bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

hondskruid, 25 jul 2020

 hondskruid1

Hondskruid klinkt niet echt aantrekkelijk. Toch zit er achter deze naam een fascinerend verhaal. Hondskruid is nl een orchidee. En niet zo maar 1. Bij orchideeën denken veel mensen aan tropische orchideeën die je in de winkel kunt kopen. Maar ook in Nederland komen ca 70 soorten orchideeën voor. En daarbij denken de meest mensen dan aan Limburg, want op de kalk van Limburg komen zo’n 60 soorten voor. Wat meestal niet bekend is, is dat in onze ‘kale landbouwpolder’ die steeds meer met woningen en kantoren wordt gevuld misschien wel meer orchideeën voorkomen dan in Limburg. Nog pas 2 weken geleden heb ik een fietstocht langs een veld met ca 1 miljoen orchideeën gehouden. Tot op heden hebben we in de Haarlemmermeer 14 soorten gevonden. Dat komt omdat we een oude waddenbodem hebben, waar nog schelpen (kalk) inzit, de oude zandbanken zijn voedselarm en

beetje brakke kwel helpt ook. Van die 14 soorten is hondskruid een van de zeldzaamste.

Bijzonder

De eerste plant werd een jaar of 10-15 gelden ontdekt in Beukenhorst aan de kruisweg. Die werd geplukt. Een jaar of 8 gelden verscheen er 1 ook in Beukenhorst aan de Kagertocht, die na 2 jaar werd ook werd geplukt. Nu is er een heel veldje gevonden in het Groene Carre Zuid. De plek werd ontdekt en gefotografeerd door Ruud Luntz, Waarvoor dank.

Helaas is in 2017 aan de meeste orchideeën de status van beschermde soort ontnomen. Dat kwam project ontwikkelaars beter uit en onze overheid luistert ‘goed’ naar de samenleving.

Waar

Hondskruid houdt van zonnige plekken op zand-, leem- of kleibodem. Het komt voor rond de middellandse zee en in Europa tot Noord-Duitsland, Schotland, en Ierland. In Nederland is de plant zeer zeldzaam en komt voor in Zuid-Limburg, Zeeland, in de duinen bij Wijk aan Zee en Noordwijk aan Zee en in het westen van het land op opgespoten braakliggende industrieterreinen. Wellicht door de klimaatverandering is de soort aan een gestage opmars bezig. Dat is dus ook in onze polder te merken.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 5 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 blotebillenzwampaddenstoelenBlote Bil­len­zwam7 sep 2014september

Blote Bil­len­zwam, 7 sep 2014

 blotebillenzwam

Op al 20 jaar dode wilgen­stam­men in De Heiman­shof ver­sch­enen afgelopen tijd intrigerende fel­roze bol­let­jes van een 0,5 — 1 cm groot. Het gebeurde bij de omslag van het zeer natte augus­tusweer naar het wat zon­niger sep­tem­ber­weer.

Dit soort bol­let­jes bestaan er in aller­lei soorten, maten en kleuren. Ze zijn een ver­schi­jn­ingsvorm van een van de ca 500 bek­ende sli­jmzwammen­soorten. Sli­jmzwammen leven vrij als amoeben in rot hout en jagen daar op bac­ter­iën en schim­mels. Door het natte weer hebben ze zich mas­saal ver­menigvuldigd. Bij droger weer kri­j­gen ze het benauwd en trekken ze naar elkaar toe om sporen te vor­men.

Deze roze soort heeft 2 namen: bloed­weizwam, maar makke­lijker in het geheugen ligt de naam blote bil­len­zwam. Over een paar dagen kan waargenomen wor­den dat deze sli­jmzwammen zich ver­plaat­sen.

De zachte smeuïge samen­stelling, de felle kleren en de ver­plaatsin­gen

hebben bijge­dra­gen aan mythevorm­ing rond sli­jmzwammen. Een aan­tal hebben dan ook veelzeggende namen zoals hek­sen­boter.

Bij­zon­der

Sli­jmzwammen zijn uiterst bij­zon­dere crea­turen: Naast het planten­rijk, het dieren­rijk en het bac­terier­ijk vor­men zij een eigen uiterst onbek­end koninkrijk.

