bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Steenhommel, 29 mrt 2020

Het voorjaar vordert gestaag. Er zijn al weer talloze bloemen uitgebloeid zoals sneeuwklokjes, krokussen en narcissen en vele soort uien en de eerste planten zonder reservevoedsel uit bollen zoals longkruid en madeliefjes bloeien al. Dat lokt insecten uit hun winterslaap. In maart zijn de katjes van de wilgen de belangrijkste voedselbron. Die katjes leveren stuifmeel als eiwitbron voor jonge bijen. Dat stuifmeel wordt in april aangevuld met nectar van bv de sleedoorn, fruitbomen en daarna de meidoorn. Pas na de meidoorn komt de overvloed aan veldbloemen. Honingbijen zijn de enige insecten die niet in winterslaap gaan. Zij gebruiken hun honingvoorraad om warm de winter door te komen en kunnen op elke zonnige dag op jacht naar eten. De eerste insecten die wel een winterslaap houden zijn de hommels. Die zijn niet voor niets zo dik met een bontjasje. Zo kunnen ze zich eerder dan andere insecten buiten wagen. Het zijn altijd de grote koninginnen die we nu zien met als allereerste de aardhommel: zwart met een wit kontje en een gele streep. Een dag erna zag ik al een

steenhommel: zwart met een rood kontje (foto)

Bijzonder

Er leven ca 40 soorten hommels in Nederland, waarvan er een stuk of 6 algemeen zijn. De steenhommel is daar 1 van. Zoals de naam steenhommel aangeeft, maakt zij haar nest (meestal) in een muur. Een aardhommel maakt dat nest bv in een muizenhol in de grond. Zo gebruikt de boomhommel een boomholte of een nestkast en zijn er weide-, tuin-, akker- , heidehommels en ga zo maar door. Alle hommels hebben een duidelijke kleurcodering: een soort streepjes code van zwart, wit , rood en geel. Op internet zijn er hommelkaarten te vinden als hulp. De koninginnen zijn nu bezig de eerste werksters op te kweken. Over 1-2 maanden zie je alleen die, tot die uitsterven en er in augustus weer alleen koninginnen zijn die de winter moeten overleven. Hommels kunnen steken, maar doen dat alleen in uiterste nood.

Waar

Steenhommels komen bijna overal voor, ook in de bebouwde kom.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 7 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 halsbandparkietvogelsHalsbandparkiet23 mrt 2007maart

Halsbandparkiet, 23 mrt 2007

 halsbandparkiet

Het lijkt erop dat de Halsbandparkiet dit jaar voor het eerst in de Haarlemmermeer gaat broeden. Halsbandparkieten zijn exoten uit tropisch Afrika en Zuid-Azië, die ooit naar Europa zijn gehaald als volièrevogel. In de loop der jaren zijn een aantal van deze vogels ontsnapt of vrijgelaten. Zij bleken goed te aarden in ons klimaat. De halsbandparkiet is een opvallend groen gekleurde, vrij grote vogel met een lange, puntige staart en een rode snavel. Hij heeft een heel luide krijsende roep. De vogels vormen paren voor het leven en beginnen rond hun 3e levensjaar te broeden. Het zijn holenbroeders die meestal oude nesten van spechten gebruiken. Het voedsel bestaat vooral uit zaden, granen, bloemen en nectar. Van tuinvoer eten de vogels het liefst pinda′s. De halsbandparkiet heeft een voorkeur voor een parkachtige omgeving met grote bomen.

Bijzonder

De

parkieten leven meestal in groepen van 10-15 vogels, maar bij slaapplaatsen buiten het broedseizoen of op plaatsen met een veel voedsel kunnen ze groepen vormen van honderden of zelfs duizenden vogels. De vogels zijn weinig honkvast, een slaapplaats waar het ene jaar honderden vogels overnachten, kan het volgende jaar verlaten zijn. Over de ecologische invloed van halsbandparkieten is weinig bekend. In sommige gevallen lijkt het aantal spechten af te nemen bij grote aantallen parkieten. In andere gevallen is dat niet geconstateerd.

