bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Zilvermeeuw, 21 jun 2019

 zilvermeeuw2

Deze week viel mijn oog op een paartje Zilvermeeuwen die samen gezellig op een lantaarnpaal zaten en soms luidruchtige en soms intiem-gezellige geluiden maakten (foto). De zilvermeeuw is jaar rond een algemene verschijning in Nederland, in de Haarlemmermeer en ook in de bebouwde kom. Het zijn intelligente dieren, die zeer gehaaid zijn en alles eten wat ze voorde bek komt. Bij sommige mensen hebben ze een slechte naam om dat ze zo gehaaid kunnen zijn dat ze ook wel eens een patatje van iemand uit zijn zak of bakje pakken, vuilniszakken open trekken en luidruchtig kunnen zijn. Dat zij gebruik maken van de mogelijkheden die onoplettende of slordige mensen hen geven vind ik niet de grootste zonde die er bestaat. Maar veel hebben de neiging om alles wat ze maar een beetje lastig vinden (en dat is al snel zo)te veroordelen. Ik persoonlijk

houd wel van deze gehaaide slimmeriken.

Bijzonder

Jonge zilvermeeuwen zijn bruin en pas na hun rui na de 2e winter krijgen ze hun volwassenkleed. Zilvermeeuwen zijn wel eens met een GPS zender uitgerust en bleken per dag vele honderden kilometers af te leggen: van hun broedkolonie met eieren of jongen op Texel via Den Helder en Ijmuiden via de grachten van Amsterdam, Den Haag, Zeeland en weer terug om aan hun kostje te komen. Het zijn voor al kustvogels maar voor zulke goed vliegers is heel Nederland ‘langs de kust’. Toch hebben ze een neiging om meer land inwaarts te trekken. Deels komt dat doordat vossen de eieren in de kolonies roven omdat die op de grond liggen en deels omdat wij als mensen zulke overvloedige hoeveelheden voedsel laten slingeren. Daarom bezoeken ze terrasjes, grachten en vooral vuilnisbelten en waterzuiveringen. Ook broeden doen ze meer en meer op daken van gebouwen: voor de veiligheid. De aantallen meeuwen waren vroeger stabiel ondanks het feit dat er massaal eieren geraapt werden. Die praktijken zijn afgelopen en sinds een piek van ca 90000 paar rond 1990 neemt de stand elke jaar iets af. Mogelijk komt dat om dat vuilnis toch steeds beter opgeborgen wordt





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 6 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 Mispel2.grootplantenMispel (2)13 nov 2011november

Mispel (2), 13 nov 2011

 Mispel2.groot

Vorige week verscheen de introductie over de mispel. Deze week het vervolg met de bijzonderheden en waar deze soort voorkomt en zich thuis voelt. Op landgoederen en in kasteeltuinen werden in de Middeleeuwen mispels gehouden om de laxerende werking van de vrucht. Ook verlichten mispels menstruatiekrampen. Een uit zaad voortgekomen mispel groeit langzaam en wordt een heester. Het zaad kiemt moeilijk en moet eerst behandeld worden om de kiemrust op te heffen. De meest verwante soort van de mispel is de meidoorn en kan daarmee door middel van enten of oculeren worden verenigd. Als onderstam kan ook een wilde peer of kweepeer worden gebruikt. Een dergelijke onderstam zorgt ervoor dat de mispel op stam groeit, een forse struik wordt en bovendien meer vruchten in een betere

regelmaat geeft.

Waar

Mispels hebben een niet te natte, kalkrijke grond nodig en zijn zonaanbidders. Drieduizend jaar geleden werd de mispel al in de omgeving van de Kaspische Zee aangeplant en kwam 700 v.Chr. naar Griekenland en 200 v.Chr. naar Rome en werd door de Romeinen verder verspreid door Europa. Het was een zeer belangrijke vrucht tijdens het Romeinse Keizerrijk en Middeleeuwen nog voor de introductie van andere fruitsoorten in West-Europa. De mispel werd in de Middeleeuwen vooral in Frankrijk, Duitsland en Nederland aangeplant in kloostertuinen. In Duitsland kwam deze soort verwilderd veel voor in de bossen, waardoor men dacht dat de boom daar inheems was. Linnaeus gaf daarom aan de mispel z"n Latijnse naam Mespilus germanica. In de Heimanshof staat op de mergelheuvel een grote mispelboom die elk jaar volop vruchten draagt.

