bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Steenhommel, 29 mrt 2020

Het voorjaar vordert gestaag. Er zijn al weer talloze bloemen uitgebloeid zoals sneeuwklokjes, krokussen en narcissen en vele soort uien en de eerste planten zonder reservevoedsel uit bollen zoals longkruid en madeliefjes bloeien al. Dat lokt insecten uit hun winterslaap. In maart zijn de katjes van de wilgen de belangrijkste voedselbron. Die katjes leveren stuifmeel als eiwitbron voor jonge bijen. Dat stuifmeel wordt in april aangevuld met nectar van bv de sleedoorn, fruitbomen en daarna de meidoorn. Pas na de meidoorn komt de overvloed aan veldbloemen. Honingbijen zijn de enige insecten die niet in winterslaap gaan. Zij gebruiken hun honingvoorraad om warm de winter door te komen en kunnen op elke zonnige dag op jacht naar eten. De eerste insecten die wel een winterslaap houden zijn de hommels. Die zijn niet voor niets zo dik met een bontjasje. Zo kunnen ze zich eerder dan andere insecten buiten wagen. Het zijn altijd de grote koninginnen die we nu zien met als allereerste de aardhommel: zwart met een wit kontje en een gele streep. Een dag erna zag ik al een

steenhommel: zwart met een rood kontje (foto)

Bijzonder

Er leven ca 40 soorten hommels in Nederland, waarvan er een stuk of 6 algemeen zijn. De steenhommel is daar 1 van. Zoals de naam steenhommel aangeeft, maakt zij haar nest (meestal) in een muur. Een aardhommel maakt dat nest bv in een muizenhol in de grond. Zo gebruikt de boomhommel een boomholte of een nestkast en zijn er weide-, tuin-, akker- , heidehommels en ga zo maar door. Alle hommels hebben een duidelijke kleurcodering: een soort streepjes code van zwart, wit , rood en geel. Op internet zijn er hommelkaarten te vinden als hulp. De koninginnen zijn nu bezig de eerste werksters op te kweken. Over 1-2 maanden zie je alleen die, tot die uitsterven en er in augustus weer alleen koninginnen zijn die de winter moeten overleven. Hommels kunnen steken, maar doen dat alleen in uiterste nood.

Waar

Steenhommels komen bijna overal voor, ook in de bebouwde kom.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 8 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 lepelaarvogelsLepelaars7 jun 2006juni

Lepelaars, 7 jun 2006

 lepelaar

Sinds Hemelvaartsdag komen dagelijks 1-3 lepelaars waarschijnlijk vanuit de kolonie in het Naardermeer in de Haarlemmermeer fourageren. Ze houden zich op in de ondiepe gedeeltes van ecologische oevers in de buurt van de Toolenburgse plas. Waarschijnlijk zijn dit ouders, die voedsel zoeken voor zichzelf en hun jongen die nu uit het ei gekomen zijn.
In de loop van de avond vertrekken ze weer. Ze doen dat door langzaam circelend met opstijgende lucht (thermiek) hoogte te winnen. Als ze voldoende hoogte hebben zweven ze bijna zonder hun vleugels te bewegen helemaal naar het Naardermeer (30-35 km ver). Dit omhoog cirkelen gebeurt pal boven de bebouwde kom van Hoofddorp.

Bijzonder

Lepelaars hebben een onmiskenbare bouw: sneeuwwit met een opvallende lepelvormige snavel. Hiermee zoeken ze

stekelbaarzen, jonge vissen, garnalen en andere kleine waterdieren. Het feit dat Lepelaars de Haarlemmermeer bezoeken mag als een succes worden beschouwd van het beleid van de gemeente en ander instanties om op verschillende plaatsen ecologische oevers aan te leggen.

Waar

Vroeger was de lepelaar een talrijke broedvogel in Nederland. Al voor 1900 verdwenen de laatste kolonies van meer dan duizend broedparen. Het dieptepunt was in 1969: 150 paar. Rond 1990 werd echter weer de 500-parengrens gehaald. Nu zijn er dank zij allerlei maatregelen weer meer dan 1300 paren. Lepelaars broeden op slechts enkele plaatsen in Europa. Nederland is na Denemarken en Duitsland de meest noordelijke broedplaats. Behalve in het Naardermeer zijn er kolonies op de Waddeneilanden en in de Oostvaardersplassen. Ze overwinteren vooral aan de West-Afrikaanse kust en op natte plaatsen in de Sahara.

