bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Hazenpootje, 6 jul 2019

 hazenpootje

De bodem van de Haarlemmermeer is in feite een oude Waddenzee die daar duizenden jaren geleden heeft gelegen tot duineilanden aan elkaar groeiden tot de vaste kustlijn van Holland. Dat was ver voor de Romeinse tijd. Er vormde zich toen een enorm zoetwatermeer dat zich opvulde met veen. Dankzij de verveningsdrang van onze voorouders ontstonden er de veenplassen zoals de Westeinder en onze eigen Waterwolf van 28000 ha. Bij de drooglegging in 1852 werden de rijke kleigronden gereserveerd voor de boeren en op de oude zandbanken planden ze Hoofddorp en het Haarlemmermeerse Bos. Die zandbanken bevatten ook wat klei zodat ze altijd voedselrijker en vochtiger zijn dan bv de zandgronden van de duinen en de Veluwe. Veel soorten van die droge voedselarme zand gronden hebben we dus niet in de polder. Maar op minstens 1 plek wel. Bij Cruquius tegen Heemstede aan vond ik velden met

hazenpootje. Dat komt omdat er een tong van duinzand tot in de Haarlemmermeer doorloopt.

Bijzonder

Bij die velden hazenpootje stonden ook schapenzuring, ook zo’n heideplant. Hazenpootje is een vlinderbloemige. Alle bonen en klavers horen daar ook bij. Vlinderbloemigen hebben een symbiosetruc ontwikkeld. Zij maken wortelknolletjes waarin ze bacteriën kweken die stikstof uit de lucht vastleggen in ruil voor suikers die de plant maakt. Vlinderbloemigen maken in feite hun eigen kunstmest, want stuikstof is een van de hoofdbestanddelen van eiwitten waaruit alle cellen bestaan. Alle vlinderbloemigen doen dat, maar hazenpootje doet dat weer op een speciale manier zodat ze op heel arme en heel droge plekken kan staan. Hazenpootje heet zo omdat de bloem heel ’fluffy’ is (inzet foto)

Waar

Ik trof de hazenpootjesvelden aan op de helling van de N201 naar de brug van Cruquius. Maar ook tot aan het ziekenhuis staan er velden in de berm wat ook op duinzand wijst. De rest van de N201 ligt op zo’n zandbank en dat kun je mooi zien aan het lage gras waar de geel blinde rol klaver in domineert. Ook een vlinderbloemige, maar dan op net iets minder arme grond.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 2 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 marterbomenMarters19 jan 2019januari

Marters, 19 jan 2019

 marter

Marters

Roofdieren spreken meestal tot de verbeelding. Maar in onze stedelijke omgeving is het voor hen niet makkelijk om te overleven. Eten is er vaak wel, maar o, o, o al die wegen en auto’s. Daarom is het best bijzonder dat er ook in de ‘strakke’ Haarlemmermeer nog vrij veel roofdieren leven. Het aantal soorten neemt zelfs toe. Dat is met name het geval met vossen waarvan er dan ook jaarlijks een stuk of 5 worden doodgereden. Naast vossen komen er 4 of 5 soorten marters voor. Wezels zijn daarvan de kleinste soort. Die leeft van muizen door in muizenholletjes binnen te gaan. Katten zijn naast auto’s zijn voornaamste vijand. De afgelopen tijd kreeg ik 2 meldingen van hermelijnen. Eentje zag ik zelf ik het Haarlemmermeerse bos op konijnenjacht. De andere leefde langs de Rijnlanderweg. De meest algemene soort is de bunzing. Zoals alle roofdieren houd die van rommelerven en -tuinen. Jaarlijks vind

ik wel 3 -5 doodgereden exemplaren. Voor kerst kreeg ik een melding uit de bebouwde kom van Hoofddorp en m.b.v. een wildcamera maakte ik bijgesloten foto van een vrouwtje, die daar al jaren in de tuin woont. Het bijbehorende filmpje staat in vlog 35 op youtubekanaal st.meergroen.

