bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Japanse Duizendknoop, 18 jan 2020

 japanseduizendknoop2

Voor deze column laat ik mij meestal inspireren door wat er voor mijn voeten komt en dat is elke dag heel veel. Vandaag was ik in een van de MEERGroenprojecten in Heemstede een strook van 100 x 20 m totaal uit de hand gelopen Japanse Duizend knoop te maaien. De planten waren 3 meter hoog (foto) en de wortelstronken waren 10-15 cm dik en keihard verhout. En dan te bedenken dat die wortels tot 3 m diep doorgaan en dat elk stukje wortel wat in de grond blijft zitten weer uitloopt. Dat is nu wat je noemt een ongewenst kruid en een invasieve exoot. Veel mensen hebben die dingen gekocht en in hun tuin uitgezet. Nog erger is dat vanwege ondernemersrechten die dingen nog steeds verkocht worden in tuincentra. In Engeland is de soort totaal verboden en kun je je huis niet eens meer verkopen als die plant (nog) in de tuin groeit.

Bijzonder

De

Japanse duizendknoop komt hier niet vandaan en er zijn daarom geen insecten, schimmels of dieren die hem van nature eten, dus kan hij ongebreideld doorgroeien. En dat doet hij heel goed: onder bestrating door tot 7m ver weg en via zaden. Duizendknoopsoorten komen ook in Nederland voor, bv Perzikkruid en Veenwortel en ook die zijn heel lastig in je akker. Ook hun wortels groeien heel diep en de planten komen altijd weer terug tot 1m hoog. Toch heeft ook de Japanse duizendknoop wel wat. Hij is mooi om te zien, de jonge stengels zijn eetbaar als rabarber en het is een nectarplant voor bijen. Maar om hem onder controle te houden is bijna onbegonnen werk. Wat een beetje werkt, is vanaf april tot oktober elke 14 dagen maaien en wortels uitgraven zodat je hem uitput. En de enige definitieve oplossing is alle grond tot mogelijk 3 m diep afgraven en steriliseren met stoom, maar dat is nogal wat.

Waar

Ook in de Haarlemmermeer komt deze plant op allerlei plekken voor in wegbermen of vanuit tuinen, zelfs na 40 jaar terug dringen nog in de Heimanshof vanuit de tuin van de beheerder uit 1980.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 3 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 bbarnsteenslakkleine dierenBarnsteenslak26 aug 2016augustus

Barnsteenslak, 26 aug 2016

 bbarnsteenslak

Slakken zijn over het algemeen een ondergewaardeerde groep organismen. Wereldwijd bestaan er wel 70.000 soorten, onderverdeeld in zeeslakken, naaktslakken, huisjeslakken en zoetwater slakken. Ze hebben een zeer nuttige rol bij het opruimen van organisch materiaal. Hoeveel soorten er in Nederland voo komen kon ik niet vinden, maar alleen in De Heimanshof hebben we tussen de 60 en 70 soorten gevonden. Sommige daarvan zijn zo groot als een zandkorrel en de wijngaardlakken bv zijn met 50 g. flink uit de kluiten gewassen. Vandaag wil ik uw aandacht vragen voor een vrij algemene landslak, die toch weinig bekend is: de barnsteenslak. Het is een huisjesslak met een buitengewoon fragiele schelp, een kleur heeft die de naamgever aan barnsteen deed denken.Het is een 1-1.5 cm groot landslakje dat graag bij water en in vochtig

grasland leeft.