Terugmeldingen

In 2007 werden in augustus, na afloop van het broedseizoen weer verscheidene lepelaars fouragerend in de Haarlemmermeer aangetroffen.

Status: Rode lijst soort

 groenespechtvogelsGroene Specht21 mei 2006mei

Groene Specht, 21 mei 2006

 groenespecht

De groene specht is een spectaculair dier met een heel bijzondere levenswijze. Hij houdt het liefst van een parkachtig landschap met grote bomen. 30 jaar geleden waren er nog zo’n 7000 broedparen in Nederland. Dat aantal is afgenomen tot ongeveer 4000.
Bijzonder aan de groene specht is allereerst zijn kleurenpracht. De felgroene vogel met zijn rode kop en gele stuit zou in een tropisch bos niet misstaan.
Ook zijn voedsel is bijzonder. Het is het enige dier in Nederland dat (grotendeels) leeft van mieren. Die zoekt hij net als ander voedsel op de grond, waarbij hij verwoed in het rond kan hakken.
Een derde bijzondere karakteristiek is zijn roep. Die bestaat uit een schallende lach,

die wel een kilometer ver te horen is. In maart tot eind april kan het mannetje deze roep wel om de 10 minuten laten horen. Maar ook in de rest van het jaar is de vogel niet stil.
Ondanks de opvallende kleuren weet de groene specht zich goed verborgen te houden. Zijn groene kleur is een goede schutkleur. Het is vooral zijn roep die zijn aanwezigheid verraadt.

Waar

In de Haarlemmermeer zijn ons tenminste 2 broedparen bekend. Jarenlang broedt er al een paartje bij de Geniedijk in het centrum van Hoofddorp en de laatste tijd lijkt er een tweede paar in de buurt van de Heimanshof bijgekomen te zijn.

Meldingen: Dat deze spectaculaire vogel, die landelijk onder druk staat zich in de Haarlemmermeer thuis voelt is een goed teken. Een ontmoeting met een dergelijk dier kan een onvergetelijke ervaring zijn en daarom attenderen wij u er graag op. Daarnaast worden wij graag op de hoogte gehouden van het voorkomen van de groene specht in andere delen van de Haarlemmermeer.

 tapuitvogelTapuit11 apr 2016april

Tapuit, 11 apr 2016

 tapuit

Midden op het open veld bij de Geniedijk en de A4 zag ik deze week een vogel die ik nog nooit in de Haarlemmermeer had gezien: hij viel op door z′n opvallende zwart wit geblokte staart bij het opvliegen: onmiskenbaar een tapuit. Dit kleine vogeltje uit de familie van de vliegenvangers kwam vroeger veel meer voor. Dit exemplaar zou een broedgeval kunnen zijn, maar is meer waarschijnlijk een doortrekker. Het voorkomen van tapuiten is sterk gebonden aan de aanwezigheid van konijnen, die de vegetatie kort grazen en met hun gegraaf zorgen voor plekken met open zand en nestgelegenheid in konijnenholen. In heideterreinen nestelt een groot deel van de tapuiten echter in ingerotte boomstobben die na kapwerkzaamheden zijn achtergebleven. Maar daar kunnen roofdieren er makkelijk bij.

Bijzonder

Tapuiten zijn trekvogels die in Afrika

op de savannen ten zuiden van de Sahara overwinteren en vroeg in de lente terugkomen. De tapuit legt van alle zangvogels de grootste afstand af tijdens de jaarlijkse trek. De soort broedde vooral op de Waddeneilanden en in mindere mate in de duinen van Noord-Holland en Zuid-Holland. Reeds in de jaren 1960 waren er aanwijzingen dat de stand achteruit ging. In de jaren 1990 werd de tapuit schaars in de duinen op het vaste land. In het binnenland komt de tapuit nog voor op heidevelden en zandverstuivingen op de Veluwe, in Drenthe en Zuidoost-Friesland. Door het intensieve gebruik van de grond in Nederland voor bebouwing, landbouw, bosaanplant, etc. is de hoeveelheid oppervlakte die geschikt is als broedgebied voor de tapuit enorm afgenomen. Door atmosferische stikstofdepositie zijn er steeds minder schrale open, zandige plekken, die onmisbaar zijn.

