bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Japanse Duizendknoop, 18 jan 2020

 japanseduizendknoop2

Voor deze column laat ik mij meestal inspireren door wat er voor mijn voeten komt en dat is elke dag heel veel. Vandaag was ik in een van de MEERGroenprojecten in Heemstede een strook van 100 x 20 m totaal uit de hand gelopen Japanse Duizend knoop te maaien. De planten waren 3 meter hoog (foto) en de wortelstronken waren 10-15 cm dik en keihard verhout. En dan te bedenken dat die wortels tot 3 m diep doorgaan en dat elk stukje wortel wat in de grond blijft zitten weer uitloopt. Dat is nu wat je noemt een ongewenst kruid en een invasieve exoot. Veel mensen hebben die dingen gekocht en in hun tuin uitgezet. Nog erger is dat vanwege ondernemersrechten die dingen nog steeds verkocht worden in tuincentra. In Engeland is de soort totaal verboden en kun je je huis niet eens meer verkopen als die plant (nog) in de tuin groeit.

Bijzonder

De

Japanse duizendknoop komt hier niet vandaan en er zijn daarom geen insecten, schimmels of dieren die hem van nature eten, dus kan hij ongebreideld doorgroeien. En dat doet hij heel goed: onder bestrating door tot 7m ver weg en via zaden. Duizendknoopsoorten komen ook in Nederland voor, bv Perzikkruid en Veenwortel en ook die zijn heel lastig in je akker. Ook hun wortels groeien heel diep en de planten komen altijd weer terug tot 1m hoog. Toch heeft ook de Japanse duizendknoop wel wat. Hij is mooi om te zien, de jonge stengels zijn eetbaar als rabarber en het is een nectarplant voor bijen. Maar om hem onder controle te houden is bijna onbegonnen werk. Wat een beetje werkt, is vanaf april tot oktober elke 14 dagen maaien en wortels uitgraven zodat je hem uitput. En de enige definitieve oplossing is alle grond tot mogelijk 3 m diep afgraven en steriliseren met stoom, maar dat is nogal wat.

Waar

Ook in de Haarlemmermeer komt deze plant op allerlei plekken voor in wegbermen of vanuit tuinen, zelfs na 40 jaar terug dringen nog in de Heimanshof vanuit de tuin van de beheerder uit 1980.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 11 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 sabelsprinkhaaninsectenSabelsprinkhaan2 jul 2007juli

Sabelsprinkhaan, 2 jul 2007

 sabelsprinkhaan

De grote groene sabelsprinkhaan is met 8 cm een van de grootste insecten van Nederland. Van de lengte bepalen de vleugels en de legbuis ongeveer de helft. Door zijn grasgroene kleur valt deze grote sprinkhaan niet op tussen planten en struiken. De achterpoten zijn ongeveer twee keer zo lang als de andere poten. De twee voelsprieten zijn even lang als het lichaam. De sabelsprinkhaan is een goede springer en vliegt weg bij verstoring of gevaar. De mannetjes ′zingen′ door de voorvleugels langs elkaar te wrijven, en zijn te horen van de middag tot diep in de nacht. De vrouwtjes leggen rond september eitjes die met de legbuis, in schorsspleten of in de bodem worden afgezet. De nimfen komen in de lente uit het ei. De jonge groene sabelsprinkhanen blijven de eerste vervellingen nog in de lagere begroeiing omdat ze nog niet

kunnen vliegen. Pas als ze volwassen worden, rond eind juni wordt wat meer op bomen en hogere planten gekropen om beter te kunnen jagen en te zonnen.

Bijzonder

: De sabelsprinkhaan heeft een goede schutkleur, maar hij verraadt zich door zijn lied’, dat klinkt als her ratelen van een naaimachine. Het is tot op 100m ver te horen en kan minutenlang aanhouden. De legbuis die alleen bij het vrouwtje voorkomt, heeft het dier zijn naam gegeven. De legbuis wordt onterecht nog wel eens aangezien voor een angel. Hoewel sprinkhanen als schadelijk worden gezien, is deze soort vrij nuttig. Het voedsel bestaat naast planten voor een groot deel uit andere insecten. Prooien worden met de stekelige voorpoten gegrepen en met de sterke kaken in stukjes geknipt.

