bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Gewone Es, 10 okt 2020

 es

Es

De es is met de populier een van de karakteristieke bomen van deze polder. Overal langs wegen is hij aangeplant en ook zaait hij zich goed uit. De es heet in het latijn Fraxinus excelsior omdat hij als hij de kans krijgt heel hoog (wel 60m) kan worden. Maar een boom zijn gang laten gaan, is niet aan onze poldergenoten besteed. Ik ken er geen een, die ook maar in de buurt van deze hoogte komt. De meesten worden al lang daarvoor gekapt. Essen, net als esdoorns hebben nu zaden met vleugels eraan. De es maakt losse zaden met 1 vleugel, de esdoorn paren met 2 vleugels. Die worden lekker ver met de wind mee genomen.

Bijzonder

Er is vele bijzonders te vermelden over de es. Zo heeft deze boom de laatste 10 jaar te lijden van een nieuwe ziekte: De essentaksterfte. Dat is een nieuwe schimmel die bv in de Flevopolder halve bossen doet afsterven. Leuker

is dat de es heel mooi recht en sterk hout met grote trekkracht levert, waarmee gereedschapsstelen (hamer, spade en ook speren) werden en worden vervaardigd. Zo heeft elke houtsoort zijn eigen karakteristieken en toepassingsmogelijkheden. Ook leuk is dat een es de oudste boom van de polder is. Deze polder is in 1852 drooggelegd en de oudste essen die altijd in deze polder gestaan hebben, zijn minstens 330 jaar oud (van 1701).Ze staan rond de eendenkooi Stokman. Hoe het kan dat ze ouder zijn dan de polder is omdat (dijken van) de ringvaart niet in het water van het meer gebouwd konden worden. Er is dus overal een strook land en in dit geval een schiereiland in de polder meegenomen. En ze staan daar niet voor niets. Essen zijn net als wilgen nl heel goed te knotten. En als je ze om de 10 jaar knot heb je heel mooi haard hout of hout voor palen. Daarom werd er in het verleden al essenhakhout op dijkjes geplant die met hun wortels de dijken bij elkaar hielden .

Waar

Essen zijn oer Hollandse bomen. De gedijen goed in onze natte klei en veen. Ze staan vaak in moerassen of aan sloot kanten, maar ze zijn ook vaak langs wegen en in de bebouwde kom aangeplant.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 9 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 distelvlindervlindersDistelvlinder19 aug 2013augustus

Distelvlinder, 19 aug 2013

 distelvlinder

Vorige week was het nationale tuinvlindertelling. De planning daarvan had niet beter kunnen zijn na 4-5 weken prachtig ‘insecten’ weer. In geen 10 jaar tijd had ik zoveel vlinders gezien als in deze week. In De Heimanshof telde ik 16 soorten met in totaal ca 250 exemplaren in een half uurtje. Persoonlijk was ik het meest geraakt door de grote aantallen distelvlinders die er dat weekend opdoken. De naam distelvlinder komt van het feit dat de waardplant voor hun rupsen veelal bestaat uit verschillende soorten distels, zoals de akkerdistels, de kale jonker of de speerdistel. Maar de rupsen eten ook van klissen, brandnetels of zonnebloemen. Ook als nectar plant zijn distels geliefd.

Bijzonder

Er zijn, zoals altijd, allerlei strategieën die vlinders gebruiken om te overleven. Sommige vlinders zoals

het Icarusblauwtje blijven altijd dichtbij de plek waar hij als rups geboren wordt. Dat zijn standvlinders. Een heel ander strategie wordt gevolgd door de trekvlinders. De distelvlinder is daarvan een voorbeeld, net als de Atalanta of de kolibrievlinder.

