bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Bramen, 12 sep 2020

 bramen

Laat ik het maar meteen zeggen: ik heb een haat-liefde verhouding met bramen. Op mijn tuin pluk ik elk jaar 80-120 kilo van de lekkerste bramen, maar in het beheer van alle MEERGroen terreinen is de braam een van de planten die het meeste werk geeft. Nu is haat ook niet helemaal het juiste woord. Eigenlijk heb ik voor planten als de braamstruik eerder respect. Respect voor de groeikracht, maar ook voor de uitgekiende vermenigvuldigingsstrategie die deze plant heeft uitgedokterd. Een bramenzaadje heeft 4-5 jaar of 4-5 nodig om volwassen te worden maar dat kan via vogels over grote afstanden. Indrukwekkend is de vegetatieve voortplanting als hij eenmaal gesetteld is. Dan maakt hij 6m lange takken die het liefst hoog in 4-5 richtingen uitgroeien (foto). In deze tijd van het jaar willen die scheuten perse met het einde van de tak naar de grond. Zodra ze de grond bereiken,

wortelen ze en produceren het jaar daarop een grote plant die ook weer 6 m in alle richtingen door kan. Zo kan 1 plant in 5 jaar tijd een braambos van 3 m hoog en 60m in diameter vormen! Aan de takken van dit jaar komen het jaar daarop bloemen en bramen. In het 3e jaar sterven ze af, terwijl de moederplant nieuwe scheuten er doorheen en overheen laat groeien. Een weinig bekend bramenfenomeen is dat hij bij afmaaien en zelfs uitgraven blijft terugkomen als er nog maar een klein stukje wortel in de grond zit. In 10 jaar uitgraven heb ik ze nog niet weg gekregen: respect dus

Bijzonder

In de Haarlemmermeerse klei doet de braam het goed. De braam is met de brandnetel bij uitstek de plant die gebaat is bij de overmaat aan stikstof waar zo veel over te doen is. Er zijn wel een paar honderd soorten en rassen. Naast de gewone braam komt de dauwbraam veel voor in de Haarlemmermeer

Waar

De braam is overal te vinden waar veel stikstof is. In voedselarme duinen is het geen plaag, maar door overmatig honden- en mensenplas rukt hij ook daar gestaag op.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 10 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 grootavondrood2vlindersGroot avondrood27 jul 2008juli

Groot avondrood, 27 jul 2008

 grootavondrood2

Eind juni was er op eiland 8 in Floriande enige commotie toen er een gigantische roze ‘mot’ verscheen. Het bleek te gaan om één van de 19 in Nederland voorkomende pijlstaartvlinders en wel het Groot avondrood. Dit is een grote nachtvlinder met een spanwijdte van 4,5 tot 6 cm, die vliegt van mei tot en met augustus. De meeste pijlstaartvlinder zijn prachtig van kleur, maar de vlinders leven erg verborgen, zodat weinig mensen ze kennen. Ook het Groot avondrood mag er zijn in zijn roze en olijfgroene tenue. Pijlstaartvlinders danken hun familienaam aan een uitsteeksel op de staart van de rups. De waardplant voor de rups is bij voorkeur het wilgenroosje, maar hij kan ook op walstrosoorten, springzaad en op kattestaart gevonden worden. In de tuin is hij wel eens te vinden op Fuchsia. Volwassen pijlstaartvlinders zijn gespecialiseerd in het opzuigen van nectar uit diepe bloemen van ’s nachts bloeiende planten, zoals de kamperfoelie, rondondendron en azalea soorten. Daarvoor beschikken ze over een zeer lange tong, die

ze in de bloem steken terwijl ze als een kolibrie voor de bloem zweven. Deze bloemen worden door hen ook bestoven.

