bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Japanse Duizendknoop, 18 jan 2020

 japanseduizendknoop2

Voor deze column laat ik mij meestal inspireren door wat er voor mijn voeten komt en dat is elke dag heel veel. Vandaag was ik in een van de MEERGroenprojecten in Heemstede een strook van 100 x 20 m totaal uit de hand gelopen Japanse Duizend knoop te maaien. De planten waren 3 meter hoog (foto) en de wortelstronken waren 10-15 cm dik en keihard verhout. En dan te bedenken dat die wortels tot 3 m diep doorgaan en dat elk stukje wortel wat in de grond blijft zitten weer uitloopt. Dat is nu wat je noemt een ongewenst kruid en een invasieve exoot. Veel mensen hebben die dingen gekocht en in hun tuin uitgezet. Nog erger is dat vanwege ondernemersrechten die dingen nog steeds verkocht worden in tuincentra. In Engeland is de soort totaal verboden en kun je je huis niet eens meer verkopen als die plant (nog) in de tuin groeit.

Bijzonder

De

Japanse duizendknoop komt hier niet vandaan en er zijn daarom geen insecten, schimmels of dieren die hem van nature eten, dus kan hij ongebreideld doorgroeien. En dat doet hij heel goed: onder bestrating door tot 7m ver weg en via zaden. Duizendknoopsoorten komen ook in Nederland voor, bv Perzikkruid en Veenwortel en ook die zijn heel lastig in je akker. Ook hun wortels groeien heel diep en de planten komen altijd weer terug tot 1m hoog. Toch heeft ook de Japanse duizendknoop wel wat. Hij is mooi om te zien, de jonge stengels zijn eetbaar als rabarber en het is een nectarplant voor bijen. Maar om hem onder controle te houden is bijna onbegonnen werk. Wat een beetje werkt, is vanaf april tot oktober elke 14 dagen maaien en wortels uitgraven zodat je hem uitput. En de enige definitieve oplossing is alle grond tot mogelijk 3 m diep afgraven en steriliseren met stoom, maar dat is nogal wat.

Waar

Ook in de Haarlemmermeer komt deze plant op allerlei plekken voor in wegbermen of vanuit tuinen, zelfs na 40 jaar terug dringen nog in de Heimanshof vanuit de tuin van de beheerder uit 1980.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 5 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 wespbijsierlijke2insectenWespbijen (2)12 mei 2012mei

Wespbijen (2), 12 mei 2012

 wespbijsierlijke2

Wanneer een gastheernest eenmaal gelokaliseerd is, bezoekt het wespbijvrouwtje het nest verschillende keren. Een nest dat reeds voorzien is van stuifmeel, is qua geur aantrekkelijker dan een leeg nest. Wanneer twee wespbijvrouwtjes van dezelfde soort elkaar tegen komen bij een gastheernest, dan gedragen ze zich agressief en proberen elkaar weg te jagen. De vrouwtjes van de zandbijen gedragen zich vreemd genoeg niet agressief t.o.v. wespbijvrouwtjes. Dit komt omdat het wespbijvrouwtje een zelfde geur heeft als het zandbijvrouwtje. Deze geur hebben de wespbijvrouwtjes niet van zichzelf maar komt van klieren van wespbijmannetjes. Tijdens het paren krijgen de vrouwtjes deze geur mee en die blijft lang aan haar hangen. Dit is weer een prachtige 'uitvinding' van de natuur (gezien

van uit de wespbij), dat alleen bevruchte vrouwtjes effectief in zandbijnesten kunnen binnendringen. Een eenmaal gevonden gastheernest wordt regelmatig opnieuw bezocht en in de gaten gehouden. Indien het zandbijvrouwtje zelf aanwezig is, dan blijft het wespbijvrouwtje vaak vlak bij de nestingang. Hierbij gaat ze in een 'loerhouding' roerloos, met de kop in de richting van de nestingang zitten. Wanneer de gastheer wegvliegt, gaat het wespbijvrouwtje het nest in. Ze gebruikt alleen cellen, die pas afgesloten zijn, dus voorzien zijn van voldoende voedsel (stuifmeel). Ze legt meestal twee eieren per broedcel, op voor de soort vaste plekken in de wand van de broedcel. De eitjes komen na ongeveer een week uit. De pas uitgekomen larve gaat eerst op zoek naar het andere Wespbij eitje en vernietigt dat. Het wordt echter niet opgegeten. Vervolgens gaat de larve naar het ei van de gastheer en voedt zich daar mee. Pas daarna gaat de larve eten van de opgeslagen stuifmeelvoorraad. Gedurende deze periode vervelt de larve enkele keren. De gehele ontwikkeling van ei tot volwassen wespbij duurt een paar weken. Op de foto een van de 43 wespbijsoorten: de sierlijke wespbij.