Waar

De meeste distelvlinders die wij in Nederland zien zijn geboren in Centraal Afrika of Noord Afrika. Ze leggen dus voor deze kleine wezens onvoorstelbare afstanden af. Daarbij moet wel gezegd worden dat ze gebruik maken van de wind. Elk jaar zijn er distelvlinders, maar om de 8-10 jaar is er een massale invasie. En dat gebeurt vaak gelijktijdig met het neerdalen van Sahara stof. De aantallen vlinders zijn vooral afhankelijk van jaren met veel regenval in Afrika rond de Sahara. Distelvlinders leggen onderweg eieren waaruit nieuwe generaties vlinders voortkomen tot in Noord Scandinavië . In de herfst gaat de trek in omgekeerde richting, ook geholpen door gunstige winden. Maar vele vlinders vinden de weg niet tijdig terug en komen om. Overwinteren kunnen ze bij ons niet. Alleen de vlinders die in Noord of Centraal Afrika terugkomen zorgen voor een nieuwe generatie voor het volgende jaar.

 wilgenhoutvlindervlindersWilgenhoutvlinder26 feb 2012februari

Wilgenhoutvlinder, 26 feb 2012

 wilgenhoutvlinder

De meeste insecten worden vernoemd naar de volwassen verschijningsvorm ('imago'). Maar bij een niet onaanzienlijk aantal soorten is het imago een zeer kort levende 'omhulling', die alleen dient om te paren en eieren te leggen. Deze kortlevende imago's eten bv niet eens meer, terwijl hun rups of larve jarenlang leeft. Dat is bv het geval bij de wilgenhoutrups. Onze polder is een zeer geschikt biotoop van deze soort, maar pas vorige week kwam ik hem (massaal) tegen op een erf op mijn zoektocht naar bijzondere bomen. De wilgenhoutvlinder is een soort die hoort bij de houtboorders. Zijn rupsen leven in hout van allerlei soorten loofbomen. In dit geval in zwarte elzen van een aanzienlijke leeftijd. De rupsen vreten zich een jaar of 3-5 lang door het hout, verpoppen regelmatige en overwinteren een aantal jaren. Soms verwisselen ze ook van boom en kun je de vingerlange en -dikke rupsen over de weg zien lopen. Meestal in mei.(Zie inzet) De vlinders vliegen in één generatie ergens tussen april en augustus. De individuele vlinders leven niet langer

dan 8-10 dagen

Bijzonder

De boorgaten van de wilgenhoutvlinderrupsen kunnen makkelijk onderscheiden worden van andere boorders. De rups geeft nl een karakeristieke azijnachtige geur af. Om deze geur werd deze rups wel als lekkernij gegeten. Als je hem zou willen beetpakken moet je een beetje oppassen. Want zijn sterke kaken kunnen een flinke beet bezorgen, want met deze kaken vreet de rups zich een weg door wilg, populier, els en ook wel door eikenhout. De vlinder legt eieren laag op de stam en het liefst bij beschadigingen van de bast. De kleine en de grote rupsen zouden (bijna) niet door bast heen kunnen vreten.

Waar

De wilgenhoutvlinders komt voor bij rivieroevers, moerassen, bosranden, en graslanden, met een duidelijke voorkeur voor een vochtige omgeving. Het is een vrij algemene soort die verspreid over het hele land voorkomt, vaak in polderlandschappen en meer in het westen van het land dan in het oosten.

 wilgenhoutvlinderrrups

 agaatvlindervlindersAgaatvlinder10 sep 2011september

Agaatvlinder, 10 sep 2011

 agaatvlinder

De herfst lijkt al in volle gang en met al die regen verwacht je nauwelijks meer insecten te zien. Maar er zijn soorten die zich ook in kil weer en zelfs in de winter goed kunnen handhaven en actief blijven. Een van die soorten is de agaatvlinder. Dat is een nachtvlinder die ook overdag actief is. De vlinder is het gehele jaar waar te nemen, maar er zijn twee pieken in de vliegperiode: april tot juni en augustus tot oktober. Ook de rups is het gehele jaar aan te treffen. De rups is een echte alleseter, die voorkomt in een groene vorm en een bruine vorm. Hij wordt ca. 4 cm lang en 6 mm dik Waardplanten van de rups zijn vooral brandnetel, dovenetel, zuring. Maar ook op ooievaarsbek, winde, framboos en wilg komt de rups voor. Overdag rust de agaatvlinder onbeschut op muren en paaltjes of in de vegetatie. Daarbij vertrouwd hij op zijn prachtige schutkleur (zie foto), waardoor hij er uit ziet als een verdord blaadje.