Bijzonder

Zoals de meeste slakken soorten is deze slak hermafrodiet: Alle exemplaren kunnen als vrouw en als man fungeren. Vreemd is dat er wel ruimte is voor mannelijke en vrouwelijk geslachtorganen in elk individu, maar dat door ruimtegebrek van de gedraaide schelp er wel een van 2 nieren verloren is gegaan. Veel slakken en ook de barnsteenslak zijn tussen gastheer voor parasitaire wormensoorten, die er een bijzonder ingewikkelde levenscyclus op na houden. Ze hebben nl naast de slak ook een andere soort nodig in hun levenscyclus. Bij de barnsteekslak is dat een soort die vogels nodig heeft om in de cloaca daarvan volwassen te worden. Deze worm heeft een curieuze manier gevonden om in vogels verzeild te raken. De wormpjes vormen clusters die zich ophopen zich op in de oogtentakels van de barnsteenslak en maken daar heftig pulserende bewegingen terwijl ze ook de slak naar gevaarlijke open plekken dirigeren. Daarmee trekken ze de aandacht van vogels, waardoor de wormen hun levenscyclus af kunnen maken.

Waar

De barnsteek slak leeft graag nabij water op land en komt in heel Europa voor buiten de poolcirkels

 beemdkroonmetknautiabijplantenBeemdkroon29 okt 2011oktober

Beemdkroon, 29 okt 2011

 beemdkroonmetknautiabij

Met het korten van de dagen en het dalen van de temperatuur wordt het aantal bloeiende planten steeds minder. Maar er blijven altijd soorten die bloeien. Deze week een soort, die onze bermen met fraaie lila bloemen kan kleuren van juni tot aan de vorst. Beemdkroon of Knautia is een soort die in De Heimanshof massaal voorkomt, maar die landelijk als rode lijstsoort beschouwd wordt omdat hij zo snel in aantal af aan het nemen is. Die afname wordt geweten aan vermesting en verzuring van onze bermen. Beemdkroon is een plant uit de kaardenbolfamilie. Dat is te zien aan de zaadbollen waarop net als bij kaardenbollen naaldjes staan op elk zaadje in het zaadhoofd. Ook de bladeren maken met als bij de kaardenbollen een kommetje waar water in kan blijven staan, maar dan veel minder indrukwekkend dan de halve liter die in een echte kaardenbol-bladoksel kan blijven staan.

Beemdkroon is een vaste plant, wordt 50-100 cm hoog en geeft bladeren die onderaan gaafrandig en bovenaan diep ingesneden zijn. Er bestaat een verwante beemdkroonsoort, waarvan de bladeren allemaal ongedeeld zijn. Ook deze staat in De Heimanshof. Beemdkroon heeft een vertakte wortelstok en soms ook uitlopers.

Bijzonder

De bloemen bevatten veel nectar waar zowel dagvlinders als honingbijen en hommels op af komen. Er is zelfs een solitaire bij, de Knautiabij die speciaal afhankelijk is van deze plant(zie foto). Ook deze bij staat inmiddels op de Rode lijst van bedreigde soorten. Ook de knautiawespbij, wordt op deze plant gezien. Deze wespbij parasiteert weer op de knautiabij. De oude latijnse naam Scabiosa van beemdkroon heeft betrekking op het gebruik van de plant als middel tegen schurft.

Waar

Beemdkroon houdt van zonnige plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke, kalkhoudende grond. De soort groeit in bermen, in hooiland, bosranden, binnenduinen en langs spoorwegen en komt voor in Europa en West-Azië.De soort komt buiten De Heimanshof sporadisch voor in de polder.

 beflijstervogelsBeflijster17 apr 2010april

Beflijster, 17 apr 2010

 beflijster

Van de lijsterachtigen kent iedereen de merel, velen kennen de zanglijster en ook wintergasten als de koperwiek en de kramsvogel zijn vast redelijk bekend. Maar wie heeft er ooit in de Haarlemmermeer een beflijster gezien? Ik zeker niet, maar een lezeres uit de wijk Vrijschot bij het Haarlemmermeerse bos overkwam dat vorige week wel. De beflijster lijkt erg op de merel, maar onderscheidt zich vooral bij het mannetje door een brede witte band of zijn borst. Deze band heeft de soort zijn naam en ook zijn bijnaam dominee-merel gegeven. Ook de lichte randen rond zijn zwarte veren (zie foto) geven deze vogel een iets gedistingeerds, alsof hij een krijtstreep pak aan heeft. De bef is bij het bruine vrouwtje minder duidelijk. Terwijl de merel een standvogel is, is de beflijster net als de koperwiek en de kramsvogel een trekvogel met een krachtige vlucht. De maand april is de kans het grootst om er één of meer te zien. Dan trekken ze in Nederland in de grootste aantallen door van de Middellandse zee naar hun Scandinavische

broedgebieden.

