bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Japanse Duizendknoop, 18 jan 2020

 japanseduizendknoop2

Voor deze column laat ik mij meestal inspireren door wat er voor mijn voeten komt en dat is elke dag heel veel. Vandaag was ik in een van de MEERGroenprojecten in Heemstede een strook van 100 x 20 m totaal uit de hand gelopen Japanse Duizend knoop te maaien. De planten waren 3 meter hoog (foto) en de wortelstronken waren 10-15 cm dik en keihard verhout. En dan te bedenken dat die wortels tot 3 m diep doorgaan en dat elk stukje wortel wat in de grond blijft zitten weer uitloopt. Dat is nu wat je noemt een ongewenst kruid en een invasieve exoot. Veel mensen hebben die dingen gekocht en in hun tuin uitgezet. Nog erger is dat vanwege ondernemersrechten die dingen nog steeds verkocht worden in tuincentra. In Engeland is de soort totaal verboden en kun je je huis niet eens meer verkopen als die plant (nog) in de tuin groeit.

Bijzonder

De

Japanse duizendknoop komt hier niet vandaan en er zijn daarom geen insecten, schimmels of dieren die hem van nature eten, dus kan hij ongebreideld doorgroeien. En dat doet hij heel goed: onder bestrating door tot 7m ver weg en via zaden. Duizendknoopsoorten komen ook in Nederland voor, bv Perzikkruid en Veenwortel en ook die zijn heel lastig in je akker. Ook hun wortels groeien heel diep en de planten komen altijd weer terug tot 1m hoog. Toch heeft ook de Japanse duizendknoop wel wat. Hij is mooi om te zien, de jonge stengels zijn eetbaar als rabarber en het is een nectarplant voor bijen. Maar om hem onder controle te houden is bijna onbegonnen werk. Wat een beetje werkt, is vanaf april tot oktober elke 14 dagen maaien en wortels uitgraven zodat je hem uitput. En de enige definitieve oplossing is alle grond tot mogelijk 3 m diep afgraven en steriliseren met stoom, maar dat is nogal wat.

Waar

Ook in de Haarlemmermeer komt deze plant op allerlei plekken voor in wegbermen of vanuit tuinen, zelfs na 40 jaar terug dringen nog in de Heimanshof vanuit de tuin van de beheerder uit 1980.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 7 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 vingerhelmbloemplantenVingerhelmbloem28 mrt 2010maart

Vingerhelmbloem, 28 mrt 2010

 vingerhelmbloem

Terwijl de gazons en veldennog winters kaal zijn, is er in de ondergroei van veel bossen en bosplantsoen een explosieve groei en bloei waar te nemen. Deze bosplanten (ook wel stinzenplanten genoemd) moeten hun levenscyclus afronden voordat bomen en struiken in blad staan. Dan doen ze veelal met in bollen opgeslagen reservestoffen. Van half december tm mei leveren deze soorten bijna elke week een nieuwe kleurenpracht op. In De Heimanshof zijn ze allemaal te zien, maar ook op talloze andere plaatsen, in het wild of in tuinen. Met het mooie weer van de afgelopen week is er in luttele dagen een nieuwe plant verschenen: de Vingerhelmbloem, die grote paars bloeiende groepen vormt. Deze plant is giftig, behoort tot de papaverfamilie en wordt zo´n 20 cm hoog. Hij bloeit van eind maart tot eind april. In de voorzomer sterven de bovengrondse delen van de plant alweer af. In de bodem zit een knolletje ter grootte van een hazelnoot.

Binnen de oude knol komen na de bloei twee nieuwe knollen tot ontwikkeling en vergaan de resten van de oude. Door deze vermeerderingswijze groeien de planten vaak in groepen bijeen. Verspreiding over grotere afstanden bereikt de plant door mieren. Die verslepen de zaden omdat ze voorzien zijn van een zoet ´mierenbroodje´.

Bijzonder

Waar

om de bloem helmbloem heet, is op de foto goed te zien en ook de ´vingers´ van het schutblaadje aan het steeltje van elke bloem. Vingerhelmbloem is nauw verwant aan de holwortel. Het verschil tussen holwortel en vingerhelmbloem is dat holwortel een holle stengel en knol heeft en dat deze bij de vingerhelmbloem massief zijn.