Waar

Tapuiten houden van open terrein zonder struiken en bomen. Ze zijn te vinden op weiden en akkers met stenen muren, hoogveen- en duingebieden, stuifzanden, rotsachtig terrein, eilanden, kusten, berghellingen en morenen. Ze nestelen in rotsspleten, stenen muren, steenhopen, konijnenholen, etc.

 kkleinewintervlindervlindersKleine Wintervlinder30 dec 2016december

Kleine Wintervlinder, 30 dec 2016

 kkleinewintervlinder

Bij insecten denken we meestal aan dieren die in de warme dagen van voorjaar, zomer en herfst actief zijn. Toch zou de natuur de natuur niet zijn, als er niet ook insecten waren die zich aan de koude winter hebben aangepast. Zo’n soort is de kleine wintervlinder. Het is een soort die van november tot in januari vliegt bij temperaturen tussen 0 en10 graden en liefst in mistig rustig weer. Het is een mot of nachtvlinder, dus doet hij dan ook bij voorkeur in de avond en nacht. Daarbij wordt deze soort sterk door licht aangetrokken, dus als er een vlinder op uw verlichte raam zit in de winter is het in de meeste gevallen deze soort. En het is altijd een mannetje ( foto). De vrouwtjes van deze soort hebben nl geen vleugels en kruipen uit hun pop in de grond omhoog op boomstammen om door de mannetjes gevonden en meegedragen te worden in de lucht om te paren. Ze vinden elkaar

met feromonen of lokgeurstoffen. Beide seksen eten niet (er is in de winter ook geen nectar).Ze teren op de reserves die de rups heeft verzameld.

Bijzonder

De kleine wintervlinder is een soort uit de grote familie van de spanners. De naam spanners komt van de rupsen, die zich niet stap voor stap voortbewegen, maar door zich met de poten en schijnpoten aan de voor en achterkant van het lichaam te stekken en op te vouwen. U heeft vast wel eens zo’n koddig rupsje gezien. De kleine wintervlinder is een van de rupsen die de voedsel voorraad (rupsenpiek!) vormt voor de jonge vogeltje die in mei uit hun ei komen. Door de klimaatverandering lopen die 2 processen elkaar steeds vaker mis. Dat corrigeert de natuur door de variatie in uitkomst tijden: Late rupsen hebben nu een grotere kans om vlinder te worden en vroege jonge vogeltjes krijgen niet genoeg eten. Zo sterven de minst aangepaste individuen uit en de beter aangepaste nemen in aantal toe.

Waar

De kleine wintervlinder komt voor in heel Nederland in tuinen, parken, loofbossen, boomgaarden en andere bosrijke gebieden.

 bbuxusmotvlindersBuxusmot6 okt 2016oktober

Buxusmot, 6 okt 2016

 bbuxusmot

De natuur is permanent in beweging en in ontwikkeling. De laatste tijd speelt de mens daar een belangrijke rol is. Al honderden jaren introduceren we bewust planten en dieren die we overal op de wereld tegen komen, het zij als voeding- of siergewas of huisdier. En met het massale reizen, wat de mondiale economie met zich mee heeft gebracht, is dat is dat de laatste 20-30 jaar eufemistisch gezegd, niet minder geworden. Regelmatig blijken soorten die we van ver weg mee nemen zich tot een plaag te ontwikkelen. Iedereen kent wel voorbeelden zoals de nijlgans, de tijgermug, en de waterhyacint bv. De meeste tuinplanten zijn ook exoten. Een bekende tuinplant is het buxus struikje. Rond 2006 is met een zending buxusstruikjes uit China de busxusmot in Duitsland verzeild geraakt. En die mot of nachtvlinder is in een flink tempo Europa aan het veroveren (Duitsland 2006, Zwitserland en Nederland 2007, Engeland 2008, Frankrijk en Oosten

rijk in 2009, Italië 2013.Dennemarken 2013) . Vorige maand is deze mot ook voor het eerst in de Haarlemmermeer waargenomen en gefotografeerd door Lou vd Linden, die mij regel matig verrast met bijzonderheden.

Bijzonder

De Buxus mot maakt 2-3 generaties per jaar. Vraat aan de bladeren begint binnen in de struik. Daardoor wordt een aantasting vaak pas (te ) laat ontdekt als de grotere rupsen in steeds sneller tempo een struik ontbladeren. In zijn natuurlijke gebied heeft de soort natuurlijke vijanden, die de ontwikkeling van de aantallen in balans houdt. Dat is in Europa niet het geval. Alleen in Zuid- Frankrijk is per toeval eerder de Aziatische wesp geïntroduceerd, die de buxusmot op z’n menu heeft staan.