 Mispel2ookgroot

 mispel1plantenMispel (1 )6 nov 2011november

Mispel (1 ), 6 nov 2011

 mispel1

De hoofdbezigheid in de natuur is om jaarrond aan voedsel te komen. Tot voor kort gold dit ook voor de mens. Met de opkomst van koel- en andere conserveringstechnieken is dat niet meer nodig en daarmee is ook de bijbehorende kennis grotendeels verloren gegaan bij de meeste mensen. Kenmerk van de meeste "vergeten" gewassen is dat ze weliswaar niet de meest optimaal tongstrelende kwaliteiten hadden, maar dat ze tenminste beschikbaar waren als ze het meeste nodig waren. Een van die bijna verdwenen gewassen die aan deze eisen voldoet is de mispel. In De Heimanshof staat een exemplaar die elk jaar rijkelijk vrucht draagt. De mispel vormt een kleine boom die ongeveer 4,5 m hoog kan worden. De mispel bloeit in West-Europa in mei en juni met circa 4 cm grote, crèmewitte bloemen (zie foto). Mispel bevrucht zichzelf, dus zijn twee exemplaren voor de bestuiving en vruchtzetting niet nodig. Er worden droge kleine harde goudbruine vruchten gevormd, die in oktober

rijp, maar dan nog ongenietbaar, melig en wrang, zijn. Na de eerste nachtvorsten worden ze zacht en bruin, en dan kunnen ze wel gegeten worden. Aanbevolen wordt ze in oktober of november na een nachtvorst te plukken en ze met de bovenkant naar onderen twee tot drie weken te bewaren op een koele plaats. De vrucht wordt "beurs" waarbij de kleur via een fermentatieproces verandert van groen/wit naar donker bruin. De smaak verandert daarbij van wrang naar weeïg zoet. Ook is het mogelijk de vruchten enkele dagen in de diepvriezer te leggen, waarna ze gegeten kunnen worden. Voor sommigen is de mispel een lekkernij. Het gezegde: ïZo rot als een mispelï slaat dus in feite op een lekkernij. Als de mispel zacht is, is hij maar een paar dagen te bewaren; hij kan dan gemakkelijk gaan schimmelen en echt gaan rotten. Een mispel is sappig met een zoetzure smaak. Er kan heerlijke jam of gelei van worden gemaakt. Dit is de eerste van 2 columns over de mispel. Volgende week het vervolg.

 mispel-beurs

 kauwvogelsKauw24 nov 2010november

Kauw, 24 nov 2010

 kauw

Tegen de schemer in deze winterdagen kun je grote groepen kauwtjes tegenkomen. Zij verzamelen zich in deze periode voor de slaaptrek. Slaaptrek is een verschijnsel dat zich bij allerlei vogels voordoet, zoals bij spreeuwen, meeuwen en kraaiachtigen. Dit zijn sociale vogels die overdag alleen of in paren voedsel zoeken en ´s avonds veiligheid bij elkaar zoeken in grote aantallen op vaak vaste plaatsen. Bij kauwtjes en spreeuwen gaat dit vaak gepaard met spectaculaire en speelse sociale uitingen. Bij stormachtig weer worden vooral kauwtjes geïnspireerd tot spectaculaire toeren. Interessant is om te zien dat de band tussen stelletjes zo sterk is dat ze ook in de acrobatische acties prachtig in paren bij elkaar blijven vliegen.

