bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Japanse Duizendknoop, 18 jan 2020

 japanseduizendknoop2

Voor deze column laat ik mij meestal inspireren door wat er voor mijn voeten komt en dat is elke dag heel veel. Vandaag was ik in een van de MEERGroenprojecten in Heemstede een strook van 100 x 20 m totaal uit de hand gelopen Japanse Duizend knoop te maaien. De planten waren 3 meter hoog (foto) en de wortelstronken waren 10-15 cm dik en keihard verhout. En dan te bedenken dat die wortels tot 3 m diep doorgaan en dat elk stukje wortel wat in de grond blijft zitten weer uitloopt. Dat is nu wat je noemt een ongewenst kruid en een invasieve exoot. Veel mensen hebben die dingen gekocht en in hun tuin uitgezet. Nog erger is dat vanwege ondernemersrechten die dingen nog steeds verkocht worden in tuincentra. In Engeland is de soort totaal verboden en kun je je huis niet eens meer verkopen als die plant (nog) in de tuin groeit.

Bijzonder

De

Japanse duizendknoop komt hier niet vandaan en er zijn daarom geen insecten, schimmels of dieren die hem van nature eten, dus kan hij ongebreideld doorgroeien. En dat doet hij heel goed: onder bestrating door tot 7m ver weg en via zaden. Duizendknoopsoorten komen ook in Nederland voor, bv Perzikkruid en Veenwortel en ook die zijn heel lastig in je akker. Ook hun wortels groeien heel diep en de planten komen altijd weer terug tot 1m hoog. Toch heeft ook de Japanse duizendknoop wel wat. Hij is mooi om te zien, de jonge stengels zijn eetbaar als rabarber en het is een nectarplant voor bijen. Maar om hem onder controle te houden is bijna onbegonnen werk. Wat een beetje werkt, is vanaf april tot oktober elke 14 dagen maaien en wortels uitgraven zodat je hem uitput. En de enige definitieve oplossing is alle grond tot mogelijk 3 m diep afgraven en steriliseren met stoom, maar dat is nogal wat.

Waar

Ook in de Haarlemmermeer komt deze plant op allerlei plekken voor in wegbermen of vanuit tuinen, zelfs na 40 jaar terug dringen nog in de Heimanshof vanuit de tuin van de beheerder uit 1980.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 7 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 bessenglasvlinderinsectenBessenglasvlinder8 nov 2019november

Bessenglasvlinder, 8 nov 2019

 bessenglasvlinder

Bessenglasvlinder

Het insectenseizoen ligt al weer achter ons. In de zomer krijg ik zoveel meldingen, dat ik wel elke dag een column kan maken. Sommige waarnemingen zijn zo mooi of bijzonder, dat ik u deze niet wil onthouden. Zo kreeg ik begin september de bijgesloten foto van een van de meest actieve volgers van deze column (Janet Bakker uit Cruquius). Deze foto van de bessenglasvlinder is niet alleen bijzonder fraai. Het is ook weer eens een foto van een soort uit een groep waar ik zelfs nog nooit tegen aangelopen ben in 50 jaar: de wespvlinders. Iedereen kent wel dagvlinders en nachtvlinders, maar deze groep van dag actieve nachtvlinders met doorschijnende vleugels is niet erg bekend. In Nederland komen er 13 soorten wespvlinders voor en wereld wijd ca 1400.

Bijzonder

Wespvlinders zijn volledig

onschuldige nectar-eters zonder bijzonder verdedigingsmiddelen en zijn daardoor een makkelijk prooi van bv vogels. Het risico om al te veel als prooi opgepeuzeld te worden verminderen zij , net als veel ander onschuldige insecten( zoals zweefvliegen) door gebruik te maken van mimicry: ze hebben in de loop van evolutie een vorm aangenomen die lijkt op wespen. Daar hoort de tekening bij en de voor vlinders smalle en doorschijnende vleugels. De bessenglasvlinder heet zo, omdat zijn rups bijna alleen leeft op de planten van zwarte, rode en kruisbesstruiken. De rups van deze vlinder leeft 1 tot 4 jaar in het hout van deze bessenstruiken en is kaal waardoor hij op een vliegenmade lijkt.

Waar

De bessenglasvlinder komt in heel Europa voor maar niet in Noord-Scandinavië en niet op de Middellandse Zee-eilanden in Noord-Turkije , de Baltische staten, Wit-Rusland, de Oekraïne, het Europese deel van Rusland, Noord-Kazachstan en tot de Altaj. Met ribes struiken is de soort in de VS, Zuid-Canada, Zuid-Australië en Nieuw-Zeeland terecht gekomen. In Nederland wordt de soort weinig waargenomen. Feromoon(seks geurstof) onderzoek heeft uit gewezen dat de soort algemener is dan gedacht.

 veldwolfspininsectenVeldwolfspuin28 sep 2019september

Veldwolfspuin, 28 sep 2019

 veldwolfspin

De zomer gaat geleidelijk over in de herfst en dat is bij uitstek de tijd waarin spinnen duidelijk aanwezig zijn. Iedereen kent de kruisspin. Een van de veel webvormende spinnen. Maar er zijn wereld wijd wel 45000 soorten en in Nederland ca 700 soorten, die na een zomer jagen dik en volwassen zijn en overal eipakketen mee zeulen of in spinrag inbedden. Spinnen zijn geen insecten en ze onderscheiden zich daarvan o.a. doordat ze 8 poten hebben i.p.v. 6, dat ze geen antennes hebben en alle maal kunnen ze draden spinnen. Er zijn een grote groepen: de webvormende spinnen de springspinnen, vogelspinnen en mijten. De webvormende spinnen zitten in of bij hun web met kleverige draden waarmee ze prooien vangen. De springspinnen, waaronder de wolf spinnen jagen actief, zijn zeer bewegelijk en blijven niet in de buurt van een spinsel of nest. Vogelspinnen zijn zeer groot en komen niet in Nederland voor en mijten zijn juist zeer klein. Spinnen en mijten kunnen ook in water voorkomen. Deze week zag ik een klein actief wolfspinnetje van een mm of 5 rondscharrelen

(foto) Het met een panter of tijgerpatroon uitgeruste beestje bleek een veldwolfspin.

Bijzonder

De Veldwolfspin is een actief overdag jagende soort. Hij is daarvoor met 8 ogen uit gerust, 2 hoofdogen voor op de kop en 6 wat kleinere bij-ogen. De soort is extreem bewegelijk en dus moeilijk op de foto te krijgen en rent en springt bijna constant. Zoals bij alle spinnen is het mannetje kleiner dan het vrouwtje: 5 mm tov 8 mm. Maar het verschil is niet zo groot als bij veel andere spinnensoorten: bv de tijgerspin is het vrouwtje 1.5 cm en het mannetje een paar mm. De veldwolfspin jaagt vooral op kleine vliegjes, springstaarten en andere kleine insecten.

Waar

De veldwolfspin is een algemene soort die in graslanden en velden voorkomt . Liefst in een beetje vochtige omstandigheden. Hij komt in heel Europa, Rusland, Zuid Siberië en Turkije voor.

Correctie op Woudaapcolumn van 4-9: Het was geen Woudaapje, maar een Kwak (net zo zeldzaam!)

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl

 distelvlinderinsectenDistelvlinder24 aug 2019augustus

Distelvlinder, 24 aug 2019

 distelvlinder

Vlinders behoren tot de insecten met de grootste aaibaarheidsfactor. En dat geldt dan vooral voor de dagvlinders. Er zijn een stuk of 20 dagvlindersoorten die nog redelijk veel voorkomen in de Haarlemmermeer en elk jaar te zien zijn. Van de 500 soorten dagvlinders die in Nederland voorkwamen is dat niet veel. De oorzaken van de achteruitgang zijn bekend: steeds minder ruige bloemenweides, het vroegtijdig maaien van de waardplanten (waar de rupsen van leven) en nectarplanten, versnippering van geschikte biotopen, steeds meer steen en asfalt, spuiten en vele vlinders vallen ook ten prooi aan autoverkeer. Maar er zijn ook vlinders die juist tegen de verdrukking in toenemen zoals de gehakkelde aurelia en het bont zandoogje. Vaak is de klimaatverandering daar mede debet aan. Af en toe is er ook een tijdelijk opleving van bepaalde soorten. Naast vlinders die lokaal blijven zijn er nl trekvlinders, die enorme afstanden af kunnen leggen en

soms in de vorm van invasies enorm talrijk kunnen zijn. 2 jaar geleden was dat het geval met de gele luzernevlinder en ook dit jaar is er zo’n invasie gaande. Dit jaar is dat de distelvlinder (foto).

Bijzonder

Net als de Atalanta (zwart met wit en oranje) is de Distelvlinder een trekvlinder. De vlinders die we in mei en juni al zagen, kwamen uit zuidelijk streken zoals de Sahel of het Midden Oosten. Daarbij worden ze geholpen door gunstige winden. Dat is lang niet altijd zo. In 2009 was de vorige invasie. In maart dit jaar waren er meldingen uit Israël dat er 700 miljoen tot 1 miljard distelvlinders noordwaarts trokken. Daarvan kwam een deel in mei en juni in Nederland aan. Mede door het warme weer toen hebben deze vlinders hier zoveel nakomelingen gekregen dat de distelvlinder nu de meest algemene vlinder hier is. Deze vlinders maken nu zoetjes aan de reis terug naar het zuiden. Voorwaar een enorme prestatie over een afstand van 6000 km of meer!

Waar

De waardplant van de distelvlinder is de distel. Voor nectar gebruiken ze alle bloemen. Als trekvlinder komen ze in grote delen van Eurazië en Afrika voor.

 roodtipbasterdweekschildkeverinsectenRoodtipbasterdweekschildkever21 jun 2019juni

Roodtipbasterdweekschildkever, 21 jun 2019

 roodtipbasterdweekschildkever

De foto van deze bijzonder fraaie kever kreeg ik toegestuurd van Cees Versluis. De naam Roodtipbasterdweekschildkever is bijna niet uit te spreken, maar er zit wel een zekere logica in. Roodtipkever komt van het achterste deel van de dekschilden, die opvallend rood gekleurd zijn. En het is een weekschildkever. Dat is een uitgebreid groep van kevers waarvan de dekschilden niet erg hard zijn en niet hun hele achterlijf bedekken. Hun vleugels zitten opgevouwen onder die dekschilden. Kortschildroofkevers maken het wat dat betreft nog bonter. Die hebben een schildje dat maar een derde van hun achterlijf bedekt en hun vleugels zitten zeer ingewikkeld opgevouwen. Onvoorstelbaar dat ze die zo snel kunnen uitklappen door de aderen in de vleugels vol te pompen. De meest bekende soort weekschildkever in Nederland is het Rode soldaatje. In Nederland komen zon 50 soorten weekschildkevers voor. Dat is een zeer

algemene kever die in de zomer massaal op bloemen, vooral schermbloemen zoals wilde wortel te vinden is.

Bijzonder

Weekschildkevers zijn roofinsecten die op andere insecten jagen. Het zijn alleseters. De larve leeft van wormen en slakken, andere insectenlarven zoals vliegen- en muggenlarven, maar eet ook plantendelen. Een volwassen soldaatje eet vooral nectar, pollen, honingdauw, bladluizen en andere insecten. Deze kever is dan ook erg geliefd in de tuin. Die jacht is de voornaamste reden dat ze veel op die schermbloemen zitten. Want die produceren veel nectar waar insecten op af komen. Maar ze eten ook nectar en stuifmeel van de bloemen zelf. De Roodtipbasterdweekschildkever heeft een speciale manier om zich te verdedigen. Net zoals andere kevers zoals het lieveheersbeestje, bladhaantjes en oliekevers kunnen, kan hij als hij zich bedreigd voelt, bloed uit de kniegewrichten laten vloeien. Dit heet reflexbloeden. De afweerstoffen in het bloed zijn giftig, hebben een bijtende werking en ruiken vies.

Waar

De Roodtipbasterdweekschildkever heeft een voorkeur voor bloemrijke ruige graslanden. Ze komen in heel Europa voor.

 mijterwantsinsectenMijterwants24 mei 2019mei

Mijterwants, 24 mei 2019

 mijterwants

Mijterwants

Deze week kreeg ik een mooie foto op gestuurd van Janet Baker uit Cruquius, die al vaker leuke waarnemingen door stuurde. Op een salieplant zat deze mijterwants. De naam mijterwants komt van de vorm van het insect, dat met een beetje fantasie lijkt op een mijter: zo’n hoofddeksel waarmee ook Sinterklaas getooid is. De mijterwants hoort bij een grote familie van schildwantsen, die meestal nogal groot en vierkant van vorm zijn (inzet Groene schildwants). Zo vierkant is de mijterwants niet, maar hij heeft wel die 5 antennesegmenten waar kenners deze groep van wantsen mee karakteriseren. Schildwantsen hebben nog een kenmerk gemeen. Als ze zich bedreigd voelen, scheiden ze een stinkend vocht af. De geur van dat vocht is zo sterk dat vogels en andere rovers het wel uit hun hoofd laten om door te bijten of aan een volgend slachtoffer te beginnen. En zo’n druppel kan

ook een halve emmer bramen onsmakelijk maken om verder te gebruiken. Stinkwantsen is daarom een andere groepsnaam.

Bijzonder

De groep van wantsen is nog weer veel groter dan schildwantsen. En wat alle wantsen gemeen hebben is een steeksnuit waarmee ze meestal in planten boren en sappen opzuigen. Maar er zijn ook wantsen, bv waterwantsen die met die steeksnuit levende prooien als voer gebruiken. Wantsen horen weer bij een groep insecten die we relatief primitief noemen, waartoe ook bv sprinkhanen behoren. Deze groep krijgt uit eieren zgn. nimfen. Deze nimfen zijn kleine kopieën van volwassen insecten, maar hebben bv nog geen vleugels. Die krijgen ze pas na 4-5 vervellingen. De ‘hogere’ vormen van insecten zoals vlinders, bijen, vliegen en kevers kennen een volledige gedaanteverwisseling. Zo lijken de jongen vlinders (rupsen) totaal niet op hun volwassen soortgenoten. Het zijn vreetmachines die zich omvormen tot een pop waaruit op miraculeuze wijze een volledig ontwikkelde vlinder, kever, vlieg of bij verschijnt.

Waar

De mijterwants leeft van grassen en wordt soms als nuttig en soms als schadelijk beschouwd in de landbouw. Hij is zeer algemeen in grote delen van Europa, en komt ook voor in Azië en in Afrika.

 goudwespinsectenGoudwesp13 apr 2019april

Goudwesp, 13 apr 2019

 goudwesp

We maken niet voor niets veel insectenhotels. Het zijn natuurkunstwerken, die een veilige nestelplek leveren aan de meest fantastische insecten. Al die soorten zijn ook nog eens allemaal onschuldig en steken niet: ze zijn dus ideaal om het te algemene beeld dat ‘insecten’ eng en gevaarlijk zijn onderuit te halen. De mooiste ambassadeur van de deze insectenwereld is de goudwesp. Eerst even de theorie: in een insectenhotels leggen solitaire bijen hun eitjes met nectar en stuifmeel als voedsel. Ook veel wespen soorten leggen er hun eitjes, maar die brengen daar als voedsel levende prooien bij, die verlamd zijn. Overal in de natuur waar voedsel te vinden is, komen rovers op af. Dan kan een specht zijn of de ‘batman’vlieg’ die larfjes van de metselbij oppeuzelt en tal van soorten andere rovers, waarvan talloze gespecialiseerde wespensoorten het meest algemeen zijn. Wespen zijn de roofdieren van de insectenwereld, waar

leeuwen en wolven dat van de zoogdieren zijn. De Goudwesp is een van die profiteurs.

Bijzonder

De Goudwesp heet niet voor niets zo. Het is een van de mooiste insecten van Nederland met metaalachtig glanzende groene, blauwe en rode kleuren. Er zijn 13 geslachten in Nederland bekend met ca 60 soorten. De afgebeelde soort, die deze week op een van onze insectenhotels zat, is de meest algemene gewone goudwesp. Deze soort parasiteert vooral op andere solitaire wespensoorten zoals de plooivleugelwesp. Goudwespen zijn zgn. koekoekswespen: ze leggen nl een eitje bij de larve van hun waardsoort. Bij deze groep wespen is de angel omgevormd tot een legbuis. Steken kunnen ze dus niet. Dat eitje komt eerder uit dan zijn slachtoffer. En het kleine wespje eet eerst dat larfje op en daarna de voedselvoorraad die de moeder van het slachtoffer voor haar jong heeft aangesleept. Koekoeksparasitisme komt in de natuur vaker voor en niet alleen bij vogels. Koekoekshommels steken bv een hommelkoningin dood en laten zich verzorgen door de werkster van die hommelkoningin.

Waar

Goudwespen komen behalve op Antarctica op alle continenten voor.

 bilobellaspringstaartinsectenBilobella Springstaart29 mrt 2019maart

Bilobella Springstaart, 29 mrt 2019

 bilobellaspringstaart

Deze column schrijf ik nu 13 jaar vanaf mei 2006 en nog steeds zijn er hele familiegroepen aan planten en dieren, waar ik nog geen lid van behandeld heb. Deze week kwam er een bijzondere soort van de springstaartenfamilie op mijn pad. In Nederland zijn daar een paar honderd soorten van bekend. Bilobella is knalroze en heeft zoals de meeste springstaart soorten geen Nederlandse naam. Weinig mensen kennen springstaarten. Het zijn primitieve insecten die meestal in de strooisellaag leven van rottend plantenmateriaal en schimmels. Ze zijn allemaal vrij klein: tussen de 0.1 mm en een paar mm, maar er zijn er onvoorstelbaar veel van. In een liter tuingrond of plantenaarde kunnen duizenden exemplaren leven! Ze vormen daarmee een belangrijke en bijna onuitputtelijke voedselbron voor de meeste kleine dieren en insecten die wij met het blote oog kunnen zien. Met de mieren hebben ze gemeen

dat het er zo veel zijn dat ze vechten om de eerste plaats in het hoeveelheid biomassa die ze op aarde vertegenwoordigen als diergroep!

Bijzonder

Springstaarten vallen uit een in 2 groepen. Bilobella hoort tot de trage bolvormige groep. De meeste springstaarten zijn langwerpig van vorm en hebben naast de drie paar gewone poten een set extra poten die vergroeid is tot een vork die onder hun lichaam vastgezet kan worden. Daar kunnen ze spanning mee opbouwen, waardoor ze bij gevaar met een katapultachtige sprong ver weg kunnen schieten. De bolle springstaarten zoals Bilobella missen deze springvork meestal, maar hebben wel andere kenmerken gemeen zodat ze toch tot dezelfde familie gerekend worden.

Waar

Springstaarten komen wereldwijd voor op alle continenten. Ze leven in de bodem in vochtige rottende strooisellagen. Maar ze kunnen ook op oppervlaktewater voor komen en daarop lopen. De opvallend roze gekleurde Bilobella soort is pas in 2007 in Nederland voor het eerst gevonden onder oude schors van populieren en nu dus ook al hier. Mogelijk weer een gevolg van klimaatverandering.

 Gehakkelde_Aurelia2insectenGehakkelde Aurelia3 mrt 2019maart

Gehakkelde Aurelia, 3 mrt 2019

 Gehakkelde_Aurelia2

We hebben net een week record warm weer achter de rug. Die week met temperaturen van boven de 20 graden in februari gaf ook een explosieve ontwikkeling te zien van activiteit in de natuur: vroeg bloeiende planten, zingende vogels en een keur aan insecten die een maand eerder dan gebruikelijk actief werden. Van die insecten zijn de dagvlinders opvallende en vrolijke verschijningen. Naast de citroenvlinder die altijd een van de eerste is, zag ik ook verschillende gehakkelde aurelia’s. Deze gehakkelde aurelia’s’ zijn oranje rood gekleurd en hebben opvallende inkepingen in hun vleugelranden, die hen helpt om er als verdord blaadje uit te zien en zo predatie door vogels te vermijden.

Bijzonder

Met de kleine vos , de atalanta en de dagpauwoog heeft de gehakkelde aurelia zijn voornaamste waard plantgemeen: de grote

brandnetel. Maar de rups van deze soort leeft ook wel op de hop, of de ruwe iep, de berk. Die brandnetel is trouwens pas recentelijk zijn voornaamste waardplant geworden. En er verandert meer bij deze soort. 20 jaar gelden kwam deze soort niet off nauwelijks in de Haarlemmermeer en West-Nederland voor en tegenwoordig is hij een van de meest algemene soorten. De gehakkelde aurelia heeft in Nederland meestal 2 generaties. De overwinterende eerst generatie is meestal donkerder van kleur en de zomergeneratie is meestal lichter. Beide generaties hebben op de buitenvleugels een witte c of komma bij dichtgeslagen vleugels.

Waar

De vlinder komt voor in vrijwel heel Europa, in Noord-Afrika en in Noord-en Centraal-Azië tot en met China, Korea en Japan. De soort vliegt tot hoogtes van 2000 meter boven zeeniveau. De areaalgrens van de gehakkelde aurelia is behoorlijk variabel. Door de tijd heen vinden flinke verschuivingen plaats. De laatste jaren schuift het voorkomen op naar het noorden onder invloed van de klimaatverandering. Deze verschuivingen zorgen voor fluctuaties in het voorkomen in landen dicht tegen de areaalgrens, zoals Nederland en Groot-Brittannië.

 kaneelwant01insectenKaneelwants30 dec 2018december

Kaneelwants, 30 dec 2018

 kaneelwant01

Het is al weer een tijdje geleden, dat ik van Janet Bakker een melding kreeg van een oogstrelende aanwinst van onze polderfauna. Die foto wil ik u niet onthouden: het gaat om 2 kaneelwantsen op een Verbena of Baardbloem in Cruquius. 2018 was voor warmte minnende insecten een goed jaar. Of de planten ook zo blij waren en voldoende vocht en energie voor nectar en stuifmeel hadden, durf ik te betwijfelen. Maar daar hebben wantsen i.t.t. bijen, wespen, zweefvliegen en vlinders geen boodschap aan. Het hoofdkenmerk van wantsen is dat ze een steeksnuit hebben, die ze in plantencellen of -vaten prikken om daar sappen uit te zuigen. Niet alleen in nectar zit suiker, ook bladeren produceren suikers. Een bekende soort die veel suikers maakt is de Linde. En bladluizen (ook verwant aan wantsen) zuigen die vloeistof op. Omdat er meer dan genoeg suikers beschikbaar zijn, maar slechts een kleine concentratie eiwit, pompen die bladluizen er met z’n allen liters

suikerwater door heen. Meestal tot genoegen van mensen die hun auto daaronder parkeren.

Bijzonder

Kaneelwantsen hebben een voorkeur voor planten met sterke of zelfs giftige stiffen . Ook Verbena’s hebben zo’n sterke smaak, net als toortsensoorten, heide en allerlei andere heesters. Naast de suikers en eiwitten waar de kaneelwants van leeft, neemt hij ook die stoffen op. Dat kan deze soort zonder er zelf last van te hebben. Dat doen meer soorten bv de Jacobsvlinder die gifstoffen van kruiskruiden opneemt. Door die stoffen smaakt zo’n insect smerig en laten vogels en andere rovers het wel een 2e keer uit hun hoofd om ze te eten. Om die reden zijn felle kleuren van een insect vaak een teken om ze NIET te eten. Dat gaat op bij lieveheersbeestjes, de zebrarups van de Jacobsvlinder, etc. De kaneelwants heet zo, omdat hij bij verstoring een geurstof afgeeft die (voor ons) juist weer heel lekker ruikt: kaneel. Maar dat zal voor predatoren wellicht anders zijn.

Waar

De kaneelwants houdt van droge warme plekken zoals duinen en heides. Zoals veel soorten lift hij mee op de klimaatverandering van Zuidelijk naar Noord-Europa.

 steenrodeheidelibelinsectenSteenrode Heideibel18 aug 2018augustus

Steenrode Heideibel, 18 aug 2018

 steenrodeheidelibel

Libellen zijn er in soorten en maten. De meest algemene kleine soorten heten waterjuffers. Die vouwen hun vleugels samen boven hun lichaam als ze zitten. De grootste soorten van wel 8 cm groot, heten glazenmakers. Dat komt omdat ze hun vleugels breeduit hebben als ze zitten, net zoals de glazenmakers uit de middeleeuwen het glas op hun rug droegen bij aflevering. En dan zijn er de meer gedrongen ‘middensoorten’ die in grootte tussen de juffers en de glazenmakers inzitten. De meest algemene daarvan in onze regio is de oeverlibel, waarvan de mannetjes blauw zijn en de vrouwtjes geel en er is een groep van rode soorten die heidelibellen genoemd worden.

Bijzonder

Ook de midden soorten dragen hun vleugels bij zitstand breeduit. Wereldwijd zijn er ongeveer 70 soorten, waarvan er 10 in Nederland voorkomen, waarvan er 6 nogal zeldzaam

zijn. Hoewel je dat niet zou verwachten, komen heidelibellen op veel plekken voor en niet alleen op heide terreinen. Er zijn 4 vrij algemene soorten, die dit jaar waarschijnlijk door de hoge temperaturen extra algemeen zijn: de zwarte heidelibel die zoals de naam zegt zwart is, de bloedrode heidelibel, de steenrode heidelibel en de bruinrode heidelibel. Het zijn de volwassen manentjes die rood zijn. De vrouwtjes en jonge mannetjes zijn geel, oranje of bruin. Op de foto staat een mannetje van de steenrode heidelibel. Het onderscheid tussen de soorten is vaak niet zo makkelijk. Maar op de foto is te zien dat de poten niet egaal zwart zijn (bloedrode heidelibel), maar gestreept. Dus het is een mannetje steenrode heidelibel. En deze was ver van de heide, gewoon in de Haarlemmermeer te vinden.

Waar

Bruinrode en steenrode heidelibellen zijn algemeen bij allerlei stilstaande wateren en niet zelden komen beide soorten op dezelfde plek voor. De bruinrode heidelibel heeft een lichte voorkeur voor watertjes met weinig vegetatie op de zandgronden en Oost- en Zuid Nederland, terwijl de steenrode heidelibel algemener is bij sterker begroeide wateren op de veengronden in West- en Noord-Nederland.

 koolrupssluipwespcombiinsectenKoolrupssluipwesp8 jul 2018juli

Koolrupssluipwesp, 8 jul 2018

 koolrupssluipwespcombi

Koolrupssluipwesp: Apanteles glomerata

Een van de wetten van de natuur dicteert dat er overal evenwichtssystemen zijn. Een opvallend mechanisme daarbij is het evenwicht tussen prooidieren en jagers. Overal in de natuur houden die elkaar in een eeuwige strijd om te overleven in evenwicht: leeuwen eten zebra’s en gnoes, vossen eten muizen, roofvogels eten zangvogeltjes etc. Die wet gaat ook in de insectenwereld en een voorname speler daarbij is de sluipwesp. Er zijn in Nederland zo’n 48.000 soorten planten en dieren beschreven (excl bacteriën). De helft daarvan zijn insecten. En de helft daarvan, zo’n 12000 soorten bestaat uit wespen en dan meestal sluipwespen. Voor zo’n beetje elke soort insect bestaat er dus een gespecialiseerde soort sluipwesp. De angst voor wespen bij veel mensen is dus niet zo erg gegrond, want van sluipwespen hebben we alleen maar plezier. Als die er niet waren dan was de hele wereld zwart van

de vliegen, muggen, bladluizen en wat niet al. De meest sluipwespen zijn erg klein .Je ziet ze niet of nauwelijks.

Bijzonder

Maar er is een soort die heel goed zichtbaar te maken is, middels een experiment, dat het best uit te voeren is als er een groentetuin met koolplanten beschikbaar is. Op die koolplanten komen namelijk die koolwitjes af. En die heten niet voor niets KOOLwitje. Ze leggen namelijk eieren op koolplanten waaruit zeer nijvere rupsen komen, die een koolplant in een paar dagen tijd tot de nerf kaal kunnen vreten. Doodspuiten adviseren we nooit. Dat middel is erger dan de kwaal. Vooral met kinderen is het leuk en leerzaam om deze rupsen te zoeken en ze in en bak, met daarover vitrage, te doen. Ik heb dat wel eens gedaan met 500 rupsen. Natuurlijk moeten deze rupsen dan met koolbladeren gevoerd worden, maar die inspanning is wel de moeite waard: na een dag op wat gaan de rupsen verpoppen (foto onder). De sluipwespen zelf (3 mm) komen uit op de inzet (foto boven).Hoeveel van de 500 rupsen zou een koolwitje worden? En hoeveel ‘veranderen’ er in sluipwespjes?

Waar

De soort komt bijna overal voor in de wereld behalve in Antarctica en de Amerika’s

 gewonependelzweefvlieginsectenGewone Pendelzweefvlieg27 mei 2018mei

Gewone Pendelzweefvlieg, 27 mei 2018

 gewonependelzweefvlieg

Insecten hebben het zwaar in onze stedelijke samenleving en zitten niet zitten in het ‘verdom’ hoekje van de vooroordelen. In 99.99% van de gevallen is dat onterecht en zijn ze alleen maar nuttig en fascinerend. Prachtige voorbeelden daarvan naast vlinders, libellen en de solitaire bijen en wespen, waar ik het al vaker over heb gehad, zijn de zweefvliegen. Vandaag vloog een mooie soort die veel in en om huizen voorkomt bij mij naar binnen: de gewone pendelzweefvlieg (foto): Het is erg algemene en heel makkelijk te herkennen vrij grote soort van 1.5 cm groot, door de zware horizontaal strepen op de rug van het borststuk. Om zich enigszins tegen vogels en andere belagers te beschermen, hebben ze kleurpatronen ontwikkeld die doen denken aan wespen en bijen. Alleen missen ze de kenmerkende wespentaille. Zweefvliegen heten

zo omdat ze het vermogen hebben stil in de lucht te hangen. Daarbij maken ze wel 150 vleugelslagen per seconde.

Bijzonder

Er zijn zweefvlieg soorten waarvan de larven bladluizen eten (die larven lijken op naaktslakken), er zijn soorten die afval eten op land, en heel veel soorten leven in onmogelijk smerig water waar ze letterlijk rommel (detritus) en bacteriën eten. Al deze larven doen dus zeer nuttig werk en de zowel jong als volwassen zijn ze nog onschuldig ook. Dus zweefvliegen verdienen het om beschermd te worden en dat doen we het beste door hen met veel plekken met wilde bloemen te voorzien. De larve van de Pendelzweefvlieg is zo’n smerig water opruimer. Die larven hebben een lange staart, waardoor ze adem kunnen krijgen in zuurstofloos water. De pendelzweefvlieg heet ook in het latijn zo en zijn Naam Helophilus pendulus betekend letterlijk dat het een zonminner is die in de lucht schommelend stil hangt.

Waar

Er zijn in Nederland ruim 300 soorten zweefvliegensoorten bekend, die op alle mogelijk plekken en in alle biotopen voorkomen. Ze zijn volstrekt onschuldig en leven als volwassen dieren alleen van nectar, vooral van schermbloemen.