bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Bramen, 12 sep 2020

 bramen

Laat ik het maar meteen zeggen: ik heb een haat-liefde verhouding met bramen. Op mijn tuin pluk ik elk jaar 80-120 kilo van de lekkerste bramen, maar in het beheer van alle MEERGroen terreinen is de braam een van de planten die het meeste werk geeft. Nu is haat ook niet helemaal het juiste woord. Eigenlijk heb ik voor planten als de braamstruik eerder respect. Respect voor de groeikracht, maar ook voor de uitgekiende vermenigvuldigingsstrategie die deze plant heeft uitgedokterd. Een bramenzaadje heeft 4-5 jaar of 4-5 nodig om volwassen te worden maar dat kan via vogels over grote afstanden. Indrukwekkend is de vegetatieve voortplanting als hij eenmaal gesetteld is. Dan maakt hij 6m lange takken die het liefst hoog in 4-5 richtingen uitgroeien (foto). In deze tijd van het jaar willen die scheuten perse met het einde van de tak naar de grond. Zodra ze de grond bereiken,

wortelen ze en produceren het jaar daarop een grote plant die ook weer 6 m in alle richtingen door kan. Zo kan 1 plant in 5 jaar tijd een braambos van 3 m hoog en 60m in diameter vormen! Aan de takken van dit jaar komen het jaar daarop bloemen en bramen. In het 3e jaar sterven ze af, terwijl de moederplant nieuwe scheuten er doorheen en overheen laat groeien. Een weinig bekend bramenfenomeen is dat hij bij afmaaien en zelfs uitgraven blijft terugkomen als er nog maar een klein stukje wortel in de grond zit. In 10 jaar uitgraven heb ik ze nog niet weg gekregen: respect dus

Bijzonder

In de Haarlemmermeerse klei doet de braam het goed. De braam is met de brandnetel bij uitstek de plant die gebaat is bij de overmaat aan stikstof waar zo veel over te doen is. Er zijn wel een paar honderd soorten en rassen. Naast de gewone braam komt de dauwbraam veel voor in de Haarlemmermeer

Waar

De braam is overal te vinden waar veel stikstof is. In voedselarme duinen is het geen plaag, maar door overmatig honden- en mensenplas rukt hij ook daar gestaag op.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 3 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 beukbomenBeuk10 dec 2010december

Beuk, 10 dec 2010

 beuk

De aanleiding voor deze column is, dat er afgelopen zaterdag op de natuurspeelplaats (in aanbouw) op De Heimanshof een monumentale beukenstam is geplaatst als (liggende) klauterboom. Deze beuk van 180 jaar oud was in de duinen geveld door een storm. De beuk is een inheemse boomsoort met hardhout en een gladde bast die misschien wel 20 jaar als klauterboom geschikt blijft. In de Haarlemmermeer op de klei staan bijna geen beuken. Op het zand in de duinen des te meer. Grote bomen in onze polder zijn meestal wilgen of populieren, die na rooien in 3- 5 jaar verteren. Deze zijn dus minder geschikt als speelbomen. Volwassen beuken zorgen in bossen voor een dicht bladerdek, waardoor ondergroei weinig kans krijgt. Met zijn grootte tot 40 meter is het een hoge boom. De boom leeft in symbiose met schimmels. De boom levert suikers en de schimmel levert mineralen daarvoor terug. Beukenbossen behoren

tot de mooiste bossen. De bestuiving vindt plaats door de wind. De beuk kan goed tegen schaduw en is een climax-soort, dwz dat ze het eindstadium van de ontwikkeling van een bos vormen.

Bijzonder

De vrucht van de beuk bestaat uit nootjes. Beukennootjes worden verspreid door dieren, die ze als wintervoorraad gebruiken. De beuk heeft een zeer gevoelige bast voor zonneschijn. Als er door b.v. storm of een andere reden een deel van de kroon afbreekt, kan dit leiden tot de dood van de boom, door teveel zon op de stam. De knoppen van de beuk zijn erg lang en bevatten de volledige bladeren, die rond half mei in een paar dagen uitrollen. Beukenhout is zeer buigzaam en gemakkelijk te draaien, waardoor het uitstekend geschikt is voor het maken van meubilair. Het heeft een fijne nerf en geen knoesten, aangezien de takken al jong afvallen.

