bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kleine Mantelmeeuw, 15 mei 2020

 kleinezilvermeeuw1

Dagelijks kom ik langs de Geniedijk bij Graan voor Visch. Daar hebben voor een natuurliefhebber treurige zaken plaats gevonden met de kap van de monumentale zwarte populieren. Mijn dagelijkse treurige blik op die boomresten werd de afgelopen 3 maanden afgeleid door het feit dat zich daar een aantal paartjes meeuwen vestigden. En dan vraag je je elke dag af: wat doen ze daar zijn dit wintergasten, gaan ze er broeden, krijgen ze jongen? Het gaat om 2-3 paartjes kleine mantelmeeuwen. Die zijn niet eens zo algemeen en naar mijn smaak behoren ze tot de mooiste meeuwen die in Nederland voorkomen. De veel algemenere zilvermeeuw heeft lichtgrijze bovenvleugels en de kok- en stormmeeuw zijn veel kleiner. Deze meeuwen hebben donkergrijze bovenvleugels en gele poten. 3 maanden observatie maakte duidelijk dat ze er waren om te blijven en ook paargedrag (foto Annet Spijker) en het verzamelen van nestmateriaal geeft

aan dat ze daar inderdaad aan het broeden geslagen zijn.

Bijzonder

Kleine Mantelmeeuwen verblijven hier vooral in voorjaar en zomer. Zilvermeeuwen zijn er jaar rond en de Grote mantelmeeuw alleen in de winter. Bijzonder is dat het eerste broedgeval pas in1926 werd geconstateerd. En sinds die tijd en vooral vanaf 1980 maakte deze soort een stormachtige ontwikkeling door tot inmiddels wel 120.000 broedparen. Eenvijfde van de Europese populatie zit dan in Nederland. Vooral langs de kusten en de Waddenzee. De grootste kolonie van 30.000 paar zit op de Maasvlakte. De laatste jaren is er een trend om steeds meer ook in het binnenland te broeden en dan vooral op daken van gebouwen. Daar horen deze vogels ook bij. Dat doen ze o.a. om geen last van vossen te hebben. Ook de lepelaar is onder druk van vossen van de grond steeds meer in bomen (reigersnesten) gaan broeden. Het is verheugend dat er soorten zijn die toenemen.

Waar

Zomers broeden Kleine Mantelmeeuwen in onze contreien. Als de jongen vliegvlug zijn, trekken ze lang de kusten zuidwaarts tot Marokko.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 1 ] Ga naar 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 springstaartandere geleedpotigenspringstaart21 feb 2015februari

springstaart, 21 feb 2015

 springstaart

U denkt vast wel eens: hoe lang gaat deze column nog door? Het antwoord daarop zal meer van mijn eigen leeftijd afhangen hebben dan van het aantal onderwerpen. In Nederland zijn tot dusver zo’n 48.000 soorten planten en dieren (exclusief eencelligen, etc) beschreven en de meeste komen wel eens in de Haarlemmermeer langs.

Sinds 2006 heb ik ongeveer 450 soorten daarvan gehad en met eens in de 14 dagen een column, kan ik zeker nog 100 jaar voort. Ik heb zelfs nog geen kans gezien een voorbeeld van alle grote groepen organismen te behandelen. Deze week daarom weer eens een hele nieuwe categorie, waarvan meer dan 8000 soorten ontdekt zijn, met honderden in Nederland. Het gaat om de springstaarten. Springstaarten behoren, net als insecten, tot de zespotigen.

Bijzonder

Springstaarten worden slechts enkele mm

groot en ontlenen hun Nederlandse naam aan een vork die onder hun buik ligt (zie foto).

In rust zitten de tanden van de vork vast achter een soort grendeltje. Als de springstaart bij gevaar wil springen, zet hij kracht op de vork en laat dan het grendeltje los. Daardoor slaat de vork met een klap op de ondergrond (of op het water) en wordt de springstaart centimeters weg gelanceerd.