Bijzonder

Tegelijkertijd met de bunzing zat er in Rijsenhout een steenmarter in het plafond van een bewoond huis. Dat was de 2e melding sinds 2017 in Hoofddorp. Dit exemplaar of stelletje (gedurende de zomer was er ‘gezellig’ veel herrie) is verhuisd voor we er beelden van konden nemen. Wie in Rijsenhout en omgeving weet waar hij/ze terecht gekomen zijn sinds kerst? En dan zijn er meldingen die zouden kunnen wijzen op een boommarter. Bv langs de Ijweg in Hoofddorp en het Haarlemmermeerse bos, maar ook die zijn niet bevestigd met een duidelijke foto of film. Ook daarover krijgen we graag een melding als iemand wat gezien of gehoord heeft.

Waar

Marters komen in de hele polder voor, zowel in het buitengebied als de bebouwde kom. Voor liefhebbers van deze dieren: zorg voor rommelige plekjes en tuinen. Eten is er meest wel genoeg.

 kaneelwant01insectenKaneelwants30 dec 2018december

Kaneelwants, 30 dec 2018

 kaneelwant01

Het is al weer een tijdje geleden, dat ik van Janet Bakker een melding kreeg van een oogstrelende aanwinst van onze polderfauna. Die foto wil ik u niet onthouden: het gaat om 2 kaneelwantsen op een Verbena of Baardbloem in Cruquius. 2018 was voor warmte minnende insecten een goed jaar. Of de planten ook zo blij waren en voldoende vocht en energie voor nectar en stuifmeel hadden, durf ik te betwijfelen. Maar daar hebben wantsen i.t.t. bijen, wespen, zweefvliegen en vlinders geen boodschap aan. Het hoofdkenmerk van wantsen is dat ze een steeksnuit hebben, die ze in plantencellen of -vaten prikken om daar sappen uit te zuigen. Niet alleen in nectar zit suiker, ook bladeren produceren suikers. Een bekende soort die veel suikers maakt is de Linde. En bladluizen (ook verwant aan wantsen) zuigen die vloeistof op. Omdat er meer dan genoeg suikers beschikbaar zijn, maar slechts een kleine concentratie eiwit, pompen die bladluizen er met z’n allen liters

suikerwater door heen. Meestal tot genoegen van mensen die hun auto daaronder parkeren.

Bijzonder

Kaneelwantsen hebben een voorkeur voor planten met sterke of zelfs giftige stiffen . Ook Verbena’s hebben zo’n sterke smaak, net als toortsensoorten, heide en allerlei andere heesters. Naast de suikers en eiwitten waar de kaneelwants van leeft, neemt hij ook die stoffen op. Dat kan deze soort zonder er zelf last van te hebben. Dat doen meer soorten bv de Jacobsvlinder die gifstoffen van kruiskruiden opneemt. Door die stoffen smaakt zo’n insect smerig en laten vogels en andere rovers het wel een 2e keer uit hun hoofd om ze te eten. Om die reden zijn felle kleuren van een insect vaak een teken om ze NIET te eten. Dat gaat op bij lieveheersbeestjes, de zebrarups van de Jacobsvlinder, etc. De kaneelwants heet zo, omdat hij bij verstoring een geurstof afgeeft die (voor ons) juist weer heel lekker ruikt: kaneel. Maar dat zal voor predatoren wellicht anders zijn.

Waar

De kaneelwants houdt van droge warme plekken zoals duinen en heides. Zoals veel soorten lift hij mee op de klimaatverandering van Zuidelijk naar Noord-Europa.

 alpenwatersalamander2kleine dierenAlpenwatersalamander16 dec 2018december

Alpenwatersalamander, 16 dec 2018

 alpenwatersalamander2

Er komen in Nederland een stuk of 10 salamandersoorten voor. In de Haarlemmermeer kende ik alleen de kleine watersalamander. Maar vorige week werd ik verrast met een goed gedocumenteerde vondst van een alpenwatersalamander uit Nieuw-Vennep (Zie foto van Axel Gundarson). De kleine watersalamander is met name bruin gekleurd. De alpenwatersalamander heeft vooral blauwe tinten en altijd een oranje buik zonder vlekken.