Bijzonder

In Nederland worden de meeste exemplaren op de voorjaarstrek in april op de Waddeneilanden gezien. Soms alleen of samen met koperwieken en kramsvogels. In deze voorjaarstrek terug naar hun broedgebieden in het noorden lijken deze vogels minder haast te hebben. Ze worden dan vaker gezien en blijven soms een tijd hangen. In de herfsttrek naar het zuiden hebben ze meestal veel meer haast en worden minder gezien.

Waar

Beflijsters zijn broedvogels van bergachtige gebieden en rotsachtige natte heiden met een spaarzame begroeiing. Het nest wordt op de grond gemaakt, bij voorkeur onder een overhangende rots. De belangrijkste broedgebieden van de beflijsters liggen in Noorwegen, delen van Schotland en Engeland, in de Alpenlanden en de Balkan. In grote delen van west en midden Europa wordt de soort als trekvogel waargenomen. In Nederland broedt de beflijster zelden of nooit.

 beflijster2

 bergeendvogelsBergeend23 feb 2007februari

Bergeend, 23 feb 2007

 bergeend

De bergeend is een grote eend. Het verenkleed is opvallend wit, zwart en roodbruin. Het mannetje is van het vrouwtje te onderscheiden door een knobbel op de snavel (zie foto) Zijn voedsel bestaat voornamelijk uit slakken, wormen, schelpdieren, kleine kreeftjes en insecten. De bergeend is een typische modderaar. Hij zoekt het liefst voedsel in slikkige, open gebieden, zoals de Waddenzee. De soort is een holenbroeder en bouwt zijn nest vaak in een verlaten konijnenhol. Helaas neemt het aantal konijnen in de duinen sterk af, en daarmee de beschikbaarheid van geschikte broedplaatsen. Er vindt enige omschakeling plaats naar broeden in een dichte vegetatie.

Bijzonder

De naam bergeend heeft niets met bergen in de zin van ′hoge heuvels′ te maken, maar met de voortplanting; de soort kan relatief veel jongen grootbrengen of bergen. Van de bergeend

is daarnaast bekend dat een paartje makkelijk zijn jongen verlaat, b.v om te ruien. Gelukkig zijn de achterblijvende paartjes goede pleegouders. In mei kunnen dan ouders met 20-40 jongen van verschillend leeftijden worden waargenomen.

Waar

Nederlandse bergeenden zijn deels standvogel, een deel van de vogels trekt in de winter weg naar Ierland, Engeland of Frankrijk. De bergeend komt de laatste decennia steeds meer voor in het binnenland, waar ze vooral langs de rivieren, maar ook op akkers, aangetroffen kunnen worden.
Sinds de jaren ′70 is er een lichte maar constante toename in Nederland Dit komt vooral doordat gebieden in het binnenland gekoloniseerd zijn. Er is een groot verschil tussen het aantal paren dat een territorium heeft (11.000), en het aantal paren dat ook daadwerkelijk tot broeden komt (5.000 - 8.000).
Ook in de Haarlemmermeer is de bergeend een steeds bekender wordende verschijning. Schattingen over het aantal paren met territoria variëren van 50-100. De grootste aantallen komen voor rond de Groene Weelde en bij de gekantelde percelen. Losse paartjes die rond deze tijd weer aan het vestigen van territoria beginnen te denken, kunnen overal in de polder worden aangetroffen.