Bijzonder

De kauw is de kleinste soort kraai. Het is een slimme alleseter, die

zowel in cultuur- als natuurgebieden voorkomt. Kauwen sluiten een band voor het leven en zijn onafscheidelijk. De kauw is een holenbroeder, die zich thuis voelt in boomholtes , schoorstenen en gebouwen. Zo komt hij aan de volksnaam torenkraai. Vroeger, toen een papagaai te duur was om aan te schaffen als huisdier, werd een kauwtje vaak als vervanger uit het nest gehaald. Als huisdier wordt een kauw snel tam (en brutaal) maar kwijnt weg in een kooi. Tegenwoordig mag een kauw daarom niet meer als huisdier gehouden worden. Voor een kauw is het eerste levensjaar het moeilijkst om door te komen. Als dat lukt kunnen ze wel 30-50 jaar oud worden.

Waar

De kauw komt in heel Europa en Noord-Afrika voor tot aan de Oeral. In Nederland is het met rond 200.000 paar een algemene vogel, die nog steeds in aantal toeneemt. In de winter komt er een veelvoud uit noordelijke streken bij ons overwinteren. Die aantallen nemen licht af. In de Haarlemmermeer is de kauw vooral een schoorsteenbroeder van wat oudere wijken. Ook in schuren van boerderijen broedt hij veel en in het wandelbos van Hoofddorp in oude bomen met holtes. In torenvalk- en uilennestkasten vormen kauwen soms een plaag.

 geletrilzwam1plantenGele trilzwam17 nov 2010november

Gele trilzwam, 17 nov 2010

 geletrilzwam1

Paddenstoelen zijn de voortplantingsorganen van een zwamvlok of mycelium dat meestal verborgen ondergronds of in hout leeft. Omdat de voornaamste functie van de paddenstoel is om sporen te vormen en te verspreiden, verspillen een heleboel schimmelsoorten er niet te veel tijd aan. Vele soorten paddenstoelen groeien bijzonder snel (uit de ondergrondse reserves) en zijn ook al weer snel versnotterd of verdroogd. Maar zoals altijd in de natuur, bestaan er talloze andere fascinerende ´strategieën´. Deze week wil ik uw aandacht vragen voor de trilzwammen´ aanpak´. Bij de natuurwerkzaamheden in de Groene Weelde kwamen we onderop dode eikentakken prachtige gele klompjes geleiachtig materiaal tegen. Deze geleiklompjes hebben op jonge leeftijd een heldergele of oranje kleur en worden bij het ouder worden lichtgeel. Bij goed kijken bestaan deze klompjes uit in elkaar gevlochten flapjes. Daarmee wordt het oppervlak van de paddenstoel vergroot en daarmee ook de ruimte voor sporenvormend materiaal.

Bijzonder

Bij nog beter

kijken, blijken de gele trilzwammen niet de enige zwammen op die takken te zijn. Bijna de hele onderkant was bedekt met een korstvormige soort. Dat is bijzonder, want vaak koloniseert een soort zwam een plek en laat dan geen andere soorten meer toe. De Gele trilzwam is namelijk een parasitaire soort, die niet leeft op hout, maar van deze korstzwammen. Trilzwammen zijn nauw verwant aan de bekende judasoren, Beide kunnen jaarrond gevonden worden. Afhankelijk van de weersomstandigheden kunnen ze tot harde korsten opdrogen of met regen weer opzwellen. Zodra ze opzwellen gaan de onderbroken levensfuncties, zoals sporenvorming weer door.