Bijzonder

De alpenwatersalamander is sterker aan water gebonden dan andere salamanders. Hij is honkvast en blijft dichtbij water. Tijdens de paartijd zijn alpenwatersalamanders zowel dag- als nachtactief steeds in het water. Buiten de paartijd zijn ze ook op het land te vinden. Ze zijn dan nachtactief en verstoppen zich overdag. Hij overwintert op het land of in modder en na ontwaken wordt direct het water opgezocht. Er is zoals bij alle salamanders

geen echte paring; het mannetje zet een zaadpakketje af dat wordt opgenomen door het vrouwtje. Het vrouwtje legt dan in een paar dagen tot 250 eitjes af. Die vouwt ze één voor één tussen de blaadjes van waterplanten. Doordat de eiomhulsels kleven, blijft het blad zitten en zijn de eitjes gecamoufleerd. Nadat een jonge salamander het water verlaat duurt het nog 2-3 jaar voordat het volwassen is. Pas dan keert hij terug naar het water om zich voort te planten en kan dan meer dan 20 jaar oud worden. Net als andere watersalamanders komt neotenie voor waarbij volwassen dieren larvale kenmerken behouden zoals een visachtige staart en uitwendige kieuwen.

Waar

De alpenwatersalamander komt alleen Europa voor van Denemarken tot Griekenland en van zeeniveau tot 2500 meter hoogte. In Nederland komt hij vooral voor in Limburg en Brabant maar ook van elders zijn waarnemingen bekend. Het is een niet bedreigde soort maar is wel streng beschermd. De salamander heeft een brede voorkeur voor loofbossen, naaldbossen en gemengde bossen. Ook in vijvers en met water gevulde karrensporen kan de soort worden aangetroffen. Het water moet visvrij en liefst helder zijn en stilstaand tot langzaam stromend.

 citroenlieveheersbeestjecombibomenCitroelieveheersbeestje2 dec 2018december

Citroelieveheersbeestje, 2 dec 2018

 citroenlieveheersbeestjecombi

Citroenlieveheersbeestje

Recentelijk hebben we in een aantal wijken van Hoofddorp het beheer van het openbaar groen gekregen. Daarbij gaat het om het betrekken van de buurt bij het zo inspirerend en biodiverser maken. Een van die projecten is de Ijtochtzone in Overbos en Floriande. Sinds 2007 werken we daar al regelmatig aan de ontwikkeling van orchideeën weides, akkerkruidenvakken(meest opvallende soort: klaproos) en bloemrijk grasland. Maar vanaf nu kunnen we voluit gaan om het maximale ecologische, sociale en recreatieve rendement eruit te halen. Sinds 1 september is er al volop gemaaid, gehooid, gefreesd en gezaaid. Behalve het grootschalige werk door tractoren is er ook veel handwerk. Zo staan er veel notenbomen en vruchtbomen. Vele daarvan moeten regelmatig vervangen worden omdat de grond bij de aanleg van de wijk zo dicht gereden is dat de wortels niet kunnen gedijen. Bij een

18-tal van de recentelijk vervangen exemplaren zijn er plastic kuipen aangebracht om extra water te kunnen geven. In die kuipen kan niet gemaaid worden en bij het handmatig wieden kwam er een leuke verrassing te voorschijn:

