Op woensdag 25 februari hadden we de eerste voorjaardag te pakken. Je verwacht als ecoloog dan de eerste hommel koninginnen en misschien een citroenvlinder of kleine vos te zien. Maar de eerste vlinder die we tegenkwamen op de Lincolnpark buurttuin was een Grote Vos. Dat is een vlinder die ik nog nooit in de Haarlemmermeer gezien had en die eind vorige eeuw en begin deze eeuw ook extreem zeldzaam was geworden. Maar de laatste jaren is deze vlindersoort weer met een hoopvolle opmars bezig. De foto is van de vlinderstichting Kars Veling want het exemplaar dat wij zagen was te dynamisch om er een goede opname van te maken.
Bijzonder
Dynamisch is wel iets dat bij deze zwerflustige soort hoort. In september gaan de vlinders die tussen juni en augustus uitkomen al in winterrust. Ze verblijven dan op donkere beschutte plekken zoals takkenrillen of luwe plekken zoals oude schuurtjes en nestkasten. Vanaf februari komen ze uit die schuilplaatsen zoals ook duidelijk bij dit exemplaar het geval was. We hebben talrijke takkenrillen op de buurttuin. Deze vlinders voeden zich niet zozeer met nectar uit bloemen, maar met sap uit bloedende bomen en met overrijp fruit en honingdauw. Honingdauw is de overmaat aan suiker die bladluizen uitscheiden om voldoende eiwitten binnen te krijgen uit sappen van bomen en kruiden. De vlinders die overwinterd hebben leggen eitjes waaruit rupsen komen die vanaf juni tot augustus een tweede piek aan vlinders geeft. De eitjes worden hoog in solitaire hoge bomen in en rondom de eindknoppen gelegd. De rupsen eten van de jonge scheuten. Dat is heel anders dan de meeste vlinders die een kruidachtige waardplant hebben zoals brandnetels of klavers. De rupsen van de Grote Vos blijven bij elkaar in de toppen van hoge solitaire bomen en beschermen zich met een gezamenlijk spinsel. De rupsen hebben stekels als extra verdediging.
Waar
De Grote vos is nog een zeldzame vlinder, maar een die in aantal toeneemt. De soort is erg mobiel en kan grote afstanden vliegen. In oost Nederland is de soort soms al meer algemeen dan de Kleine Vos. Dat is in de Haarlemmermeer zeker niet het geval.