bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Japanse Duizendknoop, 18 jan 2020

 japanseduizendknoop2

Voor deze column laat ik mij meestal inspireren door wat er voor mijn voeten komt en dat is elke dag heel veel. Vandaag was ik in een van de MEERGroenprojecten in Heemstede een strook van 100 x 20 m totaal uit de hand gelopen Japanse Duizend knoop te maaien. De planten waren 3 meter hoog (foto) en de wortelstronken waren 10-15 cm dik en keihard verhout. En dan te bedenken dat die wortels tot 3 m diep doorgaan en dat elk stukje wortel wat in de grond blijft zitten weer uitloopt. Dat is nu wat je noemt een ongewenst kruid en een invasieve exoot. Veel mensen hebben die dingen gekocht en in hun tuin uitgezet. Nog erger is dat vanwege ondernemersrechten die dingen nog steeds verkocht worden in tuincentra. In Engeland is de soort totaal verboden en kun je je huis niet eens meer verkopen als die plant (nog) in de tuin groeit.

Bijzonder

De

Japanse duizendknoop komt hier niet vandaan en er zijn daarom geen insecten, schimmels of dieren die hem van nature eten, dus kan hij ongebreideld doorgroeien. En dat doet hij heel goed: onder bestrating door tot 7m ver weg en via zaden. Duizendknoopsoorten komen ook in Nederland voor, bv Perzikkruid en Veenwortel en ook die zijn heel lastig in je akker. Ook hun wortels groeien heel diep en de planten komen altijd weer terug tot 1m hoog. Toch heeft ook de Japanse duizendknoop wel wat. Hij is mooi om te zien, de jonge stengels zijn eetbaar als rabarber en het is een nectarplant voor bijen. Maar om hem onder controle te houden is bijna onbegonnen werk. Wat een beetje werkt, is vanaf april tot oktober elke 14 dagen maaien en wortels uitgraven zodat je hem uitput. En de enige definitieve oplossing is alle grond tot mogelijk 3 m diep afgraven en steriliseren met stoom, maar dat is nogal wat.

Waar

Ook in de Haarlemmermeer komt deze plant op allerlei plekken voor in wegbermen of vanuit tuinen, zelfs na 40 jaar terug dringen nog in de Heimanshof vanuit de tuin van de beheerder uit 1980.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 4 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 winteraconiet2plantenWinterakoniet en Sneeuwklokjes27 jan 2007januari

Winterakoniet en Sneeuwklokjes, 27 jan 2007

 winteraconiet2

Ondanks het feit dat vorige week de vorst voor het eerst toesloeg, waren er al bolgewassen die het nieuwe jaar aankondigen en in bloei kwamen. De bekendste van deze planten is ongetwijfeld het sneeuwklokje. Weinig bekend is echter dat er minstens 60 soorten sneeuwklokjes bestaan. De allervroegst bloeiende daarvan is het grote sneeuwklokje, die i.t.t de gewone boerensneeuwklokjes wel 15-20 hoog kan worden. Behalve de grote en de gewone sneeuwklokjes zijn er dubbele, smalbloemige, breedbloemige, pollenvormende en wortelstokvormende soorten. Een andere zeer vroeg bloeiende soort is de winterakoniet. Het is een geliefde voorjaarsbloeier vanwege zijn felle, gele kleur. De plant heeft stengels met daarop telkens 1 gele bloem, die omringd wordt door een krans van ongeveer 6 ongesteelde bladeren. De bloemen openen zich alleen als de zon schijnt. Het duurt ongeveer 4 jaar voor zaad volwassen is. Vele piepkleine kiemplantjes staan meestal rond de volwassen

planten (zie foto).