Bijzonder

De tot 8 centimeter lange bruine rups wordt olifantsrups genoemd. Deze trekt bij verstoring zijn kop iets in en beweegt dan zijn ′nek′ heen en weer. Door de oog- achtige vlekken en spits toelopende ′kop′ (eigenlijk de voorzijde van het lichaam) lijkt hij dan op een slang. Met deze bewegingen maakt hij zelfs tuinierende mensen aan het schrikken.’s. De olifantsrups komt voor in 3 kleur variëteiten, een zwarte, groene en bruine vorm.krachtige vliegers en halen makkelijk 50 km/uur.

Waar

Het groot avondrood komt voor in heel Europa en kan ook in Nederland overal worden aangetroffen, maar is nergens algemeen. Uit de Haarlemmermeer staat nog 1 waarneming uit de Haarlemmermeer op www.waarneming.nl en verder zijn er meldingen uit de duinen en uit Amsterdam.

 grootavondroodrups

 nachtvlinderhuismoedervlindersNachtvlinders29 aug 2007augustus

Nachtvlinders, 29 aug 2007

 nachtvlinderhuismoeder

Lievelingen en huismoeders gezocht. Er zijn veel meer nachtvlinders dan dagvlinders. Vrijwel alle nachtvlinders vliegen ‘s nachts, maar ruim honderd soorten zijn ook overdag actief. Nachtvlinders zijn van dagvlinders te onderscheiden door de vorm van hun voelsprieten. In Nederland zijn er meer dan 2000 nachtvlinders bekend, waarvan 1300 kleine vlinders of motten en zo’n 700 grote soorten. De Nationale NachtvlinderNacht richt zich op deze laatste groep.

Bijzonder

: Om in het donker te kunnen leven hebben nachtvlinders zich op allerlei manieren aangepast. ’s Nachts zijn ogen niet zo nuttig. Nachtvlinders gebruiken daarom hun voelsprieten als ‘neus’ om voedsel of een partner te vinden. Bij sommige soorten hebben de mannetjes extreem grote sprieten, waarmee ze een vrouwtje al op kilometers afstand kunnen ruiken. Ook felle kleuren om vijanden af te schrikken, zijn niet zichtbaar in het donker. Veel soorten nachtvlinders hebben daarom geen felle kleur, maar een camouflagepatroon. Soorten als de huismoeder hebben alleen een felle kleur op de ondervleugels. In rust zijn deze niet zichtbaar, maar bij verstoring laat hij ze

zien terafschrikking. ’s Nachts is het een stuk koeler dan overdag en een nachtvlinder kan zich niet opwarmen in de zon. Veel soorten hebben daarom stevige vliegspieren. Door met de spieren te trillen warmen ze zich op tot de juiste temperatuur om te vliegen. De dichte beharing die veel nachtvlinders hebben, zorgt ervoor dat de warmte wordt vastgehouden.

Waar

Nachtvlinders zijn zonder hulpmiddelen vaak moeilijk te vinden. Maar met lampen die lakens beschijnen en met de geur van overrijp fruit kunnen ze heel goed gelokt worden. Op vrijdag 7 september van 19.00 tot middernacht is iedereen welkom op De Heimanshof tijdens de nationale nacht van de nachtvlinders. We hebben goede hoop op het aantreffen van grote pijlstaartvlinders, zoals de ligusterpijlstaart, de populierenpijlstaart en misschien zelfs de kolibrievlinder of een avondrood. Huismoeders en Lievelingen (foto‘s) zullen we zeker zien.

Terugmeldingen

Naar aanleiding van het artikel over de groene specht, waarin 2 paartjes gemeld werden, zijn er nog 4 extra paartjes gemeld, op de Geniedijk en in het Haarlemmermeerse Bos.

