bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Blanke Parasolzwam, 12 okt 2019

 blankeparasolzwam

Deze column die begon in 2006 heet eigenlijk ’Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer’. Het idee is om elke week of tegenwoordig 14 dagen een soort te behandelen van de ca 10.000 soorten die er in de Haarlemmermeer voorkomen. Inmiddels zijn er ca 650 soorten behandeld dus ik kan nog eeuwen doorgaan. Natuurlijk probeer ik zoveel mogelijk aansprekende soorten ’van het seizoen ‘te behandelen. Daarom was een paddenstoel, een keuze die zich in deze zeer natte en nog warme herfst nadrukkelijk opdrong. Er was keuze uit wel 40 soorten die ik deze week tegenkwam. Daaronder prachtige witte kluifjeszwammen, en een 20 tal reuzenbovisten, en geschubde inktzwammen maar die had ik al behandeld. De blanke parasolzwam was nieuw. Die stond vrij massaal in de compost van de voedseltuin op Park2020.

Bijzonder

Net

als de veel bekendere grote parasolzwam is de blanke parasolzwam eetbaar. De grote Parasolzwam groeit vooral (en massaal) op voedselarm zand in de duinen, maar kan daar wel 40 cm hoog en 30 cm in diameter worden. De blanke parasolzwam is veel bescheidener van omvang. De hoed wordt maximaal 10 cm in diameter. Verder is deze soort vrij zeldzaam, dus opeten is geen goed idee. Dat hebben we wel gedaan met een 3 kilo zware reuzenbovist (1 van 20 exemplaren). Die kun je inplakken snijden en bakken als een biefstuk zolang hij wit is (dat wil zeggen nog groeit en geen sporen aan het vormen is) . De blanke parasolzwam heet ook wel de blanke champignonparasolzwam. Maar het is geen champignon. Die hebben als enige geslacht altijd zwarte sporen waar ze duidelijk aan te herkennen zijn. Er zijn wel 20 soorten met een hoed van 10-40 cm in diameter. De blanke parasolzwam heeft witte sporen en bij rijping en als je de paddenstoel indrukt verkleurd hij een beetje roze.

Waar

De blanke parasolzwam groeit op zandige grond die wat rijker is door een pakket van humus. Dus ook wel in tuinen, zoals bij ons op de voedseltuin van park2020.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 2 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 goudwespinsectenGoudwesp13 apr 2019april

Goudwesp, 13 apr 2019

 goudwesp

We maken niet voor niets veel insectenhotels. Het zijn natuurkunstwerken, die een veilige nestelplek leveren aan de meest fantastische insecten. Al die soorten zijn ook nog eens allemaal onschuldig en steken niet: ze zijn dus ideaal om het te algemene beeld dat ‘insecten’ eng en gevaarlijk zijn onderuit te halen. De mooiste ambassadeur van de deze insectenwereld is de goudwesp. Eerst even de theorie: in een insectenhotels leggen solitaire bijen hun eitjes met nectar en stuifmeel als voedsel. Ook veel wespen soorten leggen er hun eitjes, maar die brengen daar als voedsel levende prooien bij, die verlamd zijn. Overal in de natuur waar voedsel te vinden is, komen rovers op af. Dan kan een specht zijn of de ‘batman’vlieg’ die larfjes van de metselbij oppeuzelt en tal van soorten andere rovers, waarvan talloze gespecialiseerde wespensoorten het meest algemeen zijn. Wespen zijn de roofdieren van de insectenwereld, waar

leeuwen en wolven dat van de zoogdieren zijn. De Goudwesp is een van die profiteurs.

Bijzonder

De Goudwesp heet niet voor niets zo. Het is een van de mooiste insecten van Nederland met metaalachtig glanzende groene, blauwe en rode kleuren. Er zijn 13 geslachten in Nederland bekend met ca 60 soorten. De afgebeelde soort, die deze week op een van onze insectenhotels zat, is de meest algemene gewone goudwesp. Deze soort parasiteert vooral op andere solitaire wespensoorten zoals de plooivleugelwesp. Goudwespen zijn zgn. koekoekswespen: ze leggen nl een eitje bij de larve van hun waardsoort. Bij deze groep wespen is de angel omgevormd tot een legbuis. Steken kunnen ze dus niet. Dat eitje komt eerder uit dan zijn slachtoffer. En het kleine wespje eet eerst dat larfje op en daarna de voedselvoorraad die de moeder van het slachtoffer voor haar jong heeft aangesleept. Koekoeksparasitisme komt in de natuur vaker voor en niet alleen bij vogels. Koekoekshommels steken bv een hommelkoningin dood en laten zich verzorgen door de werkster van die hommelkoningin.