Waar

Van nature staat een beuk op zware bodems met een goede drainage, maar aangeplant vind je hem ook elders. De oudste boom van het nieuwe land in onze polder is een beuk van nu 158 jaar oud bij boerderij de Eersteling met een stamdiameter van ruim 2 m.

 essengalmetinzetbomenEssengal4 dec 2010december

Essengal, 4 dec 2010

 essengalmetinzet

Het voorjaar en de zomer hebben de naam de perioden te zijn dat je insecten kunt waarnemen. Maar ook in de rest van het jaar, zelfs in de winter kun je overal insecten aantreffen. Maar dan moet je wel weten waar je naar moet kijken. Een interessante manier om nu insecten te vinden, is via gallen: Als wij gestoken worden door een insect, bv. een mug, ontstaat er een bultje. Ooit miljoenen jaren geleden heeft eens een insect, waarschijnlijk een soort wesp, ontdekt dat zijn steek bij een plant ook aanleiding gaf tot een bultje, dat aan de buitenkant hard en aan de binnenkant zacht (en voor een larve) smakelijk was. Dat was dus een perfecte plek om kroost veilig groot te brengen. Zeker toen die larve ook die stof ging produceren en de bult (gal) steeds bleef groeien. Om die reden was dat insect zeer succesvol en ontwikkelden zich snel veel andere soorten. Van deze insectengroep zijn er in Nederland nu

wel 1400 soorten te vinden. Niet alleen (gal)wespen veroorzaken gallen. Ook vele muggen, vlinders en vliegen hebben deze truc ontdekt. Bijna op alle plantensoorten zijn er één of meer soorten gallen te vinden. Vooral de eik heeft er veel, wel 40. Nu de bladeren vallen, is er een leuke soort op essenbomen te vinden. Essen zijn de bomen die als zaden enkelvoudige vleugeltjes(´helicoptertjes´) vormen. Esdoorns maken dubbel gevleugelde zaden.

Bijzonder

De essengal, die bij het bladloos worden van de essen zichtbaar wordt, heeft geen Nederlandse naam. In het Duits wordt hij ´klunkern´ genoemd. Hij is nu bruin en is als groene bloemkoolachtig woekering ontstaan uit de bloemen. Deze ´klunkern´ kunnen de hele winter nog als bruine klonterige massa´s aan de boom zitten: Soms zit de hele boom er vol mee. Binnenin leven de larfjes van Aceria fraxinivora (zie foto)

Waar

Gallen kunnen overal in alle seizoenen en op bijna alle plantensoorten gevonden worden. Oog krijgen voor de verbazingwekkende verscheidenheid van gallen geeft een nieuwe dimensie aan het buiten in de natuur lopen.

 baarsvissenBaars20 dec 2009december

Baars, 20 dec 2009

 baars

Veel mensen gaan naar verre landen om daar te snorkelen en het onderwater leven te bekijken. Maar ook in Nederland is het (als je de goede plekken weet) zeer de moeite waard om eens onder water te gaan kijken. Zie op de illustratie, hoe mooi het is om te midden van een school halfwas baarzen in de Toolenburgse plas te zwemmen. Ze hebben rode vinnen, zwarte camouflage strepen op hun zijden en stekels in hun voorste rugvin. Een baars kan in 16 jaar 50 cm lang en 3 kg zwaar worden. Baarzen paaien van maart tot juni in zeer ondiep water, soms al als het water nog maar 7-8 graden is; een vrouwtje legt soms wel 200.000 eieren in lange netvormige linten. De baars is één van de eerste vissen die nieuw aangelegde wateren koloniseert. Ze leven in scholen en jagen ook samen. Hoe kleiner de baarzen, hoe groter de school en reuzenbaarzen zijn vaak verstokte eenlingen. De baars is ondanks zijn stekels een gewilde prooi van de snoek. Net als snoeken staan ze bekend om kannibalisme. In de zomer komen vaak grote scholen met jonge baars voor die voor hun wat oudere soortgenoten

een gewilde prooi vormen. Ze eten graag kleine visjes, kreeftachtigen, zoetwatergarnalen, allerlei soorten larven en regenwormen.