Waar

De Vingerhelmbloem heeft een voorkeur voor losse, vochthoudende, voedselrijke en kalkhoudende bodems. Ze is vaak te vinden in loofbossen aan de voet van hellingen van Frankrijk en Italië tot ver in Noord-Rusland. De enige plek waar Vingerhelmbloem bij de kust groeit, is in Nederland. Op de kalkrijke Haarlemmermeerse grond, in humusrijk bosplantsoen doet deze soort het ook goed.

 vetjemetenzonderparasietvissenVetje18 feb 2007februari

Vetje, 18 feb 2007

 vetjemetenzonderparasiet

Het vetje is een karperachtig visje dat leeft in stilstaande en langzaam stromende wateren. Het vetje is een opvallend klein visje met relatief grote schubben en bek. Het heeft een groenbruine rug en een zilverwit tot blauwachtige buik. Het grote (witte) oog is ook karakteristiek. Het vetje voedt zich voornamelijk met watervlooien en met eieren en larven van vis. De soort waardeert schoon water met onderwaterplanten en begroeide oevers.
Een bedreiging voor de soort is het verdwijnen van onderwaterplanten door vermesting en vervuiling. Bij veldonderzoek bleek dat vetjes zich dan maar één generatie lang konden handhaven. Soms komt het vetje massaal voor. De vis is geslachtsrijp als het een lengte van ongeveer 6 centimeter heeft bereikt. De maximale lengte bedraagt 14 centimeter. Exemplaren van meer dan 7 centimeter worden zelden gevangen.

Bijzonder

Pas

sinds 1921 is het vetje bekend uit Nederland. Daarvoor werd hij over het hoofd gezien, of beschouwd als jong ‘witvisje’.
Een groot probleem is het oprukken van een nieuwe parasiet. Deze komt voor bij de de Aziatische Blauwband (een verwante vissoort) die 40 jaar geleden in Roemenië is uitgezet en aan een opmars in heel Europa bezig is. De stand van het vetje loopt sinds die tijd gestaag terug en het dier is daarom op de rode lijst van bedreigde zoetwatervissen gekomen.
Als het vetje in contact komt met het water waarin de blauwband gezwommen heeft, wordt er geen kuit meer geproduceerd en sterft zo’n 70 procent van de populatie elk jaar. De gestorven dieren hebben aanzienlijk schade aan de ingewanden en in het bijzonder aan de geslachtsorganen. Zie de foto voor het verschil van een vis met (onder) en zonder (boven) parasieten.

Waar

Het visje komt op diverse plaatsen door heel Nederland voor, maar als hij een keer wordt gevangen, herkennen vissers het vetje vaak niet. Ook in de Haarlemmermeer komt het vetje voor, vooral in peilvakken met achtervakbemaling en het liefst bij bruggen en waar het water stroomt. Sterfte door de parasiet is hier nog niet waargenomen. Meestal komt het vetje in scholen voor, maar is nergens algemeen.

 veldwolfspininsectenVeldwolfspuin28 sep 2019september

Veldwolfspuin, 28 sep 2019

 veldwolfspin

De zomer gaat geleidelijk over in de herfst en dat is bij uitstek de tijd waarin spinnen duidelijk aanwezig zijn. Iedereen kent de kruisspin. Een van de veel webvormende spinnen. Maar er zijn wereld wijd wel 45000 soorten en in Nederland ca 700 soorten, die na een zomer jagen dik en volwassen zijn en overal eipakketen mee zeulen of in spinrag inbedden. Spinnen zijn geen insecten en ze onderscheiden zich daarvan o.a. doordat ze 8 poten hebben i.p.v. 6, dat ze geen antennes hebben en alle maal kunnen ze draden spinnen. Er zijn een grote groepen: de webvormende spinnen de springspinnen, vogelspinnen en mijten. De webvormende spinnen zitten in of bij hun web met kleverige draden waarmee ze prooien vangen. De springspinnen, waaronder de wolf spinnen jagen actief, zijn zeer bewegelijk en blijven niet in de buurt van een spinsel of nest. Vogelspinnen zijn zeer groot en komen niet in Nederland voor en mijten zijn juist zeer klein. Spinnen en mijten kunnen ook in water voorkomen. Deze week zag ik een klein actief wolfspinnetje van een mm of 5 rondscharrelen

(foto) Het met een panter of tijgerpatroon uitgeruste beestje bleek een veldwolfspin.

