bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Gewone Es, 10 okt 2020

 es

Es

De es is met de populier een van de karakteristieke bomen van deze polder. Overal langs wegen is hij aangeplant en ook zaait hij zich goed uit. De es heet in het latijn Fraxinus excelsior omdat hij als hij de kans krijgt heel hoog (wel 60m) kan worden. Maar een boom zijn gang laten gaan, is niet aan onze poldergenoten besteed. Ik ken er geen een, die ook maar in de buurt van deze hoogte komt. De meesten worden al lang daarvoor gekapt. Essen, net als esdoorns hebben nu zaden met vleugels eraan. De es maakt losse zaden met 1 vleugel, de esdoorn paren met 2 vleugels. Die worden lekker ver met de wind mee genomen.

Bijzonder

Er is vele bijzonders te vermelden over de es. Zo heeft deze boom de laatste 10 jaar te lijden van een nieuwe ziekte: De essentaksterfte. Dat is een nieuwe schimmel die bv in de Flevopolder halve bossen doet afsterven. Leuker

is dat de es heel mooi recht en sterk hout met grote trekkracht levert, waarmee gereedschapsstelen (hamer, spade en ook speren) werden en worden vervaardigd. Zo heeft elke houtsoort zijn eigen karakteristieken en toepassingsmogelijkheden. Ook leuk is dat een es de oudste boom van de polder is. Deze polder is in 1852 drooggelegd en de oudste essen die altijd in deze polder gestaan hebben, zijn minstens 330 jaar oud (van 1701).Ze staan rond de eendenkooi Stokman. Hoe het kan dat ze ouder zijn dan de polder is omdat (dijken van) de ringvaart niet in het water van het meer gebouwd konden worden. Er is dus overal een strook land en in dit geval een schiereiland in de polder meegenomen. En ze staan daar niet voor niets. Essen zijn net als wilgen nl heel goed te knotten. En als je ze om de 10 jaar knot heb je heel mooi haard hout of hout voor palen. Daarom werd er in het verleden al essenhakhout op dijkjes geplant die met hun wortels de dijken bij elkaar hielden .

Waar

Essen zijn oer Hollandse bomen. De gedijen goed in onze natte klei en veen. Ze staan vaak in moerassen of aan sloot kanten, maar ze zijn ook vaak langs wegen en in de bebouwde kom aangeplant.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 7 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 SpechtgrotebontevogelsGrote Bonte Specht20 apr 2007april

Grote Bonte Specht, 20 apr 2007

 Spechtgrotebonte

De grote bonte specht is een vrij grote, kleurrijke vogel van ongeveer 25 cm. Opvallend zijn de zwart witte patronen op zijn rug en het rood op het achterhoofd en de onderbuik. Hij voedt zich met insecten, vooral met de larven van kevers die zich onder de bast ingraven, maar hij eet ook noten, bessen en zaden. Hij hakt zijn nest het liefst uit, in wat zachtere houtsoorten en begint een aantal verschillende gaten te hakken voor hij er één uitkiest om te nestelen. Nestkastjes hebben bij deze vogels geen nut omdat het maken van een nest een onderdeel is van het baltsgedrag. Het wijfje legt 4-6 witte eieren.

Bijzonder

De grote bonte specht is één van de vogelsoorten die sterk in aantal toenemen. Eén oorzaak daarvan is ongetwijfeld het gewijzigde boombeleid, waarin meer ruimte is voor dode takken en stammen. Een andere

reden is dat de soort zich goed aanpast aan de (door de mens bepaalde) omstandigheden. Een leuk voorbeeld daarvan is het volgende: De grote bonte specht markeert zijn territorium door op een resonerende dode tak te roffelen. In het voorjaar van 2007 kregen wij van twee plaatsen door dat spechten ontdekt hebben, dat metaal beter resoneert dan hout: nl. de lichtmasten van het hockeyveld aan de Wieger Bruinlaan en een schoorsteenkap in Toolenburg. Een spechtensmidse is een zelf uitgehakte of natuurlijke holte waarin het dier noten of denneappels in vastklemt om ze open te maken. De halsbandparkiet is een snel in aantal toenemende concurrent die de neiging heeft om spechtenholen in bezit te nemen. De meningen zijn nog verdeeld of dit de spechtenstand wezenlijk schaadt, of dat deze gewoon een nieuw hol uithakt.

