bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Bamboe, 20 dec 2019

 bamboe

Bamboe is zo hard als hout, maar het behoort tot de grassen familie. Bamboe is van oorsprong niet inheems, maar dat zijn konijnen, damherten, halsbandparkieten en nog veel meer soorten die zich hier prima handhaven ook niet. Van de ca 1500 soorten bamboe die er bestaan zijn er ongeveer 300 die het goed doen in het Nederlandse klimaat. Deze week waren we weer boompjes aan het verzamelen voor de boomweggeefactie en toen viel het me op hoe mooi groen opstanden van bamboe in de winter bleven in het verder kale landschap. Olifantsgras wordt al commercieel geteeld om biomassa vast te leggen en allerlei producten van te maken. Maar bamboe legt nog veel meer biomassa vast en fijnstof vast en lijkt me minstens zo bruikbaar voor van alles en nog wat. Door de dichtheid van de begroeiing legt een bamboeopstand 4x zo veel CO2 vast en 35 % meer fijnstof dan een bos bestaande uit

bomen. De soort waar ik tegen aan liep was wel 4-5 m hoog en die gaan we bv gebruiken om insectenhotels mee te vullen. Niet alle soorten zijn daar geschikt voor: sommige zijn te zacht en krimpen daardoor en andere hebben veel zijscheuten of zijn te dun.

Bijzonder

Bamboe is een van de snelst groeiende plantensoorten ter wereld. In de tropen kan een scheut van grote soorten wel 1,5 m per dag groeien. Maar ook in Nederland kan dat 25 cm per dag zijn. Bamboe bloeit afhankelijk van de soort na 30-150 jaar. Bijzonder is dat dan alle exemplaren van die soort tegelijk bloeien en daarna afsterven. De grootste bamboesoorten kunnen meer dan 40 m hoog worden. Doordat bamboe bestaat uit holle kokers met schotten is het een licht materiaal, wat tegelijkertijd sterk en buigzaam is. Het kan als bouwmateriaal gebruikt worden, maar ook om kleding, papier en bio plastic van te maken.

Waar

Bamboe groeit van nature in alle wereld delen behalve Europa (en Antarctica). In Nederland en de Haarlemmermeer wordt het daarom vooral in tuinen en parken aan getroffen.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 4 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 bilobellaspringstaartinsectenBilobella Springstaart29 mrt 2019maart

Bilobella Springstaart, 29 mrt 2019

 bilobellaspringstaart

Deze column schrijf ik nu 13 jaar vanaf mei 2006 en nog steeds zijn er hele familiegroepen aan planten en dieren, waar ik nog geen lid van behandeld heb. Deze week kwam er een bijzondere soort van de springstaartenfamilie op mijn pad. In Nederland zijn daar een paar honderd soorten van bekend. Bilobella is knalroze en heeft zoals de meeste springstaart soorten geen Nederlandse naam. Weinig mensen kennen springstaarten. Het zijn primitieve insecten die meestal in de strooisellaag leven van rottend plantenmateriaal en schimmels. Ze zijn allemaal vrij klein: tussen de 0.1 mm en een paar mm, maar er zijn er onvoorstelbaar veel van. In een liter tuingrond of plantenaarde kunnen duizenden exemplaren leven! Ze vormen daarmee een belangrijke en bijna onuitputtelijke voedselbron voor de meeste kleine dieren en insecten die wij met het blote oog kunnen zien. Met de mieren hebben ze gemeen

dat het er zo veel zijn dat ze vechten om de eerste plaats in het hoeveelheid biomassa die ze op aarde vertegenwoordigen als diergroep!

Bijzonder

Springstaarten vallen uit een in 2 groepen. Bilobella hoort tot de trage bolvormige groep. De meeste springstaarten zijn langwerpig van vorm en hebben naast de drie paar gewone poten een set extra poten die vergroeid is tot een vork die onder hun lichaam vastgezet kan worden. Daar kunnen ze spanning mee opbouwen, waardoor ze bij gevaar met een katapultachtige sprong ver weg kunnen schieten. De bolle springstaarten zoals Bilobella missen deze springvork meestal, maar hebben wel andere kenmerken gemeen zodat ze toch tot dezelfde familie gerekend worden.