 wespbijgewone1insectenWespbijen (1)5 mei 2012mei

Wespbijen (1), 5 mei 2012

 wespbijgewone1

2012 is uitgeroepen tot het jaar van bij, om aandacht te vragen voor het belang van bijen en de problemen waar bijen mee kampen . In deze serie columns over solitaire bijen probeer ik u te interesseren voor de fascinerende verscheidenheid in bijen soorten (allen zonder angels!). Na de sachembijen nu een serie over wespbijen. De naam wespbijen zal velen al merkwaardig in de oren klinken, maar in de insectenwereld is de werkelijkheid vaak vreemder dan de wildste fantasieën. In Nederland zijn tot dusver 43 soorten wespbijen ontdekt. Ze heten wespbijen omdat ze op wespen lijken, maar het zijn bijen omdat ze op stuifmeel en nectar worden grootgebracht en niet zoals bij wespen met dierlijke prooien. Maar echt bijachtig gedragen zij zich niet. Ze verzamelen namelijk het stuifmeel en nectar niet zelf en hebben daarom ook geen stuifmeel

korfjes aan hun poten. In gedrag lijken ze ook op wespen, want wespen zijn veelal rovers en ook wespbijen komen aan de kost door roven.

Bijzonder

Wespbijen zijn cleptoparasieten, ook wel koekoeksbijen genoemd. De vrouwtjes maken zelf geen nest, maar leggen hun eitjes in het nest van andere solitaire bijen. Dit gedrag komt bij veel meer bijengeslachten voor. Verreweg de meeste wespbijsoorten parasiteren op één of meer soorten zandbijen. (De 64 soorten zandbijen heten zo omdat zij hun nest uitgraven in spaars begroeide zandplekken; ook zandbijen hebben het relatief zwaar in onze polder omdat er weinig geschikte broedplekken beschikbaar zijn; Een ieder kan daar wat aan doen door in de eigen tuin in de zon een zandhoop in te richten; voor een voorbeeld, bezoek De Heimanshof) Sommige wespbijen zijn parasiet van groefbijen, roetbijen of dikpootbijen. Wespbijen hebben geen vaste woon- of verblijfplaats. 's Nachts slapen ze verborgen in bloemen, of ze bijten zich vast aan plantendelen zoals stengels en bladeren. Bij het zoeken naar de nesten van de gastheer speelt zicht een belangrijke rol. Volgende week meer.

 wcmotmuggestippeldeinsectenwc-motmug7 mrt 2015maart

wc-motmug, 7 mrt 2015

 wcmotmuggestippelde

U bent van mij gewend om intrigerende natuurverschijnselen overal vandaan te toveren. Deze week een tropische soort die recentelijk (10 -20 jaar geleden of zo) is meegelift met internationale reizigers.

Zijn levenscyclus is niet heel appetijtelijk, want hij legt z’n eitjes (soms massaal) in de slijmerige prut van gootsteen- en wc-zwanenhalzen. Daar kauwen de larfjes zich door die prut. De volwassen exemplaren houden zich in en bij gootstenen en wc-potten op. Daar kunnen ze jaar rond aangetroffen worden.

Ze heten motmuggen. En om preciezer te zijn wc-motmuggen.

Het zijn circa 5 mm grote zwarte insecten met donkere zware beharing. Die beharing valt af als ze wat ouder worden.

Er zijn inmiddels 2 soorten bekend: de gestippelde wc motmug, die zijn vleugels horizontaal houdt en rijen witte stippels op de randen heeft (foto) en de gewone wc-motmug

die wat kleiner is zonder stippen en die zijn vleugels dakpansgewijs boven zijn lichaam houdt.

In de zomer kunnen de wc-motmuggen ook buiten leven. Daar worden ze soms aangetroffen in compostvaten en -hopen, vooral als deze vol met natte inhoud zitten.

