bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Blanke Parasolzwam, 12 okt 2019

 blankeparasolzwam

Deze column die begon in 2006 heet eigenlijk ’Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer’. Het idee is om elke week of tegenwoordig 14 dagen een soort te behandelen van de ca 10.000 soorten die er in de Haarlemmermeer voorkomen. Inmiddels zijn er ca 650 soorten behandeld dus ik kan nog eeuwen doorgaan. Natuurlijk probeer ik zoveel mogelijk aansprekende soorten ’van het seizoen ‘te behandelen. Daarom was een paddenstoel, een keuze die zich in deze zeer natte en nog warme herfst nadrukkelijk opdrong. Er was keuze uit wel 40 soorten die ik deze week tegenkwam. Daaronder prachtige witte kluifjeszwammen, en een 20 tal reuzenbovisten, en geschubde inktzwammen maar die had ik al behandeld. De blanke parasolzwam was nieuw. Die stond vrij massaal in de compost van de voedseltuin op Park2020.

Bijzonder

Net

als de veel bekendere grote parasolzwam is de blanke parasolzwam eetbaar. De grote Parasolzwam groeit vooral (en massaal) op voedselarm zand in de duinen, maar kan daar wel 40 cm hoog en 30 cm in diameter worden. De blanke parasolzwam is veel bescheidener van omvang. De hoed wordt maximaal 10 cm in diameter. Verder is deze soort vrij zeldzaam, dus opeten is geen goed idee. Dat hebben we wel gedaan met een 3 kilo zware reuzenbovist (1 van 20 exemplaren). Die kun je inplakken snijden en bakken als een biefstuk zolang hij wit is (dat wil zeggen nog groeit en geen sporen aan het vormen is) . De blanke parasolzwam heet ook wel de blanke champignonparasolzwam. Maar het is geen champignon. Die hebben als enige geslacht altijd zwarte sporen waar ze duidelijk aan te herkennen zijn. Er zijn wel 20 soorten met een hoed van 10-40 cm in diameter. De blanke parasolzwam heeft witte sporen en bij rijping en als je de paddenstoel indrukt verkleurd hij een beetje roze.

Waar

De blanke parasolzwam groeit op zandige grond die wat rijker is door een pakket van humus. Dus ook wel in tuinen, zoals bij ons op de voedseltuin van park2020.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 1 ] Ga naar 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 springstaartandere geleedpotigenspringstaart21 feb 2015februari

springstaart, 21 feb 2015

 springstaart

U denkt vast wel eens: hoe lang gaat deze column nog door? Het antwoord daarop zal meer van mijn eigen leeftijd afhangen hebben dan van het aantal onderwerpen. In Nederland zijn tot dusver zo’n 48.000 soorten planten en dieren (exclusief eencelligen, etc) beschreven en de meeste komen wel eens in de Haarlemmermeer langs.

Sinds 2006 heb ik ongeveer 450 soorten daarvan gehad en met eens in de 14 dagen een column, kan ik zeker nog 100 jaar voort. Ik heb zelfs nog geen kans gezien een voorbeeld van alle grote groepen organismen te behandelen. Deze week daarom weer eens een hele nieuwe categorie, waarvan meer dan 8000 soorten ontdekt zijn, met honderden in Nederland. Het gaat om de springstaarten. Springstaarten behoren, net als insecten, tot de zespotigen.

Bijzonder

Springstaarten worden slechts enkele mm

groot en ontlenen hun Nederlandse naam aan een vork die onder hun buik ligt (zie foto).

In rust zitten de tanden van de vork vast achter een soort grendeltje. Als de springstaart bij gevaar wil springen, zet hij kracht op de vork en laat dan het grendeltje los. Daardoor slaat de vork met een klap op de ondergrond (of op het water) en wordt de springstaart centimeters weg gelanceerd.

