bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

hondskruid, 25 jul 2020

 hondskruid1

Hondskruid klinkt niet echt aantrekkelijk. Toch zit er achter deze naam een fascinerend verhaal. Hondskruid is nl een orchidee. En niet zo maar 1. Bij orchideeën denken veel mensen aan tropische orchideeën die je in de winkel kunt kopen. Maar ook in Nederland komen ca 70 soorten orchideeën voor. En daarbij denken de meest mensen dan aan Limburg, want op de kalk van Limburg komen zo’n 60 soorten voor. Wat meestal niet bekend is, is dat in onze ‘kale landbouwpolder’ die steeds meer met woningen en kantoren wordt gevuld misschien wel meer orchideeën voorkomen dan in Limburg. Nog pas 2 weken geleden heb ik een fietstocht langs een veld met ca 1 miljoen orchideeën gehouden. Tot op heden hebben we in de Haarlemmermeer 14 soorten gevonden. Dat komt omdat we een oude waddenbodem hebben, waar nog schelpen (kalk) inzit, de oude zandbanken zijn voedselarm en

beetje brakke kwel helpt ook. Van die 14 soorten is hondskruid een van de zeldzaamste.

Bijzonder

De eerste plant werd een jaar of 10-15 gelden ontdekt in Beukenhorst aan de kruisweg. Die werd geplukt. Een jaar of 8 gelden verscheen er 1 ook in Beukenhorst aan de Kagertocht, die na 2 jaar werd ook werd geplukt. Nu is er een heel veldje gevonden in het Groene Carre Zuid. De plek werd ontdekt en gefotografeerd door Ruud Luntz, Waarvoor dank.

Helaas is in 2017 aan de meeste orchideeën de status van beschermde soort ontnomen. Dat kwam project ontwikkelaars beter uit en onze overheid luistert ‘goed’ naar de samenleving.

Waar

Hondskruid houdt van zonnige plekken op zand-, leem- of kleibodem. Het komt voor rond de middellandse zee en in Europa tot Noord-Duitsland, Schotland, en Ierland. In Nederland is de plant zeer zeldzaam en komt voor in Zuid-Limburg, Zeeland, in de duinen bij Wijk aan Zee en Noordwijk aan Zee en in het westen van het land op opgespoten braakliggende industrieterreinen. Wellicht door de klimaatverandering is de soort aan een gestage opmars bezig. Dat is dus ook in onze polder te merken.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 11 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 brasemvissenBrasem6 mei 2010mei

Brasem, 6 mei 2010

 brasem

Wie dezer dagen langs een sloot, vaart of kanaal met oevervegetatie wandelt, kan het bijna niet missen: op vele plaatsen zijn grote vissen (50- 70 cm) aan het plonzen dat het een lieve lust is. Dat is een teken dat het water al weer opgewarmd is tot een graad of 12. En bij die temperatuur krijgen brasems het op hun heupen om te paaien. Dat doen ze op zeer ondiepe plekken tussen oevervegetatie. De mannetjes verdedigen kleine territoria, waar ze andere mannetjes uit verjagen. Vrouwtjes produceren 90.000 tot 300.000 kleverige eitjes, die op plantenmateriaal worden afgezet. De brasem is een scholenvis, zelfs de hele grote exemplaren komen nog in kleine groepjes voor. Op gunstige plaatsen graven de brasems samen in de modder, waar ze eetbare bodemdiertjes uitfilteren. Modder en plantendelen worden weer uitgespuugd.

