bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Japanse Duizendknoop, 18 jan 2020

 japanseduizendknoop2

Voor deze column laat ik mij meestal inspireren door wat er voor mijn voeten komt en dat is elke dag heel veel. Vandaag was ik in een van de MEERGroenprojecten in Heemstede een strook van 100 x 20 m totaal uit de hand gelopen Japanse Duizend knoop te maaien. De planten waren 3 meter hoog (foto) en de wortelstronken waren 10-15 cm dik en keihard verhout. En dan te bedenken dat die wortels tot 3 m diep doorgaan en dat elk stukje wortel wat in de grond blijft zitten weer uitloopt. Dat is nu wat je noemt een ongewenst kruid en een invasieve exoot. Veel mensen hebben die dingen gekocht en in hun tuin uitgezet. Nog erger is dat vanwege ondernemersrechten die dingen nog steeds verkocht worden in tuincentra. In Engeland is de soort totaal verboden en kun je je huis niet eens meer verkopen als die plant (nog) in de tuin groeit.

Bijzonder

De

Japanse duizendknoop komt hier niet vandaan en er zijn daarom geen insecten, schimmels of dieren die hem van nature eten, dus kan hij ongebreideld doorgroeien. En dat doet hij heel goed: onder bestrating door tot 7m ver weg en via zaden. Duizendknoopsoorten komen ook in Nederland voor, bv Perzikkruid en Veenwortel en ook die zijn heel lastig in je akker. Ook hun wortels groeien heel diep en de planten komen altijd weer terug tot 1m hoog. Toch heeft ook de Japanse duizendknoop wel wat. Hij is mooi om te zien, de jonge stengels zijn eetbaar als rabarber en het is een nectarplant voor bijen. Maar om hem onder controle te houden is bijna onbegonnen werk. Wat een beetje werkt, is vanaf april tot oktober elke 14 dagen maaien en wortels uitgraven zodat je hem uitput. En de enige definitieve oplossing is alle grond tot mogelijk 3 m diep afgraven en steriliseren met stoom, maar dat is nogal wat.

Waar

Ook in de Haarlemmermeer komt deze plant op allerlei plekken voor in wegbermen of vanuit tuinen, zelfs na 40 jaar terug dringen nog in de Heimanshof vanuit de tuin van de beheerder uit 1980.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 9 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 tammekastanjebomenTammeKastanje7 dec 2019december

TammeKastanje, 7 dec 2019

 tammekastanje

De bladeren zijn van de bomen, die daarmee in rust zijn. Dat is het startschot voor het verzamelen van zaailingen die we rond de nationale boomfeestdag (18 maart) bijna gratis weg gaan geven aan iedereen die zijn tuin of terrein natuurvriendelijk wil inrichten. Dat doen we al vanaf 2009. Dit jaar werken we toe naar ca 30.000 boompjes van ca 60 soorten. Maar we gaan dit jaar nog een stuk verder. Er is nl. grote zorg over de klimaatverandering, waar veel over vergaderd wordt, maar nog weinig aan gedaan. Eigenlijk is het wereldwijde ecosysteem al zo uit balans dat we te laat zijn als we nu pas beginnen. Maar er is altijd hoop. Met het planten van 100 miljoen km2 klimaatbos in 30 jaar zouden we 50-100 jaar tijd kunnen winnen. Maar dat moet dan wel een topprioriteit worden. Wij beginnen vast, ook in de Haarlemmermeer en met een paar 100.000 gratis zaailingen kan dat een stuk goedkoper dan normaal.

En met klimaatbos overal, in Park 21, Spaarnwoude, wegbermen en waar dan ook kunnen we ook voedselbossen, biodiversiteit, fijnstof vangen en nog veel meer doelen combineren. Met 2 van die doelen hangt de tamme kastanje nauw samen.