Bijzonder

De Veldwolfspin is een actief overdag jagende soort. Hij is daarvoor met 8 ogen uit gerust, 2 hoofdogen voor op de kop en 6 wat kleinere bij-ogen. De soort is extreem bewegelijk en dus moeilijk op de foto te krijgen en rent en springt bijna constant. Zoals bij alle spinnen is het mannetje kleiner dan het vrouwtje: 5 mm tov 8 mm. Maar het verschil is niet zo groot als bij veel andere spinnensoorten: bv de tijgerspin is het vrouwtje 1.5 cm en het mannetje een paar mm. De veldwolfspin jaagt vooral op kleine vliegjes, springstaarten en andere kleine insecten.

Waar

De veldwolfspin is een algemene soort die in graslanden en velden voorkomt . Liefst in een beetje vochtige omstandigheden. Hij komt in heel Europa, Rusland, Zuid Siberië en Turkije voor.

Correctie op Woudaapcolumn van 4-9: Het was geen Woudaapje, maar een Kwak (net zo zeldzaam!)

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl

 velduilvogelsVelduil28 okt 2007oktober

Velduil, 28 okt 2007

 velduil

De velduil komt voor in de Noordelijke delen van Europa, Azië en Amerika. Zijn leefgebied bestaat uit moerassen, graslanden en agrarisch land. De velduil is ongeveer 38 cm groot en leeft en broedt vooral op de grond. Het voedsel bestaat grotendeels uit woelmuizen. Daarnaast worden ook andere muizen en vogels gegeten. De velduil heeft een ronde kop, vrijwel zonder oorpluimen en een opvallend gezichtsmasker.

Bijzonder

Velduilen jagen zowel ′s nachts als in de schemering. Meer dan andere uilensoorten jagen ze ook overdag, waardoor ze vaker opvallen. De soort staat op de Rode Lijst vanwege de duidelijke afname en de geringe verspreiding van de Nederlandse broedpopulatie, en vanwege de kwetsbaarheid van het broedbiotoop.

Waar

Velduilen broeden in wisselende aantallen in de duinstreek en in moerasgebieden. Sinds de jaren vijftig is in het zuiden en oosten van het land sprake van een dalende trend. Op de Waddeneilanden

en in de net ingepolderde Flevopolders nam de soort eerst toe. Flevoland is inmiddels echter weer bijna verlaten, terwijl de Waddeneilanden -vooral Ameland - nu hèt bolwerk van de soort in Nederland zijn. Het aantal broedparen schommelt de laatste jaren tussen de 50 en 175 paar, waarvan tenminste driekwart op de Waddeneilanden. De kieskeurigheid en de zeldzaamheid van deze soort maakt het zeer bijzonder dat in het landschap om de startbanen van Schiphol het hele jaar door velduilen voorkomen. In sommige jaren zijn er wel 10 exemplaren waargenomen. De roofvogelwerkgroep schat dat maximaal 3 paren per jaar tot broeden komen. Dit jaar zijn tenminste drie jonge velduilen gemeld, waarvan 2 het slachtoffer waren van vliegtuigen. Het geringde derde jong staat op de foto. Ook op ander plaatsen in de Haarlemmermeer, zoals de Boseilanden worden soms velduilen gemeld. Vooral broedvogels uit Scandinavië overwinteren ook in Nederland. In oktober verschijnen de eerste trekkers, terwijl de laatste in mei weer zijn vertrokken. Het zijn echte zwervers. In Nederland geboren vogels trekken soms weg tot in noordelijk Scandinavië en Rusland, maar andere blijven hun leven lang binnen de landsgrenzen

Terugmeldingen

: Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe en een doortrekkende slechtvalk en veel haviken langs de Geniedijk.