Bijzonder

Baarzen zijn lekker en in de meeste Europese landen wordt vrij veel baars gegeten. Jaarlijks wordt in Europa 30.000.000 kg baars gevangen voor consumptie. Ook in Nederland vangt men nog baarzen met commerciële doeleinden, vooral in het IJsselmeer. Dat er in Nederland weinig of geen baars gegeten wordt, komt door de overtuiging dat de baars ongeschikt is voor consumptie omdat onze wateren te vuil zijn en doordat hij teveel graten zou bevatten.

Waar

De baars leeft in bijna heel Europa en Noord-Azië. Hij komt voor in meren, plassen, moerasland, rivieren en brakwater. De baars is een zichtjager en heeft dus helder water nodig. Ze houden van een steenachtige bodem en zoeken vaak rietkragen en overhangende struiken op. In de Haarlemmermeer is de baars algemeen.

 baarzentoolenburgseplas

 baardmannetjevogelsBaardmannetje13 dec 2009december

Baardmannetje, 13 dec 2009

 baardmannetje

Toen ik langs de Geniedijk van Hoofddorp naar het Haarlemmermeerse Bos fietste, werd mijn aandacht getrokken door een nadrukkelijk ´ping, ping´. Maar het kon geen racefiets zijn, die mij probeerde in te halen, want het geluid kwam uit het riet dat bijna de hele ecologische oever - die daar te plaatse is aangelegd langs de oude spoordijk - aan het zicht onttrekt. Dit geluid kende ik uit Flevoland in de jaren zeventig, maar had ik nog nooit in de Haarlemmermeer gehoord. In het riet zat een groepje baardmannetjes! Het baardmannetje lijkt op een mees, maar is er geen. Toch noemt men de vogel ook vaak baardmees en soms rietpapegaai. Het mannetje is te herkennen aan de zwarte baardstreep, waar ze ook hun naam aan te danken hebben. Het baardmannetje is een standvogel, die niet wegtrekt in de winter. De aanzienlijke sterfte in strenge winters en late vorstperiodes wordt goedgemaakt door grote legsels. Eén paartje kan in een goed jaar 10 tot 20 jongen grootbrengen. Bij voorkeur eet het baardmannetje insecten, maar in de winter schakelt

hij over op een dieet van vrijwel alleen zaden van riet. In het broedseizoen leven paartjes bij elkaar. In de winter verzamelen zij zich in groepen en zwerven over grotere gebieden rond.

Bijzonder

Het baardmannetje staat op de Rode Lijst van beschermde soorten, omdat meer dan een kwart van de Noordwest-Europese populatie in ons land broedt en vanwege de kwetsbaarheid van het leefgebied.

Waar

Het baardmannetje is een vogel van uitgestrekte rietmoerassen. Gezien de rijkdom aan rietlanden zal het baardmannetje vroeger een gewone broedvogel zijn geweest. Drooglegging van vele moerassen leidde tot een afname, maar in de jaren dertig was het nog een talrijke broedvogel. Spectaculair waren de aantallen in de droogvallende Flevopolders, van waaruit grote delen van West-Europa (her)bevolkt werden. In de Haarlemmermeer zijn weinig of geen rietmoerassen en komt de soort daarom waarschijnlijk alleen af en toe op doortrek voor.

 baardmannetje4

 driehoeks mosselentoolenburgseplaskleine dierenDriehoeksmossel5 dec 2009december

Driehoeksmossel, 5 dec 2009

 driehoeks mosselentoolenburgseplas

De onderwaterwereld ontrekt zich grotendeels aan ons zicht. Bijgaande foto, met driehoeksmossels komt uit het onderwaterpad in de Toolenburgse plas. Het is een kleine mosselsoort van 3-5 cm, die door zijn gestreepte patroon ook wel zebramossel genoemd wordt. Het voorkomen van kuifeenden (b.v in de hoofdvaart) geeft meestal een goede indicatie waar deze mossels voorkomen, want zij vormen het hoofdbestanddeel van hun menu. De driehoeksmossel voedt zich door water te filteren. Net als zeemosselen maken ze byssusdraden om zich stevig aan een harde ondergrond te bevestigen. Meestal zitten ze in kluitjes op stukken steen. Op hun beurt worden ze vaak door zoetwatersponsen bedekt. De voortplanting is geslachtelijk; er zijn dus mannetjes en vrouwtjes. De eitjes en het zaad vinden elkaar in open water. De larven doorlopen een aantal stadia waarin ze zich voeden met bacteriën en alg. Na ongeveer een maand zetten ze zich vast.

