bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kool, 2 feb 2020

 kool

Kolen zoals boerenkool, spruiten, groene, witte, rode kolen, bloemkool en broccoli zijn winterharde groenten die al duizenden jaren in Europa gekweekt en verder veredeld worden. Hoewel nauwelijks meer herkenbaar als zodanig zijn ze allemaal gekweekt uit wilde kool en/of zeekool. Kelten en Turken begonnen daar al 5000 jaar geleden mee. Kolen zijn tweejarige planten. Het eerste jaar of seizoen maken ze een bladrozet. Daarmee drukken ze ernaast groeiende concurrenten weg. Vanuit dat bladrozet groeien ze daarna met de opgedane extra energie omhoog tot 2 meter oog en 1x1m breed. Ze zijn ook daglengte gevoelig. In maart gezaaide boerenkool bloeit na 2-3 maanden. Vanaf 21 juni gezaaid geeft grote planten die in mei na de winter bloeien. Van veel koolsoorten eten we die jonge bladeren, zoals bij boerenkool. Bij witte, groen en rode kool eten

we de enorme bladknop in dat rozet.

Bijzonder

Kolen zijn winterhard omdat hun wilde voorouders in deze regio groeien en het vermogen hebben om antivries aan te maken om vorstschade tegen te gaan. Dat antivries maken kolen in de vorm van suikers. Daarom wordt boerenkool pas na de eerst nachtvorst gegeten: dan zit er gewoon een zachtere zoete smaak aan. Om in september geoogste boerenkool in de vriezer te doen helpt dus niet, want de plant heeft een paar dagen nodig om die suikers aan te maken als hij de koude voelt aankomen. Bij spruiten is die zoete smaak nog sterker. Als je ze in de winter klaarmaakt net na het oogsten zijn ze echt zoet. Terwijl de bittere smaak die veel kinderen tegenstaat bij spruiten ontstaat doordat ze in de herfst machinaal geoogst worden en dan ’geconditioneerd’ worden opgeslagen. Tijdens die opslag worden die suikers gaande weg opgesoupeerd. Kolen bevatten een stof die preventief werkt tegen kanker.

Waar

Wilde kool kont oorspronkelijk uit zuid en west Europa in kalkrijke gebieden. Zeekool groeit langs de kust. Veredelde koolsoorten groeien overal op akkers en in groentetuinen.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 10 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 smientgrootvogelsSmient30 jan 2010januari

Smient, 30 jan 2010

 smientgroot

Door de strenge vorst van vorige week was alle water van het grote meer behalve het diepste deel rond Vork en Mes dichtgevroren. Op dit soort diepe meren verzamelen zich dan alle watervogels uit de wijde omtrek. Het is zeer de moeite waard om dan eens te gaan kijken. Watervogels hebben in winter hun mooiste kleed en zijn bijzonder actief om hun vrouwtjes te imponeren (baltsen). Zonder moeite telde ik bijna 20 verschillende soorten: Canadese ganzen* (wel 50), grauwe ganzen*, nijlganzen*, knobbelzwanen, dodaarsjes *, en futen, aalscholvers *, meerkoeten en waterhoentjes, de zeldzame nonnetjes*, kuifeendjes*, tafeleenden, wilde eenden, krakeenden*, slobeenden, een pijlstaarteend * maar vooral veel smienten. Van de met (*) gemerkte soorten is reeds een column verschenen. Ik telde van de smient wel 3000 stuks. De smient is een van de mooiste eendensoorten en heeft voor een eend een bijzondere roep. De mannetjes roepen ´wiew-wiew´ en daarom heten de smient ook wel fluiteend. Hun gefluit schalt voordurend

over het water.

Bijzonder

De smient is in de winter de meest algemene watervogel in Nederland. Wereldwijd zijn er ongeveer 1.5 miljoen dieren, waarvan er zo´n 400.000 in Nederland overwinteren. Op de Ouderkerkerplas naast de A9 zag ik er deze week wel 100.000. Het lijkt wel of smienten de hele dag niets doen. Dat komt omdat ze overdag in grote groepen bij elkaar bescherming zoeken op open water. Pas in de schemer en de nacht fourageren ze. De soort is beschermd en boeren krijgen een vergoeding voor schade.