 veldsalieplantenVeldsalie7 jul 2012juli

Veldsalie, 7 jul 2012

 veldsalie

Iedereen kent salie als keukenkruid. Maar er zijn tientallen soorten salie met vooral blauwe maar ook met rode en gele bloemen, waarvan sommige zelfs naar ananas geuren. De mediterrane salie die in de keuken gebruikt wordt heeft ook allerlei medicinale toepassingen. Weinig bekend is echter dat er ook een wilde salie soort in Nederland inheems is: de veldsalie. Onze veld salie heeft minder medicinale toepassingen dan de traditionele salie. Dat komt door de veel lagere concentratie aan etherische oliën in deze soort. De veldsalie kwam vroeger veel meer voor in Nederland en was een beeldbepalende soort voor bv rivierdijken, waar hij met zijn helderblauwe bloemen en lust voor het oog was en ook de insectenwereld een grote dienst bewees met nectar en stuifmeel. Helaas is deze soort door het maaibeleid en door overbemesting sterk achteruitgegaan en staat hij op de lijst van bedreigde

en beschermde soorten. Veldsalie is een waardplant voor nectar en stuifmeel voor hommels, vlinders, honingbijen en verschillende soorten solitaire bijen zoals zandbijen-, groefbijen- en metselbijen soorten.

Bijzonder

Daarom is het redelijk bijzonder dat op een strook zand die over lijkt te zijn van de aanleg van de A9 bij de Liede een enorme groep van veldsalie planten ontdekt is dit jaar. Op waarneming.nl is deze groep van meer dan 1000 planten de grootste gemelde (en ontdekte) populatie van dit jaar en wellicht ook van ander jaren in ons land. Dus zowel de aantallen planten als de locatie ver van het rivierengebied zijn bijzonder.

Waar

Veldsalie is een 1m hoge behaarde, licht aromatische plant die voorkomt op droge, kalkhoudende grond. De plant komt in heel Europa voor. In Nederland komt de veldsalie zeldzaam voor in riviergebieden. Op de Heimanshof komen zowel de wilde inheems veldsalie voor als (in de kloostertuin) verschillende soorten salie voor medicinale toepassingen, zoals de ananassalie met helderrode bloemen die pas laat in september bloeit en de 'gewone salie soorten'.

 veldmuiskleine dierenVeldmuis22 nov 2007november

Veldmuis, 22 nov 2007

 veldmuis

In het braakliggende gebied langs de A4 tussen de Geniedijk en Schiphol-Rijk, verzamelden zich vorige week 5 ooievaars en tientallen reigers. De reden voor hun bezoek is de veldmuis. Deze muis is dit jaar bijzonder algemeen in de Haarlemmermeer en ook verantwoordelijk voor de al eerder gemelde exceptioneel goede broedresultaten van roofvogels. Het is dit jaar namelijk een ‘muizenjaar’. De staart van woelmuizen, zoals de veldmuis, is veel korter dan van ‘ware’ muizen (b.v de huismuis) hun oren zijn kleiner en hun snuit is stomper.De veldmuis eet vooral grassen, kruiden en granen en maakt zijn nest tot wel 50 cm diep. Nesten liggen meestal zo′n drie meter van elkaar af. In goede gebieden, zoals wegbermen, kunnen wel 750 -1400 muizen per ha leven. Een vrouwtje kan 2-4 worpen per jaar krijgen van 2-12 jongen. De jongen worden naakt, roze en blind geboren. Ze worden 20 dagen lang gezoogd en zijn 14 dagen na het zogen geslachtsrijp. In het wild leven veldmuizen 4-24 maanden. In gevangenschap

kunnen ze 3 jaar oud worden.