Bijzonder

Zowel de vlinder, pop en rups

kunnen in Nederland de winter overleven. Veel rupsen, poppen en volwassen insecten komen in de winter en tijdens natte perioden om door verdrinking of verschimmeling. Doordat de rups van de agaatvlinder in de winter actief blijft, is de soort minder gevoelig voor biotopen die "s winters onder water staan. Dat draagt met zijn niet kieskeurige voedselvoorkeur eraan bij dat deze vlinder zo algemeen is. Tijdens milde winterdagen gaat de rups door met foerageren. De verpopping vindt gewoonlijk plaats in een cocon in de grond; soms in een voeg in een muur.

Waar

De agaatvlinder is een vrij algemene soort, die in Nederland op allerlei grondsoorten voorkomt. Vooral in meer vochtige gebieden, maar ook in de steden (onder andere in tuinen en parken). De vlinders vertonen zowel zwerf- als trekgedrag. De agaatvlinder trekt jaarlijks in wisselende aantallen in het voorjaar vanuit het Middellandse Zeegebied naar het noorden. Een deel van de vlinders trekt in de herfst weer terug naar het zuiden.

 agaatvlinder2

 witvlakvlinder3manvlindersWitvlakvlinder 3 mannetje14 jul 2011juli

Witvlakvlinder 3 mannetje, 14 jul 2011

 witvlakvlinder3man

Direct nadat een vrouwtje uit de pop komt, begint zij met het verspreiden van feromonen (sekslokstoffen). Deze worden door de mannetjes met hun sterk geveerde voelsprieten opgemerkt (zie foto). Door tegen de wind in te vliegen en zo een steeds hogere concentratie van de feromonen te meten, zijn de mannetjes in staat om de vrouwtjes al van grote afstand te vinden. Meestal paart een wijfje al binnen een kwartier nadat zij ontpopt is. Doordat witvlakvlinders kort leven is het van belang om alle eitjes zo snel mogelijk af te zetten. Bij soorten die wel voedsel kunnen opnemen zijn de eitjes vaak nog niet volledig ontwikkeld als het wijfje uitkomt. Deze strategie zie je vooral terug bij soorten die afhankelijk zijn van één voedselplant (en van deze soort dus verschillende exemplaren moeten zoeken). Iedere strategie heeft zijn voor-

en nadelen. Een van de voordelen van de levensstrategie van de witvlakvlinder is dat er veel grote eitjes met veel reservevoedsel afgezet kunnen worden in korte tijd. Wanneer de omstandigheden ongunstig zijn, kan de rups toch overleven doordat het ei veel reservevoedsel bevat. Omdat de eitjes in een korte periode afgezet worden, is de kans dat ze sneuvelen, doordat bijvoorbeeld het vrouwtje opgegeten wordt, relatief klein. Nadelen zijn dat de eitjes niet op een geschikte plek afgezet worden en dat de eitjes niet verspreid worden, maar allemaal op dezelfde plek terechtkomen. De levenswijze van de rupsen is afgestemd op deze manier van ei-afzetten. De rups is niet kieskeurig, verspreid zich met de wind en eet van veel loofbomen en struiken, waaronder berk, hazelaar en wilg. Hierdoor is de kans op het vinden van geschikt voedsel erg groot.

Waar

De witvlakvlinder kotm voor van van Noord-Spanje, via heel West- en Midden-Europa tot in Oost-Azië. In het zuiden in Italië en op de Balkan; Naar het noorden tot IJsland en Scandinavië, ook boven de poolcirkel. In Canada en Chili is hij met mensen meegereisd.