Bijzonder

Tamme kastanjes zijn nl eetbaar en lekker en het hout heeft de kwaliteit van tropisch hardhout waardoor het onbeschilderd 25 jaar buiten goed blijft. Wij hebben in 2 weken al 4000 boompjes en (fruit)struiken verzameld en de foto toont 2500 hazelnoten en 800 tamme kastanjes op te kweken. Wie doet er mee met opkweken en met het verzamelen van de 30.000 weggeefbomen en een paar 100.000 klimaatbosbomen?

Waar

De tamme kastanje komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en is hier al door de Romeinen ingevoerd. Ook in de Haarlemmermeer staan op veel plekken tamme kastanjes, bv bij de Sterrenschool (ex Bikube) die flink kastanjes produceren. Ze staan liefst op wat zandige grond en dat is er volop in deze polder die bestaat uit zandbanken en kleigeulen van een oude Waddenzee. En met de klimaatverandering wordt het weer hier steeds gunstiger voor ze.

 ccycadeSynophropsis7insectenSynophropsiscicade7 okt 2017oktober

Synophropsiscicade, 7 okt 2017

 ccycadeSynophropsis7

Meestal zoek ik een Nederlandse naam van de soort die behandeld wordt. Maar de soort cicade die vorige week in De Heimanshof werd aangetroffen was een nieuwe soort in Nederland, waarvan dit pas de tweede waarneming in het land was. In mei dit jaar werd deze soort voor het eerst in Nederland in Limburg aangetroffen. Dus we moeten het voorlopig doen met deze tongbrekende naam. Een goede kans voor een naam is de Lauriercicade, want de Mediterrane (echte) laurier is zijn favoriete voedingsplant. Maar bij gebrek daaraan wordt hij ook wel op andere struiken met harde bladeren aangetroffen zoals de Portugese Laurier, Hulst en zoals in De Heimanshof op de liguster. De wakkere waarnemer was Theo Terwiel , een fotograaf die veel natuuropnamen maakt en stad en land afstruint op bijzondere insecten en ook vaak in De Heimanshof op bezoek

is.

Bijzonder

Er zijn wereldwijd ongeveer 40.000 soort cicaden bekend. De meeste soorten zijn rond een halve cm groot Rond de Middellandse zee komt een grote soort van 2 cm voor die op zomerse dagen permanent een oorverdovend gesnerp produceert. Bladluizen en wantsen zijn verwante soorten, die net als de cicaden een zuigsnuit hebben waarmee ze plantensappen opzuigen. Sommige soorten cicaden produceren het bekende schuimbeestje. In dat zelf geproduceerde schuim beschermt de larve zich tegen vogels. Een dergelijk nest wordt wel koekoeksspuug genoemd. Een bijzonderheid van cicaden is dat veel soorten een symbiotische relatie hebben met bepaalde bacteriën. Deze helpen de cicade bij het verteren van z´n voedsel. Cicaden zijn driehoekig en hebben een springpoot waar mee ze tientallen keren hun eigen lengte weg kunnen springen (foto)

Waar

Sommige soorten komen in grote aantallen voor op door de mens geteelde gewassen en worden beschouwd als plaaginsecten. Synophropsis was tot 1850 vooral bekend van de Balkan en is sinds die tijd een opmars begonnen rond de Middellandse zee en recentelijk noordwaarts. Mogelijk dankzij de klimaatverandering.

 stormmeeuwvogelsStormmeeuw4 apr 2015april

Stormmeeuw, 4 apr 2015

 stormmeeuw

De Haarlemmermeer ligt niet ver van de zee en dat kun je merken aan het feit dat er waar en wanneer je naar de lucht kijkt altijd wel ergens wat meeuwen ziet rondvliegen. Meeuwen leven van afval, vis, aas, wormen en in feite alles wat ze te pakken kunnen krijgen. Zoals overal in de natuur heeft deze succesvolle groep vogels zich gaandeweg uit gesplitst in soorten die verschillende ‘niches’ benutten. Niches zijn combinaties van eigenschappen om te overleven en dat betekent meestal het benutten van verschillende soorten voedsel. Zo ontwikkelt zich meestal een reeks van kleinere en grotere soorten, die kleinere en grotere prooien eten. Bij meeuwen is de dwergmeeuw de kleinste en de grote mantelmeeuw de grootste soort. In onze polder zie je vooral kokmeeuwen ( met zomers een zwart kapje), stormmeeuwen en zilvermeeuwen ( met grijze vleugels), kleine en grote mantelmeeuwen (met zwarte vleugels).De