Een springstaart heeft nog een 2e geheim wapen. Het is een buisvormig mondorgaan wat eindigt in twee buisjes en uitgestulpt wordt met behulp van de bloeddruk. De functie is een combinatie van het opnemen van vocht en het vasthechten aan de ondergrond.

De springstaart is zelf waterafstotend, waardoor hij zonder moeite haast wrijvingsloos over het wateroppervlak glijdt. Dreigt hij door de wind weg te worden geblazen, dan steekt hij deze collofoor, die niet waterafstotend is, door het wateroppervlak als een soort micro ankertje en lijkt daardoor aan het wateroppervlak te kleven.

Waar

Springstaarten leven meestal in de strooisellaag of op het wateroppervlak en voeden zich met rottend organisch materiaal en schimmels. Ze kunnen daar in enorme aantallen voorkomen: honderden of duizenden per m2 in de meeste Nederlandse tuinen.

 mmuurschotelkorstandersMuurschotelkorst5 jan 2016januari

Muurschotelkorst, 5 jan 2016

 mmuurschotelkorst

In deze herfstige periode verliezen de bomen hun bladeren, trekken de grassen en kruiden zich terug in de grond . Maar om ons heen is er nog steeds van alles te zien, dus er is volop gelegenheid om buiten te genieten: van paddenstoelen, van trekvogels zoals koperwieken, kramsvogels, ganzen en houtsnippen die massaal door trekken , maar ook van prachtige kleine planten die in de zomerse overvloed niet op vallen zoals mossen en korstmossen. Deze kleine plantjes en vooral korstmossen zijn bestand tegen extreme temperaturen en groeien juist s ’winters gewoon door. Omdat ze klein zijn kunnen ze alleen op kale oppervlakten groeien zoals steen of schors. Korstmossen zijn eigenlijk niet een soort, maar 2: het zijn schimmels die al miljoenen jaren geleden het concept landbouw hebben uit gevonden: de schimmel ’houden de algen die ze vasthechten en beschermen tegen uitdrogen en in

ruil krijgen ze voedingsstoffen terug. De schimmel en de alg kunnen ook los voor komen. Alleen onder extreme voedselarme omstandigheden kunnen ze niet zonder elkaar; het wordt wel eens ene honger verbond genoemd. De korstmos plakkaten groeien zeer langzaam: soms maar 1 mm per jaar. Er zijn korst vormige korstmossen, maar ook rechtopstaande en hangende soorten zoals als rendiermos en baard mos.

Bijzonder

Een van de meest algemene korstmossen op steen is muurschotelkorst. . De foto is gemaakt op de basaltkeien van het Haarlemmermeerse Bosmeer. Korstmossen zijn zeer gevoelig voor de zuurgraad van stenen en schors. Te basisch vinden ze niet lekker ( beton en cement) en te zuur ook niet (klinkers) Op oude stenen gedijen ze beter. Op bomen komen vaak specifieke soorten voor. En veel soorten zijn erg gevoelig voor luchtvervuiling. Ondanks de grote dynamiek en fijn stof in de lucht in Nederland is er overal volop van prachtige korstmossen soorten te genieten als je er eenmaal oog voor hebt.

Waar

Muurschotelmos is een zeer algemeen korstmos, dat vooral op onbelopen stenen voor komt.

 zwartreuzenkussen1andersZwart Reuzenkussen25 sep 2010september

Zwart Reuzenkussen, 25 sep 2010

 zwartreuzenkussen1

Door het natte en tegelijkertijd warme weer is het buiten erg ´schimmelig´. Deze column gaat niet over een paddenstoel maar over een organisme dat ook leeft op vochtige plaatsen. De groep waartoe deze soort behoord is echter geen schimmel, geen bacterie, geen plant en geen dier. Wat blijft er dan over? Het ontbrekende dierenrijk is dat van de slijmzwammen. Ze heten wel zwammen, maar hebben er behalve een leefwijze in vochtige hout of humus niets mee gemeen. Schimmels bestaan nl uit schimmeldraden, waaruit de bekende paddenstoelen groeien, terwijl een slijmzwam het grootste deel van het jaar leeft als een eencellig organisme. Als een soort amoebe jaagt deze op bacteriën.