Dat ze een apart rijk vor­men komt door de aggre­gatie fase: de loslevende amoeben kruipen samen in de vorm van een zoge­naamd plas­mod­ium. De waargenomen roze bol­let­jes zijn deze plas­modia. In die plas­modia speelt zich een ver­schi­jnsel af dat ner­gens anders bij lev­ende wezens bek­end is: alle cel­wan­den van de samengekropen amoeben lossen op en de celk­er­nen ervan gaan zich gedra­gen als zelf­s­tandige wezens.

In een com­plex pro­ces vor­men deze de sporen die na het open­breken van de ver­droogde wand ver­waaien en weer uit­groeien tot een nieuwe gen­er­atie amoeben. Vroeger waren sli­jmzwammen zo alge­meen dat soorten die fel geel of roze of rood waren, verza­meld wer­den om als kleurstof in ver­ven gebruikt te wor­den.

Waar

Blote billen zwammen zijn alge­meen en komen wereld­wijd voor. In De Heiman­shof zijn ze nog te vinden.

 boerenwormkruidplantenBoerenwormkruid14 jul 2012juli

Boerenwormkruid, 14 jul 2012

 boerenwormkruid

Boerenwormkruid Een van mijn favoriete planten tijdens een rondleiding door De Heimanshof is de late zomerbloeier boerenwormkruid. Het produceert geen nectar, alleen stuifmeel. En daarmee is het een belangrijke waardplant voor allerlei bijen en vlinders. De boerenwormkruidzijdebij leeft bv uitsluitend van stuifmeel van deze soort.

Bijzonder

De latijnse naam van boerenwormkruid is afgeleid van het Oudgriekse woord dat ’onsterfelijk’ betekent. Er zijn 2 verklaringen daarvoor in omloop: de gele bloemen behouden lang hun kleur en kunnen als droogboeketten gebruikt worden en de plant zou onderdeel van een soort levenselixer zijn. Boerenwormkruid is voor mij het ideale voorbeeld van hoe onze voorouders een wilde plantensoort voor talloze medicinale en keukentoepassingen gebruikte. Je ruikt

het al meteen als je een blad plukt. De medicinale krachten benemen je bijna de adem, zo sterk ruikt deze plant! Deze geuren zijn afkomstig van etherische oliën. Deze werken als insectenverdrijvend middel tegen vlooien, motten, vliegen en mieren en zelfs muizen gaan ervoor de loop. Vroeger hingen de mensen een bos boerenwormkruid boven hun bed om de muggen en vliegen op veilige afstand te houden. Boerenwormkruid bevat ook het giftige thujon, dat als wormafdrijvend middel werd gebruikt, vooral van spoel- en lintwormen zowel bij mensen als bij vee. In vroeger tijden was dit een zeer belangrijke toepassing omdat bijna iedereen op het land werkte en veelvuldig last had van wormen. Hoge doses veroorzaken duizeligheid, krampen, buikpijn, abortus en kunnen dodelijk zijn. Ook zijn er de nodige uitwendige toepassingen bekend van plantaftreksels t.b.v jicht , schurft, puistjes en sproeten. In kleine hoeveelheden werd het blad van jonge planten gebruikt om de smaak van eieren en kruidkoeken te versterken.

Waar

Deze bijzondere soort is gelukkig nu eens niet zeldzaam of bijna uitgestorven. De soort is in heel Nederland (en Europa) te vinden op droge plaatsen in bermen en ruigtes.

 boerenworm1insectenBoerenwormkruidzijdebij30 jul 2017juli

Boerenwormkruidzijdebij, 30 jul 2017

 boerenworm1

Tussen december en oktober zijn er altijd bloemen die bloeien. Die bloei heeft een sterk interactie met insecten. Zonder nectar en stuifmeel kunnen veel insecten namelijk niet leven en zonder bestuivende insecten kunnen de planten geen zaad vormen. Bijen zijn de meest bekende bestuivende insecten, maar ook talloze kevers, vliegen vlinders en wespen spelen een rol in deze interactie. Na de uitbundige bloei van mei en juni zijn er wat minder soorten in bloei. Een van de meest opvallende inheemse soorten op dit moment is het boerenwormkruid met zijn fel gele bloemhoofdjes. Een mooi voorbeeld van de fascinerende interactie tussen flora en fauna is dat alleen als het boerenwormkruid bloeit, de boerenwormkruidzijdebij vliegt.