Waar

De halsbandparkieten komen het meest voor rond de grote steden. Het verspreidingsgebied heeft twee kernen: Den Haag en Amsterdam. Het eerste broedgeval dateert uit 1978 in Den Haag. Bij een landelijke telling in november 2004 werd de grootste populatie aangetroffen op een slaapplaats in Voorburg, bij Den Haag: 3200 exemplaren. In diverse parken in Amsterdam leefden bij elkaar zo′n 1800 vogels; en in Rotterdam 300. Rondom deze kernen breidt de soort zich langzaam uit. Al een aantal jaar trekken er in de winter groepjes vogels langs de Geniedijk. Vorige week hebben een aantal vogels de nestholte van een bonte specht overgenomen bij Fort Aalsmeer na twee maanden van verkenningen.

 bergeendvogelsBergeend23 feb 2007februari

Bergeend, 23 feb 2007

 bergeend

De bergeend is een grote eend. Het verenkleed is opvallend wit, zwart en roodbruin. Het mannetje is van het vrouwtje te onderscheiden door een knobbel op de snavel (zie foto) Zijn voedsel bestaat voornamelijk uit slakken, wormen, schelpdieren, kleine kreeftjes en insecten. De bergeend is een typische modderaar. Hij zoekt het liefst voedsel in slikkige, open gebieden, zoals de Waddenzee. De soort is een holenbroeder en bouwt zijn nest vaak in een verlaten konijnenhol. Helaas neemt het aantal konijnen in de duinen sterk af, en daarmee de beschikbaarheid van geschikte broedplaatsen. Er vindt enige omschakeling plaats naar broeden in een dichte vegetatie.

Bijzonder

De naam bergeend heeft niets met bergen in de zin van ′hoge heuvels′ te maken, maar met de voortplanting; de soort kan relatief veel jongen grootbrengen of bergen. Van de bergeend

is daarnaast bekend dat een paartje makkelijk zijn jongen verlaat, b.v om te ruien. Gelukkig zijn de achterblijvende paartjes goede pleegouders. In mei kunnen dan ouders met 20-40 jongen van verschillend leeftijden worden waargenomen.

Waar

Nederlandse bergeenden zijn deels standvogel, een deel van de vogels trekt in de winter weg naar Ierland, Engeland of Frankrijk. De bergeend komt de laatste decennia steeds meer voor in het binnenland, waar ze vooral langs de rivieren, maar ook op akkers, aangetroffen kunnen worden.
Sinds de jaren ′70 is er een lichte maar constante toename in Nederland Dit komt vooral doordat gebieden in het binnenland gekoloniseerd zijn. Er is een groot verschil tussen het aantal paren dat een territorium heeft (11.000), en het aantal paren dat ook daadwerkelijk tot broeden komt (5.000 - 8.000).
Ook in de Haarlemmermeer is de bergeend een steeds bekender wordende verschijning. Schattingen over het aantal paren met territoria variëren van 50-100. De grootste aantallen komen voor rond de Groene Weelde en bij de gekantelde percelen. Losse paartjes die rond deze tijd weer aan het vestigen van territoria beginnen te denken, kunnen overal in de polder worden aangetroffen.

 ransuilvogelsRansuil11 feb 2007februari

Ransuil, 11 feb 2007

 ransuil

Ransuilen leven bijzonder onopvallend en worden dan ook zelden gezien. In de winter hebben ransuilen de neiging om samen de dag door te brengen (‘roesten’) in groepjes van 4 tot soms wel 30 exemplaren. Op zo’n roestplaats zitten de uilen overdag in een gestrekte houding, een boomstam imiterend. Het geluid van de ransuil is al bijna even onopvallend als hun leefwijze. De ransuil houdt zich vooral op in naaldbomen en coniferen. Hij zet zijn oorpluimen rechtop en legt lichaamsveren plat bij verstoring. Hij broedt in verlaten nesten van andere vogels, meestal van kraaiachtigen en roofvogels. Door de zachte winter zijn de uilen nu al aan het baltsen. Daarbij klappen ze in de schemering hun vleugels hoorbaar tegen elkaar.