Waar

Goudwespen komen behalve op Antarctica op alle continenten voor.

 bilobellaspringstaartinsectenBilobella Springstaart29 mrt 2019maart

Bilobella Springstaart, 29 mrt 2019

 bilobellaspringstaart

Deze column schrijf ik nu 13 jaar vanaf mei 2006 en nog steeds zijn er hele familiegroepen aan planten en dieren, waar ik nog geen lid van behandeld heb. Deze week kwam er een bijzondere soort van de springstaartenfamilie op mijn pad. In Nederland zijn daar een paar honderd soorten van bekend. Bilobella is knalroze en heeft zoals de meeste springstaart soorten geen Nederlandse naam. Weinig mensen kennen springstaarten. Het zijn primitieve insecten die meestal in de strooisellaag leven van rottend plantenmateriaal en schimmels. Ze zijn allemaal vrij klein: tussen de 0.1 mm en een paar mm, maar er zijn er onvoorstelbaar veel van. In een liter tuingrond of plantenaarde kunnen duizenden exemplaren leven! Ze vormen daarmee een belangrijke en bijna onuitputtelijke voedselbron voor de meeste kleine dieren en insecten die wij met het blote oog kunnen zien. Met de mieren hebben ze gemeen

dat het er zo veel zijn dat ze vechten om de eerste plaats in het hoeveelheid biomassa die ze op aarde vertegenwoordigen als diergroep!

Bijzonder

Springstaarten vallen uit een in 2 groepen. Bilobella hoort tot de trage bolvormige groep. De meeste springstaarten zijn langwerpig van vorm en hebben naast de drie paar gewone poten een set extra poten die vergroeid is tot een vork die onder hun lichaam vastgezet kan worden. Daar kunnen ze spanning mee opbouwen, waardoor ze bij gevaar met een katapultachtige sprong ver weg kunnen schieten. De bolle springstaarten zoals Bilobella missen deze springvork meestal, maar hebben wel andere kenmerken gemeen zodat ze toch tot dezelfde familie gerekend worden.

Waar

Springstaarten komen wereldwijd voor op alle continenten. Ze leven in de bodem in vochtige rottende strooisellagen. Maar ze kunnen ook op oppervlaktewater voor komen en daarop lopen. De opvallend roze gekleurde Bilobella soort is pas in 2007 in Nederland voor het eerst gevonden onder oude schors van populieren en nu dus ook al hier. Mogelijk weer een gevolg van klimaatverandering.

 keverorchiskiemplantenGroeiplek Keverorchis in de Haarlemmermeer16 mrt 2019maart

Groeiplek Keverorchis in de Haarlemmermeer, 16 mrt 2019

 keverorchiskiem

Afgelopen vrijdag en zaterdag was het Nldoet, waarbij een hartverwarmend aantal mensen en vooral bedrijven vrijwillig de handen uit de mouwen steken om er samen iets leuks van te maken. Bij stichting MEERGroen is het elke dag van het jaar Nldoet en dus deden we met 16 locaties mee. Sommige van de 32 MEERGroen projecten hebben wekelijks aandacht nodig, maar een aantal kunnen met 1 beurt toe. Daarbij horen de orchideeënweides van de Groene Weelde en het Groene Carre, die we elk voorjaar maaien en van zaailingen ontdoen, die de orchideeën verdringen. Als je dat al 10 jaar doet is het leuk om (positieve) trends te ontwaren als resultaat van het beheerwerk.