 bberrijptvarenschoteltjepaddenstoelenBerijpt varenschoteltje25 mrt 2017maart

Berijpt varenschoteltje, 25 mrt 2017

 bberrijptvarenschoteltje

De Nederlandse Mycologische (paddenstoelen) vereniging bestaat nu een jaar of 100. Toen de vereniging in 1995 begon met systematische registratie waren er ca 3500 paddenstoelen soorten bekend. En nu inmiddels ruim 6000. Dat ligt niet aan de ‘gewone’ (grote) paddenstoelen. Die waren wel zo’n beetje bekend en daar worden er maar af en toe nieuwe soorten ontdekt. Het gros van de nieuwe ontdekkingen bestaat uit kleine en mini soorten. Vaak zijn dat soorten die super gespecialiseerd zijn en bv alleen voor komen op eikels of beuken nootjes of op drollen van bepaalde soorten dieren. Deze week liep ik dankzij de scherpe blik van Lou van der Linden aan tegen weer een nieuwe soort die in dat verhaal past. Het was het Berijpt Varenschoteltje. Dit mini paddenstoeltje met een diameter van 2-3 mm

(zie foto) komt alleen voor op de oude stelen van tongvarens.

Bijzonder

Paddenstoelen die alleen varens verteren komen meer voor . De familie van de varenschoteltjes telt bijna 250 soorten. Daarbij moet u bedenken dat ver voor er bloemen en bomen waren, varens (en paardenstaarten) de belangrijkste planten soorten op land waren. Dat was inde tijd van de Dinosauriërs en daarvoor. Ook in die oude tijden speelde het probleem dat oude biomassa weer vrij moest komen na een groei seizoen en in die tijd ontwikkelde zich al de wederzijdse afhankelijkheid en samen werking tussen planten en de eerste paddenstoelen soorten.

Waar

De familie van de varenschoteltjes bestaat vooral uit kleine schotelvormige soorten die gespecialiseerd zijn in het verteren van specifiek varenmateriaal. Bijna elke varensoort heeft een eigen soort: het gewone varenschoteltje komt bv voor op adelaars varens. En het berijpt varenschoteltje tref je in het hart van tongvarens aan als die bladeren na de winter hun tijd gehad hebben, net voor de nieuwe bladeren zich uit rollen. En omdat tonvarens al vrij zeldzaam zijn, zijn deze varenschoteltjes dat nog meer.

 berkenboleetpaddenstoelenBerkenboleet27 okt 2012oktober

Berkenboleet, 27 okt 2012

 berkenboleet

De modder-race in de Groene Weelde heeft zijn sporen achtergelaten. Een deel van het parcours liep dwars door de door MEERGroen beheerde orchideeënweide en zelfs dwars over de door ons aangelegde ringslangen broedhoop. Enigszins gealarmeerd ben ik gaan kijken hoe groot de schade was. Het leek er op dat de modderfiguren weinig oog hadden voor ecologische pareltjes. Gelukkig waren de ringslangen-eieren al uitgekomen en zijn de meeste orchideeën al weer ondergronds gegaan. De controletocht leverde (zoals meestal) wel een onverwachte verrassing op. Tientallen soorten paddenstoelen, waarvan de berkenboleet de leukste was. In de Haarlemmermeer heb ik al eekhoorntjesbrood, kastanjeboleet en inktboleet gevonden, maar dit was een nieuwe boletensoort. Boleten zijn bekend uit de keuken omdat bijna alle soorten eetbaar en smakelijk zijn. Het zijn vaak forse exemplaren die meer dan een

kilo per stuk kunnen wegen en in goede staat tientallen euro’s/kilo kunnen opbrengen.

