bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

hondskruid, 25 jul 2020

 hondskruid1

Hondskruid klinkt niet echt aantrekkelijk. Toch zit er achter deze naam een fascinerend verhaal. Hondskruid is nl een orchidee. En niet zo maar 1. Bij orchideeën denken veel mensen aan tropische orchideeën die je in de winkel kunt kopen. Maar ook in Nederland komen ca 70 soorten orchideeën voor. En daarbij denken de meest mensen dan aan Limburg, want op de kalk van Limburg komen zo’n 60 soorten voor. Wat meestal niet bekend is, is dat in onze ‘kale landbouwpolder’ die steeds meer met woningen en kantoren wordt gevuld misschien wel meer orchideeën voorkomen dan in Limburg. Nog pas 2 weken geleden heb ik een fietstocht langs een veld met ca 1 miljoen orchideeën gehouden. Tot op heden hebben we in de Haarlemmermeer 14 soorten gevonden. Dat komt omdat we een oude waddenbodem hebben, waar nog schelpen (kalk) inzit, de oude zandbanken zijn voedselarm en

beetje brakke kwel helpt ook. Van die 14 soorten is hondskruid een van de zeldzaamste.

Bijzonder

De eerste plant werd een jaar of 10-15 gelden ontdekt in Beukenhorst aan de kruisweg. Die werd geplukt. Een jaar of 8 gelden verscheen er 1 ook in Beukenhorst aan de Kagertocht, die na 2 jaar werd ook werd geplukt. Nu is er een heel veldje gevonden in het Groene Carre Zuid. De plek werd ontdekt en gefotografeerd door Ruud Luntz, Waarvoor dank.

Helaas is in 2017 aan de meeste orchideeën de status van beschermde soort ontnomen. Dat kwam project ontwikkelaars beter uit en onze overheid luistert ‘goed’ naar de samenleving.

Waar

Hondskruid houdt van zonnige plekken op zand-, leem- of kleibodem. Het komt voor rond de middellandse zee en in Europa tot Noord-Duitsland, Schotland, en Ierland. In Nederland is de plant zeer zeldzaam en komt voor in Zuid-Limburg, Zeeland, in de duinen bij Wijk aan Zee en Noordwijk aan Zee en in het westen van het land op opgespoten braakliggende industrieterreinen. Wellicht door de klimaatverandering is de soort aan een gestage opmars bezig. Dat is dus ook in onze polder te merken.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 6 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 aalscholvervogelsAalscholver10 feb 2008februari

Aalscholver, 10 feb 2008

 aalscholver

Jaarlijks komen er meer aalscholvers naar de Haarlemmermeer. Hun naam is misleidend, want paling vormt maar een zeer klein deel van zijn menu, dat vooral uit brasem en voorn bestaat. Commercieel is de brasem niet interessant en aalscholvers vormen dus niet of nauwelijks een concurrent van de binnenvisserij. Wel weten ze in de winter feilloos de plekken te vinden waar vissen overwinteren. Zo’n plek bezoeken ze tot alle vissen van de voor hun geschikte jaarklassen op zijn. Hun dagrantsoen van 0.5 - 1 kg bestaat uit zo’n 5-10 vissen. De ongeveer 250 vogels die onze polder bezoeken eten dus zo’n 125-250 kg vis per dag. Door de vermeende concurrentie om paling is de aalscholver erg vervolgd, waardoor er rond 1960 minder dan 1000 paar over waren. Door bescherming, maar ook door toename van hun prooidieren

(fosfaat), heeft de stand zich weten te herstellen tot zo’n 20.000 broedparen verdeeld over 25 kolonies.

Bijzonder

Aalscholvers broeden in kolonies, meestal in moerasbossen met elzen. Door de uitwerpselen van de aalscholvers, die rijk zijn aan salpeterzuur, sterven de bomen waarin de nesten worden gemaakt. Anders dan de meeste andere watervogels, bevat hun verenkleed slechts zeer weinig vet. Daardoor is het niet waterdicht en wordt een duikende aalscholver drijfnat. De vogels drogen zich door met kenmerkend half gespreide vleugels op een paal of in een boom te gaan zitten.