Bijzonder

Onder de veren gaat een verbazingwekkend klein lichaam schuil. Een uil bestaat vooral uit veren, lijkt het. De snavel is een stuk groter dan het deel dat uit het gezichtsmasker steekt. Muizen worden

altijd in hun geheel naar binnen gewerkt. Net als veel andere vogelsoorten maken ransuilen braakballen, om de onverteerbare delen van hun prooi het lichaam uit te werken voordat hun spijsverteringskanaal verstopt raakt. Onder roestplaatsen kan soms een hele berg van zulke harige ballen worden aangetroffen. I.t.t. bij voorbeeld reigers, die een bijzonder sterk maagzuur hebben waarin ook alle botten oplossen, blijven de botten en schedels in uilenbraakballen herkenbaar bewaard. Voor onderzoekers zijn deze een onschatbare bron van informatie over het menu van de uilen en daarmee ook over de muizen die in een bepaald gebied voorkomen.

Waar

Doordat ransuilen zo′n onopvallend leven leiden is het aantal ransuilen slechts bij benadering bekend. Wel is duidelijk dat deze uilensoort moeilijke tijden doormaakt; de aantallen zijn lager dan circa dertig jaar geleden. Waarschijnlijk broeden er in Nederland ongeveer 5.000 tot 6.000 paren. In de Haarlemmermeer zijn momenteel zo’n 10 roestplaatsen bekend. De aantallen hangen nauw samen met voedselaanbod. Als er veel veldmuizen zijn, dan zijn er rond de 60 en bij weinig veldmuizen zo’n 40 exemplaren in de polder. De winter van 2006-2007 was matig tot slecht. Dat komt omdat we nu in een dal van de muizencyclus zitten, die meestal 3 jaar duurt.

 grotezaagbekmanenvrouwvogelsGrote Zaagbek2 feb 2007februari

Grote Zaagbek, 2 feb 2007

 grotezaagbekmanenvrouw

De grote zaagbek is een broedvogel van brede, langzaam stromende rivieren en meren omgeven door uitgestrekte bossen met oude bomen. Voor broeden is de vogel aangewezen op boomholtes. In Nederland komt zo′n habitat niet of nauwelijks meer voor en de grote zaagbek broedt dan ook niet in ons land. In de winter kunnen grote zaagbekken echter regelmatig binnen onze grenzen worden aangetroffen. Vooral de mannetjes (wit-met-groene-kop) zijn dan een opvallende verschijning op plassen en rivieren. Het vrouwtje is totaal anders gekleurd met een rode kop met grote kuif en een grijze rug. De grote zaagbek leeft van vis en jaagt groepsgewijs.

Bijzonder

Maximaal 25% van de Noordwest-Europese populatie van de grote zaagbek verblijft ′s winters in Nederland. Dat zijn ongeveer 20.000 vogels. Op het Ijselmeer lijken de aantallen achteruit te gaan. Mogelijk is dit te wijten aan een verminderde beschikbaarheid

van spiering. ′s Winters baltsen mannetjes door met opgezette kruinveren tegenover elkaar hals- en kopbewegingen te maken.