 wtvlakvlinder1rupsvlindersWitvlakvlinder 1 rups25 jun 2011juni

Witvlakvlinder 1 rups, 25 jun 2011

 wtvlakvlinder1rups

Uit Nieuw-Vennep kwam de melding van de zeer fraaie op de foto afgebeelde rups. Vanwege het exotische uiterlijk en het feit dat deze op een paprikaplant was aangetroffen dacht ik in eerste instantie aan een buitenlandse soort. Tot mijn niet geringe verrassing kon prof. Ernst, die mij al eerder bij lastige insectenvragen geholpen heeft, de rups thuisbrengen als een Nederlandse nachtvlinder: de witvlakvlinder. Deze vlinder is niet zeldzaam, maar uit de Haarlemmmermeer is hij niet eerder gerapporteerd. Mijn zoektocht naar wetenswaardigheden leverde genoeg materiaal op voor 3 columns. De vlinders vliegen van mei tot ver in oktober. Normaliter vindt de overwintering plaats in het ei-stadium, maar soms ook in het popstadium.

Bijzonder

Veel mensen denken

bij vlinders zelden aan de rups, maar je kunt de vlinder ook zien als de manier van de rups om zich voort te planten. De rupsen van de witvlakvlinder zijn in staat om zich over vele honderden meters te verspreiden. Ze maken hierbij gebruik van de wind. Pas uitgekomen rupsjes hebben al lange haren en beginnen direct na het uitkomen met het spinnen van lange draden. De rupsjes laten zich aan deze draden, als een soort pluisjes, meevoeren door de wind en verspreiden zich op die manier. Bij de witvlakvlinder is het opvallend dat de eitjes niet allemaal tegelijkertijd uitkomen; sommige eitjes komen al enkele weken na de bevruchting uit, andere pas vele weken later. Dit is een voorbeeld van risicospreiding. De rupsen van de familie van de donsvlinders, waartoe ook de witvlakvlinder behoort, hebben allemaal op segment 6 en 7 van het achterlijf aan de rugzijde een klier. De functie van deze klier is onbekend. Het zou met afweer tegen predatie te maken kunnen hebben. Ook wordt gedacht dat de klieren een stof produceren die voor verharding van de haren zorgt, wat weer gunstig zou zijn voor de windverspreiding. Het is in ieder geval opmerkelijk dat de klieren uitgestulpt worden bij aanraking. Volgende week deel 2

 witvlakvlinder2vrouwvlindersWitvlakvlinder 2 vrouwtje21 jun 2011juni

Witvlakvlinder 2 vrouwtje, 21 jun 2011

 witvlakvlinder2vrouw

Deel 2 van 3: Bij sommige soorten vlinders vindt verspreiding plaats in het rupsstadium en is de volwassen vlinder alleen verantwoordelijk voor het maken van nageslacht. Bij de witvlakvlinder is deze strategie zeer ver doorgevoerd. Volwassen witvlakvlinders kunnen geen voedsel opnemen omdat zij geen bruikbare roltong meer hebben. Ze teren op de vetreserves die in het rupsstadium zijn opgebouwd. De vrouwtjes zijn ook nog eens vleugelloos en hebben een dermate dik lichaam - vol met eitjes - dat ze zich nauwelijks kunnen verplaatsen (zie foto) . Het verspreiden van de eitjes door de vrouwtjes is hierdoor onmogelijk. De plek waar de eitjes afgezet worden, moet niet alleen voldoende bescherming bieden aan de eitjes, maar later ook voedsel en bescherming aan de jonge pas uitgekomen

rupsjes. De meeste vlindervrouwtjes zijn erg kieskeurig als het gaat om geschikte ei-afzet locaties. Er zijn ook soorten die het minder nauw nemen en de eitjes bijvoorbeeld gewoon tijdens de vlucht uitstrooien boven de vegetatie. Vrouwtjes van de witvlakvlinder zetten meestal alle eitjes af op de cocon waar ze uitgekomen zijn en beginnen daar al vrij snel na de paring mee. Wat direct opvalt bij deze eitjes is dat ze groot zijn voor een vlinder en ook dat er veel eitjes worden afgezet. Grote eitjes bevatten meer reservevoedsel en daardoor kan het uitgekomen rupsje enige dagen zonder voedsel overleven. Nadeel van grote eitjes is natuurlijk dat er minder eitjes in het lichaam van het vrouwtje passen. Ook neemt het vliegvermogen sterk af naarmate er meer (zware) eitjes in het lichaam worden meegedragen. Bij de sommige vlinders zijn vrouwtjes zo zwaar dat zij de eerste lading eitjes meestal klakkeloos afzetten (om gewicht te verliezen) en daarna pas vliegend op zoek gaan naar echt geschikte locaties om de overige eitjes af te zetten. Dergelijke strategieën zie je vooral terug bij kortlevende vlindersoorten die niet over een werkende roltong beschikken.