Waar

Aalscholvers komen wereldwijd voor. Onze vogels trekken alleen in heel koude winters weg naar Frankrijk en Spanje tot in Tunesië. In normale winters worden onze vogels aangevuld met dieren uit vooral Denemarken. Waar vossen leven, broedt de aalscholver in bomen. Op eilanden, zoals Vlieland, wordt ook op de grond gebroed. Het belangrijkste broedgebied is rond het IJsselmeer. De grootste kolonie is in de Oostvaardersplassen (8400 paar). Op het IJselmeer wordt meestal in grote groepen samen gejaagd. Daarbuiten, zoals in de Haarlemmermeer, wordt vooral solitair gevist.

 nijlgansvogelsNijlgans8 dec 2007december

Nijlgans, 8 dec 2007

 nijlgans

Deze week al weer een dier uit zuidelijker streken, die zich definitief gevestigd heeft als standvogel in ons land en in onze polder: de nijlgans. De Nijlgans is geen echte gans, maar eigenlijk een grote eend, verwant aan de Bergeend. Kenmerkend is de bruine “bril” en de witte bovenvleugels. Zijn geluid lijkt op twee stenen die langs elkaar schuren. De Nijlgans leeft voornamelijk op land, hoewel hij goed kan zwemmen. De soort eet vooral zaden, bladeren, grassen en stengels, maar hij is ook niet vies van insecten en wormen. Mogelijk omdat de nijlgans uit warme streken komt, heeft hij een afwijkend broedgedrag. Op dit moment al zoeken overal paartjes op de akkers een territorium om te gaan broeden. De eerste jongen zijn er soms al in januari en zeker in februari.

Bijzonder

Ondanks zijn afkomst uit zeer warme streken, gedijt de Nijlgans zeer goed in ons klimaat. Ze overleven zelfs de strengste winters. De voortplanting verloopt eveneens

voorspoedig. Het vrouwtje legt tussen de zes en acht eieren. De pullen worden bijna allemaal groot. De ouders beschermen hen met een aan fanatisme grenzende agressie. Agressie is trouwens toch het handelsmerk van de Nijlgans. Ze “kraken” nesten van andere vogels. Zelfs kraaien, haviken en torenvalken jagen ze uit hun nest of nestkast. Soms broeden ze wel 20 m hoog. De pullen laten zich gewoon omlaag vallen en overleven dit zonder verwondingen. Ook nesten van de Grauwe Gans worden gekraakt. Eenden en meerkoeten, toch ook geen lieverdjes, worden zonder pardon aangevallen.

Waar

Nijlgansen komen oorspronkelijk uit Egypte en Afrika ten zuiden van de Sahara. Enkele in 1967 ontsnapte of uitgezette dieren zijn de aanstichters van de enorm snel groeiende populatie. De aantallen nemen nog altijd sterk toe met 11- 16 % per jaar. Elk jaar produceert ieder paar gemiddeld 4,3 nieuwe exemplaren. In sommige gebieden is een nijlgansenverzadiging opgetreden; de soort wordt er niet talrijker meer. In die gebieden grootgebrachte jongen, wijken uit naar omliggende gebieden. De verwachting is dat de komende decennia de toename in Nederland langzaam tot staan zal komen en de nijlgans zich verder over West-Europa zal verspreiden (gegevens SOVON). In de Haarlemmermeer houden zich al minstens 100 paar op.

 turksetortelvogelsTurkse Tortelduif15 nov 2007november

Turkse Tortelduif, 15 nov 2007

 turksetortel

De aanleiding voor het onderwerp deze week is de melding van een curieus broedgeval van een Turkse Tortelduif dat rond 6 november begon. De Turkse tortel is een duif die tegenwoordig vrij algemeen in Nederland voorkomt. Het is een beige vogel van ongeveer 30 cm lang, met een donker streepje in de nek. Ze eten voornamelijk zaden, rupsen, kevers en kleine vruchten. Het is een vogel die redelijk veel in de buurt van mensen komt: een cultuurvolger.
De Turkse tortel bouwt een eenvoudig nest bestaande uit losse takjes die in elkaar gestoken een ′platje′ vormen. Op dat nest worden steeds twee eieren gelegd. De duif koert meestal langdurig en eentonig. De vogel komt ′s winters af op voertafels, maar blijft bijna altijd op de grond.
Tegenwoordig is de Turkse tortel na de stadsduif de meest algemene duif in dorpen en steden. Tijdens de broedtijd kunnen ze agressief zijn. Ze doen alles om hun jongen te beschermen. De ouders jagen Vlaamse gaaien, eksters en zelfs mensen

weg bij het nest.