Bijzonder

Ongeveer elke 3 jaar is er een muizendaljaar, dan een jaar waarin de aantallen toenemen en dan een topjaar. Door de zachte en droge winter van 2006/2007 is 2007 een extreem goed topjaar. De veldmuis is het belangrijkste voedsel is voor veel dieren, zoals hermelijnen, wezels, vossen, roofvogels, uilen en reigers. Top- en daljaren bij de veldmuis hebben een rechtsreeks effect op de overlevingskans en de broedresultaten bij deze dieren. Menselijke activiteiten, zoals bouwen en maaien kosten ook veel veldmuizen het leven. Daarnaast sterven veel muizen in de winter door wateroverlast en koude. Veldmuizen zijn vooral in de avondschemer en ′s nachts actief, overdag minder. Om de kans te verkleinen door roofvogels te worden gepakt, hebben ze een speciaal leefpatroon ontwikkeld. Om de twee uur komen ze vrijwel allemaal tegelijk uit hun holletjes om te gaan eten. Hoewel er dan wel muizen gevangen worden, zijn het er minder dan dat er altijd muizen actief zijn.

Waar

Veldmuizen leven in drogere streken met kort gras en/of granen, zoals graanakkers, wegbermen en dijken. Het verspreidingsgebied loopt van West-Europa tot Centraal- Azië met als zuidgrens Noord-Spanje, de Alpen, de Balkan en de Kaukasus. De noordgrens loopt door Nederland en Denemarken en via de Baltische staten naar Zuid-Finland.

 veldleeuwerikvogelsVeldleeuwerik14 jul 2012juli

Veldleeuwerik, 14 jul 2012

 veldleeuwerik

Bij een landingsbaan van Schiphol hoorde ik een overbekend geluid uit mijn jeugd, dat ik nog niet eerder in onze polder had gehoord: een op grote hoogte eindeloos doorzingende veldleeuwerik. Je kunt van Schiphol denken wat je wilt, maar het gebied rond de landingsbanen met zijn kortgeschoren grasvlaktes is voor een paar soorten de hemel op aarde. De veldleeuwerik is er een van. In mijn jeugd in de jaren '70 hoefde je maar naar buiten te stappen om hem te horen. Rond 1975 waren er ca. 500.000-750.000 broedparen. Daar is nu nog maar 10% van over. En jaarlijks neemt de stand nog met 5% af.

Bijzonder

In de duinen en de heides is de achteruitgang te wijten aan de verruiging met steeds meer struikgroei en gras door aan de ene kant stikstof (zure regen) uit de lucht aan de andere kant de afnemende

konijnenstand door ziektes. Op het platteland is de grootschalige mechanisering van de akkerbouw en de veeteelt een grote boosdoener. Daarnaast komt steeds meer maïs en wintergranen en steeds minder zomergraan en kruidenrijke akkerranden. Ook insecticiden en herbiciden hebben hun werk gedaan. Door de afname van bloemen en kruiden vindt de veldleeuwerik steeds minder insecten. Eiwitrijk voedergras heeft voorrang bij boeren. De goed bemeste graslanden worden veel vaker dan vroeger gemaaid met grote machines en tot op de laatste vierkante meter. Nestjes van veldleeuweriken zijn in dit maairegiem kansloos. Graanpercelen worden voor de winter omgeploegd. Ook dat betekent minder stoppelvelden met zaden in het winterhalfjaar. Ook op hun trektochten zijn veldleeuweriken niet veilig. Miljoenen worden er in zuidelijke landen gevangen op de trek. De laatste oorzaak is de aantasting van de open ruimte: de meeste bedrijventerreinen, wegen en wandelbossen kosten leeuweriken.

Waar

De veldleeuwerik leeft in uitgestrekte boomloze akkers, duinen, heide, weilanden met een korte vegetatie en heidevelden. De soort komt voor in heel Europa, behalve in het uiterste noorden.