Een springstaart heeft nog een 2e geheim wapen. Het is een buisvormig mondorgaan wat eindigt in twee buisjes en uitgestulpt wordt met behulp van de bloeddruk. De functie is een combinatie van het opnemen van vocht en het vasthechten aan de ondergrond.

De springstaart is zelf waterafstotend, waardoor hij zonder moeite haast wrijvingsloos over het wateroppervlak glijdt. Dreigt hij door de wind weg te worden geblazen, dan steekt hij deze collofoor, die niet waterafstotend is, door het wateroppervlak als een soort micro ankertje en lijkt daardoor aan het wateroppervlak te kleven.

Waar

Springstaarten leven meestal in de strooisellaag of op het wateroppervlak en voeden zich met rottend organisch materiaal en schimmels. Ze kunnen daar in enorme aantallen voorkomen: honderden of duizenden per m2 in de meeste Nederlandse tuinen.

 Biodiversiteitinpark2020_RansuilandersBiodivesiteit inPark 202023 nov 2019november

Biodivesiteit inPark 2020, 23 nov 2019

 Biodiversiteitinpark2020_Ransuil

Meestal behandel ik hier een soort die in de Haarlemmermeer voorkomt. Maar misschien is het ook wel eens interessant om aandacht te geven aan meerdere soorten die in een bepaald terrein ( ‘biotoop’) voorkomen. De aanleiding daarvoor is onze blijde verrassing over wat er de afgelopen jaren in ’ons’ kantorenpark P2020 is gebeurd. Meestal is het niet best gesteld met flora en fauna in bedrijventerreinen omdat de focus ligt op nette gazonnetjes en zo goedkoop mogelijk beheer. In Park2020 hebben we als MEERGroen de gelegenheid gekregen om een stukje bouwgrond wat meer aandacht te geven met een voedseltuin en bloemenweides.

Bijzonder

En het mooie van de natuur is dat er dan bijna meteen allerlei bijzondere soorten verschijnen. Zo zijn er allerlei soorten muizen en ook konijnen komen wonen ‘in het groen’ en daarop afgekomen zijn er bv een paartje vossen, bunzings en wezels, torenvalken,

een ransuil (foto) ‘om de natuurlijke balans’ in stand te houden. Op de bloemenweides komen talloze vlinders af waaronder de kolibrievlinder, atalanta, koolwitjes, citroenvlinders, dagpauwoog en dit jaar heel veel distelvlinders en niet te vergeten talloze solitaire bijen- en wespensoorten die ook van onze insectenhotels gebruik maken. Buiten onze voedseltuin geniet een slechtvalk van de duivenpopulatie en de hoge gebouwen, scholeksters en zwarte roodstaarten nestelen op de daken van kantoren en op de zaden van distels en kaardenbollen leeft jaarrond een groep van 20-30 putters (distelvinken), sijsjes, gewone vinken en nog wat andere soorten. Terwijl de gewone en de gele kwikstaart op het plaveisel en in de tuinen hun gading zoeken. Over de 50 kauwtjes die graag mee-eten van onze groenten en fruit zijn we minder tevreden. En zo zijn er nog talloze andere soorten, zowel planten en dieren. Zeer de moeite waard om een keer te komen bekijken.

Waar

Park2020 (‘twenty- twenty’ dwz ‘ het zit wel goed’) is bedoeld als het meest duurzame kantorenpark van Europa. Het ligt tussen station Hoofddorp en de Rijnlanderweg langs de busbaan en is van verre herkenbaar aan de kas.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl.