Waar

De smient broedt in IJsland en de noordelijke delen van Scandinavië en Siberië, maar in Nederland nauwelijks. Ze gedragen zich eigenlijk niet als eenden, maar als ganzen: ze grazen de hele nacht op weilanden en eten per nacht wel de helft (300 gr) van hun lichaamsgewicht. ´s Nachts is het kenmerkende gefluit van overvliegende dieren overal te horen.

 smient

 smelleken1vogelsSmelleken8 jan 2013januari

Smelleken, 8 jan 2013

 smelleken1

Graag vestig ik uw aandacht op het verschijnsel wintergasten. Ons land is gezegend met een vruchtbare bodem en een mild klimaat. Veel vogels uit het barre hoge noorden of oosten weten deze omstandigheden te waarderen. Ze broeden in de Siberische bossen of de toendra, maar brengen de winter hier door. Een van deze groepen is de roofvogels. Zo verveelvoudigd in de winter de stand aan buizerds, torenvalken, slechtvalken, sperwers, blauwe kiekendieven en haviken die hier broeden. Er is geen betere tijd om roofvogels te zien dan de winter. De bomen zijn kaal en er zijn er veel. Vooral buizerds en sperwers vallen op. Buizerds omdat zij overal rond autowegen jagen op muizen in bermen en sperwers (een bosvogel) omdat die zich in hun jacht op vogeltjes in tuinen wagen. ‘Luxer’ aangelegde vogels zoals de boomvalk en de bruine kiekendief trekken naar het zuiden. Ook verschijnen er soorten die hier niet broeden. Een daarvan is het smelleken. Het is het kleinste valkje van Europa, dat leeft van de jacht op vogeltjes als vinken, piepers en lijsterachtigen

in open terreinen met bosjes, zoals de duinen.

Bijzonder

Van deze doortrekkers en overwinteraars zwerven er ook individuen het hele land door. In Nieuw-Vennep zat een jong mannetje zo intensief achter een vogeltje aan dat hij een raam niet meer kon ontwijken. Doordat de vogel versuft was, met bloed aan zijn snavel, kon hij naar de dierenarts gebracht worden en goed bekeken worden. Daaruit bleek dat het een smelleken was (foto boven) en niet een sperwer (foto onder) zoals in 99 van de 100 gevallen. Een jong sperwermannetje heeft nl een gele ring rond zijn neus en geen oogstreep. Gelukkig herstelde de vogel snel. De prooi (een graspieper) had de aanval niet overleefd en lag in de tuin.

Waar

Het smelleken broedt in de lage struiken van de toendra en trekt hier in september en oktober door naar het zuiden en april en mei naar het noorden. Maar vooral in de duinstreek blijven er ook kleinere aantallen de hele winter over.

 smelleken2

 sleedoornplantenSleedoorn3 nov 2006november

Sleedoorn, 3 nov 2006

 sleedoorn

Niet voor alle planten is het vreemde weer van 2006 slecht geweest (resp. een koud voorjaar, daarna heet en droog en vervolgens kletsnat in augustus). De peren- en appeloogst is dit jaar bijzonder groot. Ook een inheemse struik, de sleedoorn, buigt dit jaar bijna door van zijn vracht aan diepblauwe pruimpjes. Ze zien er verleidelijk uit, maar de smaak is zuur en vooral wrang. Niet zo vreemd dat een van de volksnamen voor dit gewas ′trekkebek′ is. Hoe gezond de bes ook mag zijn, met zijn hoge gehalte aan vruchtenzuren, aroma′s en vitamine C, hij is rauw niet te ‘pruimen’. Vooral de looistoffen dragen bij aan deze wrangheid en alleen langdurig koken en het toevoegen van suiker geeft een acceptabele sleedoornjam. Gelukkig helpt de natuur wel een handje, want als het in de herfst heeft gevroren, smaken

de pruimpjes al aanzienlijk beter. Hoe meer vorst er overheen gaat, hoe zachter de smaak.

Waar

: De sleedoorn is een vrij algemene struik in de Haarlemmermeer, die vooral voorkomt aan de rand van bossen en bosplantsoen.