Waar

Springstaarten komen wereldwijd voor op alle continenten. Ze leven in de bodem in vochtige rottende strooisellagen. Maar ze kunnen ook op oppervlaktewater voor komen en daarop lopen. De opvallend roze gekleurde Bilobella soort is pas in 2007 in Nederland voor het eerst gevonden onder oude schors van populieren en nu dus ook al hier. Mogelijk weer een gevolg van klimaatverandering.

 Biodiversiteitinpark2020_RansuilandersBiodivesiteit inPark 202023 nov 2019november

Biodivesiteit inPark 2020, 23 nov 2019

 Biodiversiteitinpark2020_Ransuil

Meestal behandel ik hier een soort die in de Haarlemmermeer voorkomt. Maar misschien is het ook wel eens interessant om aandacht te geven aan meerdere soorten die in een bepaald terrein ( ‘biotoop’) voorkomen. De aanleiding daarvoor is onze blijde verrassing over wat er de afgelopen jaren in ’ons’ kantorenpark P2020 is gebeurd. Meestal is het niet best gesteld met flora en fauna in bedrijventerreinen omdat de focus ligt op nette gazonnetjes en zo goedkoop mogelijk beheer. In Park2020 hebben we als MEERGroen de gelegenheid gekregen om een stukje bouwgrond wat meer aandacht te geven met een voedseltuin en bloemenweides.

Bijzonder

En het mooie van de natuur is dat er dan bijna meteen allerlei bijzondere soorten verschijnen. Zo zijn er allerlei soorten muizen en ook konijnen komen wonen ‘in het groen’ en daarop afgekomen zijn er bv een paartje vossen, bunzings en wezels, torenvalken,

een ransuil (foto) ‘om de natuurlijke balans’ in stand te houden. Op de bloemenweides komen talloze vlinders af waaronder de kolibrievlinder, atalanta, koolwitjes, citroenvlinders, dagpauwoog en dit jaar heel veel distelvlinders en niet te vergeten talloze solitaire bijen- en wespensoorten die ook van onze insectenhotels gebruik maken. Buiten onze voedseltuin geniet een slechtvalk van de duivenpopulatie en de hoge gebouwen, scholeksters en zwarte roodstaarten nestelen op de daken van kantoren en op de zaden van distels en kaardenbollen leeft jaarrond een groep van 20-30 putters (distelvinken), sijsjes, gewone vinken en nog wat andere soorten. Terwijl de gewone en de gele kwikstaart op het plaveisel en in de tuinen hun gading zoeken. Over de 50 kauwtjes die graag mee-eten van onze groenten en fruit zijn we minder tevreden. En zo zijn er nog talloze andere soorten, zowel planten en dieren. Zeer de moeite waard om een keer te komen bekijken.

Waar

Park2020 (‘twenty- twenty’ dwz ‘ het zit wel goed’) is bedoeld als het meest duurzame kantorenpark van Europa. Het ligt tussen station Hoofddorp en de Rijnlanderweg langs de busbaan en is van verre herkenbaar aan de kas.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl.

 bitterlingplantenBitterling4 aug 2011augustus

Bitterling, 4 aug 2011

 bitterling

Er komen in Nederland ca 1400 wilde zaadplantensoorten (inclusief grassen) voor. Een paar honderd soorten daarvan domineren het landschap op de meeste plaatsen en dat zijn meestal de soorten van voedselrijke omstandigheden. Want die zijn in Nederland als rivierdelta alom tegenwoordig. Verreweg de meeste soorten hebben een beperkte verspreiding omdat zij zich toegelegd hebben op een speciale combinatie van groeiomstandigheden. En een zeer groot aantal van deze soorten zijn ronduit zeldzaam of bedreigd in hun bestaan. Voedselarme en extreme milieus zijn daarom vaak interessant en soortenrijk. Voor veel bijzondere soorten is ook belangrijk dat groeiomstandigheden zich rustig kunnen ontwikkelen en dus dat er niet om de haverklap grondwerken worden uitgevoerd. Gelukkig zijn wij ook in de Haarlemmermeer gezegend met een aantal gebieden, die niet al te voedselrijk zijn.

Ook het zout en kalk(schelpen) in onze bodems zijn floristisch gezien vaak verrijkende factoren. Een van die potentieel soortenrijke gebieden die zich gestaag ontwikkelen, ligt in het Groene Carré Zuid en met name in de orchideeënweide rond de amfibieënpoel. Daar dook vorig jaar een uiterst zeldzame soort op, die zich dit jaar weer verder uitbreidde: de bitterling.