Waar

De Grote Zaagbek is een wintergast van december tm februari. Het IJsselmeer en het aangrenzende deel van de Waddenzee zijn de belangrijkste overwinterings- gebieden. Daarnaast komt de soort ook voor in het rivierengebied, het Deltagebied, de Biesbosch, op de Noordzee, en in verschillende zoete wateren in het binnenland. Vooral bij strenge vorst verschuift het zwaartepunt van de verspreiding naar het zuiden en neemt het belang van het rivierengebied en het Deltagebied toe. In zulke vorstperioden is de kans zeer groot om groepjes in de Haarlemmermeer te vinden, b.v. in vijvers binnen de bebouwde kom, op de hoofdvaart en op de grotere plassen zoals de Toolensburgse plas. Vorig jaar omstreeks deze tijd verbleef een groep van 2 mannetjes en 11 vrouwtjes in het achterkanaal van de Geniedijk binnen de bebouwde kom van Hoofddorp.

 grotezaagbekman

 slechtvalkvogelsSlechtvalk9 jan 2007januari

Slechtvalk, 9 jan 2007

 slechtvalk

De slechtvalk behoort tot de grootste valken met een gemiddelde grootte van 43 cm. De vogels hebben een lichte onderkant met dwarsbanden en een donkergrijze rug. De jonge vogels zijn eerst bruin. Wereldwijd zijn een twintigtal ondersoorten bekend. Zoals bij de meeste roofvogels is het vrouwtje veel groter en zwaarder dan het mannetje. De prooien zijn vooral vogels (duiven, eenden) die het liefst in de vlucht worden geslagen en meestal op slag dood zijn. De slechtvalk bewoont bij voorkeur steile rotsen en ravijnen.

Bijzonder

De slechtvalk staat bekend als de snelst duikende vogel ter wereld. Het dier maakt vanaf grote hoogte steile duikvluchten en bereikt daarbij snelheden tot meer dan 300 km/uur.
De aantallen slechtvalken namen reeds in de Tweede wereldoorlog sterk af, omdat zij massaal werden afgeschoten omdat zij postduiven vingen (die tussen militaire posten werden gebruikt). In de jaren ′ 60 kreeg de soort in Europa bijna de doodsteek wegens het overmatige gebruik van DDT. Sinds hun bescherming in verschillende landen lijken ze opnieuw aan een opmars bezig.

Waar

In

Nederland en België is deze vogel steeds vaker te bewonderen. Vooral in de winter is de slechtvalk een regelmatige verschijning aan het worden. Sinds het jaar 2000 zijn er al meer dan 5000 waarnemingen in Nederland gedaan. Sinds begin jaren ′90 broedt deze vogel ook in Nederland in speciale nestkasten, die door een slechtvalkenwerkgroep worden geplaatst. Het dichtstbijzijnde nest is reeds meer dan 5 jaar in de toren van de Hemwegcentrale in een nestkast 80 m boven de grond. In Haarlem wordt overwogen een nestkast te plaatsen. Ook de Haarlemmermeer wordt regelmatig bezocht. Frappant is het vaste winterbezoek van een vrouwtje dat al meer dan 5 jaar lang in de buurt van Vijfhuizen is. Aan haar ruipatroon kon afgeleid worden dat zij waarschijnlijk uit Noord-Zweden komt. Ook uit de buurt van Zwaanshoek is ‘s winters een vaste bezoeker bekend.

Terugmeldingen

Een aantal waarnemingen werden gedaan gedurende de zomer van 2007
Waar te nemen: regelmatige doortrekker en wintergast
Status:Rode lijst soort

 slechtvalk-duif

 dodaarsvogelsDodaars27 dec 2006december

Dodaars, 27 dec 2006

 dodaars

De dodaars is de kleinste fuutachtige. De soort dankt zijn naam aan het korte, witte achterwerk. Dodaarzen zijn broedvogels van ondiepe en beschutte wateren. Duinmeren, uiterwaarden, vennen en brede sloten zijn geliefde broedplaatsen. Het drijvende nest ligt in riet of ruigte aan de waterkant. Dodaarzen leven van waterinsecten, schelpdieren en kleine visjes, die op het oog worden gevangen. In de broedtijd vormen insecten het grootste deel van het menu. De aanwezigheid van waterplanten is een belangrijke voorwaarde voor het voorkomen.

