bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

hondskruid, 25 jul 2020

 hondskruid1

Hondskruid klinkt niet echt aantrekkelijk. Toch zit er achter deze naam een fascinerend verhaal. Hondskruid is nl een orchidee. En niet zo maar 1. Bij orchideeën denken veel mensen aan tropische orchideeën die je in de winkel kunt kopen. Maar ook in Nederland komen ca 70 soorten orchideeën voor. En daarbij denken de meest mensen dan aan Limburg, want op de kalk van Limburg komen zo’n 60 soorten voor. Wat meestal niet bekend is, is dat in onze ‘kale landbouwpolder’ die steeds meer met woningen en kantoren wordt gevuld misschien wel meer orchideeën voorkomen dan in Limburg. Nog pas 2 weken geleden heb ik een fietstocht langs een veld met ca 1 miljoen orchideeën gehouden. Tot op heden hebben we in de Haarlemmermeer 14 soorten gevonden. Dat komt omdat we een oude waddenbodem hebben, waar nog schelpen (kalk) inzit, de oude zandbanken zijn voedselarm en

beetje brakke kwel helpt ook. Van die 14 soorten is hondskruid een van de zeldzaamste.

Bijzonder

De eerste plant werd een jaar of 10-15 gelden ontdekt in Beukenhorst aan de kruisweg. Die werd geplukt. Een jaar of 8 gelden verscheen er 1 ook in Beukenhorst aan de Kagertocht, die na 2 jaar werd ook werd geplukt. Nu is er een heel veldje gevonden in het Groene Carre Zuid. De plek werd ontdekt en gefotografeerd door Ruud Luntz, Waarvoor dank.

Helaas is in 2017 aan de meeste orchideeën de status van beschermde soort ontnomen. Dat kwam project ontwikkelaars beter uit en onze overheid luistert ‘goed’ naar de samenleving.

Waar

Hondskruid houdt van zonnige plekken op zand-, leem- of kleibodem. Het komt voor rond de middellandse zee en in Europa tot Noord-Duitsland, Schotland, en Ierland. In Nederland is de plant zeer zeldzaam en komt voor in Zuid-Limburg, Zeeland, in de duinen bij Wijk aan Zee en Noordwijk aan Zee en in het westen van het land op opgespoten braakliggende industrieterreinen. Wellicht door de klimaatverandering is de soort aan een gestage opmars bezig. Dat is dus ook in onze polder te merken.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 8 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 turksetortelvogelsTurkse Tortelduif15 nov 2007november

Turkse Tortelduif, 15 nov 2007

 turksetortel

De aanleiding voor het onderwerp deze week is de melding van een curieus broedgeval van een Turkse Tortelduif dat rond 6 november begon. De Turkse tortel is een duif die tegenwoordig vrij algemeen in Nederland voorkomt. Het is een beige vogel van ongeveer 30 cm lang, met een donker streepje in de nek. Ze eten voornamelijk zaden, rupsen, kevers en kleine vruchten. Het is een vogel die redelijk veel in de buurt van mensen komt: een cultuurvolger.
De Turkse tortel bouwt een eenvoudig nest bestaande uit losse takjes die in elkaar gestoken een ′platje′ vormen. Op dat nest worden steeds twee eieren gelegd. De duif koert meestal langdurig en eentonig. De vogel komt ′s winters af op voertafels, maar blijft bijna altijd op de grond.
Tegenwoordig is de Turkse tortel na de stadsduif de meest algemene duif in dorpen en steden. Tijdens de broedtijd kunnen ze agressief zijn. Ze doen alles om hun jongen te beschermen. De ouders jagen Vlaamse gaaien, eksters en zelfs mensen

weg bij het nest.

Bijzonder

Door het gammele nest mislukt een broedsel regelmatig, maar door steeds weer opnieuw een nest te maken lukt het de meeste Turkse tortels toch regelmatig jongen vliegvlug te krijgen. De meeste paartjes hebben wel 5 broedsels per jaar. De jongen uit het eerste legsel doen een paar maanden later zelf al weer mee aan de voortplanting. Er zijn weinig vogels die zich zo snel kunnen vermenigvuldigen. Het curieuze broedgeval midden in november is misschien dus minder een uitzondering dan eerst gedacht. De Turkse Tortelduif heeft de inheemse (gewone) tortelduif vrijwel verdrongen.