 mmuurschotelkorstandersMuurschotelkorst5 jan 2016januari

Muurschotelkorst, 5 jan 2016

 mmuurschotelkorst

In deze herfstige periode verliezen de bomen hun bladeren, trekken de grassen en kruiden zich terug in de grond . Maar om ons heen is er nog steeds van alles te zien, dus er is volop gelegenheid om buiten te genieten: van paddenstoelen, van trekvogels zoals koperwieken, kramsvogels, ganzen en houtsnippen die massaal door trekken , maar ook van prachtige kleine planten die in de zomerse overvloed niet op vallen zoals mossen en korstmossen. Deze kleine plantjes en vooral korstmossen zijn bestand tegen extreme temperaturen en groeien juist s ’winters gewoon door. Omdat ze klein zijn kunnen ze alleen op kale oppervlakten groeien zoals steen of schors. Korstmossen zijn eigenlijk niet een soort, maar 2: het zijn schimmels die al miljoenen jaren geleden het concept landbouw hebben uit gevonden: de schimmel ’houden de algen die ze vasthechten en beschermen tegen uitdrogen en in

ruil krijgen ze voedingsstoffen terug. De schimmel en de alg kunnen ook los voor komen. Alleen onder extreme voedselarme omstandigheden kunnen ze niet zonder elkaar; het wordt wel eens ene honger verbond genoemd. De korstmos plakkaten groeien zeer langzaam: soms maar 1 mm per jaar. Er zijn korst vormige korstmossen, maar ook rechtopstaande en hangende soorten zoals als rendiermos en baard mos.

Bijzonder

Een van de meest algemene korstmossen op steen is muurschotelkorst. . De foto is gemaakt op de basaltkeien van het Haarlemmermeerse Bosmeer. Korstmossen zijn zeer gevoelig voor de zuurgraad van stenen en schors. Te basisch vinden ze niet lekker ( beton en cement) en te zuur ook niet (klinkers) Op oude stenen gedijen ze beter. Op bomen komen vaak specifieke soorten voor. En veel soorten zijn erg gevoelig voor luchtvervuiling. Ondanks de grote dynamiek en fijn stof in de lucht in Nederland is er overal volop van prachtige korstmossen soorten te genieten als je er eenmaal oog voor hebt.

Waar

Muurschotelmos is een zeer algemeen korstmos, dat vooral op onbelopen stenen voor komt.

 zwartreuzenkussen1andersZwart Reuzenkussen25 sep 2010september

Zwart Reuzenkussen, 25 sep 2010

 zwartreuzenkussen1

Door het natte en tegelijkertijd warme weer is het buiten erg ´schimmelig´. Deze column gaat niet over een paddenstoel maar over een organisme dat ook leeft op vochtige plaatsen. De groep waartoe deze soort behoord is echter geen schimmel, geen bacterie, geen plant en geen dier. Wat blijft er dan over? Het ontbrekende dierenrijk is dat van de slijmzwammen. Ze heten wel zwammen, maar hebben er behalve een leefwijze in vochtige hout of humus niets mee gemeen. Schimmels bestaan nl uit schimmeldraden, waaruit de bekende paddenstoelen groeien, terwijl een slijmzwam het grootste deel van het jaar leeft als een eencellig organisme. Als een soort amoebe jaagt deze op bacteriën.

Bijzonder

Een unieke slijmzwameigenschap uit zich bij de sporenvorming. Dan geven losse amoeben (chemische) signalen door, waardoor ze allemaal bij elkaar boven de grond kruipen. Zo´n ´kolonie´ van losse amoeben kan zich verplaatsen. Wel niet zo snel met 0.1 - 2 cm/uur, maar toch. De reden dat slijmzwammen

nergens in het rijk van het leven bij passen, is dat de amoeboide cellen dan onderling versmelten, maar dat de miljarden celkernen binnen de gigantische ´cel´, die plasmodium genoemd wordt, zelfstandig blijven. Dit plasmodium is heel zacht en ´slijmerig´ en de grootst bekende celmassa (protoplasma) in het rijk van het leven. Na verloop van tijd verdroogt de buitenkant. De celkernen erbinnen vormen sporen en als alles droog is, barst het vlies open en verspreiden de sporen zich met de wind. Het zwarte reuzenkussen is een van de soorten die de grootste slijmzwamplasmodia vormt. Vaak meer dan een halve m2. Apart aan de naam van zwart reuzenkussen is dat het plasmodium helder wit is. Pas na het verdrogen wordt de korst zwart (zie foto´s).