 koninginnepagevlindersKoninginnepage28 mei 2011mei

Koninginnepage, 28 mei 2011

 koninginnepage

9 mei was een bijzondere dag voor de natuur in De Haarlemmermeer. Behalve de draaihals van vorige week, werden er zoveel bijzondere soorten gemeld, dat ik er nog weken mee vooruit kan. Vandaag de Koninginnepage. Een van de grootste en mooiste vlinders van ons land, en de Koninginnepage die in de buurt van de Heimanshof werd waargenomen, was de eerst in heel West-Nederland van dit jaar. De Koninginnepage plant zich voornamelijk voort in droge of vochtige graslanden, maar in ook in moestuinen. De wijfjes zetten de eitjes af op jonge bladeren van verschillende schermbloemigen zoals gecultiveerde en wilde peen, engelwortel, pastinaak, venkel, melkeppe en kleine bevernel. De vlinder vliegt in 2 generaties per jaar: de 1e vliegt van eind april tot eind juni (met een piek in mei) en de 2e van eind juni tot eind augustus.

Bijzonder

Pas uitgeslopen rupsen lijken op vogeluitwerpselen en eten van de bovenkant van de bladeren. Vanaf het vierde rupsenstadium

krijgt de rups haar typische kleuren (groen met zwarte banden en oranje stippen). Als de rupsen verstoord worden, tonen ze een oranje klier die zowel met de oranje kleur als met de geur predatoren probeert af te schrikken. De mannetjes komen meestal voor de wijfjes uit de poppen. Een typisch gedrag van de koninginnepage is hill-topping (heuveltoppen), waarbij mannetjes het hoogste punt in de omgeving opzoeken om daar wijfjes te ontmoeten voor de paring. Op zonnige dagen kunnen op een dergelijk hoog punt tientallen vlinders gezien worden die naar de top van een heuvel vliegen.

Waar

Het areaal van de Koninginnepage strekt zich uit van Noord-Scandinavië tot Noord-Afrika en van West-Frankrijk tot Japan. De soort is vooral te vinden in bloemrijke graslanden in heuvelachtige streken zoals de Ardennen en in Limburg. Aangezien de Koninginnepage een goede vlieger is, wordt ze ook buiten deze gebieden regelmatig waargenomen, maar is het elders in Nederland het een vrij zeldzame soort.

 koninginnepage2

 pauwoogpijlstaarthhofvlindersPauwoogpijlstaart19 jun 2010juni

Pauwoogpijlstaart, 19 jun 2010

 pauwoogpijlstaarthhof

Komende zaterdag houden we op De Heimanshof met de Jeugdclub en belangstellenden een nachtvlindernacht. Zie voor meer informatie elders in deze krant of op de Heimanshof website. Het verhaal van onze vlinder van deze column begint bij de nachtvlindernacht van vorig jaar. Toen brachten een aantal leerlingen van de Klippeholm een vingerdikke rups, waarvan wij toen dachten dat het een ligusterpijlstaart was. Deze rups heeft zich verpopt in een terrarium en werd recentelijk wakker als vlinder door het meizonnetje. Het duurde 2 dagen voor zijn vleugels waren opgepompt. En tot die tijd leek hij niet op een ligusterpijlstaart maar op een populierenpijlstaart. Toen dit proces afgerond was en wij hem wilden fotograferen voor zijn vrijlating, werd hij onrustig en liet daardoor zijn ware aard zien: 2 prachtige oogvlekken op zijn ondervleugels: het was dus een pauwoogpijlstaart! Dit verhaal

illustreert dat het bij nachtvlinders niet zo makkelijk is om de soort te bepalen. Gelukkig hebben we de hulp van een paar experts, zowel bij de vangsttechnieken als bij de determinatie van de soorten.