Bijzonder

Winterakonieten en sneeuwklokjes zijn stinsenplanten. Dat is een verzamelnaam voor planten die van elders zijn ingevoerd vanaf de middeleeuwen tot het midden van de vorige eeuw. De planten wisten zich zo goed te handhaven en soms ook uit te breiden, dat ze nu tot de Nederlandse flora worden gerekend. Tot de stinsenplanten worden niet alleen bolgewassen gerekend, maar ook sommige heesters en vaste planten; evenals sommige "onkruiden": zevenblad en fluitekruid. De naam stinsenplant werd voor het eerst gebruikt door een botanicus in1923, die opmerkte dat planten uit deze groep veel voorkomen bij oude boerderijen, kerkhoven, buitenplaatsen of zoals deze gebouwen in het noorden worden genoemd: borgen (Groningen), havezaten (Drenthe en Overijssel) en stinsen (Friesland).

Waar

Boerensneeuwklokjes zijn zeer algemeen verwilderd in tuinen parken en boerenerven. Andere soorten zijn niet zo algemeen. In De Heimanshof kunnen een 10-tal soorten bekeken worden. Sneeuwklokjes komen oorspronkelijk uit Turkije en de Balkan.De winterakonieten worden in het wild als vrij zeldzaam beschouwd. Toch kunnen zij regelmatig in tuinen en parken worden aangetroffen. Winterakonieten komen uit Turkije waar zij o.a in het Taurusgebergte groeien op zo’n 2000 m hoogte.

 windevedermot1vlindersWindevedermot22 sep 2013september

Windevedermot, 22 sep 2013

 windevedermot1

Deze week zat er op m’n raam een T-vormige nachtvlinder (foto). Het zoeken op ‘T-mot’ leverde de ‘windevedermot’ op. Deze nachtvlinder leeft als rups op en van allerlei soorten windes, zoals de haagwinde of de akkerwinde. De haagwinde komt helaas nogal algemeen voor. Het is ongeveer de enige soort ongewenst kruid in mijn tuinen waar ik vrijwel geen (biologisch verantwoord) antwoord op heb. In tegenstelling tot de veel bekendere dagvlinders, waarvan er in Nederland ca 50 soorten voorkomen, zijn er wel 2400 nachtvlindersoorten, waarvan er ca 1500 tot de microsoorten worden gerekend. De Windevedermot is een van die kleinere soorten met een spanwijdte van 2.5- 3 cm.

Bijzonder

Er komen ca 35 soorten vedermotten voor in Nederland, die allemaal zeer strikt afhankelijk zijn van een of meerdere waardplanten. De windevedermot is een van de 4 meer algemene soorten. Kenmerkend voor vedermotten is dat de 2 paar vleugels die alle vlinders hebben, zulke diepe insnijdingen

hebben dat ze niet 2 x 2 maar 2 x 5 veervormige vleugels lijken te hebben, maar de twee gekliefde vleugels laten in hun beweging zien dat het 2 x 2 vleugels zijn (inzet foto). Daarbij is elk element net als echte veren ook weer dwars ingesneden. De onderkant van de gekliefde vleugels zit vol met soort-specifieke geurstoffen. Ook hebben niet alle vedermotten ingesneden vleugels. De nauw verwante familie van de Waaiermotten met 2 soorten in Nederland heeft nog sterker gekliefde vleugels, 2 x 6 in voor- en achtervleugel. Die veervormige vleugels zijn meestal niet te zien, omdat ze net als op de foto bij rust worden samengevouwen.

Waar

De windevedermot komt overal in Europa voor waar zijn waardplanten voorkomen. Het is een soort die als volwassen insect overwintert en het hele jaar gezien kan worden. Deze soort wordt erg door licht aangetrokken en wordt daarom vaak op ramen aangetroffen. Er komen verschillende generaties per jaar voor, met een kleinere piek in het voorjaar en een grote piek van augustus tot november.

