maar ook in de schaduw. Ook in tuinen en in bv knotwilgen.