Bijzonder

In Nederland komt een 30-tal soorten boleten voor, waarvan alleen al de berkenboleet een stuk of tien ondersoorten of variëteiten kent, zoals zwarte, de witte en de oranje berkenboleet. De berkenboleet heeft zich gespecialiseerd in het leveren van diensten aan berken. Op dezelfde manier zijn er ook elzen, populieren, eiken en kastanjeboleten. Bv het eekhoorntjesbrood is minder soortspecifiek en groeit bij eiken, lindes, andere loof- en zelfs naaldbomen.

Waar

De nauwe band van de boleten met bomen gaat verder dan dat ze er vlak bij groeien. Ze hebben een intense en wederzijds voordelige relatie. De boleten vormen dichte netten van zwamdraden om de wortels van een specifieke soort of een groep van boomsoorten en wisselen onderling voedsel uit. De bomen leveren suikers of zetmeel en de boleten maken mineralen en water beschikbaar uit de grond waar de boom zelf niet bij kan. Deze symbiose stelt hen beiden in staat op voedselarme of droge plaatsen te groeien waar dat anders niet lukt.

 bessenglasvlinderinsectenBessenglasvlinder8 nov 2019november

Bessenglasvlinder, 8 nov 2019

 bessenglasvlinder

Bessenglasvlinder

Het insectenseizoen ligt al weer achter ons. In de zomer krijg ik zoveel meldingen, dat ik wel elke dag een column kan maken. Sommige waarnemingen zijn zo mooi of bijzonder, dat ik u deze niet wil onthouden. Zo kreeg ik begin september de bijgesloten foto van een van de meest actieve volgers van deze column (Janet Bakker uit Cruquius). Deze foto van de bessenglasvlinder is niet alleen bijzonder fraai. Het is ook weer eens een foto van een soort uit een groep waar ik zelfs nog nooit tegen aangelopen ben in 50 jaar: de wespvlinders. Iedereen kent wel dagvlinders en nachtvlinders, maar deze groep van dag actieve nachtvlinders met doorschijnende vleugels is niet erg bekend. In Nederland komen er 13 soorten wespvlinders voor en wereld wijd ca 1400.

Bijzonder

Wespvlinders zijn volledig

onschuldige nectar-eters zonder bijzonder verdedigingsmiddelen en zijn daardoor een makkelijk prooi van bv vogels. Het risico om al te veel als prooi opgepeuzeld te worden verminderen zij , net als veel ander onschuldige insecten( zoals zweefvliegen) door gebruik te maken van mimicry: ze hebben in de loop van evolutie een vorm aangenomen die lijkt op wespen. Daar hoort de tekening bij en de voor vlinders smalle en doorschijnende vleugels. De bessenglasvlinder heet zo, omdat zijn rups bijna alleen leeft op de planten van zwarte, rode en kruisbesstruiken. De rups van deze vlinder leeft 1 tot 4 jaar in het hout van deze bessenstruiken en is kaal waardoor hij op een vliegenmade lijkt.

Waar

De bessenglasvlinder komt in heel Europa voor maar niet in Noord-Scandinavië en niet op de Middellandse Zee-eilanden in Noord-Turkije , de Baltische staten, Wit-Rusland, de Oekraïne, het Europese deel van Rusland, Noord-Kazachstan en tot de Altaj. Met ribes struiken is de soort in de VS, Zuid-Canada, Zuid-Australië en Nieuw-Zeeland terecht gekomen. In Nederland wordt de soort weinig waargenomen. Feromoon(seks geurstof) onderzoek heeft uit gewezen dat de soort algemener is dan gedacht.

 beuk_staandbomenBeuk25 apr 2016april

Beuk, 25 apr 2016

 beuk_staand

Eind april, begin mei is er een explosieve groei gaande in de natuur. In vier weken tijd verandert onze omgeving van grijs en grauw naar fris groen in duizend tinten. Een van de meest indrukwekkende gedaanteverwisselingen om te volgen, is die van de beuk. Meestal gebeurt dat in de eerste week van mei, maar door het zachte weer lijkt ook deze boom zich te laten verleiden om eerder in blad te gaan. De beuk maakt namelijk lange winterknoppen die zich in luttele dagen lijken uit te rollen. En dan komt er niet alleen een blad uit, maar een hele twijg met een stuk of 6 bladeren. De beuk maakt zo’n dicht bladerdak dat er bijna geen andere planten onder kunnen groeien.