 nachtvlinderlieveling

 kolibrievlindervlindersKolibrievlinder28 aug 2007augustus

Kolibrievlinder, 28 aug 2007

 kolibrievlinder

De kolibrievlinder hoort bij de pijlstaartvlinders. Dit zijn meestal nachtvlinders, maar kolibrievlinders zijn zogenaamd dagactieve nachtvlinders en worden vooral op warme windstille dagen in de middag en vroege avond gezien.
Het is een regelmatig voorkomende migrant die ieder jaar in wisselende aantallen gezien wordt in Nederland. De vlinder hangt stil in de lucht voor een bloem om nectar te drinken. Vanwege deze eigenschap heeft deze vlinder de naam kolibrievlinder gekregen. Alle pijlstaartvlinders hebben een lange roltong om nectar te halen uit planten met lange buisbloemen, die voor de meeste insecten niet toegankelijk zijn, zoals kamperfoelie, petunia′s, zeepkruid of slangekruid. De vliegtijd is van mei tot november in twee tot drie generaties. De tot 5 centimeter lange rups leeft vooral van walstrosoorten,

waar ook meekrab toe behoord. Vandaar dat de vlinder ook wel meekrapvlinder genoemd wordt.

Bijzonder

: Het fourageren (nectar eten) van de kolibrievlinder is een spectaculair gezicht. Het is een grote vlinder met een spanwijdte van ongeveer 4 tot 6 centimeter. Omdat de vlinder zich constant van bloem tot bloem verplaatst en daar even stil blijft hangen heeft hij ook de naam onrustvlinder gekregen. Ook bijzonder aan deze soort is dat de exemplaren die je in mei en juni ziet al een hele reis achter de rug hebben. Het is een Zuid-Europese soort, waarvan een deel jaarlijks over de Pyreneeën en de Alpen trekt naar onze streken. Ze leggen hier eieren die in september uitkomen. Deze tweede generatie vlinders kan zich hier verder niet voortplanten, want onze winters zijn te koud. Het is mogelijk dat een deel weer terugtrekt, maar dat is niet helemaal zeker.

Waar

De eerste kolibrievlinder is in 2006 in juni al weer waargenomen in Hoofddorp noord op kamperfoelie en in 2007 in mei in Hoofddorp Oost op lavendel.

 bontzandoogjevlindersBont zandoogje25 aug 2007augustus

Bont zandoogje, 25 aug 2007

 bontzandoogje

Het bont zandoogje is een kleine dagvlinder met een spanwijdte van 32 -42 mm. Het vrouwtje legt haar eitjes op half in de schaduw staand gras. De vlinder leeft ongeveer drie weken. Er zijn twee tot drie generaties per jaar, tussen midden april en midden oktober. De mannetjes zijn vrij fel tegenover soortgenoten en jagen andere mannetjes van dezelfde soort weg. Volwassen vlinders voeden zich voornamelijk met honingdauw, maar ook met nectar en boomsappen.

Bijzonder

: Veel in het leven van (deze) vlinders draait om het vinden van de juiste temperatuur. In het voorjaar en het najaar leggen de wijfjes vooral eitjes op zonbeschenen planten terwijl ze in de zomer beschaduwde planten kiezen. Het afzetten van de eitjes gebeurt meestal op het warmste moment van de dag en de eitjes worden meestal afgezet op planten met een temperatuur tussen 24-30°C, omdat de overlevingskans van de eitjes en de jonge rupsen dan het hoogst is. Toch valt ongeveer 30% van de eitjes ten prooi aan sluipwespen en ook mieren, wantsen en kevers eisen hun tol. Er

zijn traag- en snelgroeiende rupsen. Bij hogere temperaturen ontwikkelen de snelgroeiende rupsen zich in gemiddeld 25 dagen en de traaggroeiende rupsen in ongeveer 30 dagen. Bij lagere temperaturen zijn de verschillen groter. De vliegactiviteit van de vlinders hangt samen met het streven om hun lichaamstemperatuur tussen 32-34,5 °C te houden. Bij lage temperatuur worden de zonneplekjes energiek verdedigd door mannetjes, omdat ze de ideale plaatsen zijn voor het zonnen en het paren; bij hogere temperaturen vliegen de mannetjes zoekend naar vrouwtjes rond.