Bijzonder

De

brasem heeft een woord aan de Nederlandse taal toegevoegd: verbraseming. Dat is een proces waarbij oppervlaktewater vertroebeld raakt. In helder water begint dit vaak door het wegvallen (of vangen) van jagers zoals de snoek. Hierdoor treedt een enorm geboorte-overschot van voornal jonge brasems op. Deze jonge brasems (tot 45 cm) eten eerst het dierlijk plankton op, dat zich met plantaardig plankton pleegt te voeden. Dat levert de eerste vertroebeling op. Grotere brasems moeten daarna overschakelen op bodemvoedsel (muggenlarven), dat niet in voldoende hoeveelheid aanwezig is. Daardoor woelen zij op zoek naar voedsel extra veel bodemmateriaal op. Hierdoor neemt de vertroebeling nog meer toe. In wateren met deze structurele vertroebeling gedijen de meeste ander soorten vis slecht en krijgt de brasem een soort monopolie. Terugdringen van verbraseming lukt soms door het terugdringen van voedselrijkdom van water en het introduceren van waterplanten en driehoeksmossels (die veel water filteren).

Waar

Brasem is een van de algemeenste zoetwatervissen van Nederland. Ze komen veel voor in kleine en grote rivieren, polderwater, zandafgravingen en kanalen.

 baarsvissenBaars20 dec 2009december

Baars, 20 dec 2009

 baars

Veel mensen gaan naar verre landen om daar te snorkelen en het onderwater leven te bekijken. Maar ook in Nederland is het (als je de goede plekken weet) zeer de moeite waard om eens onder water te gaan kijken. Zie op de illustratie, hoe mooi het is om te midden van een school halfwas baarzen in de Toolenburgse plas te zwemmen. Ze hebben rode vinnen, zwarte camouflage strepen op hun zijden en stekels in hun voorste rugvin. Een baars kan in 16 jaar 50 cm lang en 3 kg zwaar worden. Baarzen paaien van maart tot juni in zeer ondiep water, soms al als het water nog maar 7-8 graden is; een vrouwtje legt soms wel 200.000 eieren in lange netvormige linten. De baars is één van de eerste vissen die nieuw aangelegde wateren koloniseert. Ze leven in scholen en jagen ook samen. Hoe kleiner de baarzen, hoe groter de school en reuzenbaarzen zijn vaak verstokte eenlingen. De baars is ondanks zijn stekels een gewilde prooi van de snoek. Net als snoeken staan ze bekend om kannibalisme. In de zomer komen vaak grote scholen met jonge baars voor die voor hun wat oudere soortgenoten

een gewilde prooi vormen. Ze eten graag kleine visjes, kreeftachtigen, zoetwatergarnalen, allerlei soorten larven en regenwormen.

Bijzonder

Baarzen zijn lekker en in de meeste Europese landen wordt vrij veel baars gegeten. Jaarlijks wordt in Europa 30.000.000 kg baars gevangen voor consumptie. Ook in Nederland vangt men nog baarzen met commerciële doeleinden, vooral in het IJsselmeer. Dat er in Nederland weinig of geen baars gegeten wordt, komt door de overtuiging dat de baars ongeschikt is voor consumptie omdat onze wateren te vuil zijn en doordat hij teveel graten zou bevatten.

Waar

De baars leeft in bijna heel Europa en Noord-Azië. Hij komt voor in meren, plassen, moerasland, rivieren en brakwater. De baars is een zichtjager en heeft dus helder water nodig. Ze houden van een steenachtige bodem en zoeken vaak rietkragen en overhangende struiken op. In de Haarlemmermeer is de baars algemeen.

 baarzentoolenburgseplas

 riviergrondelvissenRiviergrondel20 nov 2009november

Riviergrondel, 20 nov 2009

 riviergrondel

Het is schouwtijd van het waterschap. Dat betekent dat er flinke boetes uitgedeeld worden als de afwatering belemmerd wordt door enigerlei oever- en waterplanten. Voorafgaand aan de schouwen is er dan ook veel activiteit langs watergangen. Zo prettig als het voor ons laaglanders is dat overtollig water afgevoerd wordt, zo diep slikken is het voor natuurliefhebbers en ecologen. Veel zeldzame of beschermde rode lijstsoorten worden met grof geweld op de vaste wal getrokken en komen daar jammerlijk om. Mijn vaste Heimanshoflid in Burgerveen heeft dan een drukke tijd om salamanders, kikkers, zwanenbloemen terug in het water te zetten. Naast andere bijzonderheden zoals de rivierdonderpad (zie column juni 2009) kwamen er deze week een aantal riviergrondeltjes te voorschijn. De riviergrondel is een bodemvisje dat maximaal 20 cm lang wordt en met zijn onderstandige bek aangepast is