Bijzonder

De bitterling is een 50 cm hoge blauwgroene plant met heldergele bloemen. Er bestaan 2 ondersoorten. De inheemse herfstbitterling is zeer zeldzaam en valt in de hoogte categorie van wettelijk beschermde (en dus bedreigde) rode lijst soorten. De zomerbitterling is ook heel zeldzaam, en komt voor bij Amsterdam en op Voorne. De Groene Carré bitterlingen zijn zomerbitterlingen.

Waar

Bitterling houdt van zonnige, open plaatsen op vochtige, voedselarme, kalkrijke, humusarme grond (zand met veel schelpgruis). De soort komt daarom vooral in duinvalleien en voormalige strandvlakten. Het is een zuidelijk soort die in Nederland op de noordelijke rand van zijn verspreidingsgebied leeft.

 bladpootwantsinsectenbladpootwants2 mrt 2012maart

bladpootwants, 2 mrt 2012

 bladpootwants

Er wordt tegenwoordig heel wat afgereisd en getransporteerd over de wereld en dat blijft niet altijd zonder gevolgen voor de Flora en Fauna. De meeste ’introducees’ overleven het niet in een vreemde omgeving of klimaat, maar ondanks dat, is er een alarmerend hoog aantal soorten wat door ons toedoen in een gespreid bedje beland en zich explosief ontwikkeld. Neem bv de bekende halsbandparkiet (gewaardeerde tuingast?) , de driehoeksmossel (nieuw voedsel voor duikeendjes), maar ook de varoamijt (die bijen verzwakt) en uit het plantenrijk de kroosvaren en de grote waternavel (die sloten verstoppen). De lijst van voorbeelden is eindeloos en elk jaar duiken er weer nieuwe voorbeelden op. Recentelijk kreeg ik een vraag over een onbekend insect, dat massaal in een huis aan het overwinteren was geslagen. Enig speurwerk leidde tot de bladpootwants. Dit

is een vrij forse wants van 1.5 cm die haar naam dankt aan de verbrede schenen van de achterpoten(zie foto).

Bijzonder

In Noord-Amerika staat de Bladpootwants bekend als een schadelijke soort voor naaldbomen. De wants zuigt plantensappen, waardoor de vitaliteit kan afnemen. Of het hier ook een schadelijke soort wordt, is nog niet duidelijk. De soort overwintert in het volwassen stadium en heeft de neiging beschutte plekjes in huizen en gebouwen op te zoeken.

Waar

Oorspronkelijk kwam de soort voor in Mexico, de Verenigde Staten en Canada. De laatste jaren verspreidt de soort zich in een recordtempo over het noordelijk halfrond tot in Japan. De Bladpootwants kwam in 1999 waarschijnlijk met een houttransport naar Italië. En daarna dook de soort snel op in de meeste West-Europese landen: In 2002 in Zwitserland, in 2003 in Spanje, in 2004 in Hongarije, in 2005 in Frankrijk, in 2006 in Duitsland en in 2007 in Nederland, België en Engeland. In Nederland werd de soort in 2008 op tien locaties aangetroffen. En nu duikt de soort dus op in een huis in Hoofddorp.

 blankeparasolzwampaddenstoelenBlanke Parasolzwam12 okt 2019oktober

Blanke Parasolzwam, 12 okt 2019

 blankeparasolzwam

Deze column die begon in 2006 heet eigenlijk ’Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer’. Het idee is om elke week of tegenwoordig 14 dagen een soort te behandelen van de ca 10.000 soorten die er in de Haarlemmermeer voorkomen. Inmiddels zijn er ca 650 soorten behandeld dus ik kan nog eeuwen doorgaan. Natuurlijk probeer ik zoveel mogelijk aansprekende soorten ’van het seizoen ‘te behandelen. Daarom was een paddenstoel, een keuze die zich in deze zeer natte en nog warme herfst nadrukkelijk opdrong. Er was keuze uit wel 40 soorten die ik deze week tegenkwam. Daaronder prachtige witte kluifjeszwammen, en een 20 tal reuzenbovisten, en geschubde inktzwammen maar die had ik al behandeld. De blanke parasolzwam was nieuw. Die stond vrij massaal in de compost van de voedseltuin op Park2020.

