bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Gewone Es, 10 okt 2020

 es

Es

De es is met de populier een van de karakteristieke bomen van deze polder. Overal langs wegen is hij aangeplant en ook zaait hij zich goed uit. De es heet in het latijn Fraxinus excelsior omdat hij als hij de kans krijgt heel hoog (wel 60m) kan worden. Maar een boom zijn gang laten gaan, is niet aan onze poldergenoten besteed. Ik ken er geen een, die ook maar in de buurt van deze hoogte komt. De meesten worden al lang daarvoor gekapt. Essen, net als esdoorns hebben nu zaden met vleugels eraan. De es maakt losse zaden met 1 vleugel, de esdoorn paren met 2 vleugels. Die worden lekker ver met de wind mee genomen.

Bijzonder

Er is vele bijzonders te vermelden over de es. Zo heeft deze boom de laatste 10 jaar te lijden van een nieuwe ziekte: De essentaksterfte. Dat is een nieuwe schimmel die bv in de Flevopolder halve bossen doet afsterven. Leuker

is dat de es heel mooi recht en sterk hout met grote trekkracht levert, waarmee gereedschapsstelen (hamer, spade en ook speren) werden en worden vervaardigd. Zo heeft elke houtsoort zijn eigen karakteristieken en toepassingsmogelijkheden. Ook leuk is dat een es de oudste boom van de polder is. Deze polder is in 1852 drooggelegd en de oudste essen die altijd in deze polder gestaan hebben, zijn minstens 330 jaar oud (van 1701).Ze staan rond de eendenkooi Stokman. Hoe het kan dat ze ouder zijn dan de polder is omdat (dijken van) de ringvaart niet in het water van het meer gebouwd konden worden. Er is dus overal een strook land en in dit geval een schiereiland in de polder meegenomen. En ze staan daar niet voor niets. Essen zijn net als wilgen nl heel goed te knotten. En als je ze om de 10 jaar knot heb je heel mooi haard hout of hout voor palen. Daarom werd er in het verleden al essenhakhout op dijkjes geplant die met hun wortels de dijken bij elkaar hielden .

Waar

Essen zijn oer Hollandse bomen. De gedijen goed in onze natte klei en veen. Ze staan vaak in moerassen of aan sloot kanten, maar ze zijn ook vaak langs wegen en in de bebouwde kom aangeplant.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 8 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 KerkuilvogelsKerkuil17 jul 2006juli

Kerkuil, 17 jul 2006

 Kerkuil

De kerkuil leeft vaak in de menselijke omgeving, maar weinig mensen krijgen hem te zien. Broedplaatsen zijn boerenschuren, kerktorens en soms holle bomen. Het voedsel bestaat vooral uit veldmuizen en spitsmuizen. Het aantal veldmuizen vertoont een driejarige cyclus, die de kerkuil met enige vertraging volgt. Jonge kerkuilen kunnen flinke zwerftochten maken, maar eenmaal gevestigde vogels verblijven meestal in hetzelfde leefgebied. De kerkuil houdt niet van koude winters; zijn verenkleed houdt slecht warmte vast. In de vijftiger jaren broedden er jaarlijks 1500 tot 3000 paar in vooral het midden en oosten des lands. Verkavelingen, intensiever graslandgebruik, muizenbestrijding, e.d. maakten het leven van kerkuilen niet makkelijk. Daardoor waren er na de strenge winter van 1963 en vooral die van 1979 nog maar 100 paar over. Sindsdien gaat het weer beter. In de 90′er jaren waren er weer 700-1200 paar en na de warme en muizenrijke topjaren 2004 en 2005 werd het aantal paren geschat op 2800. Deze uilen broeden vooral in nestkasten en hebben zich gedwongen door de veranderingen op het platteland gevestigd in hele andere

gebieden zoals bossen, Flevoland en in steden.