Waar

Het bont zandoogje is vrij algemeen in droge zandige bosranden in b.v. Zuid- en Oost- Nederland. In West Nederland en in de Haarlemmermeer kwam dit vlindertje nooit voor. Vorig jaar werd een eerste exemplaar waargenomen in het Haarlemmermeerse Bos en dit jaar zijn er al verschillende waarnemingen gedaan. Daarmee lijkt het Bont Zandoogje een nieuwe soort te zijn die zijn weg naar de Haarlemmermeer heeft gevonden. Om dat het een warmteminnende soort is, is het waarschijnlijk dat de klimaatverandering hierin een rol speelt.

Terugmeldingen

De ransuilen hebben het nog nooit zo goed gedaan als dit jaar, o.a. doordat er erg veel veldmuizen zijn. Er hebben dit jaar ten minste 22 paar gebroed in de polder, terwijl dit er vorig jaar maar 10 waren.

 atalanta2vissenAtalanta29 aug 2020augustus

Atalanta, 29 aug 2020

 atalanta2

De Atalanta is aan het einde van de zomer een van de meest algemene dagvlinders. Dagvlinders zijn er in allerlei types. Je hebt standvlinders die permanent in de zelfde buurt blijven zoals de blauwtjes. Er zijn zwervers die over wat grotere afstanden migreren en er zijn trekvlinders, die van grote afstanden hier terecht komen. De atalanta hoort bij de trekvlinders. De exemplaren die hier in april /juni aankomen komen uit het Middellandse zee gebied en leggen hier hun eitjes voor een tweede generatie. Deze komen nu uit in grote getalen en er zijn er dit jaar extra veel door de warme periode die we net achter de rug hebben. De meeste van deze vlinders gaan nu op hun trek naar het zuiden beginnen. Zoals de atalanta doen ook de distelvlinder en de kolibrievlinder trekvlinders. De Distel vlinder is daarbij een invasie soort die af en toe in heel grote aantallen voorkomt

Bijzonder

Atalanta’s

worden aan getrokken door de bloemen die nu bloeien, waarvan vooral het Koninginnenkruid belangrijk is, maar ze zijn ook gek op rot fruit wat in deze tijd van het jaar ruim beschikbaar is. Op de foto zit een Atalanta naast een rotte peer, waar hij net van gegeten heeft net als een wesp. Vlinders zijn ook te onderscheiden op de soorten waardplanten, waar hun rupsen van eten. Vorige keer behandelden we de koolwitjes die van kolen en andere kruisbloemigen leven. De rups van de atalanta leeft van brandnetels. En niet alleen zij, ook de kleine en de grote vos, de dagpauwoog en de gehakkelde aurelia hebben de brandnetels als favoriete waardplant. Dus mensen, laat voor deze vlinders de brandnetels staan! De atalantarups maakt elke dag een coconnetje van een aantal brandnetel bladeren die hij bij elkaar spint. Daarin verblijft hij overdag en in de nacht eet hij verder om weer een nieuwe cocon te maken voor de volgende nacht.

Waar

De Atalanta is een algemene dagvlinder. Het is een trekvlinder die vooral overwintert in het Middellandse zee gebied en voor een klein deel in huizen en schuren in onze regio.

 driedoornige_stekelbaarsvissenDriedoornige Stekelbaars23 apr 2017april

Driedoornige Stekelbaars, 23 apr 2017

 driedoornige_stekelbaars

Driedoornige Stekelbaars

Het is voorjaar en dat blijkt niet alleen uit de bomen die in blad komen en de plantensoorten die bloeien. Ook onder water explodeert het leven, hoewel dat de meeste mensen ontgaat. Om die reden hebben we de onderwaterontdekwereld gemaakt op De Heimanshof met een 15-tal aquaria waar zichtbaar gemaakt wordt wat er allemaal aan interessant onderwater leven in de sloten en vaarten leeft. Natuurlijk zijn de kikkervisjes zich aan het ontwikkelen, die doen zich net als de meeste vissoorten tegoed aan de massale ontwikkeling van watervlooien. Een van de soorten die dat ook doet en in deze tijd extra aandacht vraagt, is het driedoornig stekelbaarsje. Daar hebben we een aantal exemplaren van en die hebben zich in deze tijd in een schitterend bruidskleed gestoken van felrood met lichtgevende blauwe ogen en die zijn druk met elkaar het hof maken en nestjes bouwen

(foto). Net als de 10-doornige stekelbaars meer of minder dan 10 stekels kan hebben, heeft de 3-doornige vaak meer of minder dan 3 stekels (2-4).