aan eten van de bodem. De paaitijd is van half april tot eind juli. Het is een fraai visje met 5-6 zwarte vlekken op zijn rug aan beide zijden. Na 2-3 jaar is de vis geslachtsrijp bij een lengte van ca. 9 cm. Ze worden maximaal 6 jaar oud.

Bijzonder

De riviergrondel was een zeer algemeen visje dat in massale scholen voorkwam voor 1900. In die tijd was het voedsel voor de armen. Door het voedselrijker en daarom troebeler worden van het water is de stand sterk gereduceerd. Toch is de soort (omdat deze zich aangepast heeft aan troebel water?) nog in heel Nederland aan te treffen. Omdat het visje klein is en zich graag ophoudt tussen takken, op de grond en achter beschoeiingen is de aalscholver die veel ander soorten decimeert geen groot probleem.

Waar

De riviergrondel houdt van een beetje stroming in het water. Voor een succesvolle voortplanting heeft hij een zand- of grindbodem nodig en oevers met waterplanten. De soort is niet zeldzaam in Nederland en kan ook overal in de Haarlemmermeer worden aangetroffen, zowel in de grote wateren als de hoofdvaart als in kleinere vaarten en kanalen.

 vetjemetenzonderparasietvissenVetje18 feb 2007februari

Vetje, 18 feb 2007

 vetjemetenzonderparasiet

Het vetje is een karperachtig visje dat leeft in stilstaande en langzaam stromende wateren. Het vetje is een opvallend klein visje met relatief grote schubben en bek. Het heeft een groenbruine rug en een zilverwit tot blauwachtige buik. Het grote (witte) oog is ook karakteristiek. Het vetje voedt zich voornamelijk met watervlooien en met eieren en larven van vis. De soort waardeert schoon water met onderwaterplanten en begroeide oevers.
Een bedreiging voor de soort is het verdwijnen van onderwaterplanten door vermesting en vervuiling. Bij veldonderzoek bleek dat vetjes zich dan maar één generatie lang konden handhaven. Soms komt het vetje massaal voor. De vis is geslachtsrijp als het een lengte van ongeveer 6 centimeter heeft bereikt. De maximale lengte bedraagt 14 centimeter. Exemplaren van meer dan 7 centimeter worden zelden gevangen.

Bijzonder

Pas

sinds 1921 is het vetje bekend uit Nederland. Daarvoor werd hij over het hoofd gezien, of beschouwd als jong ‘witvisje’.
Een groot probleem is het oprukken van een nieuwe parasiet. Deze komt voor bij de de Aziatische Blauwband (een verwante vissoort) die 40 jaar geleden in Roemenië is uitgezet en aan een opmars in heel Europa bezig is. De stand van het vetje loopt sinds die tijd gestaag terug en het dier is daarom op de rode lijst van bedreigde zoetwatervissen gekomen.
Als het vetje in contact komt met het water waarin de blauwband gezwommen heeft, wordt er geen kuit meer geproduceerd en sterft zo’n 70 procent van de populatie elk jaar. De gestorven dieren hebben aanzienlijk schade aan de ingewanden en in het bijzonder aan de geslachtsorganen. Zie de foto voor het verschil van een vis met (onder) en zonder (boven) parasieten.