Bijzonder

De Pauwoogpijlstaart heeft in Nederland meestal van april tot eind augustus één generatie. De vlinder heeft i.t.t. andere vlinders geen roltong en kan dus geen voedsel opnemen. Alle reserves worden opgebouwd in het rupsstadium. De vlinders vliegen in de avondschemering, en laten zich overdag niet of nauwelijks tot opvliegen bewegen en zijn dus goed te bekijken. De voornaamste waardplanten van de pauwoogpijlstaart zijn wilg, populier, sleedoorn, fruitbomen en vogelkers.

Waar

De pauwoogpijlstaart komt voor in de buurt van rivierbeddingen, moerassen en vochtig grasland waar waardplanten als de wilg in ruime mate voorkomen. Het zijn vaak lokale populaties waarvan het nageslacht zich niet van de betreffende plek verplaatst. De vlinder is wijdverspreid in Europa en Klein-Azië. De pauwoogpijlstaart is de afgelopen 20 jaar niet in de Haarlemmermeer en rond Amsterdam gemeld.

 ligusterpijlstaartrupsvlindersLigusterpijlstaart23 aug 2009augustus

Ligusterpijlstaart, 23 aug 2009

 ligusterpijlstaartrups

Morgen, 28 augustus is het nationale nachtvlindernacht. Ook bij De Heimanshof kunt u terecht van 21-24 uur om zich in de wereld van de 2000 Nederlandse soorten nachtvlinders te verdiepen en als extra doen we er de vleermuizen ook nog bij (neem zaklantaarn mee). Bij zo´n nachtvlindernacht hoort een column over een (aansprekende) nachtvlindersoort. Ik werd op mijn wenken bediend door Job Bresser en Tobias Smits van de Klippeholmschool, die deze week een enorme rups van wel bijna 8 cm lang vonden ´met op zijn kont een stekel´(zie foto). Dit was de rups van één van onze grootste vlinders: de ligusterpijlstaart die een spanwijdte van 9-12 cm kan hebben. Deze rupsen kunnen gevonden worden van juli tot begin november. Onze rups was uitgevreten van zijn waardplant (liguster, sering, es, sneeuwbes, Gelderse roos, moerasspirea of vlier) en zocht naar een stukje zachte grond, om zich op een diepte tot 30 cm te verpoppen. Dit popstadium duurt tot mei of soms zelf nog een jaar langer. Op De Heimanshof heeft de rups zich in een bak onmiddellijk ingegraven. Morgen gaan we kijken hoe de pop eruit ziet. De vlinders vliegen ´s nachts van half mei tot begin september in één generatie en kunnen soms

overdag op verticale objecten worden aangetroffen.

Bijzonder

Zoals alle pijlstaartvlinders hebben zij een lange roltong en bezoeken vooral diepe bloemen (waar andere insecten niet bij kunnen), die ´s nachts bloeien en geuren zoals kamperfoelie, tabak, zeepkruid, Phloxen, teunisbloem, gele lis, rhododendrons, azalea´s, slangenkruid, e.d. Kenmerken van "pijlstaartbloemen" zijn behalve diepliggende nectar en nachtelijke bloei ook een lichte bloemkleur en een sterke geur. Nachtvlinders vinden hun nectarplanten via hun reukzin. Sterk geurende bloemen kunnen vlinders van grote afstand naar de bloem lokken en licht gekleurde bloemen zijn ´s nachts bij het minste maanlicht nog duidelijk waar te nemen. Het bloembezoek vindt vooral in het eerste uur na zonsondergang plaats maar ook wel ´s ochtends.