Waar

Het verspreidingsgebied beslaat een groot deel van Europa en Noord-Azië. Hij heeft een voorkeur voor dennenbossen, maar neemt dermate in aantal toe dat hij vaak in en om woonwijken komt, vooral als het boombestand wat ouder wordt. In de Haarlemmermeer komen inmiddels honderden paren voor.

Voorkomen: Vrij algemene broed- en standvoel

Status: niet speciaal beschermd

 blauwborstvogelsBlauwborst20 apr 2007april

Blauwborst, 20 apr 2007

 blauwborst

De blauwborst is een vrij schuwe trekvogel die vooral voorkomt in natte gebieden met veel struiken en riet. Blauwborsten eten vooral insecten en slakken, spinnen en wormen, maar soms ook bessen (vooral in de herfst) De geleidelijke overgang van rietmoerassen naar moerasbos vormt een uitstekend leefgebied. Er bestaan twee soorten blauwborsten. De witgesterde Blauwborst (zie foto) is het meest algemeen. De roodgesterde Scandinavische vorm is hier aanzienlijk zeldzamer. Blauwborsten zijn prachtige vogels om te zien én om

te horen. De meeste vogels hebben of een kleurig verenpak of een uitbundig lied. De blauwborst heeft beide.

Bijzonder

Het aantal blauwborsten in Nederland is de afgelopen tijd spectaculair toegenomen. Rond 1970 werden ongeveer 1000 paren vastgesteld, in het jaar 2000 werd dit aantal al geschat op 9.000 tot 11.000 paren. Het is een van de weinige soorten die zelfs van een Rode Lijst is geschrapt, omdat het zo goed gaat.

Waar

De meeste blauwborsten broeden in moerasgebieden zoals de Peel, de kop van Overijssel, de Oostvaardersplassen en de Biesbosch. Ook in kleine moerashoekjes kan hij zich vestigen. In het voorjaar van 2007 is een blauwborst neergestreken aan de rand van Toolenburg. Indien deze verkenner een maatje vindt zou het een leuke aanwinst voor de fauna van de Haarlemmermeer betekenen.

Status: tot voor kort rode lijst soort; niet meer

 halsbandparkietvogelsHalsbandparkiet23 mrt 2007maart

Halsbandparkiet, 23 mrt 2007

 halsbandparkiet

Het lijkt erop dat de Halsbandparkiet dit jaar voor het eerst in de Haarlemmermeer gaat broeden. Halsbandparkieten zijn exoten uit tropisch Afrika en Zuid-Azië, die ooit naar Europa zijn gehaald als volièrevogel. In de loop der jaren zijn een aantal van deze vogels ontsnapt of vrijgelaten. Zij bleken goed te aarden in ons klimaat. De halsbandparkiet is een opvallend groen gekleurde, vrij grote vogel met een lange, puntige staart en een rode snavel. Hij heeft een heel luide krijsende roep. De vogels vormen paren voor het leven en beginnen rond hun 3e levensjaar te broeden. Het zijn holenbroeders die meestal oude nesten van spechten gebruiken. Het voedsel bestaat vooral uit zaden, granen, bloemen en nectar. Van tuinvoer eten de vogels het liefst pinda′s. De halsbandparkiet heeft een voorkeur voor een parkachtige omgeving met grote bomen.

Bijzonder

De

parkieten leven meestal in groepen van 10-15 vogels, maar bij slaapplaatsen buiten het broedseizoen of op plaatsen met een veel voedsel kunnen ze groepen vormen van honderden of zelfs duizenden vogels. De vogels zijn weinig honkvast, een slaapplaats waar het ene jaar honderden vogels overnachten, kan het volgende jaar verlaten zijn. Over de ecologische invloed van halsbandparkieten is weinig bekend. In sommige gevallen lijkt het aantal spechten af te nemen bij grote aantallen parkieten. In andere gevallen is dat niet geconstateerd.