Waar

De Turkse tortel is sinds 1900 vanuit de Balkan West-Europa binnengetrokken. Het eerste geregistreerde broedgeval in Nederland was in 1949. Door allerlei onbekende factoren, maar zeker ook door de hoge voortplantingssnelheid explodeerde tussen 1950 en 1980 het aantal broedgevallen tot ongeveer 250.000 paar. Daarna is de stand ingestort en heeft zich gestabiliseerd op aantallen tussen de 50.000 tot 100.000 paar. De neergang van de aantallen liep parallel met die van een andere cultuurvolger: de huismus. Van de factoren die de huismus raakten (het steeds minder uitkloppen van tafelkleden en een betere isolatie van huizen met minder dakpanholletjes) lijkt voor de Turkse tortel alleen het voedselaanbod mogelijk relevant.

 tuinbladsnijderinsectenTuinbladsnijder28 sep 2008september

Tuinbladsnijder, 28 sep 2008

 tuinbladsnijder

Tuinbladsnijder, behangersbij of buikschuiver

Van de 330 soorten bijen in Nederland is vooral de honingbij bekend. Dat is een volkenvormende soort, waarvan de koningin als enige eieren legt. Zij wordt geholpen door 20.000 tot 100.000 werksters. Naast deze volkenvormende of sociale bijen bestaan er nog ruimt 300 andere solitaire soorten. Bij deze soorten is de koningin behalve degene die eieren legt ook haar eigen werkster. Zoals vaak in de insectenwereld hebben de solitaire bijen, zich op een fascinerende wijze aangepast en gespecialiseerd: Zo zijn sommige bijen zijn heel groot geworden en andere heel klein. Andere soorten vliegen vroeg in het jaar en andere laat. Eén van de meest interessantste vormen van specialisatie komt tot uitdrukking in het materiaal waarmee zij hun nesten maken. In mei vermelde ik de metselbij die holletjes (in b.v een insectenhotel) afsluit met kleipropjes. Een andere soort produceert een soort uithardend speeksel, waarna zij zijdebij is genoemd. De soort van deze week, de tuinbladsnijder heeft weer een andere aanpak. Deze soort snijdt stukjes blad af waarmee zij haar holletjes bekleedt. Daarom

wordt deze groep van bijen ook wel de ‘behangersbijen’ genoemd (zie foto’s). Wellicht heeft u het werk van deze bij wel eens in uw tuin gezien. Bladeren van sommige struiken (bij mij thuis de laurier) hebben een gekartelde vorm gekregen door alle rondjes die eruit geknipt zijn. Behalve bladeren gebruiken deze bijen ook stukjes bloemblad (ter decoratie?)

Bijzonder

Nog een naam van deze soort is ‘buikschuiver’. Dit heeft te maken met de manier waarop deze bij stuifmeel verzameld, waarop haar larven groot worden. Honingbijen en hommels verzamelen stuifmeel aan korfjes die gevormd worden door lange haren op de achterpoten. Bij de buikschuiversoorten zit een dergelijk korfje onder de buik. Door met haar buik over stuifmeelrijke bloemen te schuiven zoals heelblaadjes en andere composieten, wordt het stuifmeel daarin verzameld.