Bijzonder

: De Sleedoorn is een struik die zich rijkelijk vertakt en een dicht struweel kan opleveren. Het is deze groeivorm met de overvloedige aanwezigheid van doorns, die model heeft gestaan voor het sprookje van Doornroosje.
De sleedoorn levert het hardste hout van alle inheemse bomen en struiken. Sleedoornbloesems vormen het zachtste laxeermiddel dat er bestaat. Eén theelepel bloesems dient daarvoor met een kop kokend water overgoten te worden en een minuutje te trekken.
Omdat de sleedoorn in Europa zo overvloedig voorkomt, zijn er al vroeg veredelingspogingen gedaan, vooral door de Kelten. Uit archeologische vondsten is gebleken dat de pitten van de pruimen steeds groter werden en dat zij dus succes hadden. Zo zijn veel van de huidige pruimenrassen afstammelingen van de sleedoorn.

 slechtvalkvogelsSlechtvalk9 jan 2007januari

Slechtvalk, 9 jan 2007

 slechtvalk

De slechtvalk behoort tot de grootste valken met een gemiddelde grootte van 43 cm. De vogels hebben een lichte onderkant met dwarsbanden en een donkergrijze rug. De jonge vogels zijn eerst bruin. Wereldwijd zijn een twintigtal ondersoorten bekend. Zoals bij de meeste roofvogels is het vrouwtje veel groter en zwaarder dan het mannetje. De prooien zijn vooral vogels (duiven, eenden) die het liefst in de vlucht worden geslagen en meestal op slag dood zijn. De slechtvalk bewoont bij voorkeur steile rotsen en ravijnen.

Bijzonder

De slechtvalk staat bekend als de snelst duikende vogel ter wereld. Het dier maakt vanaf grote hoogte steile duikvluchten en bereikt daarbij snelheden tot meer dan 300 km/uur.
De aantallen slechtvalken namen reeds in de Tweede wereldoorlog sterk af, omdat zij massaal werden afgeschoten omdat zij postduiven vingen (die tussen militaire posten werden gebruikt). In de jaren ′ 60 kreeg de soort in Europa bijna de doodsteek wegens het overmatige gebruik van DDT. Sinds hun bescherming in verschillende landen lijken ze opnieuw aan een opmars bezig.

Waar

In

Nederland en België is deze vogel steeds vaker te bewonderen. Vooral in de winter is de slechtvalk een regelmatige verschijning aan het worden. Sinds het jaar 2000 zijn er al meer dan 5000 waarnemingen in Nederland gedaan. Sinds begin jaren ′90 broedt deze vogel ook in Nederland in speciale nestkasten, die door een slechtvalkenwerkgroep worden geplaatst. Het dichtstbijzijnde nest is reeds meer dan 5 jaar in de toren van de Hemwegcentrale in een nestkast 80 m boven de grond. In Haarlem wordt overwogen een nestkast te plaatsen. Ook de Haarlemmermeer wordt regelmatig bezocht. Frappant is het vaste winterbezoek van een vrouwtje dat al meer dan 5 jaar lang in de buurt van Vijfhuizen is. Aan haar ruipatroon kon afgeleid worden dat zij waarschijnlijk uit Noord-Zweden komt. Ook uit de buurt van Zwaanshoek is ‘s winters een vaste bezoeker bekend.

Terugmeldingen

Een aantal waarnemingen werden gedaan gedurende de zomer van 2007
Waar te nemen: regelmatige doortrekker en wintergast
Status:Rode lijst soort

 slechtvalk-duif

 sinasappelschilzwamgrootpaddenstoelenSinasappelschilzwam11 dec 2008december

Sinasappelschilzwam, 11 dec 2008

 sinasappelschilzwamgroot

De grote oranje bekerzwam groeit op kale grond, die meestal recentelijk omgewoeld is en is feloranje aan de binnenkant van zijn bekers. De bekers kunnen ook schotelvormig zijn en worden tussen de 2 en 10 cm in diameter. Door de feloranje kleur die wel iets weg heeft van de kleur van een sinasappel en door zijn vorm, is deze soort aan zijn bijnaam van sinaasppelschilzwam gekomen. Deze week vond ik deze zwam in de kruidentuin van De Heimanshof op de plaats waar we dit jaar een boom hadden uitgegraven. De soort leeft van de vertering van organische stoffen (dode boomwortels b.v.) in de grond.

Bijzonder

De sinasappelschilzwam behoort tot de kelkzwammen,

die in een grote variatie in vormen en (al of niet briljante) kleuren voorkomt. Eerder heb ik in januari 2008 de krulhaarkelkzwam behandeld, die even briljant rood is, als de oranje kelkzwam oranje. En in april 2006 vormde de vondst van de cedergrondbekerzwam de start voor deze column. Uit in het wild verzamelde vruchtlichamen van de grote oranje bekerzwam wordt de stof lectine gewonnen, om zijn tumorremmende werking.

