bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Bamboe, 20 dec 2019

 bamboe

Bamboe is zo hard als hout, maar het behoort tot de grassen familie. Bamboe is van oorsprong niet inheems, maar dat zijn konijnen, damherten, halsbandparkieten en nog veel meer soorten die zich hier prima handhaven ook niet. Van de ca 1500 soorten bamboe die er bestaan zijn er ongeveer 300 die het goed doen in het Nederlandse klimaat. Deze week waren we weer boompjes aan het verzamelen voor de boomweggeefactie en toen viel het me op hoe mooi groen opstanden van bamboe in de winter bleven in het verder kale landschap. Olifantsgras wordt al commercieel geteeld om biomassa vast te leggen en allerlei producten van te maken. Maar bamboe legt nog veel meer biomassa vast en fijnstof vast en lijkt me minstens zo bruikbaar voor van alles en nog wat. Door de dichtheid van de begroeiing legt een bamboeopstand 4x zo veel CO2 vast en 35 % meer fijnstof dan een bos bestaande uit

bomen. De soort waar ik tegen aan liep was wel 4-5 m hoog en die gaan we bv gebruiken om insectenhotels mee te vullen. Niet alle soorten zijn daar geschikt voor: sommige zijn te zacht en krimpen daardoor en andere hebben veel zijscheuten of zijn te dun.

Bijzonder

Bamboe is een van de snelst groeiende plantensoorten ter wereld. In de tropen kan een scheut van grote soorten wel 1,5 m per dag groeien. Maar ook in Nederland kan dat 25 cm per dag zijn. Bamboe bloeit afhankelijk van de soort na 30-150 jaar. Bijzonder is dat dan alle exemplaren van die soort tegelijk bloeien en daarna afsterven. De grootste bamboesoorten kunnen meer dan 40 m hoog worden. Doordat bamboe bestaat uit holle kokers met schotten is het een licht materiaal, wat tegelijkertijd sterk en buigzaam is. Het kan als bouwmateriaal gebruikt worden, maar ook om kleding, papier en bio plastic van te maken.

Waar

Bamboe groeit van nature in alle wereld delen behalve Europa (en Antarctica). In Nederland en de Haarlemmermeer wordt het daarom vooral in tuinen en parken aan getroffen.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 2 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 wilgenwarvlechtbomenWilgenwarvlecht19 jul 2019juli

Wilgenwarvlecht, 19 jul 2019

 wilgenwarvlecht

In voorjaar en zomer komen er zo veel verrassende en nieuwe soorten op mijn pad, dat ik wel elke dag een column zou kunnen vullen. Het is dus niet moeilijk kiezen en we kunnen nog voor jaren vooruit. In de keuze van het onderwerp laat ik mij mede leiden door een afwisseling tussen planten, dieren, insecten en of er een leuk verhaal achter zit. En daar naast is het vanwege copyright ook essentieel dat ik er zelf een foto van kan maken. Dat probleem sluit een heel serie interessante zaken zoals de monniksgier die een paar weken geleden even boven de Haarlemmermeer zweefde uit. Jammer, maar helaas. Daarom deze week een makkelijk stil zittend onderwerp met een intrigerende naam: wilgenwarvlecht. Ik heb het al eens gehad over gallen en heksenbezems. De wilgenwarvlecht zit daar een beetje tussen in. Een heksenbezem ontstaat (meestal in een berk) omdat een schimmel een stofje produceert dat alle slapende knoppen wakker maakt. En de ca 1400 soorten gallen die in Nederland tot dusverre gevonden zijn, ontstaan omdat (met name)

galwespjes ontdekt hebben dat een stofje die zij maken het effect heeft van een plantenhormoon die de plant aanzet tot een zwelling die van binnen smakelijk is en van buiten hard: een perfecte plek om jonkies in groot te laten worden. Bijna elke plantensoort heeft wel 1 of meer gallen en de eik wel 40.