Waar

De gele trilzwam leeft van schorszwammen (Peniophora), die dode loofboomtakken verteren. Vaak zitten deze takken nog aan de boom. Ze komen jaarrond voor en zijn niet zeldzaam. Wereldwijd komen er zo´n 500 soorten trilzwammen voor. De meeste in de tropen. In Nederland zijn 10 soorten trilzwammen gevonden.

 geletrilzwam2

 pestvogelvogelsPestvogel13 nov 2010november

Pestvogel, 13 nov 2010

 pestvogel

Hoewel het af en toe behoorlijk kan regenen, is het zeer de moeite waard om in deze tijd wandelend of fietsend over straat te gaan. Er is namelijk weer een invasie van pestvogels gaande. De meeste vogels worden in de duinstreek waargenomen maar er zijn (net als vorig jaar) ook groepen pestvogels die zich door de Haarlemmermeer bewegen. De grootste kans om deze bijzondere soort te zien, is waar bessen van de Gelderse Roos groeien. De pestvogel is trouwens de enige soort die gek is op deze bessen (die door andere vogels pas als er niets anders meer is, genuttigd worden).

Bijzonder

De naam van de pestvogel stamt van een bijgeloof in de Middeleeuwen. De pestvogel is een invasievogel die in sommige jaren massaal deze kant op komt. In de tijd van de pestepidemieën

is zo´n invasie blijkbaar samengevallen met een of meer uitbraken. Er is een trend dat de pestvogel tegenwoordig veel vaker deze kant op komt.

Bijzonder

aan de pestvogel is niet alleen zijn uiterlijk met een mooie kuif en kleuren, maar ook zijn rinkelend stemgeluid en het feit dat hij meestal in vrij grote groepen rondtrekt. Ze strijken dan op bessendragende struiken neer, tot die leeggegeten zijn. De pestvogel is zo groot als een spreeuw en meestal niet schuw.

Waar

Pestvogels zijn vogels van de noordelijke bossen. Ze houden zich bij voorkeur op in dichte naaldbossen met hoge bomen en een onderbegroeiing van besdragende struiken. Daarnaast worden ze ook regelmatig gesignaleerd aan de randen van moerassen en aan de oevers van rivieren, mits daar voldoende insecten aanwezig zijn. Pestvogels zijn in staat om buitengewoon strenge en lange winters rond en boven de poolcirkel te overleven. Doordat het beschikbaar zijn van voldoende voedsel van jaar tot jaar sterk kan verschillen, worden de pestvogels in bepaalde landen zeer onregelmatig waargenomen. Bij voedseltekorten ondernemen ze trektochten tot in Nederland, België en de Britse eilanden.

 zomereik2bomenZomereik7 nov 2010november

Zomereik, 7 nov 2010

 zomereik2

De Heimanshof deed 6 november de 6e keer mee aan de nationale natuurwerkdag. Dit jaar werd een eikenbos in de Groene Weelde ´ecologisch gepimpt´. Het betreffende eikenbos was op rijen van 1 m aangeplant en bestond uit 9000 bomen van 5- 15 cm dik, die elkaar stonden te verdringen. Een dergelijk bos is net als een gazon een soort ecologische woestijn van maar 1 soort. Met recreatieschap Spaarnwoude was afgesproken dat dit bos gedund en ecologisch en recreatief interessanter gemaakt kon worden. De eerste stap daarbij was dunnen in de vorm van nieuwe paden, open plekken en het maken van ruimte waar andere soorten zich al spontaan hadden gevestigd. Rond de boomplantdag in 2011 zullen er andere soorten aangeplant worden. Opvallend bij het zagen aan de duizenden boompjes was dat in de zaagsnede het hout blauwpaars kleurde (zie foto). Dit komt door een reactie van tannine met het ijzer van de zaag. Eiken

zijn zeer rijk aan tannine dat ook voor leerlooien wordt gebruikt. De inlandse of zomereik wordt eeuwen oud en levert hardhout. Dit hout is hard, taai, zeer duurzaam en goed te bewerken. Het is te gebruiken in woningen, voor spoorbielzen, palen en masten, in de scheepsbouw, voor meubels, etc.