Bijzonder

Door het gammele nest mislukt een broedsel regelmatig, maar door steeds weer opnieuw een nest te maken lukt het de meeste Turkse tortels toch regelmatig jongen vliegvlug te krijgen. De meeste paartjes hebben wel 5 broedsels per jaar. De jongen uit het eerste legsel doen een paar maanden later zelf al weer mee aan de voortplanting. Er zijn weinig vogels die zich zo snel kunnen vermenigvuldigen. Het curieuze broedgeval midden in november is misschien dus minder een uitzondering dan eerst gedacht. De Turkse Tortelduif heeft de inheemse (gewone) tortelduif vrijwel verdrongen.

Waar

De Turkse tortel is sinds 1900 vanuit de Balkan West-Europa binnengetrokken. Het eerste geregistreerde broedgeval in Nederland was in 1949. Door allerlei onbekende factoren, maar zeker ook door de hoge voortplantingssnelheid explodeerde tussen 1950 en 1980 het aantal broedgevallen tot ongeveer 250.000 paar. Daarna is de stand ingestort en heeft zich gestabiliseerd op aantallen tussen de 50.000 tot 100.000 paar. De neergang van de aantallen liep parallel met die van een andere cultuurvolger: de huismus. Van de factoren die de huismus raakten (het steeds minder uitkloppen van tafelkleden en een betere isolatie van huizen met minder dakpanholletjes) lijkt voor de Turkse tortel alleen het voedselaanbod mogelijk relevant.

 kramsvogelvogelsKramsvogel11 nov 2007november

Kramsvogel, 11 nov 2007

 kramsvogel

Aan het einde van de herfst trekt de natuur zich terug en vertrekken veel dieren naar het zuiden. In de winter komen er echter ook veel dieren hierheen, vooral vogels, om van de rijkdommen van onze zachte winters te genieten. Dat zijn vooral soorten uit het koude noorden en oosten van Europa. Een van deze wintergasten is de Kramsvogel. Dit is een grote lijsterachtige met een krachtige vlucht en een opvallende grijze stuit. De kramsvogel heeft een mooi verenkleed met een grijs en bruine rug en talrijke zwarte streepjes op de buik en borst. In najaar en winter is het karakteristieke ′tsjak-tsjak-tsjak′ van de kramsvogel zeer regelmatig te horen. Wie het geluid eenmaal kent, hoort het overal. .

Bijzonder

De Kramsvogels komen vooral af op bessendragende struiken en bomen: lijsterbes, vuurdoorn, duindoorn, sleedoorn, etc., maar ook appels versmaden ze niet. Omdat we in Nederland zeer veel bessen

in de stedelijk bebouwing hebben, zijn ze ook overal in de bebouwde kom aan te treffen. Daarnaast jagen ze net als merels op slakken en wormen in gazons en op velden. Daarbij maken ze karakteristieke sprongetjes, waardoor met het blote oog van zeer ver herkend kunnen worden.

Waar

Het voornaamste broedgebied bevindt zich in Oost-Europese landen zoals Duitsland, Polen en Rusland. De kramsvogel broedt vaak in kolonies waarbij de vogels verschillende grote nesten per boom bouwen in een aantal aangrenzende bomen. In het broedseizoen leven kramsvogels erg teruggetrokken. Ook in Oost-Nederland zijn enkele broedkolonies geweest. In de jaren 80 waren er bijna 1000 broedparen. De laatste jaren is het aantal broedparen gedaald tot minder dan 100 paar, vooral in Zuid Limburg en de Achterhoek. Het is nog onduidelijk waarom het aantal broedparen zo sterk wisselt. Uit de Haarlemmermeer zijn geen recente broedgevallen bekend, maar als wintergasten zijn ze op dit moment overal in de lucht, in bessenstruiken en op velden aan te treffen.