Waar

De halsbandparkieten komen het meest voor rond de grote steden. Het verspreidingsgebied heeft twee kernen: Den Haag en Amsterdam. Het eerste broedgeval dateert uit 1978 in Den Haag. Bij een landelijke telling in november 2004 werd de grootste populatie aangetroffen op een slaapplaats in Voorburg, bij Den Haag: 3200 exemplaren. In diverse parken in Amsterdam leefden bij elkaar zo′n 1800 vogels; en in Rotterdam 300. Rondom deze kernen breidt de soort zich langzaam uit. Al een aantal jaar trekken er in de winter groepjes vogels langs de Geniedijk. Vorige week hebben een aantal vogels de nestholte van een bonte specht overgenomen bij Fort Aalsmeer na twee maanden van verkenningen.

 bergeendvogelsBergeend23 feb 2007februari

Bergeend, 23 feb 2007

 bergeend

De bergeend is een grote eend. Het verenkleed is opvallend wit, zwart en roodbruin. Het mannetje is van het vrouwtje te onderscheiden door een knobbel op de snavel (zie foto) Zijn voedsel bestaat voornamelijk uit slakken, wormen, schelpdieren, kleine kreeftjes en insecten. De bergeend is een typische modderaar. Hij zoekt het liefst voedsel in slikkige, open gebieden, zoals de Waddenzee. De soort is een holenbroeder en bouwt zijn nest vaak in een verlaten konijnenhol. Helaas neemt het aantal konijnen in de duinen sterk af, en daarmee de beschikbaarheid van geschikte broedplaatsen. Er vindt enige omschakeling plaats naar broeden in een dichte vegetatie.

Bijzonder

De naam bergeend heeft niets met bergen in de zin van ′hoge heuvels′ te maken, maar met de voortplanting; de soort kan relatief veel jongen grootbrengen of bergen. Van de bergeend

is daarnaast bekend dat een paartje makkelijk zijn jongen verlaat, b.v om te ruien. Gelukkig zijn de achterblijvende paartjes goede pleegouders. In mei kunnen dan ouders met 20-40 jongen van verschillend leeftijden worden waargenomen.

Waar

Nederlandse bergeenden zijn deels standvogel, een deel van de vogels trekt in de winter weg naar Ierland, Engeland of Frankrijk. De bergeend komt de laatste decennia steeds meer voor in het binnenland, waar ze vooral langs de rivieren, maar ook op akkers, aangetroffen kunnen worden.
Sinds de jaren ′70 is er een lichte maar constante toename in Nederland Dit komt vooral doordat gebieden in het binnenland gekoloniseerd zijn. Er is een groot verschil tussen het aantal paren dat een territorium heeft (11.000), en het aantal paren dat ook daadwerkelijk tot broeden komt (5.000 - 8.000).
Ook in de Haarlemmermeer is de bergeend een steeds bekender wordende verschijning. Schattingen over het aantal paren met territoria variëren van 50-100. De grootste aantallen komen voor rond de Groene Weelde en bij de gekantelde percelen. Losse paartjes die rond deze tijd weer aan het vestigen van territoria beginnen te denken, kunnen overal in de polder worden aangetroffen.

 ransuilvogelsRansuil11 feb 2007februari

Ransuil, 11 feb 2007

 ransuil

Ransuilen leven bijzonder onopvallend en worden dan ook zelden gezien. In de winter hebben ransuilen de neiging om samen de dag door te brengen (‘roesten’) in groepjes van 4 tot soms wel 30 exemplaren. Op zo’n roestplaats zitten de uilen overdag in een gestrekte houding, een boomstam imiterend. Het geluid van de ransuil is al bijna even onopvallend als hun leefwijze. De ransuil houdt zich vooral op in naaldbomen en coniferen. Hij zet zijn oorpluimen rechtop en legt lichaamsveren plat bij verstoring. Hij broedt in verlaten nesten van andere vogels, meestal van kraaiachtigen en roofvogels. Door de zachte winter zijn de uilen nu al aan het baltsen. Daarbij klappen ze in de schemering hun vleugels hoorbaar tegen elkaar.