Waar

Het visje komt op diverse plaatsen door heel Nederland voor, maar als hij een keer wordt gevangen, herkennen vissers het vetje vaak niet. Ook in de Haarlemmermeer komt het vetje voor, vooral in peilvakken met achtervakbemaling en het liefst bij bruggen en waar het water stroomt. Sterfte door de parasiet is hier nog niet waargenomen. Meestal komt het vetje in scholen voor, maar is nergens algemeen.

 rivierprikvissenRivierprik5 jan 2007januari

Rivierprik, 5 jan 2007

 rivierprik

De rivierprik lijkt op het eerste gezicht op een paling. Maar er zijn er grote verschillen. De vis heeft bijvoorbeeld aan beide zijden zeven opvallende kieuwopeningen (zie foto). Verder heeft de rivierprik een zuigbek met kleine tandjes, die werken als een rasp. Met die bek zuigen prikken zich vast aan vissen waarna ze met de rasp de flank openen en leven van het bloed en vlees. Het zijn dus visparasieten. Behalve de rivierprik, die 50 cm lang kan worden, zijn er beek- en zeeprikken, die respectievelijk veel kleiner en veel groter zijn.
De rivierprik leeft ongeveer vier jaar als larve in de bodem van stromende wateren. De tandeloze larven zeven in die tijd voedseldeeltjes uit het water. Als volgroeide prik trekt hij naar zee, leeft daar 2-3 jaar als bloedzuigende parasiet en komt dan als geslachtsrijp dier weer terug om te paaien. Na het paaien sterft hij.

Bijzonder

Het zusje van de rivierprik, de beekprik, is beschermd in de Flora- en Faunawet. Doordat de larven van de rivierprik

grote gelijkenis vertonen met de larven van de beekprik, vallen de rivierprikken tot 15 centimeter eveneens onder de bescherming van de Flora- en Faunawet.

Waar

De rivierprik paait boven grof zand- en grindbeddingen in de middenlopen van rivieren en grote beken. De rivierprik was voor 1945 zeer algemeen in de grote rivieren. In de jaren zestig en zeventig is de rivierprik nog steeds aanwezig in de grote rivieren. Tussen 1986 en 1996 vindt een opmerkelijke toename plaats. Het is opvallend dat het verdwijnen en weer terugkomen van de rivierprik samengaat met de ontdekking van DDT en het verbod op veel pesticiden. De rivierprik wordt in de Haarlemmermeer uitsluitend in de ringvaart gevonden. De vangst is al tientallen jaren hetzelfde met 8-10 exemplaren. De vangsten (in palingfuiken) worden gedaan in de tijd van de palingtrek. Het betreft altijd volwassen exemplaren van een pond of meer. Het is niet bekend of deze dieren in deze omgeving paaien. Mogelijk betreft het dieren, die uit de Rijn afgedwaald zijn.

 rivierprikbek

 wegdistel2plantenWegdistel30 mei 2020mei

Wegdistel, 30 mei 2020

 wegdistel2

Distels hebben een slechte naam. En dat komt vooral door akker- en speerdistels, die ‘een zeer effectieve’ overlevingsstrategie hebben. Maar er zijn nog talloze andere distelsoorten, waarvan de ene nog unieker en zeldzamer is dan de andere. Wie kent bv de tengere distel van akkers, de aarddistel, de driedistel uit de duinen of de kale jonker uit het moeras. En wist u dat de artisjok en zijn noordelijke vorm, de kardoen ook distels zijn? Deze week wil ik nog een mooie en zeldzame distel tonen: de wegdistel. Deze wordt zo gewaardeerd om zijn grijsviltige bladeren en paarse bloemen op 2-3m hoog dat hij ook als tuinplant gekweekt wordt. Op verschillende plekken ben ik hem in de Haarlemmermeer tegen gekomen. Bv op Park 2020,maar verreweg de mooiste exemplaren staan in de groentetuin van restaurant Den Burgh (foto vorige week) en van juni tot eind augustus bloeien

ze (foto inzet)