Terugmeldingen

: Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe en een doortrekkende slechtvalk en veel haviken langs de Geniedijk.

 velduilvogelsVelduil28 okt 2007oktober

Velduil, 28 okt 2007

 velduil

De velduil komt voor in de Noordelijke delen van Europa, Azië en Amerika. Zijn leefgebied bestaat uit moerassen, graslanden en agrarisch land. De velduil is ongeveer 38 cm groot en leeft en broedt vooral op de grond. Het voedsel bestaat grotendeels uit woelmuizen. Daarnaast worden ook andere muizen en vogels gegeten. De velduil heeft een ronde kop, vrijwel zonder oorpluimen en een opvallend gezichtsmasker.

Bijzonder

Velduilen jagen zowel ′s nachts als in de schemering. Meer dan andere uilensoorten jagen ze ook overdag, waardoor ze vaker opvallen. De soort staat op de Rode Lijst vanwege de duidelijke afname en de geringe verspreiding van de Nederlandse broedpopulatie, en vanwege de kwetsbaarheid van het broedbiotoop.

Waar

Velduilen broeden in wisselende aantallen in de duinstreek en in moerasgebieden. Sinds de jaren vijftig is in het zuiden en oosten van het land sprake van een dalende trend. Op de Waddeneilanden

en in de net ingepolderde Flevopolders nam de soort eerst toe. Flevoland is inmiddels echter weer bijna verlaten, terwijl de Waddeneilanden -vooral Ameland - nu hèt bolwerk van de soort in Nederland zijn. Het aantal broedparen schommelt de laatste jaren tussen de 50 en 175 paar, waarvan tenminste driekwart op de Waddeneilanden. De kieskeurigheid en de zeldzaamheid van deze soort maakt het zeer bijzonder dat in het landschap om de startbanen van Schiphol het hele jaar door velduilen voorkomen. In sommige jaren zijn er wel 10 exemplaren waargenomen. De roofvogelwerkgroep schat dat maximaal 3 paren per jaar tot broeden komen. Dit jaar zijn tenminste drie jonge velduilen gemeld, waarvan 2 het slachtoffer waren van vliegtuigen. Het geringde derde jong staat op de foto. Ook op ander plaatsen in de Haarlemmermeer, zoals de Boseilanden worden soms velduilen gemeld. Vooral broedvogels uit Scandinavië overwinteren ook in Nederland. In oktober verschijnen de eerste trekkers, terwijl de laatste in mei weer zijn vertrokken. Het zijn echte zwervers. In Nederland geboren vogels trekken soms weg tot in noordelijk Scandinavië en Rusland, maar andere blijven hun leven lang binnen de landsgrenzen

Terugmeldingen

: Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe en een doortrekkende slechtvalk en veel haviken langs de Geniedijk.

 goudhaantjevogelsGoudhaantje21 okt 2007oktober

Goudhaantje, 21 okt 2007

 goudhaantje

Het goudhaantje en zijn neefje het vuurgoudhaantje zijn de kleinste broedvogels van Europa, die nu in gezelschap van mezen in grote getale aan het trekken zijn en daarbij ook de tuinen en parken van de Haarlemmermeer bezoeken. De kans daarop is het grootst als er ergens naaldbomen staan. Het goudhaantje is een schuw en teruggetrokken levend dier. Het ijle ziee, ziee geluid waarmee de vogeltjes non-stop contact houden, is vaak de beste manier om ze te ontdekken. Het goudhaantje leeft bij voorkeur in naaldbossen en gemengde bossen. Het eet veel spinnensoorten en insecten, vooral vliegen, luizen en kevers en hun larven, maar af en toe pakt hij ook grotere insecten zoals nachtvlinders. Overdag zoekt hij constant eten, springend of ondersteboven hangend aan een tak. De paartijd is van april tot mei. Ongebruikelijk voor de meeste vogels is dat goudhaantjes vaak twee nesten bouwen. Het is gemaakt van mos en korstmos en het wordt bij elkaar gehouden door spinnenwebben. De bouw kan wel twee weken duren. Hoewel het vrouwtje de eieren uitbroedt, worden de kuikens eerst alleen maar door het mannetje gevoerd.