Waar

De tuinbladsnijderbij is niet zeldzaam en komt door heel Nederland voor. Buiten het stedelijk gebied wordt deze soort weinig aangetroffen, wat erop wijst dat het een cultuurvolger is.

 tuinbladsnijder2

 tronkenbij2metstuifmeelenharsinsectenTronkenbij (2)2 okt 2011oktober

Tronkenbij (2), 2 okt 2011

 tronkenbij2metstuifmeelenhars

Mannetjes tronkenbijen overvallen de vrouwtjes als die landen bij hun nestgang. Na een 1e paring weert het vrouwtje hen meestal af. Zolang de mannen leven, blijven ze met grote energie deze enige levenstaak verrichten. Ze slapen meestal bij elkaar in lege gangen. Tronkenbijen hebben een kenmerkende manier om hun nestjes te maken. Daarvoor zoeken de vrouwtjes bestaande gangen van 2,5 tot 7 mm doorsnee. Dat kan zijn in dakriet, kevergangen in dood hout en ook boorgangen in insectenhotels. Ze maken oude nesten schoon en blijven trouw terugkomen op hun geboorteplek of dicht daarbij. Een deel van de populatie zwermt uit, want ze bezetten ook snel nieuwe nestmogelijkheden op andere plaatsen. In een gang wordt eerst van hars een vertikaal wandje gemaakt, vaak niet meer dan 1 mm

dik (zie foto van bij met hars en stuifmeel). Daar tegenaan wordt stuifmeel gebracht, dat bij de volgende binnenkomst wordt bevochtigd met nectar. Dan volgt weer een laag stuifmeel, dat wordt bevochtigd met nectar. Op deze manier ontstaat een "bijenbroodje", dat vrijwel altijd geel is. Als de voedselvoorraad voldoende is, wordt er een ei in de laatst gemaakte verticale wand gestoken. De bijen kennen maar één generatie per jaar en per vrouwtje worden er vaak niet meer dan 8 eitjes gelegd. Dat betekent dat hun manier van voortplanten ecologisch heel veilig is, anders werden er wel veel meer jongen grootgebracht. Bijzonder is, dat veel van de tronkenbijen vooruit lijken te denken. Als ze hars binnenbrengen voor een celwand, stippen ze vaak met kleine druppeltjes al de plekjes aan waar de volgende celwanden moeten komen. Ze weten dus al tevoren hoe lang ze die zullen maken. De laatste celwand is meestal meer dan een cm van de voorkant van de gang gelegen, waarna de gang helemaal aan de voorkant met een harsprop van 5 mm dik wordt verzegeld. Gewoonlijk worden er kleine steentjes, houtpulp en soms ook wel strootjes of stokjes in vastgelijmd als "wapening".

 tronkenbij3insectenTronkenbij (3)9 okt 2011oktober

Tronkenbij (3), 9 okt 2011

 tronkenbij3

Door een olieachtige uitscheiding kleven de kaken van de tronkenbij niet vast aan de hars die ze verzamelen. Oude hars wordt opnieuw gebruikt. Ook verzamelen ze nieuwe hars of stelen die bij de buurvrouw. Stuifmeel en nectar worden bijna alleen verzameld op planten met een hartje met gele buisbloempjes, zoals gele ganzenbloem, kruiskruiden e.d.(zie foto) Tronkenbijen verzamelen stuifmeel op een speciale manier. Het zijn zgn "buikschuivers", die stuifmeel tussen haren op hun buik verzamelen i.t.t. honingbijen en hommels die stuifmeel in klompjes aan hun achterpoten verzamelen. Buikschuivers slaan in hoog tempo met hun achterlijf op de meeldradenbuisjes, zodat het stuifmeel vanzelf tussen de haren terecht komt. Intussen zuigen ze enkele bloemtjes verder nectar op. Door deze manier van stuifmeel verzamelen, zijn ze zeer effectieve bestuivers. Alleen vrouwtjes verzamelen stuifmeel voor hun broed en mannetjes hebben dan ook geen buikharen. De tronkenbij

heeft een aantal gespecialiseerde parasieten: De gewone tubebij is een koekoeksbij, die haar eieren in nesten van tronkenbijen legt en om die reden erg op de tronkenbij lijkt. De kleine knotswesp is altijd te vinden in de buurt van de nesten van tronkenbijen. Net als de hongerwespen (een soort sluipwesp) liggen ze vaak op enkele centimeters afstand van de nestingang plat tegen het hout gedrukt, te wachten op een goede gelegenheid. Al deze parasieten zijn tussen de tronkenbijen op de bloemen in de buurt aan te treffen. Daar herkennen deze hen niet als rovers. Pas als ze binnendringers bij thuiskomst verrassen, worden die er met de kaken uitgetrokken. Ook mannetjes van tronkenbijen doen onbewust wel mee aan het verkleinen van de kansen voor parasieten, door hun zeer fanatieke patrouilles voor de nestgangen. Dat is mogelijk een van de redenen dat dit voor de vrouwtjes lastige gedrag toch evolutionair voordeel oplevert. Ik wens u veel plezier met het bestuderen van activiteit rond insectenhotels.