Bijzonder

De driehoeksmossel levert een

belangrijke bijdrage aan schoon oppervlaktewater. Eén mossel kan 76 ml water per uur filtreren. In het IJsselmeer leven zoveel driehoeksmosselen, dat ze dit twee keer per maand volledig schoonzeven. Driehoeksmosselen richten ook economische schade aan omdat ze in uitlaatpijpen van elektriciteitscentrales en koelwatersystemen leven en deze hierdoor verstoppen. Vooral in Noord- Amerika vormen ze een groot probleem.

Waar

De driehoeksmossel leeft in grote meren, rivieren, en kleine stromende wateren en heeft zuurstofrijk water nodig. De soort komt oorspronkelijk uit ZO Rusland, en leefde in rivieren die afwateren naar de Zwarte en de Kaspische Zee. Door het graven van veel verbindingskanalen tussen rivieren in Midden- en Oost-Europa in de 19e eeuw en met ballastwater is de soort hier gekomen. In Europa is de driehoeksmossel inmiddels een algemene soort. De oudste waarneming uit Nederland dateert uit 1827 uit het Haarlemmermeer. Sinds 1988 komt hij ook in Amerika voor, waar hij de inheemse mosselen verdringt.

 driehoeksmosselverstoppenpijp

 draadknotszwam3paddenstoelenDraadknotszwam4 dec 2009december

Draadknotszwam, 4 dec 2009

 draadknotszwam3

De meeste mensen hebben geen idee van de rijkdom van de Nederlandse natuur is. Toen ik gisteren aan iemand vroeg, hoeveel vogelsoorten er waren werd een getal van 2000 genoemd. Dan komt, omdat vogels opvallen, maar met alle zeldzame soorten meegerekend, zijn het er maar 400! Bij zoogdieren praat je over 50 en bij kruiden over 1500 soorten. Bij paddenstoelen, waar deze column over gaat, speelt het tegenovergestelde. Mijn gesprekspartner schatte het aantal soorten op 200. De website van de Mycologische vereniging meldt echter, dat er rond 1980 zo´n 3700 soorten bekend waren. En sinds de systematische registratie in 1980 zijn er maar liefst ruim 1000 nieuwe soorten ontdekt. Het is dus heel goed mogelijk dat het er wel 6000 zijn. Hoe dat komt, kan ik illustreren aan een paddenstoel die deze week op mijn pad kwam: de draadknotszwam. Dit zwammetje is erg klein en lijkt op een wormpje of een myceliumdraad. Van dit soort kleine paddenstoelensoorten zijn er duizenden. Ze kunnen korstvormig zijn of draadvormig. Maar allemaal zijn ze gespecialiseerd in een andere voedingsbodem

of groeiperiode. Op elke tak die u in deze tijd van het jaar oppakt van de grond, leven wel 2-10 verschillende miniscule zwammetjes. Van de ´echt´ paddenstoelen met duidelijk ontwikkelde vruchtlichamen, bestaan een paar honderd tot 1000 soorten.

Bijzonder

Ons draadknotszwammetje wordt 3-10 cm hoog en heeft een diameter van 0.5-2 mm. Dit zwammetje heeft een leuke toepassing, die vooral in Amerika speelt. Daar kan ´s winters heel lang een pak sneeuw op gazons, golfvelden e.d. liggen, die daardoor vatbaar worden voor een schimmel die het gras doodt. Door nu de draadknotszwam expres uit te zaaien wordt deze schadelijke zwam bestreden en jaarlijks miljoenen aan schade voorkomen.