Bijzonder

Een unieke slijmzwameigenschap uit zich bij de sporenvorming. Dan geven losse amoeben (chemische) signalen door, waardoor ze allemaal bij elkaar boven de grond kruipen. Zo´n ´kolonie´ van losse amoeben kan zich verplaatsen. Wel niet zo snel met 0.1 - 2 cm/uur, maar toch. De reden dat slijmzwammen

nergens in het rijk van het leven bij passen, is dat de amoeboide cellen dan onderling versmelten, maar dat de miljarden celkernen binnen de gigantische ´cel´, die plasmodium genoemd wordt, zelfstandig blijven. Dit plasmodium is heel zacht en ´slijmerig´ en de grootst bekende celmassa (protoplasma) in het rijk van het leven. Na verloop van tijd verdroogt de buitenkant. De celkernen erbinnen vormen sporen en als alles droog is, barst het vlies open en verspreiden de sporen zich met de wind. Het zwarte reuzenkussen is een van de soorten die de grootste slijmzwamplasmodia vormt. Vaak meer dan een halve m2. Apart aan de naam van zwart reuzenkussen is dat het plasmodium helder wit is. Pas na het verdrogen wordt de korst zwart (zie foto´s).

Waar

Op de Heimanshof vormt zich deze herfst voor het 2e jaar een zwart reuzenkussen op een oude boomstobbe. Vorig jaar bleef het plasmodium wel een maand of 5 wit voordat het plasmodium verdroogde. Inmiddels is dit proces al weer een maand aan de gang.

 zwartreuzenkussen2na3weken

 fenologieandersFenologie9 apr 2010april

Fenologie, 9 apr 2010

 fenologie

De bedoeling van mijn columns over de Haarlemmermeerse Flora en Fauna is om u te attenderen op de fascinerende dingen die constant om ons heen gebeuren. Om daar ook oog voor te krijgen is er geen betere manier dan om aan ´fenologie´ te gaan doen. Fenologie is de studie van de jaarlijks terugkerende natuurverschijnselen. Bij vogels bestaat dat b.v. uit het bijhouden wanneer de 1e exemplaren van een soort (b.v. de boerenzwaluw) terugkeren uit het zuiden. Bij planten komt dat neer op het bijhouden wanneer de 1e bloemen van elke soort bloeien en bij insecten houd je bij wanneer de 1e exemplaren van een soort verschijnen. Als je dat doet,

krijg je meer gevoel voor de verbazingwekkende dynamiek in de natuur. Bij mij begint de lente b.v pas als er weer in elke tuin een tjiftjaf zingt (dit jaar niet op 21 maart maar op de 17e). En daarbij verbaas ik mij elk jaar weer over het feit hoe een vogeltje van maar 4-6 gram de hele reis heen en terug van Spanje en Marokko overleeft en in één nacht opeens weer alle tuinen van ons land bevolkt. Voor de jeugdclub van De Heimanshof hebben wij formulieren gemaakt met lijsten van soorten die makkelijk te volgen zijn: één boekje voor vogels, 1 voor planten en 1 voor insecten. Als je geboeid raakt door deze natuurlijke dynamiek, en jaar in, jaar uit je gegevens bijhoudt, zoals sommige Heimanshof-vrijwilligers al tientallen jaren doen, krijg je ook meer inzicht in klimaatsveranderingen, het effect van zachte, droge, natte en koude seizoenen. Het belangrijkste is dat je leert kijken en luisteren naar je omgeving. De fenologieboekjes zijn te downloaden van www.deheimanshof.nl/jeugdclub/downloads.