Bijzonder

: De kerkuil vangt muizen op het oog, maar vooral op het gehoor. Het karakteristieke hartvormige ‘gezicht’ van de uil dient om licht en geluid te focussen. Een kerkuil kan wel 10 jaar oud worden, maar gemiddeld wordt hij maar 2 jaar. Dat komt omdat de meeste jongen vroeg sterven.
Sommige uilenmannetjes bedienen tegelijkertijd meerdere vrouwtjes. Een beroemde uil uit de Haarlemmermeer had op enig moment 3 vrouwtjes met broedsels tegelijkertijd.

Waar

: In de vijftiger jaren verdween de Kerkuil uit de Haarlemmermeer. De laatste melding was uit 1956. In de negentiger jaren kwam de soort weer terug. Vooral door het werk van de roofvogel- en kerkuilenwerkgroep en de welwillende medewerking van veel agrariërs nam de stand toe van 1 paar in 1991 tot 9-10 paar in 2005. 2006 lijkt weer een slecht jaar. Tot op heden zijn er niet meer dan 2-3 broedende paartjes geconstateerd. We houden ons dus aanbevolen voor meldingen.

 kerkuil1

 havikvogelsHavik25 jun 2006juni

Havik, 25 jun 2006

 havik

Afgelopen week werd de dierenambulance gebeld voor een roofvogel, die zich dood had gevlogen tegen een raam in de Hoek. Het bleek een havikmannetje van ongeveer drie jaar oud. Hij liet een wijfje en 2 jongen achter, waarvan er inmiddels een is overleden, d.w.z. opgepeuzeld door zijn sterkere broer of zus. Dit opeten van nestgenoten is bij roofvogels een slimme overlevingsstrategie om in noodsituaties te kunnen overleven. Het andere jong heeft grote kans om te overleven met alleen de moeder als ouder. Net als veel andere roofvogels profiteert de havik van het feit dat er met minder giftige stoffen gespoten wordt. In de jaren 50-60 was de stand in heel Nederland slechts 500-600 paar. Sinds 1980 beweegt het aantal paren zich tussen de 1700 en 2000. De havik is een roofvogel die vooral jaagt op vogels, b.v. houtduiven, stadsduiven, kraaien en eksters. De grote aantallen van deze minder gewenste vogels maakt het waarschijnlijk dat de stand van de havik nog wel verder zal toenemen.
De havik is een standvogel van bosgebieden of gebieden waar bosjes afgewisseld worden met velden. Door zijn korte ronde vleugels en lange staart is hij zeer wendbaar en kan hij tussen bomen door jagen. Het doden van de prooi gebeurt

met de klauwen. Het nest wordt hoog in bomen gemaakt en kan soms 1 meter in doorsnede zijn.

Bijzonder

Het tegen een raam vliegen is bij haviken (en ook bij sperwers, zijn kleine broertje) doodsoorzaak nummer 1. Alle dode of zieke roofvogels uit de Haarlemmermeer terecht bij het vogelasiel in Haarlem. Een aantal jaren geleden werd daar ook een havik binnengebracht, die dwars door een ruit was gevlogen en in een klaslokaal van een school gewond bleef rondvliegen. Deze havik kon na behandeling een aantal weken later weer uitgezet worden.

Waar

Tot de zeventiger jaren kwam de havik vrijwel uitsluitend in Oost- en Zuid Nederland voor. Door het vervangen van graanvelden door maïsvelden ging de houtduivenstand zodanig achteruit dat de haviken gingen zwerven. Halverwege jaren negentig werden de eerste broedgevallen in Spaarnwoude en het Amsterdamse Bos gemeld. Vandaaruit werd het noordelijk deel van de Haarlemmermeer als eerste bevolkt door waarschijnlijk instroom van jonge vogels. Het nest van de omgekomen havik is een van de 4 nesten die bekend is uit de Haarlemmermeer. Het eerste broedgeval in de polder dateert van 2002. Sindsdien komt er bijna elk jaar een nest bij. Het aantal jongen per nest varieert van 1 tot maximaal 4.Het merendeel van de jongen vliegt succesvol uit. Broedgevallen van roofvogels en uilen kunnen worden gemeld bij de Werkgroep Roofvogels en Uilen Haarlemmermeer (bjbol@hetnet.nl).