 tronkenbij3b

 tronkenbijgrootinsectenTronkenbij (1 )25 sep 2011september

Tronkenbij (1 ), 25 sep 2011

 tronkenbijgroot

Er zijn afgelopen week 3 nieuwe natuurkunstwerken verschenen in de Haarlemmermeer. 1 in de fruittuinen, 1 in Overbos langs de Ijtocht bij de Braambosschool en 1 in Jeugdland Nieuw-Vennep. Net als het in 2008 geplaatste kunstwerk in het insectenpad in het Haarlemmermeerse Bos (hoek N201/Ijtocht) zijn het insectenhotels, die tot doel hebben u te interesseren voor de fascinerende wereld van de insecten. Het zijn nl "holletjesparadijzen" voor een 300-tal soorten (niet stekende) bijen en een 200-tal eveneens onschuldige wespensoorten. In tegenstelling tot een algemeen vooroordeel dat alle insecten steken, jeuken of prikken, geldt dit maar voor maar 10 van de ruim 25.000 soorten in ons land. Verreweg de meeste soorten zijn fascinerend in hun leefgedrag, nuttig en prachtig mooi om te bekijken. En dat geldt zeker voor de 500 solitaire bijen- en wespensoorten die veelal afhankelijk zijn van natuurlijke holletjes, en die bij gebrek daaraan (door overijverig snoeien, klepelen en zagen van de mens) vaak dreigen uit te

sterven. Om die reden is De Heimanshof i.s.m. de nieuwe Stichting M.E.E.R.Groen bezig om deze waardevolle medebewoners de plek te gunnen die zij verdienen. Reeds 50 insectenhotels zijn de afgelopen 3 jaar bij scholen, instellingen en bedrijven geplaatst en nu staan er door samenwerking met de gemeente dus ook een 4-tal in openbaar terrein. In deze periode van het jaar is b.v. de tronkenbij nog aan te treffen. Dit is een klein zwart bijtje van 6-10 mm, die de meeste mensen niet als bij zouden herkennen, maar die in levenswijze een goed voorbeeld is van de fascinerende insectenwereld op en rond insectenhotels.

Bijzonder

Tronkenbijen ontlenen hun naam aan het feit dat ze van nature vaak in oude boomstronken nestelen. Ze zijn de meest honkvaste van alle solitaire bijen. Vele generaties achter elkaar vertrouwen ze hun nakomelingen aan steeds dezelfde nestgelegenheden toe. Mannelijke tronkenbijen verschijnen gelijk met de vrouwen. Volgende week meer.

 tronkenbij1-insectenhotel

 tripmadamplantenTripmadam1 jun 2013juni

Tripmadam, 1 jun 2013

 tripmadam

Achter de intrigerende naam tripmadam schuilt een vetplant uit het geslacht van de sedums of vetkruiden. Dit geslacht kent nog meer illustere leden, zoals de hemelsleutel, wit vetkruid, huislook en muurpeper. De naam tripmadam is een verbastering van de Franse naam Triquemadame. Deze naam en ook de Latijnse naam ‘reflexum’ refereren aan het feit dat het nog niet bloeiende plantje een kenmerkende knik in het topgedeelte heeft(hoofdfoto) . Zodra tripmadam bloeit met heldergele bloemen richt deze knikkende top zich op (inzet). Ik kwam dit plantje tegen op de sedum daken die in de ‘antroposofisch’ gebouwde wijk in Toolenburg veel voorkomen (bv Rosa Spiers straat).