Bijzonder

Stekelbaarsjes zijn een ingewikkelde soort. Ze zijn namelijk geen familie van baarzen, maar van zeenaalden en zeepaardjes. Ze hebben geen schubben, maar beenplaten. Het is een algemene soort die voor veel dieren, waaronder lepelaars een belangrijke voedselbron is.

Waar

3-doornige stekelbaarzen komen met name voor langs kusten van Europa, Amerika en Azië op het Noordelijk halfrond. En er bestaan allerlei soorten of rassen van, gerelateerd aan de plek waar ze voorkomen. De kleinste soort blijft altijd in zoet water voor en kan 8 cm lang worden. In brak water komt een soort voor die 9 cm lang kan worden en op zee een soort, die wel 11 cm kan halen. Maar zo groot worden ze maar zelden. En de brakke en zoute soorten hebben zoet water nodig om zich voort te planten. De stekelbaars heeft bij die migratie veel last van de dijken en gemalen die wij als mens bouwen, waardoor hij in veel gebieden toch weer bedreigd raakt. De soort kan 4 jaar oud worden.

 scheleposvissenSchele Pos1 feb 2016februari

Schele Pos, 1 feb 2016

 schelepos

Op De Heimanshof hebben we nu een jaar of drie onze onderwaterontdekwereld in ontwikkeling. Het idee daarachter is dat de meeste kinderen geïntrigeerd worden door wat er in de vaarten en sloten aan onderwaterleven zit. De onderwaterontdekwereld bestaat uit een tiental grote aquaria die we zelf gebouwd hebben en een tiental kleinere ′krijgertjes′. Daarin maken we de soorten van de in de Haarlemmermeer meest voor komende vissen, mossels, krabben, kreeften, amfibieën en kleine beestjes voor educatieve doelen goed zichtbaar en aanschouwelijk. Door deze activiteiten leren we zelf ook weer veel over de onderwaterwereld. Een van de soorten die ik op deze manier heb leren kennen, is de schele pos. Dat is een visje dat meestal niet groter dan 10-15 cm wordt. Hij is volwassen na 2-3 jaar en wordt meestal niet ouder dan een jaar of 6-7.

Bijzonder

De schele pos is

familie van de baarzen. Net als de baars, die wij voor de kinderen ′tijgervis′ noemen vanwege zijn verticale strepen, heeft de schele pos stekels in zijn rugvin. Maar waar de baars twee vinnen heeft, zijn die bij de pos samengegroeid. Daarnaast heeft hij nog een lelijke (want effectieve!) stekel op zijn kieuwdeksels. De schele pos heeft geen strepen maar stippen op zijn lichaam. Hij heet ′schele′ pos omdat zijn ogen boven op zijn kop staan en als je hem dan van voren aankijkt, lijkt het of de vis twee kanten op kijkt. De pos is een belangrijke bron van voedsel voor de aalscholver en heeft nauwelijks commerciële of hengelsport waarde.

Waar

Voor zo′n klein visje is het opmerkelijk dat hij vooral in grote wateren voorkomt en nauwelijks in sloten en vaarten. De meeste pos in de buurt zit dan ook in de Westeinderplas. De schele pos komt in bijna heel Europa voor behalve in de uiterste zuiden en noorden.