 lepelaarvogelsLepelaars7 jun 2006juni

Lepelaars, 7 jun 2006

 lepelaar

Sinds Hemelvaartsdag komen dagelijks 1-3 lepelaars waarschijnlijk vanuit de kolonie in het Naardermeer in de Haarlemmermeer fourageren. Ze houden zich op in de ondiepe gedeeltes van ecologische oevers in de buurt van de Toolenburgse plas. Waarschijnlijk zijn dit ouders, die voedsel zoeken voor zichzelf en hun jongen die nu uit het ei gekomen zijn.
In de loop van de avond vertrekken ze weer. Ze doen dat door langzaam circelend met opstijgende lucht (thermiek) hoogte te winnen. Als ze voldoende hoogte hebben zweven ze bijna zonder hun vleugels te bewegen helemaal naar het Naardermeer (30-35 km ver). Dit omhoog cirkelen gebeurt pal boven de bebouwde kom van Hoofddorp.

Bijzonder

Lepelaars hebben een onmiskenbare bouw: sneeuwwit met een opvallende lepelvormige snavel. Hiermee zoeken ze

stekelbaarzen, jonge vissen, garnalen en andere kleine waterdieren. Het feit dat Lepelaars de Haarlemmermeer bezoeken mag als een succes worden beschouwd van het beleid van de gemeente en ander instanties om op verschillende plaatsen ecologische oevers aan te leggen.

Waar

Vroeger was de lepelaar een talrijke broedvogel in Nederland. Al voor 1900 verdwenen de laatste kolonies van meer dan duizend broedparen. Het dieptepunt was in 1969: 150 paar. Rond 1990 werd echter weer de 500-parengrens gehaald. Nu zijn er dank zij allerlei maatregelen weer meer dan 1300 paren. Lepelaars broeden op slechts enkele plaatsen in Europa. Nederland is na Denemarken en Duitsland de meest noordelijke broedplaats. Behalve in het Naardermeer zijn er kolonies op de Waddeneilanden en in de Oostvaardersplassen. Ze overwinteren vooral aan de West-Afrikaanse kust en op natte plaatsen in de Sahara.

Terugmeldingen

In 2007 werden in augustus, na afloop van het broedseizoen weer verscheidene lepelaars fouragerend in de Haarlemmermeer aangetroffen.

Status: Rode lijst soort

 groenespechtvogelsGroene Specht21 mei 2006mei

Groene Specht, 21 mei 2006

 groenespecht

De groene specht is een spectaculair dier met een heel bijzondere levenswijze. Hij houdt het liefst van een parkachtig landschap met grote bomen. 30 jaar geleden waren er nog zo’n 7000 broedparen in Nederland. Dat aantal is afgenomen tot ongeveer 4000.
Bijzonder aan de groene specht is allereerst zijn kleurenpracht. De felgroene vogel met zijn rode kop en gele stuit zou in een tropisch bos niet misstaan.
Ook zijn voedsel is bijzonder. Het is het enige dier in Nederland dat (grotendeels) leeft van mieren. Die zoekt hij net als ander voedsel op de grond, waarbij hij verwoed in het rond kan hakken.
Een derde bijzondere karakteristiek is zijn roep. Die bestaat uit een schallende lach,

die wel een kilometer ver te horen is. In maart tot eind april kan het mannetje deze roep wel om de 10 minuten laten horen. Maar ook in de rest van het jaar is de vogel niet stil.
Ondanks de opvallende kleuren weet de groene specht zich goed verborgen te houden. Zijn groene kleur is een goede schutkleur. Het is vooral zijn roep die zijn aanwezigheid verraadt.

Waar

In de Haarlemmermeer zijn ons tenminste 2 broedparen bekend. Jarenlang broedt er al een paartje bij de Geniedijk in het centrum van Hoofddorp en de laatste tijd lijkt er een tweede paar in de buurt van de Heimanshof bijgekomen te zijn.