Daardoor kan het vrouwtje in het andere nest opnieuw eieren leggen en uitbroeden. Een legsel bestaat meestal uit 7-10 eieren.

Bijzonder

Goudhaantjes zijn ongeveer 9 cm lang en wegen 4-7 gram. Hoe klein dit is blijkt uit het feit dat een gewone enkelvoudige brief maar 20 gram weegt. Voor zo’n klein dier is het daarom een grote prestatie om over land en zee, naar Spanje, Oost-Europa en delen van noordelijk Afrika te trekken. Het vindingrijke goudhaantje zweeft vaak boven een spinnenweb, en wacht totdat hij gevangen insecten kan pakken.

Waar

Goudhaantjes komen wijdverspreid voor, vooral in de duinen en in Oost en Zuid- Nederland. De schattingen van het aantal broedparen in ons land variëren van 40.000-60.000. Of er veel in de Haarlemmermeer broeden is niet bekend. Wel trekken er grote aantallen door in de herfst en winter. Deze kleine vogels hebben veel last van slecht weer en strenge winters en daardoor schommelt hun aantal soms dramatisch. Goudhaantjes zijn vooral kwetsbaar tijdens de trek. Afname van leefgebied in het bos vormt ook een bedreiging.

Terugmeldingen

: Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe en een doortrekkende slechtvalk en haviken langs de Geniedijk.

 VisdiefvogelsVisdief16 okt 2007oktober

Visdief, 16 okt 2007

 Visdief

Visdieven zijn koloniegewijs broedende vogels van kustgebieden en visrijke wateren in het binnenland. Bij voorkeur op eilandjes en andere moeilijk bereikbare plaatsen met een vrijwel kale bodem. Het voedsel bestaat uit kleine visjes, die meestal met spectaculaire duiken bemachtigd worden. Onze visdieven overwinteren langs de Westafrikaanse kust, van Mauretanië tot Nigeria.

Bijzonder

Rond 1900 broedden meer dan 30.000 paar visdieven in ons land. Afschot voor een dameshoeden-modegril en het rapen van eieren leiden tot een forse afname. Na beschermingsacties namen de aantallen weer toe tot 45.000 paar in 1939. Door DDT e.d. en het vernietigen van een broedkolonie van 20.000 paar, waren er in 1965 nog 5000 paar over, waarna een voorzichtig herstel inzette. Momenteel broeden jaarlijks 15.000 tot 17.000 paar visdieven in ons land. De soort staat op de Rode Lijst vanwege de grote afname van het aantal broedparen en

hun beperkte verspreiding.

Waar

Hoewel het visdiefje al weer op weg is naar Afrika om te overwinteren is deze soort toch het onderwerp van deze week. Visdiefjes maken nl sinds 2001 gebruik van het dak van het PWN gebouw bij Hoofddorp (hoek Kruisweg, Driemerenweg) en er is recent vastgesteld dat de vogels van deze kolonie afgelopen zomer de oorzaak zijn geweest van de besmetting van het drinkwater met E-Coli bacterie. PWN bestudeert nu de mogelijkheden om te verhinderen dat de vogels zich in 2008 weer op het dak gaan vestigen. Op dit sedumdak broeden niet alleen sterns, maar in ook steeds meer meeuwen. De grotere meeuwen waren al bezig het visdiefje weg te drukken, want in 2007 waren er nog 44 paar over van de top van 200 in 2003. In 2003 was ook de zeer zeldzame zwartkopmeeuw nog aanwezig met 6 paar. Die komt al niet meer tot broeden. Als dit dak als nestgelegenheid wegvalt is er nog 1 broedkolonie over in de Haarlemmermeer, ook op een dak in Nieuw-Vennep, waar dit jaar ongeveer 70 broedparen werden vastgesteld. Bron gegevens Haarlemmermeer: Erik Wokke.