Waar

De draadknotszwam groeit het liefst in de herfst op gevallen blad, strooisel en gevallen twijgen. Door zijn kleine formaat wordt hij vaak over het hoofd gezien, maar is vrij algemeen in Europa en Noord-Amerika.

 draadknotszwamlinzenknotsje2

 kleinewintervlindervlindersKleine Wintervlinder20 dec 2008december

Kleine Wintervlinder, 20 dec 2008

 kleinewintervlinder

Bij insecten denkt iedereen aan warme dagen. Toch zijn er het hele jaar door insecten waar te nemen, ook bij koud en nat weer. Zo zijn de gallen van galwespen, zoals de knikkergal op de eik juist in de winter beter te vinden. Maar ook zijn er midden in de winter, verrassend genoeg, nog actieve insecten te vinden. Deze week gaan we het hebben over de kleine wintervlinder die op dit moment vrij algemeen is waar te nemen in de bebouwde kom. Het is een nachtvlindertje van ongeveer 1.5 cm lang met weinig spectaculaire kleuren (zie foto). Op de foto is de beharing goed te zien waarmee ze de, voor insecten, barre temperaturen in de winter kunnen weerstaan. Rupsen van de kleine wintervlinder zijn te vinden van april-juni. Als ze volgroeid zijn laten zich aan een zijden draad op de grond zakken, waarna ze zich in een stevige cocon verpoppen. De soort overwintert als ei op een twijg of in een bastspleet dicht bij een bladknop. De mannetjes vliegen meestal pas uit na de eerste nachtvorst vanaf oktober tot en met december. Ze vliegen hoofdzakelijk in de avondschemering bij

vochtig en nevelig weer en bij een temperatuur net boven 0°C. Tijdens zachte winters vliegen ze soms tot half januari. De vlinders zijn vaak op verlichte vensters aan te treffen. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes kunnen in het donker rustend of omhoog kruipend op boomstammen worden waargenomen.

Bijzonder

Alleen de mannetjes van de kleine wintervlinder kunnen vliegen. De vrouwtjes hebben alleen vleugelstompjes en kruipen wat rond op takken, tot de mannetjes ze vinden en bevruchten. De mannetjes nemen de vrouwtjes tijdens de paring soms mee in de vlucht. De kleine wintervlinder is één van de vlinders die verantwoordelijk is voor de "rupsenpiek" in het voorjaar, die ervoor zorgt dat zangvogels na de trek en voor hun jongen aan extra veel voedsel kunnen komen. Door stijging van de temperatuur bleken, op zeker moment, de rupsen echter al uit het ei te komen voordat er blad aan de bomen was, waardoor deze rupsen stierven door gebrek aan voedsel. Andere rupsen die later uitkwamen hadden meer geluk en hebben de soort behoed voor uitsterven.De rupsen kunnen in sommige jaren, door hun grote aantallen, schade veroorzaken aan vruchtbomen

Waar

De kleine wintervlinder komt in heel Nederland voor in tuinen, parken, loofbossen, boomgaarden en andere lommerrijke gebieden.

 sinasappelschilzwamgrootpaddenstoelenSinasappelschilzwam11 dec 2008december

Sinasappelschilzwam, 11 dec 2008

 sinasappelschilzwamgroot

De grote oranje bekerzwam groeit op kale grond, die meestal recentelijk omgewoeld is en is feloranje aan de binnenkant van zijn bekers. De bekers kunnen ook schotelvormig zijn en worden tussen de 2 en 10 cm in diameter. Door de feloranje kleur die wel iets weg heeft van de kleur van een sinasappel en door zijn vorm, is deze soort aan zijn bijnaam van sinaasppelschilzwam gekomen. Deze week vond ik deze zwam in de kruidentuin van De Heimanshof op de plaats waar we dit jaar een boom hadden uitgegraven. De soort leeft van de vertering van organische stoffen (dode boomwortels b.v.) in de grond.

Bijzonder

De sinasappelschilzwam behoort tot de kelkzwammen,

die in een grote variatie in vormen en (al of niet briljante) kleuren voorkomt. Eerder heb ik in januari 2008 de krulhaarkelkzwam behandeld, die even briljant rood is, als de oranje kelkzwam oranje. En in april 2006 vormde de vondst van de cedergrondbekerzwam de start voor deze column. Uit in het wild verzamelde vruchtlichamen van de grote oranje bekerzwam wordt de stof lectine gewonnen, om zijn tumorremmende werking.