Indien u geïnteresseerd bent in de onderwaterwereld: de Heimanshoflezing op 7 februari (14.30) wordt gehouden door de beroepsvisser van de Westeinder. En dan komen er ongetwijfeld veel leuke en sterke visverhalen los.

 zwartbekgrondelvissenZwartbekgrondel30 nov 2014november

Zwartbekgrondel, 30 nov 2014

 zwartbekgrondel

Iedereen kent de snoek, de karper en voorntjes. Bij brasems en baarzen hebben velen al geen voorstelling meer. Naast deze algemene vissen zijn er nog tientallen andere soorten die de donkere diepten van onze modderige sloten en vaarten bevolken. Om die onbekendheid met de fascinerende onderwaterwereld te verkleinen, hebben we onze onderwater ontdekwereld gemaakt op De Heimanshof. Meer dan 40 soorten zijn daar te bewonderen. Deze vissenwereld voeden we met wormen, watervlooien en als die schaars zijn met maden. Bij het vangen van watervlooien komen er soms ook andere soorten mee, waaronder grote kevers, waterschorpioenen en salamanders. In de bak waar we deze kleine waterdieren apart houden, verscheen opeens een visje met een heel apart gedrag. Mogelijk was deze als ei of als larve ongezien meegekomen.

Bijzonder

Het

gedrag van dit visje was opmerkelijk. Hij liep met z’n vinnen op de bodem en was heel nieuwsgierig. Zodra er iemand bij zijn bak verscheen, kwam ook hij kijken. Het kostte heel wat moeite om dit kleine exemplaar van een cm of 3-4 op naam te brengen. Het bleek een zwartbekgrondel. Deze soort is pas in 2004 in Nederland verschenen en komt oorspronkelijk uit de Kaspische zee en omstreken. De soort is in Europa met een razendsnelle opmars bezig, en is niet alleen nieuwsgierig maar ook razendsnel, Ze snoepen verwante soorten het eten voor de bek weg. In sommige plekken worden alleen nog maar zwartbekgrondels gevangen omdat ze zo snel happen op uitgeworpen hengels dat andere vissen er niet meer aan te pas komen. Apart is dat de zwartbekgrondel geen zwarte bek heeft maar wel 2 vergroeide buikvinnen die als zuignap fungeren en een zwarte vlek achterop hun voorste rugvin (foto).

Waar

Ons zwartbekgrondeltje vingen we in de vaarten en sloten van Hoofddorp Oost. We zullen we er in de nabije toekomst snel meer van horen, net als de andere exoten zoals de Amerikaanse rode zoetwaterkreeft. Ze zijn hier met ballastwater gekomen of via het Rijn Donaukanaal.

 kleine-modderkruipervissenKleine mod­derkruiper18 okt 2014oktober

Kleine mod­derkruiper, 18 okt 2014

 kleine-modderkruiper

Door het maken van de onder­wa­ter ont­dek­w­ereld op De Heiman­shof bestaande uit ca 20 aquaria met daarin zoveel mogelijk van de onder­wa­ter­soorten die in de Haar­lem­mer­meer voorkomen, ben ik steeds meer gefasci­neerd door de bij­zon­der­he­den, die er in die mod­derige en donkere wereld zijn aan te tre­f­fen. We kun­nen inmid­dels ruim 40 soorten tonen en dat is nog lang niet alles.

Een van de mooiste vis­sensoorten in onze polder, is de kleine mod­derkruiper. Het is een visje van slechts 8 - 14 cm, dat op en in de bodem leeft. Naast de kleine mod­derkruiper die behoor­lijk alge­meen is in onze wateren bestaat er ook een grote mod­derkruiper, waar­van het onzeker is of die ook hier voorkomt. Kleine mod­derkruipers zijn met name in de schemer­ing en ’s nachts actief, overdag rusten ze ver­sc­holen tussen de veg­e­tatie of inge­graven in de bodem met enkel hun kop eruit stek­end.

Ze voe­den zich door mod­der op te hap­pen en daaruit eet­bare deelt­jes te fil­teren. Het dieet bestaat uit water­vlooien, kleine diert­jes, algen en dood organ­isch mate­ri­aal.

Bij­zon­der

De kleine mod­derkruiper is een zeer bewegelijk wor­mvormig visje ‚met een mooie teken­ing: een rij zwarte vlekken op zijn flanken. Hij kan zowel in stromend zuurstofrijk als stil­stand water voorkomen. Als het water erg zuursto­farm wordt, heeft de kleine mod­derkruiper een bij­zon­dere oploss­ing: hij kan dan lucht hap­pen aan de opper­vlakte en zuurstof opne­men via zijn darmkanaal.