Bijzonder

Eiken worden vooral door Vlaamse gaaien verspreid. Ze kunnen wel 9 eikels in hun bek meenemen als ze hun wintervoorraad aanleggen. De door tannine voor mensen ongenietbare eikels (´mast´) zijn zeer voedzaam en bevatten tot 38 % vet. In de Middeleeuwen werden varkens in de herfst de bossen ingedreven en ´vetgemast´. In die tijd ontstond ook het gezegde ´op eiken groeit het beste spek´. De eik mocht daarom niet zomaar gekapt worden en werd steeds belangrijker in de bossen. Omdat de zomereik meer eikels produceert dan de wintereik, werd deze veel meer aangeplant. Door de tannine verteren eikenbladen ook langzaam, wat een positieve invloed heeft op de strooisellaag in het bos.

Waar

De zomereik is een algemene Europese boomsoort, die wel 25 m hoog en 40 m breed kan worden.

 zegekruid2plantenZegekruid25 nov 2009november

Zegekruid, 25 nov 2009

 zegekruid2

We zitten midden in de herfst, het blad valt massaal van de bomen en er zijn nog maar weinig plantensoorten die energie hebben om te bloeien. Toch zijn er nog een paar dappere doorzetters die wat kleur geven aan deze grijze tijden. Eén daarvan is zegekruid. De hoofdbloei van deze plant is van juni tot september, maar zonder strenge nachtvorst bloeit deze plant veel langer door. Je vindt de plant zowel in het wild als in tuinen. Zegekruid is eenjarig en wordt meestal niet meer dan 80cm hoog, maar op voedselrijke grond kunnen de planten veel hoger worden. Zegekruid is de enige soort in het geslacht Nicandra. De klokvormige bloemen van maximaal 4 cm groot, zijn lichtblauw en wit en bloeien meestal maar 1 dag. Het zegekruid is verwant aan de lampionplant en maakt net als deze soort een soort lampion van kelkbladen met daarin een grote bruine bes. Deze decoratieve zaaddozen kunnen gedroogd worden voor droogboeketten.

Bijzonder

Zegekruid is een plant, die

zichzelfmakkelijk uitzaait en handhaaft. Het is een plant uit de nachtschade familie, die berucht is om zijn giftigheid, maar in ieder geval de bladeren van Zegekruid zijn dat niet. Verschillende bronnen zijn echter strijdig over de giftigheid van de zaden. Omdat de plant behoort tot de nachtschadefamilie, is voorzichtigheid geboden. Het zegekruid is een plant die in de biologische groenteteelt wel ingezet wordt om witte vlieg af te schrikken. Deze soort kan veel schade aan b.v koolplanten toebrengen. Of dit de reden is voor de intrigerende naam zegekruid, heb ik niet kunnen achterhalen.

Waar

Zegekruid heeft een voorkeur voor zonnige, open plaatsen op voedselrijke, vrij droge, omgewerkte grond. Je vindt de soort in moestuinen, aardappelakkers, ruderale plaatsen, omgewerkte bermen, ruigten en braakliggende grond. De soort komt oorspronkelijk uit Zuid- Amerika (Peru) en is in West-Europa en Nederland inmiddels vrij algemeen. In De Heimanshof heeft de soort een voorkeur voor de schooltuintjes.

 zegekruid3

 riviergrondelvissenRiviergrondel20 nov 2009november

Riviergrondel, 20 nov 2009

 riviergrondel

Het is schouwtijd van het waterschap. Dat betekent dat er flinke boetes uitgedeeld worden als de afwatering belemmerd wordt door enigerlei oever- en waterplanten. Voorafgaand aan de schouwen is er dan ook veel activiteit langs watergangen. Zo prettig als het voor ons laaglanders is dat overtollig water afgevoerd wordt, zo diep slikken is het voor natuurliefhebbers en ecologen. Veel zeldzame of beschermde rode lijstsoorten worden met grof geweld op de vaste wal getrokken en komen daar jammerlijk om. Mijn vaste Heimanshoflid in Burgerveen heeft dan een drukke tijd om salamanders, kikkers, zwanenbloemen terug in het water te zetten. Naast andere bijzonderheden zoals de rivierdonderpad (zie column juni 2009) kwamen er deze week een aantal riviergrondeltjes te voorschijn. De riviergrondel is een bodemvisje dat maximaal 20 cm lang wordt en met zijn onderstandige bek aangepast is

aan eten van de bodem. De paaitijd is van half april tot eind juli. Het is een fraai visje met 5-6 zwarte vlekken op zijn rug aan beide zijden. Na 2-3 jaar is de vis geslachtsrijp bij een lengte van ca. 9 cm. Ze worden maximaal 6 jaar oud.