Waar

De grote oranje bekerzwam komt meestal voor in groepen in de nazomer of herfst op vrijwel kale bodem of voedselrijke klei, leem of zand in loof- en gemengd bos en is in Nederland niet zeldzaam. De soort komt in een groot deel van Europa en Noord- Amerika voor.

 sinasppelschilzwam

 sijsgrootvogelsSijs5 mrt 2011maart

Sijs, 5 mrt 2011

 sijsgroot

De laatste weken is het een lust voor het oor om door De Heimanshof te lopen. Naast een elke minuut roepende groene specht en een miauwende buizerd telde ik vandaag maar liefst 10 soorten roepende en fluitende zangvogels met de lente in het hoofd. Het betrof de pimpel- en de koolmees, zanglijster, putter, vink, heggenmus, winterkoning, roodborst en groenling en 1 soort die ik maar niet thuis kon brengen. Het was een klein bewegelijk vogeltje dat in groepen hoog in de lariksen, berken en elzen zat en zich duidelijk te goed deed aan de eindeloze voorraad zaadjes die daar bij warm weer uit vrij komen. En daarbij stroomde een onafgebroken stroom van gezellige geluidjes naar beneden. Maar zien lieten ze zich niet- tot vandaag. Ik twijfelde tussen sijs, barmsijs en Europese

kanarie en het bleken sijsjes.

Bijzonder

De sijs behoort tot de vinkachtigen, net als de vink, de putter en de groenling en is een van de kleinste soorten. Net iets groter dan een pimpelmees. Als vinkachtige eet hij voornamelijk zaden en hangt daarbij vaak behendig aan het uiteinde van een dunne tak.

Waar

De sijs is vooral een vogel van naaldbossen. Enkele decennia geleden was de sijs als broedvogel nog zeldzaam in Nederland. Tegenwoordig broeden jaarlijks enkele duizenden sijzen in Nederland en dan vooral in het oosten van het land. Veel vogels uit Scandinavië en Rusland overwinteren in Nederland, waardoor de vogel ´s winters in veel grotere aantallen aanwezig is. In de winter komt de sijs ook meer buiten naaldbossen voor. En dat verklaart de sijsjes in De Heimanshof. Dat ze al ruim 2 maanden hier verblijven, geeft hoop dat ze hier misschien ook genoeg voedsel vinden om te blijven broeden. Gezien hun gezellige stemmingmakerij in het vroege voorjaar zou dat een aanwinst voor de flora en fauna van de Haarlemmermeer zijn. Graag hoor ik waar ze nog meer in onze polder zijn waargenomen

 schorshorentje1kleine dierenSchorshoorntje (Balea perversa)9 nov 2008november

Schorshoorntje (Balea perversa), 9 nov 2008

 schorshorentje1

Als het kouder en donkerder wordt, wordt de natuur niet minder interessant. ‘s Winters wordt ons land b.v. overspoeld door trekvogels, die ons klimaat hier perfect vinden. En wat te denken van slakken. Het droge en warme deel van de zomer brengen slakken vaak in schuilplaatsen door, maar echt actief worden ze pas weer in de herfst. 80-90 % van de gevallen bladeren worden door miljoenen slakken opgepeuzeld. Sommige slakken doen dat zo netjes, b.v. bij populierenbladeren, dat ze het complete geraamte van nerven intact laten. Naast de bekende naakt- en huisjesslakken bestaan er honderden soorten minder bekende slakken, zowel op het land als in het water. Voor één van die onbekende slakjes wil ik vandaag uw aandacht vragen. Het is een minuscuul 6-8 mm lang huisjesslakje dat Schorshoorntje heet (zie foto met mm strepen). Van dit soort kleine hoorntjesvormende slakjes bestaan er tientallen soorten. Met een sterke loep kan een kenner de soort bepalen aan het aantal welvingen en tandjes en aan de vorm van de opening. Het schorshoorntje wordt gekenmerkt door een vrij mooie en gave ronde opening zonder welvingen of tandjes.