Bijzonder

De boerenwormkruidzijdebij (foto) is een van de ca 450 soorten bijen in Nederland.

De honingbijen komen in 2-3 soorten voor, hommels in ca 40 soorten en beide zijn sociale of kolonievormende soorten. De andere 400 soorten zijn solitaire soorten. D.w.z. dat ze geen koningin kennen die geholpen wordt door 100-100.000 werkbijen, maar dat elk vrouwtje apart haar eitjes legt en verzorgt, net als de meeste andere insectensoorten. En zoals gezegd, de boerenwormkruidzijdebij vliegt alleen als zijn waardplant bloeit. Deze soort nestelt in holletjes in dood hout of in bijenhotels. De soort valt onder de zijdebijen omdat ze coconnetjes metselen met speeksel dat zijdeachtig opdroogt (inzet). Dat is net weer anders dan metselbijen (met klei : ook inzet ), tronkenbijen (met hars en zand :ook inzet), wolbijen (met haartjes) en behangersbijen met stukjes blad.

Waar

De boerenwormkruidzijdebij is samen met de tronkenbijtjes in grote aantallen te bewonderen in De Heimanshof en overal waar grote concentraties van deze planten voorkomen. Deze bijen soorten hebben een zeer korte tong, en zijn daarom aangewezen op soorten als boerenwormkruid waar stuifmeel en nectar heel dicht aan de oppervlakte beschikbaar is (zie ook foto top).

 boerenzwaluwvogelsBoerenzwaluw20 apr 2008april

Boerenzwaluw, 20 apr 2008

 boerenzwaluw

Het voorjaar is wel koud geweest tot dusver, maar onafwendbaar komt de zomer dichterbij. Vorige week zag ik de 1e boerenzwaluwen, zoals meestal. Deze vogels hebben een reis uit Afrika achter de rug, vaak zelfs van beneden de Sahara. Zijn lange vleugels en zijn slanke lijf maken hem zeer geschikt om in de lucht achter insecten aan te jagen. De boerenzwaluw komt veel voor in de omgeving van water, waar ze rakelings overheen scheren om muggen te verzamelen. Zijn zang bestaat uit een druk gekwetter dat vaak tijdens de vlucht te horen is of vanaf een telefoondraad. De boerenzwaluw leeft vooral in de buurt van boerderijen, en aan de rand van steden waar hij al vliegend muggen, motten, vliegen en kevertjes vangt. Water drinken doet hij ook tijdens de vlucht door laag over het water te scheren . Hij bouwt nesten in boerenstallen, onder bruggen en afdaken. Er zijn 2-3 legsels per jaar. Meestal komen de zwaluwen weer terug op hun oude nest. Het nest is een halve cirkelvormige kom die van boven open is. Het wordt gemetseld met vochtige aarde

en speeksel en verstevigd met gras en haar. Het nest wordt altijd zo geplaatst dat er een dak, brug of dakgoot boven zit zodat het vanuit de lucht niet opvalt.

Bijzonder

De naam boerenzwaluw verraadt de band die deze vogel met de mens heeft. Van april tot oktober verblijven deze trekvogels in Nederland. De winter wordt in Afrika doorgebracht. Boerenzwaluwen zijn echte luchtacrobaten. Het is bekend dat een mannetje meer succes heeft bij de vrouwtjes naarmate zijn staartpunten langer zijn.

Waar

schijnlijk zijn mannetjes met lange staarten wendbaarder en daardoor in staat meer insecten te vangen.