Meldingen: Dat deze spectaculaire vogel, die landelijk onder druk staat zich in de Haarlemmermeer thuis voelt is een goed teken. Een ontmoeting met een dergelijk dier kan een onvergetelijke ervaring zijn en daarom attenderen wij u er graag op. Daarnaast worden wij graag op de hoogte gehouden van het voorkomen van de groene specht in andere delen van de Haarlemmermeer.

 tapuitvogelTapuit11 apr 2016april

Tapuit, 11 apr 2016

 tapuit

Midden op het open veld bij de Geniedijk en de A4 zag ik deze week een vogel die ik nog nooit in de Haarlemmermeer had gezien: hij viel op door z′n opvallende zwart wit geblokte staart bij het opvliegen: onmiskenbaar een tapuit. Dit kleine vogeltje uit de familie van de vliegenvangers kwam vroeger veel meer voor. Dit exemplaar zou een broedgeval kunnen zijn, maar is meer waarschijnlijk een doortrekker. Het voorkomen van tapuiten is sterk gebonden aan de aanwezigheid van konijnen, die de vegetatie kort grazen en met hun gegraaf zorgen voor plekken met open zand en nestgelegenheid in konijnenholen. In heideterreinen nestelt een groot deel van de tapuiten echter in ingerotte boomstobben die na kapwerkzaamheden zijn achtergebleven. Maar daar kunnen roofdieren er makkelijk bij.

Bijzonder

Tapuiten zijn trekvogels die in Afrika

op de savannen ten zuiden van de Sahara overwinteren en vroeg in de lente terugkomen. De tapuit legt van alle zangvogels de grootste afstand af tijdens de jaarlijkse trek. De soort broedde vooral op de Waddeneilanden en in mindere mate in de duinen van Noord-Holland en Zuid-Holland. Reeds in de jaren 1960 waren er aanwijzingen dat de stand achteruit ging. In de jaren 1990 werd de tapuit schaars in de duinen op het vaste land. In het binnenland komt de tapuit nog voor op heidevelden en zandverstuivingen op de Veluwe, in Drenthe en Zuidoost-Friesland. Door het intensieve gebruik van de grond in Nederland voor bebouwing, landbouw, bosaanplant, etc. is de hoeveelheid oppervlakte die geschikt is als broedgebied voor de tapuit enorm afgenomen. Door atmosferische stikstofdepositie zijn er steeds minder schrale open, zandige plekken, die onmisbaar zijn.

Waar

Tapuiten houden van open terrein zonder struiken en bomen. Ze zijn te vinden op weiden en akkers met stenen muren, hoogveen- en duingebieden, stuifzanden, rotsachtig terrein, eilanden, kusten, berghellingen en morenen. Ze nestelen in rotsspleten, stenen muren, steenhopen, konijnenholen, etc.

 groot_koolwitjevlindersGroot Koolwitje15 aug 2020augustus

Groot Koolwitje, 15 aug 2020

 groot_koolwitje

Groot Koolwitje

We hebben net de grootste hittegolf uit de recente geschiedenis achter de rug. Dat is een gouden tijd voor vlinders. Maar van warmte alleen kunnen ze niet leven. Er moeten ook waardplanten zijn, waar hun rupsen van kunnen eten en de volwassen vlinders hebben bloemen nodig waar ze nectar van kunnen betrekken. De waardplanten van koolwitjes zijn kruisbloemigen zoals kolen. In deze tijd van het jaar staan de kolen er prima bij. Maar als groenteteler worden we in deze periode van het jaar knap zenuwachtig van de vele witte vlinders zoals groot koolwitje ( foto boven), klein koolwitje of geaderde witje. En die dartelen niet voor niets om die kolen. Ze zijn druk bezig om eitjes te leggen. Als biologische teler zijn we mordicus tegen het gebruik van pesticiden en we gunnen ook de natuur zijn deel. Maar het moet niet te gek worden.