Bijzonder

Van de wilg is het wilgenroosje bekend: een gal in een bladknop, maar vandaag ontdekte ik een hele grote vertakte gal, wel 20 cm lang. Deze wordt niet door een galwesp veroorzaakt en ook niet door een schimmel, maar de wilgenbezemmijt. Een mijt is een klein spinnetje. Op dezelfde manier als bij een heksenbezem worden er veel extra hulpknoppen gevormd waar weer takjes uit groeien, bedekt met schubvormige blaadjes. Bij de meeste wilgen zijn deze warvlechten gedrongen. Bij de grijze wilg kunnen ze wel 40 cm lang worden ( zie foto: warvlecht op grijze wilg)

Waar

De wilgenwarvlecht komt in Nederland voor op schietwilg, geoorde wilg, geoorde kruipwilg, boswilg, grauwe wilg en kruisingen van deze soorten.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl

 metselbijbomenRosse Metselbij27 apr 2019april

Rosse Metselbij, 27 apr 2019

 metselbij

Het voorjaar is al vroeg begonnen. Voor insecten is dat een pre om vroeg actief te zijn. Die activiteit zien we volop op de insectenhotels die we deze winter gemaakt hebben. Er is een enorme bedrijvigheid van talloze soorten bijen en wespen. Een van de meest algemene bezoekers van insectenhotels is de rosse metselbij. Het kan niet vaak genoeg benadrukt worden, dat alle insecten die op een insectenhotel afkomen geen enkel risico van steken vormen. Ik heb al weer 5 al of niet panische mensen langs gehad die daar bang voor waren. Solitaire bijen stoppen een druppeltje honing en een klontje stuifmeel bij elk eitje. Dat zijn hoeveelheden die in het niet vallen bij de 20-40 kilo honing die honingbijen voor hun kolonie verzamelen. Die hebben een angeltje nodig om zich te verdedigen tegen honingrovers. Dat loont bij solitaire bijen en wespen niet. De Rosse metselbij heet zo omdat hij coconnetjes van klei met speeksel

bouwt voor zijn larfjes. Als met 5-20 coconnetjes het holletje vol is, zie je dat mooi aan een grijze prop aan de ingang.

Bijzonder

De foto van de 2 parende Rosse metselbijen heeft een bijzonder detail. Beide bijen zijn bedekt met een lichte laag. Die laag bestaat geheel uit varroa mijten. Dat zijn kleine spinnetjes die de bij niet dood maken, maar wel van zijn lichaamssappen zuigen en hem uitputten. Als wij een bij waren, zouden die mijten bij ons zo groot zijn als een muis. Op de onderste bij op de foto zitten honderden van de die mijten. Vroeger kwam de varroa mijten niet in Europa voor. Alleen in Azië. De bijen daar hadden een soort poetsreflect waarmee ze de mijten konden verwijderen. Door imkers die Aziatische bijen en Europese bijen probeerden te kruisen om meer honing te krijgen, hebben we die Varroa mijten nu wereldwijd. En niet alleen op honingbijen, maar dus ook op wilde bijen.

Waar

De Rosse metselbij is een van 20 soorten metselbijen in Nederland en daarvan de meest algemene. In praktisch elk insectenhotel verschijnt deze soort bijna onmiddellijk (van maart tm mei).

 marterbomenMarters19 jan 2019januari

Marters, 19 jan 2019

 marter

Marters

Roofdieren spreken meestal tot de verbeelding. Maar in onze stedelijke omgeving is het voor hen niet makkelijk om te overleven. Eten is er vaak wel, maar o, o, o al die wegen en auto’s. Daarom is het best bijzonder dat er ook in de ‘strakke’ Haarlemmermeer nog vrij veel roofdieren leven. Het aantal soorten neemt zelfs toe. Dat is met name het geval met vossen waarvan er dan ook jaarlijks een stuk of 5 worden doodgereden. Naast vossen komen er 4 of 5 soorten marters voor. Wezels zijn daarvan de kleinste soort. Die leeft van muizen door in muizenholletjes binnen te gaan. Katten zijn naast auto’s zijn voornaamste vijand. De afgelopen tijd kreeg ik 2 meldingen van hermelijnen. Eentje zag ik zelf ik het Haarlemmermeerse bos op konijnenjacht. De andere leefde langs de Rijnlanderweg. De meest algemene soort is de bunzing. Zoals alle roofdieren houd die van rommelerven en -tuinen. Jaarlijks vind

ik wel 3 -5 doodgereden exemplaren. Voor kerst kreeg ik een melding uit de bebouwde kom van Hoofddorp en m.b.v. een wildcamera maakte ik bijgesloten foto van een vrouwtje, die daar al jaren in de tuin woont. Het bijbehorende filmpje staat in vlog 35 op youtubekanaal st.meergroen.