Bijzonder

Zoals alle distels maakt de wegdistel veel nectar en stuifmeel en is zeer aantrekkelijk voor bijen, zweefvliegen, vlinders en andere insecten. Het is een 2-jarige soort, die in het eerste jaar een bladrozet maakt wat concurrentie wegdrukt om het 2e jaar naar 2-3 m hoogte te schieten om bloemen en zaad aandacht en ruimte te geven. De plant bevat inuline, een soort zetmeel maar dan bestaande uit fructose(druivensuiker) wat gewonnen en gegeten kan worden en uit de zaden kan distelolie gewonnen worden met medicinale werking. Er komen 2 soorten wegdistels voor: de echte’ die minder viltige bladeren heeft en de tuinwegdistel die witwiltig behaard is. De tuinwegdistel verwildert makkelijk uit tuinen. Het getoonde exemplaar op de foto is de ‘echte’. Beide soorten worden ongeveer evenveel aan getroffen. De echte meer in de duinen .

Waar

Wegdistels zijn warmteminnaars uit zuidelijke landen die aan de rand van hun verspreidingsgebied voorkomen en ze houden ook van stikstof-en kalkrijke ruigtes. Her en der worden ze ook in duinen en Limburg en langs de grote rivieren aan getroffen

 koolplantenKool2 feb 2020februari

Kool, 2 feb 2020

 kool

Kolen zoals boerenkool, spruiten, groene, witte, rode kolen, bloemkool en broccoli zijn winterharde groenten die al duizenden jaren in Europa gekweekt en verder veredeld worden. Hoewel nauwelijks meer herkenbaar als zodanig zijn ze allemaal gekweekt uit wilde kool en/of zeekool. Kelten en Turken begonnen daar al 5000 jaar geleden mee. Kolen zijn tweejarige planten. Het eerste jaar of seizoen maken ze een bladrozet. Daarmee drukken ze ernaast groeiende concurrenten weg. Vanuit dat bladrozet groeien ze daarna met de opgedane extra energie omhoog tot 2 meter oog en 1x1m breed. Ze zijn ook daglengte gevoelig. In maart gezaaide boerenkool bloeit na 2-3 maanden. Vanaf 21 juni gezaaid geeft grote planten die in mei na de winter bloeien. Van veel koolsoorten eten we die jonge bladeren, zoals bij boerenkool. Bij witte, groen en rode kool eten

we de enorme bladknop in dat rozet.

Bijzonder

Kolen zijn winterhard omdat hun wilde voorouders in deze regio groeien en het vermogen hebben om antivries aan te maken om vorstschade tegen te gaan. Dat antivries maken kolen in de vorm van suikers. Daarom wordt boerenkool pas na de eerst nachtvorst gegeten: dan zit er gewoon een zachtere zoete smaak aan. Om in september geoogste boerenkool in de vriezer te doen helpt dus niet, want de plant heeft een paar dagen nodig om die suikers aan te maken als hij de koude voelt aankomen. Bij spruiten is die zoete smaak nog sterker. Als je ze in de winter klaarmaakt net na het oogsten zijn ze echt zoet. Terwijl de bittere smaak die veel kinderen tegenstaat bij spruiten ontstaat doordat ze in de herfst machinaal geoogst worden en dan ’geconditioneerd’ worden opgeslagen. Tijdens die opslag worden die suikers gaande weg opgesoupeerd. Kolen bevatten een stof die preventief werkt tegen kanker.

Waar

Wilde kool kont oorspronkelijk uit zuid en west Europa in kalkrijke gebieden. Zeekool groeit langs de kust. Veredelde koolsoorten groeien overal op akkers en in groentetuinen.