Als al onze kolen tot de nerf worden afgevreten, wordt een grens overschreden.

Bijzonder

Elke dag rapen we de rupsen weg. Soms zijn dat er wel 500 op een dag. Natuurliefhebbers als we zijn, pletten we die rupsen niet, maar we doen er een wetenschappelijk experiment mee: we plaatsen ze in een bak met vitrage erover en we blijven de rupsen voeren met verse bladeren. Die systematisch geplukte bladeren van wat mindere kwaliteit mogen ze helemaal kaal vreten. Na een week zijn de rupsen groot en dan doet zich een interessant verschijnsel voor: hoeveel rupsen ontwikkelen zich tot poppen en vlinders uit 500 rupsen? Meestal zijn het er maar 5 of 10, soms 20. De andere 490 rupsen knappen als ze flink groot zijn uit elkaar in een sliert van 30-50 gele bolletjes ( foto beneden)… Dat zijn de coconnetje van sluipwespen die hun eieren in de rups hebben gelegd. En die sluipwespjes eten de rups van binnen gewoon leeg terwijl die kool verorberd. En pas op het laatst zijn hart en hersens. Voor mij is dat het bewijs dat insecten geen gevoel hebben. Zo werkt natuurlijke bestrijding. Heel efficiënt en intrigerend.

Waar

Koolwitjes komen in heel Europa voor.

 grasmusvlindersGrasmus20 jun 2020juni

Grasmus, 20 jun 2020

 grasmus

De grasmus is een soort die niet erg bekend is. Hij komt niet veel in de bebouwde kom voor. Zijn voorkeur gaat uit naar gebieden met dicht laag struikgewas en kruiden met hier en daar een boom als uitkijkpost. En dat soort ’verwilderde’ stukken vind je niet veel meer in ons aangeharkte en in cultuur gebrachte land. In de duinen en op de heide tref je ze meer aan dan in het open polderlandschap van de Haarlemmermeer. Een voorkeur voor dit soort landschappen met dicht struikgewas deelt hij met een andere verwante grasmus soort: De braamsluiper, waarvan de naam al aangeeft dat hij het liefst in dichte braamstruwelen broedt. Toch komen beide soorten hier ook voor. Een jaar of 3 volg ik een paartje grasmus wat zijn territorium had uitgekozen in een bramenperceel naast restaurant Den Burgh. En het leuke is, dat ene paartje heeft zich in die 3 jaar uitgebreid van dat terrein naar Park 2020 en Beukenhorst. Het is goed denkbaar

dat de inmiddels 3 paartjes bestaan uit het ouderpaar en 2 paar jongen met maatjes. Dat is best bijzonder als je bedenkt dat het ouder paar inmiddels 4x de reis naar de Sahel ten zuiden van de Sahara heeft gemaakt en overleefd.

Bijzonder

Grasmussen mannetjes en vrouwtje lijk erg op elkaar, alleen hebben vrouwtjes vaker een bruine kop waar mannetjes vaker een grijze kop hebben. De mannetje zijn opgewonden standjes die van ‘s ochtend vroeg tot s ’avonds laat non-stop zingen. Letterlijk elke 30 seconden. Daarbij zetten ze hun kuifjes op en vliegen permanent in hun territorium heen en weer. De mannetjes moeten intussen een stuk of 4 nestjes maken, waar het vrouwtje er dan 1 van uitkiest.