 windevedermot2

 wilgenwarvlechtbomenWilgenwarvlecht19 jul 2019juli

Wilgenwarvlecht, 19 jul 2019

 wilgenwarvlecht

In voorjaar en zomer komen er zo veel verrassende en nieuwe soorten op mijn pad, dat ik wel elke dag een column zou kunnen vullen. Het is dus niet moeilijk kiezen en we kunnen nog voor jaren vooruit. In de keuze van het onderwerp laat ik mij mede leiden door een afwisseling tussen planten, dieren, insecten en of er een leuk verhaal achter zit. En daar naast is het vanwege copyright ook essentieel dat ik er zelf een foto van kan maken. Dat probleem sluit een heel serie interessante zaken zoals de monniksgier die een paar weken geleden even boven de Haarlemmermeer zweefde uit. Jammer, maar helaas. Daarom deze week een makkelijk stil zittend onderwerp met een intrigerende naam: wilgenwarvlecht. Ik heb het al eens gehad over gallen en heksenbezems. De wilgenwarvlecht zit daar een beetje tussen in. Een heksenbezem ontstaat (meestal in een berk) omdat een schimmel een stofje produceert dat alle slapende knoppen wakker maakt. En de ca 1400 soorten gallen die in Nederland tot dusverre gevonden zijn, ontstaan omdat (met name)

galwespjes ontdekt hebben dat een stofje die zij maken het effect heeft van een plantenhormoon die de plant aanzet tot een zwelling die van binnen smakelijk is en van buiten hard: een perfecte plek om jonkies in groot te laten worden. Bijna elke plantensoort heeft wel 1 of meer gallen en de eik wel 40.

Bijzonder

Van de wilg is het wilgenroosje bekend: een gal in een bladknop, maar vandaag ontdekte ik een hele grote vertakte gal, wel 20 cm lang. Deze wordt niet door een galwesp veroorzaakt en ook niet door een schimmel, maar de wilgenbezemmijt. Een mijt is een klein spinnetje. Op dezelfde manier als bij een heksenbezem worden er veel extra hulpknoppen gevormd waar weer takjes uit groeien, bedekt met schubvormige blaadjes. Bij de meeste wilgen zijn deze warvlechten gedrongen. Bij de grijze wilg kunnen ze wel 40 cm lang worden ( zie foto: warvlecht op grijze wilg)

Waar

De wilgenwarvlecht komt in Nederland voor op schietwilg, geoorde wilg, geoorde kruipwilg, boswilg, grauwe wilg en kruisingen van deze soorten.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl

 wilgenhoutvlindervlindersWilgenhoutvlinder26 feb 2012februari

Wilgenhoutvlinder, 26 feb 2012

 wilgenhoutvlinder

De meeste insecten worden vernoemd naar de volwassen verschijningsvorm ('imago'). Maar bij een niet onaanzienlijk aantal soorten is het imago een zeer kort levende 'omhulling', die alleen dient om te paren en eieren te leggen. Deze kortlevende imago's eten bv niet eens meer, terwijl hun rups of larve jarenlang leeft. Dat is bv het geval bij de wilgenhoutrups. Onze polder is een zeer geschikt biotoop van deze soort, maar pas vorige week kwam ik hem (massaal) tegen op een erf op mijn zoektocht naar bijzondere bomen. De wilgenhoutvlinder is een soort die hoort bij de houtboorders. Zijn rupsen leven in hout van allerlei soorten loofbomen. In dit geval in zwarte elzen van een aanzienlijke leeftijd. De rupsen vreten zich een jaar of 3-5 lang door het hout, verpoppen regelmatige en overwinteren een aantal jaren. Soms verwisselen ze ook van boom en kun je de vingerlange en -dikke rupsen over de weg zien lopen. Meestal in mei.(Zie inzet) De vlinders vliegen in één generatie ergens tussen april en augustus. De individuele vlinders leven niet langer

dan 8-10 dagen

Bijzonder

De boorgaten van de wilgenhoutvlinderrupsen kunnen makkelijk onderscheiden worden van andere boorders. De rups geeft nl een karakeristieke azijnachtige geur af. Om deze geur werd deze rups wel als lekkernij gegeten. Als je hem zou willen beetpakken moet je een beetje oppassen. Want zijn sterke kaken kunnen een flinke beet bezorgen, want met deze kaken vreet de rups zich een weg door wilg, populier, els en ook wel door eikenhout. De vlinder legt eieren laag op de stam en het liefst bij beschadigingen van de bast. De kleine en de grote rupsen zouden (bijna) niet door bast heen kunnen vreten.