 japanseduizendknoop2plantenJapanse Duizendknoop18 jan 2020januari

Japanse Duizendknoop, 18 jan 2020

 japanseduizendknoop2

Voor deze column laat ik mij meestal inspireren door wat er voor mijn voeten komt en dat is elke dag heel veel. Vandaag was ik in een van de MEERGroenprojecten in Heemstede een strook van 100 x 20 m totaal uit de hand gelopen Japanse Duizend knoop te maaien. De planten waren 3 meter hoog (foto) en de wortelstronken waren 10-15 cm dik en keihard verhout. En dan te bedenken dat die wortels tot 3 m diep doorgaan en dat elk stukje wortel wat in de grond blijft zitten weer uitloopt. Dat is nu wat je noemt een ongewenst kruid en een invasieve exoot. Veel mensen hebben die dingen gekocht en in hun tuin uitgezet. Nog erger is dat vanwege ondernemersrechten die dingen nog steeds verkocht worden in tuincentra. In Engeland is de soort totaal verboden en kun je je huis niet eens meer verkopen als die plant (nog) in de tuin groeit.

Bijzonder

De

Japanse duizendknoop komt hier niet vandaan en er zijn daarom geen insecten, schimmels of dieren die hem van nature eten, dus kan hij ongebreideld doorgroeien. En dat doet hij heel goed: onder bestrating door tot 7m ver weg en via zaden. Duizendknoopsoorten komen ook in Nederland voor, bv Perzikkruid en Veenwortel en ook die zijn heel lastig in je akker. Ook hun wortels groeien heel diep en de planten komen altijd weer terug tot 1m hoog. Toch heeft ook de Japanse duizendknoop wel wat. Hij is mooi om te zien, de jonge stengels zijn eetbaar als rabarber en het is een nectarplant voor bijen. Maar om hem onder controle te houden is bijna onbegonnen werk. Wat een beetje werkt, is vanaf april tot oktober elke 14 dagen maaien en wortels uitgraven zodat je hem uitput. En de enige definitieve oplossing is alle grond tot mogelijk 3 m diep afgraven en steriliseren met stoom, maar dat is nogal wat.

Waar

Ook in de Haarlemmermeer komt deze plant op allerlei plekken voor in wegbermen of vanuit tuinen, zelfs na 40 jaar terug dringen nog in de Heimanshof vanuit de tuin van de beheerder uit 1980.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl.

 bamboeplantenBamboe20 dec 2019december

Bamboe, 20 dec 2019

 bamboe

Bamboe is zo hard als hout, maar het behoort tot de grassen familie. Bamboe is van oorsprong niet inheems, maar dat zijn konijnen, damherten, halsbandparkieten en nog veel meer soorten die zich hier prima handhaven ook niet. Van de ca 1500 soorten bamboe die er bestaan zijn er ongeveer 300 die het goed doen in het Nederlandse klimaat. Deze week waren we weer boompjes aan het verzamelen voor de boomweggeefactie en toen viel het me op hoe mooi groen opstanden van bamboe in de winter bleven in het verder kale landschap. Olifantsgras wordt al commercieel geteeld om biomassa vast te leggen en allerlei producten van te maken. Maar bamboe legt nog veel meer biomassa vast en fijnstof vast en lijkt me minstens zo bruikbaar voor van alles en nog wat. Door de dichtheid van de begroeiing legt een bamboeopstand 4x zo veel CO2 vast en 35 % meer fijnstof dan een bos bestaande uit

bomen. De soort waar ik tegen aan liep was wel 4-5 m hoog en die gaan we bv gebruiken om insectenhotels mee te vullen. Niet alle soorten zijn daar geschikt voor: sommige zijn te zacht en krimpen daardoor en andere hebben veel zijscheuten of zijn te dun.

Bijzonder

Bamboe is een van de snelst groeiende plantensoorten ter wereld. In de tropen kan een scheut van grote soorten wel 1,5 m per dag groeien. Maar ook in Nederland kan dat 25 cm per dag zijn. Bamboe bloeit afhankelijk van de soort na 30-150 jaar. Bijzonder is dat dan alle exemplaren van die soort tegelijk bloeien en daarna afsterven. De grootste bamboesoorten kunnen meer dan 40 m hoog worden. Doordat bamboe bestaat uit holle kokers met schotten is het een licht materiaal, wat tegelijkertijd sterk en buigzaam is. Het kan als bouwmateriaal gebruikt worden, maar ook om kleding, papier en bio plastic van te maken.