 ramshoorngalandersRamshoorngal17 aug 2008augustus

Ramshoorngal, 17 aug 2008

 ramshoorngal

Augustus is een goede tijd om eens op gallen te letten. Gallen zijn woekeringen op planten (meestal bomen) die veelal veroorzaakt worden door galwespen. Ze ontstaan doordat galwespen en hun larven hormonale stoffen uitscheiden, die de plant aanzetten tot die woekering. Gallen bieden galwespenlarven bescherming en voedsel. Vooral op eiken komen ze vaak voor. In het Nederlandse gallenboek staan ruim 1400 soorten. Bekende gallen zijn de lensgal, rode erwtengal, galappel (eikenblad), de ananasgal (eikenbladknop), de knoppergal (eikels), de knikkergal (eikentak). Een bekende gal op de roos is de mosgal (tak) en op de iep de knotsgal (blad). Dat de natuur altijd in beweging is, bleek vorige week toen we op een eikenboompje in De Heimanshof naast 4 bekende galsoorten een onbekende soort ontdekten, die ook niet in het grote gallenboek bleek te staan. Bij nader onderzoek bleek het om de Ramshoorngal te gaan. Deze soort is in Nederland pas voor

het eerst aangetroffen in 2003.

Bijzonder

Plantengallen zijn met een los weefsel gevuld, dat meestal door een verharde laag omgeven is. Het binnenste bestaat uit olie en eiwitrijke cellen, dat als voedsel dient voor de in één of meer kamers wonende larven. Als de larve dood gaat, houdt ook de groei van de gal op. Gallen werden vroeger veel gebruikt voor het maken van looistof en inkt. Er leven ook veel parasieten van de galwespenlarven in de gal. Dat zijn dus hyperparasieten: parasieten die op andere parasieten leven. Het geeft wel aan dat een gal een geliefd plekje is om in op te groeien.

Waar

Geloof het of niet, maar het voorkomen van de Ramshoorngal heeft alles met de eenwording van Europa te maken. Deze soort komt nl. uit Hongarije. Door het toegenomen vrachtverkeer sinds de toetreding van Hongarije, is deze soort hier verzeild geraakt (net als een ander organisme: de kastanjemineermot, die al onze paardenkastanjes bruin kleurt door alle bladgroen tussen de boven- en onderkant van het blad weg te eten). Hoewel de ramshoorngal op een gewone zomereik voorkomt, heeft deze soort in zijn levenscyclus een andere eik nodig: de moseik. Deze moseik staat ook in De Heimanshof en dat verklaart mede het voorkomen daar. Graag horen wij van andere vindplaatsen in de Haarlemmermeer.

 gallenlensgaldetailandersGallen10 sep 2007september

Gallen, 10 sep 2007

 gallenlensgaldetail

Augustus is een goede tijd om eens op gallen te letten. Gallen zijn woekeringen op planten (meestal bomen) die veelal veroorzaakt worden door galwespen. Het doel is om hun larven bescherming en voedsel te bieden. 75 % van alle gallen komt voor op berken, populieren, wilgen, pruimen en vooral op eiken. In het Nederlandse gallenboek worden ruim 1400 soorten gallen besproken. Gallen ontstaan omdat galwespen en hun larven hormonale stoffen uitscheiden, die de plant aanzetten tot die woekering. Bekende gallen zijn de lensgal, aardappelgal (op eikenblad), de ananasgal (eikenbladknop) de knoppergal (eikels), en de de knikkergal (tak). Ook op de stam, de bloem en de wortel kunnen gallen voorkomen. Een bekende gal op de roos is de mosgal en een leuke gal op de iep die veel in de Haarlemmermeer voorkomt is de knotsgal(blad). De reden waarom de eik zo populair is, is hoogst waarschijnlijk vanwege het feit dat de

boom pas laat in het seizoen de bladeren verliest en dus tot laat in het jaar een (voedende) sapstroom heeft. De plantengallen zijn met een los weefsel gevuld, dat meestal door een verharde laag omgeven is. Het binnenste bestaat uit olie en eiwitrijke cellen die als voedsel dienen voor de larven. Als de larve dood gaat, houdt ook de groei van de gal op.