Waar

Op de Heimanshof vormt zich deze herfst voor het 2e jaar een zwart reuzenkussen op een oude boomstobbe. Vorig jaar bleef het plasmodium wel een maand of 5 wit voordat het plasmodium verdroogde. Inmiddels is dit proces al weer een maand aan de gang.

 zwartreuzenkussen2na3weken

 fenologieandersFenologie9 apr 2010april

Fenologie, 9 apr 2010

 fenologie

De bedoeling van mijn columns over de Haarlemmermeerse Flora en Fauna is om u te attenderen op de fascinerende dingen die constant om ons heen gebeuren. Om daar ook oog voor te krijgen is er geen betere manier dan om aan ´fenologie´ te gaan doen. Fenologie is de studie van de jaarlijks terugkerende natuurverschijnselen. Bij vogels bestaat dat b.v. uit het bijhouden wanneer de 1e exemplaren van een soort (b.v. de boerenzwaluw) terugkeren uit het zuiden. Bij planten komt dat neer op het bijhouden wanneer de 1e bloemen van elke soort bloeien en bij insecten houd je bij wanneer de 1e exemplaren van een soort verschijnen. Als je dat doet,

krijg je meer gevoel voor de verbazingwekkende dynamiek in de natuur. Bij mij begint de lente b.v pas als er weer in elke tuin een tjiftjaf zingt (dit jaar niet op 21 maart maar op de 17e). En daarbij verbaas ik mij elk jaar weer over het feit hoe een vogeltje van maar 4-6 gram de hele reis heen en terug van Spanje en Marokko overleeft en in één nacht opeens weer alle tuinen van ons land bevolkt. Voor de jeugdclub van De Heimanshof hebben wij formulieren gemaakt met lijsten van soorten die makkelijk te volgen zijn: één boekje voor vogels, 1 voor planten en 1 voor insecten. Als je geboeid raakt door deze natuurlijke dynamiek, en jaar in, jaar uit je gegevens bijhoudt, zoals sommige Heimanshof-vrijwilligers al tientallen jaren doen, krijg je ook meer inzicht in klimaatsveranderingen, het effect van zachte, droge, natte en koude seizoenen. Het belangrijkste is dat je leert kijken en luisteren naar je omgeving. De fenologieboekjes zijn te downloaden van www.deheimanshof.nl/jeugdclub/downloads.

 ramshoorngalandersRamshoorngal17 aug 2008augustus

Ramshoorngal, 17 aug 2008

 ramshoorngal

Augustus is een goede tijd om eens op gallen te letten. Gallen zijn woekeringen op planten (meestal bomen) die veelal veroorzaakt worden door galwespen. Ze ontstaan doordat galwespen en hun larven hormonale stoffen uitscheiden, die de plant aanzetten tot die woekering. Gallen bieden galwespenlarven bescherming en voedsel. Vooral op eiken komen ze vaak voor. In het Nederlandse gallenboek staan ruim 1400 soorten. Bekende gallen zijn de lensgal, rode erwtengal, galappel (eikenblad), de ananasgal (eikenbladknop), de knoppergal (eikels), de knikkergal (eikentak). Een bekende gal op de roos is de mosgal (tak) en op de iep de knotsgal (blad). Dat de natuur altijd in beweging is, bleek vorige week toen we op een eikenboompje in De Heimanshof naast 4 bekende galsoorten een onbekende soort ontdekten, die ook niet in het grote gallenboek bleek te staan. Bij nader onderzoek bleek het om de Ramshoorngal te gaan. Deze soort is in Nederland pas voor

het eerst aangetroffen in 2003.