Bijzonder

In de gemaaide velden is er geen beschutting, maar de kuipen met de uitbundige kruiden daarbinnen hebben die beschutting wel. Per kuip troffen wij tussen de 500 en 1000 citroenlieveheersbeestjes aan. Totaal tegen de 20.000 stuks. Die proberen daar te overwinteren. Citroenlieveheersbeestjes of 22 stippelige lieveheersbeestjes zijn 3-4 mm groot en heldergeel met 22 zwarte stippen. Ze leven itt de meeste soorten lieveheersbeestjes niet van bladluizen, maar van meeldauw. Meeldauw is een schimmel die op blad ontstaat als de conditie van de planten achteruit gaat bv aan het einde van het seizoen of bij droogte stress. Natuurlijk hebben we na het wieden en de ontdekking de kuipen weer afgedekt met los hooi. Lieveheersbeestjes hebben een felle waarschuwingskleur omdat ze een onaangenaam vocht kunnen afscheiden als ze op gegeten worden.

Waar

Citroenlieveheersbeestjes leven op veel soorten kruiden en bomen.

 mariadistel_2plantenMariadistel19 nov 2018november

Mariadistel, 19 nov 2018

 mariadistel_2

Afgelopen week kreeg ik een foto van een plant uit Lijnden, die spontaan verschenen was bij huizen naast de net afgebroken A9. Soms kosten deze vragen weken zoek werk, maar dit was gemakkelijk: mariadistel (foto). Distels hebben geen aaibaar imago, maar dat is niet terecht. Er komen in Nederland wel een stuk of 15 soorten distels voor en daar zijn prachtige soorten bij en soorten met medicinale en eetbare toepassingen. Wat denk u bv van de grootste distel soort: de kardoen die ook een streekproduct uit de Haarlemmermeer was en verwant aan de artisjok met bloemen van een kilo en nerven van een kilo die gebleekt gegeten worden. Ook van de moesdistel die aan oevers groeit is het (jonge) blad goed eetbaar.

Bijzonder

Net als de Italiaanse aronskelk heeft de Mariadistel op zijn blad witte nerven, die de plant tot

een sieraad in bermen en tuinen maakt. Het verhaal hierbij is dat deze nerven wit zijn geworden door melkdruppels van Maria: je moet het maar verzinnen! Het (jonge) blad is als groente eetbaar en er zijn nogal wat geneeskrachtige mogelijkheden: De geneeskrachtige werking zit vooral in de zaden. Die bevatten een vettige stof, die op veel manieren geëxtraheerd en ingenomen kan worden en die bv de enige werkzame stof tegen vliegenzwam- en groenknolammonietvergiftiging is. Mariadistelextracten hebben ook een gunstige werking op de lever bij leververvetting, levercirrose, hepatitis, geelzucht en op de galproductie. Het is een van de weinige kruiden die in staat is om celvernieuwing in de lever te bewerkstelligen. Verder werkt het gunstig bij aambeien, spataderen te lage bloeddruk. Het verhaal van Maria kan samenhangen met het feit dat er ook een gunstige invloed is geconstateerd op melkproductie.

Waar

De Mariadistel is een eenjarige niet invasieve soort die oorspronkelijk uit het Middellandse zee gebied komt, net als de wegdistel, maar die met de klimaatverandering steeds meer oprukt en een sierlijke aanvulling van de inheemse flora is.

 kweepeerbomenKweepeer en Merels7 okt 2018oktober

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl

 merelbomenMerel(sterfte)22 sep 2018september

Merel(sterfte), 22 sep 2018

 merel

De aanleiding voor deze column is het feit dat ik normaliter 10-12 merels rond mijn huis heb die de druiven van onze gevel plunderen. Dit jaar is niet alleen een uitzonderlijk goed (zoet) druivenjaar, er wordt ook helemaal niet van gegete, terwijl ze voor de zomer wel de bessenstruiken leeg aten. Dat geeft mij het angstige gevoel dat de gevreesde Usutu merelziekte nu ook (half augustus) de Haarlemmermeer bereikt heeft. Graag reacties van lezers of dit kunnen bevestigen of andere ervaringen hebben. Het Usutu-virus komt uit Afrika en wordt verspreid door muggen. Het virus is via trekvogels naar Europa overgebracht, waar het 2001 voor het eerst opdook in Oostenrijk. Vanuit daar verspreidde het zich over Europa, met in 2012 een massale slachting onder de merels in Duitsland tot gevolg. Meer dan 300.000 vogels stierven. In sommige Duitse steden was de sterfte zo massaal

dat de merels praktisch verdwenen waren uit de tuinen en parken. In 2016 bereikte het zuid-oost Nederland.