De buxusmot heeft een vleugelspanwijde van 4-4.5 cm en komt voor in twee kleurvariëteiten: een bijna geheel witte en een bijna bruine (Foto)

Waar

De busxusmot is inheems in Oost Azië en komt sinds zijn introductie in Duitsland in een groot gedeelte van West- Europa voor en werd dit jaar verschillende keren in Hoofddorp gemeld.

 hhermelijnvlinderrupsvlindersHermelijnvlinder rups16 jul 2016juli

Hermelijnvlinder rups, 16 jul 2016

 hhermelijnvlinderrups

Door een van mijn oplettende medespotters in de polder (Lou van der Linden) werd afgelopen week een groep van 40 vrij bijzondere rupsen waar genomen op de Geniedijk (zie foto). Lou is fotograaf en heeft en meer dan gemiddeld oog voor kleine details, waardoor hij zeer regelmatig met de meest bijzondere waarnemingen op de proppen komt. De hermelijnvlinder is een nachtvlindersoort die nu eens niet meer in het binnenland voor komt, zoals heel vaak, maar vooral in de kust provincies. De naam hermelijnvlinder dankt deze soort aan zijn wit met zwarte gestreepte camouflagetekening. Hoewel de meeste vlinders naar hun volwassen stadium worden genoemd is de rupsenfase vaak veel belangrijker en langer en duurt niet zelden jaren terwijl de vlinders soms maar 4-14 dagen leeft. Ook de hermelijnvlinder leeft maar kort en heeft geen monddelen omdat ze niet eet en alleen leeft van de reservestoffen

die de rups heeft opgeslagen. De vlinder is alleen het medium om snel te paren en eieren te leggen. De rups is met zijn lengte van 7 cm zeer groot en de vlinder mag er met een spanwijdte tussen 4 en 7 cm ook zijn.

Bijzonder

De hermelijnvlinder hoort bij de tandvlinders, een naam ontleent aan een of meer tandvorminge uitsteeksels die in rust op de rug uitsteekt. Er zijn ca 3200 soorten wereldwijd en in Nederland een stuk of 40. Een beruchte daarvan is is de eikenprocessie rups. De rups van de hermelijnvlinder is prachtig gekleurd. Bij bedreiging trekt hij zijn kop terug in binnen de rode rand en steekt een paar bewegelijke uitsteeksels op z’n achterlijf naar boven. De rups kan ook scherp bijtend mierenzuur weg spuiten ter verdediging. De rups leeft van wilgen of populieren soorten en overwintert in een zeer harde met hout verstevigde cocon. Er vliegt maar een generatie vlinders tussen april en augustus.

Waar

De hermelijn vlinder is een beschermde rode lijst soort ( kwetsbaar), die vooral in halfopen wilgen- en populierenlandschappen aan de kust voor komt.

 windevedermot1vlindersWindevedermot22 sep 2013september

Windevedermot, 22 sep 2013

 windevedermot1

Deze week zat er op m’n raam een T-vormige nachtvlinder (foto). Het zoeken op ‘T-mot’ leverde de ‘windevedermot’ op. Deze nachtvlinder leeft als rups op en van allerlei soorten windes, zoals de haagwinde of de akkerwinde. De haagwinde komt helaas nogal algemeen voor. Het is ongeveer de enige soort ongewenst kruid in mijn tuinen waar ik vrijwel geen (biologisch verantwoord) antwoord op heb. In tegenstelling tot de veel bekendere dagvlinders, waarvan er in Nederland ca 50 soorten voorkomen, zijn er wel 2400 nachtvlindersoorten, waarvan er ca 1500 tot de microsoorten worden gerekend. De Windevedermot is een van die kleinere soorten met een spanwijdte van 2.5- 3 cm.