Bijzonder

Plantengallen zijn met een los weefsel gevuld, dat meestal door een verharde laag omgeven is. Het binnenste bestaat uit olie en eiwitrijke cellen, dat als voedsel dient voor de in één of meer kamers wonende larven. Als de larve dood gaat, houdt ook de groei van de gal op. Gallen werden vroeger veel gebruikt voor het maken van looistof en inkt. Er leven ook veel parasieten van de galwespenlarven in de gal. Dat zijn dus hyperparasieten: parasieten die op andere parasieten leven. Het geeft wel aan dat een gal een geliefd plekje is om in op te groeien.

Waar

Geloof het of niet, maar het voorkomen van de Ramshoorngal heeft alles met de eenwording van Europa te maken. Deze soort komt nl. uit Hongarije. Door het toegenomen vrachtverkeer sinds de toetreding van Hongarije, is deze soort hier verzeild geraakt (net als een ander organisme: de kastanjemineermot, die al onze paardenkastanjes bruin kleurt door alle bladgroen tussen de boven- en onderkant van het blad weg te eten). Hoewel de ramshoorngal op een gewone zomereik voorkomt, heeft deze soort in zijn levenscyclus een andere eik nodig: de moseik. Deze moseik staat ook in De Heimanshof en dat verklaart mede het voorkomen daar. Graag horen wij van andere vindplaatsen in de Haarlemmermeer.

 gallenlensgaldetailandersGallen10 sep 2007september

Gallen, 10 sep 2007

 gallenlensgaldetail

Augustus is een goede tijd om eens op gallen te letten. Gallen zijn woekeringen op planten (meestal bomen) die veelal veroorzaakt worden door galwespen. Het doel is om hun larven bescherming en voedsel te bieden. 75 % van alle gallen komt voor op berken, populieren, wilgen, pruimen en vooral op eiken. In het Nederlandse gallenboek worden ruim 1400 soorten gallen besproken. Gallen ontstaan omdat galwespen en hun larven hormonale stoffen uitscheiden, die de plant aanzetten tot die woekering. Bekende gallen zijn de lensgal, aardappelgal (op eikenblad), de ananasgal (eikenbladknop) de knoppergal (eikels), en de de knikkergal (tak). Ook op de stam, de bloem en de wortel kunnen gallen voorkomen. Een bekende gal op de roos is de mosgal en een leuke gal op de iep die veel in de Haarlemmermeer voorkomt is de knotsgal(blad). De reden waarom de eik zo populair is, is hoogst waarschijnlijk vanwege het feit dat de

boom pas laat in het seizoen de bladeren verliest en dus tot laat in het jaar een (voedende) sapstroom heeft. De plantengallen zijn met een los weefsel gevuld, dat meestal door een verharde laag omgeven is. Het binnenste bestaat uit olie en eiwitrijke cellen die als voedsel dienen voor de larven. Als de larve dood gaat, houdt ook de groei van de gal op.

Bijzonder

: Gallen werden vroeger veel gebruikt voor het maken van looistof en inkt. Er leven veel parasieten van de galwespenlarven in de gal. Dat zijn dus hyperparasieten: parasieten op parasieten. Het geeft wel aan dat een gal een geliefd plekje is om in op te groeien. Overigens blijft de galwesplarve wel in leven, want deze levert immers het zo belangrijke groei-hormoon voor de gal, zolang hij leeft.