Bijzonder

Onder de veren gaat een verbazingwekkend klein lichaam schuil. Een uil bestaat vooral uit veren, lijkt het. De snavel is een stuk groter dan het deel dat uit het gezichtsmasker steekt. Muizen worden

altijd in hun geheel naar binnen gewerkt. Net als veel andere vogelsoorten maken ransuilen braakballen, om de onverteerbare delen van hun prooi het lichaam uit te werken voordat hun spijsverteringskanaal verstopt raakt. Onder roestplaatsen kan soms een hele berg van zulke harige ballen worden aangetroffen. I.t.t. bij voorbeeld reigers, die een bijzonder sterk maagzuur hebben waarin ook alle botten oplossen, blijven de botten en schedels in uilenbraakballen herkenbaar bewaard. Voor onderzoekers zijn deze een onschatbare bron van informatie over het menu van de uilen en daarmee ook over de muizen die in een bepaald gebied voorkomen.

Waar

Doordat ransuilen zo′n onopvallend leven leiden is het aantal ransuilen slechts bij benadering bekend. Wel is duidelijk dat deze uilensoort moeilijke tijden doormaakt; de aantallen zijn lager dan circa dertig jaar geleden. Waarschijnlijk broeden er in Nederland ongeveer 5.000 tot 6.000 paren. In de Haarlemmermeer zijn momenteel zo’n 10 roestplaatsen bekend. De aantallen hangen nauw samen met voedselaanbod. Als er veel veldmuizen zijn, dan zijn er rond de 60 en bij weinig veldmuizen zo’n 40 exemplaren in de polder. De winter van 2006-2007 was matig tot slecht. Dat komt omdat we nu in een dal van de muizencyclus zitten, die meestal 3 jaar duurt.

 grotezaagbekmanenvrouwvogelsGrote Zaagbek2 feb 2007februari

Grote Zaagbek, 2 feb 2007

 grotezaagbekmanenvrouw

De grote zaagbek is een broedvogel van brede, langzaam stromende rivieren en meren omgeven door uitgestrekte bossen met oude bomen. Voor broeden is de vogel aangewezen op boomholtes. In Nederland komt zo′n habitat niet of nauwelijks meer voor en de grote zaagbek broedt dan ook niet in ons land. In de winter kunnen grote zaagbekken echter regelmatig binnen onze grenzen worden aangetroffen. Vooral de mannetjes (wit-met-groene-kop) zijn dan een opvallende verschijning op plassen en rivieren. Het vrouwtje is totaal anders gekleurd met een rode kop met grote kuif en een grijze rug. De grote zaagbek leeft van vis en jaagt groepsgewijs.

Bijzonder

Maximaal 25% van de Noordwest-Europese populatie van de grote zaagbek verblijft ′s winters in Nederland. Dat zijn ongeveer 20.000 vogels. Op het Ijselmeer lijken de aantallen achteruit te gaan. Mogelijk is dit te wijten aan een verminderde beschikbaarheid

van spiering. ′s Winters baltsen mannetjes door met opgezette kruinveren tegenover elkaar hals- en kopbewegingen te maken.

Waar

De Grote Zaagbek is een wintergast van december tm februari. Het IJsselmeer en het aangrenzende deel van de Waddenzee zijn de belangrijkste overwinterings- gebieden. Daarnaast komt de soort ook voor in het rivierengebied, het Deltagebied, de Biesbosch, op de Noordzee, en in verschillende zoete wateren in het binnenland. Vooral bij strenge vorst verschuift het zwaartepunt van de verspreiding naar het zuiden en neemt het belang van het rivierengebied en het Deltagebied toe. In zulke vorstperioden is de kans zeer groot om groepjes in de Haarlemmermeer te vinden, b.v. in vijvers binnen de bebouwde kom, op de hoofdvaart en op de grotere plassen zoals de Toolensburgse plas. Vorig jaar omstreeks deze tijd verbleef een groep van 2 mannetjes en 11 vrouwtjes in het achterkanaal van de Geniedijk binnen de bebouwde kom van Hoofddorp.

 grotezaagbekman

 slechtvalkvogelsSlechtvalk9 jan 2007januari

Slechtvalk, 9 jan 2007

 slechtvalk

De slechtvalk behoort tot de grootste valken met een gemiddelde grootte van 43 cm. De vogels hebben een lichte onderkant met dwarsbanden en een donkergrijze rug. De jonge vogels zijn eerst bruin. Wereldwijd zijn een twintigtal ondersoorten bekend. Zoals bij de meeste roofvogels is het vrouwtje veel groter en zwaarder dan het mannetje. De prooien zijn vooral vogels (duiven, eenden) die het liefst in de vlucht worden geslagen en meestal op slag dood zijn. De slechtvalk bewoont bij voorkeur steile rotsen en ravijnen.