Waar

De grasmus komt in ca 150,000 paar in Nederland voor. Het is een Europese soort die ten zuiden van de Sahara in de Sahel overwintert en elk jaar in april /mei terugkomt en in augustus/september weer vertrekt . Doordat de Sahara steeds groter en droger wordt ,wordt het voor de grasmus moeilijker om de overtocht te maken. Toch is de stand nog niet alarmerend klein.

 kkleinewintervlindervlindersKleine Wintervlinder30 dec 2016december

Kleine Wintervlinder, 30 dec 2016

 kkleinewintervlinder

Bij insecten denken we meestal aan dieren die in de warme dagen van voorjaar, zomer en herfst actief zijn. Toch zou de natuur de natuur niet zijn, als er niet ook insecten waren die zich aan de koude winter hebben aangepast. Zo’n soort is de kleine wintervlinder. Het is een soort die van november tot in januari vliegt bij temperaturen tussen 0 en10 graden en liefst in mistig rustig weer. Het is een mot of nachtvlinder, dus doet hij dan ook bij voorkeur in de avond en nacht. Daarbij wordt deze soort sterk door licht aangetrokken, dus als er een vlinder op uw verlichte raam zit in de winter is het in de meeste gevallen deze soort. En het is altijd een mannetje ( foto). De vrouwtjes van deze soort hebben nl geen vleugels en kruipen uit hun pop in de grond omhoog op boomstammen om door de mannetjes gevonden en meegedragen te worden in de lucht om te paren. Ze vinden elkaar

met feromonen of lokgeurstoffen. Beide seksen eten niet (er is in de winter ook geen nectar).Ze teren op de reserves die de rups heeft verzameld.

Bijzonder

De kleine wintervlinder is een soort uit de grote familie van de spanners. De naam spanners komt van de rupsen, die zich niet stap voor stap voortbewegen, maar door zich met de poten en schijnpoten aan de voor en achterkant van het lichaam te stekken en op te vouwen. U heeft vast wel eens zo’n koddig rupsje gezien. De kleine wintervlinder is een van de rupsen die de voedsel voorraad (rupsenpiek!) vormt voor de jonge vogeltje die in mei uit hun ei komen. Door de klimaatverandering lopen die 2 processen elkaar steeds vaker mis. Dat corrigeert de natuur door de variatie in uitkomst tijden: Late rupsen hebben nu een grotere kans om vlinder te worden en vroege jonge vogeltjes krijgen niet genoeg eten. Zo sterven de minst aangepaste individuen uit en de beter aangepaste nemen in aantal toe.

Waar

De kleine wintervlinder komt voor in heel Nederland in tuinen, parken, loofbossen, boomgaarden en andere bosrijke gebieden.

 bbuxusmotvlindersBuxusmot6 okt 2016oktober

Buxusmot, 6 okt 2016

 bbuxusmot

De natuur is permanent in beweging en in ontwikkeling. De laatste tijd speelt de mens daar een belangrijke rol is. Al honderden jaren introduceren we bewust planten en dieren die we overal op de wereld tegen komen, het zij als voeding- of siergewas of huisdier. En met het massale reizen, wat de mondiale economie met zich mee heeft gebracht, is dat is dat de laatste 20-30 jaar eufemistisch gezegd, niet minder geworden. Regelmatig blijken soorten die we van ver weg mee nemen zich tot een plaag te ontwikkelen. Iedereen kent wel voorbeelden zoals de nijlgans, de tijgermug, en de waterhyacint bv. De meeste tuinplanten zijn ook exoten. Een bekende tuinplant is het buxus struikje. Rond 2006 is met een zending buxusstruikjes uit China de busxusmot in Duitsland verzeild geraakt. En die mot of nachtvlinder is in een flink tempo Europa aan het veroveren (Duitsland 2006, Zwitserland en Nederland 2007, Engeland 2008, Frankrijk en Oosten

rijk in 2009, Italië 2013.Dennemarken 2013) . Vorige maand is deze mot ook voor het eerst in de Haarlemmermeer waargenomen en gefotografeerd door Lou vd Linden, die mij regel matig verrast met bijzonderheden.

Bijzonder

De Buxus mot maakt 2-3 generaties per jaar. Vraat aan de bladeren begint binnen in de struik. Daardoor wordt een aantasting vaak pas (te ) laat ontdekt als de grotere rupsen in steeds sneller tempo een struik ontbladeren. In zijn natuurlijke gebied heeft de soort natuurlijke vijanden, die de ontwikkeling van de aantallen in balans houdt. Dat is in Europa niet het geval. Alleen in Zuid- Frankrijk is per toeval eerder de Aziatische wesp geïntroduceerd, die de buxusmot op z’n menu heeft staan.