Waar

De grote oranje bekerzwam komt meestal voor in groepen in de nazomer of herfst op vrijwel kale bodem of voedselrijke klei, leem of zand in loof- en gemengd bos en is in Nederland niet zeldzaam. De soort komt in een groot deel van Europa en Noord- Amerika voor.

 sinasppelschilzwam

 huismusvogelsHuismus14 dec 2008december

Huismus, 14 dec 2008

 huismus

Bijna dagelijks fiets ik langs een huis met een mooie vuurdoorn op het zuiden. Als het dezer dagen droog of mooi weer is, vergaat horen en zien je bij die struik. Het lijkt wel of alle huismussen uit de buurt zich daar hebben verzameld en elke dag ruim genoeg stof tot overleg hebben. De huismus eet zaden en insecten. Het lied van dit ‘zang’vogeltje beperkt zich tot getjilp. De mus is een standvogel: hij blijft jaarrond binnen een paar honderd meter van zijn nestplaats. Het mannetje is te onderscheiden van het vrouwtje, omdat hij uitgesprokener getekend is (zie illustratie). Een mussenpaar bouwt samen een nest, waarin het vrouwtje 4-7 eieren legt. Na ongeveer 12 dagen broeden, komen de eieren uit. De eerste dagen worden de kuikens door beide ouders met insecten gevoed, maar al snel wordt het dieet gevarieerder en plantaardiger. Na ongeveer 2 weken vliegen de jongen uit.

Bijzonder

In Nederland zijn de huismussen de laatste decennia sterk afgenomen van 1-2 naar 0.5 - 1 miljoen broedparen. Hoewel het nog een algemene vogel is, staat de soort daarom sinds 2004 als ′zorgelijk′ op de Rode Lijst voor bedreigde vogelsoorten. Deze dalende trend, die nog steeds doorgaat, heeft vele oorzaken, b.v. in de steden: huizen worden gebouwd zonder dakpannen, of zo goed geïsoleerd, dat er geen broedholletjes zijn. Het betegelen van tuinen neemt zijn tol evenals het in onbruik raken van het buiten uitkloppen van tafelkleden. Door het netheidsstreven in de wijken zijn er minder wilde hoekjes met zaden en insecten. Verder speelt de sterke toename van het aantal katten sinds

de 90-tiger jaren een rol. In de landbouw: het verbouwen van andere gewassen (mais) dan granen. Het afdekken van mest, waar voorheen veel insecten bij rondvlogen. Efficiënter oogsten waardoor er minder voor de mussen blijft liggen. Natuurlijke oorzaken: door afnemend pesticidegebruik neemt de roofvogelstand toe, waaronder de sperwer. Een nest jonge sperwers wordt met zo’n 700 vogels grootgebracht, waaronder veel mussen.

Waar

De huismus leeft bijna overal ter wereld, i.i.g. in bijna alle gematigde en subtropische streken, vaak dichtbij of in woongebieden van mensen. Voor een deel is de verspreiding op een natuurlijke wijze verlopen, voor een deel is de huismus door de mens verspreid en geldt als cultuurvolger. Speciale oproep: Actieplan huismus Om de huismus voor verdere teruggang te behoeden heeft Vogelbescherming Nederland en actieplan opgesteld, waaraan gemeentes, bouwbedrijven, hoveniers en burgers een bijdrage aan kunnen leveren. Huismussen zijn standvogels en groepsdieren, die niet ver vliegen. Herkolonisatie kan alleen vanuit bestaande kolonies. De belangrijkste aanbevelingen in het plan zijn: holtes (her)openen en/of nestkasten plaatsen in groepen, het planten van halfhoge inheemse struiken en het inrichten of laten bestaan van ruigtes. En natuurlijk helpt het ook als u uw tafelkleed weer dagelijks uitklopt of kruimels strooit. Graag krijgen we meldingen waar groepen mussen zich nog gehandhaafd hebben in de Haarlemmermeer en ook wie er belangstelling heeft om mee te werken aan het actieplan voor de huismus. Misschien een leuke kerstgedachte of voornemen voor het nieuwe jaar.