Waar

De wilgenhoutvlinders komt voor bij rivieroevers, moerassen, bosranden, en graslanden, met een duidelijke voorkeur voor een vochtige omgeving. Het is een vrij algemene soort die verspreid over het hele land voorkomt, vaak in polderlandschappen en meer in het westen van het land dan in het oosten.

 wilgenhoutvlinderrrups

 wilgenhaantjeinsectenWilgenhaantje16 okt 2010oktober

Wilgenhaantje, 16 okt 2010

 wilgenhaantje

Kleine Populierenhaan

De Heimanshof heeft inmiddels met de gemeente en Recreatieschap Spaarnwoude 6 ha aan bloemenweides in beheer rond Ravensbos, in Floriande, bij het insectenpad, in de Fruittuinen en op het Groene Carré Zuid. Deze bloemenweides moeten om volgend jaar weer te bloeien, voor 15 oktober weer losgewoelde grond krijgen. De wilgenaanplant in het verlaagde eerste gedeelte van het Groene Carré leek er bij mijn werkbezoeken steeds minder vitaal bij te staan. Bijna alle bladeren vielen weg en dat kwam niet door de herfst, meldde prof. Ernst, mijn vaste steun en toeverlaat voor moeilijke insectenvragen. Het kwam door de kleine populierenhaan, een soort wilgenhaantje. Zowel de larven als de volwassen kevers van deze soort, eten in groepen van het blad van de wilg of populier. Net als het rozemarijngoudhaantje

van vorige week behoort het wilgenhaantje tot de ´goudhaantjes´.

Bijzonder

De meeste goudhaantjes eten van een bepaalde groep planten. Veel Nederlandse namen wijzen hierop: aspergehaantje, elzenhaantje, zuringhaantje enz. Kevers die slechts één plantengeslacht eten, worden monofaag genoemd. Soms gaat dit zover dat de kevers eerder sterven dan een andere plant eten! Het merendeel eet echter van meerdere plantengeslachten. Deze kevers (waaronder de kleine populierenhaan) worden oligofaag genoemd. Zowel de voorkeur om eieren te leggen, als de mogelijkheid om de plant te kunnen eten, zijn genetisch in de kever vastgelegd. De kevers kunnen de afweerstoffen van hun waardplanten opslaan en zijn daardoor zelf giftig worden voor roofdieren. Opvallend gekleurd zijn, heeft daarom een belangrijke afschrikkende functie. Meestal geldt dat blauw meer voorkomt in bos en een goudkleur meer in het open veld.

Waar

De waardplanten van wilgenhaantjes komen vooral voor bij water en staan vaak periodiek in het water. De wilgenhaantjes zijn van oorsprong Europese soorten die zich sinds de ijstijden over een groot deel van de wereld verspreid hebben.

 wilgboswilgbomenWilgen13 mrt 2010maart

Wilgen, 13 mrt 2010

 wilgboswilg

De jaarlijkse boomplantdag rond 21 maart vraagt om een column over een boom. De Heimanshof heeft de hele winter 5000 bomen en struiken verzameld. Deze worden ter gelegenheid van het 35-jarig jubileum weggegeven om te stimuleren dat tuinen natuurvriendelijker ingericht worden. Wilgen zijn daarbij een onderschatte en onbekende groep. De meeste mensen kennen knotwilgen, treurwilgen en kronkelwilgen, maar weinigen weten dat er wel 300 soorten bestaan met vele nuttige toepassingen en kwaliteiten. Hiervan komen er tientallen in Nederland voor. Knotwilgen zijn geen soort, maar een snoeivorm van boomvormende soorten. Omdat deze soorten zoals de grijze of schietwilg heel snel groeien, storten ze binnen 40-60 jaar onder hun eigen gewicht in. Door ze regelmatig te knotten kan de levensduur tot 250 jaar verlengd worden en komen

er allerlei nuttige producten vrij zoals vlechttenen, palen of brandhout.