Waar

De ligusterpijlstaart komt voor in heel Europa en heeft een voorkeur voor graslanden, open bossen, tuinen en moerassen. Het is een relatief vaak voorkomende soort in het grootste deel van het land, maar wordt in Drenthe, Overijssel, Gelderland en Noord-Brabant minder gezien dan elder

 ligusterpijlstaartgroot

 landkaartjeonderkantvlindersLandkaartje26 jul 2009juli

Landkaartje, 26 jul 2009

 landkaartjeonderkant

De eerste associatie met insecten van veel mensen is ´eng´ tot ´steekt´ of ´jeukt´. Dat de meeste insecten eerder een oordeel verdienen als ´fascinerend´ of ´nuttig´ heb ik al vaker proberen te onderstrepen. U kunt dit zelf op het insectenpad in het Haarlememrmeerse Bos constateren. Gelukkig zijn er ook insectengroepen die aan dit oordeel ontsnappen en de vlinders is daar één van. Dat vlinders heel populair zijn blijkt uit de aandacht voor vlindertuinen, maar ook aan de grote aantallen mensen die aan vlindertellingen meedoen. Dit weekend (1 en 2 augustus) is er een grote landelijke tuinvlindertelling waar iedereen aan mee kan doen. Ik roep iedereen hierbij op om daaraan mee te doen en de vlinderpopulatie van onze polder ´op de kaart´ te zetten. Alle informatie vindt u op www.vlindermee.nl. Een van de vlinders die u daarbij kunt tegenkomen is het landkaartje. Het is een dagvlinder uit de familie van de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders. Het landkaartje dankt zijn naam aan het netwerk van lijnen op de onderkant van zijn vleugels (zie foto 1). De waardplant van de rupsen is de brandnetel. De eitjes worden in snoertjes aan de onderkant van de bladeren gelegd.

De rups van het landkaartje is zwart met roodbruine doorns. Ook de verpopping vindt op de waardplant plaats. De pop overwintert.

Bijzonder

Het landkaartje komt voor in twee totaal verschillende vormen. De eerste generatie in het voorjaar (eind april tot juni) is oranjerood (zie foto 2) met zwarte vlekken terwijl de zomergeneratie (eind juli tot oktober) zwart is met een witte band (zie foto3) . De zomervorm vliegt op dit moment. Het landkaartje is één van de dagvlindersoorten die de laatste decennia algemener zijn geworden.

Waar

Het landkaartje komt voor in gemengd bos, zoals stedelijke parken en tuinen als daar maar brandnetels staan. Er bestaan trekvlinders (die van Afrika komen), zwerfvlinders(die het hele land doortrekken) en standvlinders. Het landkaartje is van het laatste type en vliegt niet ver van waar hij uit de pop komt. Op de Heimanshof zit er al 2 weten een stel op een vaste plaats. Het is een vrij algemeen soort van heel Europa, die het ook in Nederland goed doet. De soort heeft zijn leefgebied weten uit te breiden van alleen het oosten en zuiden van Nederland (vroeger) tot het gehele land (nu).

 landkaartjevorm2

 kleinewintervlindervlindersKleine Wintervlinder20 dec 2008december

Kleine Wintervlinder, 20 dec 2008

 kleinewintervlinder

Bij insecten denkt iedereen aan warme dagen. Toch zijn er het hele jaar door insecten waar te nemen, ook bij koud en nat weer. Zo zijn de gallen van galwespen, zoals de knikkergal op de eik juist in de winter beter te vinden. Maar ook zijn er midden in de winter, verrassend genoeg, nog actieve insecten te vinden. Deze week gaan we het hebben over de kleine wintervlinder die op dit moment vrij algemeen is waar te nemen in de bebouwde kom. Het is een nachtvlindertje van ongeveer 1.5 cm lang met weinig spectaculaire kleuren (zie foto). Op de foto is de beharing goed te zien waarmee ze de, voor insecten, barre temperaturen in de winter kunnen weerstaan. Rupsen van de kleine wintervlinder zijn te vinden van april-juni. Als ze volgroeid zijn laten zich aan een zijden draad op de grond zakken, waarna ze zich in een stevige cocon verpoppen. De soort overwintert als ei op een twijg of in een bastspleet dicht bij een bladknop. De mannetjes vliegen meestal pas uit na de eerste nachtvorst vanaf oktober tot en met december. Ze vliegen hoofdzakelijk in de avondschemering bij

vochtig en nevelig weer en bij een temperatuur net boven 0°C. Tijdens zachte winters vliegen ze soms tot half januari. De vlinders zijn vaak op verlichte vensters aan te treffen. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes kunnen in het donker rustend of omhoog kruipend op boomstammen worden waargenomen.