Bijzonder

Slakken

zijn hermafrodiet, d.w.z. elk dier kan zowel de rol van man als vrouw spelen. Verder planten slakken zich voort met eieren. Die eieren lijken op mini- pingpongballen en worden in groepjes van 50-100 in vochtige holtes gelegd. Het schorshoorntje doet dat helemaal anders. Het diertje is weliswaar ook hermafrodiet, maar het legt geen eieren. De soort is nl. ovovivipaar: de eieren blijven in het lichaam tot ze uitgekomen zijn. Bijzonder is ook nog dat er maar één jong per keer ′uitkomt′. Het schorshoorntje komt, zoal de naam al zegt, bij voorkeur voor op en onder schors van bomen en dan vooral van wilgen. Daar vindt het ook zijn voedsel: het schorshoorntje leeft van korstmossen.

Waar

Het schorshoorntje komt in heel Europa voor van het uiterste zuiden tot vrij noordelijk. In Nederland komt de soort vooral in de duinen voor en sporadisch in het binnenland. De soort werd recentelijk voor het eerst in de Haarlemmermeer waargenomen onder schors van dode wilgen in De Heimanshof

 schorshorentje2

 scheleposvissenSchele Pos1 feb 2016februari

Schele Pos, 1 feb 2016

 schelepos

Op De Heimanshof hebben we nu een jaar of drie onze onderwaterontdekwereld in ontwikkeling. Het idee daarachter is dat de meeste kinderen geïntrigeerd worden door wat er in de vaarten en sloten aan onderwaterleven zit. De onderwaterontdekwereld bestaat uit een tiental grote aquaria die we zelf gebouwd hebben en een tiental kleinere ′krijgertjes′. Daarin maken we de soorten van de in de Haarlemmermeer meest voor komende vissen, mossels, krabben, kreeften, amfibieën en kleine beestjes voor educatieve doelen goed zichtbaar en aanschouwelijk. Door deze activiteiten leren we zelf ook weer veel over de onderwaterwereld. Een van de soorten die ik op deze manier heb leren kennen, is de schele pos. Dat is een visje dat meestal niet groter dan 10-15 cm wordt. Hij is volwassen na 2-3 jaar en wordt meestal niet ouder dan een jaar of 6-7.

Bijzonder

De schele pos is

familie van de baarzen. Net als de baars, die wij voor de kinderen ′tijgervis′ noemen vanwege zijn verticale strepen, heeft de schele pos stekels in zijn rugvin. Maar waar de baars twee vinnen heeft, zijn die bij de pos samengegroeid. Daarnaast heeft hij nog een lelijke (want effectieve!) stekel op zijn kieuwdeksels. De schele pos heeft geen strepen maar stippen op zijn lichaam. Hij heet ′schele′ pos omdat zijn ogen boven op zijn kop staan en als je hem dan van voren aankijkt, lijkt het of de vis twee kanten op kijkt. De pos is een belangrijke bron van voedsel voor de aalscholver en heeft nauwelijks commerciële of hengelsport waarde.

Waar

Voor zo′n klein visje is het opmerkelijk dat hij vooral in grote wateren voorkomt en nauwelijks in sloten en vaarten. De meeste pos in de buurt zit dan ook in de Westeinderplas. De schele pos komt in bijna heel Europa voor behalve in de uiterste zuiden en noorden.

Indien u geïnteresseerd bent in de onderwaterwereld: de Heimanshoflezing op 7 februari (14.30) wordt gehouden door de beroepsvisser van de Westeinder. En dan komen er ongetwijfeld veel leuke en sterke visverhalen los.

 salomonszegelplantenSalomonszegel10 mei 2019mei

Salomonszegel, 10 mei 2019

 salomonszegel

Salomonszegel is een plant die op dit moment bloeit met witte bloemen en vooral voorkomt in bossen en houdt van niet te voedselrijke, droge of natte standplekken liefst in de schaduw. De plant heeft een bijzondere vorm: aan een gebogen stengel staan om enom horizontale bladeren waaronder aan de stengel trosjes witte bloemen hangen. Deze vormen zwarte bessen. De naam Salomonszegel is natuurlijk intrigerend en afgeleid van Salomon, de zoon van de joodse koning David, aan wie grote wijsheid werd toegeschreven. Ook deze plant heeft medicinale toepassingen en met name de eetbare wortel, waaraan een helend effect op (gebroken) botten en kneuzingen werd toegeschreven, net als effecten op bloeddruk, diarree, aambeien, op vele manieren verzachtend en genezend en wat al niet meer. De prestigieuze naam Salomonszegel heeft mede daarom ook te maken met de wortel. Op die knoestige wortelstok

die gestaag uitgroeit en vertakt groeien elk jaar de bloeistengels omhoog. Op de plek waar die stengels hebben gezeten, blijft een vergroeiing achter (foto inzet) die lijkt op een zegelring met daarin als merktekens, putjes van de vaten die door die stengel liepen.

Bijzonder

Er bestaan op het Noordelijk halfrond ca 50 soorten Salomonszegel, waarvan er 2 inheems zijn in Nederland: de gewone salomonszegel groeit in het bos en de welriekende of duinsalomons zegel op zandgronden en duinen. De gewone is ca 40 cm hoog en de duinvorm 20 cm. Deze soorten kunnen echter met elkaar kruisen (ook in de natuur) en dan ontstaat de steriele tuinsalomons zegel, die een stuk groter (50-60 cm) is . Deze maakt dus geen bessen, maar kan vegetatief via wortelstokken lang standhouden en zich uitbreiden. Alle soorten zijn op De Heimanshof te bewonderen op dit moment.

Waar

Zowel de gewone salomonszegel als de duinsalomonszegel komt in Nederland vooral voor op zandige bodems in bossen in oost en zuid Nederland en in de duinen, waarbij de duinsalomonszegel zich met name tot de duinen beperkt.

 sachembijen3insectenSachembijen328 apr 2012april

Sachembijen3, 28 apr 2012

 sachembijen3

In de broedkolonies zijn naast de vele cellen met inhoud (voedselvoorraad met ei of larve) vaak verlaten cellen aan te treffen. Dat komt omdat nestplaatsen soms jaren achtereen worden gebruikt en deels worden hergebruikt en opgeknapt (zie foto van sachembij bij nestholte). Onder gunstige omstandigheden kunnen honderden individuen bij elkaar nestelen. De voedselvoorraad bestaat uit stuifmeel en nectar. Het vrouwtje verzamelt eerst stuifmeel dat ze op een hoopje op de bodem van de broedcel neerlegt. Daarna verzamelt ze nectar tot de helft hiermee vol is. Van de twee componenten wordt geen homogeen mengsel gemaakt, de verzamelde nectar is erg vloeibaar. Of er nog een afscheiding van de bij zelf aan toe wordt gevoegd is niet bekend. De voedselvoorraad heeft een sterke geur die aan blauwe kaas doet denken. Het ei wordt bovenop het vloeibare voedsel gelegd, zodanig dat het slechts op twee punten in contact komt met het voedsel. Nadat het ei is gelegd wordt de broedcel afgesloten.

De larve die uit het ei komt, begint eerst aan het vloeibare gedeelte (nectar) te eten en daarna wordt ook het vaste gedeelte (stuifmeel) gegeten. Het laatste restje van de voedselvoorraad wordt door de larve zorgvuldig op de buik bij elkaar gehouden, zodat niets verspild wordt. Wanneer de larven de voedselvoorraad volledig hebben opgegeten, kunnen zij beginnen met verpoppen. Eerst zal de larve al het verteerde voedsel uitscheiden. Tijdens het verpoppen mag er geen voedsel meer in het lichaam aanwezig zijn om infecties te voorkomen.

Waar

De 4 nog niet uitgestorven Sachembijsoorten komen vooral nog in Zuid Limburg voor. De gewone Sachembij is plaatselijk algemeen en komt voor zover bekend op 2 plaatsen in De Haarlemmermeer voor. Deze soort is afhankelijk van grote bestanden van zijn waardplanten zoals longkruid en ander ruwbladigen, sleutelbloemen en/of dovenetels, zoals hij die in De Heimanshof nog wel vindt.

 sachembijen3a

 sachembijen2insectenSachembijen (2)22 apr 2012april

Sachembijen (2), 22 apr 2012

 sachembijen2

De Kattenkruidbij heeft een voorkeur voor steile wanden en muren waar zij beperkt is tot Midden- en vooral Zuid-Nederland, maar in Duitsland ook in het stedelijk gebied. Zijn voedselplanten zijn Kattenkruid, Stinkende ballote, Veldsalie, Betonie maar ook Vlinderbloemigen, Vetplanten en Slangenkruid. De Zwarte sachembij was vroeger ruim verspreid in Nederland, maar is nu beperkt tot Zuid-Limburg. Deze soort heeft wat bloembezoek betreft geen bepaalde voorkeur. De Gewone sachembij is de meest algemene, maar nog steeds vrij zeldzame sachembij in Nederland. In De Heimanshof en een ander gebied in Hoofddorp zijn de voornaamste waardplanten Holwortel en Gevlekt longkruid . Uit andere plekken van Nederland kunnen het ook zijn gewone smeerwortel Gewone ossentong , alle

sleutelbloem-en dovenetelsoorten, Hondsdraf , Voorjaarshelmkruid, en Kruipend zenegroen.

Bijzonder

Veel solitaire bijen hebben een korte tong waardoor ze alleen bloemen met oppervlakkig liggend nectar bezoeken. De meeste Sachembijen hebben een lange tong en bezoeken daarom veelal planten met een lange kroonbuis. Voor de bloemen zijn ze vliegend als een kolibrie te zien. Deze tong is met 13 mm bijna net zo lang als hun lichaam (Zie foto). Sachembijen broeden zo mogelijk in kolonies in steile wanden van rivieren, dijken, weg talud’s of muren. Dus niet in holle stokjes in insectenhotels. De broedcellen liggen ongeveer 5-10 cm onder de grond aan een korte hoofdgang. De doorsnede van de gang is ongeveer 9-10 mm. De broedcellen worden aan korte zijgangen van de hoofdgang aangelegd en liggen in clusters tegen elkaar aan, met de celingangen dicht bij elkaar. De broedcellen worden aan de binnenkant met een perkamentachtige, witte klierafscheiding bekleed. De cellen worden schuin naar beneden aangelegd waarbij het dekseltje aan de bovenzijde ligt. Dit is noodzakelijk omdat de voedselvoorraad erg vloeibaar is. Een horizontaal georiënteerd broedcel zou meteen leeglopen.

 sachembijen1insectenSachembijen (1)14 apr 2012april

Sachembijen (1), 14 apr 2012

 sachembijen1

Zoals vorige week aangeven, gaan we in het kader van het Jaar van de Bij de komende weken een kijkje nemen in de fascinerende wereld van de bijen en dan vooral van de solitaire bijen. Eerst de sachembijen in 3 afleveringen. Sachembijen hebben een beetje hommelachtig uiterlijk: een dikke beharing en een lange tong omdat ze al vroeg in het jaar als het koud is, vliegen. Sachembijen herken je aan de verlengde middelste poten (behalve de Andoornbij). Die zijn merkwaardig dun en bieden bij het staan nauwelijks steun, daarvoor zijn ze ook te lang. Deze middelste poten zijn voorzien van flinke haren, die aan het 1e voetlid lange zwarte kwastjes vormen. Aan deze haren hebben ze de naam sachembij te danken, volgens Jac. P. Thijsse, lijken de kwastjes op de franje aan de broek van een indiaans opperhoofd

(sachem). Zie foto. De andoornbij beschikt niet over zulke kwastjes. Het is onbekend wat de eventuele functie van deze lange haren is. Er kwamen in Nederland 8 soorten sachembijen voor, waarvan er voor 1975 al 4 soorten waren uitgestorven. Ik zal ze behandelen met de waard- of voedselplanten. Indien vele van de waardplanten u onbekend in de oren klinken: Dat komt omdat ze nauwelijks meer voorkomen in onze steeds sterielere stedelijke gebieden. De mooie sachembij werd het laatst gemeld in 1946 in Epe; de noordelijke sachembij in 1949 in Helenaveen; de schoorsteen sachembij in 1961 in Herpen. De tweevlekkige sachembij is het laatst op het station van Tienray in 1973 gezien; zij bezocht de grote centaurie, speerdistel, gewoon biggenkruid, slangenkruid, gewone ossentong, zandblauwtje, witte klaver en grote kattenstaart. De overige 4 sachembijen komen - zoals veel bijzondere solitaire bijen vooral in Zuid-Limburg voor. De Andoornbij nestelt in vermolmd hout en als voedselplant is zij afhankelijk van lipbloemen van Bosandoorn, Moerasandoorn , Echte gamander en Slangenkruid. Deze soort komt nog in duinen van Noord-Holland en in Midden- en Zuid-Nederland voor.