Waar

: Sabelsprinkhanen zijn zo algemeen in de Haarlemmermeer, dat ze gedurende de zomer (dit jaar begon het zingen precies op 21 juni) tot eind september overal te horen zijn en om die reden als een van de karakteristieke geluiden van de Haarlemmermeer in het Kunstproject 2006 zijn opgenomen.

 ruigpootbuizerdvogelsRuigpootbuizerd19 mrt 2010maart

Ruigpootbuizerd, 19 mrt 2010

 ruigpootbuizerd

De buizerd is in onze polder de laatste jaren gelukkig weer een gewone verschijning geworden. Dat hebben we voor een groot deel te danken aan het terugdringen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Overal zie je ze vooral in de winter op paaltjes, in bermen en in bomen zitten. Daar wachten ze op het moment dat hun voornaamste prooidier, de woelmuizen belieft omuit hun holletjes te komen. De meeste van deze vogels komen uit noordelijke streken, maar talloos zijn al de paartjes, die ook hier blijven en broeden. Een veel minder algemene en bekende wintergast is de ruigpootbuizerd. Niet weinig verrast was ik dan ook toen ik er vorige week (voor het eerst in 15 jaar) langs de spoorweg tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep wel zes in een groep zag jagen. De ruigpootbuizerd herken je aan

zijn witte stuit en aan zijn zwarte polsvlekken op de ondervleugel.

Bijzonder

De ruigpootbuizerd is groter dan de buizerd en kan een spanwijdte tot wel 1,5 m hebben. De naam ruigpootbuizerd komt van het feit dat zijn poten tot aan de tenen bevederd zijn. Bij de meeste ander Nederlandse roofvogels zijn de poten kaal. De manier van jagen is ook anders. Hij leeft vooral van op de grond levend kleine zoogdieren, die hij vangt door er net als een torenvalk vanuit ´bidstand´ of na een korte stootduik vanaf een zitplaats op te duiken.

Waar

Ruigpootbuizerds komen voor in een groot gebied rond de Noordpool in Noord-Europa, Azië en Noord-Amerika. Broedvogels uit Scandinavië komen in de winter in een groot deel van Europa voor. Ook in Nederland zijn ze alleen ´s winters aan te treffen. In de zomer broeden de vogels, die in Nederland overwinteren, in de Noorse berggebieden in boomloze moerassige terreinen, afgewisseld met heide, wilgenstruweel en rotsen. Het voorkomen in Nederland in de winter heeft een grillig karakter met kleine aantallen. Sinds het jaar 2000 lijken deze wintergasten in aantal toe te nemen.

 rugstreeppadkleine dierenRugstreeppad22 dec 2006december

Rugstreeppad, 22 dec 2006

 rugstreeppad

De Raugstreeppad wordt ongeveer 8 centimeter lang en is te herkennen aan een lichtgekleurde streep op de rug. De kleur is meestal bruin tot groen met donkere vlekken op de rug. De kop is zeer stomp en heeft kleine ogen en grote gifklieren; voor een mens is het gif niet zo gevaarlijk en zorgt alleen voor irritaties. Het dier is actief in de schemering en nacht. Overdag schuilt het in een meestal zelf gegraven kuiltje van 5- 50 cm diep. De rugstreeppad heeft aanzienlijk kortere poten dan een gewone pad en kan dan ook niet springen, maar alleen lopen. Echter dat kan hij wel hard. In het donker ligt verwarring met een gewone pad daarom niet voor de hand, maar soms wel met een muis! Behalve in de paartijd is het dier niet aan water gebonden. De mannetjes maken dan een geluid dat tot enkele kilometers te horen is. Volwassen padden eten wormen, slakken en insecten. De kikkervisjes eten eerst planten en later insecten en aas.