aanleiding voor deze column is dat er tekenen zijn dat zich stormmeeuwen die vooral in de duinen en op de Waddeneilanden broeden bezig zijn om ook 2 kolonies op daken te vormen. Eentje in Industriepark Hoofddorp Noord en eentje in de President.

Bijzonder

De stormmeeuw is kleiner dan de zilvermeeuw en heeft met een ronde kop en en een zwarte iris een vriendelijker uitstraling dan de zilvermeeuw, die in kustplaatsen soms al een plaag wordt ervaren. Zowel zilvermeeuwen als stormmeeuwen zoeken vaak voedsel door de trillingen van een mol na te bootsen in grasvelden waardoor wormen naar boven vluchten. Stormmeeuwen zijn helemaal niet zo al gemeen: naar schatting 7000 paar in Nederland. Een jaar of 5 geleden hadden we een grote meeuwen en sternen kolonie op het dak van de het PWN gebouw. Doordat het dak lekte, kwam er vogelpoep in het drinkwater. In plaats van het lek te maken is de kolonie verstoord. De vogels zoeken nog steeds naar een nieuwe plek, vaak op daken van gebouwen.

Waar

Stormmeeuwen komen in heel het Noordelijk halfrond voor in 4 ondersoorten. Vooral langs kusten.

 sstobbenzwampaddenstoelenStobbenzwam17 nov 2016november

Stobbenzwam, 17 nov 2016

 sstobbenzwam

Op een enorme wilg in De Heimanshof die dit jaar afgestorven is, vormden zich de afgelopen weken dichte clusters van grote bruine paddenstoelen, met een heel duidelijke ring op de steel. Ik kende de soort niet, maar in de dagen daarna zag ik ze opeens overal. Het bleek het stobbenzwammetje te zijn. Op onze wilg zaten er na een week wel 1500 en de groei gaat nog steeds door. Ook hoger op de stam beginnen ze te verschijnen en op ondergrondse wortels wat verder van de stam ook. Het is echt een indrukwekkend verschijnsel. Alles bij elkaar staan er nu al meer dan 50 kilo aan paddenstoelen.

Bijzonder

Nader onderzoek leert dat het stobbezwammetje ook eetbaar is en dat alleen de hoed gegeten wordt. Natuurlijk

hebben we dat geprobeerd en de smaak is iets bitter en een beetje scherp zoals radijs en hij ruikt zoet. Maar als er in een week tijd 50 kilo kan verschijnen is er vast wel een lekker recept mee te maken. Bij regen ontstaat er op de hoed een geleiachtige laag. De steel van het stobbenzwammetje heeft altijd een ‘strakke’ ring. Die ring is een overblijfsel van het vlies dat tijdens de groei in jonge toestand de hoed met de steel verbindt. Onder de ring is de steel donkerbruin en daarboven licht geel. Het stobben zwammetje moet niet verward worden met het niet eetbare zwavelkopje, een andere algemene paddenstoel of dode stammen. Deze is kleiner, helder geel met een contrasterende kleur op de punt. Zowel het zwavel kopje als het stobbenzwammetje zijn saprofytische soorten. Dat wil zeggen: ze maken de boom niet ziek of dood: bij een boom die dood is helpen ze bij de afbraak.