Bijzonder

En die trends zijn er volop. We troffen in de Groene Weelde de 4e groei plek van de Grote Keverorchis aan. In de amfibieënkuil van het Groene Carre zuid is de

situatie nog mooier: daar staan inmiddels meer dan 25000 moeraswespenorchissen, 5000 rietorchissen en 20 brede wespenorchissen. Maar daarnaast is er door het beheer een explosie van andere leuke soorten ontstaan: 8000 parnassia, 3 soorten duizendguldenkruid, 3 soorten ogentroost, rondbladig wintergroen en nog 30 andere rode lijst soorten. Waarom komen die hier voor: arme zandgrond, kalk, brakke kwel en een wisselend niveau van de waterstand: iets waar de ‘standaard’ planten in ons land niet van houden maar waar de oorspronkelijke en dus zeldzame soorten goed bij gedijen. Veel Nederlandse orchideeën ontlenen hun naam aan een insect. Dat komt omdat ze ontdekt hebben dat insecten hun maatjes vinden met sexgeurstoffen. En die maken ze na zodat die insecten met de bloemen paren en dat werkt probaat!

Waar

Bij de Big Spotters Hill groeide eerst alleen de rietorchis. Daar kwamen in de loop van tijd de brede wespenorchis en de moeraswespenorchis bij en dit jaar ontdekten we de eerste Grote Keverorchissen: en wel meteen een stuk of 200 of meer ( foto). Daarmee is dit naast oorspronkelijke locaties van het Wandelbos Hoofddorp, De Heimanshof en het Haarlemmermeerse Bos de 4e bekende locatie. De bloei is in mei.

 Gehakkelde_Aurelia2insectenGehakkelde Aurelia3 mrt 2019maart

Gehakkelde Aurelia, 3 mrt 2019

 Gehakkelde_Aurelia2

We hebben net een week record warm weer achter de rug. Die week met temperaturen van boven de 20 graden in februari gaf ook een explosieve ontwikkeling te zien van activiteit in de natuur: vroeg bloeiende planten, zingende vogels en een keur aan insecten die een maand eerder dan gebruikelijk actief werden. Van die insecten zijn de dagvlinders opvallende en vrolijke verschijningen. Naast de citroenvlinder die altijd een van de eerste is, zag ik ook verschillende gehakkelde aurelia’s. Deze gehakkelde aurelia’s’ zijn oranje rood gekleurd en hebben opvallende inkepingen in hun vleugelranden, die hen helpt om er als verdord blaadje uit te zien en zo predatie door vogels te vermijden.

Bijzonder

Met de kleine vos , de atalanta en de dagpauwoog heeft de gehakkelde aurelia zijn voornaamste waard plantgemeen: de grote

brandnetel. Maar de rups van deze soort leeft ook wel op de hop, of de ruwe iep, de berk. Die brandnetel is trouwens pas recentelijk zijn voornaamste waardplant geworden. En er verandert meer bij deze soort. 20 jaar gelden kwam deze soort niet off nauwelijks in de Haarlemmermeer en West-Nederland voor en tegenwoordig is hij een van de meest algemene soorten. De gehakkelde aurelia heeft in Nederland meestal 2 generaties. De overwinterende eerst generatie is meestal donkerder van kleur en de zomergeneratie is meestal lichter. Beide generaties hebben op de buitenvleugels een witte c of komma bij dichtgeslagen vleugels.

Waar

De vlinder komt voor in vrijwel heel Europa, in Noord-Afrika en in Noord-en Centraal-Azië tot en met China, Korea en Japan. De soort vliegt tot hoogtes van 2000 meter boven zeeniveau. De areaalgrens van de gehakkelde aurelia is behoorlijk variabel. Door de tijd heen vinden flinke verschuivingen plaats. De laatste jaren schuift het voorkomen op naar het noorden onder invloed van de klimaatverandering. Deze verschuivingen zorgen voor fluctuaties in het voorkomen in landen dicht tegen de areaalgrens, zoals Nederland en Groot-Brittannië.