Bijzonder

De rugstreeppad is een echte pioniersoort. Door zijn ingraafgedrag heeft hij een voorkeur voor

zandige losse grond. Dat zijn vaak bouwterreinen, afgravingen of zanddepots. Vaak wordt hij ingegraven en wel met grondtransporten meegevoerd. Aan de vaak tijdelijke poeltjes in dit soort terreinen heeft hij zich aangepast door een razendsnelle ontwikkeling van ei, via larve tot (piep)klein padje. Ook heeft deze soort verschillende opeenvolgende paartijden, zodat een mislukte poging niet meteen een mislukt jaar is. Het voordeel van deze poeltjes is dat in kleine plasjes geen vissen of andere roofdieren leven en het water snel wordt opgewarmd door de zon.
De rugstreeppad komt wel eens in het nieuws bij bouwprojecten. Het vinden van deze pad leidt namelijk tot onmiddellijke stillegging van de werkzaamheden.

Waar

Deze soort is niet zeldzaam in Nederland, maar omdat hij buiten de Benelux niet veel voorkomt staat hij wel op de rode lijst en is daarom streng beschermd. Het zal geen verbazing wekken dat de graafactiviteit van de mens in de Haarlemmermeer voor deze soort gunstig is. Er waren een aantal populaties bekend, b.v. rond Cruquius, bij Vijfhuizen en natuurlijk rond Schiphol. Of al deze populaties nog lang standhouden na het beëindigen van de graafactiviteiten, is niet bekend. We houden ons daarom van harte aanbevolen voor waarnemingen over de huidige verspreiding in andere recente ‘graafterreinen’ zoals Sportdorp, Floriande, Getsewoud, rond de Toolenburgse plas, etc.

 rozenmarijngoudhaantjeinsectenRozenmarijngoudhaantje9 okt 2010oktober

Rozenmarijngoudhaantje, 9 okt 2010

 rozenmarijngoudhaantje

De zomer ligt al weer achter ons. Dus de tijd van insecten zou voorbij moeten zijn. Maar niets is minder waar. Ik wordt de laatste weken overspoeld met interessante waarnemingen over torren, kevers en andere kruipers. Opvallend is dat er veel ´exoten´ of zo u wilt ´allochtonen´ of ´asielzoekers´ bij zitten. Sommige daarvan zijn absoluut een verrijking van onze fauna, terwijl ander soorten de potentie van een plaag in zich hebben. Een soort die in beide categorieën valt, is het rozenmarijngoudhaantje. Deze prachtige koperrood en -groen gekleurde soort werd in Cruquius waargenomen door een trouwe lezeres en ook al meteen correct op naam gebracht! Zoals de naam al zegt leeft hij (o.a.) op rozemarijn, maar ook lavendel, salie, tijm en munt worden niet versmaad.

Het is een prachtige kever, echter hij kan zo algemeen worden dat van deze soorten niet veel meer overblijft.

Bijzonder

Insecten en speciaal mediterrane soorten hebben de naam warmte minaars te zijn. Het rozemarijngoudhaantje echter niet. In de zomer gaat deze soort in het warme zuiden al in zomerrust als de temperatuur boven de 14 graden Celsius komt. En pas als de dagen korter en koeler worden, wordt hij weer actief. In Nederland is al waargenomen dat de kevers zich pas half december verschuilen voor de koude, om al weer half januari actief te worden. In Nederland worden de meeste waarnemingen wel in de zomer gedaan.

