West Nederland, waar de Haarlemmermeer bij hoort is een echt wilgengebied. Wilgen houden van natte voeten. Er zijn minstens 25 soorten wilgen. De meest bekende zijn de grijze wilg die als knotwilg populair is. Een kleurvariant daarvan is de goudwilg met knalgele of oranje takken tot 3 jaar oud. Andere boomvormige soorten zijn de boswilg met zijn populaire katjes in het voorjaar. Ook de kraakwilg is een boomvormige soort met extreem brosse takken die makkelijk breken en juist niet zoals bij andere wilgensoorten makkelijk buigt. Daarnaast zijn er talloze struikvormige wilgen: geoorde wilg, bittere wilg, kruipwilg, grauwe of waterwilg, etc. Eén van de struikvormige soorten is de katwilg. Alle wilgen hebben katjes dus waarom deze katwilg heet, is mij niet duidelijk. Je herkent de katwilg aan zijn extreem lange en smalle bladeren. Als de bladeren eraf zijn in de winter kun je een katwilg nog steeds makkelijk herkennen aan zijn witte bladknoppen (foto). Het is de enige wilg die dat heeft.
Bijzonder
Bijzonder aan wilgen is dat ze onderling makkelijk kruisen. Dat wil dus eigenlijk zeggen dat het geen aparte soorten zijn want de definitie van soorten is dat ze onderling onvruchtbaar zijn. Door al die kruisingen kun je oneindig veel tussenvormen vinden wat onderscheid niet altijd makkelijk maakt. De katwilg is zo anders dat hij altijd wel te onderscheiden valt en is één van de meest buigzame soorten en zoals bijna alle wilgen groeit hij erg snel. In een jaar tijd kan een tak wel 3 m lang worden en is kaarsrecht en dun. Dat is ideaal om manden mee te vlechten en ook bv schermen of levende hutten mee te bouwen op schoolpleinen. Alle wilgen hebben in hun bast een pijnstillend stofje (salicylzuur van Salix, de geslachtsnaam): de welbekende aspirine. Ook dieren kennen het pijnstillende effect en knabbelen vaak de bast daarvoor af.
Waar
Katwilgen zijn overal langs de waterkant te vinden en we hebben ze ook ruim beschikbaar in de meerbomen bomenhubs voor belangstellenden.