Bijzonder

De merel is een van de meest algemene zangvogels in Nederland en zeker in stedelijk gebied. Maar dit was niet altijd zo. Tot ca 1900 was de merel een schuwe bosvogel. Ze leefden teruggetrokken in dichte loofbossen van Europa. Bij elk kleinste teken van gevaar trokken ze zich in het dichte kreupelhout terug en waarschuwden ze met hun typische alarmroep de andere bosbewoners. Ze hebben zich echter ontwikkeld tot cultuurvolgers en komen nu vrijwel overal in tuinen voor. Merels zijn alleseters en voeden zich onder meer met wormen, insecten, bessen, brood, zaden, afval en diverse soorten vogelvoer. De merel is een uitbundige zanger en zingt vaak vanaf een hoog punt. Het mannetje zingt vanaf februari, vooral ’s morgens, ’s avonds en bij regen.

Waar

De merel komt van nature voor ten zuiden van de poolcirkel in heel Europa en grote delen van Azië. Elders is de merel ook uitgezet en in Australië en Nieuw-Zeeland wordt hij gezien als een plaag. Afgezien van de noordelijkste populaties zijn merels meestal geen trekvogels.

 steenrodeheidelibelinsectenSteenrode Heideibel18 aug 2018augustus

Steenrode Heideibel, 18 aug 2018

 steenrodeheidelibel

Libellen zijn er in soorten en maten. De meest algemene kleine soorten heten waterjuffers. Die vouwen hun vleugels samen boven hun lichaam als ze zitten. De grootste soorten van wel 8 cm groot, heten glazenmakers. Dat komt omdat ze hun vleugels breeduit hebben als ze zitten, net zoals de glazenmakers uit de middeleeuwen het glas op hun rug droegen bij aflevering. En dan zijn er de meer gedrongen ‘middensoorten’ die in grootte tussen de juffers en de glazenmakers inzitten. De meest algemene daarvan in onze regio is de oeverlibel, waarvan de mannetjes blauw zijn en de vrouwtjes geel en er is een groep van rode soorten die heidelibellen genoemd worden.

Bijzonder

Ook de midden soorten dragen hun vleugels bij zitstand breeduit. Wereldwijd zijn er ongeveer 70 soorten, waarvan er 10 in Nederland voorkomen, waarvan er 6 nogal zeldzaam

zijn. Hoewel je dat niet zou verwachten, komen heidelibellen op veel plekken voor en niet alleen op heide terreinen. Er zijn 4 vrij algemene soorten, die dit jaar waarschijnlijk door de hoge temperaturen extra algemeen zijn: de zwarte heidelibel die zoals de naam zegt zwart is, de bloedrode heidelibel, de steenrode heidelibel en de bruinrode heidelibel. Het zijn de volwassen manentjes die rood zijn. De vrouwtjes en jonge mannetjes zijn geel, oranje of bruin. Op de foto staat een mannetje van de steenrode heidelibel. Het onderscheid tussen de soorten is vaak niet zo makkelijk. Maar op de foto is te zien dat de poten niet egaal zwart zijn (bloedrode heidelibel), maar gestreept. Dus het is een mannetje steenrode heidelibel. En deze was ver van de heide, gewoon in de Haarlemmermeer te vinden.