Terugmeldingen

Let vanaf nu op de houtsnip, een bruine vogel met een lange snavel en een zeer goede camouflage, die nu doortrekt en zich overdag vaak in tuinen onder bosjes ophoudt. Veel vogels vliegen zich elk jaar tegen ramen te pletter als ze opgeschrikt worden.

 torenvalkvogelsTorenvalk24 sep 2007september

Torenvalk, 24 sep 2007

 torenvalk

De torenvalk is de meest algemene roofvogel in Nederland. Vrouwtjes en jongen hebben een volledig bruin kleed. Mannetjes zijn te herkennen aan een grijze kop en staart. De torenvalk leeft vooral van muizen, die hij op karakteristieke wijze vangt, door stil in de lucht te ‘bidden’. Als een torenvalk stil hangt, heeft hij een muis gezien en wacht hij op een geschikt moment om erop te duiken. De oudst bekende torenvalk is ruim 23 jaar oud geworden maar de gemiddelde leeftijd is 3-4 jaar, doordat 75% van de jongen het 2e jaar niet haalt. De belangrijkste doodsoorzaak is het verkeer, gevolgd door verzwakking als gevolg van honger en ziekte.

Waar

In de Haarlemmermeer wordt al lange tijd intensief onderzoek gedaan naar de Torenvalk door de Roofvogelwerkgroep en in het bijzonder door Bert Jan Bol. Hoewel de stand erg kan fluctueren leven er gemiddeld 50 paren in de Haarlemmermeer. Vooral rond Schiphol. De trend is langzaam stijgend. Dat komt doordat het gras rond landingsbanen en langs wegen een zeer geschikt jachtterrein is voor deze valk. 2007 is een zeer

goed muizenjaar. Voor roofvogels is er daarom overvloedig voedsel. Dit jaar zijn er tenminste 68 broedparen geteld. 80% van de paren broedde in nestkasten, de rest in dakgoten en overkappingen, in oude schuren en boerderijen, in oude nesten van eksters en zwarte kraaien, in hangars op Schiphol en in spleten onder bruggen en viaducten.

Bijzonder

Door de vele muizen was het aantal eieren per nest met 5-6 erg hoog. In Lijnden was er zelfs een nest met 8 eieren; het hoogste aantal dat ooit in de Haarlemmermeer is geregistreerd en door één vrouwtje gelegd. Alle 8 de jongen zijn succesvol uitgevlogen (zie foto). Op het knooppunt Raasdorp had een mannetje torenvalk twee vrouwtjes. Toen hij de jongen van het eerste nest van muizen voorzag, zat het tweede vrouwtje enkele meters verderop te broeden op de eieren van het andere nest. Het eerste vrouwtje is zelfs nog aan een tweede broedsel begonnen.

Terugmeldingen

Alle torenvalkjongen en hun ouders worden zoveel mogelijk geringd. Na een jaar wordt ongeveer een kwart van de nestjongen teruggemeld uit een straal van ongeveer 100 kilometer. De ouders zijn tot op enkele kilometers na honkvast. Een klein deel van de torenvalken uit de polder gaat ook verder weg; er zijn diverse meldingen uit bijvoorbeeld Denemarken, Duitsland, Schotland, Frankrijk, Spanje en zelfs een enkeling uit Noord-Afrika.

 canadesegansvogelsCanadese Ganzen2 aug 2007augustus

Canadese Ganzen, 2 aug 2007

 canadesegans

Deze forse ganzensoort (bijna zo groot als een zwaan) komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Echte wilde Canadese ganzen zijn zeer zeldzaam. Vrijwel alle Canadese ganzen in Nederland zijn verwilderde afstammelingen van vogels die voor de jacht zijn uitgezet, aangevuld met siervogels uit parken.
De Canadese gans is een planteneter, met zijn lange hals gespecialiseerd in het eten van voor andere grondelaars onbereikbare onderwaterplanten. Maar ook mals gras, sappige kruiden en jonge blaadjes van struiken worden wel gegeten.