Bijzonder

De slechtvalk staat bekend als de snelst duikende vogel ter wereld. Het dier maakt vanaf grote hoogte steile duikvluchten en bereikt daarbij snelheden tot meer dan 300 km/uur.
De aantallen slechtvalken namen reeds in de Tweede wereldoorlog sterk af, omdat zij massaal werden afgeschoten omdat zij postduiven vingen (die tussen militaire posten werden gebruikt). In de jaren ′ 60 kreeg de soort in Europa bijna de doodsteek wegens het overmatige gebruik van DDT. Sinds hun bescherming in verschillende landen lijken ze opnieuw aan een opmars bezig.

Waar

In

Nederland en België is deze vogel steeds vaker te bewonderen. Vooral in de winter is de slechtvalk een regelmatige verschijning aan het worden. Sinds het jaar 2000 zijn er al meer dan 5000 waarnemingen in Nederland gedaan. Sinds begin jaren ′90 broedt deze vogel ook in Nederland in speciale nestkasten, die door een slechtvalkenwerkgroep worden geplaatst. Het dichtstbijzijnde nest is reeds meer dan 5 jaar in de toren van de Hemwegcentrale in een nestkast 80 m boven de grond. In Haarlem wordt overwogen een nestkast te plaatsen. Ook de Haarlemmermeer wordt regelmatig bezocht. Frappant is het vaste winterbezoek van een vrouwtje dat al meer dan 5 jaar lang in de buurt van Vijfhuizen is. Aan haar ruipatroon kon afgeleid worden dat zij waarschijnlijk uit Noord-Zweden komt. Ook uit de buurt van Zwaanshoek is ‘s winters een vaste bezoeker bekend.

Terugmeldingen

Een aantal waarnemingen werden gedaan gedurende de zomer van 2007
Waar te nemen: regelmatige doortrekker en wintergast
Status:Rode lijst soort

 slechtvalk-duif

 dodaarsvogelsDodaars27 dec 2006december

Dodaars, 27 dec 2006

 dodaars

De dodaars is de kleinste fuutachtige. De soort dankt zijn naam aan het korte, witte achterwerk. Dodaarzen zijn broedvogels van ondiepe en beschutte wateren. Duinmeren, uiterwaarden, vennen en brede sloten zijn geliefde broedplaatsen. Het drijvende nest ligt in riet of ruigte aan de waterkant. Dodaarzen leven van waterinsecten, schelpdieren en kleine visjes, die op het oog worden gevangen. In de broedtijd vormen insecten het grootste deel van het menu. De aanwezigheid van waterplanten is een belangrijke voorwaarde voor het voorkomen.

Bijzonder

De dodaars is de kleinste en rondste van onze watervogels.

Hij heeft vrijwel geen staart. Het winterkleed van beide sexen varieert van vaalbruin van boven tot lichtbruin en wit van onderen. De dodaars is opvallend schuw. Bij onraad laat hij zich snel zakken, zodat alleen zijn kop boven het water uit steekt. Soms duikt hij helemaal onder. Deze vogel zal zich niet gauw uit het water wagen, hij beweegt zich zeer onhandig op het land.

Waar

De dodaars is een trekvogel en verlaat de noordelijke gebieden (ook ons land) in de winter. Ons land worden dan echter gebruikt als winterverblijfplaats voor noordelijke dodaarzen. Het aantal broedparen in Nederland wordt door SOVON geschat op ongeveer 2000 en neemt jaarlijks iets toe. In de winter verblijven er soms meer dan 10.000 exemplaren in Nederland. Het is goed mogelijk dat er paartjes broeden in de Haarlemmermeer, maar de grootste kans op een waarneming is in de winter. De overwinteraars kunnen elk jaar in de hoofdvaart en andere grote kanalen worden aangetroffen.