 veenmolinsectenVeenmol13 apr 2008april

Veenmol, 13 apr 2008

 veenmol

Met het voorjaar in de lucht worden allerlei insecten weer actief. Eén daarvan is de veenmol, een ver familielid van krekels. Hij leeft grotendeels onder de grond en is vooral ′s nachts actief. De veenmol gebruikt zijn grote voorpoten als graafwerktuig en kan er ook goed mee zwemmen. Hij heeft een voorkeur voor dierlijk voedsel: o.a. ritnaalden, engerlingen, rupsen, regenwormen e.d. Dat is nuttig in de tuin maar met zijn gegraaf woelt hij jonge plantjes om en knaagt ook aan plantenwortels. Een echte plaag wordt hij echter nooit.
Volwassen veenmollen worden het meest gezien van eind april tot eind mei tijdens de balts. Het vrouwtje bouwt 8 - 30 cm onder de grond een nesthol zo groot als een kippenei met 200 -300 eitjes. Dit nest wordt voorzien van afwateringstunnels. Bovengronds knaagt ze alle planten weg zodat de zon het nest goed kan verwarmen. Na 10 - 45 dagen komen de jongen uit. Het vrouwtje likt de eitjes schoon en bewaakt de nymfen tot ze 2 -3 weken oud zijn. In het nest eten ze wortels en humus, die vrijkomen als de moeder de nestholte schoonmaakt. Pas na 500 dagen en 2 winters is een veenmol volwassen. Volwassen dieren leven dan nog 70 - 600 dagen. Vijanden van de veenmol zijn: katten, uilen, kraaien, reigers, vossen, egels, mollen, spitsmuizen en loopkevers. Eind juli

tot in augustus zoeken zij hun overwinteringsplaats weer op.

Bijzonder

De veenmol is met 5-6 centimeter één van onze grootste insecten. De soort is hier sterk achteruitgegaan en vrij zeldzaam geworden. Daarom staan ze de Rode lijst als kwetsbare en beschermde diersoort. Belangrijke bedreigingen zijn verdroging van hun leefgebied en verstedelijking. Ook zijn ze gevoelig voor intensief agrarisch beheer en insecticiden. Niet professionele tuinders gedogen vaak dat de veenmol wel eens een worteltje of meer ′trekt’. Bij oppakken steekt de veenmol niet, maar hij kan wel bijten of een bruin vocht afscheiden.

Waar

Onze veenmol komt voor in een brede strook van West-Europa via Rusland en China tot in Australië. Hij heeft een voorkeur voor natte veenweidegebieden en vochtige valleien, maar kan ook goed leven in lichte zand- en zware leemgrond. Daarbij zijn moestuinen een geliefde plaats vanwege de kale omgewerkte humusrijke grond en voldoende voedsel. In de Haarlemmermeer hebben we waarnemingen uit de veengebieden bij Rijsenhout en Vijfhuizen, zandige schooltuintjes in De Heimanshof en uit de klei langs de Geniedijk in Hoofddorp-Centrum.

 veenmol1

 varroamijtinsectenVarroa Mijt24 jun 2015juni

Varroa Mijt, 24 jun 2015

 varroamijt

Het droge weer van dit voorjaar maakt het tot een goed bijenjaar. In De Heimanshof kwamen we de winter uit met 3 bijenvolken en door het grote aantal zwermen zijn het er nu al 9. Zo kan het gaan in een goed jaar. Maar andere jaren waren minder goed. Iedereen weet dat de bijen het moeilijk hebben. Wat niet iedereen weet, is dat de 3 belangrijkste oorzaken daarvan allemaal aan mensen te wijten zijn. De voornaamste is het ’netheids’ ideaal van de burgers waardoor er in de steden vooral kale bloemloze gazons overblijven. Het gebruik van insecticiden draagt ook niet bij. Maar ik wil het nu vooral hebben over de varroa mijten. Dat zijn parasieten die het op het bloed van bijen en hun larven gemunt hebben. Als wij zelf een bij zouden zijn, zouden de mijten bij ons zo groot als muizen zijn en vele larven en bijen dragen er 3-10 met zich mee (foto van bijenlarf met mijten en

uitvergroting). Daardoor komen er uit larven vaak mismaakte bijen en worden de bijen verzwakt. Het is nl. een parasiet die van nature op Aziatische bijen voorkomt. Maar die hebben een poetsreflex ontwikkeld waarmee ze zich van de mijten kunnen ontdoen. Door de introductie van Aziatische bijen door imkers om te proberen de honing opbrengst te vergroten zijn de varroa mijten hier terecht gekomen. En onze bijen hebben die poets reflex Niet. Een soortgelijke kruisactie in Amerika met Afrikaanse bijen heeft daar de killer bijen op geleverd. Deze bijen passen zo goed op hun honig dat ze niet rusten voor een verstorend element afgemaakt is. Dat kost jaarlijks honderden mensen het leven

Bijzonder

De varroa mijt is te bestrijden met het toedienen van zuur op de bijenkast en door aangetaste ramen en volken te verwijderen. Maar helemaal kwijtraken lukt niet meer.Toch lijkt natuurlijke selectie ook hier op te treden. Want wilde bijen volken die niet behandeld worden, overleven ook.