 huismusgrootman

 konijnkleine dierenKonijn21 dec 2007december

Konijn, 21 dec 2007

 konijn

Ter gelegenheid van Kerst en de feestdagen is het wellicht passend om aandacht aan het konijn te besteden. Het konijn is een dagdier, maar bij veel verstoring overdag is hij meestal ′s nachts en in de schemer actief. Bij lage dichtheden leeft het konijn in paren, bij hoge dichtheden in groepen van ongeveer 20 dieren. Territoria worden gemarkeerd met geurklieren onder de kin, urine en hopen keutels. Bij gevaar stampt het konijn met zijn achterpoten. Ze kunnen een topsnelheid van 40 km/u halen, maar niet lang. Het konijn kan zich het gehele jaar door voortplanten, maar de meeste jongen worden tussen februari en augustus geboren. Per jaar kan een vrouwtje 3-7 worpen krijgen, met een minimum interval van 30 dagen. Na een draagtijd van 30 dagen worden 3-12 jongen geboren in een aparte ondergrondse nestkamer. Dit nest bestaat uit gras en mos en is bedekt met vacht uit de buik van de moeder. Het moertje bezoekt de jongen slechts 5 minuten per dag om ze te zogen. Het konijn

wordt in het wild maximaal 9 jaar oud.

Bijzonder

Het konijn kwam in Nederland veel voor in bossen en duinen, tot in 1954 door myxomatose de populatie instortte. De overgebleven resistente populatie nam vanaf de 80-tiger jaren weer toe. Vanaf 1994 daalt de populatie in Nederland weer door een nieuw (RHD)-virus. In 2004 was er nog maar 1/3 over van het aantal uit 1994. Om die reden is het konijn in de herziene Rode lijst van 2007 opgenomen als een ‘gevoelige’ soort.
Konijnen eten hun eigen nachtkeutels. Bij dit ‘herkauwen’ worden waardevolle vitaminen en mineralen benut; een aanpassing aan het leven in schrale gebieden.

Waar

Oorspronkelijk komt het konijn uit het Iberisch schiereiland. Spanje heeft er zijn naam aan te danken. De Romeinse naam ′Hispania′ is nl. een verbastering van de naam, die de Phoeniciërs aan dit gebied gaven: ′i-saphan-im′, het land der klipdassen (waarmee ze het konijn bedoelden).
De Romeinen introduceerden het dier in het grootste deel van het Romeinse Rijk en ook hier. Ook in Haarlemmermeer voelt het konijn zich op veel plekken thuis, rond de A4, de N201, bij Zwaanshoek, Schiphol, op de President: kortom op veel plekken waar de mens infrastructurele werken heeft uitgevoerd en waar zandige hellingen achterblijven.

 dwergmuiskleine dierenDwergmuis16 dec 2007december

Dwergmuis, 16 dec 2007

 dwergmuis

De leukste vondst bij het braakballenonderzoek van de Jeugdnatuurclub van De Heimanshof, 15 december jl. was een dwergmuis, die samen met een bosmuis, een veldmuis en 2 huisspitsmuizen op een dag op het menu van een kerkuil hadden gestaan. Een dwergmuis heeft knobbelkiezen, net als de huismuis en de mens, omdat het een alleseter is. Het voedsel bestaat uit zaden, bessen, insecten en rupsen. De dwergmuis moet dagelijks 1/3 van zijn gewicht eten om in leven te blijven. Hun staart dient als 5e ledemaat om door lange grassen en graanvelden te klimmen. Een territorium van een mannetje is 400 tot 600 m²; een vrouwtje leeft in een kleiner gebied. In de zomer zijn ze vooral in de schemer en nachts actief en in de winter meestal overdag. Mannetjes en vrouwtjes komen alleen bij elkaar om te paren en een 8-10 cm groot bolvormig nest te maken van geweven gras dat 60-100 cm boven de grond hangt. Na zo’n 18 dagen worden de jongen geboren. Als deze 15 dagen oud zijn, moeten ze voor zichzelf

zorgen.