Waar

De soort heeft een voorkeur voor stil­staand tot langzaam stromende ondiepe wateren met een rijke planten­be­groei­ing en een zandige of met dunne sli­blaag bedekte bodem. Kleine mod­derkruipers komen in vri­jwel heel Ned­er­land voor in sloten, vaarten, kanalen, riv­iert­jes, beken, plassen en meren. De kleine mod­derkruiper heeft een ver­sprei­d­ings­ge­bied in Europa boven de Alpen tot aan de Oeral. In een groot deel van dit gebied is de soort zeldzaam, maar niet in Ned­er­land. Maar om die reden staat de kleine mod­derkruiper wel op de lijst van bedreigde Europese soorten.

 giebel2goudvisvissenGiebel (2)9 dec 2013december

Giebel (2), 9 dec 2013

 giebel2goudvis

De Giebel is de wilde vorm van de goudvis (foto). Naast de normale wijze van voortplanting, blijkt de giebel over een bijzondere strategie te beschikken: Paairijpe vrouwtjes giebels dringen zich tussen de paaiende karpers en zetten hun eieren af. Daarbij bleek, dat de zaadcellen van (kroes)karpers, de eicellen van de giebel prikkelden om zich te gaan ontwikkelen. De zaadcellen dringen hiervoor de eicel binnen, maar er vindt geen versmelting plaats zoals in het normale voortplantingsproces. Er is daarom geen sprake van bevruchting. De eicellen bevatten daardoor uitsluitend vrouwelijke eigenschappen, met als gevolg dat er ook alleen maar vrouwelijke nakomelingen uit worden geboren. Deze zijn in uiterlijk en erfelijk opzicht precies gelijk aan de oudergiebel. Men noemt dit ook wel "klonen". Deze unieke wijze van voortplanting (gynogenese), heeft ertoe heeft bijgedragen dat de giebel zich in korte tijd over grote delen

van Azië en Europa heeft kunnen verspreiden.

Buiten de "hulp" van karper en kroeskarper, bleek de giebel zich ook succesvol te kunnen voortplanten met behulp van blankvoorn, zeelt, grote modderkruiper en zelfs regenboogforel.

Gynogese is dus een bijzondere vorm van maagdelijke voortplanting.

Extra bijzonder bij de Giebel is ook nog dat deze vis niet 2 sets chromosomen heeft in zijn celkern (dat heet diploid: zoals bijna alle hogere planten en dieren) maar drie: de soort is dus triploid.

Waar

De natuurlijke verspreiding van de Giebel is van West-Siberië tot Roemenië, Bulgarije, Griekenland en Turkije. De soort komt al sinds de zeventiende eeuw in Duitsland voor. Er is maar weinig bekend over de levenswijze van de giebel. In grote lijn komt deze waarschijnlijk overeen met de levenswijze van de kroeskarper. Water met een weelderige plantengroei en een zachte modderige bodem hebben de voorkeur van de giebel. De giebel is een sterke vis die goed tegen vervuild water kan. Het is vaak een van de laatste vissoorten die in vervuild water gevonden wordt.

 giebel1vissenGiebel (1)27 nov 2013november

Giebel (1), 27 nov 2013

 giebel1

In de Heimanshof hebben we sinds juni een nieuw element aan de ecologische variatie in de tuin toegevoegd: onze onderwater-ontdekwereld.

Inmiddels leven in onze 12 aquaria zo’n 30 soorten vissen, kreeften, mossels, amfibieën en andere onderwater dieren en planten. Het is fascinerend om meer te leren over het gedrag en de leefcondities van de vele organismen die er onzichtbaar onder water naast ons leven.