Waar

Het stobbenzwammetje is in Nederland zeer algemeen en groeit in dichte groepen op stobben en stronken van eik, els, berk en wilg.

 stinkendnieskruidplantenStinkend Nieskruid14 jan 2008januari

Stinkend Nieskruid, 14 jan 2008

 stinkendnieskruid

Niet alleen mossen hebben in de winter hun toptijd. Er zijn ook hogere planten die in de kou goed gedijen. Stinkend nieskruid of kerstroos is er zo een. Het is een plant van rotsachtige hellingen, bermen en open bossen, die in ons land wel in tuinen wordt aangetroffen en zich van daaruit heeft verspreid. Dit familielid van de boterbloemen is een wintergroene vaste plant. Hij heeft zijn Nederlandse naam te danken aan de groenige bloemen die stinken als ze worden aangeraakt. De plant zaait zich vrij makkelijk uit. Met de steeds zachtere winters doet hij zijn bijnaam Kerstroos eer aan en bloeit dan zeker tot april. Door deze vroege bloei is de plant, samen met bolgewassen een welkome voedselbron voor bijen en andere insecten. De mieren waarderen de olie die uit de zaden komt, en slepen deze mee. Op deze manier vindt de verspreiding van de zaden plaats.

Bijzonder

Alle plantendelen zijn zwak giftig. De onaangename geur van de bloemen is zeer sterk als de enigszins

leerachtige bladeren worden fijngewreven (gebruik handschoenen). De zaden kunnen bij het oogsten jeuk veroorzaken en pijn in de vingers. Ze bevatten een stof die huid- en slijmvliezen irriteert en een andere, die op het hart inwerkt. Vergiftigingsverschijnselen komen uiterst zelden voor en geen reden om deze mooie plant uit de tuin te bannen. De plant stond bekend om zijn genezende werking bij depressies en waandenkbeelden. De latijnse naam Helleborus betekent: voedsel uit de Hel. Volgens de overlevering stierf Alexander de Grote aan een overdosis van dit kruid omdat zijn artsen er iets te scheutig mee waren.

Waar

Stinkend Nieskruid is een plant die oorspronkelijk uit de berggebieden rond de Alpen, Karpaten en Apenijnen komt. Tot in België komt deze soort inheems voor. In ons land vooral in tuinen en verwilderd.

Terugmeldingen

Een maand geleden meldde ik de zeldzame velduilen, die broeden op Schiphol. Sinds kort is een spectaculaire groep van 15 wintergasten van deze soort neergestreken op het braakliggende terrein van het toekomstige Toolenburg-Zuid. Ongetwijfeld doen ook deze dieren zich te goed aan (de resten van) van de grote veldmuizenpopulatie van dit jaar, waaraan zoveel andere roofvogels en uilen een bijzonder goed jaar te danken hebben.

afbeelding niet gevondenplantenStijf hardgras3 jul 2014juli

Stijf hardgras, 3 jul 2014

Dat buiten goed opletten altijd wat leuks oplevert, heeft de regelmatige lezer van deze column al kunnen ontdekken.
Een leuke ontdekking hoeft er niet altijd spectaculair uit te zien. Soms zit het bijzondere van een waarneming juist in kleine details.
Nu de zomer is ingetreden, vallen vooral de grote grassen op, die geel aan het afrijpen zijn. Maar er zijn ook hele kleine grasjes, die door hun sierlijkheid (bv klein trilgras) bijzonder zijn of omdat ze een indicatorplant zijn voor een bijzondere omstandigheid, zoals kamgras of klein timothee gras (deze groeien alleen op in de Haarlemmermeer zeldzame voedselarme omstandigheden).

stijf hardgras


Alle drie deze grassen zijn zeldzaam, maar geen van hen

is zo zeldzaam als het grasje waar een half schoolplein mee vol bleek te staan: stijf hardgras.

Bijzonder

Stijf hardgras komt vrij veel in De Heimanshof voor. Het is meestal maar 10 cm en soms 20 cm hoog. Om die reden wordt het overal verdrongen door hoge grassen, die goed groeien op onze voedselrijke grond. Daarom heeft stijf hardgras zich gespecialiseerd in het leven op onherbergzame plaatsen: op plaatsen waar het gloeiend heet wordt in kieren tussen stenen en waar veel gelopen wordt. Verder houdt het plantje van kalkrijke grond.
In heel Nederland wordt het slechts gemeld uit een paar tientallen kilometertelhokken. En daarom staat het op de rode lijst als beschermde soort die weliswaar niet snel aan het uitsterven is, maar toch zeer zeldzaam. En het kan helemaal niet tegen mestgift en bestrijdingsmiddelen. Een schoolplein vol ermee is dus een leuke opsteker.