Bijzonder

De riviergrondel was een zeer algemeen visje dat in massale scholen voorkwam voor 1900. In die tijd was het voedsel voor de armen. Door het voedselrijker en daarom troebeler worden van het water is de stand sterk gereduceerd. Toch is de soort (omdat deze zich aangepast heeft aan troebel water?) nog in heel Nederland aan te treffen. Omdat het visje klein is en zich graag ophoudt tussen takken, op de grond en achter beschoeiingen is de aalscholver die veel ander soorten decimeert geen groot probleem.

Waar

De riviergrondel houdt van een beetje stroming in het water. Voor een succesvolle voortplanting heeft hij een zand- of grindbodem nodig en oevers met waterplanten. De soort is niet zeldzaam in Nederland en kan ook overal in de Haarlemmermeer worden aangetroffen, zowel in de grote wateren als de hoofdvaart als in kleinere vaarten en kanalen.

 hangendezeggeplantenHangende zegge30 nov 2008november

Hangende zegge, 30 nov 2008

 hangendezegge

Grassen en zeggen spreken meestal niet tot de verbeelding. Dat komt o.a. omdat hun kleine groene bloempjes niet erg opvallen. Toch steekt er achter een heleboel van deze soorten een interessant verhaal. Vandaag het verhaal van de hangende zegge: Zeggen zijn familie van de grassen. Ze worden gekenmerkt door het feit dat ze een driekantige stengel hebben en apart gegroepeerde mannelijk en vrouwelijke aartjes. Verder hebben de meeste zeggen een voorkeur voor natte of vochtige plaatsen. De hangende zegge is een forse meerjarige plant die groeit in pollen. Het is een trage groeier, maar over de jaren kan hij flinke afmetingen krijgen. Een pol kan wel een diameter van een meter krijgen, waar de decoratieve bloeistengels met hun sierlijke 1.5 m hoge hangende aren dan nog uitsteken. Deze zijn ook bruikbaar in droogboeketten. Om deze verschijningswijze wordt de hangende zegge ook als tuinplant gewaardeerd.. De groenbruine

bloemen bloeien in juni en juli, soms tot augustus.

Bijzonder

De plant staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als zeer zeldzaam en stabiel of toegenomen. Daarom is het des te opvallend dat deze plant het in de Haarlemmermeer bijzonder goed doet en zich op grote schaal uit zaad voortplant op allerlei plaatsen. In De Heimanshof is b.v. nodig gebleken om een groot aantal exemplaren uit te steken of elders uit te zetten. En ook elders is de plant op allerlei plaatsen te vinden. Zo kwam ik het afgelopen weekend 20 exemplaren ‘wild’ tegen in het plantsoen langs de Paxlaan in Hoofddorp. Interessant is verder dat de ‘nootjes’ van de hangende zegge voorzien zijn van mierenbroodjes. Dat is een zoet aangroeisel waar mieren dol op zijn, met als resultaat dat ze het zaad naar hun nest verslepen. En dat is precies de bedoeling, want zo kan hij zich verspreiden.