 krakeendpaarvogelsKrakeend7 dec 2006december

Krakeend, 7 dec 2006

 krakeendpaar

De krakeend is een naaste verwant van de wilde eend. Hij is iets kleiner en zoekt zijn voedsel net als de wilde eend grondelend (staart omhoog en kop naar beneden). Zijn naam komt van het geluid dat hij maakt: namelijk niet ‘kwak’ maar ‘krak’. De soort is aan twee kenmerken goed te herkennen: de zwarte kleur onder de staart (zie bij het mannetje op de foto) en de witte spiegel op de vleugel. Deze witte spiegel is ook nog bij de opgevouwen vleugels te zien (zie bij het vrouwtje op de foto). Oorspronkelijk is het een broedvogel van de meren en moerassen in de steppen van Midden- en West- Azië tussen 55 en 40 graden noorderbreedte, maar mogelijk door ontginning van deze gebieden heeft deze eend zijn areaal westwaarts uitgebreid. De soort komt ook vaak voor op wateren met allerlei kunstmatige dammen, taluds en dergelijke; waarschijnlijk

vormen de zachte draadalgen en wieren welke op het stenige substraat groeien een geliefde voedselbron.

Waar

De krakeend is een typische soort van vrij grote wateren. Krakeenden worden dan ook vooral in de lage delen van Nederland aangetroffen De krakeend leeft op zoet en brak water. Hij nestelt dicht bij meren, moerassen en poldersloten met rijke onderwatervegetatie. Ook in de Haarlemmermeer komt de soort als broedvogel voor en als wintergast. Hoeveel paren hier broeden is ons niet *bekend. Veel groepen krakeenden verzamelen zich ’s winters in de brede vaarten langs de Geniedijk en de 4 merenweg. Groepjes van 10-30 dieren kunnen vaak worden waargenomen. In één geval troffen wij in februari een groep van maar liefst 250 dieren aan die zich op het water en de weilanden rond het fort bij Rijsenhout hadden verzameld.

Bijzonder

Het gaat de krakeend in Nederland voor de wind. Vergeleken met enkele decennia geleden is de populatie in Nederland geëxplodeerd. In de 1975 was het nog een zeldzame broedvogel met 550-800 paar in heel Nederland. In het jaar 2000 werd het aantal broedparen geschat op 6.000 tot 7.000 paar. Sindsdien is het aantal vogels ongetwijfeld nog verder gestegen.

 ijsvogelvogelsIJsvogel24 okt 2006oktober

IJsvogel, 24 okt 2006

 ijsvogel

De ijsvogel staat op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten in Nederland. Tussen 1995 en 2002 schommelde hun aantal in ons land tussen 30-70 broedpaar (1997) en 650-700 broedpaar (2002). Anders dan zijn naam doet vermoeden, moet de ijsvogel niets van strenge winters hebben. Bij strenge vorst hebben ze het als standvogel zwaar. Hun voornaamste voedsel, kleine visjes zoals stekelbaarzen, zijn dan gedurende lange tijd onbereikbaar onder een dikke laag ijs. Tijdens strenge winters krijgt de populatie dan gevoelige klappen. Een verlies van 80- 95% is dan geen uitzondering.
Grote verliezen waren er recentelijk tijdens de strenge winters van 1995/96 en 1996/97. De soort

kent dan ook van nature grote schommelingen. Maar gelukkig kan de stand zich in 5-7 jaar weer herstellen tot een niveau van voor een strenge winter.

Waar

: Van de Haarlemmermeer is één broedgeval bekend. Doortrekkers, van augustus tot de vorst invalt daarentegen, zijn er elk jaar vrij veel, vooral langs de Geniedijk. Op dit moment staat de teller op 3, in sommige jaren zien wij er wel 8-10. Soms blijven de vogels vele weken op dezelfde plaats.

Bijzonder

: De ijsvogel is een zeer opvallende vogel die zowel aan de lichaamsbouw, de kleur, roep en het gedrag gemakkelijk te herkennen is. Kleine visjes vormen het belangrijkste voedsel en de ijsvogel komt dan ook vooral voor in de buurt van helder, visrijk water. De vogel jaagt vanaf een post boven het water of biddend in de lucht en stort zich vervolgens loodrecht naar beneden. De ijsvogel vliegt doorgaans in een rechte lijn snel en laag over het water. Een goede manier om de vogel te ontdekken is door zijn luide en opgewonden roep, die klinkt als wi-wi-wi-wi-wi.

 krooneendvogelsKrooneend20 okt 2006oktober

Krooneend, 20 okt 2006

 krooneend

Krooneenden en vooral de mannetjes, zijn bijzonder mooie bijna tropisch aandoende vogels in meren en plassen met een riet- of kruidenrijke oever. Een rijke onderwatervegetatie, liefst van kranswieren, is een vereiste, omdat deze planten de hoofdmoot van het menu uitmaken. Dierlijk voedsel als slakjes en insecten vormt slechts een aanvulling hierop.