Bijzonder

Andere interessante wilgensoorten voor een tuin zijn: boswilgen of grauwe wilgen, die prachtige grote katjes produceren die een sieraad zijn in een vaas (foto). Deze katjes produceren ook veel stuifmeel, wat in maart en april het hoofdvoedsel voor jonge insecten, zoals honingbijen vormt; kruipwilgen worden niet hoger dan 1 meter; goudwilgen hebben prachtige goudbruine takken; laurierwilgen mooie donkergroene glanzende bladeren;katwilgen doen het met lange gedistingeerde bladeren en geoorde wilgen met extra voetblaadjes aan elk blad. En ga zo maar door. En de meeste wilgen kruisen ook nog makkelijk met elkaar, dus tussenvormen zijn er legio. De schors van enkele soorten, zoals amandelwilg en schietwilg, bevatten salicine, dat lang geleden gebruikt werd als pijnstiller(aspirine). Salicine wordt ook gebruikt voor leerlooien.

Waar

Wilgen zijn snelgroeiende pioniersoorten van natte deltagebieden zoals Nederland. Wilgen en vooral knotwilgen hebben mede het aanzien van ons landschap bepaald. De meeste genoemde soorten zijn tot 1 april gratis verkrijgbaar in De Heimanshof.

 wildeeendennestvorkenmesvogelsWilde eend1 mei 2010mei

Wilde eend, 1 mei 2010

 wildeeendennestvorkenmes

Het is nu mei en de meeste vogels zijn druk bezig met hun nest. Een broedend vrouwtje zoekt meestal een veilige, verborgen plek op. Twee keer had ik deze week een ervaring met een eendennest. Een eend in het Haarlemmermeerse Bos had zoveel vertrouwen in de mens dat ze haar nest in een plantenbak midden op het terras van het restaurant Vork en Mes had gemaakt (zie foto). De 2e ervaring doe ik bijna elk jaar op in mijn tuin langs de Geniedijk. Het Hoogheemraadschap houdt voor de boeren een laag winterpeil en een 20- 25 cm hoger zomerpeil aan. Dat is op zich onnatuurlijk, want door onze natte winters en droge zomers zijn inheemse planten aangepast aan de omgekeerde situatie. Die peilverhoging is dit jaar rond 23 april ingezet. En dat is elk jaar het moment dat een eend in mijn tuin haar 12 eieren bijna uitgebroed heeft. Op 25 april kwam het nest

onder water en gingen de eieren drijven. Hoeveel watervogels zal dit lot nog meer treffen vraag ik mij af. Graag krijg ik meldingen van andere gevallen. Wilde eenden zijn zeer algemeen in onze streken. Het mannetje of de woerd is prachtig gekleurd met een groene kop en het vrouwtje heeft een prima schutkleur. Hun enige gemeenschappelijke kenmerk is de blauwe vleugelspiegel.

Bijzonder

De wilde eend is sinds 1999 het enige soort waterwild wat bejaagd mag worden. Dat mag van 15 augustus tot 31 januari van een half uur voor zonsopkomst tot een half uur na zonsondergang. Vrouwtjes die hun nest verloren hebben of nog niet broeden worden vaak belaagd door een of meer woerden, die graag een 2e kans benutten om nageslacht te produceren. Het gaat er soms zo heftig aan toe dat vrouwtjes verdronken worden of dat eenden zich tegen auto´s en glazen wanden te pletter vliegen.