Bijzonder

: Ganzen kunnen tot 30 jaar oud worden. Adulte ganzen ruien alle slagpennen tegelijkertijd en kunnen daardoor ongeveer 1 maand niet vliegen. De rui valt meestal samen met de periode waarin de jongen zich in het nest bevinden. Anders dan bij eenden hebben mannetjes en vrouwtjes hetzelfde verenkleed. Ganzen trekken in familieverband of grote troepen. Ze vliegen in V-vormige formaties of golvende linies. Door

in V-formatie te vliegen hebben de vogels een voordeel. De ganzen die volgen maken gebruik van de lift die volgt uit de vleugelslag van de voorganger. Tijdens het vliegen communiceren de ganzen met elkaar. De achterste ganzen moedigen de voorste aan om op snelheid te blijven.
Als een gans ziek wordt of gewond raakt en daardoor niet meer in staat is mee te vliegen dan zullen twee ganzen bij de zieke gans blijven totdat deze hersteld is of overleden. Samen zullen de ganzen trachten hun groep in te halen.

Waar

Sinds circa 1650 is de Canadese gans begonnen aan zijn opmars in Europa, nadat de vogels als jachtwild naar Europa zijn gehaald. De verwachting is dat de soort zich nog verder over Europa en Azië zal gaan verspreiden. Het bestand in Nederland bedraagt ongeveer 1.000 tot 1.400 paren, maar daarnaast leven er een flinke hoeveelheid jonge vogels. Canadese ganzen zijn pas geslachtsrijp op tweejarige leeftijd. Vooral in de natte delen van Nederland weet de Canadese gans zich uitstekend te handhaven. Rond de grote rivieren zijn Canadese Ganzen al een gewoon verschijnsel geworden. Het lijkt erop dat de Canadese gans ook zijn weg naar de Haarlemmermeer heeft gevonden. Bij Fort Vijfhuizen verblijft al het hele jaar 2007 een groepje van 5-6 onvolwassen dieren, overigens in het gezelschap van een brandgans.

 boomvalkvogelsBoomvalk5 jul 2007juli

Boomvalk, 5 jul 2007

 boomvalk

De boomvalk ziet eruit als een kleine slechtvalk. Mannetjes en vrouwtjes hebben hetzelfde kleed. Jongen zijn over het algemeen veel bruiner van kleur. Het is een elegante roofvogel, die er met zijn langgepunte vleugels uit ziet als een grote gierzwaluw. Boomvalken nemen oude nesten van kraaien en andere vogels over en leggen twee tot vier eieren. De boomvalk jaagt vooral op grote insecten zoals libellen, die in de vlucht worden opgegeten. Ook kleine vogels worden in de vlucht gevangen. Omdat de boomvalk op grote insecten jaagt begint hij pas laat te broeden. Het paartje dat in de buurt van De Heimanshof nestelt, maakte dit eind mei luidruchtig duidelijk door wilde ‘baltsvluchten’, waarbij luidruchtig geroepen werd. Nu zit het vrouwtje op de eieren en is het stil om het nest.

Pas als de jongen uitvliegen, zo eind juli, laten de boomvalken weer van zich horen. Dit boomvalkenpaartje jaagt vrijwel boven heel de bebouwde komt van Hoofddorp. Boomvalken op hun beurt worden af en toe door haviken en andere grote roofvogels gevangen.

Bijzonder

: Zijn snelheid en vliegkunsten stellen de boomvalk in staat om zelfs zwaluwen te grijpen. De huiszwaluw en boerenzwaluw hebben dan ook een specifieke boomvalk-alarmroep.

Waar

: De boomvalk is verspreid over Europa en Azië. Het is een trekvogel die grote afstanden aflegt en overwintert in Afrika. Het is een weinig talrijke broedvogel van open bossen en parken. In het verleden kwam de boomvalk in Nederland vooral voor in de bossen op de zandgronden. De soort doet het daar de laatste jaren erg slecht. In halfopen (agrarisch) landschap wordt de soort echter steeds meer gezien. Dit geldt ook voor de Haarlemmermeer. Er broeden meestal zo’n 5-8 paartjes per jaar in onze polder, afhankelijk van het voedselaaanbod.

 nachtegaalvogelsNachtegaal29 jun 2007juni

Nachtegaal, 29 jun 2007

 nachtegaal

Bijna iedereen heeft wel eens gehoord over de zangkwaliteiten van de nachtegaal. Ook zijn naam is afgeleid van het Germaanse "galan": zingen. Slechts weinigen hebben ′m ook wel eens gezien. Maar zoals het vaker is in de vogelwereld hebben de minst opvallende soorten de meest uitbundige zang en moeten bont gekleurde vogels het doen met magere stem. De nachtegaal is bovenop dan ook onopvallend roodbruin gekleurd met een lichte buik en houdt zich vooral in het struikgewas op. Dichte braamstruwelen met brandnetels in bosranden en houtwallen zijn favoriet. De nachtegaal is zowel een broedvogel als een doortrekker in ons land. Het aantal broedparen wordt geschat op ongeveer 7000 in heel Nederland. Dat is niet zoveel en daarom staat deze vogel dan ook op de rode lijst van streng beschermde soorten.