Waar

Bruinrode en steenrode heidelibellen zijn algemeen bij allerlei stilstaande wateren en niet zelden komen beide soorten op dezelfde plek voor. De bruinrode heidelibel heeft een lichte voorkeur voor watertjes met weinig vegetatie op de zandgronden en Oost- en Zuid Nederland, terwijl de steenrode heidelibel algemener is bij sterker begroeide wateren op de veengronden in West- en Noord-Nederland.

 mollenellendekleine dierenMollenellende3 aug 2018augustus

Mollenellende, 3 aug 2018

 mollenellende

Deze column (sinds juni 2006) heet Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer. De reden is, dat er over het algemeen gedacht wordt dat de Haarlemmermeer een zeer arme polder is in biodiversiteit (en dat er daarom ook makkelijk nieuw beton en asfalt wordt aangelegd). De afgelopen 12 jaar heeft al wel geleerd dat er een ongelofelijke verscheidenheid aan soorten in onze polder voor komen en mijn inschatting is dat ik voor het behandelen van alle ca 10.000 soorten een jaar of 400 nodig zal hebben. Zo nu en dan gaat het niet alleen over nieuwe soorten maar gebeurt er iets bijzonders. Zo zitten we nu midden in de grootste droogte- en hittegolf sinds er weergegevens worden bijgehouden. En die droogte heeft ook effecten in de natuur op soorten. Zo vind ik aan de lopende band dode mollen en dat is opmerkelijk.

Bijzonder

De

eerste 3 mollen heb ik in de composthopen verwerkt, maar bij nr 4 en 5 begon er enige ongerustheid op te spelen. Op mol 4 heb ik daarom een gecombineerde anatomische les en sectie uitgevoerd (foto met inzet) en wat bleek: de arme mol was heel mager, geen vet en geen inhoud in het spijsverteringssysteem. Dat mollen van de honger sterven kan samenhangen met de droogte omdat hun voornaamste voedsel: regenwormen steeds dieper in de aarde wegkruipt en de Haarlemmermeerse klei bij droogte hard als beton wordt. Een mol moet dus steeds harder werken om steeds minder voedsel buit te maken. Als hij een ons wormen verbrandt om 50 gram te vangen, sterft hij na 4-6 weken van honger en uitputting. Graag hoor ik van lezers of er op andere plaatsen ook extra mollensterfte geconstateerd wordt.

Waar

Mollen zijn zeer algemene bewoners van onze polder. Ze graven gangen waarin ze via hun neus wormen en ander bodemleven opsporen. Ze leven 4 uur op en 4 uur slapen, jaarrond. Meestal zijn de Nederlandse condities ideaal om wormen te kunnen zoeken in bijna altijd vochtige humusrijke grond. Dit jaar zou wel eens een mollenramp jaar in een groot deel van Europa kunnen worden.

 buxusproblemenbomenBuxusproblemen?20 jul 2018juli

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.

 koolrupssluipwespcombiinsectenKoolrupssluipwesp8 jul 2018juli

Koolrupssluipwesp, 8 jul 2018

 koolrupssluipwespcombi

Koolrupssluipwesp: Apanteles glomerata

Een van de wetten van de natuur dicteert dat er overal evenwichtssystemen zijn. Een opvallend mechanisme daarbij is het evenwicht tussen prooidieren en jagers. Overal in de natuur houden die elkaar in een eeuwige strijd om te overleven in evenwicht: leeuwen eten zebra’s en gnoes, vossen eten muizen, roofvogels eten zangvogeltjes etc. Die wet gaat ook in de insectenwereld en een voorname speler daarbij is de sluipwesp. Er zijn in Nederland zo’n 48.000 soorten planten en dieren beschreven (excl bacteriën). De helft daarvan zijn insecten. En de helft daarvan, zo’n 12000 soorten bestaat uit wespen en dan meestal sluipwespen. Voor zo’n beetje elke soort insect bestaat er dus een gespecialiseerde soort sluipwesp. De angst voor wespen bij veel mensen is dus niet zo erg gegrond, want van sluipwespen hebben we alleen maar plezier. Als die er niet waren dan was de hele wereld zwart van

de vliegen, muggen, bladluizen en wat niet al. De meest sluipwespen zijn erg klein .Je ziet ze niet of nauwelijks.