Bijzonder

Tripmadam is een laag liggend vetplantje, waarvan de opgerichte bloeistengels

35-40 cm hoog kunnen worden. Het is in het wild uiterst zeldzaam in Nederland, omdat het een voorkeur heeft voor voedselarme kalkrijke stenige terreinen. En in ons modderige delta land zijn die dun gezaaid. Net als andere Sedums, zoals muurpeper, is Tripmadam eetbaar zolang het niet bloeit en dat is het grootste deel van het jaar, want het is een vorstbestendige altijd groene plant die het hele jaar doorgroeit. Bloeien doet het alleen tijdens de (hele) zomer. Het wordt in salades verwerkt en heeft net als muurpeper een peperachtige smaak.

Waar

De Duitse naam rotsmuurpeper geeft aan dat tripmadam houdt van stenige voedselarme groeiplakken (inzet foto). Bij rijkere grond kan deze soort niet concurreren tegen hoger opgaande grassen en kruiden. Ook op schrale zandgronden kan het een mooie grondbedekker zijn. Zoals reeds aangegeven wordt de soort toegepast op groene daken en in rotstuinen. Ook op De Heimanshof kan tripmadam het hele jaar door aangetroffen worden in muurvegetaties en op natuurmuren. Het verspreidingsgebied loopt van Zuid-Noorwegen en Ierland tot in Rusland en in Zuid-Europa tot het zuiden van Italië en Griekenland.

 torenvalkvogelsTorenvalk24 sep 2007september

Torenvalk, 24 sep 2007

 torenvalk

De torenvalk is de meest algemene roofvogel in Nederland. Vrouwtjes en jongen hebben een volledig bruin kleed. Mannetjes zijn te herkennen aan een grijze kop en staart. De torenvalk leeft vooral van muizen, die hij op karakteristieke wijze vangt, door stil in de lucht te ‘bidden’. Als een torenvalk stil hangt, heeft hij een muis gezien en wacht hij op een geschikt moment om erop te duiken. De oudst bekende torenvalk is ruim 23 jaar oud geworden maar de gemiddelde leeftijd is 3-4 jaar, doordat 75% van de jongen het 2e jaar niet haalt. De belangrijkste doodsoorzaak is het verkeer, gevolgd door verzwakking als gevolg van honger en ziekte.

Waar

In de Haarlemmermeer wordt al lange tijd intensief onderzoek gedaan naar de Torenvalk door de Roofvogelwerkgroep en in het bijzonder door Bert Jan Bol. Hoewel de stand erg kan fluctueren leven er gemiddeld 50 paren in de Haarlemmermeer. Vooral rond Schiphol. De trend is langzaam stijgend. Dat komt doordat het gras rond landingsbanen en langs wegen een zeer geschikt jachtterrein is voor deze valk. 2007 is een zeer

goed muizenjaar. Voor roofvogels is er daarom overvloedig voedsel. Dit jaar zijn er tenminste 68 broedparen geteld. 80% van de paren broedde in nestkasten, de rest in dakgoten en overkappingen, in oude schuren en boerderijen, in oude nesten van eksters en zwarte kraaien, in hangars op Schiphol en in spleten onder bruggen en viaducten.

Bijzonder

Door de vele muizen was het aantal eieren per nest met 5-6 erg hoog. In Lijnden was er zelfs een nest met 8 eieren; het hoogste aantal dat ooit in de Haarlemmermeer is geregistreerd en door één vrouwtje gelegd. Alle 8 de jongen zijn succesvol uitgevlogen (zie foto). Op het knooppunt Raasdorp had een mannetje torenvalk twee vrouwtjes. Toen hij de jongen van het eerste nest van muizen voorzag, zat het tweede vrouwtje enkele meters verderop te broeden op de eieren van het andere nest. Het eerste vrouwtje is zelfs nog aan een tweede broedsel begonnen.