Waar

De wilde eend is een veelvoorkomende soort in de gematigde en subtropische wateren in Europa, Noord-Amerika en Azië. De vogel komt ook wel voor in Centraal-Amerika en het Caribische gebied.

 wildecitroen1bomenWilde citroen1 jan 2012januari

Wilde citroen, 1 jan 2012

 wildecitroen1

In de serie over bijzondere bomen in de Haarlemmermeer deze week de 4e soort. Dit i.v.m. routes van monumentale en bijzonder bomen, die we willen gaan maken. Deze routes moeten deels te voet (per woonkern), deels op de fiets en deels met de auto te bezoeken zijn. Deze week een wilde citroen uit mijn eigen tuin als inspirerend voorbeeld. Deze extreem gedoornde struik (met doorns tot wel 10 cm lang) kwam spontaan op in de schaduw op het noorden en begon een jaar of 4 geleden prachtige bloemen te krijgen in april/mei. Laat in de herfst werden dit onduidelijke gele vruchten. Jaarlijks nam de bloei en de vruchtzetting toe tot wel 200 stuks dit jaar. Onderzoek leidde naar citrussoorten, die mediterrane of tropische voorkeuren hebben en dus zeker geen winter van 15 graden vorst zouden kunne overleven.

Bijzonder

Toch zijn er citrussoorten, die winterhard zijn: De wilde citroen is een bladverliezende, langzaam groeiende kleine boom die 3 m hoog en breed worden kan worden en

tegen 20 graden vorst kan. Eerst verschijnen de witte, sterk naar sinasappel geurende bloemen. Daarna komen de drielobbige bladeren tevoorschijn. De stengels zijn kantig tot afgeplat en olijfkleurig groen. De gele vruchten lijken op kleine sinaasappels of mandarijnen. Zij bevatten veel pitten, hebben een dun vachtje op hun schil en zijn door hun gehalte aan bitterstoffen niet lekker. Maar zij zijn sierraden voor de tuin. De wilde citroen is zelfbestuivend, bloeit op tweejarige twijgen en wordt vaak gebruikt als onderstam om andere citrussoorten op te enten. In Korea zijn de vruchten bekend als middel tegen verstopping, eczeem en koorts. Sap en vruchtvlees kunnen voor jam gebruikt worden, de schil kan men kandijen.

Waar

De wilde citroen komt in het wild voor in de koude gebieden van Korea, Japan en China. De struik in mijn tuin is de enige van deze soort die ik in de Haarlemmermeer ken. Indien u ook bijzonder bomen kent die de moeite waard zijn in een route opgenomen te worden horen wij het graag.

 wildecitroenbloem

 wide zwaangrootvogelsWilde Zwaan13 feb 2011februari

Wilde Zwaan, 13 feb 2011

 wide zwaangroot

Naar aanleiding van de column over de kleine wilde zwaan, kwamen er meer meldingen over zwanen. Zwarte zwanen zwommen in de Hoofdvaart bij Abbenes, in de Toolenburgse plas en bij Schiphol-Rijk en in de sneeuw bij de Boseilanden was een hele familiegroep wilde zwanen, bestaande uit een tiental volwassen en jonge exemplaren neergestreken (zie foto).En ook vloog er één zoekend over de Heimanshof. De kleine zwaan en de wilde zwaan hebben beide geel op de snavel. Bij de wilde zwaan is het geel veel prominenter en de soort is bijna zo goot als een knobbelzwaan. De wilde zwaan eet vrijwel uitsluitend waterplanten. In de winter eet hij ook knollen, gevallen en ontkiemend graan en ander plantaardig materiaal.

Bijzonder

Van de zwanen die in het wild voorkomen is dit de minst algemene soort in Nederland. 1500 exemplaren in een winter is al vrij veel. Een stuk minder talrijk dan de kleine zwaan dus. Ook de wilde zwaan is een echte wintergast die afwezig is van mei tot en met september.

In het Frans heet de wilde zwaan zingende zwaan om de luide trompetachtige geluiden die hij vooral tijdens de vlucht maakt. Naast het trompetgeluid kan de wilde zwaan ook vliegend van de knobbelzwaan worden onderscheiden. Zijn vleugelslag maakt itt die van de knobbelzwaan geen fluitend geluid en zijn nek blijft helemaal recht i.p.v. de sierlijke bocht waarin de knobbelzwaan hem houdt.