Bijzonder

De beuk is een boom die niet erg houdt van de zware Haarlemmermeerse klei. Op goed doorlatende zandgrond staan er veel meer. Toch staan er in onze polder vaak mooiere exemplaren

dan op de arme ‘voorkeursgronden’. Een paar van de mooiste bomen uit de ‘Bomenroutes om bij weg te dromen’ zijn beuken. Let maar eens op langs de Hoofdvaart in Hoofdorp bij de afrit van de N201, waar een prachtige treurbeuk staat. Honderd meter verder, bij de inrit van Industrieterrein Noord (Woodward) staat een prachtige beuk van 5 meter omtrek. De allermooiste beuk staat aan de Kromme Spieringweg bij een van de eerste boerderijen van de polder. Die is echt net zou oud als de polder + 10 jaar en meet 6 meter in omtrek. De oudste beuk van polder staat bij gemaal Buitenkaag. Die is waarschijnlijk geplant als 20 jarige rond 1845. Helaas is er om deze boom te ruw gemaaid, zodat een platte tonderzwam vat heeft gekregen op het hout en deze boom binnen 20-30 jaar dood zal zijn.

Waar

De beuk is een van de inheemse bomen van Europa, die verder alleen in de Verenigde Staten is ingevoerd. Mede om dat hij op arme grond groeit, maakt de beuk gebruik van schimmels om aan moeilijk beschikbare voedingsmiddelen te komen. Zulke schimmels die ook weer profiteren van suikers die de boom hen teruglevert, zijn bijvoorbeeld het eekhoorntjesbrood en andere smakelijke boleten.

 beukbomenBeuk10 dec 2010december

Beuk, 10 dec 2010

 beuk

De aanleiding voor deze column is, dat er afgelopen zaterdag op de natuurspeelplaats (in aanbouw) op De Heimanshof een monumentale beukenstam is geplaatst als (liggende) klauterboom. Deze beuk van 180 jaar oud was in de duinen geveld door een storm. De beuk is een inheemse boomsoort met hardhout en een gladde bast die misschien wel 20 jaar als klauterboom geschikt blijft. In de Haarlemmermeer op de klei staan bijna geen beuken. Op het zand in de duinen des te meer. Grote bomen in onze polder zijn meestal wilgen of populieren, die na rooien in 3- 5 jaar verteren. Deze zijn dus minder geschikt als speelbomen. Volwassen beuken zorgen in bossen voor een dicht bladerdek, waardoor ondergroei weinig kans krijgt. Met zijn grootte tot 40 meter is het een hoge boom. De boom leeft in symbiose met schimmels. De boom levert suikers en de schimmel levert mineralen daarvoor terug. Beukenbossen behoren

tot de mooiste bossen. De bestuiving vindt plaats door de wind. De beuk kan goed tegen schaduw en is een climax-soort, dwz dat ze het eindstadium van de ontwikkeling van een bos vormen.

Bijzonder

De vrucht van de beuk bestaat uit nootjes. Beukennootjes worden verspreid door dieren, die ze als wintervoorraad gebruiken. De beuk heeft een zeer gevoelige bast voor zonneschijn. Als er door b.v. storm of een andere reden een deel van de kroon afbreekt, kan dit leiden tot de dood van de boom, door teveel zon op de stam. De knoppen van de beuk zijn erg lang en bevatten de volledige bladeren, die rond half mei in een paar dagen uitrollen. Beukenhout is zeer buigzaam en gemakkelijk te draaien, waardoor het uitstekend geschikt is voor het maken van meubilair. Het heeft een fijne nerf en geen knoesten, aangezien de takken al jong afvallen.