Waar

Varroa mijten komen nu overal in Europa voor en komen oorspronkelijk uit Azië.

 metselwesp2insectenTweepunt-deukmetselwesp (2)12 aug 2013augustus

Tweepunt-deukmetselwesp (2), 12 aug 2013

 metselwesp2

Er zijn sluipwespen die leven van het leggen van eieren in bladluizen en sluipwespen die eieren leggen in ander sluipwespen soorten. Verder zijn er graafwespen, bladwespen, bladwespen, goudwespen, hongerwespen, bronswespen, galwespen en ga zo maar door.

Metselwespen zijn solitaire wespensoorten die hun prooien in een holletje proppen en er een eitje bij leggen en dan hun jong beschermen door de ingang met klei of leem af te sluiten. Het nest wordt met een mengsel uit klei en enkele tot 1 mm grote zandkorreltjes dichtgeplakt. Het duurt 1-2 dagen tot het gat dicht is. (Zie foto).

Aan de grootte van de nestopening en de afsluiting van het nest, kan men veel bewoners herkennen.

Drie soorten hebben een grote nestingang, maar verschillen in de afsluiting:

- De tweepunt-deukmetselwesp doet veel moeite om de afsluiting van het nest heel glad te maken.

- De Rosse metselbij doet dat met minder zorg en maakt een ruw klei oppervlak als nestafsluiting.

- De Wormkruidzijdebij maakt uit speeksel een cellofaan-achtige stof voor de nestafsluiting.

De Tronkenbij heeft kleine nestingangen met een bijzondere afsluiting: Als enige diersoort kan dit bijtje naaldboomhars met speeksel vloeibaar maken. Zij sluit het nest met een mengel uit veel naaldboomhars, enkele kleine schelpdeeltjes en zeer kleine zandkorreltjes af.

De tweepunt-deukmetselwesp wordt zelf ook weer belaagd door een andere soort wesp. En wel door m.i. het mooiste insect van Nederland: de goudwesp (foto). Dit zijn zogenaamde koekoekswespen. Als het vrouwtje van hun prooidier op jacht is, leggen ze snel hun eitje in het holletje. Dat eitje komt eerder uit dan de larve van de metselwesp, peuzelt die op en leeft dan verder op de voedselvoorraad die voor dat andere jong was aangelegd.

Waar

De muurwespen hebben tientallen holletjes in het insectenhotel aan het verenigingsgebouw van De Heimanshof in bezit genomen. Het is een vrij algemene soort in Noord- en Midden-Europa.

 goudwesp2

 metselwesp1insectenTweepunt-deukmetselwesp (1)5 aug 2013augustus

Tweepunt-deukmetselwesp (1), 5 aug 2013

 metselwesp1

Tot een week of wat geleden was het weer relatief koud en nat. Echt ‘slakken’ weer. Op de akkers en de tuintjes in De Heimanshof hebben we tienduizenden vooral naaktslakken geraapt en afgevoerd en desondanks werden de meeste kiemplanten weggevreten voor ze volwassen werden. Maar de laatste weken hebben veel goed gemaakt.

Het is nu echt insectenweer en op en rond de insectenhotels in de tuin krioelt het van de solitaire bijen en wespen. Deze week telde ik op een moment tientallen 3- 4 mm grote tronken bijtjes, vele rosse metselbijen, 10 bladsnijdersbijen met de onvermijdelijke rovers die daarop af komen, 5 goudwespen, 4 hongerwespen, en nog een stuk of 20 zenuwachtig rondvliegende en ondefinieerbare sluipwespensoorten.