Bijzonder

De dwergmuis is met 5-8 cm (plus een staart van 5-7 cm) het kleinste knaagdier van Europa en zelfs van de wereld. Volwassen dieren wegen 5-11 gram. (Een brief weegt 20 gram!) Door hun snelle voortplanting (tot wel 7 nesten per jaar, met elk zo′n 11 jongen) hebben dwergmuizen zich altijd goed kunnen handhaven. Moderne landbouwmethodes, vooral het spuiten van gewassen, het gebruik van combines en het platbranden van stoppelveldjes zijn zeer nadelig voor deze soort. Ook door het steeds meer uit productie nemen van landbouwgrond voor woningbouw neemt het aantal dwergmuizen elk jaar verder af. Daardoor is de dwergmuis op de rode lijst geplaatst als een soort die op dit moment nog niet bedreigd is. Het is de enige Europese muizensoort die zijn nest boven de grond bouwt en het enige zoogdier in Europa met een grijpstaart.

Waar

Dwergmuizen leven in bijna heel Europa en in Azië tot in Japan. Vooral in gebieden met hoge grassen, zoals droge rietvelden, graanakkers, hooilanden, verwilderde tuinen, overwoekerde heggen en bosranden. Tijdens strenge winters wagen ze zich ook bij mensen. Dat dwergmuizen in de Haarlemmermeer voorkomen, wordt regelmatig vastgesteld uit braakballenonderzoek. Hoe groot of hoe bedreigd de populatie hier is, door het afnemen van het areaal landbouwgrond, is niet bekend.

 nijlgansvogelsNijlgans8 dec 2007december

Nijlgans, 8 dec 2007

 nijlgans

Deze week al weer een dier uit zuidelijker streken, die zich definitief gevestigd heeft als standvogel in ons land en in onze polder: de nijlgans. De Nijlgans is geen echte gans, maar eigenlijk een grote eend, verwant aan de Bergeend. Kenmerkend is de bruine “bril” en de witte bovenvleugels. Zijn geluid lijkt op twee stenen die langs elkaar schuren. De Nijlgans leeft voornamelijk op land, hoewel hij goed kan zwemmen. De soort eet vooral zaden, bladeren, grassen en stengels, maar hij is ook niet vies van insecten en wormen. Mogelijk omdat de nijlgans uit warme streken komt, heeft hij een afwijkend broedgedrag. Op dit moment al zoeken overal paartjes op de akkers een territorium om te gaan broeden. De eerste jongen zijn er soms al in januari en zeker in februari.

Bijzonder

Ondanks zijn afkomst uit zeer warme streken, gedijt de Nijlgans zeer goed in ons klimaat. Ze overleven zelfs de strengste winters. De voortplanting verloopt eveneens

voorspoedig. Het vrouwtje legt tussen de zes en acht eieren. De pullen worden bijna allemaal groot. De ouders beschermen hen met een aan fanatisme grenzende agressie. Agressie is trouwens toch het handelsmerk van de Nijlgans. Ze “kraken” nesten van andere vogels. Zelfs kraaien, haviken en torenvalken jagen ze uit hun nest of nestkast. Soms broeden ze wel 20 m hoog. De pullen laten zich gewoon omlaag vallen en overleven dit zonder verwondingen. Ook nesten van de Grauwe Gans worden gekraakt. Eenden en meerkoeten, toch ook geen lieverdjes, worden zonder pardon aangevallen.

Waar

Nijlgansen komen oorspronkelijk uit Egypte en Afrika ten zuiden van de Sahara. Enkele in 1967 ontsnapte of uitgezette dieren zijn de aanstichters van de enorm snel groeiende populatie. De aantallen nemen nog altijd sterk toe met 11- 16 % per jaar. Elk jaar produceert ieder paar gemiddeld 4,3 nieuwe exemplaren. In sommige gebieden is een nijlgansenverzadiging opgetreden; de soort wordt er niet talrijker meer. In die gebieden grootgebrachte jongen, wijken uit naar omliggende gebieden. De verwachting is dat de komende decennia de toename in Nederland langzaam tot staan zal komen en de nijlgans zich verder over West-Europa zal verspreiden (gegevens SOVON). In de Haarlemmermeer houden zich al minstens 100 paar op.