Hoewel hun larvale stadium zich niet afspeelt in de meest fantasievolle omgeving, brengen ze voor zover bekend geen ziekten en plagen met zich mee.

Bijzonder

De wc-motmuggen ken ik zelf al een jaar of 10, maar naar nu blijkt stonden ze tot voor kort niet eens geregistreerd als een soort die in Nederland voorkomt. Dat heeft waarschijnlijk meer te maken met de aandacht voor deze soortgroep dan met hun daadwerkelijke voorkomen.

De levenscyclus van de motmuggen is heel snel: van ei tot volwassen exemplaar duurt ca. 17 dagen. De motmugjes zelf leven ca 10 dagen en na ongeveer 9 uur kunnen ze zich al voort planten met 200-300 eitjes per vrouwtje. Dat kan in korte tijd duizenden nakomelingen opleveren.

Waar

Voor het waarnemen van motmugjes hoeft u de deur niet uit. Ze leven in gootstenen, wcpotten en blubberige composthopen.

 waterspitsmuis3kleine dierenWaterspitsmuis (3)17 mrt 2013maart

Waterspitsmuis (3), 17 mrt 2013

 waterspitsmuis3

In de perioden dat de waterspitsmuis actief is, is hij op zoek naar voedsel, waarbij hij continu in beweging is. Deze actieve periodes duren enkele minuten tot 2 uur en worden onderbroken door rustperiodes. Ze rusten nooit langer dan een uur. De rustperioden worden doorgebracht in ondergrondse holen. Er bestaan 2 groepen spitsmuizen op basis van hun tanden. De helft van de soorten heeft witte tanden. De andere helft, waaronder de waterspitsmuis heeft tanden met rode punten, die hun schedels (vaak in braakballen) een bloeddorstig uiterlijk geven. Op de foto staan drie spitsmuissoorten met rode tandpunten. De tanden zijn spits om levende prooien te kunnen vastpakken en verscheuren.

Waar

De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij

snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Dat is vaak bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar schoon grondwater opwelt. Ook wordt hij aangetroffen langs de binnenduinrand, natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden. Bovendien moet er in de oevers voldoende schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten. Het verspreidingsgebied van de waterspitsmuis ligt in een groot deel van Europa. Van de Middellandse zee tot in het noorden van Scandinavië. In Nederland heeft de waterspitsmuis een zeer versnipperde verspreiding, maar hij komt het meest voor in de waterrijke provincies Friesland en Overijssel. In Oost- en Zuid-Nederland komt zijn verspreiding overeen met beek- en rivierdalen van de zand- en lössgronden, in laag Nederland betreft het vooral kwelgebieden. Ook in De Heimanshof is de waterspitsmuis in het verleden aangetroffen. De populatie in Poelbroek vlak buiten de Haarlemmermeer bij Vijfhuizen geeft hoop dat deze soort ook in de vochtige veenpolder rond de Eendenkooi Stokman kan voorkomen en langs de steeds frequenter aangelegde ecologische oevers in onze polder.

 waterspitsmuis2kleine dierenWaterspitsmuis (2)10 mrt 2013maart

Waterspitsmuis (2), 10 mrt 2013

 waterspitsmuis2

De waterspitsmuis heeft giftig speeksel. Dit wordt vooral gebruikt om prooidieren als vissen en kikkers te verlammen, die groter kunnen zijn dan hijzelf (foto). De waterspitsmuis leeft solitair. Alleen in de voortplantingstijd leven meerdere dieren bijeen in een los familieverband.

Het voedsel van de waterspitsmuis bestaat uit prooidieren die hij zowel op het land als in het water vangt. Zijn voedsel bestaat voornamelijk uit insecten en andere ongewervelden zoals kreeftachtigen, waterslakken, kevers, motten, vliegen, larven en wormen. Daarnaast eet hij ook kleine vissen, amfibieën(eieren) en aas. Soms legt de waterspitsmuis een voorraad aan. Waterspitsmuizen eten per dag minstens hun eigen lichaamsgewicht en kunnen twee dagen zonder

voedsel.

De waterspitsmuis is vrij luidruchtig. Hij maakt fluitende kreten, trillers en schrille krijsende en sissende geluiden.