Bijzonder

De dodaars is de kleinste en rondste van onze watervogels.

Hij heeft vrijwel geen staart. Het winterkleed van beide sexen varieert van vaalbruin van boven tot lichtbruin en wit van onderen. De dodaars is opvallend schuw. Bij onraad laat hij zich snel zakken, zodat alleen zijn kop boven het water uit steekt. Soms duikt hij helemaal onder. Deze vogel zal zich niet gauw uit het water wagen, hij beweegt zich zeer onhandig op het land.

Waar

De dodaars is een trekvogel en verlaat de noordelijke gebieden (ook ons land) in de winter. Ons land worden dan echter gebruikt als winterverblijfplaats voor noordelijke dodaarzen. Het aantal broedparen in Nederland wordt door SOVON geschat op ongeveer 2000 en neemt jaarlijks iets toe. In de winter verblijven er soms meer dan 10.000 exemplaren in Nederland. Het is goed mogelijk dat er paartjes broeden in de Haarlemmermeer, maar de grootste kans op een waarneming is in de winter. De overwinteraars kunnen elk jaar in de hoofdvaart en andere grote kanalen worden aangetroffen.

 krakeendpaarvogelsKrakeend7 dec 2006december

Krakeend, 7 dec 2006

 krakeendpaar

De krakeend is een naaste verwant van de wilde eend. Hij is iets kleiner en zoekt zijn voedsel net als de wilde eend grondelend (staart omhoog en kop naar beneden). Zijn naam komt van het geluid dat hij maakt: namelijk niet ‘kwak’ maar ‘krak’. De soort is aan twee kenmerken goed te herkennen: de zwarte kleur onder de staart (zie bij het mannetje op de foto) en de witte spiegel op de vleugel. Deze witte spiegel is ook nog bij de opgevouwen vleugels te zien (zie bij het vrouwtje op de foto). Oorspronkelijk is het een broedvogel van de meren en moerassen in de steppen van Midden- en West- Azië tussen 55 en 40 graden noorderbreedte, maar mogelijk door ontginning van deze gebieden heeft deze eend zijn areaal westwaarts uitgebreid. De soort komt ook vaak voor op wateren met allerlei kunstmatige dammen, taluds en dergelijke; waarschijnlijk

vormen de zachte draadalgen en wieren welke op het stenige substraat groeien een geliefde voedselbron.

Waar

De krakeend is een typische soort van vrij grote wateren. Krakeenden worden dan ook vooral in de lage delen van Nederland aangetroffen De krakeend leeft op zoet en brak water. Hij nestelt dicht bij meren, moerassen en poldersloten met rijke onderwatervegetatie. Ook in de Haarlemmermeer komt de soort als broedvogel voor en als wintergast. Hoeveel paren hier broeden is ons niet *bekend. Veel groepen krakeenden verzamelen zich ’s winters in de brede vaarten langs de Geniedijk en de 4 merenweg. Groepjes van 10-30 dieren kunnen vaak worden waargenomen. In één geval troffen wij in februari een groep van maar liefst 250 dieren aan die zich op het water en de weilanden rond het fort bij Rijsenhout hadden verzameld.

Bijzonder

Het gaat de krakeend in Nederland voor de wind. Vergeleken met enkele decennia geleden is de populatie in Nederland geëxplodeerd. In de 1975 was het nog een zeldzame broedvogel met 550-800 paar in heel Nederland. In het jaar 2000 werd het aantal broedparen geschat op 6.000 tot 7.000 paar. Sindsdien is het aantal vogels ongetwijfeld nog verder gestegen.