Bijzonder

Er komen ca 35 soorten vedermotten voor in Nederland, die allemaal zeer strikt afhankelijk zijn van een of meerdere waardplanten. De windevedermot is een van de 4 meer algemene soorten. Kenmerkend voor vedermotten is dat de 2 paar vleugels die alle vlinders hebben, zulke diepe insnijdingen

hebben dat ze niet 2 x 2 maar 2 x 5 veervormige vleugels lijken te hebben, maar de twee gekliefde vleugels laten in hun beweging zien dat het 2 x 2 vleugels zijn (inzet foto). Daarbij is elk element net als echte veren ook weer dwars ingesneden. De onderkant van de gekliefde vleugels zit vol met soort-specifieke geurstoffen. Ook hebben niet alle vedermotten ingesneden vleugels. De nauw verwante familie van de Waaiermotten met 2 soorten in Nederland heeft nog sterker gekliefde vleugels, 2 x 6 in voor- en achtervleugel. Die veervormige vleugels zijn meestal niet te zien, omdat ze net als op de foto bij rust worden samengevouwen.

Waar

De windevedermot komt overal in Europa voor waar zijn waardplanten voorkomen. Het is een soort die als volwassen insect overwintert en het hele jaar gezien kan worden. Deze soort wordt erg door licht aangetrokken en wordt daarom vaak op ramen aangetroffen. Er komen verschillende generaties per jaar voor, met een kleinere piek in het voorjaar en een grote piek van augustus tot november.

 windevedermot2

 oranje_luzernevlindervlindersOranje Luzernevlinder25 aug 2013augustus

Oranje Luzernevlinder, 25 aug 2013

 oranje_luzernevlinder

Vorige week was het onderwerp de distelvlinder; een trekvlinder die dankzij het mooie weer in grote aantallen van Afrika naar onze steken was afgereisd.

Deze week meldde zich een ander soort die waarschijnlijk ook vanwege dezelfde omstandigheden een invasie pleegt. Nu is invasie een groot woord. Er zullen niet tientallen vlinders tegen uw autoruit te pletter vliegen per rit.

De Oranje Luzernevlinder heeft als rups een voorkeur voor vlinderbloemigen zoals de luzerne, rode klaver, rolklaver e.d.

Mijn hele leven heb ik er geen gezien, hoewel ze elk jaar wel eens waargenomen worden. Maar deze week zag ik ze op 4 plaatsen: De Heimanshof, de rolklaver rijke bermen van de N201 bij het Haarlemmermeerse Bos, in het Groen Carré en net buiten de Haarlemmermeer in de

natuurspeelplaats Meermond, die sinds deze zomer door Meergroen voor de gemeente Heemstede in beheer is genomen.

Bijzonder

De Oranje Luzerne vlinder is verwant aan de koolwitjes, maar heeft een lichtoranje kleur. Er bestaat ook een Gele Luzerne vlinder. Tot de 60-er jaren werden er landelijk regelmatig duizenden exemplaren waargenomen. Tot begin deze eeuw ging dat achteruit tot 1000-1500. Sinds de eeuwwisseling nemen de aantallen weer toe. De oranje luzernevlinder is een zeer mobiele vlinder die tot de trekvlinders wordt gerekend en zeer grote afstanden kan afleggen. Ze trekken afzonderlijk of in kleine groepjes en volgen kanalen, rivieren, dijken en de kustlijn ter oriëntatie. In het najaar trekt de soort zuidwaarts. In de herfst is het in de Pyreneeën de talrijkste vlinder die zuidwaarts trekt. In Nederland zijn echter weinig waarnemingen van zo′n terugtrek bekend.

Waar

De oranje luzernevlinder is een trekvlinder die ieder voorjaar vanuit Zuid-Europa en Noord-Afrika naar het noorden vliegt. De eerste vlinders arriveren in mei en juni in ons land. De volgende generaties vliegen van begin augustus-eind oktober, aangevuld met nieuwe immigranten. In Zuid-Europa vliegt deze soort in 4-6 generaties.

 distelvlindervlindersDistelvlinder19 aug 2013augustus

Distelvlinder, 19 aug 2013

 distelvlinder

Vorige week was het nationale tuinvlindertelling. De planning daarvan had niet beter kunnen zijn na 4-5 weken prachtig ‘insecten’ weer. In geen 10 jaar tijd had ik zoveel vlinders gezien als in deze week. In De Heimanshof telde ik 16 soorten met in totaal ca 250 exemplaren in een half uurtje. Persoonlijk was ik het meest geraakt door de grote aantallen distelvlinders die er dat weekend opdoken. De naam distelvlinder komt van het feit dat de waardplant voor hun rupsen veelal bestaat uit verschillende soorten distels, zoals de akkerdistels, de kale jonker of de speerdistel. Maar de rupsen eten ook van klissen, brandnetels of zonnebloemen. Ook als nectar plant zijn distels geliefd.