Bijzonder

: Gallen werden vroeger veel gebruikt voor het maken van looistof en inkt. Er leven veel parasieten van de galwespenlarven in de gal. Dat zijn dus hyperparasieten: parasieten op parasieten. Het geeft wel aan dat een gal een geliefd plekje is om in op te groeien. Overigens blijft de galwesplarve wel in leven, want deze levert immers het zo belangrijke groei-hormoon voor de gal, zolang hij leeft.

Waar

Een oplettende waar

 galananasgaleik

 galeikenlensgalandersGallen10 sep 2007september

Gallen, 10 sep 2007

 galeikenlensgal

Augustus is een goede tijd om eens op gallen te letten. Gallen zijn woekeringen op planten (meestal bomen) die veelal veroorzaakt worden door galwespen. Het doel is om hun larven bescherming en voedsel te bieden. 75 % van alle gallen komt voor op berken, populieren, wilgen, pruimen en vooral op eiken. In het Nederlandse gallenboek worden ruim 1400 soorten gallen besproken. Gallen ontstaan omdat galwespen en hun larven hormonale stoffen uitscheiden, die de plant aanzetten tot die woekering. Bekende gallen zijn de lensgal, aardappelgal (op eikenblad), de ananasgal (eikenbladknop) de knoppergal (eikels), en de de knikkergal (tak). Ook op de stam, de bloem en de wortel kunnen gallen voorkomen. Een bekende gal op de roos is de mosgal en een leuke gal op de iep die veel in de Haarlemmermeer voorkomt is de knotsgal(blad).
De reden waarom de eik zo populair is, is hoogst waarschijnlijk vanwege het feit dat de boom pas laat in het seizoen de bladeren verliest en dus tot laat in het jaar een (voedende) sapstroom heeft.
De plantengallen zijn met een los weefsel gevuld, dat

meestal door een verharde laag omgeven is. Het binnenste bestaat uit olie en eiwitrijke cellen die als voedsel dienen voor de larven. Als de larve dood gaat, houdt ook de groei van de gal op.

Bijzonder

: Gallen werden vroeger veel gebruikt voor het maken van looistof en inkt. Er leven veel parasieten van de galwespenlarven in de gal. Dat zijn dus hyperparasieten: parasieten op parasieten. Het geeft wel aan dat een gal een geliefd plekje is om in op te groeien. Overigens blijft de galwesplarve wel in leven, want deze levert immers het zo belangrijke groei-hormoon voor de gal, zolang hij leeft.

Waar

Een oplettende waarnemer kan overal gallen vinden. Voor een minder geoefende waarnemer is De Heimanshof of het bomenpad in het Haarlemmermeerse bos een goede start. Alle genoemde gallen en nog vele meer kunnen in de eiken, iepen en rozen worden aangetroffen.
Voorkomen: vooral in de zomer
Status: Geen speciale bescherming bekend

 gallenlensgaldetail

 HeksenboterandersHeksenboter20 jun 2007juni

Heksenboter, 20 jun 2007

 Heksenboter

Bij regenachtig en warm weer zijn de omstandigheden gunstig voor een wel heel bijzonder soort organisme. Het is zo bijzonder omdat het nog een dier-, noch een plant, noch een schimmel noch een bacterie is. De slijmzwammen, want daar hebben we het over, zijn een eigen ‘rijk’ in de indeling van de levende organismen. Het is onbekend hoeveel soorten slijmzwammen er zijn. Wel is het zo dat de meeste soorten over de hele wereld voorkomen en dat de meeste in rottend hout, turf en ondergronds leven. Slechts een paar soorten hebben een Nederlandse naam, zoals de hierbij afgebeelde ‘heksenboter’. Slijmzwammen kennen drie levensstadia. Uit sporen ontstaan microscopisch kleine eencellige organismen, die zich kruipend of zwemmend voortbewegen. Die voegen zich samen tot een rondkruipende kolonie. Dit plasmodium vormt als het droger wordt een vlies, waarop kussen- of knotsvormige sporenlichamen zitten. Daarin worden de sporen gevormd, waarmee de slijmzwammen zich verspreiden.