Waar

Een oplettende waar

 galananasgaleik

 galeikenlensgalandersGallen10 sep 2007september

Gallen, 10 sep 2007

 galeikenlensgal

Augustus is een goede tijd om eens op gallen te letten. Gallen zijn woekeringen op planten (meestal bomen) die veelal veroorzaakt worden door galwespen. Het doel is om hun larven bescherming en voedsel te bieden. 75 % van alle gallen komt voor op berken, populieren, wilgen, pruimen en vooral op eiken. In het Nederlandse gallenboek worden ruim 1400 soorten gallen besproken. Gallen ontstaan omdat galwespen en hun larven hormonale stoffen uitscheiden, die de plant aanzetten tot die woekering. Bekende gallen zijn de lensgal, aardappelgal (op eikenblad), de ananasgal (eikenbladknop) de knoppergal (eikels), en de de knikkergal (tak). Ook op de stam, de bloem en de wortel kunnen gallen voorkomen. Een bekende gal op de roos is de mosgal en een leuke gal op de iep die veel in de Haarlemmermeer voorkomt is de knotsgal(blad).
De reden waarom de eik zo populair is, is hoogst waarschijnlijk vanwege het feit dat de boom pas laat in het seizoen de bladeren verliest en dus tot laat in het jaar een (voedende) sapstroom heeft.
De plantengallen zijn met een los weefsel gevuld, dat

meestal door een verharde laag omgeven is. Het binnenste bestaat uit olie en eiwitrijke cellen die als voedsel dienen voor de larven. Als de larve dood gaat, houdt ook de groei van de gal op.

Bijzonder

: Gallen werden vroeger veel gebruikt voor het maken van looistof en inkt. Er leven veel parasieten van de galwespenlarven in de gal. Dat zijn dus hyperparasieten: parasieten op parasieten. Het geeft wel aan dat een gal een geliefd plekje is om in op te groeien. Overigens blijft de galwesplarve wel in leven, want deze levert immers het zo belangrijke groei-hormoon voor de gal, zolang hij leeft.

Waar

Een oplettende waarnemer kan overal gallen vinden. Voor een minder geoefende waarnemer is De Heimanshof of het bomenpad in het Haarlemmermeerse bos een goede start. Alle genoemde gallen en nog vele meer kunnen in de eiken, iepen en rozen worden aangetroffen.
Voorkomen: vooral in de zomer
Status: Geen speciale bescherming bekend

 gallenlensgaldetail

 HeksenboterandersHeksenboter20 jun 2007juni

Heksenboter, 20 jun 2007

 Heksenboter

Bij regenachtig en warm weer zijn de omstandigheden gunstig voor een wel heel bijzonder soort organisme. Het is zo bijzonder omdat het nog een dier-, noch een plant, noch een schimmel noch een bacterie is. De slijmzwammen, want daar hebben we het over, zijn een eigen ‘rijk’ in de indeling van de levende organismen. Het is onbekend hoeveel soorten slijmzwammen er zijn. Wel is het zo dat de meeste soorten over de hele wereld voorkomen en dat de meeste in rottend hout, turf en ondergronds leven. Slechts een paar soorten hebben een Nederlandse naam, zoals de hierbij afgebeelde ‘heksenboter’. Slijmzwammen kennen drie levensstadia. Uit sporen ontstaan microscopisch kleine eencellige organismen, die zich kruipend of zwemmend voortbewegen. Die voegen zich samen tot een rondkruipende kolonie. Dit plasmodium vormt als het droger wordt een vlies, waarop kussen- of knotsvormige sporenlichamen zitten. Daarin worden de sporen gevormd, waarmee de slijmzwammen zich verspreiden.

Bijzonder

: Slijmzwammen hebben vaak prachtige kleuren. In vroeger tijden werden ze om hun kleur verzameld en gebruikt

om er kleurstoffen, vaak helderrood (bloedweizwam) of geel (heksenboter) van te maken. Het plasmodium maakt dat slijmzwammen nergens anders in het dieren- of plantenrijk passen. Het bestaat namelijk uit een enorme in elkaar gevloeide massa van celmateriaal, zonder er in de massa celwanden bestaan. Het geheel ziet eruit een klodder slijm en kan zich gedragen als een gigantische amoebe, maar wel met miljoenen celkernen. Die zitten dus samen met elkaar binnen 1 reusachtige ‘cel’! Veelal huizen slijmzwammen in dode plantenresten, zoals vermolmd hout of dode bladeren, maar daar leven ze niet van. Het plasmodium omvloeit bacteriën en schimmels en voedt zich daarmee, terwijl het al kruipend een soort slakkenspoor achterlaat. Sommige soorten kunnen plasmodia vormen van wel een vierkante meter groot, maar de meest zijn een paar millimeter. Als dat over je tuinpad kruipt weet je niet wat er gebeurt!