Bijzonder

Er zijn, zoals altijd, allerlei strategieën die vlinders gebruiken om te overleven. Sommige vlinders zoals

het Icarusblauwtje blijven altijd dichtbij de plek waar hij als rups geboren wordt. Dat zijn standvlinders. Een heel ander strategie wordt gevolgd door de trekvlinders. De distelvlinder is daarvan een voorbeeld, net als de Atalanta of de kolibrievlinder.

Waar

De meeste distelvlinders die wij in Nederland zien zijn geboren in Centraal Afrika of Noord Afrika. Ze leggen dus voor deze kleine wezens onvoorstelbare afstanden af. Daarbij moet wel gezegd worden dat ze gebruik maken van de wind. Elk jaar zijn er distelvlinders, maar om de 8-10 jaar is er een massale invasie. En dat gebeurt vaak gelijktijdig met het neerdalen van Sahara stof. De aantallen vlinders zijn vooral afhankelijk van jaren met veel regenval in Afrika rond de Sahara. Distelvlinders leggen onderweg eieren waaruit nieuwe generaties vlinders voortkomen tot in Noord Scandinavië . In de herfst gaat de trek in omgekeerde richting, ook geholpen door gunstige winden. Maar vele vlinders vinden de weg niet tijdig terug en komen om. Overwinteren kunnen ze bij ons niet. Alleen de vlinders die in Noord of Centraal Afrika terugkomen zorgen voor een nieuwe generatie voor het volgende jaar.

 wilgenhoutvlindervlindersWilgenhoutvlinder26 feb 2012februari

Wilgenhoutvlinder, 26 feb 2012

 wilgenhoutvlinder

De meeste insecten worden vernoemd naar de volwassen verschijningsvorm ('imago'). Maar bij een niet onaanzienlijk aantal soorten is het imago een zeer kort levende 'omhulling', die alleen dient om te paren en eieren te leggen. Deze kortlevende imago's eten bv niet eens meer, terwijl hun rups of larve jarenlang leeft. Dat is bv het geval bij de wilgenhoutrups. Onze polder is een zeer geschikt biotoop van deze soort, maar pas vorige week kwam ik hem (massaal) tegen op een erf op mijn zoektocht naar bijzondere bomen. De wilgenhoutvlinder is een soort die hoort bij de houtboorders. Zijn rupsen leven in hout van allerlei soorten loofbomen. In dit geval in zwarte elzen van een aanzienlijke leeftijd. De rupsen vreten zich een jaar of 3-5 lang door het hout, verpoppen regelmatige en overwinteren een aantal jaren. Soms verwisselen ze ook van boom en kun je de vingerlange en -dikke rupsen over de weg zien lopen. Meestal in mei.(Zie inzet) De vlinders vliegen in één generatie ergens tussen april en augustus. De individuele vlinders leven niet langer

dan 8-10 dagen

Bijzonder

De boorgaten van de wilgenhoutvlinderrupsen kunnen makkelijk onderscheiden worden van andere boorders. De rups geeft nl een karakeristieke azijnachtige geur af. Om deze geur werd deze rups wel als lekkernij gegeten. Als je hem zou willen beetpakken moet je een beetje oppassen. Want zijn sterke kaken kunnen een flinke beet bezorgen, want met deze kaken vreet de rups zich een weg door wilg, populier, els en ook wel door eikenhout. De vlinder legt eieren laag op de stam en het liefst bij beschadigingen van de bast. De kleine en de grote rupsen zouden (bijna) niet door bast heen kunnen vreten.

Waar

De wilgenhoutvlinders komt voor bij rivieroevers, moerassen, bosranden, en graslanden, met een duidelijke voorkeur voor een vochtige omgeving. Het is een vrij algemene soort die verspreid over het hele land voorkomt, vaak in polderlandschappen en meer in het westen van het land dan in het oosten.