Bijzonder

: Slijmzwammen hebben vaak prachtige kleuren. In vroeger tijden werden ze om hun kleur verzameld en gebruikt

om er kleurstoffen, vaak helderrood (bloedweizwam) of geel (heksenboter) van te maken. Het plasmodium maakt dat slijmzwammen nergens anders in het dieren- of plantenrijk passen. Het bestaat namelijk uit een enorme in elkaar gevloeide massa van celmateriaal, zonder er in de massa celwanden bestaan. Het geheel ziet eruit een klodder slijm en kan zich gedragen als een gigantische amoebe, maar wel met miljoenen celkernen. Die zitten dus samen met elkaar binnen 1 reusachtige ‘cel’! Veelal huizen slijmzwammen in dode plantenresten, zoals vermolmd hout of dode bladeren, maar daar leven ze niet van. Het plasmodium omvloeit bacteriën en schimmels en voedt zich daarmee, terwijl het al kruipend een soort slakkenspoor achterlaat. Sommige soorten kunnen plasmodia vormen van wel een vierkante meter groot, maar de meest zijn een paar millimeter. Als dat over je tuinpad kruipt weet je niet wat er gebeurt!

Waar

: Slijmzwammen zijn helemaal niet zeldzaam. Hoe meer je zoekt op vermolmd hout, op half vergaan snoeihout, dor blad en composthopen, hoe meer soorten slijmzwammen je vindt. Sommige zoals de heksenboter vind je het hele jaar door, andere verschijnen in het voorjaar of in de zomer, de meeste in de herfst als er veel bacteriën en schimmels zijn, die helpen de vele dode plantenresten op te ruimen

Terugmeldingen

: geen Voorkomen: warm vochtig weer Status: onbekend

 cymbidiumandersNMEkassen16 dec 2006december

NMEkassen, 16 dec 2006

 cymbidium

Als het herfstig weer is, is er buiten aan planten relatief weinig te beleven, naast wat mossen, paddestoelen en een paar winterbloeiende struiken. Dat geldt niet voor een weinig bekende plek naast De Heimanshof: de NME kassen. NME staat voor Natuur- en Milieu Educatie. De kassen vormen deel van het centrum waar per jaar zo’n 7000 schoolkinderen natuurpuzzeltochten bezoeken. Naast de ontvangstruimte (met de NME mascotte: papagaai Jacob, die al 33 jaar oud is) bestaat het kassencomplex uit nog drie ruimtes. De eerste ruimte heeft een Mediterraan klimaat, de 2e een tropisch klimaat en de 3e is als woestijn ingericht. Zowel in de tropische als de woestijnkas komen er een heleboel soorten voor, die juist gaan bloeien in een koele periode. Daarom zijn in deze

periode van het jaar een aantal prachtige (tropische) orchideeën te bewonderen en staan ook een aantal cactussen en vetplanten in volle bloei. Van de orchideeën zijn het Venusschoentje en de Cymbidium (foto) vermeldenswaard. Van de cactussen en vetplanten bloeien de olifantsoor, de lidcactus, de theeboom en de bekende huiskamerplant Dikblad of Jadeplant, die juist in de warme huiskamer(vrijwel) nooit tot bloeien komt. In de mediterrane kas bloeit de Mirre bijna.