Waar

Stijf hardgras is een eenjarig gras van droge stenige kalkrijke omstandigheden. Het komt vooral in Europa voor en op een paar geïsoleerde plekken in Australië en Amerika. Daar is het waarschijnlijk door mensen geïntroduceerd.

In Nederland  komt het in de duinstreek en in Limburg van nature voor.  In de Haarlemmermeer is het aan te treffen in De Heimanshof en op het schoolplein van basisschool De Tovercirkel.

 steenrodeheidelibelinsectenSteenrode Heideibel18 aug 2018augustus

Steenrode Heideibel, 18 aug 2018

 steenrodeheidelibel

Libellen zijn er in soorten en maten. De meest algemene kleine soorten heten waterjuffers. Die vouwen hun vleugels samen boven hun lichaam als ze zitten. De grootste soorten van wel 8 cm groot, heten glazenmakers. Dat komt omdat ze hun vleugels breeduit hebben als ze zitten, net zoals de glazenmakers uit de middeleeuwen het glas op hun rug droegen bij aflevering. En dan zijn er de meer gedrongen ‘middensoorten’ die in grootte tussen de juffers en de glazenmakers inzitten. De meest algemene daarvan in onze regio is de oeverlibel, waarvan de mannetjes blauw zijn en de vrouwtjes geel en er is een groep van rode soorten die heidelibellen genoemd worden.

Bijzonder

Ook de midden soorten dragen hun vleugels bij zitstand breeduit. Wereldwijd zijn er ongeveer 70 soorten, waarvan er 10 in Nederland voorkomen, waarvan er 6 nogal zeldzaam

zijn. Hoewel je dat niet zou verwachten, komen heidelibellen op veel plekken voor en niet alleen op heide terreinen. Er zijn 4 vrij algemene soorten, die dit jaar waarschijnlijk door de hoge temperaturen extra algemeen zijn: de zwarte heidelibel die zoals de naam zegt zwart is, de bloedrode heidelibel, de steenrode heidelibel en de bruinrode heidelibel. Het zijn de volwassen manentjes die rood zijn. De vrouwtjes en jonge mannetjes zijn geel, oranje of bruin. Op de foto staat een mannetje van de steenrode heidelibel. Het onderscheid tussen de soorten is vaak niet zo makkelijk. Maar op de foto is te zien dat de poten niet egaal zwart zijn (bloedrode heidelibel), maar gestreept. Dus het is een mannetje steenrode heidelibel. En deze was ver van de heide, gewoon in de Haarlemmermeer te vinden.

Waar

Bruinrode en steenrode heidelibellen zijn algemeen bij allerlei stilstaande wateren en niet zelden komen beide soorten op dezelfde plek voor. De bruinrode heidelibel heeft een lichte voorkeur voor watertjes met weinig vegetatie op de zandgronden en Oost- en Zuid Nederland, terwijl de steenrode heidelibel algemener is bij sterker begroeide wateren op de veengronden in West- en Noord-Nederland.

 ssteenmartergrote dierenSteenmarter23 sep 2017september

Steenmarter, 23 sep 2017

 ssteenmarter

Al jaren zijn er onbevestigde berichten over steenmarters en/of boommarters in de Haarlemmermeer. Een jaar of 3 geleden hebben veel mensen aan de Ijweg zo’n marter gezien, maar niemand had een foto en het jaar erop leek een melding uit het Haarlemmermeerse Bos er ook op. Maar met meldingen van niet geoefende waarnemers is het erg op passen. Vaak blijkt het toch om een bunzing te gaan, die hier vrij algemeen is of zelfs om een kat. Maar dit jaar is het dan toch gebeurd. In april werd een dode steenmarter uit Hillegom bij De Heimanshof gebracht (zie foto boven) en in augustus kwam er een foto binnen van een jonge steenmarter uit een tuin in Hoofddorp (onder).