Waar

Bamboe groeit van nature in alle wereld delen behalve Europa (en Antarctica). In Nederland en de Haarlemmermeer wordt het daarom vooral in tuinen en parken aan getroffen.

 hazenpootjeplantenHazenpootje6 jul 2019juli

Hazenpootje, 6 jul 2019

 hazenpootje

De bodem van de Haarlemmermeer is in feite een oude Waddenzee die daar duizenden jaren geleden heeft gelegen tot duineilanden aan elkaar groeiden tot de vaste kustlijn van Holland. Dat was ver voor de Romeinse tijd. Er vormde zich toen een enorm zoetwatermeer dat zich opvulde met veen. Dankzij de verveningsdrang van onze voorouders ontstonden er de veenplassen zoals de Westeinder en onze eigen Waterwolf van 28000 ha. Bij de drooglegging in 1852 werden de rijke kleigronden gereserveerd voor de boeren en op de oude zandbanken planden ze Hoofddorp en het Haarlemmermeerse Bos. Die zandbanken bevatten ook wat klei zodat ze altijd voedselrijker en vochtiger zijn dan bv de zandgronden van de duinen en de Veluwe. Veel soorten van die droge voedselarme zand gronden hebben we dus niet in de polder. Maar op minstens 1 plek wel. Bij Cruquius tegen Heemstede aan vond ik velden met

hazenpootje. Dat komt omdat er een tong van duinzand tot in de Haarlemmermeer doorloopt.

Bijzonder

Bij die velden hazenpootje stonden ook schapenzuring, ook zo’n heideplant. Hazenpootje is een vlinderbloemige. Alle bonen en klavers horen daar ook bij. Vlinderbloemigen hebben een symbiosetruc ontwikkeld. Zij maken wortelknolletjes waarin ze bacteriën kweken die stikstof uit de lucht vastleggen in ruil voor suikers die de plant maakt. Vlinderbloemigen maken in feite hun eigen kunstmest, want stuikstof is een van de hoofdbestanddelen van eiwitten waaruit alle cellen bestaan. Alle vlinderbloemigen doen dat, maar hazenpootje doet dat weer op een speciale manier zodat ze op heel arme en heel droge plekken kan staan. Hazenpootje heet zo omdat de bloem heel ’fluffy’ is (inzet foto)

Waar

Ik trof de hazenpootjesvelden aan op de helling van de N201 naar de brug van Cruquius. Maar ook tot aan het ziekenhuis staan er velden in de berm wat ook op duinzand wijst. De rest van de N201 ligt op zo’n zandbank en dat kun je mooi zien aan het lage gras waar de geel blinde rol klaver in domineert. Ook een vlinderbloemige, maar dan op net iets minder arme grond.

 salomonszegelplantenSalomonszegel10 mei 2019mei

Salomonszegel, 10 mei 2019

 salomonszegel

Salomonszegel is een plant die op dit moment bloeit met witte bloemen en vooral voorkomt in bossen en houdt van niet te voedselrijke, droge of natte standplekken liefst in de schaduw. De plant heeft een bijzondere vorm: aan een gebogen stengel staan om enom horizontale bladeren waaronder aan de stengel trosjes witte bloemen hangen. Deze vormen zwarte bessen. De naam Salomonszegel is natuurlijk intrigerend en afgeleid van Salomon, de zoon van de joodse koning David, aan wie grote wijsheid werd toegeschreven. Ook deze plant heeft medicinale toepassingen en met name de eetbare wortel, waaraan een helend effect op (gebroken) botten en kneuzingen werd toegeschreven, net als effecten op bloeddruk, diarree, aambeien, op vele manieren verzachtend en genezend en wat al niet meer. De prestigieuze naam Salomonszegel heeft mede daarom ook te maken met de wortel. Op die knoestige wortelstok

die gestaag uitgroeit en vertakt groeien elk jaar de bloeistengels omhoog. Op de plek waar die stengels hebben gezeten, blijft een vergroeiing achter (foto inzet) die lijkt op een zegelring met daarin als merktekens, putjes van de vaten die door die stengel liepen.