Bijzonder

Net

als de veel bekendere grote parasolzwam is de blanke parasolzwam eetbaar. De grote Parasolzwam groeit vooral (en massaal) op voedselarm zand in de duinen, maar kan daar wel 40 cm hoog en 30 cm in diameter worden. De blanke parasolzwam is veel bescheidener van omvang. De hoed wordt maximaal 10 cm in diameter. Verder is deze soort vrij zeldzaam, dus opeten is geen goed idee. Dat hebben we wel gedaan met een 3 kilo zware reuzenbovist (1 van 20 exemplaren). Die kun je inplakken snijden en bakken als een biefstuk zolang hij wit is (dat wil zeggen nog groeit en geen sporen aan het vormen is) . De blanke parasolzwam heet ook wel de blanke champignonparasolzwam. Maar het is geen champignon. Die hebben als enige geslacht altijd zwarte sporen waar ze duidelijk aan te herkennen zijn. Er zijn wel 20 soorten met een hoed van 10-40 cm in diameter. De blanke parasolzwam heeft witte sporen en bij rijping en als je de paddenstoel indrukt verkleurd hij een beetje roze.

Waar

De blanke parasolzwam groeit op zandige grond die wat rijker is door een pakket van humus. Dus ook wel in tuinen, zoals bij ons op de voedseltuin van park2020.

 munthaantjeinsectenBlauw Munthaantje14 jan 2016januari

Blauw Munthaantje, 14 jan 2016

 munthaantje

Elke plant (en dier) probeert zo effectief mogelijk te overleven. Daartoe hebben ze een heel arsenaal aan ′trucs′ ontwikkeld. Het zijn al die trucs die de natuur zo interessant maken, als je er op gaat letten. Heel veel van mijn columns gaan over die fascinerende mechanismen. Deze week wil ik het hebben over de chemische oorlogvoering. Elke plant en misschien wel elke cel is een soort chemische fabriek. Heeft u zich wel eens afgevraagd waarom er zo veel al of lekker geurende planten zijn: sommige ruiken naar citroen, sommige naar munt, sommige naar ui en zo zijn er duizenden geuren ( en smaken) te onderscheiden, waar wij als mens ons voordeel mee doen. Veel van die stoffen zijn etherische oliën of alkaloïden. Planten maken die stoffen niet voor ons plezier maar omdat die stoffen bewezen hebben, dat ze effectief zijn tegen vraat. Insecten houden niet van de smaak, en

de effectiviteit van de chemische fabriek in die plant valt af te lezen aan de mate waarin bladeren van deze planen niet zijn aangevreten. De natuur zou echter de natuur niet zijn als er niet een beest vroeg of laat ontdekt dat er een tafeltje dekje voor hem klaar ligt als hij zijn tegen zin m.b.t. die bepaalde smaak of geur overwint. Het klassieke voorbeeld daarvan is de Jacobsvlinder die het gif van zijn waardplant op weet te slaan en daarmee zelf oneetbaar wordt. Een ander voorbeeld is het munthaantje, dat gespecialiseerd is in het eten van muntsoorten.

Bijzonder

Het munthaantje is een opvallende fel blauwe kever (foto) die van maart tot september aan te treffen is op populaties van muntplanten. In de Heimanshof staan veel muntsoorten en de munthaantjes die daar altijd in grote aantallen op aan te treffen zijn, vormen een groot succes bij kinderen die in de tuin op bezoek komen. Het munthaantje en zijn larven leven van de bladeren van verschillende muntsoorten.

Waar

Het munt haantje is algemeen in Nederland. Op sommige plaatsen kan hij zich tot een plaag ontwikkelen.

 blauwborstvogelsBlauwborst20 apr 2007april

Blauwborst, 20 apr 2007

 blauwborst

De blauwborst is een vrij schuwe trekvogel die vooral voorkomt in natte gebieden met veel struiken en riet. Blauwborsten eten vooral insecten en slakken, spinnen en wormen, maar soms ook bessen (vooral in de herfst) De geleidelijke overgang van rietmoerassen naar moerasbos vormt een uitstekend leefgebied. Er bestaan twee soorten blauwborsten. De witgesterde Blauwborst (zie foto) is het meest algemeen. De roodgesterde Scandinavische vorm is hier aanzienlijk zeldzamer. Blauwborsten zijn prachtige vogels om te zien én om

te horen. De meeste vogels hebben of een kleurig verenpak of een uitbundig lied. De blauwborst heeft beide.