Bijzonder

De steenmarter (stadsmarter) is een marter net als hermelijn, wezel, bunzing, fret, das, otter en nerts. Marters kunnen goed klimmen en passen zich makkelijk

aan. Een volwassen steenmarter is 40-50 cm lang, plus een staart van 25 cm. Ze zijn bruin met een witte vlek op hun keel en borst. Steenmarters hebben een heel eigen ′huppelende′ manier van lopen. Ze kunnen goed klimmen en springen tot 1,5 m. hoog. Ze zijn zeer flexibel en kunnen door kleine gaten (5-7 cm) kruipen. Ze eten vooral kikkers, muizen, ratten, eekhoorns, aangevuld met vruchten en eieren. In steden eet hij ook afval en soms kippen, konijnen of andere kleine huisdieren. Ze zijn vooral ′s nachts actief. Overdag zoeken ze vaak een rustige plek op zoals hopen takken, greppels, holle bomen of lege schuren. De steenmarter maakt meestal weinig of geluid behalve stommelen in of rondom het nest.

Waar

De steenmarter komt uit Zuid- en Oost-Europa en Azië maar trekt de laatste decennia naar NW Europa. In Nederland tot nu toe vooral in het Oosten. Zijn voorkeursbiotoop is een landelijke omgeving bij menselijke activiteit (ivm voedsel). Maar steeds vaker wordt hij in steden en dorpen gesignaleerd. Omdat ze afkomen op bekabeling van (warme) automotoren omdat daar visolie in verwerkt zit, reizen ze soms grote afstanden mee als verstekeling.

 steenbreekvarenplantenSteenbreekvaren24 feb 2008februari

Steenbreekvaren, 24 feb 2008

 steenbreekvaren

Steenbreekvarentjes zijn rotsplanten, met een voorkeur voor beschaduwde vochtige noordhellingen. Soms staan ze ook op de zonkant, maar dan moet de standplaats vochtig genoeg zijn. De naam komt van de misvatting dat deze varen stenen zou splijten en verweren. De werkelijkheid is anders. Alleen als stenen en met name het cement ertussen verweerd is, maakt de plant een kans om zich te vestigen. Het is een fraai plantje dat zomers en ’s winters groen blijft. De geveerde bladen zijn meestal 20 cm lang. De blaadjes vallen in het 2e jaar van de nerf. De steenbreekvaren heeft net als andere varens en mossen geen bloemen, maar vormt sporen. De sporen zijn rijp tussen mei en oktober.

Bijzonder

In Nederland komt de steenbreekvaren vooral voor op oude muren met verwerend cement. De Nederlandse neiging om alles netjes te restaureren en op te knappen is de grootste bedreiging. De soort staat in Nederland op de Rode lijst van bedreigde soorten. Dit lot staat ook binnenkort 33 steenbreekvarens in Haarlem te wachten. De gemeente Haarlem zoekt naar een alternatieve locatie. Mogelijk komen deze

als logee’s in De Heimanshof terecht of elders in de Haarlemmermeer.

Waar

De steenbreekvaren komt overal ter wereld in gematigde streken voor. Omdat In Nederland zo weinig rotsen voorkomen, is de soort zeldzaam in Limburg en daarbuiten zeer zeldzaam. Op waarneming.nl worden 92 vindplaatsen in Nederland vermeld, waaronder geen enkele in de Haarlemmermeer. Toch komt het plantje hier voor. Natuurlijk is het plantje te bewonderen in De Heimanshof. Maar ook in het wild is 1 vindplaats bekend op één van de oude vervallen sluisjes in de Geniedijk. Daar staan sinds lange tijd een stuk of 4 kleine plantjes en een groot cluster van vele planten (totaal 50?) . Ook in de Haarlemmermeer is het niet denkbeeldig dat de oude muren in de Geniedijk gerestaureerd gaan worden. Indien dit niet zorgvuldig gebeurt met in achtneming van de regels van de Flora en Fauna wet zal onze unieke steenbreekvaren zeker het loodje leggen. En niet alleen de steenbreekvaren maar ook andere muur- en rotsplanten zoals de muurvaren. Graag worden we daarom op de hoogte gesteld van andere groeiplaatsen van deze en andere muurplanten.

 steenbreekvarenhmeer2

 stadsreusinsectenStadsreus17 aug 2007augustus

Stadsreus, 17 aug 2007

 stadsreus

De stadsreus of hoornaarzweefvlieg is met 2cm de grootste zweefvlieg die voorkomt in Nederland. 20 jaar geleden was deze soort nog zeer zeldzaam en kwam alleen op de trek hier af en toe hier verzeild. Waarschijnlijk door de klimaatsontwikkeling is het nu een vrij algemene soort, die zich hier ook voortplant. Vooral zijn grootte en de gele driehoek tussen de ogen zijn onmiskenbaar.
Ten opzichte van de veel zwaardere hommels, bijen en wespen zijn zweefvliegen heel wendbaar en hebben ze het vermogen perfect stil te hangen, te ′zweven′; vandaar ook hun naam.

Bijzonder

: Dat de stadsreus op een hoornaar (een grote wesp) lijkt, is geen toeval. Volwassen zweefvliegen zijn totaal onschuldige nectar- en stuifmeeleters, die behalve vluchten geen verweer tegen vijanden hebben. Ter bescherming bootsen de soorten van deze groep vaak wespen, bijen en hommels na, die zich goed kunnen verdedigen met een angel. Het nabootsen van andere, gevaarlijkere dieren heet mimicry en komt bij zeer veel diergroepen voor.
Hoewel alle volwassen zweefvliegen vrijwel

uitsluitend van nectar en stuifmeel leven, hebben hun larven een heel andere voorkeur. Deze larven zien er dan ook heel verschillend uit, afhankelijk van waar ze leven en wat ze eten:
- Bladluisetende larven lijken op een kruising tussen een naaktslak en een worm en leven op planten
- Afvaletende larven op het land zijn meestal plat en wormachtig en leven soms in wespennesten, zoals de stadsreus of in rottend hout(molm)
- Afval- en bacterie-etende larven leven in (vooral vuil)water of mest en zien eruit als dikke maden met zeer lange telescopische adembuis die boven water wordt gestoken, om aan zuurstof te komen. Deze larven worden ook wel rattenstaartlarven genoemd.

Met name de bladluisetende soorten en de rattenstaartensoorten worden als zeer nuttig beschouwd.

Waar

De stadsreus kan op veel plaatsen worden waargenomen. B.v. in gezelschap van andere zweefvliegen, vliegen, bijen en vlinders op het koninginnekruid wat op dit moment uitbundig bloeit en veel nectar levert.

Terugmeldingen n.a.v. eerdere onderwerpen

N.a.v. de melding van bonte spechten, die metalen lichtmasten gebruikten om hun territoriumroffel te versterken, kwamen zeer veel andere meldingen binnen over hetzelfde gedrag, b.v. schoorsteenkappen, straatlantaarns, etc. Het lijkt erop dat spechten zich goed aanpassen aan het leven in de stad.

 springstaartandere geleedpotigenspringstaart21 feb 2015februari

springstaart, 21 feb 2015

 springstaart

U denkt vast wel eens: hoe lang gaat deze column nog door? Het antwoord daarop zal meer van mijn eigen leeftijd afhangen hebben dan van het aantal onderwerpen. In Nederland zijn tot dusver zo’n 48.000 soorten planten en dieren (exclusief eencelligen, etc) beschreven en de meeste komen wel eens in de Haarlemmermeer langs.

Sinds 2006 heb ik ongeveer 450 soorten daarvan gehad en met eens in de 14 dagen een column, kan ik zeker nog 100 jaar voort. Ik heb zelfs nog geen kans gezien een voorbeeld van alle grote groepen organismen te behandelen. Deze week daarom weer eens een hele nieuwe categorie, waarvan meer dan 8000 soorten ontdekt zijn, met honderden in Nederland. Het gaat om de springstaarten. Springstaarten behoren, net als insecten, tot de zespotigen.