Waar

De plant komt van nature voor in Eurazië en Noord-Afrika en dan vooral op natte grond langs bronnen en beekjes in loofbossen en groeit het beste in halfschaduw. De hangende zegge is een kenmerkende soort voor het essenbronbos in Limburg. De bronnetjes vormen zich uit kwelwater uit de grond. Zelfs in zijn natuurlijke gebied in Limburg is de hangende zegge zeer zeldzaam.

 grauwegansgrootvogelsGrauwe Gans23 nov 2008november

Grauwe Gans, 23 nov 2008

 grauwegansgroot

‘s Winters trekken er overal ganzen in lange V-vormige slierten over de Haarlemmermeer, die soms op akkers en graslanden neerstrijken. De meest voorkomende soorten zijn kolgans, rietgans en grauwe gans. De grauwe gans is een van de (vele) goed nieuws natuurverhalen van de laatste tijd. In de 50-tiger jaren was de gans als broedvogel in Nederland praktisch uitgestorven (als wintergast bleef de soort wel algemeen). Jacht, gebrek aan geschikte gebieden en wellicht ook pesticiden hadden daaraan bijgedragen. De drooglegging van de Flevopolders en vooral de Oostvaardersplassen hebben er sterk aan bijgedragen dat ze weer bleven om te broeden. De toename ging daarna explosief. De 150 paar uit 1970 waren in 2005 toegenomen tot zo’n 25.000 paar en de aantallen nemen nog steeds toe. Grauwe ganzen broeden graag op de grond in bosjes met grasland en riet in de buurt. Die vinden ze zelfs, nu de Oostvaarderplassen vol zijn, op allerlei curieuze plaatsen, zoals kruisingen van snelwegen.

Bijzonder

De grauwe gans is de stamvader van de tamme gans en maakt hetzelfde geluid. Tijdens het broedseizoen

verliest een gans al zijn slagpennen tegelijkertijd en kan dan een tijd niet vliegen. In die tijd houdt hij zich het liefste schuil in rietvelden. Daar kan hij, door het eten van jong riet de (excessieve) verspreiding van deze soort tegengaan. Dat de Oostvaardersplassen niet zijn dichtgegroeid, is vooral hieraan te danken. Het broedsucces van de grauwe gans heeft in de Haarlemmermeer tot een speciaal probleem geleid. De vogel weegt wel 3-4 kg en kan aanzienlijk schade aan vliegtuigmotoren aanrichten als hij aangezogen wordt. Daarom worden ganzen tot in de wijde omtrek rond Schiphol zwaar vervolgd. Of dit veel zin heeft als de ganzen van half Europa naar Nederland komen, waar de ecologische omstandigheden verder ideaal zijn, is de vraag.

Waar

In Nederland broeden grauwe ganzen in moerassen en andere vochtige gebieden. In de winter overwinteren ganzen uit heel Noord- en Oost-Europa in Nederland. Broedende grauwe ganzen kunnen in de buurt van de Haarlemmermeer aangetroffen worden in de Kagerplassen, in de kruising van de A9 en de A2 en aan de Ouderkerkerplas. Voor meldingen van broedgevallen in de polder zelf, houden wij ons aanbevolen.

 grauwegans

 kuifeendmangrootvogelsKuifeend20 nov 2008november

Kuifeend, 20 nov 2008

 kuifeendmangroot

In alle brede vaarten, plassen en kanalen (b.v in de hoofdvaart) tref je in deze tijd kleine eendjes aan die bedrijvig aan het duiken zijn. De vrouwtjes zijn bescheiden bruin gekleurd, maar de mannetjes zijn opvallend zwart met een witte flank. Ook hebben de mannetjes een duidelijke zwarte kuif. Bij het vrouwtje is deze kuif kleiner. Beide seksen hebben een prachtig diep geel of oranje gekleurd oog. De kuifeend is een tamelijk talrijke broedvogel van onze streken, maar in de winter zijn ze massaal aanwezig. Het kuifeendje hoort bij de groep van duikeenden. Van deze groep komen in onze polder ook de tafeleend, de toppereend en de krooneend voor. Het voedsel van de kuifeend bestaat voornamelijk uit slakken, mossels en waterinsecten en soms ook waterplanten, die tijdens lange duiken op de waterbodem worden gezocht. Doordat de kuifeend langer onder water kan blijven dan de meeste andere duikeenden, komt hij vaker voor in dieper water. Hij maakt zijn nest bij of in het water en soms zoekt hij bescherming bij kolonies meeuwen of sterns. Hij

broedt i.t.t. de wilde eend laat en maar eenmaal op 6-14 eieren. De jongen kunnen na ca 6 weken vliegen.