Terugmeldingen

Alle torenvalkjongen en hun ouders worden zoveel mogelijk geringd. Na een jaar wordt ongeveer een kwart van de nestjongen teruggemeld uit een straal van ongeveer 100 kilometer. De ouders zijn tot op enkele kilometers na honkvast. Een klein deel van de torenvalken uit de polder gaat ook verder weg; er zijn diverse meldingen uit bijvoorbeeld Denemarken, Duitsland, Schotland, Frankrijk, Spanje en zelfs een enkeling uit Noord-Afrika.

afbeelding niet gevondenplantenTongvaren6 jun 2014juni

Tongvaren, 6 jun 2014

tongvarenHet grootste deel van Nederland bestaat uit klei, zand of veen, die al of niet voedselarm of vochtig kunnen zijn. Dat komt omdat we een deltagebied zijn. Wereldwijd gezien is dat een relatief zeldzaam soort bodem.

Veel gewoner zijn stenige terreinen. Soorten die bij kalkrijk en/of stenig terrein horen, zijn bij ons daarom zeldzaam en de daarbij horende planten en diersoorten ook en daarom beschermd.

Daarom is het leuk dat er op het kruispunt bij de brandweerkazerne Hoofddorp een rotsterrein kunstmatig is aangelegd. Omdat we het bijzondere karakter van dit terrein van 0.7 ha inzagen, hebben we gevraagd aan de gemeente of we dit als MEERGroen in beheer mochten nemen. 3 jaar lang proberen we al het boomopschot en de kruidenlaag

terug te dringen (en plastic en flessen op te ruimen) zodat er ruimte komt voor de typische planten en dieren die zich op een dergelijk terrein thuis voelen.

Deze week bleek dat het begint te werken: er komen vetplanten, brede wespenorchissen en we vonden zelfs de eerste tongvaren. We hopen dat deze soorten zich gestaag uitbreiden en dat er vroeg of laat ook hagedissen en andere reptielen en amfibieën verschijnen. Vooral met de eerste tongvarens zijn we blij.

Bijzonder

Tongvarens groeien op oude, beschaduwde, vochtige tot natte muren, zoals op sluis-, gracht- en kademuren, maar ook op basaltglooiingen, op tuinmuren en in putten. In het stedelijk gebied - met zijn milde stadsklimaat - vindt tongvaren de nodige beschutting. Dankzij een lange reeks gematigde winters heeft de plant zich voornamelijk in West-Nederland gestaag kunnen uitbreiden. Als stikstofminnende plant profiteert hij daarnaast van de vermesting van het milieu.

Waar

In de Haarlemmermeer kennen we de tongvaren alleen van De Heimanshof, waar hij massaal op kalkrijke en vochtige plekken groeit en als decoratieplant in tuinen. De tongvarens op het rotsterrein langs de busbaan bij de brandweer Hoofddorp zijn de eerste zelfstandig gevestigde exemplaren die we kennen.

 tijgerspininsectenTijgerspin of Wespspin17 aug 2006augustus

Tijgerspin of Wespspin, 17 aug 2006

 tijgerspin

De invloed van de klimaatsverandering is goed merkbaar aan het opduiken van bijzondere, zuidelijke soorten. In augustus 2006 dook een wesp- of tijgerspin in De Heimanshof is op. De tijgerspin is een indrukwekkend grote spin van met een achterlijf dat prachtig zwart en geel gestreept is. Dit geldt tenminste voor het 3 cm grote vrouwtje, want het mannetjes wordt maar 1 cm. In Nederland werd deze soort pas in 1980 ontdekt in Limburg. Het web wordt dicht boven de grond tussen grashalmen en stengels gespannen. Ruige, zonnige open plaatsen in graslanden en heidevelden zijn een geschikte biotoop. Het favoriete voedsel van deze spin is sprinkhanen. De beet van de tijgerspin is voor de mens niet gevaarlijk.