Bijzonder

Het aantal blauwborsten in Nederland is de afgelopen tijd spectaculair toegenomen. Rond 1970 werden ongeveer 1000 paren vastgesteld, in het jaar 2000 werd dit aantal al geschat op 9.000 tot 11.000 paren. Het is een van de weinige soorten die zelfs van een Rode Lijst is geschrapt, omdat het zo goed gaat.

Waar

De meeste blauwborsten broeden in moerasgebieden zoals de Peel, de kop van Overijssel, de Oostvaardersplassen en de Biesbosch. Ook in kleine moerashoekjes kan hij zich vestigen. In het voorjaar van 2007 is een blauwborst neergestreken aan de rand van Toolenburg. Indien deze verkenner een maatje vindt zou het een leuke aanwinst voor de fauna van de Haarlemmermeer betekenen.

Status: tot voor kort rode lijst soort; niet meer

 blauwebremraapfortvijfhuizenplantenBlauwe Bremraap10 jun 2011juni

Blauwe Bremraap, 10 jun 2011

 blauwebremraapfortvijfhuizen

Hoewel de vondst van de blauwe bremraap op het Fort Vijfhuizen vorige week al de krant haalde, gaat deze column niet over oud nieuws. Bremrapen zijn namelijk unieke planten. Zij zijn een ultiem voorbeeld van de fascinerende verscheidenheid waar evolutionaire ontwikkeling toe kan leiden. Hét kenmerk van alle planten is namelijk dat zij wortels, bladeren en badgroen hebben en dat zij daarmee de basis van alle voedselketens op aarde vormen. Maar in de natuur geldt dat je op alle mogelijke manieren aan de kost mag komen, onafhankelijk van nut of schoonheid. En de bremrapenfamilie met een stuk of 20 Nederlandse soorten doet dat op geheel eigen wijze. Zij hebben nl kans gezien om zonder wortels, bladeren en bladgroen te bestaan. Het enige wat zij maken is een bloem. Dat kan alleen doordat zij volledige

parasitair leven. Zij tappen al hun voedingsstoffen af van een gastplant.

Bijzonder

De levenswijze van bremrapen is vrij riskant. Zij maken net als orchideeën stofzaad (100.000 in een gram). Deze zaadjes kunnen door de wind wereldwijd verspreid worden, maar hebben geen reservevoedsel om te groeien. Alleen als een dier zo"n zaadje onder de grond werkt tegen de wortel van hun gastplant aan, kan deze contact maken. Er gaan dan 3- 5 jaren voorbij waarin het zaadje zich volzuigt tot een walnootachtig knolletje. En dan produceert dit knolletje een bloem. De blauwe bremraap heeft als gastplant duizendblad en alsem soorten.

Waar

De blauwe bremraap groeit op zonnige droge, matig voedselrijke plaatsen op duinen, rivierdijken, uiterwaarden en op aangevoerd duinzand. Hij komt in Nederland alleen heel zeldzaam voor in de duinen ten zuiden van Bergen en is daarom een streng beschermde rode lijstsoort. Omdat de forten op de Geniedijk versterkt zijn met zand uit het Noordzee kanaal bij IJmuiden zijn er ook groeicondities voor deze soort in onze polder ontstaan. Wereldwijd komt de soort vooral in Zuid-Europa tot in Azië voor en ligt Nederland aan de noordrand van zijn areaal

 blauwe-kiekmanvogelsBlauwe Kiekendief14 feb 2010februari

Blauwe Kiekendief, 14 feb 2010

 blauwe-kiekman

Natuurwaarnemen kan zo eenvoudig zijn als het over de A4 rijden, terwijl er een grote roofvogel overzweeft met v-vormig omhooggehouden vleugels en een witte stuit. Dat is een beeld dat ´s winters vaker te zien is dan zomers. In de winter komen namelijk de Skandinavische blauwe kiekendieven naar ons land en dat zijn er veel meer dan de100 paar die nog in ons land broeden. Bij de kiekendieven zijn de mannetjes en de vrouwtjes verschillend gekleurd. Het mannetje is blauwgrijs met zwarte vleugelpunten en die witte stuit, terwijl de vrouwtjes en de onvolwassen dieren bruin gekleurd zijn. Maar die zweefvlucht met opgeheven vleugels en de witte stuit zijn onmiskenbaar. Muizen en zangvogels staan meestal op het menu in maar ook grote prooien, zoals konijn en fazant.