Bijzonder

De kuifeend is de afgelopen 30 jaar enorm in aantal toegenomen. Broedden er in Nederland in 1950 nog maar enkele tientallen paren, op het ogenblik wordt het aantal op ruim 10.000 paar geschat. Een mogelijke oorzaak is de snelle verspreiding van het driehoeksmosseltje (een exoot uit Amerika). Maar de kuifeend neemt ook als broedvogel toe in gebieden waar dit mosseltje niet voorkomt.

Waar

De kuifeend is een trek- en zwerfvogel. Hij komt voor in Midden- en West-Europa. en in delen van Azië. Dit eendje houdt van wateren met een rijke oevervegetatie. Je ziet ze vaak op grote meren en diepe sloten. Vooral de Hollandse polders en duinen zijn geliefde broedgebieden. In de winter zoekt de kuifeend vaak open water op, waarbij de Nederlandse populatie aangevuld wordt met heel veel vogels uit het noorden.

 kuifeendpaar

 schorshorentje1kleine dierenSchorshoorntje (Balea perversa)9 nov 2008november

Schorshoorntje (Balea perversa), 9 nov 2008

 schorshorentje1

Als het kouder en donkerder wordt, wordt de natuur niet minder interessant. ‘s Winters wordt ons land b.v. overspoeld door trekvogels, die ons klimaat hier perfect vinden. En wat te denken van slakken. Het droge en warme deel van de zomer brengen slakken vaak in schuilplaatsen door, maar echt actief worden ze pas weer in de herfst. 80-90 % van de gevallen bladeren worden door miljoenen slakken opgepeuzeld. Sommige slakken doen dat zo netjes, b.v. bij populierenbladeren, dat ze het complete geraamte van nerven intact laten. Naast de bekende naakt- en huisjesslakken bestaan er honderden soorten minder bekende slakken, zowel op het land als in het water. Voor één van die onbekende slakjes wil ik vandaag uw aandacht vragen. Het is een minuscuul 6-8 mm lang huisjesslakje dat Schorshoorntje heet (zie foto met mm strepen). Van dit soort kleine hoorntjesvormende slakjes bestaan er tientallen soorten. Met een sterke loep kan een kenner de soort bepalen aan het aantal welvingen en tandjes en aan de vorm van de opening. Het schorshoorntje wordt gekenmerkt door een vrij mooie en gave ronde opening zonder welvingen of tandjes.

Bijzonder

Slakken

zijn hermafrodiet, d.w.z. elk dier kan zowel de rol van man als vrouw spelen. Verder planten slakken zich voort met eieren. Die eieren lijken op mini- pingpongballen en worden in groepjes van 50-100 in vochtige holtes gelegd. Het schorshoorntje doet dat helemaal anders. Het diertje is weliswaar ook hermafrodiet, maar het legt geen eieren. De soort is nl. ovovivipaar: de eieren blijven in het lichaam tot ze uitgekomen zijn. Bijzonder is ook nog dat er maar één jong per keer ′uitkomt′. Het schorshoorntje komt, zoal de naam al zegt, bij voorkeur voor op en onder schors van bomen en dan vooral van wilgen. Daar vindt het ook zijn voedsel: het schorshoorntje leeft van korstmossen.

Waar

Het schorshoorntje komt in heel Europa voor van het uiterste zuiden tot vrij noordelijk. In Nederland komt de soort vooral in de duinen voor en sporadisch in het binnenland. De soort werd recentelijk voor het eerst in de Haarlemmermeer waargenomen onder schors van dode wilgen in De Heimanshof

 schorshorentje2