 harslakzwambovenkantpaddenstoelenHarslakzwam16 feb 2019februari

Harslakzwam, 16 feb 2019

 harslakzwambovenkant

Bij het werken kwam er deze week uit het gras een gigantische paddenstoel tevoorschijn. Hij woog ca 5 kilo en was aan de bovenkant diep en veel gelobd. Aan de onderkant zat hij met 2 stelen in de grond (Niet in een stam). De hele onderkant bestond uit buisjes en dus niet uit plaatje zoals de meeste paddenstoelen. Het meest opvallende aan deze reus, behalve zijn grootte was dat de hele bovenkant glimmend kastanjebruin was. Het leek wel een kruising tussen een biefstukzwam en een platte tonderzwam. Omdat het ook een nogal zeldzame soort betrof kostte het wel enige moeite en tijd om op de soort naam te komen. Het bleek een Harslakzwam. De vruchtlichamen van de lakzwammen zijn breed gelobd en hechten zich aan boomstammen. Vaak leven ze als parasiet tot de boom afsterft, waarna

verder leen van het dode hout. Sommige lakzwammen zijn zwakteparasieten, wat wil zeggen dat ze voornamelijk op verzwakte boomsoorten groeien. Het geslacht dankt zijn naam aan het feit dat het oppervlak van veel soorten gelakt lijkt ( foto).

Bijzonder

Lakzwammen kunnen op tal van boomsoorten groeien zoals Els, Berk, Beuk en Eik, toch zijn ze betrekkelijk zeldzaam. Sinds meer dan 3.000 jaar worden ze gebruikt in de Chinese geneeskunde. Omdat de zwammen ook in Azië zeldzaam zijn, mochten ze alleen gebruikt worden om de keizer en mensen van adel te genezen. Pas sinds een jaar of 30 slaagt men erin om lakzwammen te kweken. Lakzwammen bevatten ganodermazuren: deze zorgen voor een verlaging van het cholesterolgehalte in het bloed. De zwammen bezitten ook verschillende stoffen die het immuunsysteem versterken en de groei van tumoren verhinderen. En men vond een stof die de bloedvaten verwijdt.

Wereldwijd zijn 80 soorten bekend, waarvan 3 in Nederland: de gesteelde lakzwam, de waslakzwam en de harslakzwam

 groothoefbladplantenGroot Hoefblad3 feb 2019februari

Groot Hoefblad, 3 feb 2019

 groothoefblad

Door de sneeuw af en toe en de temperaturen rond nul graden hebben veel mensen het idee dat er buiten niets gebeurt en blijven ze rond de kachel hangen zowel in huis als op het werk. Dat is jammer want er is een permante cyclus aan de gang in de natuur van planten en dieren die hun tijd en plaats zo zoeken dat ze geen of minder last hebben van concurrenten. Over die ontwikkelingen in de natuur bestaat zelfs een heuse wetenschap met de naam Fenologie: Harry Potter fans zouden dit vertalen als de leer van het verschijnselen. Bekende wintersoorten die nu al bloeien zijn sneeuwklokjes, winterakonieten en wilde krokussen. Weinig mensen weten dat er wel 1100 soorten sneeuwklokjes bestaan en dat de grote sneeuwklok al rond kerst bloeit. Een soort die al in november bloeit en bij kerstrozen hoort is het stinkend nieskruid. In De Heimanshof zeggen we daarom wel eens dat ons voorjaar in november begint en eindigt in oktober.

Van de echte kruiden is longkruid meestal de eerste bloeier (en dat is dus geen ‘nog-bloeier’ zoals dag koekoeksbloem, madeliefje of beemdkroon, die pas stoppen met bloeien als ze dood vriezen).Maar dit jaar werd longkruid op achterstand gezet door het Groot Hoefblad.

Bijzonder

Groot Hoefblad kan alleen bestaan als er ook een Klein Hoefblad bestaat. Groot Hoefblad bloeit nu al en heeft roze bloemen. Klein hoefblad bloeit meestal ergens in maart en heeft gele bloemen. Bij beide bloemen komen de bladeren pas na de bloemen. Die van Groot Hoefblad bladeren kun je als een paraplu gebruiken en hebben stelen van meer dan een meter. Vele mensen verwarren ze met rabarber. Maar dat is een lid van de zuring familie waarvan je de stelen kunt eten. Dat zou ik niet aanraden bij Groot Hoefblad.