De buxusmot heeft een vleugelspanwijde van 4-4.5 cm en komt voor in twee kleurvariëteiten: een bijna geheel witte en een bijna bruine (Foto)

Waar

De busxusmot is inheems in Oost Azië en komt sinds zijn introductie in Duitsland in een groot gedeelte van West- Europa voor en werd dit jaar verschillende keren in Hoofddorp gemeld.

 hhermelijnvlinderrupsvlindersHermelijnvlinder rups16 jul 2016juli

Hermelijnvlinder rups, 16 jul 2016

 hhermelijnvlinderrups

Door een van mijn oplettende medespotters in de polder (Lou van der Linden) werd afgelopen week een groep van 40 vrij bijzondere rupsen waar genomen op de Geniedijk (zie foto). Lou is fotograaf en heeft en meer dan gemiddeld oog voor kleine details, waardoor hij zeer regelmatig met de meest bijzondere waarnemingen op de proppen komt. De hermelijnvlinder is een nachtvlindersoort die nu eens niet meer in het binnenland voor komt, zoals heel vaak, maar vooral in de kust provincies. De naam hermelijnvlinder dankt deze soort aan zijn wit met zwarte gestreepte camouflagetekening. Hoewel de meeste vlinders naar hun volwassen stadium worden genoemd is de rupsenfase vaak veel belangrijker en langer en duurt niet zelden jaren terwijl de vlinders soms maar 4-14 dagen leeft. Ook de hermelijnvlinder leeft maar kort en heeft geen monddelen omdat ze niet eet en alleen leeft van de reservestoffen

die de rups heeft opgeslagen. De vlinder is alleen het medium om snel te paren en eieren te leggen. De rups is met zijn lengte van 7 cm zeer groot en de vlinder mag er met een spanwijdte tussen 4 en 7 cm ook zijn.

Bijzonder

De hermelijnvlinder hoort bij de tandvlinders, een naam ontleent aan een of meer tandvorminge uitsteeksels die in rust op de rug uitsteekt. Er zijn ca 3200 soorten wereldwijd en in Nederland een stuk of 40. Een beruchte daarvan is is de eikenprocessie rups. De rups van de hermelijnvlinder is prachtig gekleurd. Bij bedreiging trekt hij zijn kop terug in binnen de rode rand en steekt een paar bewegelijke uitsteeksels op z’n achterlijf naar boven. De rups kan ook scherp bijtend mierenzuur weg spuiten ter verdediging. De rups leeft van wilgen of populieren soorten en overwintert in een zeer harde met hout verstevigde cocon. Er vliegt maar een generatie vlinders tussen april en augustus.

Waar

De hermelijn vlinder is een beschermde rode lijst soort ( kwetsbaar), die vooral in halfopen wilgen- en populierenlandschappen aan de kust voor komt.

 windevedermot1vlindersWindevedermot22 sep 2013september

Windevedermot, 22 sep 2013

 windevedermot1

Deze week zat er op m’n raam een T-vormige nachtvlinder (foto). Het zoeken op ‘T-mot’ leverde de ‘windevedermot’ op. Deze nachtvlinder leeft als rups op en van allerlei soorten windes, zoals de haagwinde of de akkerwinde. De haagwinde komt helaas nogal algemeen voor. Het is ongeveer de enige soort ongewenst kruid in mijn tuinen waar ik vrijwel geen (biologisch verantwoord) antwoord op heb. In tegenstelling tot de veel bekendere dagvlinders, waarvan er in Nederland ca 50 soorten voorkomen, zijn er wel 2400 nachtvlindersoorten, waarvan er ca 1500 tot de microsoorten worden gerekend. De Windevedermot is een van die kleinere soorten met een spanwijdte van 2.5- 3 cm.