Bijzonder

: In

de winter trekt de nachtegaal naar de savannes van Afrika. Als de vogels in het voorjaar terug komen, kiezen de mannetjes een territorium, waarbij ze met hun zang hun aanwezigheid kenbaar maken. Doordat er minder vrouwtjes zijn dan mannetjes en doordat sommige mannetjes meerdere vrouwtjes hebben, blijft een gedeelte van de mannetjes zonder partner. Hierdoor is de zang van de nachtegaal nog tot diep in de zomer te horen. Ook bijzonder is dat de nachtegaal 24 uur per etmaal te horen is, alsof hij nooit slaapt.

Waar

: Vergeleken met enkele decennia geleden (begin jaren 1980) zijn de aantallen broedende nachtegalen kleiner geworden. Een sterke inkrimping van het verspreidingsgebied is zichtbaar in Oost-Nederland. In West-Nederland is echter enige toename te zien. Die is helaas niet voldoende om de sterke afname te compenseren. Deze afname is in geheel Europa zichtbaar. Een flinke toename is zichtbaar in het duingebied. In de Haarlemmermeer zijn er dit jaar twee broedgevallen bekend geworden: 1 op de Olmenhorst en 1 aan de noordelijkste punt van het zojuist geopende Bomenpad in het Haarlemmermeerse Bos. Voor andere meldingen houden wij ons aanbevolen.

 albinospreeuwbijnavogelsAlbinisme bij spreeuwen18 mei 2007mei

Albinisme bij spreeuwen, 18 mei 2007

 albinospreeuwbijna

Meestal bespreken we hier bijzondere dieren of planten. Deze keer gaat het over een gewone spreeuw. Maar ook over algemene dieren zijn vaak bijzondere dingen te vertellen. Midden in Overbos (Hoofddorp) is namelijk een bijna witte spreeuw opgedoken. Nu bestaan er bijzondere spreeuwensoorten zoals de roze spreeuw en er bestaan van alle soorten ook (zeldzame) albino vormen. Deze dieren kunnen door een genetisch defect geen melanine (kleurstof) aanmaken in hun veren. Meestal overleven deze albino dieren niet lang, omdat ze zich moeilijk kunnen verstoppen of omdat hun ogen door gebrek aan kleurstof niet goed tegen de zon kunnen, en vaak gaan ontsteken.

Bijzonder

De spreeuw in dit geval in echter geen albino, omdat hij geen rode ogen heeft. Verder is de definitie van albino dat hij een volledig gebrek aan pigment moet hebben. Een beetje albino kan dus niet.
Dit beest is

kennelijk bij het aanmaken van de veren niet in staat geweest om voldoende pigment aan te maken. Dit zou aan zijn voedsel of spijsverteringssysteem kunnen liggen maar meer waarschijnlijk heeft hij een niet goed werkend hormoonsysteem.
Een echte albino spreeuw is de 2e foto hiernaast.

Waar

De spreeuw is een van de algemeenste vogels van Nederland. Ondanks het feit dat hij het hele jaar door te zien is, is het een trekvogel. De spreeuwen die wij hier ′s zomers zien, zitten ′s winters zuidelijker en onze winterspreeuwen bevinden zich ′s zomers noordelijker. Hun verenkleed is glanzend zwart met, vooral in het zonnetje, een weerschijn van bronsgroen (kop en achterhoofd) en verschillende variaties purper. In de winter is het kleed duidelijker gespikkeld dan in de zomer. Jonge spreeuwen zijn grijsbruin met een lichte keel. Aan het eind van de zomer ruilen ze dit verenpak om voor dat van de volwassenen.

 albinospreeuw1