Bijzonder

De blauwe kiekendief was vroeger een vrije algemene broedvogel. Door het in cultuur brengen van het land is de soort steeds meer naar uithoeken verdreven. De soort zit nu als broedvogel

in de gevarenzone in Nederland en staat op de rode lijst van bedreigde soorten als gevoelig. Die achteruitgang komt o.a. door het verdwijnen van geschikte leefgebieden, maar ook doordat de vogel vaak broedt in weilanden, waar regelmatig eieren en jongen verloren gaan als het gras wordt gemaaid. De populatie floreerde tijdelijk in de jaren tachtig door het droogleggen van de Flevopolders.

Waar

Blauwe kiekendieven leven in open, vochtige gebieden. Zij zoeken hun voedsel en maken hun nest bij voorkeur in moerassen met een lage, dichte vegetatie en brede rietkragen en in kruidenrijke akkerranden. De meeste Blauwe Kiekendieven broeden op de Waddeneilanden en rond de Oostvaardersplassen, maar elk jaar broeden er ook één of meer paar in de akkers onze polder, samen met de laatste bruine kiekendieven (hierover is al een column verschenen). Door het steeds verder ´omvormen´ van akkerland is er een gerede kans dat we de kiekendieven als Haarlemmermeerse soorten gaan verliezen.

 blauwekiekvrouw

 blauwereigervogelsBlauwe reiger1 apr 2016april

Blauwe reiger, 1 apr 2016

 blauwereiger

Het Wandelbos Hoofddorp is een van de terreinen, waar we wekelijks beheer uitvoeren. Daardoor raken we goed bekend met de flora en fauna van dit park waarvan de oorspronkelijke bomen (uit 1935) al 100 jaar zijn. Een van de bekendste en luidruchtigste bewoners van het park is de blauwe reiger. Al lange tijd nestelen daar in de hoogste toppen van de bomen ( 30-35 m!) een 40-tal broedparen van deze soort. Het rauwe geluid van de volwassen reigers wordt al sinds januari steeds meer vergezeld van een beschaafder (maar onophoudelijk) ′kekkekkek′. Dat is het geluid van jongen die permanent om eten bedelen. Dat er in januari al jongen zijn, is bijzonder voor inheemse soorten. Ook nijlganzen en halsbandparkieten hebben zo vroeg al jongen, maar dat komt omdat zijn geen weet hebben of rekening houden met winterse condities en broeds worden zodra de dagen na kerst gaan lengen. Maar reigers zijn inheemse soorten

die moeten weten dat het tot ver in maart koud en guur kan zijn (zeker op 30 m hoogte).

Bijzonder

Dat betekent dat reigers, die er in de winter meestal nogal kleumerig bijstaan, een heel uitgekiende warmtehuishouding en jaagtechniek moeten hebben. Misschien moeten we in die jaagtechniek het bedelen om voedsel bij winkels, burgers en snackbars meenemen. Verder leven reigers van vis, amfibieën, muizen en mollen (foto). Reigers maken dan ook braakballen. Maar ze hebben zo′n sterk maagzuur dat alleen nagels en haren overblijven. Tegenwoordig zijn kolonies van 30- 40 nesten redelijk normaal, maar een paar 100 jaar geleden waren kolonies van 500-1000 nesten normaal. Dat wijst toch weer op een achteruitgang van het natuurlijke terrein door verstedelijking en landbouw.

Waar

Behalve in het Hoofddorp is er een kolonie in het Badhoevedorpse wandelbos. Maar die zal wel ten prooi vallen aan de ′ontwikkeling′ van de omlegging van de A9. Bij ons zijn reigers standvogels. Ten noorden van Denemarken zijn het zomergasten en rond de Middellandse zee komen ze voor als wintergasten.

 bblekemelkzwampaddenstoelenBleke Melkzwam29 aug 2015augustus

Bleke Melkzwam, 29 aug 2015

 bblekemelkzwam

Na een droog voorjaar en eerste deel van de zomer zijn de laatste weken de sluizen van de hemel open gegaan. Al die regen aan het einde van de zomer is van harte welkom in mijn groente tuinen. Maar ecologisch maakt die regen ook van alles los. Nu de temperatuur nog hoog is en er veel biomassa en dood hout is, exploderen er veel soorten paddenstoelen. Er is bijna geen einde aan de soorten die je overal ziet: inktzwammen, boleten (zoals eekhoorntjes brood) elfenbankjes, judasoren, champignons in allerlei soorten, stuifzwammen ,fluweelpootjes, vogelnestjes, slijmzwammen, etc. Aan de meeste hiervan heb ik al eens een column gewijd, dus die kunt u terug zoeken. Een familie die ik nog nooit behandeld heb zijn de melkzwammen. Dit zijn vaak grote opvallende, zwammen. Ik zag een paar mooie exemplaren in de net opgeknapte

oever van de hoofdvaart pal naast de rotonde van de Kruisweg. Hun hoed was bijna 14 cm in doorsnede en had een stevige steel.