Bijzonder

Tegelijkertijd met de bunzing zat er in Rijsenhout een steenmarter in het plafond van een bewoond huis. Dat was de 2e melding sinds 2017 in Hoofddorp. Dit exemplaar of stelletje (gedurende de zomer was er ‘gezellig’ veel herrie) is verhuisd voor we er beelden van konden nemen. Wie in Rijsenhout en omgeving weet waar hij/ze terecht gekomen zijn sinds kerst? En dan zijn er meldingen die zouden kunnen wijzen op een boommarter. Bv langs de Ijweg in Hoofddorp en het Haarlemmermeerse bos, maar ook die zijn niet bevestigd met een duidelijke foto of film. Ook daarover krijgen we graag een melding als iemand wat gezien of gehoord heeft.

Waar

Marters komen in de hele polder voor, zowel in het buitengebied als de bebouwde kom. Voor liefhebbers van deze dieren: zorg voor rommelige plekjes en tuinen. Eten is er meest wel genoeg.

 citroenlieveheersbeestjecombibomenCitroelieveheersbeestje2 dec 2018december

Citroelieveheersbeestje, 2 dec 2018

 citroenlieveheersbeestjecombi

Citroenlieveheersbeestje

Recentelijk hebben we in een aantal wijken van Hoofddorp het beheer van het openbaar groen gekregen. Daarbij gaat het om het betrekken van de buurt bij het zo inspirerend en biodiverser maken. Een van die projecten is de Ijtochtzone in Overbos en Floriande. Sinds 2007 werken we daar al regelmatig aan de ontwikkeling van orchideeën weides, akkerkruidenvakken(meest opvallende soort: klaproos) en bloemrijk grasland. Maar vanaf nu kunnen we voluit gaan om het maximale ecologische, sociale en recreatieve rendement eruit te halen. Sinds 1 september is er al volop gemaaid, gehooid, gefreesd en gezaaid. Behalve het grootschalige werk door tractoren is er ook veel handwerk. Zo staan er veel notenbomen en vruchtbomen. Vele daarvan moeten regelmatig vervangen worden omdat de grond bij de aanleg van de wijk zo dicht gereden is dat de wortels niet kunnen gedijen. Bij een

18-tal van de recentelijk vervangen exemplaren zijn er plastic kuipen aangebracht om extra water te kunnen geven. In die kuipen kan niet gemaaid worden en bij het handmatig wieden kwam er een leuke verrassing te voorschijn:

Bijzonder

In de gemaaide velden is er geen beschutting, maar de kuipen met de uitbundige kruiden daarbinnen hebben die beschutting wel. Per kuip troffen wij tussen de 500 en 1000 citroenlieveheersbeestjes aan. Totaal tegen de 20.000 stuks. Die proberen daar te overwinteren. Citroenlieveheersbeestjes of 22 stippelige lieveheersbeestjes zijn 3-4 mm groot en heldergeel met 22 zwarte stippen. Ze leven itt de meeste soorten lieveheersbeestjes niet van bladluizen, maar van meeldauw. Meeldauw is een schimmel die op blad ontstaat als de conditie van de planten achteruit gaat bv aan het einde van het seizoen of bij droogte stress. Natuurlijk hebben we na het wieden en de ontdekking de kuipen weer afgedekt met los hooi. Lieveheersbeestjes hebben een felle waarschuwingskleur omdat ze een onaangenaam vocht kunnen afscheiden als ze op gegeten worden.

Waar

Citroenlieveheersbeestjes leven op veel soorten kruiden en bomen.

 kweepeerbomenKweepeer en Merels7 okt 2018oktober

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl

 merelbomenMerel(sterfte)22 sep 2018september

Merel(sterfte), 22 sep 2018

 merel

De aanleiding voor deze column is het feit dat ik normaliter 10-12 merels rond mijn huis heb die de druiven van onze gevel plunderen. Dit jaar is niet alleen een uitzonderlijk goed (zoet) druivenjaar, er wordt ook helemaal niet van gegete, terwijl ze voor de zomer wel de bessenstruiken leeg aten. Dat geeft mij het angstige gevoel dat de gevreesde Usutu merelziekte nu ook (half augustus) de Haarlemmermeer bereikt heeft. Graag reacties van lezers of dit kunnen bevestigen of andere ervaringen hebben. Het Usutu-virus komt uit Afrika en wordt verspreid door muggen. Het virus is via trekvogels naar Europa overgebracht, waar het 2001 voor het eerst opdook in Oostenrijk. Vanuit daar verspreidde het zich over Europa, met in 2012 een massale slachting onder de merels in Duitsland tot gevolg. Meer dan 300.000 vogels stierven. In sommige Duitse steden was de sterfte zo massaal

dat de merels praktisch verdwenen waren uit de tuinen en parken. In 2016 bereikte het zuid-oost Nederland.