 ijsvogelvogelsIJsvogel24 okt 2006oktober

IJsvogel, 24 okt 2006

 ijsvogel

De ijsvogel staat op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten in Nederland. Tussen 1995 en 2002 schommelde hun aantal in ons land tussen 30-70 broedpaar (1997) en 650-700 broedpaar (2002). Anders dan zijn naam doet vermoeden, moet de ijsvogel niets van strenge winters hebben. Bij strenge vorst hebben ze het als standvogel zwaar. Hun voornaamste voedsel, kleine visjes zoals stekelbaarzen, zijn dan gedurende lange tijd onbereikbaar onder een dikke laag ijs. Tijdens strenge winters krijgt de populatie dan gevoelige klappen. Een verlies van 80- 95% is dan geen uitzondering.
Grote verliezen waren er recentelijk tijdens de strenge winters van 1995/96 en 1996/97. De soort

kent dan ook van nature grote schommelingen. Maar gelukkig kan de stand zich in 5-7 jaar weer herstellen tot een niveau van voor een strenge winter.

Waar

: Van de Haarlemmermeer is één broedgeval bekend. Doortrekkers, van augustus tot de vorst invalt daarentegen, zijn er elk jaar vrij veel, vooral langs de Geniedijk. Op dit moment staat de teller op 3, in sommige jaren zien wij er wel 8-10. Soms blijven de vogels vele weken op dezelfde plaats.

Bijzonder

: De ijsvogel is een zeer opvallende vogel die zowel aan de lichaamsbouw, de kleur, roep en het gedrag gemakkelijk te herkennen is. Kleine visjes vormen het belangrijkste voedsel en de ijsvogel komt dan ook vooral voor in de buurt van helder, visrijk water. De vogel jaagt vanaf een post boven het water of biddend in de lucht en stort zich vervolgens loodrecht naar beneden. De ijsvogel vliegt doorgaans in een rechte lijn snel en laag over het water. Een goede manier om de vogel te ontdekken is door zijn luide en opgewonden roep, die klinkt als wi-wi-wi-wi-wi.

 krooneendvogelsKrooneend20 okt 2006oktober

Krooneend, 20 okt 2006

 krooneend

Krooneenden en vooral de mannetjes, zijn bijzonder mooie bijna tropisch aandoende vogels in meren en plassen met een riet- of kruidenrijke oever. Een rijke onderwatervegetatie, liefst van kranswieren, is een vereiste, omdat deze planten de hoofdmoot van het menu uitmaken. Dierlijk voedsel als slakjes en insecten vormt slechts een aanvulling hierop.

Bijzonder

Het voedsel van de krooneend bestaat vooral uit kranswieren. Dat is een bijzonder hard onappetijtelijk wier dat vol zit met silicium (zandkristallen) en daarom erg onaangenaam aanvoelt bij aanraking tijdens b.v. zwemmen. Het is een weinig concurrentiekrachtige onderwaterplant

die vooral in helder en voedselarm water voorkomt. En daar hebben we in Nederland niet veel van, zoals het voorkomen van de zeldzame krooneend illustreert.

Waar

Krooneenden zijn oorspronkelijk afkomstig uit Azië, waar de soort in ondiepe steppemeren voorkomt. Aangenomen wordt dat de krooneend naar West-Europa uitweek omdat de kwaliteit van het oorspronkelijke leefgebied sterk afnam. Pas sinds 1942 worden krooneenden in Nederland waargenomen, vooral in de Utrechts/Hollandse veenplassen en wat later de Randmeren. Lange tijd schommelde het aantal broedparen tussen de 30 en de 65. Eind jaren tachtig waren daarvan nog 15 paren over. Sinds 1990 is sprake van een kleine opleving; het huidige bestand wordt geschat op 120 tot 170 paren, die broeden in Botshol, de Vinkeveense Plassen en bij Rotterdam.
Gezien de zeldzaamheid van de eend en zijn hoge eisen, mag het bijzonder heten dat begin oktober 2006 (en ook in 2005 om dezelfde tijd) een mannetjes krooneend een tijd verbleef aan de ecologische oever in Toolenburg.