Waar

Van nature staat een beuk op zware bodems met een goede drainage, maar aangeplant vind je hem ook elders. De oudste boom van het nieuwe land in onze polder is een beuk van nu 158 jaar oud bij boerderij de Eersteling met een stamdiameter van ruim 2 m.

 beukendopgeweizwampaddenstoelenBeukendopgeweizwam21 mrt 2015maart

Beukendopgeweizwam, 21 mrt 2015

 beukendopgeweizwam

Afgelopen week was de nationale boomfeestdag en dus liep ik te zoeken naar een onderwerp over bomen: Het bomenpad in het Haarlemmermeerse bos is heropend, de 14 routes langs monumentale bomen om ’bij weg te dromen’ zijn gelanceerd en op De Heimanshof staan tot 1 april10.000 gratis boompjes van 54 soorten klaar om mee te nemen. Een van de soorten die we dit jaar in grote getalen beschikbaar hebben, (2500) zijn beuken. Die beuken groeien uit beukenootjes, waarvan er in sommige jaren miljoenen zijn per boom. Als er zo’n top jaar van beukenootjes is, worden lang niet al die nootjes een boom: muizen, eekhoorns, vogels eten het gros op. Maar ook op andere manieren komen de beuken aan hun eind. En dat brengt me op het eigenlijke onderwerp van deze week: de superspecialisten: de natuur zit zo mooi en ingewikkeld in elkaar dat er overal waar er wat te halen valt, soorten

ontstaan die er gebruik van maken. Een van die superspecialisten is de Beukendopgeweizwam (foto). Dat is een verwant van het zeer algemene gewone geweizwammetje wat op oude stronken groeit. Deze soort groeit alleen op de schillen van beukennootjes en dan nog alleen als die onder een laag bladeren liggen.

Bijzonder

De beukendop geweizwammetjes lagen in een dikke laag strooisel onder een beuk in Burgerveen en zijn prachtig gefotografeerd door Laurens v/d Linde, die al vaker leuke ontdekkingen heeft vast gelegd. De natuur zit vol met de superspecialisten. Maar je moet er een oog voor ontwikkelen om ze te ontdekken: een schotelzwammetje dat ook alleen in een leeg beukendopje groeit; de rupsendoder, een zwam die alleen op vlinderpoppen groeit en de larvendoder die alleen op de larve van de spinnende water kever leeft; en uit de insectenwereld: hyperparasieten: zeer kleine sluipwespen die leven op de larven en poppen van al zeer kleine sluipwespen die bv op bijen en vliegen parasiteren.

Waar

De beukendopgeweizwam groeit alleen op vochtige beukendopjes onder een laag strooisel.

 bbijenbloem-phaceliaplantenBijenbloem17 jun 2017juni

Bijenbloem, 17 jun 2017

 bbijenbloem-phacelia

Op het Raadhuisplein in Hoofddorp lag tot ruim een jaar geleden een skatebaan. Om dat er gebreken ontstonden, werd deze afgekeurd. In het kader van de vergroening van het winkelcentrum werden er niet alleen fruitbomen geplaats door de winkeliers, maar werd ook de skatebaan een jaar geleden voorzien met 100 m3 grond. Verschillende pogingen om er groen tot ontwikkeling te brengen hadden veel van ‘jeugderosie’ te leiden. In april mocht Stichting MEERGroen het proberen en de gecombineerde opzet van dicht groen, vervolgbeheer en samenwerking met de jeugd lijkt vruchten (bloemen) af te werpen. Na de bloei van vruchtbomen en de viooltjes is nu de dominante bloeier de bijenbloem of Phacelia en andere soorten en mediterrane kruiden volgen nog. Tussen deze planten zijn veel bloeiende stuikjes en wilgen geplant, die de bloei en de groei volgend jaar overnemen Het is een aanrader om bv in combinatie met het Groene Loper festival

op 25 juni deze Groene Oase eens te bezoeken. Er wordt dan uitleg over deze Groene oase gegeven en rondleidingen.