Waar

: Slijmzwammen zijn helemaal niet zeldzaam. Hoe meer je zoekt op vermolmd hout, op half vergaan snoeihout, dor blad en composthopen, hoe meer soorten slijmzwammen je vindt. Sommige zoals de heksenboter vind je het hele jaar door, andere verschijnen in het voorjaar of in de zomer, de meeste in de herfst als er veel bacteriën en schimmels zijn, die helpen de vele dode plantenresten op te ruimen

Terugmeldingen

: geen Voorkomen: warm vochtig weer Status: onbekend

 cymbidiumandersNMEkassen16 dec 2006december

NMEkassen, 16 dec 2006

 cymbidium

Als het herfstig weer is, is er buiten aan planten relatief weinig te beleven, naast wat mossen, paddestoelen en een paar winterbloeiende struiken. Dat geldt niet voor een weinig bekende plek naast De Heimanshof: de NME kassen. NME staat voor Natuur- en Milieu Educatie. De kassen vormen deel van het centrum waar per jaar zo’n 7000 schoolkinderen natuurpuzzeltochten bezoeken. Naast de ontvangstruimte (met de NME mascotte: papagaai Jacob, die al 33 jaar oud is) bestaat het kassencomplex uit nog drie ruimtes. De eerste ruimte heeft een Mediterraan klimaat, de 2e een tropisch klimaat en de 3e is als woestijn ingericht. Zowel in de tropische als de woestijnkas komen er een heleboel soorten voor, die juist gaan bloeien in een koele periode. Daarom zijn in deze

periode van het jaar een aantal prachtige (tropische) orchideeën te bewonderen en staan ook een aantal cactussen en vetplanten in volle bloei. Van de orchideeën zijn het Venusschoentje en de Cymbidium (foto) vermeldenswaard. Van de cactussen en vetplanten bloeien de olifantsoor, de lidcactus, de theeboom en de bekende huiskamerplant Dikblad of Jadeplant, die juist in de warme huiskamer(vrijwel) nooit tot bloeien komt. In de mediterrane kas bloeit de Mirre bijna.

Bijzonder

Zowel orchideeën als vetplanten en cactussen zijn vaak armoede-bloeiers. Zo mag de grond mag niet te rijk zijn en mogen ze niet te veel water hebben. De Cymbidiums gaan b.v de hele zomer naar buiten zonder dat ze (extra) water krijgen. Pas in de herfst gaan ze de kas in en krijgen dan regelmatig water, waarop ze reageren door uitbundig te gaan bloeien.

Waar

De NME kassen liggen tussen De Heimanshof en het kantoor van Buurtbeheer van Rayon 2 en 3 aan de Wieger Bruinlaan 7.

 kersbomenkersenbomen14 mrt 2020maart

kersenbomen, 14 mrt 2020

 kers

Als deze column in de krant komt, is het is nationale boomfeestdag. Een boomsoort die dan net gaat bloeien is dan een goed onderwerp. De nationale boomfeestdag weliswaar afgelast, maar de MEERGroen boomweggeefactie zeker niet. Met Nldoet hebben we lekker in de buitenlucht in een verwaarloosd landgoed en op het Groene Carre Zuid nog resp. 20.000 en 8000 boompjes verzameld. Daarmee is het aantal beschikbare boompjes op 110.000 gekomen, van 95 soorten. En tot 4 april staan die klaar voor iedereen die zijn tuin en/of terrein natuurvriendelijker wil inrichten of die klimaatbossen wil aanleggen. Urgenda en de Caring Farmers hebben die boodschap goed opgepikt en nemen er al 50.000 af. In dat aanbod zitten ‘bulksoorten zoals wilg ,esdoorn en berk, maar ‘verder vooral soorten met een meerwaarde aan bloemen en bessen. Een daarvan is de

kers.