Bijzonder

De soort die ik daar zag was de bleke melkzwam. Deze soort lijkt redelijk op een grote champignonsoort, zoals de weidechampignon, maar champignons hebben een ring om de steel (velum) en hebben zwarte sporen. De Bleke melkzwam heeft net zo’n stevige steel maar geen velum en heeft witte sporen. Verder zijn de plaatjes onder de hoed veel groffer van bouw en verder uit elkaar geplaatst. Om helemaal zeker te zijn volstaat het om een stukje van de hoek in te drukken of af te breken. Dan produceren melkzwammen een melkachtig vocht. Zoals veel paddenstoelen is iig de hoed eetbaar, maar niet erg uitnodigend om op te eten: bitter met een scherpe bijsmaak.

Waar

De bleke melkzwam houdt van vrij zware grond. Het is ook een soort die met de wortels van bomen een symbiose aangaat De schimmel vormt zgn. myccorrhyza: schimmel/wortel verbindingen, waarbij de boom suikers levert en de schimmel mineralen. De bleke melkzwam doet dat het liefste met een beuk. In dit geval stonde hij bij een linde.

 blotebillenzwampaddenstoelenBlote Bil­len­zwam7 sep 2014september

Blote Bil­len­zwam, 7 sep 2014

 blotebillenzwam

Op al 20 jaar dode wilgen­stam­men in De Heiman­shof ver­sch­enen afgelopen tijd intrigerende fel­roze bol­let­jes van een 0,5 — 1 cm groot. Het gebeurde bij de omslag van het zeer natte augus­tusweer naar het wat zon­niger sep­tem­ber­weer.

Dit soort bol­let­jes bestaan er in aller­lei soorten, maten en kleuren. Ze zijn een ver­schi­jn­ingsvorm van een van de ca 500 bek­ende sli­jmzwammen­soorten. Sli­jmzwammen leven vrij als amoeben in rot hout en jagen daar op bac­ter­iën en schim­mels. Door het natte weer hebben ze zich mas­saal ver­menigvuldigd. Bij droger weer kri­j­gen ze het benauwd en trekken ze naar elkaar toe om sporen te vor­men.

Deze roze soort heeft 2 namen: bloed­weizwam, maar makke­lijker in het geheugen ligt de naam blote bil­len­zwam. Over een paar dagen kan waargenomen wor­den dat deze sli­jmzwammen zich ver­plaat­sen.

De zachte smeuïge samen­stelling, de felle kleren en de ver­plaatsin­gen

hebben bijge­dra­gen aan mythevorm­ing rond sli­jmzwammen. Een aan­tal hebben dan ook veelzeggende namen zoals hek­sen­boter.

Bij­zon­der

Sli­jmzwammen zijn uiterst bij­zon­dere crea­turen: Naast het planten­rijk, het dieren­rijk en het bac­terier­ijk vor­men zij een eigen uiterst onbek­end koninkrijk.

Dat ze een apart rijk vor­men komt door de aggre­gatie fase: de loslevende amoeben kruipen samen in de vorm van een zoge­naamd plas­mod­ium. De waargenomen roze bol­let­jes zijn deze plas­modia. In die plas­modia speelt zich een ver­schi­jnsel af dat ner­gens anders bij lev­ende wezens bek­end is: alle cel­wan­den van de samengekropen amoeben lossen op en de celk­er­nen ervan gaan zich gedra­gen als zelf­s­tandige wezens.

In een com­plex pro­ces vor­men deze de sporen die na het open­breken van de ver­droogde wand ver­waaien en weer uit­groeien tot een nieuwe gen­er­atie amoeben. Vroeger waren sli­jmzwammen zo alge­meen dat soorten die fel geel of roze of rood waren, verza­meld wer­den om als kleurstof in ver­ven gebruikt te wor­den.

Waar

Blote billen zwammen zijn alge­meen en komen wereld­wijd voor. In De Heiman­shof zijn ze nog te vinden.