Waar

De latijnse naam van dit goudhaantje is Chrysolina americana. Echter uit Amerika zijn geen waarnemingen bekend. Het is een Zuid-Europese soort die voorkomt van Spanje tot in Frankrijk. Ook in Groot-Brittannië rukt het rozemarijngoudhaantje de laatste jaren op. En nu begint deze soort ook als dwaalgast in Nederland op te duiken. Op Waarneming.nl staan 63 waarneming van ruim 600 exemplaren vermeld over de laatste 5 jaar. De waarneming uit Cruquius met 18 volwassen exemplaren en een paar larven is de eerste uit de Haarlemmermeer.

 rosse_woelmuiskleine dierenRosse woelmuis7 jul 2013juli

Rosse woelmuis, 7 jul 2013

 rosse_woelmuis

Er bestaan een 20-tal muizensoorten in Nederland, die allemaal een verborgen leven leiden omdat ze zwaar bejaagd worden door roofdieren en de mens. Het meest komen we de huismuis tegen. Het is een van de ‘ware’ muizen soorten, d.w.z. hij heeft net als de mensen knobbelkiezen,is een alleseter en heeft grote afstaande oren, een lange staart, net als de bruine en de zwarte rat, de bosmuis en de dwergmuis. Veel algemener zijn de woelmuizen. Dat merk je pas als je braakballen uitpluist van uilen. De veldmuis is daarvan het meest algemeen. In een ha wegberm kunnen er wel 1000 leven. Woelmuizen zijn net als koeien vegetariërs, die maalkiezen hebben om gras en zaadjes fijn te malen en korte platte oren en korte staarten. Waar de veldmuis in weiden en akkers leeft, leeft de rosse woelmuis in dicht begroeide bosjes. Hij heet zo omdat hij een rossige gloed in zijn vacht heeft (zie foto). Afhankelijk van het seizoen

en het voedselaanbod leven er 5-100 dieren/ha. De rosse woelmuis wordt gemiddeld 3 maanden, maximaal 18 maanden en tot 40 maanden in gevangenschap.

Bijzonder

Rosse woelmuizen eten zachte zaden, vruchten, bladeren, kruiden en boomschors (tot op 5 m. hoogte), aangevuld met paddenstoelen, mossen, wortels, knoppen en gras, en ook insecten, wormen en slakken. In noordelijke streken leggen ze voedselvoorraden aan. Ze houden geen winterslaap. De rosse woelmuis maakt gebruik van routes door het kreupelhout, ondiepe ondergrondse gangen en voldoende dichte ondergroei. Hij graaft minder dan andere woelmuizen maar legt toch gangen aan.

Waar

In grote delen van Europa komen rosse woelmuizen voor, behalve in het uiterste zuiden. Ze leven vooral in loofwouden en struikgewas, maar ook in gebieden met hoge grassen en kruiden en in een parklandschap. Deze soort was tot op heden niet uit de Haarlemmermeer bekend, maar werd afgelopen week in De Heimanshof aangetroffen. In Nederland zijn ze aan te treffen op hogere gronden, in struikgewas, bos en plaatsen met veel vegetatie.

 metselbijbomenRosse Metselbij27 apr 2019april

Rosse Metselbij, 27 apr 2019

 metselbij

Het voorjaar is al vroeg begonnen. Voor insecten is dat een pre om vroeg actief te zijn. Die activiteit zien we volop op de insectenhotels die we deze winter gemaakt hebben. Er is een enorme bedrijvigheid van talloze soorten bijen en wespen. Een van de meest algemene bezoekers van insectenhotels is de rosse metselbij. Het kan niet vaak genoeg benadrukt worden, dat alle insecten die op een insectenhotel afkomen geen enkel risico van steken vormen. Ik heb al weer 5 al of niet panische mensen langs gehad die daar bang voor waren. Solitaire bijen stoppen een druppeltje honing en een klontje stuifmeel bij elk eitje. Dat zijn hoeveelheden die in het niet vallen bij de 20-40 kilo honing die honingbijen voor hun kolonie verzamelen. Die hebben een angeltje nodig om zich te verdedigen tegen honingrovers. Dat loont bij solitaire bijen en wespen niet. De Rosse metselbij heet zo omdat hij coconnetjes van klei met speeksel

bouwt voor zijn larfjes. Als met 5-20 coconnetjes het holletje vol is, zie je dat mooi aan een grijze prop aan de ingang.

Bijzonder

De foto van de 2 parende Rosse metselbijen heeft een bijzonder detail. Beide bijen zijn bedekt met een lichte laag. Die laag bestaat geheel uit varroa mijten. Dat zijn kleine spinnetjes die de bij niet dood maken, maar wel van zijn lichaamssappen zuigen en hem uitputten. Als wij een bij waren, zouden die mijten bij ons zo groot zijn als een muis. Op de onderste bij op de foto zitten honderden van de die mijten. Vroeger kwam de varroa mijten niet in Europa voor. Alleen in Azië. De bijen daar hadden een soort poetsreflect waarmee ze de mijten konden verwijderen. Door imkers die Aziatische bijen en Europese bijen probeerden te kruisen om meer honing te krijgen, hebben we die Varroa mijten nu wereldwijd. En niet alleen op honingbijen, maar dus ook op wilde bijen.

Waar

De Rosse metselbij is een van 20 soorten metselbijen in Nederland en daarvan de meest algemene. In praktisch elk insectenhotel verschijnt deze soort bijna onmiddellijk (van maart tm mei).

 roomsekervelplantenRoomse Kervel12 mei 2018mei

Roomse Kervel, 12 mei 2018

 roomsekervel

In deze tijd van het jaar staan de bermen en bosranden vol met fluitenkruid. Fluitenkruid is een soort van de schermbloemenfamilie, die in Nederland honderden soorten kent. Bij voorbeeld ook de bij velen beruchte reuzenberenklauw hoort daarbij. Naast de reuzenberenklauw is de Europese berenklauw heel algemeen, die nauwelijks problemen geeft met blaarvorming. Maar de geelbloeiende pastinaak heeft ook variëteiten die dat wel doen. En wat dacht u van de gewone wortel, peterselie, selderij, kervel, dille, koriander en ga zo maar door. Zonder de schermbloemfamilie was ons leven lang zo leuk en lekker niet. Er is op dit moment een soort die bloeit, die de moeite waard is om beter bekend te worden.

Bijzonder

Net als fluitenkruid bloeit de Roomse Kervel met witte schermen. De bloeiwijze is iets rommeliger dwz het scherm is minder vlak) en iets romiger

van kleur en niet spierwit. En net als fluitenkruid wordt deze soort 1-1.5 m hoog ( foto). Een heel duidelijk kenmerk is dat de grote varenachtig geveerde bladeren lichtgroene plekjes hebben bij de nerf van het blad inzet). En het duidelijkste kenmerk is dat het blad bij kneuzing naar anijs ruikt. Er zijn restaurants waar ik dit blad aan lever om er toetjes of salades van te maken. Dat kan van februari tot september. Niet alleen de bladeren zijn (alleen vers) te gebruiken, ook de zaden, de stengels en de wortels. En zoals de meeste schermbloemigen is de Roomse Kervel een sieraad in een tuin die garant staat voor veel nectar en stuifmeel voor insecten: een biodiversiteitsaanrader dus.

Waar

Oorspronkelijk komt de roomse kervel uit Zuid-Europa ,bv de Pyreneeën, maar het werd al door de romeinen gebruikt en is waarschijnlijk door hen meegenomen en is sindsdien ingeburgerd, net als wijngaardslakken en konijnen. De soort is een zeldzame vaste plant die graag op kalkrijke bodem staat in bosranden/half schaduw. In de Haarlemmermeer zijn verschillende groeiplekken, meestal op plaatsen waar De Heimanshof of MEERgroen actief zijn geweest.

 roodwittecelspininsectenRoodwitte celspin7 mrt 2016maart

Roodwitte celspin, 7 mrt 2016

 roodwittecelspin

De afgelopen tijd zijn we op De Heimanshof bezig met het bouwen van een nieuwe natuurmuur. Die bouwen we van stenen die elders niet meer van pas komen. De tegels, klinkers en andere minder mooie stenen vormen de achterwand en aan de voorkant en bovenop komen mooie natuurstenen met daartussen planten. Al met al gaat het om tienduizenden stenen. Bij het af- en opstapelen kwamen vele diertjes te voorschijn: pissebedden, duizendpoten, wormen en wat vandaag erg opviel was een aantal soorten wolfspinnen. De meeste mensen kennen vooral webspinnen zoals de kruisspin. Maar zoals altijd in de natuur zijn er vanuit het ′spinnenconcept′ weer talloze soortvertakkingen ontstaan. Een van de grotere spinnenfamilies bestaat uit wolfspinnen. Zij maken geen web, maar vangen hun prooi door ze te bespringen. De celspinnen binnen

die groep kunnen wel draden spinnen, maar gebruiken die om voor zichzelf een cel te spinnen, van waaruit ze in hinderlaag liggen.

Bijzonder

We kwamen wel 3-4 soorten overwinterende wolfspinnensoorten tegen, maar de meest herkenbare daarvan was een rode spin met een bleek opgezwollen achterlijf, dat ongetwijfeld vol zat met eitjes. En dat was dus de Roodwitte celspin. Het bijzondere van deze spin is dat hij (vrijwel) uitsluitend leeft van pissebedden. Om door het stevige pantser van die pissebedden heen te komen, is deze spin uitgerust met vervaarlijke kaken(foto). Deze kaken, die bij vrouwtjes soms een halve cm. lang zijn, kunnen ook door onze huid steken en pijnlijke blaasjes geven. Het is een nachtjager die slecht ziet met z′n 6 oogjes. De vrouwtjes kunnen ruim 2 cm. groot worden en zijn - zoals bij alle spinnen - aanmerkelijk groter dan de mannetjes.

Waar

De Roodwitte celspin komt bijna wereldwijd voor in de gematigde streken. Dat komt omdat hij met de mensen is meegelift. Oorspronkelijk zou de soort uit Zuid Europa of Noord Afrika komen. Zijn leefgebied is tussen stenen, tussen rottend hout en in composterend materiaal.

 roodtipbasterdweekschildkeverinsectenRoodtipbasterdweekschildkever21 jun 2019juni

Roodtipbasterdweekschildkever, 21 jun 2019

 roodtipbasterdweekschildkever

De foto van deze bijzonder fraaie kever kreeg ik toegestuurd van Cees Versluis. De naam Roodtipbasterdweekschildkever is bijna niet uit te spreken, maar er zit wel een zekere logica in. Roodtipkever komt van het achterste deel van de dekschilden, die opvallend rood gekleurd zijn. En het is een weekschildkever. Dat is een uitgebreid groep van kevers waarvan de dekschilden niet erg hard zijn en niet hun hele achterlijf bedekken. Hun vleugels zitten opgevouwen onder die dekschilden. Kortschildroofkevers maken het wat dat betreft nog bonter. Die hebben een schildje dat maar een derde van hun achterlijf bedekt en hun vleugels zitten zeer ingewikkeld opgevouwen. Onvoorstelbaar dat ze die zo snel kunnen uitklappen door de aderen in de vleugels vol te pompen. De meest bekende soort weekschildkever in Nederland is het Rode soldaatje. In Nederland komen zon 50 soorten weekschildkevers voor. Dat is een zeer

algemene kever die in de zomer massaal op bloemen, vooral schermbloemen zoals wilde wortel te vinden is.

Bijzonder

Weekschildkevers zijn roofinsecten die op andere insecten jagen. Het zijn alleseters. De larve leeft van wormen en slakken, andere insectenlarven zoals vliegen- en muggenlarven, maar eet ook plantendelen. Een volwassen soldaatje eet vooral nectar, pollen, honingdauw, bladluizen en andere insecten. Deze kever is dan ook erg geliefd in de tuin. Die jacht is de voornaamste reden dat ze veel op die schermbloemen zitten. Want die produceren veel nectar waar insecten op af komen. Maar ze eten ook nectar en stuifmeel van de bloemen zelf. De Roodtipbasterdweekschildkever heeft een speciale manier om zich te verdedigen. Net zoals andere kevers zoals het lieveheersbeestje, bladhaantjes en oliekevers kunnen, kan hij als hij zich bedreigd voelt, bloed uit de kniegewrichten laten vloeien. Dit heet reflexbloeden. De afweerstoffen in het bloed zijn giftig, hebben een bijtende werking en ruiken vies.

Waar

De Roodtipbasterdweekschildkever heeft een voorkeur voor bloemrijke ruige graslanden. Ze komen in heel Europa voor.

 roodkeelduikergrootvogelsRoodkeelduiker10 jan 2010januari

Roodkeelduiker, 10 jan 2010

 roodkeelduikergroot

Veel mensen leven in de veronderstelling, dat er in de winter niet veel te beleven is in de natuur om ons heen. Niets is minder waar. Er zijn weliswaar minder bloemen, maar dat gemis wordt ruimschoots gecompenseerd door de vloed van wintergasten en dwaalgasten die er in deze tijd over ons land spoelt. Veel van deze gasten vluchten voor het barre winterweer in Noord of Oost Europa of nog van verder weg, zoals Groenland. Een prachtig voorbeeld van een dergelijke winterverrassing was de melding van een Roodkeelduiker. Zo´n roodkeelduiker (die rode keel heeft hij alleen in zijn broedkleed in de zomer, zie inzet) zullen weinig mensen kennen. Het is namelijk een broedvogel van Noord-Europa, die wel elke winter naar Nederland komt, maar dan vooral aan de kust, in zout water. Maar dit exemplaar was dus afgedwaald naar onze eigen Hoofdvaart. Duikers zijn grote familieleden van futen. Ze hebben dolkvormige snavels en leven van vis. De Roodkeelduiker is de kleinste duikersoort en wordt meestal 50-60 cm groot. ´s Winters is hij grijs van boven,

met fijne witte vlekken en van onderen wit.

Bijzonder

In de winter is de vogel, behalve aan zijn grootte, te herkennen aan zijn opvallende zwemgedrag, waarbij de kop enigszins schuin omhoog gehouden wordt. Roodkeelduikers jagen vaak samen en zwemmen daarbij vaak met opgeheven kop om elkaar heen. De vogel is niet snel op het land en nesten worden dan ook vlak langs de waterkant gebouwd, zodat de vogel bij gevaar snel onder water kan duiken.

Waar

De roodkeelduiker broedt bij ondiepe zoetwaterplassen, liefst in boomloos terrein in Scandinavië, IJsland en het noorden van Rusland. Buiten het broedseizoen leeft hij vooral op zee en sporadisch in het binnenland. Ze overwinteren vooral langs de Europese kusten van de Noordzee en de Atlantische Oceaan. In Nederland is het de algemeenste duiker die soms in 10-tallen langsvliegende exemplaren per dag kan worden waargenomen tussen oktober en februari.

 roodkeelduikerzomerenwinter

 roodhalsgansmetbrandgansvogelsRoodhalsgans24 mei 2016mei

Roodhalsgans, 24 mei 2016

 roodhalsgansmetbrandgans

Eind april, begin mei verbleef er een bijzondere gans in De Haarlemmermeer langs de Fokkerweg op Schiphol-Oost. Roodhalsganzen broeden in noordelijke Arctische streken in Centraal Siberië en de meeste dieren overwinteren rond de Zwarte zee in Bulgarije en Roemenië. Dat zijn er überhaupt niet zoveel. De hele wereldpopulatie wordt geschat op een kleine 60.000 dieren en jaarlijks worden het er minder. Dat komt vooral door illegale jacht en verstoring bij legale jacht op andere soorten ganzen. Om deze reden is de roodhalsgans een bedreigde diersoort. Jaarlijks dwalen er een aantal exemplaren af naar West-Europa die meevliegen met andere ganzen. En een paar daarvan komen in Nederland terecht. Meestal zijn het er per jaar niet meer dan een stuk of 20. Dit exemplaar was waarschijnlijk een afgedwaalde trekvogel die inmiddels zijn reis weer heeft hervat. Een roodhalsgans leeft van

gras en zaden. Hij kan 20 jaar oud worden en is volwassen na een jaar of 3, waarbij het paartje - zoals bij vele ganzen- en zwanensoorten - levenslang bij elkaar blijft.

Bijzonder

De roodhalsgans heeft een bijzonder fraaie tekening (zie foto). Maar je ziet hem niet snel. Het is een kleine ganzensoort, die meestal onopvallend tussen groepen van andere soorten verblijft. Meestal brandganzen, wat ook een arctische gans is. Behalve z’n bijzondere tekening heeft deze soort ook een bijzonder broedgedrag. Hij nestelt graag op steile kliffen en dan liefst in de buurt van nesten van grote roofvogels zoals slechtvalken en sneeuwuilen. Deze roofvogels houden wellicht andere roofdieren op een afstand. En het wordt vaker vermeld dat roofvogels geen ‘buren’ aanvallen of opeten. Mogelijk omdat zij weer baat zouden hebben bij alerte en waakzame buren die mee op de uitkijk staan voor naderend gevaar.

Waar

In de zomer leeft de roodhalsgans op de noordelijke toendra’s en moerassen van Centraal Siberië. In de winter zoekt hij graslanden en stoppelvelden of wintergraanakkers in Europa op.

 roodborstlijstervogelsRoodborstlijster31 mrt 2013maart

Roodborstlijster, 31 mrt 2013

 roodborstlijster

De roodborstlijster is een prachtig gekleurde lijsterachtige die in Amerika algemeen is. Het is een trekvogel die net als de Kramsvogel en de Koperwiek een krachtige vlucht heeft. Het wordt ook onder de Europese vogels gerekend als een zeer zeldzame dwaalgast (in 10 jaar 3 meldingen in Nederland). Recentelijk was er opwinding in vogelaarsland toen er in Hoofddorp bij het station een en mogelijk 2 exemplaren werden waargenomen. De roodborstlijster is een uitermate fraai gekleurde vogel(foto). Beide geslachten zijn vrijwel gelijk, alleen zijn de vrouwtjes wat doffer van kleur. De mannen hebben een nagenoeg zwarte kop met een zwart-wit gestreepte keel. Om het oog zit een opvallende, onderbroken witte ring. Aan de oranjerode borstkleur hebben de vogels hun naam te danken. Die kleur doet denken

aan de borstkleur van het bekende Europese roodborstje. Om die reden wordt deze vogel in Amerika Robin (Roodborstje) genoemd.

Bijzonder

De roodborstlijster zou je de Amerikaanse merel kunnen noemen, want de gedragingen van deze vogelsoort komen op heel wat punten overeen met onze merel. Zo heeft hij zich, net als de merel in Europa, van schuwe bosvogel ontwikkeld tot een cultuurvolger. De vogel heeft een groot deel van zijn aangeboren schuwheid afgelegd, leeft graag in de buurt van mensen en is tot in de grote steden te vinden in tuinen, parken en op sportterreinen etc. Als er maar bosjes, gecombineerd met grasvelden of gazons zijn, dan is hij er te vinden. Hij nestelt, evenals zijn neef de merel, op de meest uiteenlopende plaatsen.

Waar

De roodborstlijster is een echte trekvogel. Met name uit Alaska en uit Canada komen vogels die ieder jaar grote trektochten ondernemen tot in Mexico. De roodborstlijsters uit het midden en zuiden van de V.S. zijn standvogels. Soms raken de vogels tijdens stormen uit de koers boven de Atlantische oceaan. Tijdens zo’n tocht wordt er onderweg soms meegelift op zeeschepen en bereiken ze soms de kusten van Europa.