Bijzonder

Het voedsel van de krooneend bestaat vooral uit kranswieren. Dat is een bijzonder hard onappetijtelijk wier dat vol zit met silicium (zandkristallen) en daarom erg onaangenaam aanvoelt bij aanraking tijdens b.v. zwemmen. Het is een weinig concurrentiekrachtige onderwaterplant

die vooral in helder en voedselarm water voorkomt. En daar hebben we in Nederland niet veel van, zoals het voorkomen van de zeldzame krooneend illustreert.

Waar

Krooneenden zijn oorspronkelijk afkomstig uit Azië, waar de soort in ondiepe steppemeren voorkomt. Aangenomen wordt dat de krooneend naar West-Europa uitweek omdat de kwaliteit van het oorspronkelijke leefgebied sterk afnam. Pas sinds 1942 worden krooneenden in Nederland waargenomen, vooral in de Utrechts/Hollandse veenplassen en wat later de Randmeren. Lange tijd schommelde het aantal broedparen tussen de 30 en de 65. Eind jaren tachtig waren daarvan nog 15 paren over. Sinds 1990 is sprake van een kleine opleving; het huidige bestand wordt geschat op 120 tot 170 paren, die broeden in Botshol, de Vinkeveense Plassen en bij Rotterdam.
Gezien de zeldzaamheid van de eend en zijn hoge eisen, mag het bijzonder heten dat begin oktober 2006 (en ook in 2005 om dezelfde tijd) een mannetjes krooneend een tijd verbleef aan de ecologische oever in Toolenburg.

Waar te nemen: af en toe als passant

Status:Niet beschermd

 houtsnipvogelsHoutsnip8 okt 2006oktober

Houtsnip, 8 okt 2006

 houtsnip

De houtsnip is een bosvogel van ongeveer 35 cm lang. Het is een schuwe vogel, die erg goed gecamoufleerd is. Hij leeft van wormen, larven en insecten, die hij vindt door met zijn lange snavel in de grond te boren. Hij is vooral bekend door zijn intrigerende baltsvlucht. Het mannetje vliegt daarbij met snelle, schokkerige vleugelslagen over bosranden en open plekken en laat daarbij een serie knorrende geluiden horen, gevolgd door een hoog explosief geluid. De houtsnip is helaas erg geliefd bij jagers omdat de vogels door hun typische vlucht moeilijk te raken zijn. Toch worden er alleen al in Frankrijk jaarlijks zo’n 200.000 vogels geschoten.

Waar

:

In Nederland broeden ongeveer 3000 paar. Broedgevallen zijn niet bekend uit de Haarlemmermeer, maar dat zegt niet alles bij een vogel met zo’n goede schutkleur.

Bijzonder

: Hoewel de vogel waarschijnlijk niet broedt bij ons, kan hij toch vaak in de Haarlemmermeer worden waargenomen. Dit artikel is dan ook voorspellend bedoeld, zodat u er op kan letten.
Talloze overwinteraars trekken namelijk door Nederland in oktober-november uit Noord-Oost Europa, op de vlucht voor sneeuw en vorst. De terugtrek is in maart-april. Uit eigen waarneming lijkt het erop, dat de vogels ’s nachts trekken en zich overdag in bosjes ophouden. Deze bosjes zijn niet zelden gewoon tuinen in de bebouwde kom. De vogel heeft daarbij de gewoonte om op zijn camouflage te vertrouwen tot u er bijna op trapt. Door hun explosieve manier van opvliegen, komt het helaas vaak voor dat ze zich tegen ramen te pletter vliegen. Elk jaar in oktober en maart is er daarom een hausse aan gewonde en dode houtsnippen bij de dierenambulance.