Bijzonder

De waterspitsmuis is in Nederland bedreigd en staat op de rode lijst als kwetsbaar. Dit is het gevolg van de vernietiging van hun leefgebied door o.a. de aanleg van waterwegen, de drainage van landerijen, het verwijderen van oevervegetatie en watervervuiling.

Ook in veel Europese gebieden is de populatie van waterspitsmuizen hierdoor teruggelopen. Maar omdat ze zo klein en ongrijpbaar zijn, is het moeilijk een juiste schatting te maken van de mate van achteruitgang. Natuurlijke bedreigingen van de waterspitsmuis zijn kerkuil, steenuil, steenmarter en boommarter. Daarnaast worden waterspitsmuizen ook wel gevangen door o.a. bunzing, kat, vos en ransuil, maar niet door hen opgegeten. Dit komt omdat spitsmuizen, vooral de mannetjes, een ranzig ruikende stof uitscheiden en dan door deze geur of smaak niet worden opgegeten.

De waterspitsmuis is een ontzettend schuw dier, dat zich dood kan schrikken van een plotseling, hard geluid. De soort is zowel overdag als ′s nachts actief, maar vooral voor zonsopgang.

 waterspitsmuis1kleine dierenWaterspitsmuis (1)3 mrt 2013maart

Waterspitsmuis (1), 3 mrt 2013

 waterspitsmuis1

Afgelopen zaterdag werkte ik mee aan een project vlak bij Vijfhuizen net over de ringvaart. Een ruig en nat weiland, genaamd Poelbroekpark. Met 10 man deden we het achterstallig maaiwerk wat paarden de jaren ervoor gedaan hadden. De snijdende koude voelden we niet door het harde werken en vooral de vele leuke dingen die we zagen: een vossenburcht en maar liefst een stuk of 10 bijzonder spitsmuizen: de waterspitsmuis had het hier goed naar zijn zin. Normaliter zijn deze dieren in de ruige natte gebieden waar ze leven niet te vinden of te vangen, maar door het maaien krioelden ze overal. Zoals de naam doet vermoeden, zijn waterspitsmuizen waterdieren. Spitsmuizen zijn verder geen gewone muizen die zaad of gras eten, maar het zijn jagende carnivoren. Er zijn 6 spitsmuissoorten in Nederland,

waarvan de waterspitsmuis de grootste is. En de specialiteit van de waterspitsmuis is jagen onder water. Ook loopt hij over de bodem van het water. Hij kan tot 20 seconden onder water blijven. De waterspitsmuis zwemt met zijn staart en poten. De onderzijde van de staart is voorzien van rijen witte borstelharen, die dienen als een soort kiel bij het zwemmen en franje bij met name de achterpoten en zwemvliezen. De oren liggen geheel verborgen in de vacht en worden bedekt door huidflapjes tegen inkomend water. Hij heeft kleine zwarte ogen en een spitse snuit met lange witte snorharen. De vacht is waterafstotend, door de afscheiding van vetklieren, die hij op het land door zijn vacht poetst. Als een waterspitsmuis zwemt, blijven er luchtbellen tussen de vacht zitten, waardoor deze een zilveren kleur krijgt (foto). Deze luchtbellen houden warmte vast, maar zorgen er ook voor dat de waterspitsmuis blijft drijven. Om bij de bodem te komen, moet een waterspitsmuis met een sprong het water induiken. De waterspitsmuis heeft gevoelige, beweeglijke snorharen en een spitse snuit, waarmee hij naar prooi kan zoeken in de modder en onder steentjes. Volgende week verder.

 waterranonkel1plantenWaterranonkel8 jun 2007juni

Waterranonkel, 8 jun 2007

 waterranonkel1

De natuur is in juni op zijn mooist, met het grootste aantal bloeiende planten. Meestal is de bloemenpracht te bewonderen in bermen en in tuinen.
Aan de Sweelincksingel in Hoofddorp- Oost was in die tijd een indrukwekkende bloemenpracht in het water van de vijver te bewonderen. Bijna de hele oppervlakte van de vijver is dan bedekt met een wit bloemetje met een geel hartje dat net 5 cm boven het water wordt opgetild door een dicht massa van volledig onder water groeiende planten. Het kan in dit geval niet gaan om een wier zoals Canadese waterpest of gedoornd hoornblad, want die bloeien niet.
Het gaat om een boterbloem en wel de waterranonkel. Van de Waterranonkel-familie

komen in Nederland 7 soorten voor. De enige die al zijn stengels en bladeren onder water houdt en alleen het bloemetje boven water drukt, is de stijve waterranonkel.