Bijzonder

Er zijn 2 soorten kersen. Alle prunussen zijn herkenbaar aan de horizontale lenticellen op de schors (foto). De zoete kers is een grote boom, die overal in de Haarlemmermeer te vinden is en waar insecten en vogels goed weg mee weten: zelden komt er een (wilde)kers bij mensen terecht. De zure kers of kriek is een heel ander verhaal. Dat is een kleine boom of struik tot ca 5 m, die nog uitbundiger bloeit dan de zoete kers, en zoveel kersen maakt dat de vogels het niet bij kunnen benen! Van de boompjes ik die ik zelf in mijn tuin heb, kan ik van de 30 kilo kersen elk jaar nog 10-15 kilo voor eigen gebruik oogsten: lekker om jam of wijn van te maken. De Belgen maken er Geuse of kriekenbier van. Van beide soorten hebben we tientallen exemplaren beschikbaar in de boomweggeefactie die vanaf 18 maart op de voedseltuin in park 2020 beschikbaar zijn (met infobalie. Niet op vrijdag en zondag). De volledige lijst met soorten en aantallen staat op de MEERGroensite.

Waar

De Voedseltuin van Park2020 ligt oostelijk van station Hoofddorp in het kantorenpark tussen de Taurusdreef ende Scorpiusdreef en is herkenbaar aan de kas.

 RobiniabomenRobinia of Valse Acacia29 feb 2020februari

Robinia of Valse Acacia, 29 feb 2020

 Robinia

Op 18 maart is de nationale boomplantdag. Bomen planten is een van de manieren om zoveel mogelijk CO2 uit de lucht vast te leggen om klimaatverandering tegen te gaan: maar dan moet je die boom wel minstens 50-100 jaar laten staan. En dat is in onze stedelijke samenleving niet echt de gewoonte. Ook MEERGroen doet elk jaar van harte mee aan de boomfeestdag. En dat doen we in de vorm van de boomweggeefactie: we verzamelen nl al vanaf 2008 talloze zaailingen die met een beetje kennis en wat inzet overal voor het oprapen staan. En die maken we gratis voor iedereen die zijn tuin of terrein natuurvriendelijker wil inrichten beschikbaar. Vorig jaar waren dat er 25.000. En dit jaar staan er al 40.000 van 90 soorten klaar en met een beetje geluk komen we aan 60- 80.000 stuks. Een groot deel wordt geplant in klimaatbossen. Bomen planten is niet de structurele oplossing voor het klimaatprobleem,

maar als we 100 miljoen km2 nieuw bos geeft dat wel 50-100 jaar extra tijd om die fossielvrije samenleving op gang te brengen.

Bijzonder

De ene boomsoort is daarbij waardevoller dan de andere. Zo is de esdoorn ecologisch gezien niet erg waardevol, maar het is wel een super boom om veel CO2 vast te leggen: hij leeft honderden jaren en op elke bodem. Kruisbessen, en vlinderstruiken zijn weer nuttig voor bessen en nectar en zo heeft elke soort wel iets. Een van de interessantste soorten is de Robinia of Valse Acacia. Het is een prachtige boom die als hij oud is, diepe groeven in de bast krijgt, hij bloeit uitbundig, wat goed is voor insecten (zie op begraafplaats Iepenhof in Hoofddorp). Uniek is dat hij hier groeit en hout van tropisch hardhout kwaliteit oplevert: 25 jaar onbeschilderd buiten kan het hebben. Die moeten we veel meer aanplanten om niet langer de regenwouden leeg te hoeven kappen.

Waar

Kom maar kijken wat er vanaf 18 maart op de voedseltuin van Park2020 klaar staat: voor honderdduizenden euro’s aan gratis plantmateriaal uit de natuur.