Bijzonder

De merel is een van de meest algemene zangvogels in Nederland en zeker in stedelijk gebied. Maar dit was niet altijd zo. Tot ca 1900 was de merel een schuwe bosvogel. Ze leefden teruggetrokken in dichte loofbossen van Europa. Bij elk kleinste teken van gevaar trokken ze zich in het dichte kreupelhout terug en waarschuwden ze met hun typische alarmroep de andere bosbewoners. Ze hebben zich echter ontwikkeld tot cultuurvolgers en komen nu vrijwel overal in tuinen voor. Merels zijn alleseters en voeden zich onder meer met wormen, insecten, bessen, brood, zaden, afval en diverse soorten vogelvoer. De merel is een uitbundige zanger en zingt vaak vanaf een hoog punt. Het mannetje zingt vanaf februari, vooral ’s morgens, ’s avonds en bij regen.

Waar

De merel komt van nature voor ten zuiden van de poolcirkel in heel Europa en grote delen van Azië. Elders is de merel ook uitgezet en in Australië en Nieuw-Zeeland wordt hij gezien als een plaag. Afgezien van de noordelijkste populaties zijn merels meestal geen trekvogels.

 buxusproblemenbomenBuxusproblemen?20 jul 2018juli

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.

 lenteklokjebomenLenteklokje17 feb 2018februari

Lenteklokje, 17 feb 2018

 lenteklokje

Lenteklokje

Hoewel het nog winter zou moeten zijn, is het in de natuur al volop voorjaar. De vroege sneeuwklok is zelfs al uitgebloeid en is bezig zaad te maken, de gewone sneeuwklokken bloeien massaal, net als de winterakonieten en afgelopen week zijn ook de wilde en de grootbloemige krokussen massaal in bloei gegaan. Al deze soorten zijn wel bekend en maken het een lust voor het oog om naar buiten te gaan. Maar er zijn nog veel meer soorten die nu in bloei komen en die de moeite van het ontdekken waard zijn. Een daarvan is een van mijn favorieten: het lenteklokje. Hoewel de soort officieel ergens verwant is aan de narcis, doet hij een aan een grote sneeuwklok denken. Z’n bladeren zijn niet blauwgroen zoals bij de meeste sneeuwklokjes, maar donkergroen en z’n bloem is niet zo samengedrukt langwerpig maar staat breed uit (foto). Ook het lenteklokje is een stinsenplant die uiteen bolletje groeit waardoor

hij op reserve stoffen kan teren en minder van de warmte van de zon afhankelijk is om te groeien.

Bijzonder

Het lenteklokje heeft 1 verwante soort: het zomerklokje wat in mei bloeit en graag heel vochtig staat. Het is bijna een moerasplant. Het lenteklokje wordt 20-30 cm hoog en heeft 1 bloem per bloeistengel, maximaal 2 en het zomerklokje kan wel 60 cm hoog worden en heeft verschillende bloemen per bloei stengel. Hoewel het lenteklokje heet, bloeit deze soort in de winter in februari. Z’n bloem is fraai en bestaat uit 6 bloembladen, waarvan er 3 eigenlijk kelkbladen zijn, maar die zijn niet van de kroonbladen te onderscheiden. En elke bloemblad heeft een maanvormige groene vlek.

Waar

Het lenteklokje groeit in de strooisellaag van bossen en het liefst op voedselrijke en ietwat vochtige plekken. Oorspronkelijk kwam het ook in Nederland als wilde soort voor, maar dat is al lang verleden tijd. Maar als stinsenplant in landgoederen en in natuurtuinen is hij hier en daar wel te vinden. In de Heimanshof bloeit hij op dit moment massaal.

In Midden Europa komt de soort nog wel in het wild voor.

 watercipres2bomenWatercipres20 jan 2018januari

Watercipres, 20 jan 2018

 watercipres2

Op veel plekken in het straatbeeld staan naaldbomen, waarvan in de herfst, nadat ze prachtig rood gekleurd waren, de naalden afgevallen zijn.