Waar te nemen: af en toe als passant

Status:Niet beschermd

 houtsnipvogelsHoutsnip8 okt 2006oktober

Houtsnip, 8 okt 2006

 houtsnip

De houtsnip is een bosvogel van ongeveer 35 cm lang. Het is een schuwe vogel, die erg goed gecamoufleerd is. Hij leeft van wormen, larven en insecten, die hij vindt door met zijn lange snavel in de grond te boren. Hij is vooral bekend door zijn intrigerende baltsvlucht. Het mannetje vliegt daarbij met snelle, schokkerige vleugelslagen over bosranden en open plekken en laat daarbij een serie knorrende geluiden horen, gevolgd door een hoog explosief geluid. De houtsnip is helaas erg geliefd bij jagers omdat de vogels door hun typische vlucht moeilijk te raken zijn. Toch worden er alleen al in Frankrijk jaarlijks zo’n 200.000 vogels geschoten.

Waar

:

In Nederland broeden ongeveer 3000 paar. Broedgevallen zijn niet bekend uit de Haarlemmermeer, maar dat zegt niet alles bij een vogel met zo’n goede schutkleur.

Bijzonder

: Hoewel de vogel waarschijnlijk niet broedt bij ons, kan hij toch vaak in de Haarlemmermeer worden waargenomen. Dit artikel is dan ook voorspellend bedoeld, zodat u er op kan letten.
Talloze overwinteraars trekken namelijk door Nederland in oktober-november uit Noord-Oost Europa, op de vlucht voor sneeuw en vorst. De terugtrek is in maart-april. Uit eigen waarneming lijkt het erop, dat de vogels ’s nachts trekken en zich overdag in bosjes ophouden. Deze bosjes zijn niet zelden gewoon tuinen in de bebouwde kom. De vogel heeft daarbij de gewoonte om op zijn camouflage te vertrouwen tot u er bijna op trapt. Door hun explosieve manier van opvliegen, komt het helaas vaak voor dat ze zich tegen ramen te pletter vliegen. Elk jaar in oktober en maart is er daarom een hausse aan gewonde en dode houtsnippen bij de dierenambulance.

 KerkuilvogelsKerkuil17 jul 2006juli

Kerkuil, 17 jul 2006

 Kerkuil

De kerkuil leeft vaak in de menselijke omgeving, maar weinig mensen krijgen hem te zien. Broedplaatsen zijn boerenschuren, kerktorens en soms holle bomen. Het voedsel bestaat vooral uit veldmuizen en spitsmuizen. Het aantal veldmuizen vertoont een driejarige cyclus, die de kerkuil met enige vertraging volgt. Jonge kerkuilen kunnen flinke zwerftochten maken, maar eenmaal gevestigde vogels verblijven meestal in hetzelfde leefgebied. De kerkuil houdt niet van koude winters; zijn verenkleed houdt slecht warmte vast. In de vijftiger jaren broedden er jaarlijks 1500 tot 3000 paar in vooral het midden en oosten des lands. Verkavelingen, intensiever graslandgebruik, muizenbestrijding, e.d. maakten het leven van kerkuilen niet makkelijk. Daardoor waren er na de strenge winter van 1963 en vooral die van 1979 nog maar 100 paar over. Sindsdien gaat het weer beter. In de 90′er jaren waren er weer 700-1200 paar en na de warme en muizenrijke topjaren 2004 en 2005 werd het aantal paren geschat op 2800. Deze uilen broeden vooral in nestkasten en hebben zich gedwongen door de veranderingen op het platteland gevestigd in hele andere

gebieden zoals bossen, Flevoland en in steden.

Bijzonder

: De kerkuil vangt muizen op het oog, maar vooral op het gehoor. Het karakteristieke hartvormige ‘gezicht’ van de uil dient om licht en geluid te focussen. Een kerkuil kan wel 10 jaar oud worden, maar gemiddeld wordt hij maar 2 jaar. Dat komt omdat de meeste jongen vroeg sterven.
Sommige uilenmannetjes bedienen tegelijkertijd meerdere vrouwtjes. Een beroemde uil uit de Haarlemmermeer had op enig moment 3 vrouwtjes met broedsels tegelijkertijd.