Waar

Wilde zwanen broeden langs poelen op toendra´s, in veenmoerassen en bij kleine meren in afgelegen gebieden in Scandinavië en het noorden van Rusland en Siberië. In het najaar trekken wilde zwanen naar het zuiden om te overwinteren op de weiden en in plassen. De broedgebieden van de wilde zwaan liggen dichterbij dan die van de kleine zwaan. In zuid Zweden broeden ze al. Maar de meeste broeden in Noord Rusland, Siberië en IJsland. Het lijkt erop dat de Wilde zwanen die op IJsland broeden niet in Nederland overwinteren. De vogels die in Nederland overwinteren komen dus van Scandinavië en Rusland.

 wildezwaanboseilanden

 wijngaardslakkleine dierenWijngaardslak13 okt 2006oktober

Wijngaardslak, 13 okt 2006

 wijngaardslak

De wijngaardslak is een grote huisjesslak, die de respectabele leeftijd van 5 jaar kan bereiken. Buiten de Benelux, waar de wijngaardslak vrij zeldzaam is, komt deze soort algemeen voor in grote delen van Europa en is over de hele wereld uitgezet. In Nederland is de wijngaardslak beschermd, en mag niet worden gevangen, laat staan opgegeten.
De wijngaardslak komt voor in bossen, tuinen en graslanden. Een levensvoorwaarde voor deze slak is, dat er flink wat kalk aanwezig moet zijn om zijn huisje van op te bouwen. In de herfst zoekt de slak een schuilplaats op, bijvoorbeeld in een houtstapel, en maakt een dekseltje om zich te beschermen. Zoals bij alle slakken is vorst funest vanwege het waterige lichaam.

Bijzonder

De wijngaardslak is hermafrodiet ofwel tweeslachtig en als twee exemplaren

elkaar in de juiste stemming tegenkomen, vindt paring plaats. Hierbij is één dier passief, en gedraagt zich als vrouwtje. De andere is actief en brengt zaadcellen in het lichaam van de partner door een harde, kalkachtige pijl in het lichaam van het ′vrouwtje′ te schieten, waarna de zaadcellen de eicellen opzoeken. Nadat de ene slak ′geschoten′ heeft, worden de rollen omgedraaid en er vindt dus wederzijdse bevruchting plaats. De eitjes worden in kleine holletjes gelegd en komen na enkele weken uit.

Waar

: De wijngaardslak komt voor in Zuid-Limburg, waar hij door de Romeinen geïntroduceerd zou zijn. Verder is hij door de mens op vele plekken gebracht. Vooral in het Gooi en de kalkrijke Noord- en Zuid-Hollandse Duinen zijn er redelijke populaties. In de Haarlemmermeer is een grote populatie van enige duizenden exemplaren al 30 jaar in De Heimanshof aanwezig. De schelpenpaden, de Mergelheuvel en de grote massa en variatie aan plantensoorten zullen hieraan debet zijn. Het is bekend dat er andere plekken zijn waar de slak voorkomt in de Haarlemmermeer, maar een precies beeld ontbreekt.

Status:Beschermde rode lijst soort

 wezelgrootkleine dierenWezel23 okt 2010oktober

Wezel, 23 okt 2010

 wezelgroot

Het wezeltje is algemener dan andere roofdieren zoals de bunzing, de hermelijn of de vos, die al eerder gemeld en behandeld zijn in deze column. Het heeft ruim 4 jaar geduurd voor er een wezelmelding binnenkwam. Dat gebeurde vorige week toen (waarschijnlijk) een kat in Lisserbroek een wezeltje doodde. Wezels zijn volledig carnivoor, met een sterke specialisatie op woelmuizen. Andere voedselbronnen zijn jonge konijnen, vogels, eieren, kikkers en insecten.