Deze bomen bestaan uit 2 soorten, die een beetje lastig uit elkaar zijn te houden. Beide soorten hebben een stam die aan de basis extreem dik is en gaande weg smaller wordt (foto). De minst algemene is de moerascipres die uit de moerasgebieden van de Verenigde Staten komt. Als het goed is, zijn deze aan de waterkant geplant (wat niet altijd het geval is) en daar vormt deze zgn kniewortels: knolvormige wortels waar mee hij lucht hapt en zich verankerd voor overstroming. Dat gebeurt in de Everglades en de Mississippidelta nl maanden lang. En hij heeft een afgeronde kroon. De andere soort is de watercipres. En deze heeft meestal een spitse kroon (foto).

Bijzonder

De

moerascipres komt uit China en is familie van de Sequoia of mammoetboom. Van deze soort, die miljoenen jaren geleden ook in Nederland voorkwam, getuige vondsten in de steenkool van Limburg, was gedacht dat hij uitgestorven was. Totdat mensen hem in een dal in China pas in de 50-tiger jaren van de vorige eeuw ontdekten. Het is dus eigenlijk een levend fossiel. Al snel had men door dat de watercipres, omdat hij zo’n lange geschiedenis had, een zeer sterke ziektevrije soort was ,die ook nog eens ideale eigenschappen had voor aanplant in de bebouwde kom: mooie rood wordende naalden en wortels die bestrating en kabels en leidingen met rust lieten.

Waar

De oudste watercipressen die ik in de polder gevonden heb, staan in het Oude Buurtje in Hoofddorp, waarvan 2 in het plantsoen tegen de kruisweg bij de Geniedijk aan. Deze wijk is rond 1975 gebouwd en de bomen waren toen al een jaar of 10 oud. Dus ze dateren van minder dan 15 jaar na de ontdekking! De beste plek om het verschil tussen moeras- en watercipressen te bekijken is in de Japanse tuin van het Haarlemmermeerse bos. Langs het water staan (met kniewortels) de moerascipressen en hoger op langs het pad de watercipressen.

 muizendoornbomenMuizendoorn9 dec 2017december

Muizendoorn, 9 dec 2017

 muizendoorn

Ik hamer er maar weer eens op. Veel mensen denken dat het in december buiten koud en guur is en dat er niets meer bloeit en weinig interessants te zien is. Niets is minder waar als je maar weet waar je moet kijken. Het muizendoornstruikje is er een mooi voorbeeld van. Het is een bescheiden struikje tot max 1 m hoog dat in diepe schaduw kan groeien. En het bloeit nu massaal. En wel op een bijzondere manier. Maar liefst elk ‘blaadje ‘ draagt een bloem. Blaadje staat tussen aanhalingstekens want officieel is het geen blad, maar een ‘cladode’. Dat zijn platte takscheuten, waar de hele struik uit bestaat, en die allemaal eindigen op een scherpe punt. Het struikje is altijd groen. En niet alleen dat, de bloemen van vorig jaar dragen nu prachtige 1 cm grote knalrode bessen( foto). Deze bloempjes zijn alleen minuscuul en zitten op

de nerf van elke cladode.

Bijzonder

Muizendoorn zou wel eens een goede vervanger kunnen zijn voor de zeer populaire buxusstruik, die sinds vorig jaar massaal te lijden heeft van een combinatie van de oprukkende mediterrane buxusmot en een schimmel. En persoonlijk vind ik de muizendoorstruik nog mooier ook en hij is zeer onderhoudsvriendelijk. Daarnaast is de muizendoorn ook nog medicinaal toepasbaar. Vooral de wortelstokken die ook eetbaar zijn als asperges. De meest genoemde toepassingen betreffen bloedvat gerelateerde zaken zoals spataderen, oedemen, slecht genezende wonden, aderontstekingen, aambeiklachten en winterhanden. Een andere naam van muizendoorn is slagersbezem. De stugge stekelige takken werden namelijk veel in bezems gebruikt. En slagers maakten daar veel gebruik van omdat de geur muizen en ander knaagdieren bij drogende hammen en vlees weghielden.

Waar

Muizendoorn is een plant die overal voorkomt in Europa, Azië en Noord Afrika. Het is een plant van diep beschaduwde bossen op allerlei gronden, maar als tuinplant is deze soort op vele plekken ingevoerd en ingeburgerd. Natuurlijk hebben we mooie exemplaren in de Heimanshof staan.

 vuurzwammetjebomenVuurzwammetje21 okt 2017oktober

Vuurzwammetje, 21 okt 2017

 vuurzwammetje

Wat bij vogels bv de Ijsvogel is en bij planten de orchideeën familie, dat zijn bij paddenstoelen de wasplaten. Het zijn bijna zonder uitzondering zeer kleurige paddenstoelen, die erg tot extreem zeldzaam zijn en daarmee een iconische status hebben bij kenners en leken. Groot was dan ook ons enthousiasme toen we op De Heimanshof maar liefst 10 scharlakenrode vuurzwammetjes aantroffen voor het eerst in 40 jaar (foto JvanLoon). De Nederlandse naam "vuurzwammetje" heeft betrekking op de intens rode kleur. Wasplaat slaat op de structuur van de plaatjes aan de onderzijde van de hoed die doet denken aan stearine of was van een kaars.