Waar

Zowel Groot als Klein Hoefblad hebben wortelstokken en houden van zonnige plekken Daarbij heeft Groot Hoefblad een voorkeur voor meer vochtige voedselrijke terreinen, bv slootoevers en klein hoefblad is een echte pionier die ook op voedsel arme zandvlaktes en bouw terreinen massaal op kan komen.

 marterbomenMarters19 jan 2019januari

Marters, 19 jan 2019

 marter

Marters

Roofdieren spreken meestal tot de verbeelding. Maar in onze stedelijke omgeving is het voor hen niet makkelijk om te overleven. Eten is er vaak wel, maar o, o, o al die wegen en auto’s. Daarom is het best bijzonder dat er ook in de ‘strakke’ Haarlemmermeer nog vrij veel roofdieren leven. Het aantal soorten neemt zelfs toe. Dat is met name het geval met vossen waarvan er dan ook jaarlijks een stuk of 5 worden doodgereden. Naast vossen komen er 4 of 5 soorten marters voor. Wezels zijn daarvan de kleinste soort. Die leeft van muizen door in muizenholletjes binnen te gaan. Katten zijn naast auto’s zijn voornaamste vijand. De afgelopen tijd kreeg ik 2 meldingen van hermelijnen. Eentje zag ik zelf ik het Haarlemmermeerse bos op konijnenjacht. De andere leefde langs de Rijnlanderweg. De meest algemene soort is de bunzing. Zoals alle roofdieren houd die van rommelerven en -tuinen. Jaarlijks vind

ik wel 3 -5 doodgereden exemplaren. Voor kerst kreeg ik een melding uit de bebouwde kom van Hoofddorp en m.b.v. een wildcamera maakte ik bijgesloten foto van een vrouwtje, die daar al jaren in de tuin woont. Het bijbehorende filmpje staat in vlog 35 op youtubekanaal st.meergroen.

Bijzonder

Tegelijkertijd met de bunzing zat er in Rijsenhout een steenmarter in het plafond van een bewoond huis. Dat was de 2e melding sinds 2017 in Hoofddorp. Dit exemplaar of stelletje (gedurende de zomer was er ‘gezellig’ veel herrie) is verhuisd voor we er beelden van konden nemen. Wie in Rijsenhout en omgeving weet waar hij/ze terecht gekomen zijn sinds kerst? En dan zijn er meldingen die zouden kunnen wijzen op een boommarter. Bv langs de Ijweg in Hoofddorp en het Haarlemmermeerse bos, maar ook die zijn niet bevestigd met een duidelijke foto of film. Ook daarover krijgen we graag een melding als iemand wat gezien of gehoord heeft.

Waar

Marters komen in de hele polder voor, zowel in het buitengebied als de bebouwde kom. Voor liefhebbers van deze dieren: zorg voor rommelige plekjes en tuinen. Eten is er meest wel genoeg.

 kaneelwant01insectenKaneelwants30 dec 2018december

Kaneelwants, 30 dec 2018

 kaneelwant01

Het is al weer een tijdje geleden, dat ik van Janet Bakker een melding kreeg van een oogstrelende aanwinst van onze polderfauna. Die foto wil ik u niet onthouden: het gaat om 2 kaneelwantsen op een Verbena of Baardbloem in Cruquius. 2018 was voor warmte minnende insecten een goed jaar. Of de planten ook zo blij waren en voldoende vocht en energie voor nectar en stuifmeel hadden, durf ik te betwijfelen. Maar daar hebben wantsen i.t.t. bijen, wespen, zweefvliegen en vlinders geen boodschap aan. Het hoofdkenmerk van wantsen is dat ze een steeksnuit hebben, die ze in plantencellen of -vaten prikken om daar sappen uit te zuigen. Niet alleen in nectar zit suiker, ook bladeren produceren suikers. Een bekende soort die veel suikers maakt is de Linde. En bladluizen (ook verwant aan wantsen) zuigen die vloeistof op. Omdat er meer dan genoeg suikers beschikbaar zijn, maar slechts een kleine concentratie eiwit, pompen die bladluizen er met z’n allen liters

suikerwater door heen. Meestal tot genoegen van mensen die hun auto daaronder parkeren.