Bijzonder

Maar er is een soort die heel goed zichtbaar te maken is, middels een experiment, dat het best uit te voeren is als er een groentetuin met koolplanten beschikbaar is. Op die koolplanten komen namelijk die koolwitjes af. En die heten niet voor niets KOOLwitje. Ze leggen namelijk eieren op koolplanten waaruit zeer nijvere rupsen komen, die een koolplant in een paar dagen tijd tot de nerf kaal kunnen vreten. Doodspuiten adviseren we nooit. Dat middel is erger dan de kwaal. Vooral met kinderen is het leuk en leerzaam om deze rupsen te zoeken en ze in en bak, met daarover vitrage, te doen. Ik heb dat wel eens gedaan met 500 rupsen. Natuurlijk moeten deze rupsen dan met koolbladeren gevoerd worden, maar die inspanning is wel de moeite waard: na een dag op wat gaan de rupsen verpoppen (foto onder). De sluipwespen zelf (3 mm) komen uit op de inzet (foto boven).Hoeveel van de 500 rupsen zou een koolwitje worden? En hoeveel ‘veranderen’ er in sluipwespjes?

Waar

De soort komt bijna overal voor in de wereld behalve in Antarctica en de Amerika’s

 geitenruitplantenGeitenruit23 jun 2018juni

Geitenruit, 23 jun 2018

 geitenruit

Soms weet je niet waar een bijzondere plant opeens vandaan komt. Nota bene voor De Heimanshof in het gazon aan de Wieger Bruinlaan bloeit dit jaar een vrij grote vlinderbloemige met lila bloemen. Hij is wel 1.5 m hoog en zit vol met paarse bloemen (foto). Ook wij als plantenkenners moesten 2 plantendeterminatie app’s gebruiken om achter de naam te komen. De Nederlandse naam is geitenruit. Die naam stamtuit de tijd toen men dacht dat het een familie van de ruitfamilie (zoals kleine ruit en poelruit) was.

Bijzonder

Geitenruit heeft veel gebruiksmogelijkheden. De plant bloeit erg lang en is een rijke bron van nectar en stuikmeel voor insecten. Hij werd veel geteeld voor bodemverbetering en als voedsel voor vee. Ook heeft het vele medicinale gebruiksmogelijkheden. Het gebruik als veevoer viel niet goed bij alle soort vee. Mogelijk heet het daarom

geitenruit, omdat die het wel konden eten zonder bijwerkingen. De meest gebruikte toepassing is zijn bloedsuikerspiegel verlagende werking bij diabetespatiënten. Dankzij onderzoek aan deze plant is het meest gebruikte diabetesmedicijn ontdekt. Daarnaast vermindert het de eetlust wat bij meeste zware diabetes type 2 patiënten ook een pre is. De Latijnse naam slaat op het effect op melkproductie bij zogende vrouwen. Galega staat nl voor ‘melk voortbrengen’ omdat het melkklieren stimuleert. Maar er zijn nog meer werkingen: het is ook een diureticum, dwz de nieren worden gestimuleerd om meer urine te produceren en ook de zweetproductie wordt verhoogd en als zodanig helpt het bij griep, bloedstolsels worden tegen gegaan en het heeft een antibacteriële werking waardoor wonden sneller genezen. Het is dus een behoorlijk interessante plant die meer aandacht en plek verdient.

Waar

Oorspronkelijk komt deze uit Rusland, maar is al lang in heel Europa ingeburgerd. Het is een zonminnende plant die zoals veel vlinderbloemigen houdt van arme bodems: omdat ze zelf met bacteriën stikstof uit de lucht kunnen vast leggen hebben deze een concurrentie voordeel.