Bijzonder

:

De tijgerspin hangt altijd ondersteboven in haar web, dat te herkennen is aan de twee extra zigzag bandjes, die straalsgewijze vanuit het centrum zijn gesponnen. De functie van deze zigzagband in haar web is niet geheel duidelijk. Er zijn verschillende theorieën in omloop. Het kan bedoeld zijn om insecten aan te trekken, omdat de witte zijde UV-licht weerkaatst. Een andere verklaring is dat het rovers zou afschrikken. Als de spin gestoord wordt, begint zij hevig te trillen in haar web zodat de spin een wazige witte vlek lijkt te worden. Een andere verklaring is dat de witte band het web duidelijk zichtbaar maakt, zodat er geen dieren doorheen lopen. Waarschijnlijk zijn alle theorieën een beetje waar en helpt het de spin te overleven

Waar

: In tegenstelling tot veel wilde dieren is de tijgerspin zeer honkvast. Ongeveer 5 weken lang zat zij op dezelfde plaats. Of zij stierf bij het eieren leggen of door de koude is niet bekend. In 2007 werd er geen tijgerspin aangetroffen.

Voorkomen: onbekend

Status: Klimaatmigrant; niet beschermd

 tijgerslakkleine dierenTijgerslak2 mrt 2008maart

Tijgerslak, 2 mrt 2008

 tijgerslak

Door het zachte en natte weer kroop er vorige week een grote tijgerslak door mijn tuin. De tijgerslak of Grote aardslak is een van de grootste naaktslakken in Europa en wordt wel 20 centimeter lang en tot 3 jaar oud. De kleur is grijsbruin met donkere strepen op het lichaam en vlekken op het mantelschild. De Grote aardslak is een grote eter. Hij eet niet alleen planten, maar ook voorraden in kelders, honden- en kattenvoer, paddenstoelen en zelfs andere naaktslakken. Bij droog weer kruipt deze naaktslak onder stenen of in de grond. Vorst overleeft geen enkele slakkensoort door hun hoge watergehalte (meer dan 90%)

Bijzonder

Slakken zijn hermafrodiet en 2 willekeurige dieren kunnen elkaar dus wederzijds bevruchten. De paring van de tijgerslak is bijzonder spectaculair en duurt zo’n 25 minuten: Twee slakken maken samen een dikke slijmlaag op een hoger punt, waarna ze zich aan een slijmdraad in elkaar gedraaid laten zakken. Elk dier tovert een orgaan van wel 5 cm lang tevoorschijn, die samen ook in elkaar strengelen. De einden stulpen

zich breed uit en vormen een bal van 2 cm waarin geslachtscellen worden uitgewisseld. Daarna worden ze weer snel teruggetrokken. De doorzichtige ovale eieren worden onder planken en losse stenen gelegd, in groepjes van 100. Deze zijn van augustus tot in de herfst te vinden en komen na ongeveer 3 weken uit.

Waar

Tijgerslakken leven vooral in tuinen, plantsoenen, afvalhopen, kelders, schuren en andere vochtige plekken in de buurt van woningen. In Noord-Italië komt de soort wel voor in natuurlijk terrein. Waarschijnlijk is deze soort via plantgoed in de rest van Europa terechtgekomen. Ook is hij onopzettelijk naar andere continenten overgebracht, waar hij zich uitstekend handhaaft. Hij houdt geen winterslaap, maar kruipt in de grond als het gaat vriezen.

Terugmeldingen

De voorjaarstrek is al weer op gang. De eerste ooievaars en lepelaars werden deze week waargenomen. Ook de houtsnippen zijn weer op weg terug en de eerste scholeksters nemen hun territoria in.

 tijgerslakparing

 tepelgalvlieg1insectenTepelgalvlieg23 mrt 2013maart

Tepelgalvlieg, 23 mrt 2013

 tepelgalvlieg1

In deze column hebben we al eens een aantal soorten wespen behandeld, die voor hun larven en hun nageslacht een comfortabele plek hebben weten te creëren door planten aan te zetten tot de vorming van gallen. Gallen, die aan de buiten kant een harde beschermlaag vormen en aan de binnenkant een eetbare substantie. Geen wonder dat er alleen al in Nederland ruim 2000 galvormende insecten zijn ontstaan, waaronder ook muggen,vliegen en motten. Op bladeren en stengels worden de meeste gallen gevonden, maar ook op eikels, knoppen en bloemen en wortels van alle denkbare soorten zijn er gallen te ontdekken. Maar de soort die we vandaag behandelen, heeft wel een hele curieuze manier ontwikkeld: De tepelgalvlieg legt zijn eieren onder een meerjarige verhoutende paddenstoel: De platte tonderzwam. Dat hij onder de brede hoed van de tonderzwam groeit, is natuurlijk handig tegen de regen. De platte tonderzwamtepelgalvlieg is 4-5 mm lang en behoort tot de familie van breedvoetvliegen (foto onder) . Er bestaan 250 soorten breedvoetvliegen wereldwijd. In Europa

is dit de enige breedvoetvlieg die gallen op paddenstoelen vormt.