Waar

: In de vijftiger jaren verdween de Kerkuil uit de Haarlemmermeer. De laatste melding was uit 1956. In de negentiger jaren kwam de soort weer terug. Vooral door het werk van de roofvogel- en kerkuilenwerkgroep en de welwillende medewerking van veel agrariërs nam de stand toe van 1 paar in 1991 tot 9-10 paar in 2005. 2006 lijkt weer een slecht jaar. Tot op heden zijn er niet meer dan 2-3 broedende paartjes geconstateerd. We houden ons dus aanbevolen voor meldingen.

 kerkuil1

 havikvogelsHavik25 jun 2006juni

Havik, 25 jun 2006

 havik

Afgelopen week werd de dierenambulance gebeld voor een roofvogel, die zich dood had gevlogen tegen een raam in de Hoek. Het bleek een havikmannetje van ongeveer drie jaar oud. Hij liet een wijfje en 2 jongen achter, waarvan er inmiddels een is overleden, d.w.z. opgepeuzeld door zijn sterkere broer of zus. Dit opeten van nestgenoten is bij roofvogels een slimme overlevingsstrategie om in noodsituaties te kunnen overleven. Het andere jong heeft grote kans om te overleven met alleen de moeder als ouder. Net als veel andere roofvogels profiteert de havik van het feit dat er met minder giftige stoffen gespoten wordt. In de jaren 50-60 was de stand in heel Nederland slechts 500-600 paar. Sinds 1980 beweegt het aantal paren zich tussen de 1700 en 2000. De havik is een roofvogel die vooral jaagt op vogels, b.v. houtduiven, stadsduiven, kraaien en eksters. De grote aantallen van deze minder gewenste vogels maakt het waarschijnlijk dat de stand van de havik nog wel verder zal toenemen.
De havik is een standvogel van bosgebieden of gebieden waar bosjes afgewisseld worden met velden. Door zijn korte ronde vleugels en lange staart is hij zeer wendbaar en kan hij tussen bomen door jagen. Het doden van de prooi gebeurt

met de klauwen. Het nest wordt hoog in bomen gemaakt en kan soms 1 meter in doorsnede zijn.

Bijzonder

Het tegen een raam vliegen is bij haviken (en ook bij sperwers, zijn kleine broertje) doodsoorzaak nummer 1. Alle dode of zieke roofvogels uit de Haarlemmermeer terecht bij het vogelasiel in Haarlem. Een aantal jaren geleden werd daar ook een havik binnengebracht, die dwars door een ruit was gevlogen en in een klaslokaal van een school gewond bleef rondvliegen. Deze havik kon na behandeling een aantal weken later weer uitgezet worden.

Waar

Tot de zeventiger jaren kwam de havik vrijwel uitsluitend in Oost- en Zuid Nederland voor. Door het vervangen van graanvelden door maïsvelden ging de houtduivenstand zodanig achteruit dat de haviken gingen zwerven. Halverwege jaren negentig werden de eerste broedgevallen in Spaarnwoude en het Amsterdamse Bos gemeld. Vandaaruit werd het noordelijk deel van de Haarlemmermeer als eerste bevolkt door waarschijnlijk instroom van jonge vogels. Het nest van de omgekomen havik is een van de 4 nesten die bekend is uit de Haarlemmermeer. Het eerste broedgeval in de polder dateert van 2002. Sindsdien komt er bijna elk jaar een nest bij. Het aantal jongen per nest varieert van 1 tot maximaal 4.Het merendeel van de jongen vliegt succesvol uit. Broedgevallen van roofvogels en uilen kunnen worden gemeld bij de Werkgroep Roofvogels en Uilen Haarlemmermeer (bjbol@hetnet.nl).