Bijzonder

Alle waterranonkels hebben bladeren die zo diep ingesneden zijn dat ze bijna alleen uit draadvormige slippen lijken te bestaan. Deze soort heet ‘stijf’ omdat de bladeren niet zoals bij de andere soorten als zij uit het water getild worden slap naar beneden gaan hangen, maar in dezelfde stand blijven staan.

Waar

De stijve waterranonkel houdt van een zonnige plek en vrij ondiep voedselrijk water, dat ook wel een beetje brak mag zijn en liefst een klein beetje moet stromen. De bodem mag voor deze soort zowel venig als kleiig zijn. Daarom komt deze soort het meest in West-Nederland voor.

Voorkomen: niet algemeen en niet zeldzaam

Status: niet speciaal beschermd

 waternetjeplantenWaternetje13 nov 2013november

Waternetje, 13 nov 2013

 waternetje

Zowel in de Toolenburgse plas als in het meer van het Haarlemmermeerse bos is het water vrij helder en diep. Daardoor worden deze meren druk bezocht door toenemende aantallen duikliefhebbers. En onder water zijn er natuurlijk weer intrigerende flora en fauna zaken te ontdekken. Onlangs stuitte een van de duikers tussen 2-7 m diepte op netvormige wolken bestaande uit groene bolletjes. Deze bolletjes bestaan uit netvormige structuren van 5- 30 mm groot (foto). De netvormige structuur van het waternetje is een kolonie, bestaande uit meerdere cellen. Een volgroeid netje kan een paar cm groot worden.

De groei van waternetjes wordt door hogere temperaturen versterkt. De klimaat verandering heeft veroorzaakt dat waternetjes zich op sommige plekken

tot een plaag kunnen ontwikkelen.

Het is in de zomer veel aanwezig, maar sterft af als het water kouder wordt. Het waternetje overleeft de winter door dikwandige sporen te maken die naar de bodem zakken.

Bijzonder

Een jong netje ontstaat al binnen een volwassen cel. Elk bolletje ontstaat uit één zich opdelende cel binnen een moedercel. Dit worden sporen die zich met zweepdraden binnen de moedercel kunnen bewegen. Al voor het uiteenvallen van de moedercelwand verliezen deze sporen hun zweepdraden en groeperen ze zich in de vorm van een nieuw jong netje. Door het strekken van de cellen groeit het nieuwe netje verder.

Waar

Waternetje is een groenwier, waarvan in (Midden- en West-) Europa 1 en in de wereld 5 soorten bestaan. De foto is gemaakt in het meer van het Haarlemmermeerse Bos waar deze algen voorkomen op 2- 7 m diepte. Het waternetje is bekend uit voedselrijke, vooral stikstofrijke wateren, sloten en plassen. Het kan ook in het kustgebied in water met een hoog zoutgehalte voorkomen.

 watercipres2bomenWatercipres20 jan 2018januari

Watercipres, 20 jan 2018

 watercipres2

Op veel plekken in het straatbeeld staan naaldbomen, waarvan in de herfst, nadat ze prachtig rood gekleurd waren, de naalden afgevallen zijn.

Deze bomen bestaan uit 2 soorten, die een beetje lastig uit elkaar zijn te houden. Beide soorten hebben een stam die aan de basis extreem dik is en gaande weg smaller wordt (foto). De minst algemene is de moerascipres die uit de moerasgebieden van de Verenigde Staten komt. Als het goed is, zijn deze aan de waterkant geplant (wat niet altijd het geval is) en daar vormt deze zgn kniewortels: knolvormige wortels waar mee hij lucht hapt en zich verankerd voor overstroming. Dat gebeurt in de Everglades en de Mississippidelta nl maanden lang. En hij heeft een afgeronde kroon. De andere soort is de watercipres. En deze heeft meestal een spitse kroon (foto).

Bijzonder

De

moerascipres komt uit China en is familie van de Sequoia of mammoetboom. Van deze soort, die miljoenen jaren geleden ook in Nederland voorkwam, getuige vondsten in de steenkool van Limburg, was gedacht dat hij uitgestorven was. Totdat mensen hem in een dal in China pas in de 50-tiger jaren van de vorige eeuw ontdekten. Het is dus eigenlijk een levend fossiel. Al snel had men door dat de watercipres, omdat hij zo’n lange geschiedenis had, een zeer sterke ziektevrije soort was ,die ook nog eens ideale eigenschappen had voor aanplant in de bebouwde kom: mooie rood wordende naalden en wortels die bestrating en kabels en leidingen met rust lieten.

Waar

De oudste watercipressen die ik in de polder gevonden heb, staan in het Oude Buurtje in Hoofddorp, waarvan 2 in het plantsoen tegen de kruisweg bij de Geniedijk aan. Deze wijk is rond 1975 gebouwd en de bomen waren toen al een jaar of 10 oud. Dus ze dateren van minder dan 15 jaar na de ontdekking! De beste plek om het verschil tussen moeras- en watercipressen te bekijken is in de Japanse tuin van het Haarlemmermeerse bos. Langs het water staan (met kniewortels) de moerascipressen en hoger op langs het pad de watercipressen.

 vuurzwammetjebomenVuurzwammetje21 okt 2017oktober

Vuurzwammetje, 21 okt 2017

 vuurzwammetje

Wat bij vogels bv de Ijsvogel is en bij planten de orchideeën familie, dat zijn bij paddenstoelen de wasplaten. Het zijn bijna zonder uitzondering zeer kleurige paddenstoelen, die erg tot extreem zeldzaam zijn en daarmee een iconische status hebben bij kenners en leken. Groot was dan ook ons enthousiasme toen we op De Heimanshof maar liefst 10 scharlakenrode vuurzwammetjes aantroffen voor het eerst in 40 jaar (foto JvanLoon). De Nederlandse naam "vuurzwammetje" heeft betrekking op de intens rode kleur. Wasplaat slaat op de structuur van de plaatjes aan de onderzijde van de hoed die doet denken aan stearine of was van een kaars.

Bijzonder

De functie van de felle kleur van sommige paddenstoelen, waaronder het vuurzwammetje, is onbekend. Mogelijk heeft deze een signaalfunctie en beschermt het vruchtlichaam

tegen betreding. In Europa groeit de soort in grasland, op zandige heiden en in onbemeste wegbermen. Op een enkele soort na zijn veel wasplaten in heel West-Europa erg zeldzaam geworden. Ze zijn namelijk erg gevoelig voor kunstmest en verdwijnen snel uit hiermee bewerkte weilanden. Samen met andere graslandpaddenstoelen zijn ze teruggedrongen tot vaak luttele vierkante meters waar ze zich rond deze tijd laten zien.

Waar

In Nederland zijn het vaak oude kerkhoven en verder een enkel graslandreservaat, een oude zeedijk of grazige plekken op heide en in de duinen waar je ze kunt vinden. Wasplaten worden altijd gezien als graslandpaddenstoelen, maar veel soorten zijn vooral kieskeurige paddenstoelen die alleen maar gevonden worden op een oude gerijpte bodem die al heel veel jaren onaangeroerd is gebleven. Noord-Amerika komen wasplaten vooral voor in oude ongestoorde oerwouden aan de oost- en westkant van het continent. Haast onbegrijpelijk, maar beide groeiplaatsen hebben een ongestoorde bodem gemeen. Het gaat altijd om slechts enkele vierkante meters, waar ze voorkomen in een bijzonder milieu, dat ze meestal delen met andere zeldzame paddenstoelsoorten.

 vroegelingplantenVroegeling9 mrt 2008maart

Vroegeling, 9 mrt 2008

 vroegeling

Bolgewassen zoals sneeuwklokjes, narcissen en winteraconieten kunnen met het reservevoedsel in de bol een snelle start na de winter maken. Een van de eerste planten die dit reservevoedsel niet hebben en daarmee (voor sommigen) de echte start van het voorjaar aangeven, is de vroegeling. De vroegeling is een onooglijk klein plantje van soms maar 1 cm hoog , maar meestal zo’n 4-10 cm. Het is een kruisbloemige, die b.v. familie is van koolzaad. Dit plantje bloeit van februari tot mei met kleine 2 tot 5 mm grote, witte bloempjes. Vroegeling plant zich voort via zaad. Vaak komt de plant massaal voor op geschikte standplaatsen. De grote aantallen kleine bloempjes en later in het jaar de zaaddoosjes, zien er vanuit menselijk perspectief uit als een witte waas over de grond.

Bijzonder

Vroegeling is een winterannuel. Dit zijn éénjarige planten die als zaad ′overzomeren′. De ecologische verklaring

hiervoor is, dat vroegeling bij voorkeur voorkomt op schrale zandige plekken. En die plekken worden in de zomer zeer droog en gloeiend heet. Door in de herfst te kiemen, als bladrozet te overwinteren en dan vroeg te bloeien en zaad te vormen heeft dit plantje een werkbare levenscyclus gevonden.

Waar

De plant groeit op open zandgrond. Vroegeling komt in alle streken met een gematigd klimaat voor. In de Haarlemmermeer is de vroegeling vaak in boomspiegels en tussen stoeptegels te vinden.

Terugmeldingen

Uit vele meldingen wordt duidelijk dat er op veel plaatsen in de Haarlemmermeer ijsvogels aanwezig zijn. Op tenminste 1 plaats is inmiddels bevestigd dat zich een paartje gevormd heeft, dat bezig is met het graven van nestgangen in een aangelegde ijsvogelnestwand. Bergeenden die in de winter in de Waddenzee verblijven, keren weer terug naar hun nestholen op akkerranden, terwijl de grote zaagbekken nog aarzelen om naar Oost- en Noord-Europa terug te keren. Overal in de bebouwde kom zijn er paartjes te zien die net als aalscholvers aan het vissen zijn. Groene Spechten slaken soms om de 10 minuten hun schallende territoriumroep, die wel een km ver draagt en die lijkt op een uitdagende lach.

 vroegeglazenmakerinsectenVroege glazenmaker30 jun 2012juni

Vroege glazenmaker, 30 jun 2012

 vroegeglazenmaker

Libellen komen in Nederland voor in 3 types. De kleinste soorten heten waterjuffers en vouwen hun vleugels in rust boven hun lijf. De middelgrote soorten zijn ca 4-5 cm lang en houden hun vleugels breed uitgestrekt. De grootste soorten zijn vaak 6-8 cm lang en worden glazenmakers genoemd omdat ze deden denken aan glazenmakers uit vroeger tijden. Deze droegen glas in een raamwerk van latten op de rug waardoor het wel vleugels leken. Alle libellen zijn een wonder van esthetische schoonheid. Voor de leek zijn ze niet allemaal makkelijk te onderscheiden. Maar dat geldt niet voor de soort van deze week. In de Haarlemmermeer komt maar 1 bruine glazenmaker voor (terwijl er 4-5 groene en blauwe soorten zijn). Op 20 m afstand is deze soort te herkennen. En zijn prachtige groene ogen zijn een extra toegift als je hem ergens zittend vindt. De vroege glazenmaker heet zo, omdat hij als eerste van de glazenmakers volwassen wordt en rondvliegt. Vaak al in mei. En hij vliegt tot ver

in juli.

Bijzonder

De vroege glazenmaker leeft het grootste deel van zijn leven als larve onder water. Veel libellen overwinteren als ei en het ei komt pas uit in het voorjaar. Bij de vroege glazenmaker komt het ei onmiddellijk uit en de larve overwintert. Daarom kan deze soort ook eerder in het jaar volwassen worden dan andere soorten. Zowel de larven als de volwassen libellen zijn jagers. Libellenlarven zijn echte onderwaterdieren die zuurstof uit het water kunnen opnemen. Ze vangen prooien groter dan zichzelf met razendsnel uitklapbare kaken. Volwassen libellen leven een paar weken om zich voort te planten en vangen prooien als muggen en vlinders.

Waar

De vroege glazenmaker is een soort van vooral West-Nederland. Hij houdt van sloten en poeltjes met voedselrijk water die dicht met vegetatie omzoomt zijn, zoals die veel in veengebieden te vinden zijn. Maar ook in De Heimanshof, langs de Geniedijk en bij natuurvriendelijke oevers is dit een soort die vaak aan te treffen is.

 vroegeglazenmaker2