Bijzonder

Kaneelwantsen hebben een voorkeur voor planten met sterke of zelfs giftige stiffen . Ook Verbena’s hebben zo’n sterke smaak, net als toortsensoorten, heide en allerlei andere heesters. Naast de suikers en eiwitten waar de kaneelwants van leeft, neemt hij ook die stoffen op. Dat kan deze soort zonder er zelf last van te hebben. Dat doen meer soorten bv de Jacobsvlinder die gifstoffen van kruiskruiden opneemt. Door die stoffen smaakt zo’n insect smerig en laten vogels en andere rovers het wel een 2e keer uit hun hoofd om ze te eten. Om die reden zijn felle kleuren van een insect vaak een teken om ze NIET te eten. Dat gaat op bij lieveheersbeestjes, de zebrarups van de Jacobsvlinder, etc. De kaneelwants heet zo, omdat hij bij verstoring een geurstof afgeeft die (voor ons) juist weer heel lekker ruikt: kaneel. Maar dat zal voor predatoren wellicht anders zijn.

Waar

De kaneelwants houdt van droge warme plekken zoals duinen en heides. Zoals veel soorten lift hij mee op de klimaatverandering van Zuidelijk naar Noord-Europa.

 alpenwatersalamander2kleine dierenAlpenwatersalamander16 dec 2018december

Alpenwatersalamander, 16 dec 2018

 alpenwatersalamander2

Er komen in Nederland een stuk of 10 salamandersoorten voor. In de Haarlemmermeer kende ik alleen de kleine watersalamander. Maar vorige week werd ik verrast met een goed gedocumenteerde vondst van een alpenwatersalamander uit Nieuw-Vennep (Zie foto van Axel Gundarson). De kleine watersalamander is met name bruin gekleurd. De alpenwatersalamander heeft vooral blauwe tinten en altijd een oranje buik zonder vlekken.

Bijzonder

De alpenwatersalamander is sterker aan water gebonden dan andere salamanders. Hij is honkvast en blijft dichtbij water. Tijdens de paartijd zijn alpenwatersalamanders zowel dag- als nachtactief steeds in het water. Buiten de paartijd zijn ze ook op het land te vinden. Ze zijn dan nachtactief en verstoppen zich overdag. Hij overwintert op het land of in modder en na ontwaken wordt direct het water opgezocht. Er is zoals bij alle salamanders

geen echte paring; het mannetje zet een zaadpakketje af dat wordt opgenomen door het vrouwtje. Het vrouwtje legt dan in een paar dagen tot 250 eitjes af. Die vouwt ze één voor één tussen de blaadjes van waterplanten. Doordat de eiomhulsels kleven, blijft het blad zitten en zijn de eitjes gecamoufleerd. Nadat een jonge salamander het water verlaat duurt het nog 2-3 jaar voordat het volwassen is. Pas dan keert hij terug naar het water om zich voort te planten en kan dan meer dan 20 jaar oud worden. Net als andere watersalamanders komt neotenie voor waarbij volwassen dieren larvale kenmerken behouden zoals een visachtige staart en uitwendige kieuwen.

Waar

De alpenwatersalamander komt alleen Europa voor van Denemarken tot Griekenland en van zeeniveau tot 2500 meter hoogte. In Nederland komt hij vooral voor in Limburg en Brabant maar ook van elders zijn waarnemingen bekend. Het is een niet bedreigde soort maar is wel streng beschermd. De salamander heeft een brede voorkeur voor loofbossen, naaldbossen en gemengde bossen. Ook in vijvers en met water gevulde karrensporen kan de soort worden aangetroffen. Het water moet visvrij en liefst helder zijn en stilstaand tot langzaam stromend.

 citroenlieveheersbeestjecombibomenCitroelieveheersbeestje2 dec 2018december

Citroelieveheersbeestje, 2 dec 2018

 citroenlieveheersbeestjecombi

Citroenlieveheersbeestje

Recentelijk hebben we in een aantal wijken van Hoofddorp het beheer van het openbaar groen gekregen. Daarbij gaat het om het betrekken van de buurt bij het zo inspirerend en biodiverser maken. Een van die projecten is de Ijtochtzone in Overbos en Floriande. Sinds 2007 werken we daar al regelmatig aan de ontwikkeling van orchideeën weides, akkerkruidenvakken(meest opvallende soort: klaproos) en bloemrijk grasland. Maar vanaf nu kunnen we voluit gaan om het maximale ecologische, sociale en recreatieve rendement eruit te halen. Sinds 1 september is er al volop gemaaid, gehooid, gefreesd en gezaaid. Behalve het grootschalige werk door tractoren is er ook veel handwerk. Zo staan er veel notenbomen en vruchtbomen. Vele daarvan moeten regelmatig vervangen worden omdat de grond bij de aanleg van de wijk zo dicht gereden is dat de wortels niet kunnen gedijen. Bij een