Bijzonder

Omdat de platte tonderzwam meerjarig is, blijven de gallen lang onder de zwam zitten. De zwam vormt tijdens en na de galvorming nieuw sporenvormend weefsel om de gal heen (zie foto boven). Uiteindelijk verdwijnen de gallen in dit weefsel, waarop in volgende jaren weer nieuwe gallen kunnen worden gevormd. Er zijn in en op zo’n tonderzwam wel eens 600 gallen geteld. Verschillende graafwespen, solitaire bijen en sluipwespen nestelen graag in oude, verlaten gallen. Galbewoners hebben zoals vele andere organismen ook hun vijanden. Niet alleen vogels weten de larven in de gallen te vinden, ook bepaalde parasieten kraken het huisje van de galverwekker. Zo zijn sluipwespen geduchte vijanden van galbewoners.

Waar

De tonderzwamtepelgalvlieg komt voor in het noorden van Azië en in Europa en natuurlijk alleen waar tonderzwammen groeien.

 tepelgalvlieg2

 TaxusbomenTaxus22 jan 2012januari

Taxus, 22 jan 2012

 Taxus

Venijnboom

Deze week hervatten we de serie bijzondere bomen in de hoop dat u bijzonder bomen uit uw omgeving doorgeeft voor onze bomenroutes. Deze week de venijnboom die vaak beter bekend is onder zijn latijnse naam taxus. Het is een langzaam groeiende boom die 20 m hoog kan worden. Van de taxus bestaan mannelijke en vrouwelijke planten. Hij kan zeer oud worden. Er zijn exemplaren bekend van voor het begin van de jaartelling. De oudste taxus die ik heb aangetroffen in onze polder staat bij het gemaal Leegwater in Buitenkaag. Zijn leeftijd schat ik op 180 jaar, dus 20 jaar ouder dan de drooglegging. Elke kegel bevat één zaad, omringd door een zachte rode zaadmantel (zie foto). Deze is 6-9 maanden na bestuiving rijp en wordt gegeten door lijsters en andere vogels, die de harde zaden onbeschadigd via hun uitwerpselen verspreiden. De zaadmantels zijn eetbaar en zoet,

maar het zaad is gevaarlijk giftig. In tegenstelling tot vogels kan de menselijke maag de zaadlaag oplossen, zodat het gif in het lichaam vrijkomt. De rijping van de "besjes" wordt uitgespreid over 2 tot 3 maanden, om de kans op succesvolle zaadverspreiding te verhogen. De venijnboom is geschikt voor het gebruik in een heg omdat hij zich goed laat snoeien en omdat hij goed vertakt.

Bijzonder

Het hout van de venijnboom is sterk en buigzaam. Bij de Slag bij Azincourt (1415) gebruikten de Engelsen bogen van taxushout. Daardoor hadden hun pijlen een veel groter bereik. Het is een van de redenen waarom ze de slag tegen de Fransen wonnen. Zoals de naam als zegt, is de venijnboom giftig. Het komt vrij vaak voor dat vee of paarden van de venijnboom eten en dood gaan. De giftige bestanddelen van de venijnboom worden al heel lang gebruikt in medicijnen tegen kanker. In feite is taxus het meest gebruikte middel tegen kanker (merknaam taxol). Alle delen van de boom behalve de zaadmantels bevatten taxol.

Waar

De venijnboom is een inheemse conifeer. De venijnboom komt van nature voor in Europa, Noord-Afrika en Noord-Iran.