Bijzonder

Zowel orchideeën als vetplanten en cactussen zijn vaak armoede-bloeiers. Zo mag de grond mag niet te rijk zijn en mogen ze niet te veel water hebben. De Cymbidiums gaan b.v de hele zomer naar buiten zonder dat ze (extra) water krijgen. Pas in de herfst gaan ze de kas in en krijgen dan regelmatig water, waarop ze reageren door uitbundig te gaan bloeien.

Waar

De NME kassen liggen tussen De Heimanshof en het kantoor van Buurtbeheer van Rayon 2 en 3 aan de Wieger Bruinlaan 7.

 woudaap2bomenWoudaapje30 aug 2019augustus

Woudaapje, 30 aug 2019

 woudaap2

Ik woon naast langs de Geniedijk en houd sinds 1996 het Oude Dr Nanningazwembad ( 1935-1975) bij als groentetuin, heemtuin en cultuurhistorisch monument. Dit plekje is sowieso een ecologisch paradijsje met snoeken van meer dan een meter en de ijsvogel, groene specht, vleermuizen, libellen, roofvogels en nog veel meer als smaakmakers. Maar afgelopen week had ik er tot 2 x toe een wel zeer bijzondere ervaring. Een vrouwtje woudaap (foto) schoot op 2 verschillende dagen uit de oever tussen de bosjes vandaan en bleef in een geval wel 10 minuten op een paal midden in het water zitten. Inmiddels is deze dame verder getrokken, maar het zou goed kunnen dat er een broedgeval van de woudaap geweest is in bv de Groene Weelde. Het woudaapje is de kleinste reigerachtige die in Nederland voorkomt. Net groter dan een waterhoentje. De laatste keer dat ik een Woudaap

had gezien was in 1968!

Bijzonder

In die tijd waren er landelijk naar schatting nog 250 broedparen. Inmiddels is dat schrikbarend afgenomen tot niet meer dan 20 paren, verdeeld over heel het land en staat de soort hier als ernstig bedreigd in de boeken. Internationaal is het nog niet zo ernstig. Waarom deze soort niet geprofiteerd heeft van de drooglegging van de Flevopolders en de Oostvaardersplassen is niet bekend. De genoemde aantallen kunnen een onderschatting zijn, want het woudaapje leeft zeer verscholen. Zijn naam komt deels van zijn roep die een beetje klinkt als ‘wouw’, maar hij leeft ook in een moerasbos (‘woud’) waar hij zo handig als een aapje door de takken en de rietstengels klautert! Het mannetje woudaap is itt tot het bruin gestreepte vrouwtje ( schutkleur) een stuk opvallender met zwart en witte tekening die op de rug bijna roze is.

Waar

De woudaap broedt in Europa, West- en zuidelijk Azië, Afrika in rietmoerassen en zoetwateroevers. Vogels die in de gematigde klimaatzone van Europa en Azië broeden, trekken ′s winters naar het zuiden. Vogels die in de tropen broeden, zijn standvogel.

 wilgenwarvlechtbomenWilgenwarvlecht19 jul 2019juli

Wilgenwarvlecht, 19 jul 2019

 wilgenwarvlecht

In voorjaar en zomer komen er zo veel verrassende en nieuwe soorten op mijn pad, dat ik wel elke dag een column zou kunnen vullen. Het is dus niet moeilijk kiezen en we kunnen nog voor jaren vooruit. In de keuze van het onderwerp laat ik mij mede leiden door een afwisseling tussen planten, dieren, insecten en of er een leuk verhaal achter zit. En daar naast is het vanwege copyright ook essentieel dat ik er zelf een foto van kan maken. Dat probleem sluit een heel serie interessante zaken zoals de monniksgier die een paar weken geleden even boven de Haarlemmermeer zweefde uit. Jammer, maar helaas. Daarom deze week een makkelijk stil zittend onderwerp met een intrigerende naam: wilgenwarvlecht. Ik heb het al eens gehad over gallen en heksenbezems. De wilgenwarvlecht zit daar een beetje tussen in. Een heksenbezem ontstaat (meestal in een berk) omdat een schimmel een stofje produceert dat alle slapende knoppen wakker maakt. En de ca 1400 soorten gallen die in Nederland tot dusverre gevonden zijn, ontstaan omdat (met name)