18-tal van de recentelijk vervangen exemplaren zijn er plastic kuipen aangebracht om extra water te kunnen geven. In die kuipen kan niet gemaaid worden en bij het handmatig wieden kwam er een leuke verrassing te voorschijn:

Bijzonder

In de gemaaide velden is er geen beschutting, maar de kuipen met de uitbundige kruiden daarbinnen hebben die beschutting wel. Per kuip troffen wij tussen de 500 en 1000 citroenlieveheersbeestjes aan. Totaal tegen de 20.000 stuks. Die proberen daar te overwinteren. Citroenlieveheersbeestjes of 22 stippelige lieveheersbeestjes zijn 3-4 mm groot en heldergeel met 22 zwarte stippen. Ze leven itt de meeste soorten lieveheersbeestjes niet van bladluizen, maar van meeldauw. Meeldauw is een schimmel die op blad ontstaat als de conditie van de planten achteruit gaat bv aan het einde van het seizoen of bij droogte stress. Natuurlijk hebben we na het wieden en de ontdekking de kuipen weer afgedekt met los hooi. Lieveheersbeestjes hebben een felle waarschuwingskleur omdat ze een onaangenaam vocht kunnen afscheiden als ze op gegeten worden.

Waar

Citroenlieveheersbeestjes leven op veel soorten kruiden en bomen.

 mariadistel_2plantenMariadistel19 nov 2018november

Mariadistel, 19 nov 2018

 mariadistel_2

Afgelopen week kreeg ik een foto van een plant uit Lijnden, die spontaan verschenen was bij huizen naast de net afgebroken A9. Soms kosten deze vragen weken zoek werk, maar dit was gemakkelijk: mariadistel (foto). Distels hebben geen aaibaar imago, maar dat is niet terecht. Er komen in Nederland wel een stuk of 15 soorten distels voor en daar zijn prachtige soorten bij en soorten met medicinale en eetbare toepassingen. Wat denk u bv van de grootste distel soort: de kardoen die ook een streekproduct uit de Haarlemmermeer was en verwant aan de artisjok met bloemen van een kilo en nerven van een kilo die gebleekt gegeten worden. Ook van de moesdistel die aan oevers groeit is het (jonge) blad goed eetbaar.

Bijzonder

Net als de Italiaanse aronskelk heeft de Mariadistel op zijn blad witte nerven, die de plant tot

een sieraad in bermen en tuinen maakt. Het verhaal hierbij is dat deze nerven wit zijn geworden door melkdruppels van Maria: je moet het maar verzinnen! Het (jonge) blad is als groente eetbaar en er zijn nogal wat geneeskrachtige mogelijkheden: De geneeskrachtige werking zit vooral in de zaden. Die bevatten een vettige stof, die op veel manieren geëxtraheerd en ingenomen kan worden en die bv de enige werkzame stof tegen vliegenzwam- en groenknolammonietvergiftiging is. Mariadistelextracten hebben ook een gunstige werking op de lever bij leververvetting, levercirrose, hepatitis, geelzucht en op de galproductie. Het is een van de weinige kruiden die in staat is om celvernieuwing in de lever te bewerkstelligen. Verder werkt het gunstig bij aambeien, spataderen te lage bloeddruk. Het verhaal van Maria kan samenhangen met het feit dat er ook een gunstige invloed is geconstateerd op melkproductie.

Waar

De Mariadistel is een eenjarige niet invasieve soort die oorspronkelijk uit het Middellandse zee gebied komt, net als de wegdistel, maar die met de klimaatverandering steeds meer oprukt en een sierlijke aanvulling van de inheemse flora is.

 kweepeerbomenKweepeer en Merels7 okt 2018oktober

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl