bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

hondskruid, 25 jul 2020

 hondskruid1

Hondskruid klinkt niet echt aantrekkelijk. Toch zit er achter deze naam een fascinerend verhaal. Hondskruid is nl een orchidee. En niet zo maar 1. Bij orchideeën denken veel mensen aan tropische orchideeën die je in de winkel kunt kopen. Maar ook in Nederland komen ca 70 soorten orchideeën voor. En daarbij denken de meest mensen dan aan Limburg, want op de kalk van Limburg komen zo’n 60 soorten voor. Wat meestal niet bekend is, is dat in onze ‘kale landbouwpolder’ die steeds meer met woningen en kantoren wordt gevuld misschien wel meer orchideeën voorkomen dan in Limburg. Nog pas 2 weken geleden heb ik een fietstocht langs een veld met ca 1 miljoen orchideeën gehouden. Tot op heden hebben we in de Haarlemmermeer 14 soorten gevonden. Dat komt omdat we een oude waddenbodem hebben, waar nog schelpen (kalk) inzit, de oude zandbanken zijn voedselarm en

beetje brakke kwel helpt ook. Van die 14 soorten is hondskruid een van de zeldzaamste.

Bijzonder

De eerste plant werd een jaar of 10-15 gelden ontdekt in Beukenhorst aan de kruisweg. Die werd geplukt. Een jaar of 8 gelden verscheen er 1 ook in Beukenhorst aan de Kagertocht, die na 2 jaar werd ook werd geplukt. Nu is er een heel veldje gevonden in het Groene Carre Zuid. De plek werd ontdekt en gefotografeerd door Ruud Luntz, Waarvoor dank.

Helaas is in 2017 aan de meeste orchideeën de status van beschermde soort ontnomen. Dat kwam project ontwikkelaars beter uit en onze overheid luistert ‘goed’ naar de samenleving.

Waar

Hondskruid houdt van zonnige plekken op zand-, leem- of kleibodem. Het komt voor rond de middellandse zee en in Europa tot Noord-Duitsland, Schotland, en Ierland. In Nederland is de plant zeer zeldzaam en komt voor in Zuid-Limburg, Zeeland, in de duinen bij Wijk aan Zee en Noordwijk aan Zee en in het westen van het land op opgespoten braakliggende industrieterreinen. Wellicht door de klimaatverandering is de soort aan een gestage opmars bezig. Dat is dus ook in onze polder te merken.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 2 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 RobiniabomenRobinia of Valse Acacia29 feb 2020februari

Robinia of Valse Acacia, 29 feb 2020

 Robinia

Op 18 maart is de nationale boomplantdag. Bomen planten is een van de manieren om zoveel mogelijk CO2 uit de lucht vast te leggen om klimaatverandering tegen te gaan: maar dan moet je die boom wel minstens 50-100 jaar laten staan. En dat is in onze stedelijke samenleving niet echt de gewoonte. Ook MEERGroen doet elk jaar van harte mee aan de boomfeestdag. En dat doen we in de vorm van de boomweggeefactie: we verzamelen nl al vanaf 2008 talloze zaailingen die met een beetje kennis en wat inzet overal voor het oprapen staan. En die maken we gratis voor iedereen die zijn tuin of terrein natuurvriendelijker wil inrichten beschikbaar. Vorig jaar waren dat er 25.000. En dit jaar staan er al 40.000 van 90 soorten klaar en met een beetje geluk komen we aan 60- 80.000 stuks. Een groot deel wordt geplant in klimaatbossen. Bomen planten is niet de structurele oplossing voor het klimaatprobleem,

maar als we 100 miljoen km2 nieuw bos geeft dat wel 50-100 jaar extra tijd om die fossielvrije samenleving op gang te brengen.

Bijzonder

De ene boomsoort is daarbij waardevoller dan de andere. Zo is de esdoorn ecologisch gezien niet erg waardevol, maar het is wel een super boom om veel CO2 vast te leggen: hij leeft honderden jaren en op elke bodem. Kruisbessen, en vlinderstruiken zijn weer nuttig voor bessen en nectar en zo heeft elke soort wel iets. Een van de interessantste soorten is de Robinia of Valse Acacia. Het is een prachtige boom die als hij oud is, diepe groeven in de bast krijgt, hij bloeit uitbundig, wat goed is voor insecten (zie op begraafplaats Iepenhof in Hoofddorp). Uniek is dat hij hier groeit en hout van tropisch hardhout kwaliteit oplevert: 25 jaar onbeschilderd buiten kan het hebben. Die moeten we veel meer aanplanten om niet langer de regenwouden leeg te hoeven kappen.

Waar

Kom maar kijken wat er vanaf 18 maart op de voedseltuin van Park2020 klaar staat: voor honderdduizenden euro’s aan gratis plantmateriaal uit de natuur.

 tammekastanjebomenTammeKastanje7 dec 2019december

TammeKastanje, 7 dec 2019

 tammekastanje

De bladeren zijn van de bomen, die daarmee in rust zijn. Dat is het startschot voor het verzamelen van zaailingen die we rond de nationale boomfeestdag (18 maart) bijna gratis weg gaan geven aan iedereen die zijn tuin of terrein natuurvriendelijk wil inrichten. Dat doen we al vanaf 2009. Dit jaar werken we toe naar ca 30.000 boompjes van ca 60 soorten. Maar we gaan dit jaar nog een stuk verder. Er is nl. grote zorg over de klimaatverandering, waar veel over vergaderd wordt, maar nog weinig aan gedaan. Eigenlijk is het wereldwijde ecosysteem al zo uit balans dat we te laat zijn als we nu pas beginnen. Maar er is altijd hoop. Met het planten van 100 miljoen km2 klimaatbos in 30 jaar zouden we 50-100 jaar tijd kunnen winnen. Maar dat moet dan wel een topprioriteit worden. Wij beginnen vast, ook in de Haarlemmermeer en met een paar 100.000 gratis zaailingen kan dat een stuk goedkoper dan normaal.

En met klimaatbos overal, in Park 21, Spaarnwoude, wegbermen en waar dan ook kunnen we ook voedselbossen, biodiversiteit, fijnstof vangen en nog veel meer doelen combineren. Met 2 van die doelen hangt de tamme kastanje nauw samen.

Bijzonder

Tamme kastanjes zijn nl eetbaar en lekker en het hout heeft de kwaliteit van tropisch hardhout waardoor het onbeschilderd 25 jaar buiten goed blijft. Wij hebben in 2 weken al 4000 boompjes en (fruit)struiken verzameld en de foto toont 2500 hazelnoten en 800 tamme kastanjes op te kweken. Wie doet er mee met opkweken en met het verzamelen van de 30.000 weggeefbomen en een paar 100.000 klimaatbosbomen?

Waar

De tamme kastanje komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en is hier al door de Romeinen ingevoerd. Ook in de Haarlemmermeer staan op veel plekken tamme kastanjes, bv bij de Sterrenschool (ex Bikube) die flink kastanjes produceren. Ze staan liefst op wat zandige grond en dat is er volop in deze polder die bestaat uit zandbanken en kleigeulen van een oude Waddenzee. En met de klimaatverandering wordt het weer hier steeds gunstiger voor ze.

 woudaap2bomenWoudaapje30 aug 2019augustus

Woudaapje, 30 aug 2019

 woudaap2

Ik woon naast langs de Geniedijk en houd sinds 1996 het Oude Dr Nanningazwembad ( 1935-1975) bij als groentetuin, heemtuin en cultuurhistorisch monument. Dit plekje is sowieso een ecologisch paradijsje met snoeken van meer dan een meter en de ijsvogel, groene specht, vleermuizen, libellen, roofvogels en nog veel meer als smaakmakers. Maar afgelopen week had ik er tot 2 x toe een wel zeer bijzondere ervaring. Een vrouwtje woudaap (foto) schoot op 2 verschillende dagen uit de oever tussen de bosjes vandaan en bleef in een geval wel 10 minuten op een paal midden in het water zitten. Inmiddels is deze dame verder getrokken, maar het zou goed kunnen dat er een broedgeval van de woudaap geweest is in bv de Groene Weelde. Het woudaapje is de kleinste reigerachtige die in Nederland voorkomt. Net groter dan een waterhoentje. De laatste keer dat ik een Woudaap

had gezien was in 1968!

Bijzonder

In die tijd waren er landelijk naar schatting nog 250 broedparen. Inmiddels is dat schrikbarend afgenomen tot niet meer dan 20 paren, verdeeld over heel het land en staat de soort hier als ernstig bedreigd in de boeken. Internationaal is het nog niet zo ernstig. Waarom deze soort niet geprofiteerd heeft van de drooglegging van de Flevopolders en de Oostvaardersplassen is niet bekend. De genoemde aantallen kunnen een onderschatting zijn, want het woudaapje leeft zeer verscholen. Zijn naam komt deels van zijn roep die een beetje klinkt als ‘wouw’, maar hij leeft ook in een moerasbos (‘woud’) waar hij zo handig als een aapje door de takken en de rietstengels klautert! Het mannetje woudaap is itt tot het bruin gestreepte vrouwtje ( schutkleur) een stuk opvallender met zwart en witte tekening die op de rug bijna roze is.

Waar

De woudaap broedt in Europa, West- en zuidelijk Azië, Afrika in rietmoerassen en zoetwateroevers. Vogels die in de gematigde klimaatzone van Europa en Azië broeden, trekken ′s winters naar het zuiden. Vogels die in de tropen broeden, zijn standvogel.

 wilgenwarvlechtbomenWilgenwarvlecht19 jul 2019juli

Wilgenwarvlecht, 19 jul 2019

 wilgenwarvlecht

In voorjaar en zomer komen er zo veel verrassende en nieuwe soorten op mijn pad, dat ik wel elke dag een column zou kunnen vullen. Het is dus niet moeilijk kiezen en we kunnen nog voor jaren vooruit. In de keuze van het onderwerp laat ik mij mede leiden door een afwisseling tussen planten, dieren, insecten en of er een leuk verhaal achter zit. En daar naast is het vanwege copyright ook essentieel dat ik er zelf een foto van kan maken. Dat probleem sluit een heel serie interessante zaken zoals de monniksgier die een paar weken geleden even boven de Haarlemmermeer zweefde uit. Jammer, maar helaas. Daarom deze week een makkelijk stil zittend onderwerp met een intrigerende naam: wilgenwarvlecht. Ik heb het al eens gehad over gallen en heksenbezems. De wilgenwarvlecht zit daar een beetje tussen in. Een heksenbezem ontstaat (meestal in een berk) omdat een schimmel een stofje produceert dat alle slapende knoppen wakker maakt. En de ca 1400 soorten gallen die in Nederland tot dusverre gevonden zijn, ontstaan omdat (met name)

galwespjes ontdekt hebben dat een stofje die zij maken het effect heeft van een plantenhormoon die de plant aanzet tot een zwelling die van binnen smakelijk is en van buiten hard: een perfecte plek om jonkies in groot te laten worden. Bijna elke plantensoort heeft wel 1 of meer gallen en de eik wel 40.

Bijzonder

Van de wilg is het wilgenroosje bekend: een gal in een bladknop, maar vandaag ontdekte ik een hele grote vertakte gal, wel 20 cm lang. Deze wordt niet door een galwesp veroorzaakt en ook niet door een schimmel, maar de wilgenbezemmijt. Een mijt is een klein spinnetje. Op dezelfde manier als bij een heksenbezem worden er veel extra hulpknoppen gevormd waar weer takjes uit groeien, bedekt met schubvormige blaadjes. Bij de meeste wilgen zijn deze warvlechten gedrongen. Bij de grijze wilg kunnen ze wel 40 cm lang worden ( zie foto: warvlecht op grijze wilg)

Waar

De wilgenwarvlecht komt in Nederland voor op schietwilg, geoorde wilg, geoorde kruipwilg, boswilg, grauwe wilg en kruisingen van deze soorten.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl

 metselbijbomenRosse Metselbij27 apr 2019april

Rosse Metselbij, 27 apr 2019

 metselbij

Het voorjaar is al vroeg begonnen. Voor insecten is dat een pre om vroeg actief te zijn. Die activiteit zien we volop op de insectenhotels die we deze winter gemaakt hebben. Er is een enorme bedrijvigheid van talloze soorten bijen en wespen. Een van de meest algemene bezoekers van insectenhotels is de rosse metselbij. Het kan niet vaak genoeg benadrukt worden, dat alle insecten die op een insectenhotel afkomen geen enkel risico van steken vormen. Ik heb al weer 5 al of niet panische mensen langs gehad die daar bang voor waren. Solitaire bijen stoppen een druppeltje honing en een klontje stuifmeel bij elk eitje. Dat zijn hoeveelheden die in het niet vallen bij de 20-40 kilo honing die honingbijen voor hun kolonie verzamelen. Die hebben een angeltje nodig om zich te verdedigen tegen honingrovers. Dat loont bij solitaire bijen en wespen niet. De Rosse metselbij heet zo omdat hij coconnetjes van klei met speeksel

bouwt voor zijn larfjes. Als met 5-20 coconnetjes het holletje vol is, zie je dat mooi aan een grijze prop aan de ingang.

Bijzonder

De foto van de 2 parende Rosse metselbijen heeft een bijzonder detail. Beide bijen zijn bedekt met een lichte laag. Die laag bestaat geheel uit varroa mijten. Dat zijn kleine spinnetjes die de bij niet dood maken, maar wel van zijn lichaamssappen zuigen en hem uitputten. Als wij een bij waren, zouden die mijten bij ons zo groot zijn als een muis. Op de onderste bij op de foto zitten honderden van de die mijten. Vroeger kwam de varroa mijten niet in Europa voor. Alleen in Azië. De bijen daar hadden een soort poetsreflect waarmee ze de mijten konden verwijderen. Door imkers die Aziatische bijen en Europese bijen probeerden te kruisen om meer honing te krijgen, hebben we die Varroa mijten nu wereldwijd. En niet alleen op honingbijen, maar dus ook op wilde bijen.

Waar

De Rosse metselbij is een van 20 soorten metselbijen in Nederland en daarvan de meest algemene. In praktisch elk insectenhotel verschijnt deze soort bijna onmiddellijk (van maart tm mei).

 marterbomenMarters19 jan 2019januari

Marters, 19 jan 2019

 marter

Marters

Roofdieren spreken meestal tot de verbeelding. Maar in onze stedelijke omgeving is het voor hen niet makkelijk om te overleven. Eten is er vaak wel, maar o, o, o al die wegen en auto’s. Daarom is het best bijzonder dat er ook in de ‘strakke’ Haarlemmermeer nog vrij veel roofdieren leven. Het aantal soorten neemt zelfs toe. Dat is met name het geval met vossen waarvan er dan ook jaarlijks een stuk of 5 worden doodgereden. Naast vossen komen er 4 of 5 soorten marters voor. Wezels zijn daarvan de kleinste soort. Die leeft van muizen door in muizenholletjes binnen te gaan. Katten zijn naast auto’s zijn voornaamste vijand. De afgelopen tijd kreeg ik 2 meldingen van hermelijnen. Eentje zag ik zelf ik het Haarlemmermeerse bos op konijnenjacht. De andere leefde langs de Rijnlanderweg. De meest algemene soort is de bunzing. Zoals alle roofdieren houd die van rommelerven en -tuinen. Jaarlijks vind

ik wel 3 -5 doodgereden exemplaren. Voor kerst kreeg ik een melding uit de bebouwde kom van Hoofddorp en m.b.v. een wildcamera maakte ik bijgesloten foto van een vrouwtje, die daar al jaren in de tuin woont. Het bijbehorende filmpje staat in vlog 35 op youtubekanaal st.meergroen.

Bijzonder

Tegelijkertijd met de bunzing zat er in Rijsenhout een steenmarter in het plafond van een bewoond huis. Dat was de 2e melding sinds 2017 in Hoofddorp. Dit exemplaar of stelletje (gedurende de zomer was er ‘gezellig’ veel herrie) is verhuisd voor we er beelden van konden nemen. Wie in Rijsenhout en omgeving weet waar hij/ze terecht gekomen zijn sinds kerst? En dan zijn er meldingen die zouden kunnen wijzen op een boommarter. Bv langs de Ijweg in Hoofddorp en het Haarlemmermeerse bos, maar ook die zijn niet bevestigd met een duidelijke foto of film. Ook daarover krijgen we graag een melding als iemand wat gezien of gehoord heeft.

Waar

Marters komen in de hele polder voor, zowel in het buitengebied als de bebouwde kom. Voor liefhebbers van deze dieren: zorg voor rommelige plekjes en tuinen. Eten is er meest wel genoeg.

 citroenlieveheersbeestjecombibomenCitroelieveheersbeestje2 dec 2018december

Citroelieveheersbeestje, 2 dec 2018

 citroenlieveheersbeestjecombi

Citroenlieveheersbeestje

Recentelijk hebben we in een aantal wijken van Hoofddorp het beheer van het openbaar groen gekregen. Daarbij gaat het om het betrekken van de buurt bij het zo inspirerend en biodiverser maken. Een van die projecten is de Ijtochtzone in Overbos en Floriande. Sinds 2007 werken we daar al regelmatig aan de ontwikkeling van orchideeën weides, akkerkruidenvakken(meest opvallende soort: klaproos) en bloemrijk grasland. Maar vanaf nu kunnen we voluit gaan om het maximale ecologische, sociale en recreatieve rendement eruit te halen. Sinds 1 september is er al volop gemaaid, gehooid, gefreesd en gezaaid. Behalve het grootschalige werk door tractoren is er ook veel handwerk. Zo staan er veel notenbomen en vruchtbomen. Vele daarvan moeten regelmatig vervangen worden omdat de grond bij de aanleg van de wijk zo dicht gereden is dat de wortels niet kunnen gedijen. Bij een

18-tal van de recentelijk vervangen exemplaren zijn er plastic kuipen aangebracht om extra water te kunnen geven. In die kuipen kan niet gemaaid worden en bij het handmatig wieden kwam er een leuke verrassing te voorschijn:

Bijzonder

In de gemaaide velden is er geen beschutting, maar de kuipen met de uitbundige kruiden daarbinnen hebben die beschutting wel. Per kuip troffen wij tussen de 500 en 1000 citroenlieveheersbeestjes aan. Totaal tegen de 20.000 stuks. Die proberen daar te overwinteren. Citroenlieveheersbeestjes of 22 stippelige lieveheersbeestjes zijn 3-4 mm groot en heldergeel met 22 zwarte stippen. Ze leven itt de meeste soorten lieveheersbeestjes niet van bladluizen, maar van meeldauw. Meeldauw is een schimmel die op blad ontstaat als de conditie van de planten achteruit gaat bv aan het einde van het seizoen of bij droogte stress. Natuurlijk hebben we na het wieden en de ontdekking de kuipen weer afgedekt met los hooi. Lieveheersbeestjes hebben een felle waarschuwingskleur omdat ze een onaangenaam vocht kunnen afscheiden als ze op gegeten worden.

Waar

Citroenlieveheersbeestjes leven op veel soorten kruiden en bomen.

 kweepeerbomenKweepeer en Merels7 okt 2018oktober

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl

 merelbomenMerel(sterfte)22 sep 2018september

Merel(sterfte), 22 sep 2018

 merel

De aanleiding voor deze column is het feit dat ik normaliter 10-12 merels rond mijn huis heb die de druiven van onze gevel plunderen. Dit jaar is niet alleen een uitzonderlijk goed (zoet) druivenjaar, er wordt ook helemaal niet van gegete, terwijl ze voor de zomer wel de bessenstruiken leeg aten. Dat geeft mij het angstige gevoel dat de gevreesde Usutu merelziekte nu ook (half augustus) de Haarlemmermeer bereikt heeft. Graag reacties van lezers of dit kunnen bevestigen of andere ervaringen hebben. Het Usutu-virus komt uit Afrika en wordt verspreid door muggen. Het virus is via trekvogels naar Europa overgebracht, waar het 2001 voor het eerst opdook in Oostenrijk. Vanuit daar verspreidde het zich over Europa, met in 2012 een massale slachting onder de merels in Duitsland tot gevolg. Meer dan 300.000 vogels stierven. In sommige Duitse steden was de sterfte zo massaal

dat de merels praktisch verdwenen waren uit de tuinen en parken. In 2016 bereikte het zuid-oost Nederland.

Bijzonder

De merel is een van de meest algemene zangvogels in Nederland en zeker in stedelijk gebied. Maar dit was niet altijd zo. Tot ca 1900 was de merel een schuwe bosvogel. Ze leefden teruggetrokken in dichte loofbossen van Europa. Bij elk kleinste teken van gevaar trokken ze zich in het dichte kreupelhout terug en waarschuwden ze met hun typische alarmroep de andere bosbewoners. Ze hebben zich echter ontwikkeld tot cultuurvolgers en komen nu vrijwel overal in tuinen voor. Merels zijn alleseters en voeden zich onder meer met wormen, insecten, bessen, brood, zaden, afval en diverse soorten vogelvoer. De merel is een uitbundige zanger en zingt vaak vanaf een hoog punt. Het mannetje zingt vanaf februari, vooral ’s morgens, ’s avonds en bij regen.

Waar

De merel komt van nature voor ten zuiden van de poolcirkel in heel Europa en grote delen van Azië. Elders is de merel ook uitgezet en in Australië en Nieuw-Zeeland wordt hij gezien als een plaag. Afgezien van de noordelijkste populaties zijn merels meestal geen trekvogels.

 buxusproblemenbomenBuxusproblemen?20 jul 2018juli

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.

 lenteklokjebomenLenteklokje17 feb 2018februari

Lenteklokje, 17 feb 2018

 lenteklokje

Lenteklokje

Hoewel het nog winter zou moeten zijn, is het in de natuur al volop voorjaar. De vroege sneeuwklok is zelfs al uitgebloeid en is bezig zaad te maken, de gewone sneeuwklokken bloeien massaal, net als de winterakonieten en afgelopen week zijn ook de wilde en de grootbloemige krokussen massaal in bloei gegaan. Al deze soorten zijn wel bekend en maken het een lust voor het oog om naar buiten te gaan. Maar er zijn nog veel meer soorten die nu in bloei komen en die de moeite van het ontdekken waard zijn. Een daarvan is een van mijn favorieten: het lenteklokje. Hoewel de soort officieel ergens verwant is aan de narcis, doet hij een aan een grote sneeuwklok denken. Z’n bladeren zijn niet blauwgroen zoals bij de meeste sneeuwklokjes, maar donkergroen en z’n bloem is niet zo samengedrukt langwerpig maar staat breed uit (foto). Ook het lenteklokje is een stinsenplant die uiteen bolletje groeit waardoor

hij op reserve stoffen kan teren en minder van de warmte van de zon afhankelijk is om te groeien.

Bijzonder

Het lenteklokje heeft 1 verwante soort: het zomerklokje wat in mei bloeit en graag heel vochtig staat. Het is bijna een moerasplant. Het lenteklokje wordt 20-30 cm hoog en heeft 1 bloem per bloeistengel, maximaal 2 en het zomerklokje kan wel 60 cm hoog worden en heeft verschillende bloemen per bloei stengel. Hoewel het lenteklokje heet, bloeit deze soort in de winter in februari. Z’n bloem is fraai en bestaat uit 6 bloembladen, waarvan er 3 eigenlijk kelkbladen zijn, maar die zijn niet van de kroonbladen te onderscheiden. En elke bloemblad heeft een maanvormige groene vlek.

Waar

Het lenteklokje groeit in de strooisellaag van bossen en het liefst op voedselrijke en ietwat vochtige plekken. Oorspronkelijk kwam het ook in Nederland als wilde soort voor, maar dat is al lang verleden tijd. Maar als stinsenplant in landgoederen en in natuurtuinen is hij hier en daar wel te vinden. In de Heimanshof bloeit hij op dit moment massaal.

In Midden Europa komt de soort nog wel in het wild voor.

 watercipres2bomenWatercipres20 jan 2018januari

Watercipres, 20 jan 2018

 watercipres2

Op veel plekken in het straatbeeld staan naaldbomen, waarvan in de herfst, nadat ze prachtig rood gekleurd waren, de naalden afgevallen zijn.

Deze bomen bestaan uit 2 soorten, die een beetje lastig uit elkaar zijn te houden. Beide soorten hebben een stam die aan de basis extreem dik is en gaande weg smaller wordt (foto). De minst algemene is de moerascipres die uit de moerasgebieden van de Verenigde Staten komt. Als het goed is, zijn deze aan de waterkant geplant (wat niet altijd het geval is) en daar vormt deze zgn kniewortels: knolvormige wortels waar mee hij lucht hapt en zich verankerd voor overstroming. Dat gebeurt in de Everglades en de Mississippidelta nl maanden lang. En hij heeft een afgeronde kroon. De andere soort is de watercipres. En deze heeft meestal een spitse kroon (foto).

Bijzonder

De

moerascipres komt uit China en is familie van de Sequoia of mammoetboom. Van deze soort, die miljoenen jaren geleden ook in Nederland voorkwam, getuige vondsten in de steenkool van Limburg, was gedacht dat hij uitgestorven was. Totdat mensen hem in een dal in China pas in de 50-tiger jaren van de vorige eeuw ontdekten. Het is dus eigenlijk een levend fossiel. Al snel had men door dat de watercipres, omdat hij zo’n lange geschiedenis had, een zeer sterke ziektevrije soort was ,die ook nog eens ideale eigenschappen had voor aanplant in de bebouwde kom: mooie rood wordende naalden en wortels die bestrating en kabels en leidingen met rust lieten.

Waar

De oudste watercipressen die ik in de polder gevonden heb, staan in het Oude Buurtje in Hoofddorp, waarvan 2 in het plantsoen tegen de kruisweg bij de Geniedijk aan. Deze wijk is rond 1975 gebouwd en de bomen waren toen al een jaar of 10 oud. Dus ze dateren van minder dan 15 jaar na de ontdekking! De beste plek om het verschil tussen moeras- en watercipressen te bekijken is in de Japanse tuin van het Haarlemmermeerse bos. Langs het water staan (met kniewortels) de moerascipressen en hoger op langs het pad de watercipressen.