Een van mijn vele onderwater ontdekkingen was de Giebel. Achter deze ietwat lachwekkende naam schuilt een brons- of goudkleurige vis, die niet inheems was, maar inmiddels zoals zoveel soorten wel ingeburgerd is (foto). Het is een Aziatische karpersoort waaruit in China, al zo’n 4000 jaar geleden, goudvissen zijn gekweekt.

De giebel is een grondelaar. Daardoor draagt hij bij aan vertroebeling

van het water, net als brasems en kapers. Het is een alleseter: naast dierlijk voedsel als dierlijk plankton, insectenlarven en kleine kreeftachtigen, eet de giebel ook algen en plantendelen. In de winter stopt de voedselopname. Veel Giebels zijn waarschijnlijk afstammelingen van uitgezette goudvissen die hun rode of oranje kleur verloren hebben. In de vrije natuur verdwijnen deze kleurvormen doordat ze te veel opvallen en als eerste ten prooi vallen aan rovers. Zo blijven er op termijn alleen wildkleurige exemplaren over.

Bijzonder

De giebel kan vanaf het tweede jaar geslachtsrijp zijn. Het aantal eieren kan oplopen tot circa 400.000 per vis per jaar. Daardoor is de giebel in staat voor grote aantallen nakomelingen te zorgen. Bij afwezigheid van regulerende roofvissen treedt binnen enkele jaren "vergiebeling" op. Naast de normale wijze van voortplanting, blijkt de giebel over een bijzondere strategie te beschikken: Paairijpe vrouwtjesgiebels dringen zich tussen de paaiende karpers en zetten hun eieren af. Daarbij bleek dat de zaadcellen van (kroes)karpers de eicellen van de giebel prikkelden om zich te gaan ontwikkelen. Volgende column meer (over 2 weken).

 alvervissenAlver22 jan 2011januari

Alver, 22 jan 2011

 alver

De dooi na 6 weken ijs met sneeuw erop, heeft vissen indringend in beeld gebracht. In het achterkanaal van de Geniedijk bij het oude Buurtje dreven maar liefst 60 enorme vissen: 1 snoek en een paling van 80 cm; 10 karpers van 5-20 kg en brasems van 2-5 kg. Mogelijk is de hele volwassen vispopulatie door zuurstofgebrek onder het ijs omgekomen. Als dat overal gebeurt is..! Opvallend was dat er geen kleine vissen bij zaten, alsof die niet zo diep zwemmen, waar nog wel zuurstof overbleef. Maar kleine vissen kampen weer met andere problemen. Een van die kleine vissen is de alver die 10-20 jaar geleden in scholen van soms duizenden exemplaren voorkwam in onze polder. En dat zie je tegenwoordig niet meer. Een beroepsvisser wijt dit aan de toename van de aalscholver in de polder, die alle vis van 10-20 cm lengte wegvangt. Hij vreest dat de alver en ook beschermde kleine soorten zoals bittervoorn en vetje binnen afzienbare tijd uit zullen sterven. Ik zie als voornaamste reden dat alle waterwegen op doorvoer van water worden beheerd zodat er geen waterplanten en

schuilplaatsen overblijven.

Bijzonder

De alver is een zijdelings afgeplat, zilverachtig visje. Ze kunnen 25 cm worden, maar zijn meestal kleiner dan 15 cm. In direct zonlicht vallen parelmoerachtige kleuren op van de guaninekristallen in de schubben. Er was een commerciële visserij voor de winning van deze kristallen, om er kunstparels van te maken. De alver is een vis die in scholen aan het oppervlak van het water leeft, voor de uitgang van gemalen, maar ook wel in stilstaand water. Een alver voedt zich vooral met plankton en met insecten, maar ook met larven en wormen. Vroeger kwam de alver zeer algemeen voor, tegenwoordig steeds minder door vervuiling, de aalscholver en het oeverbeheer.

Waar

Alvers komen voor van West Europa tot aan de Wolga. De vis is vrij algemeen in Nederland, met een voorkeur voor grotere wateren of rivieren. In heldere beekjes en slootjes wil de alver plaatselijk nog wel eens talrijk voorkomen

 alvergroot