Waar

De boerenzwaluw broedt in geheel Europa. Verder behoren ook grote delen van Rusland, West Siberië en van Turkije tot NW India tot zijn broedgebied. De voorkeur van boerenzwaluwen voor melkveestallen, manegegebouwen e.d. maken, dat de soort bij vogeltellingen nauwelijks wordt geteld. Door veranderingen in de bedrijfsvoering bij veel boerderijen is de boerenzwaluwstand in West-Europa teruggelopen. Sinds de jaren negentig lijkt de populatie in ons land echter redelijk stabiel. Volgens een ruwe schatting broeden er in Nederland zo′n 100.000 tot 200.000 paar.

 Bokjevogelsbokje2 jan 2009januari

bokje, 2 jan 2009

 Bokje

Vorige week maakte de Geniedijk zich voor mij weer eens waar als ecologische verbindingsroute. Wat was het geval: met het invallen van de vorst waren de ondiepe kuilen, die ontstaan waren bij het slopen van het Hoofdvaartcollege op het toekomstige Jansoniusterrein als eerste dichtgevroren. Voor de jeugd van het Oude Buurtje, waaronder mijn zoon, trok dit ijs als een magneet. Bij het verkennen van de sterkte van het ijs, struinden zij door de dichte bosjes van elzen en wilgen, die de afgelopen 2 jaar waren opgeschoten. Uit die bosjes vlogen enige tientallen vogels op, waarvan hun beschrijving klonk als een kruising tussen een watersnip en een oeverloper. Daar moest ik het fijne van weten. Met 10-15 kinderen, al of niet op de schaats, in mijn kielzog verkende ik zelf de bosjes en tot mijn niet geringe enthousiasme vlogen er een aantal bokjes op. Bokjes zijn de kleinste en zeldzaamste van de snipachtigen. Net als de houtsnip vertrouwen ze sterk op hun schutkleur en blijven rustig zitten tot iemand vlak bij is. Watersnippen zijn veel schuwer en gaan al op grote afstand

op de wieken. Hoewel het bokje lijkt op de watersnip, is hij veel kleiner en heeft een korte snavel, wat de kinderen haarfijn hadden waargenomen. Er lopen twee roomkleurige strepen langs de kruin die overgaan in twee strepen op de rug (zie foto). Het bokje is een schuwe vogel, die vooral ′s nachts en in de schemering actief is.

Bijzonder

Bokjes zijn solitaire vogels, waarvan je er zelden meer dan 2-5 bij elkaar ziet. Dat er 20-30 bij elkaar zaten op het Jansoniusterrein is naast hun zeldzaamheid dus dubbel bijzonder. Het bokje is meestal zwijgzaam, in tegenstelling tot de watersnip, die luid krassend wegvliegt. In de baltsvlucht maakt hij echter een geluid als van ‘een galopperend paard in de verte’. Snippen zijn geliefde jachtvogels. Niet zozeer omdat ze zo lekker zijn, maar omdat ze bij het (onverwachts) opvliegen snelle haakse bewegingen maken. Dat maakt ze moeilijk te raken en daarmee voor jagers blijkbaar extra interessant om neer te leggen.

Waar

Het bokje maakt zijn nest in de uitgestrekte hoogveengebieden in het noorden van Scandinavië en Rusland. De soort overwintert in West-Europa en in het Middellandse-Zeegebied in vochtige gebieden met voldoende beschutting. Het (huidige) Jansonius-terrein past perfect in dat profiel.

 bontkroonkruid1plantenBont Kroonkruid20 apr 2007april

Bont Kroonkruid, 20 apr 2007

 bontkroonkruid1

Bont kroonkruid is een vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie. Hij wordt 30 tot 120 cm hoog en heeft een liggende tot opstijgende, kantige stengel.
Bont kroonkruid bloeit lang, van juni tot minstens september. De roze met witte bloemen vormen op elke stengel en zijtak een scherm of krans met 5 tot 20 bloemen. De naam van de plant komt van het feit dat deze krans aan een kroon doet denken (zie detailfoto) Soms komen ook geheel witte bloemen voor. Het resultaat is vaak een indrukwekkende roze bol van ruim een meter hoog en soms 2 meter in diameter.

Bijzonder

Bont kroonkruid komt in het wild voor, maar wordt ook geteeld voor bodemverbetering omdat hij veel organisch materiaal en stikstof in de bodem brengt. Verder is de plant heel geschikt voor het tegengaan van erosie op hellingen en als fraai bloeiende bermbeplanting. Wel is de plant giftig.

Waar

Bont Kroonkruid komt van nature voor

in Midden- en Zuid-Europa en is van daaruit verbreid naar West- en Noord-Europa. Inmiddels is de plant een geaccepteerde inheemse soort. Hij heeft een voorkeur voor matig vochtige, kalkrijke grond op dijkhellingen, spoordijken, in bermen en duinen. Op De Heimanshof is de plant een gewaardeerde bloeier op de Limburgse mergelheuvel. Dat de Haarlemmermeerse grond genoeg kalk bevat en dat het klimaat ook steeds gunstiger wordt voor deze soort, blijkt uit het feit dat hij op steeds meer plaatsen gemeld wordt. B.v. in het Haarlemmermeerse Bos bij het Natuurpad en langs de Ijtocht.

Terugmeldingen

Naar aanleiding van dit artikel is Bont Kroonkruid van veel meer plaatsen gemeld. De grootste groeiplaats is op de oude spoordijk bij de ecologische oever van Hoofddorp tot Vijfhuizen op minstens 50 plaatsen. Verder langs de Van Heuven Goedhartlaan naast de GSM mast bij het Skagerrak, langs de toegangsweg naar het Arnolduspark en langs het insectenpad in het Haarlemmermeerse Bos.

Status: niet beschermd

 bontkroonkruid2

 bontzandoogjevlindersBont zandoogje25 aug 2007augustus

Bont zandoogje, 25 aug 2007

 bontzandoogje

Het bont zandoogje is een kleine dagvlinder met een spanwijdte van 32 -42 mm. Het vrouwtje legt haar eitjes op half in de schaduw staand gras. De vlinder leeft ongeveer drie weken. Er zijn twee tot drie generaties per jaar, tussen midden april en midden oktober. De mannetjes zijn vrij fel tegenover soortgenoten en jagen andere mannetjes van dezelfde soort weg. Volwassen vlinders voeden zich voornamelijk met honingdauw, maar ook met nectar en boomsappen.

Bijzonder

: Veel in het leven van (deze) vlinders draait om het vinden van de juiste temperatuur. In het voorjaar en het najaar leggen de wijfjes vooral eitjes op zonbeschenen planten terwijl ze in de zomer beschaduwde planten kiezen. Het afzetten van de eitjes gebeurt meestal op het warmste moment van de dag en de eitjes worden meestal afgezet op planten met een temperatuur tussen 24-30°C, omdat de overlevingskans van de eitjes en de jonge rupsen dan het hoogst is. Toch valt ongeveer 30% van de eitjes ten prooi aan sluipwespen en ook mieren, wantsen en kevers eisen hun tol. Er

zijn traag- en snelgroeiende rupsen. Bij hogere temperaturen ontwikkelen de snelgroeiende rupsen zich in gemiddeld 25 dagen en de traaggroeiende rupsen in ongeveer 30 dagen. Bij lagere temperaturen zijn de verschillen groter. De vliegactiviteit van de vlinders hangt samen met het streven om hun lichaamstemperatuur tussen 32-34,5 °C te houden. Bij lage temperatuur worden de zonneplekjes energiek verdedigd door mannetjes, omdat ze de ideale plaatsen zijn voor het zonnen en het paren; bij hogere temperaturen vliegen de mannetjes zoekend naar vrouwtjes rond.

Waar

Het bont zandoogje is vrij algemeen in droge zandige bosranden in b.v. Zuid- en Oost- Nederland. In West Nederland en in de Haarlemmermeer kwam dit vlindertje nooit voor. Vorig jaar werd een eerste exemplaar waargenomen in het Haarlemmermeerse Bos en dit jaar zijn er al verschillende waarnemingen gedaan. Daarmee lijkt het Bont Zandoogje een nieuwe soort te zijn die zijn weg naar de Haarlemmermeer heeft gevonden. Om dat het een warmteminnende soort is, is het waarschijnlijk dat de klimaatverandering hierin een rol speelt.

Terugmeldingen

De ransuilen hebben het nog nooit zo goed gedaan als dit jaar, o.a. doordat er erg veel veldmuizen zijn. Er hebben dit jaar ten minste 22 paar gebroed in de polder, terwijl dit er vorig jaar maar 10 waren.

 boomklevervogelsBoomklever22 mei 2010mei

Boomklever, 22 mei 2010

 boomklever

Afgelopen zaterdag hebben we met de jeugdclub van De Heimanshof alle in 2008 gebouwde nestkasten gecontroleerd. Van de 50 gecontroleerde kasten waren er 38 bewoond met totaal 280 jongen: meest pimpel- en koolmezen en gemiddeld 7.5 jongen per nest. In het Robin Hoodbos werd een kast bewoond door een nest boomhommels, maar de grootste verrassing was een boomklevernest in het Wandelbos, omdat het niet eens bekend was dat deze vogelsoort in onze polder voorkwam. De boomklever heeft een voorkeur voor oud hoog bos en dat hebben we niet veel. Maar het wandelbos uit 1935 voldoet blijkbaar aan zijn wensen. De boomklever broedt van eind april tot juli. Hij maakt het nest niet zelf, maar gebruikt oude, verlaten holen van spechten en nestkastjes. Hij pleistert de ingang dicht met klei vermengd met speeksel zodat hij er zelf nog net doorkan. Het voedsel bestaat vooral uit insecten die hij zoekt door met de snavel in de boombast te hakken. Hierbij klimt hij als enige Nederlandse vogel ook met de kop naar beneden omlaag. Behalve insecten worden vooral in de winter ook

noten en zaden gegeten. In het najaar legt de boomklever een ruime wintervoorraad van zaden en noten aan.

Bijzonder

Boomklever is een van de soorten die het de laatste tijd voor de wind gaat. Dat heeft wellicht te maken met modern bosbeheer, maar ook met het feit dat hij zich aan past aan menselijke bewoning en deels een cultuurvolger aan het worden is. Rond 1975 werd het aantal broedvogels in Nederland geschat op 5000 en nu op 18000. Boomklevers leven in een heel klein territorium; meestal niet groter dan 1000 m². In een eenmaal gevestigd territorium blijven ze het hele jaar door en komen er alleen uit in de winter, bij voedselschaarste.

Waar

Boomklevers broeden in vrijwel geheel Europa en de gematigde klimaatzone van Azië tot Japan. Het zijn vogels van oude bossen, parken en tuinen met veel loofhout. De volwassen vogels zijn standvogels, maar jonge vogels zwerven soms over kleine afstanden uit.

 boomkleverinnestkast

afbeelding niet gevondenkleine dierenBoommarter19 jun 2014juni

Boommarter, 19 jun 2014

boommarter

Vorig jaar was het fauna-​lievende deel van Hoofd­dorp in rep en roer omdat er langs de IJweg mogelijk een boom­marter was ges­ig­naleerd.

En daar bleef het niet bij.  Deze en/​of andere marters zoals de bun­z­ing bleven een tijd lang actief op aller­lei plaat­sen in Hoofd­dorp. En actief wil zeggen dat er koni­j­nen en kip­pen slachtof­fer wer­den. Ook in mijn eigen tuin langs de Geniedijk werd een bun­z­ing waargenomen.
De bun­z­ing leeft zeer ver­bor­gen, maar komt op aller­lei plekken in de Haar­lem­mer­meer voor. Per jaar vind ik er zelf wel 3 — 4 dood gere­den langs de weg.

De boom­marter is andere koek. Die is razend zeldzaam, maar komt bij de duinen bij Haar­lem wel voor. Omdat er wel een foto gemaakt zou zijn, maar deze niet boven water kwam, bli­jft het voorkomen van de boom­marter

in 2013 nog steeds een mys­terie.
Drie weken gele­den kreeg ik weer een meld­ing van een boom­marter. Een­tje die hele­maal niet schuw was (net als in 2013) en zich rustig op de Geniedijk bij de IJweg liet bek­ijken. Helaas is er weer geen foto gemaakt , maar de beschri­jv­ing uit de eerste hand was zeer over­tu­igend.
Een foto is wel handig, want bij het natrekken van deze waarne­m­ing kreeg ik geen beves­tig­ing maar wel de meld­ing van een steen­marter uit Rijsen­hout. En daar­van was wél een foto gemaakt, die een vrouwtje bun­z­ing bleek. Helaas voor deze bun­z­ing is zij naar het oosten van het land gebracht, vanuit het idee dat een steen­marter daar thuis hoort en wellicht met een vracht­wa­gen was meegelift.