Een ander insectenhotel werd massaal bezocht door metselwespen. Van deze soort hadden we er nog nooit zoveel gezien. Het was

de tweepunt-deukmetselwesp (Symmorphus bifasciatus; zie foto). (Met duizenden soorten om te benoemen krijg je dit soort ingewikkelde namen).

Deze soort is gespecialiseerd in het vangen van bladhaantjes, zoals het blauwe wilgenhaantje en het veelkleurig wilgen haantje, waarvan met name de 2e veel in De Heimanshof voorkomt.

Bijen en wespen zijn nauw verwant. Het verschil tussen beide groepen is dat bijen stuifmeel als eiwitbron voor hun larven gebruiken en wespen hun jongen groot brengen op dierlijke prooien.

Er zijn in Nederland ca 350 soorten bijen bekend, maar er zijn duizenden wespensoorten.

Wespen vervullen in de insectenwereld de rol van wolven, leeuwen en marters bij de zoogdieren: het zijn rovers die het aantal ’vegetarische’ soorten bejagen en zo de natuur in balans houden. En zo hebben wespen zich op duizenden manieren gespecialiseerd om andere insecten te vangen. De meeste wespen soorten zijn sluipwespen, waar we in tegenstelling tot de ‘limonade’ wesp nooit iets van zien of last van hebben.

Met dank aan Professor Ernst die met insectenweer dagelijks in De Heimanshof is voor informatie en foto’s.

 turksetortelvogelsTurkse Tortelduif15 nov 2007november

Turkse Tortelduif, 15 nov 2007

 turksetortel

De aanleiding voor het onderwerp deze week is de melding van een curieus broedgeval van een Turkse Tortelduif dat rond 6 november begon. De Turkse tortel is een duif die tegenwoordig vrij algemeen in Nederland voorkomt. Het is een beige vogel van ongeveer 30 cm lang, met een donker streepje in de nek. Ze eten voornamelijk zaden, rupsen, kevers en kleine vruchten. Het is een vogel die redelijk veel in de buurt van mensen komt: een cultuurvolger.
De Turkse tortel bouwt een eenvoudig nest bestaande uit losse takjes die in elkaar gestoken een ′platje′ vormen. Op dat nest worden steeds twee eieren gelegd. De duif koert meestal langdurig en eentonig. De vogel komt ′s winters af op voertafels, maar blijft bijna altijd op de grond.
Tegenwoordig is de Turkse tortel na de stadsduif de meest algemene duif in dorpen en steden. Tijdens de broedtijd kunnen ze agressief zijn. Ze doen alles om hun jongen te beschermen. De ouders jagen Vlaamse gaaien, eksters en zelfs mensen

weg bij het nest.

Bijzonder

Door het gammele nest mislukt een broedsel regelmatig, maar door steeds weer opnieuw een nest te maken lukt het de meeste Turkse tortels toch regelmatig jongen vliegvlug te krijgen. De meeste paartjes hebben wel 5 broedsels per jaar. De jongen uit het eerste legsel doen een paar maanden later zelf al weer mee aan de voortplanting. Er zijn weinig vogels die zich zo snel kunnen vermenigvuldigen. Het curieuze broedgeval midden in november is misschien dus minder een uitzondering dan eerst gedacht. De Turkse Tortelduif heeft de inheemse (gewone) tortelduif vrijwel verdrongen.

Waar

De Turkse tortel is sinds 1900 vanuit de Balkan West-Europa binnengetrokken. Het eerste geregistreerde broedgeval in Nederland was in 1949. Door allerlei onbekende factoren, maar zeker ook door de hoge voortplantingssnelheid explodeerde tussen 1950 en 1980 het aantal broedgevallen tot ongeveer 250.000 paar. Daarna is de stand ingestort en heeft zich gestabiliseerd op aantallen tussen de 50.000 tot 100.000 paar. De neergang van de aantallen liep parallel met die van een andere cultuurvolger: de huismus. Van de factoren die de huismus raakten (het steeds minder uitkloppen van tafelkleden en een betere isolatie van huizen met minder dakpanholletjes) lijkt voor de Turkse tortel alleen het voedselaanbod mogelijk relevant.