Bijzonder

Springstaarten worden slechts enkele mm

groot en ontlenen hun Nederlandse naam aan een vork die onder hun buik ligt (zie foto).

In rust zitten de tanden van de vork vast achter een soort grendeltje. Als de springstaart bij gevaar wil springen, zet hij kracht op de vork en laat dan het grendeltje los. Daardoor slaat de vork met een klap op de ondergrond (of op het water) en wordt de springstaart centimeters weg gelanceerd.

Een springstaart heeft nog een 2e geheim wapen. Het is een buisvormig mondorgaan wat eindigt in twee buisjes en uitgestulpt wordt met behulp van de bloeddruk. De functie is een combinatie van het opnemen van vocht en het vasthechten aan de ondergrond.

De springstaart is zelf waterafstotend, waardoor hij zonder moeite haast wrijvingsloos over het wateroppervlak glijdt. Dreigt hij door de wind weg te worden geblazen, dan steekt hij deze collofoor, die niet waterafstotend is, door het wateroppervlak als een soort micro ankertje en lijkt daardoor aan het wateroppervlak te kleven.

Waar

Springstaarten leven meestal in de strooisellaag of op het wateroppervlak en voeden zich met rottend organisch materiaal en schimmels. Ze kunnen daar in enorme aantallen voorkomen: honderden of duizenden per m2 in de meeste Nederlandse tuinen.

 dennennaaldspleetlippaddenstoelenSpleetlippen9 mrt 2014maart

Spleetlippen, 9 mrt 2014

 dennennaaldspleetlip

Reeds 8 jaar schrijf ik deze columns en mijn indruk wordt steeds sterker dat de variatie in de natuur onuitputtelijk is.

Zo’n 500 soorten zijn er inmiddels behandeld. Maar aan kruiden en grassen alleen zijn er al 1500 soorten, aan paddenstoelen 6000 en aan vogels 400, om maar een greep te doen. Van alle soorten is wel iets bijzonders te vermelden: anders hadden ze zich in de felle overlevingsstrijd niet kunnen handhaven.

Mijn verrassing van deze week kwam van Lou van de Linde, een natuurfotograaf, die zijn ogen niet in zijn zak heeft. In De Heimanshof toverde hij 2 paddenstoelensoorten tevoorschijn waar ik zelfs nog nooit van had gehoord.

Het waren leden van de curieuze familie van spleetlipzwammen: ze zaten op rietstengels en op dennennaalden: en heten dan ook toepasselijk

rietspleetlip en dennennaald spleetlip (foto). Op zijn foto van een stukje dennennaald is goed te zien hoe piepklein deze soort is.

Bijzonder

Op de afbeelding is ook goed te zien waarom deze groep spleetlippen genoemd wordt.

De rietspleetlip is net zo klein en ook behoorlijk zeldzaam.

Op de grove den komt de opgezwollen spleetlip voor en dan is er de jeneverbesbes spleetlip en de braamspleetlip die te vinden zijn. In sommige gevallen kunnen de dennenspleetlippen zo algemeen worden, dat ze een plaag vormen. Maar de meeste soorten worden als zeldzaam betiteld. Of dat zo is omdat ze echt zeldzaam zijn, of omdat iedereen er over heen kijkt, laat ik maar in het midden. Wereldwijd zijn er van de familie van de spleetlippen 9 geslachten onderscheiden met bijna 800 soorten. Ze hebben allemaal de karakteristieke spleet in het midden, waardoor ze in de 19e eeuw ook wel venuszwammetjes werden genoemd.

Waar

De spleetlipzwammen komen wereldwijd voor in gematigde regio’s. Ze groeien in of op de oppervlakte van cellulose bevattende biomassa of op schors. Vele soorten zijn specifiek in hun voorkeur voor een bepaalde gastheerplant