 wilgenhoutvlinderrrups

 agaatvlindervlindersAgaatvlinder10 sep 2011september

Agaatvlinder, 10 sep 2011

 agaatvlinder

De herfst lijkt al in volle gang en met al die regen verwacht je nauwelijks meer insecten te zien. Maar er zijn soorten die zich ook in kil weer en zelfs in de winter goed kunnen handhaven en actief blijven. Een van die soorten is de agaatvlinder. Dat is een nachtvlinder die ook overdag actief is. De vlinder is het gehele jaar waar te nemen, maar er zijn twee pieken in de vliegperiode: april tot juni en augustus tot oktober. Ook de rups is het gehele jaar aan te treffen. De rups is een echte alleseter, die voorkomt in een groene vorm en een bruine vorm. Hij wordt ca. 4 cm lang en 6 mm dik Waardplanten van de rups zijn vooral brandnetel, dovenetel, zuring. Maar ook op ooievaarsbek, winde, framboos en wilg komt de rups voor. Overdag rust de agaatvlinder onbeschut op muren en paaltjes of in de vegetatie. Daarbij vertrouwd hij op zijn prachtige schutkleur (zie foto), waardoor hij er uit ziet als een verdord blaadje.

Bijzonder

Zowel de vlinder, pop en rups

kunnen in Nederland de winter overleven. Veel rupsen, poppen en volwassen insecten komen in de winter en tijdens natte perioden om door verdrinking of verschimmeling. Doordat de rups van de agaatvlinder in de winter actief blijft, is de soort minder gevoelig voor biotopen die "s winters onder water staan. Dat draagt met zijn niet kieskeurige voedselvoorkeur eraan bij dat deze vlinder zo algemeen is. Tijdens milde winterdagen gaat de rups door met foerageren. De verpopping vindt gewoonlijk plaats in een cocon in de grond; soms in een voeg in een muur.

Waar

De agaatvlinder is een vrij algemene soort, die in Nederland op allerlei grondsoorten voorkomt. Vooral in meer vochtige gebieden, maar ook in de steden (onder andere in tuinen en parken). De vlinders vertonen zowel zwerf- als trekgedrag. De agaatvlinder trekt jaarlijks in wisselende aantallen in het voorjaar vanuit het Middellandse Zeegebied naar het noorden. Een deel van de vlinders trekt in de herfst weer terug naar het zuiden.

 agaatvlinder2

 witvlakvlinder3manvlindersWitvlakvlinder 3 mannetje14 jul 2011juli

Witvlakvlinder 3 mannetje, 14 jul 2011

 witvlakvlinder3man

Direct nadat een vrouwtje uit de pop komt, begint zij met het verspreiden van feromonen (sekslokstoffen). Deze worden door de mannetjes met hun sterk geveerde voelsprieten opgemerkt (zie foto). Door tegen de wind in te vliegen en zo een steeds hogere concentratie van de feromonen te meten, zijn de mannetjes in staat om de vrouwtjes al van grote afstand te vinden. Meestal paart een wijfje al binnen een kwartier nadat zij ontpopt is. Doordat witvlakvlinders kort leven is het van belang om alle eitjes zo snel mogelijk af te zetten. Bij soorten die wel voedsel kunnen opnemen zijn de eitjes vaak nog niet volledig ontwikkeld als het wijfje uitkomt. Deze strategie zie je vooral terug bij soorten die afhankelijk zijn van één voedselplant (en van deze soort dus verschillende exemplaren moeten zoeken). Iedere strategie heeft zijn voor-

en nadelen. Een van de voordelen van de levensstrategie van de witvlakvlinder is dat er veel grote eitjes met veel reservevoedsel afgezet kunnen worden in korte tijd. Wanneer de omstandigheden ongunstig zijn, kan de rups toch overleven doordat het ei veel reservevoedsel bevat. Omdat de eitjes in een korte periode afgezet worden, is de kans dat ze sneuvelen, doordat bijvoorbeeld het vrouwtje opgegeten wordt, relatief klein. Nadelen zijn dat de eitjes niet op een geschikte plek afgezet worden en dat de eitjes niet verspreid worden, maar allemaal op dezelfde plek terechtkomen. De levenswijze van de rupsen is afgestemd op deze manier van ei-afzetten. De rups is niet kieskeurig, verspreid zich met de wind en eet van veel loofbomen en struiken, waaronder berk, hazelaar en wilg. Hierdoor is de kans op het vinden van geschikt voedsel erg groot.

Waar

De witvlakvlinder kotm voor van van Noord-Spanje, via heel West- en Midden-Europa tot in Oost-Azië. In het zuiden in Italië en op de Balkan; Naar het noorden tot IJsland en Scandinavië, ook boven de poolcirkel. In Canada en Chili is hij met mensen meegereisd.