Bijzonder

Er komen ca 35 soorten vedermotten voor in Nederland, die allemaal zeer strikt afhankelijk zijn van een of meerdere waardplanten. De windevedermot is een van de 4 meer algemene soorten. Kenmerkend voor vedermotten is dat de 2 paar vleugels die alle vlinders hebben, zulke diepe insnijdingen

hebben dat ze niet 2 x 2 maar 2 x 5 veervormige vleugels lijken te hebben, maar de twee gekliefde vleugels laten in hun beweging zien dat het 2 x 2 vleugels zijn (inzet foto). Daarbij is elk element net als echte veren ook weer dwars ingesneden. De onderkant van de gekliefde vleugels zit vol met soort-specifieke geurstoffen. Ook hebben niet alle vedermotten ingesneden vleugels. De nauw verwante familie van de Waaiermotten met 2 soorten in Nederland heeft nog sterker gekliefde vleugels, 2 x 6 in voor- en achtervleugel. Die veervormige vleugels zijn meestal niet te zien, omdat ze net als op de foto bij rust worden samengevouwen.

Waar

De windevedermot komt overal in Europa voor waar zijn waardplanten voorkomen. Het is een soort die als volwassen insect overwintert en het hele jaar gezien kan worden. Deze soort wordt erg door licht aangetrokken en wordt daarom vaak op ramen aangetroffen. Er komen verschillende generaties per jaar voor, met een kleinere piek in het voorjaar en een grote piek van augustus tot november.

 windevedermot2

 oranje_luzernevlindervlindersOranje Luzernevlinder25 aug 2013augustus

Oranje Luzernevlinder, 25 aug 2013

 oranje_luzernevlinder

Vorige week was het onderwerp de distelvlinder; een trekvlinder die dankzij het mooie weer in grote aantallen van Afrika naar onze steken was afgereisd.

Deze week meldde zich een ander soort die waarschijnlijk ook vanwege dezelfde omstandigheden een invasie pleegt. Nu is invasie een groot woord. Er zullen niet tientallen vlinders tegen uw autoruit te pletter vliegen per rit.

De Oranje Luzernevlinder heeft als rups een voorkeur voor vlinderbloemigen zoals de luzerne, rode klaver, rolklaver e.d.

Mijn hele leven heb ik er geen gezien, hoewel ze elk jaar wel eens waargenomen worden. Maar deze week zag ik ze op 4 plaatsen: De Heimanshof, de rolklaver rijke bermen van de N201 bij het Haarlemmermeerse Bos, in het Groen Carré en net buiten de Haarlemmermeer in de

natuurspeelplaats Meermond, die sinds deze zomer door Meergroen voor de gemeente Heemstede in beheer is genomen.

Bijzonder

De Oranje Luzerne vlinder is verwant aan de koolwitjes, maar heeft een lichtoranje kleur. Er bestaat ook een Gele Luzerne vlinder. Tot de 60-er jaren werden er landelijk regelmatig duizenden exemplaren waargenomen. Tot begin deze eeuw ging dat achteruit tot 1000-1500. Sinds de eeuwwisseling nemen de aantallen weer toe. De oranje luzernevlinder is een zeer mobiele vlinder die tot de trekvlinders wordt gerekend en zeer grote afstanden kan afleggen. Ze trekken afzonderlijk of in kleine groepjes en volgen kanalen, rivieren, dijken en de kustlijn ter oriëntatie. In het najaar trekt de soort zuidwaarts. In de herfst is het in de Pyreneeën de talrijkste vlinder die zuidwaarts trekt. In Nederland zijn echter weinig waarnemingen van zo′n terugtrek bekend.

Waar

De oranje luzernevlinder is een trekvlinder die ieder voorjaar vanuit Zuid-Europa en Noord-Afrika naar het noorden vliegt. De eerste vlinders arriveren in mei en juni in ons land. De volgende generaties vliegen van begin augustus-eind oktober, aangevuld met nieuwe immigranten. In Zuid-Europa vliegt deze soort in 4-6 generaties.