Bijzonder

Er bestaan op het Noordelijk halfrond ca 50 soorten Salomonszegel, waarvan er 2 inheems zijn in Nederland: de gewone salomonszegel groeit in het bos en de welriekende of duinsalomons zegel op zandgronden en duinen. De gewone is ca 40 cm hoog en de duinvorm 20 cm. Deze soorten kunnen echter met elkaar kruisen (ook in de natuur) en dan ontstaat de steriele tuinsalomons zegel, die een stuk groter (50-60 cm) is . Deze maakt dus geen bessen, maar kan vegetatief via wortelstokken lang standhouden en zich uitbreiden. Alle soorten zijn op De Heimanshof te bewonderen op dit moment.

Waar

Zowel de gewone salomonszegel als de duinsalomonszegel komt in Nederland vooral voor op zandige bodems in bossen in oost en zuid Nederland en in de duinen, waarbij de duinsalomonszegel zich met name tot de duinen beperkt.

 keverorchiskiemplantenGroeiplek Keverorchis in de Haarlemmermeer16 mrt 2019maart

Groeiplek Keverorchis in de Haarlemmermeer, 16 mrt 2019

 keverorchiskiem

Afgelopen vrijdag en zaterdag was het Nldoet, waarbij een hartverwarmend aantal mensen en vooral bedrijven vrijwillig de handen uit de mouwen steken om er samen iets leuks van te maken. Bij stichting MEERGroen is het elke dag van het jaar Nldoet en dus deden we met 16 locaties mee. Sommige van de 32 MEERGroen projecten hebben wekelijks aandacht nodig, maar een aantal kunnen met 1 beurt toe. Daarbij horen de orchideeënweides van de Groene Weelde en het Groene Carre, die we elk voorjaar maaien en van zaailingen ontdoen, die de orchideeën verdringen. Als je dat al 10 jaar doet is het leuk om (positieve) trends te ontwaren als resultaat van het beheerwerk.

Bijzonder

En die trends zijn er volop. We troffen in de Groene Weelde de 4e groei plek van de Grote Keverorchis aan. In de amfibieënkuil van het Groene Carre zuid is de

situatie nog mooier: daar staan inmiddels meer dan 25000 moeraswespenorchissen, 5000 rietorchissen en 20 brede wespenorchissen. Maar daarnaast is er door het beheer een explosie van andere leuke soorten ontstaan: 8000 parnassia, 3 soorten duizendguldenkruid, 3 soorten ogentroost, rondbladig wintergroen en nog 30 andere rode lijst soorten. Waarom komen die hier voor: arme zandgrond, kalk, brakke kwel en een wisselend niveau van de waterstand: iets waar de ‘standaard’ planten in ons land niet van houden maar waar de oorspronkelijke en dus zeldzame soorten goed bij gedijen. Veel Nederlandse orchideeën ontlenen hun naam aan een insect. Dat komt omdat ze ontdekt hebben dat insecten hun maatjes vinden met sexgeurstoffen. En die maken ze na zodat die insecten met de bloemen paren en dat werkt probaat!

Waar

Bij de Big Spotters Hill groeide eerst alleen de rietorchis. Daar kwamen in de loop van tijd de brede wespenorchis en de moeraswespenorchis bij en dit jaar ontdekten we de eerste Grote Keverorchissen: en wel meteen een stuk of 200 of meer ( foto). Daarmee is dit naast oorspronkelijke locaties van het Wandelbos Hoofddorp, De Heimanshof en het Haarlemmermeerse Bos de 4e bekende locatie. De bloei is in mei.