Bijzonder

De wezel is het kleinste roofzoogdier ter wereld. Een vrouwtjeswezel weegt met 35 gram nog minder dan een veldmuis. Mannetjes worden 50- 70 gram. Als wezels jagen, achtervolgen ze prooien tot in hun hol. De dieren moeten ongeveer 1/3 van hun lichaamsgewicht aan voedsel per dag eten en ze zijn daarom ook dag en nacht op jacht. Door

hun geringe lichaamsgrootte en hoge stofwisseling verliezen ze veel warmte en isoleren ze hun hol met veren en pluis. De dieren leven in principe solitair, behalve in de paartijd en in de periode dat de wat grotere jongen samen met hun moeder op jacht gaan. Mannetjesterritoria zijn groter en overlappen met die van verschillende vrouwtjes. De grootte van de territoria hangt af van de muizenstand. Bij mannetjes van 1- 25 ha, bij vrouwtjes van 1 -7 ha. Het gemiddeld aantal jongen is 6, maar kan wel eens het dubbele zijn. In sommige jaren volgt een tweede worp. De jongen zijn al na 3 maanden geslachtsrijp. Per volwassen vrouwtje kunnen er wel 30 nakomelingen per jaar geboren worden. Hoewel wezels 5-6 jaar oud kunnen worden, worden ze meestal niet ouder dan 1 jaar. Nogal wat dieren komen om als verkeersslachtoffer of worden gedood door grotere roofdieren. Huiskatten zijn geduchte wezel-doders.

Waar

Het voorkomen van wezels is gebonden aan de aanwezigheid van woelmuizen en niet aan een bepaald type biotoop. Wezels leven in het hele Noordelijke halfrond, zowel in stedelijke gebieden als op het platteland. Graag ontvang ik meldingen van andere wezels in de polder.

 wespbijroodspriet3insectenWespbijen (3)20 mei 2012mei

Wespbijen (3), 20 mei 2012

 wespbijroodspriet3

Dit is de laatste van 3 columns over wespbijen en hun gastheren, de zandbijen. Alle genoemde soorten zijn solitaire bijensoorten, die i.t.t. volkvormende (sociale) honingbijen zo weinig honing verzamelen dat zij geen angel nodig hebben om hun voorraad tegen (grote) rovers te beschermen. Van de 71 zandbijsoorten, die in Nederland waargenomen zijn, komen 14 in de Haarlemmermeer voor, nagenoeg alle in De Heimanshof en Arnolduspark. Van de 43 wespbijsoorten die in Nederland vastgesteld zijn, komen 11 soorten met zekerheid in onze polder voor, ook vooral in en om De Heimanshof. Dat er zoveel soorten in en bij de heemtuin voorkomen, komt door de grote verscheidenheid aan waardplanten die daar voorhanden zijn. Bijna de helft van de wespbijen in de Haarlemmermeer heeft meer dan één gastheer. De gewone wespbij, de gewone kleine wespbij en de sierlijke wespbij hebben ieder twee gastheren, de donkere wespbij en de smalbandwespbij zelfs drie. Het is ondoenlijk om alle soorten zandbijen en wespenbijen te behandelen. Bij wijze van uitzondering is het wellicht een keer illustratief om de veelheid aan soorten en relaties eens op een rij te zetten. Daarom hierbij de door Prof Ernst gedocumenteerde

zandbijen en hun wespbij-parasieten op een rij:

Zandbijen en hun wespbijen in de Haarlemmermeer

Zandbij soort Parasiterende Wespbij
Witbaardzandbij Bleekvlekwespbij
Meidoornzandbij Gewone wespbij (foto bij column1)
Donkere wespbij
Signaalwespbij
Goudpootzandbij Roodzwarte dubbeltand
Grasbij Kortsprietwespbij
Signaalwespbij
Vosje Sierlijke wespbij (foto bij column2)
Roodgatje Gewone dubbeltand
Gewone dwergzandbij Gewone kleine wespbij
Zwartbronzen zandbij Smalbandwespbij
Donkere wespbij
Viltvlekzandbij Gewone wespbij
Smalbandwespbij
Donkere wespbij
Vroege zandbij Geelschouderwespbij
Fluitenkruidbij Langsprietwespbij
Witkopdwergzandbij Gewone kleine wespbij
Grijze rimpelrug Roodsprietwespbij (foto bij column3)