Bijzonder

De functie van de felle kleur van sommige paddenstoelen, waaronder het vuurzwammetje, is onbekend. Mogelijk heeft deze een signaalfunctie en beschermt het vruchtlichaam

tegen betreding. In Europa groeit de soort in grasland, op zandige heiden en in onbemeste wegbermen. Op een enkele soort na zijn veel wasplaten in heel West-Europa erg zeldzaam geworden. Ze zijn namelijk erg gevoelig voor kunstmest en verdwijnen snel uit hiermee bewerkte weilanden. Samen met andere graslandpaddenstoelen zijn ze teruggedrongen tot vaak luttele vierkante meters waar ze zich rond deze tijd laten zien.

Waar

In Nederland zijn het vaak oude kerkhoven en verder een enkel graslandreservaat, een oude zeedijk of grazige plekken op heide en in de duinen waar je ze kunt vinden. Wasplaten worden altijd gezien als graslandpaddenstoelen, maar veel soorten zijn vooral kieskeurige paddenstoelen die alleen maar gevonden worden op een oude gerijpte bodem die al heel veel jaren onaangeroerd is gebleven. Noord-Amerika komen wasplaten vooral voor in oude ongestoorde oerwouden aan de oost- en westkant van het continent. Haast onbegrijpelijk, maar beide groeiplaatsen hebben een ongestoorde bodem gemeen. Het gaat altijd om slechts enkele vierkante meters, waar ze voorkomen in een bijzonder milieu, dat ze meestal delen met andere zeldzame paddenstoelsoorten.

 vogelkersstippelmotbomenVogelkersstippelmot20 mei 2017mei

Vogelkersstippelmot, 20 mei 2017

 vogelkersstippelmot

Vogelkersstippelmot

Zoals elk jaar wordt ik dit jaar gebeld en gemaild over hele bomen die kaal gevreten worden door rupsen. Het gaat in de meeste gevallen om kardinaalsmuts, vogelkers, appel of wilgen. Vooral de vogelkersstippel motten geven een kaal gevreten boom een spectaculaire aanblik( foto). Alle rupsen trekken namelijk permanent een zijden draad achter zich aan, waarmee ze de bomen bedekken met een soort ‘lijkwade’ (waaronder ze zich beschermen). De rupsjes laten zich rond deze tijd aan een zijden draad naar de grond zakken, waar ze zich verpoppen. In augustus komen de vrij onaanzienlijke stippelmotten te voorschijn, om weer een nieuwe generatie te maken.

Bijzonder

Het blad van bomen is op dit moment vers en mals. Ideaal voor allerlei soorten insecten om op groot te worden. Dat

de vogelkers geheel kaal gegeten wordt ziet er slecht uit, maar de boom is daaraan gewend. De rupsen eten alleen het eerste blad op en rond 21 juni komen de bomen met het St Janslot weer geheel in blad en vanaf 1 juli is er niets meer te zien. Het netto resultaat van deze rupsenuitbraak, is juist heel mooi. Zeg dat 100.000 rupsjes het in augustus redden om vlinder te worden. Die leggen dan misschien wel 1 miljard eitjes op dezelfde boom. En wie zich afvraagt waar de zangvogels en meesjes in de winter van leven: Die pikken elke dag tientallen tot honderden van deze eitjes weg. Stel dat er dan een miljoen eitjes de winter overleven en uitkomen en de boom gaan kaal vreten. In april leggen alle vogels eieren met het oog op deze rupsenpiek. Want bijna alle jonge vogeltjes worden op die rupsjes groot gebracht. Wel 200-300 gaan er per dag per jonkie doorheen zodat ze in 3 weken volwassen zijn. Van de miljoen rupsen redden het er dan misschien 200.000 om te gaan verpoppen. En het netto resultaat van deze kale bomen is dat de zangvogels een nieuwe generatie groot brengen en de winter overleven. Zit de natuur niet mooi in elkaar?

Waar

In De Heimanshof zijn vele soorten stippelmotten te vinden.