Bijzonder

Phacelia wordt in de landbouw veel gebruikt als groenbemester na een vroeg gewas omdat deze soort door zijn snelle groei andere ongewenste soorten onderdrukt en zelf makkelijk te hakselen en onder te ploegen is. Onder gunstige omstandigheden produceert de soort veel nectar en stuifmeel, onder droge omstandigheden alleen stuifmeel. Daarom is Phacelia ook populair bij bijen en imkers. En daar dankt Phacelia zijn Nederlandse naam bijenbloem of bijenvoer aan. De bloeiers in de Groene Oase zelf staan er vitaal bij met 60 cm hoogte, omdat er water gegeven wordt (foto). In de droge boomspiegels van de bomen ernaast staat dezelfde Phacelia er met 10 cm hoogte minder goed bij dan de wespenorchissen die hun voedsel en vocht via schimmels betrekken (inzet). Phacelia behoort met longkruid, smeerwortel of ossentong tot de familie van de ruwbladigen.

Waar

Phacelia is van oorsprong geen inheemse soort en is afkomstig uit de Verenigde Staten. Vanuit de landbouw is de soort overal in Nederland ingeburgerd en handhaaft zich.

 winterbijenorchisplantenBijenorchis in de winter4 mrt 2018maart

Bijenorchis in de winter, 4 mrt 2018

 winterbijenorchis

Het is in deze column niet gebruikelijk om een soort 2x te behandelen, maar deze week gebeurde er zo iets bijzonders dat ik me daar toch aan bezondig. Het gaat om de bijenorchis. Dat is wat mij betreft de mooiste wilde orchidee (inzet foto), die we in Nederland en zelfs in Europa hebben. Deze soort bootst zo perfect de vorm van een bij na en daar horen ook de lokstoffen bij ze gebruiken om elkaar te vinden, dat mannelijke bijen (darren) uitgenodigd worden om te paren met deze bloem. En dan krijgen ze een halter met miljoenen stuifmeelkorrels omgehangen die ze in een keer bij een andere bloem weer afgeven.

Bijzonder

Een van de ander bijzondere kwaliteiten van deze orchidee is dat hij als enige Nederlandse orchideeënsoort niet pas in mei of juni boven de grond komt vanuit de knol die ze allemaal

vormen: deze soort overwintert als bladrozet. Dat kwam goed uit bij een nieuw project dat we afgelopen week begonnen: de aanleg van een groente- en kruidentuin bij Restaurant Den Burgh. Omdat we als natuurliefhebbers eerst de plek goed bekeken zagen we honderden bladrozetten van de bijenorchis in het gazon. Die hebben we allemaal uitgestoken en verplant voordat een grote tractor de grond bouwrijp maakte ( op de foto 3 geredde exemplaren). Daar kunnen veel aannemers en hoveniers nog een puntje aan zuigen. Meestal wordt alle flora en fauna ‘over het hoofd gezien’.

Waar

De Haarlemmermeer lijkt wel een kale polder, maar wat betreft orchideeën is het een unieke plek in Nederland. In aantallen komen er bijna nergens zovele orchideeën voor. Wel niet de 60-70 soorten zoals in Limburg: maar ‘onze’ 16 soorten staan vaak met tienduizenden bij elkaar. Dat komt door de schelpenkalk in de grond, de op sommige plekken arme zandgrond van oude zandbanken in de Waddenzee die hier ooit lag (vooral rond Hoofddorp) en brak grondwater. De bijenorchis, die ooit in Beukenhorst vaste voet aan de grond kreeg heeft zich nu overal in de regio tot in Amsterdam uitgezaaid.