Bij­zon­der

Vroeger kwam de boom­marter in Ned­er­land voor. Hij leeft van eekhoorns, muizen, kikkers, eieren en fruit. Door genade­loze ver­vol­ging was hij bijna uit­geroeid. Met zijn fraaie pluim­staart en scherpe nagels is hij zeer behendig in bomen (foto).

Waar

De boom­marter komt voor in een groot deel van Eurazië. Zijn natu­urlijke biotoop is gemengd loof– en naald­bos zoals vooral in het oosten en zuiden van Ned­er­land. Tegen­wo­ordig met aller­lei bescher­mings­maa­trege­len en ecol­o­gis­che verbind­ing­zones neemt hij ook weer toe in de duinen en Flevoland.

 boomvalkvogelsBoomvalk5 jul 2007juli

Boomvalk, 5 jul 2007

 boomvalk

De boomvalk ziet eruit als een kleine slechtvalk. Mannetjes en vrouwtjes hebben hetzelfde kleed. Jongen zijn over het algemeen veel bruiner van kleur. Het is een elegante roofvogel, die er met zijn langgepunte vleugels uit ziet als een grote gierzwaluw. Boomvalken nemen oude nesten van kraaien en andere vogels over en leggen twee tot vier eieren. De boomvalk jaagt vooral op grote insecten zoals libellen, die in de vlucht worden opgegeten. Ook kleine vogels worden in de vlucht gevangen. Omdat de boomvalk op grote insecten jaagt begint hij pas laat te broeden. Het paartje dat in de buurt van De Heimanshof nestelt, maakte dit eind mei luidruchtig duidelijk door wilde ‘baltsvluchten’, waarbij luidruchtig geroepen werd. Nu zit het vrouwtje op de eieren en is het stil om het nest.

Pas als de jongen uitvliegen, zo eind juli, laten de boomvalken weer van zich horen. Dit boomvalkenpaartje jaagt vrijwel boven heel de bebouwde komt van Hoofddorp. Boomvalken op hun beurt worden af en toe door haviken en andere grote roofvogels gevangen.

Bijzonder

: Zijn snelheid en vliegkunsten stellen de boomvalk in staat om zelfs zwaluwen te grijpen. De huiszwaluw en boerenzwaluw hebben dan ook een specifieke boomvalk-alarmroep.

Waar

: De boomvalk is verspreid over Europa en Azië. Het is een trekvogel die grote afstanden aflegt en overwintert in Afrika. Het is een weinig talrijke broedvogel van open bossen en parken. In het verleden kwam de boomvalk in Nederland vooral voor in de bossen op de zandgronden. De soort doet het daar de laatste jaren erg slecht. In halfopen (agrarisch) landschap wordt de soort echter steeds meer gezien. Dit geldt ook voor de Haarlemmermeer. Er broeden meestal zo’n 5-8 paartjes per jaar in onze polder, afhankelijk van het voedselaaanbod.

 bosbingelkruid1plantenBosbingelkruid (1)3 mrt 2012maart

Bosbingelkruid (1), 3 mrt 2012

 bosbingelkruid1

De meeste planten hebben zonlicht nodig om te groeien en dat licht is vaak pas sterk genoeg vanaf half april. Bosplanten hebben om die reden een probleem om dat tegen die tijd de boomkruinen zich sluiten en er nog steeds niet voldoende licht is. Voor dit probleem hebben veel bosplanten een elegante oplossing gevonden door ’voor de zon uit te groeien’ vanuit bolletjes of wortelstokken. Een van deze planten is het onaanzienlijke bosbingelkruid. Bosbingelkruid is eenhuizig en de bloemen zijn eenslachtig. Dat betekent dat elke bloem òf vrouwelijk (dus alleen stampers) òf mannelijk (heeft alleen meeldraden) is. Elke plant draagt daarnaast ook nog eens òf alleen vrouwelijke òf alleen mannelijke bloemen. Voor zaadvorming zijn daarom minstens 2 planten van een verschillend geslacht nodig. De bloemen