Bijzonder

Alleen de mannetjes van de kleine wintervlinder kunnen vliegen. De vrouwtjes hebben alleen vleugelstompjes en kruipen wat rond op takken, tot de mannetjes ze vinden en bevruchten. De mannetjes nemen de vrouwtjes tijdens de paring soms mee in de vlucht. De kleine wintervlinder is één van de vlinders die verantwoordelijk is voor de "rupsenpiek" in het voorjaar, die ervoor zorgt dat zangvogels na de trek en voor hun jongen aan extra veel voedsel kunnen komen. Door stijging van de temperatuur bleken, op zeker moment, de rupsen echter al uit het ei te komen voordat er blad aan de bomen was, waardoor deze rupsen stierven door gebrek aan voedsel. Andere rupsen die later uitkwamen hadden meer geluk en hebben de soort behoed voor uitsterven.De rupsen kunnen in sommige jaren, door hun grote aantallen, schade veroorzaken aan vruchtbomen

Waar

De kleine wintervlinder komt in heel Nederland voor in tuinen, parken, loofbossen, boomgaarden en andere lommerrijke gebieden.

 kleine vuurvlindervlindersKleine Vuurvlinder7 sep 2008september

Kleine Vuurvlinder, 7 sep 2008

 kleine vuurvlinder

Tijdens een rondleiding op het insectenpad met een schoolklas in het mooie weekend van 28-31 augustus, zagen we naast tientallen Icarusblauwtjes en andere bekende vlinders ook 4 mooie onbekende oranje vlindertjes. Nader onderzoek leerde, dat het ging om de kleine vuurvlinder. Deze heeft als waardplant (waar zijn rupsen van eten) schapenzuring en veldzuring. In de voorjaarsgeneratie (mei t/m juni) zetten de wijfjes de eieren af op schapenzuring en soms op veldzuring in hoge vegetatie. De wijfjes van de 2e generatie (juli t/m oktober) gebruiken kleine planten van schapenzuring in vrij korte, schrale vegetatie. De eiafzet gebeurt alleen bij volle zonneschijn aan de onderkant van het blad. Zodra een wolk schaduw geeft, wordt de eiafzet gestaakt. De rupsen eten alleen van de onderzijde van het blad . Van de bovenzijde van het blad zijn de vraatsporen als kleine venstertjes te zien. Om te overwinteren, spint de rups een zijden kussentje op de stengel of een blad, dat ze af en toe verlaat om zich, tijdens perioden met zachtere temperaturen, te voeden. De volgroeide rups verlaat de

waardplant om te verpoppen in de strooisellaag of op een dood blad. Daarom is maaien van korte vegetatie funest voor het handhaven van een populatie van de Kleine vuurvlinder.

Bijzonder

In de Haarlemmermeer werd deze soort maar heel af en toe waargenomen. Het gaat dan waarschijnlijk meestal om exemplaren die door de overheersende ZW wind uit de duinen is ‘overgewaaid’. Het feit dat er op het insectenpad (aan de ‘duinkant’ van het Haarlemmermeerse Bos) 4 exemplaren zijn waargenomen zou er op kunnen wijzen dat een aantal ‘overgewaaide exemplaren’ ook bij ons levensmogelijkheden hebben gevonden. De schrale bermen van de N201 ter plaatse en het inrichten van natuurstroken langs de IJtocht en bij het insectenpad, zouden hier mede debet aan kunnen zijn.

Waar

De kleine vuurvlinder is een vrij algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt, maar meestal niet in grote aantallen. Op de verspreidingskaart van de Vlinderstichting staan er voor deze vlinder in alle poldergebieden met vette kleigrond grote witte vlekken en zo ook in de Haarlemmermeer. De soort heeft namelijk een voorkeur voor vrij open en meestal droge gebieden, zoals schrale plekken op de zandgronden in graslanden, heidevelden, kapvlakten, duinen, braakliggende gronden, tuinen en bermen.