galwespjes ontdekt hebben dat een stofje die zij maken het effect heeft van een plantenhormoon die de plant aanzet tot een zwelling die van binnen smakelijk is en van buiten hard: een perfecte plek om jonkies in groot te laten worden. Bijna elke plantensoort heeft wel 1 of meer gallen en de eik wel 40.

Bijzonder

Van de wilg is het wilgenroosje bekend: een gal in een bladknop, maar vandaag ontdekte ik een hele grote vertakte gal, wel 20 cm lang. Deze wordt niet door een galwesp veroorzaakt en ook niet door een schimmel, maar de wilgenbezemmijt. Een mijt is een klein spinnetje. Op dezelfde manier als bij een heksenbezem worden er veel extra hulpknoppen gevormd waar weer takjes uit groeien, bedekt met schubvormige blaadjes. Bij de meeste wilgen zijn deze warvlechten gedrongen. Bij de grijze wilg kunnen ze wel 40 cm lang worden ( zie foto: warvlecht op grijze wilg)

Waar

De wilgenwarvlecht komt in Nederland voor op schietwilg, geoorde wilg, geoorde kruipwilg, boswilg, grauwe wilg en kruisingen van deze soorten.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl

 metselbijbomenRosse Metselbij27 apr 2019april

Rosse Metselbij, 27 apr 2019

 metselbij

Het voorjaar is al vroeg begonnen. Voor insecten is dat een pre om vroeg actief te zijn. Die activiteit zien we volop op de insectenhotels die we deze winter gemaakt hebben. Er is een enorme bedrijvigheid van talloze soorten bijen en wespen. Een van de meest algemene bezoekers van insectenhotels is de rosse metselbij. Het kan niet vaak genoeg benadrukt worden, dat alle insecten die op een insectenhotel afkomen geen enkel risico van steken vormen. Ik heb al weer 5 al of niet panische mensen langs gehad die daar bang voor waren. Solitaire bijen stoppen een druppeltje honing en een klontje stuifmeel bij elk eitje. Dat zijn hoeveelheden die in het niet vallen bij de 20-40 kilo honing die honingbijen voor hun kolonie verzamelen. Die hebben een angeltje nodig om zich te verdedigen tegen honingrovers. Dat loont bij solitaire bijen en wespen niet. De Rosse metselbij heet zo omdat hij coconnetjes van klei met speeksel

bouwt voor zijn larfjes. Als met 5-20 coconnetjes het holletje vol is, zie je dat mooi aan een grijze prop aan de ingang.

Bijzonder

De foto van de 2 parende Rosse metselbijen heeft een bijzonder detail. Beide bijen zijn bedekt met een lichte laag. Die laag bestaat geheel uit varroa mijten. Dat zijn kleine spinnetjes die de bij niet dood maken, maar wel van zijn lichaamssappen zuigen en hem uitputten. Als wij een bij waren, zouden die mijten bij ons zo groot zijn als een muis. Op de onderste bij op de foto zitten honderden van de die mijten. Vroeger kwam de varroa mijten niet in Europa voor. Alleen in Azië. De bijen daar hadden een soort poetsreflect waarmee ze de mijten konden verwijderen. Door imkers die Aziatische bijen en Europese bijen probeerden te kruisen om meer honing te krijgen, hebben we die Varroa mijten nu wereldwijd. En niet alleen op honingbijen, maar dus ook op wilde bijen.

Waar

De Rosse metselbij is een van 20 soorten metselbijen in Nederland en daarvan de meest algemene. In praktisch elk insectenhotel verschijnt deze soort bijna onmiddellijk (van maart tm mei).