zijn maar een halve cm groot en groen. Bosbingelkruid had 300 jaar geleden grote wetenschappelijke betekenis. In die tijd kwamen de geleerden erachter dat meeldraden mannelijke en stampers vrouwelijke organen waren. Men vond het wel altijd vreemd dat bosbingelkruid in 2 verschillende vormen voorkwam, in een - pas toen duidelijk werd - mannelijke of een vrouwelijke vorm. Iemand ontdekte m.b.v. o.a. bosbingelkruid dat planten pas zaad vormden na bestuiving van de stampers.

Bijzonder

Bosbingelkruid komt begin maart al boven de grond met blad, bloemstelen en bloemknoppen op hetzelfde moment. In de weken erna vouwen de bladeren zich uit, wordt de lichtgroene kleur donkerder en strekken de bloemaren zich. Dit is een beetje te vergelijken met het uitkomen van een vlinder uit een cocon: poten, ogen, kop en vleugels zijn direct zichtbaar maar het duurt een tijdje voordat alle lichaamsdelen uitgehard zijn. De spinaziegroene bladkleur nodigt soms uit om het blad als groente te gebruiken. Dit is echter niet aan te raden. Het blad bevat namelijk stoffen die sterk laxerend werken. Niet voor niets wordt Bingelkruid in Vlaanderen Schijtkruid genoemd.

 bosbingelkruid2plantenBosbingelkruid (2)11 mrt 2012maart

Bosbingelkruid (2), 11 mrt 2012

 bosbingelkruid2

Bosbingelkruid 2 van 2 Dit is het vervolg van de column over bosbingelkruid van vorige week. Fijn gewreven of gekneusd blad van Bosbingelkruid ruikt onaangenaam: naar rotte vis. Bosbingelkruid heeft nog een andere bijzondere eigenschap, namelijk dat het al duizenden jaren wordt gebruikt om wol en linnen te verven. Gedroogde stengels krijgen al een typisch metaalblauwe glans. Stoffen krijgen na een verfbad dezelfde blauwe kleur. Alles kleurt echter rood wanneer dit verfbad gemengd wordt met een zuur zoals azijn. Blauw of rood, beide kleuren zijn dus mogelijk, afhankelijk van de samenstelling van het verfbad. Dit tweeledige karakter van Bosbingelkruid komt ook terug in de wetenschappelijke naamgeving: Mercuriallis perennis. Mercurialis wil zeggen: lijkend op de god Mercurius. Mercurius was niet alleen de godheid

die als eerste wees op de geneeskrachtige eigenschappen van planten, ook had hij de gewoonte om onder verschillende gedaanten te verschijnen. Net als deze plant: Het ene moment kleurt deze blauw en op een ander moment rood en de plant is òf mannelijk òf vrouwelijk.

Waar

Bosbingelkruid groeit bij voorkeur op de donkerste plekken in eiken- beukenbos. Net zoals Klimop stelt de soort nauwelijks eisen aan de hoeveelheid licht. Echt prettig voelt de soort zich wanneer er sprake is van stromend grondwater. De soort heeft een hekel aan stilstaand grondwater. De planten van Bosbingelkruid hebben dicht vertakte wortelstelsels, die samen een compacte kluwen vormen Dit hechte wortelstelsel houdt grond prima vast. Op boshellingen, begroeid met Bosbingelkruid, treden dan ook nagenoeg nooit bodemerosie of aardverschuivingen op. Bosbingelkruid of Overblijvend bingelkruid komt in Nederland slechts zeldzaam voor; de soort groeit van nature eigenlijk alleen in het heuvelland van Zuid Limburg. Op een aantal plekken in de Haarlemmermeer groeit het bijzonder uitbundig, waaronder in de Heimanshof.