bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Waterhoen, 2 jan 2021

 waterhoen

Het hele jaar brengen waterhoentjes paarsgewijs door aan oevers en in rietvelden, maar in de winter clusteren ze samen aangevuld met wintergasten uit Oost en Centraal Europa en zwermen ze uit over weilanden en graslanden en komen dan ook tot in tuinen. De nachten brengen ze dan samen door in bomen, soms wel met 8-12 bij elkaar. Ze hebben het in de winter duidelijk zwaar. Voor de duidelijkheid: een waterhoentje is geen meerkoet. Meerkoeten zijn veel talrijker en beter bestand tegen de vorst. Ze zijn zwart met een witte snavel en bles en waterhoentjes zijn groen op hun rug en grijs op hun buik met een rode snavel en bles(foto). Een ander verschil is dat meerkoeten zwemvliezen hebben en waterhoentjes niet. Het zijn namelijk ralachtigen. Hun lange tenen zijn geschikt om tussen gras en riet strengels in moerassen te lopen. Sluipen eerder.

Bijzonder

Waterhoentjes

zijn de meest algemene soort van de familie der ralachtigen. Rallen zijn schuwe verborgen levende vogels van rietlanden en moerassen. De waterral is een nauwe verwant, net als het porseleinhoen, het klein en kleinst waterhoen en de kwartelkoning. Allemaal onbekende verborgen levende soorten. Met 35.000 paar is de waterhoen de ambassadeur van de rallenfamilie, die bijna overal leeft waar riet en oevers voorkomen, ook in de stad. In de winter zijn ze het mees talrijk omdat de vogels van continentaal Europa vluchten voor de winterkoude en in West-Europa overwinteren. De stand van de waterhoentjes gaat langzaam achteruit. Bedreigd zijn ze nog niet, maar in koude winters sterven er veel en het machinaal schonen van water partijen en het verdrogen van moerassen zijn oorzaken dat hun aantal langzaam maar zeker steeds afneemt.

Waar

Waterhoentjes komen wereldwijd voor in natte biotopen, moerassen en bij oevers met riet en oeverplanten. Er zijn 6 ondersoorten. Ze zijn afwezig in droge en arctische streken. Overal in de Haarlemmermeer zijn ze aan te treffen in en buiten de bebouwde kom.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 10 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 tronkenbij2metstuifmeelenharsinsectenTronkenbij (2)2 okt 2011oktober

Tronkenbij (2), 2 okt 2011

 tronkenbij2metstuifmeelenhars

Mannetjes tronkenbijen overvallen de vrouwtjes als die landen bij hun nestgang. Na een 1e paring weert het vrouwtje hen meestal af. Zolang de mannen leven, blijven ze met grote energie deze enige levenstaak verrichten. Ze slapen meestal bij elkaar in lege gangen. Tronkenbijen hebben een kenmerkende manier om hun nestjes te maken. Daarvoor zoeken de vrouwtjes bestaande gangen van 2,5 tot 7 mm doorsnee. Dat kan zijn in dakriet, kevergangen in dood hout en ook boorgangen in insectenhotels. Ze maken oude nesten schoon en blijven trouw terugkomen op hun geboorteplek of dicht daarbij. Een deel van de populatie zwermt uit, want ze bezetten ook snel nieuwe nestmogelijkheden op andere plaatsen. In een gang wordt eerst van hars een vertikaal wandje gemaakt, vaak niet meer dan 1 mm

dik (zie foto van bij met hars en stuifmeel). Daar tegenaan wordt stuifmeel gebracht, dat bij de volgende binnenkomst wordt bevochtigd met nectar. Dan volgt weer een laag stuifmeel, dat wordt bevochtigd met nectar. Op deze manier ontstaat een "bijenbroodje", dat vrijwel altijd geel is. Als de voedselvoorraad voldoende is, wordt er een ei in de laatst gemaakte verticale wand gestoken. De bijen kennen maar één generatie per jaar en per vrouwtje worden er vaak niet meer dan 8 eitjes gelegd. Dat betekent dat hun manier van voortplanten ecologisch heel veilig is, anders werden er wel veel meer jongen grootgebracht. Bijzonder is, dat veel van de tronkenbijen vooruit lijken te denken. Als ze hars binnenbrengen voor een celwand, stippen ze vaak met kleine druppeltjes al de plekjes aan waar de volgende celwanden moeten komen. Ze weten dus al tevoren hoe lang ze die zullen maken. De laatste celwand is meestal meer dan een cm van de voorkant van de gang gelegen, waarna de gang helemaal aan de voorkant met een harsprop van 5 mm dik wordt verzegeld. Gewoonlijk worden er kleine steentjes, houtpulp en soms ook wel strootjes of stokjes in vastgelijmd als "wapening".

 maisbuilenbrandstengelgrootplantenMaisbuilenbrand31 okt 2010oktober

Maisbuilenbrand, 31 okt 2010

 maisbuilenbrandstengelgroot

De natuur is een oneindige bron van variatie en fascinatie. Als ´doorgewinterde´ ecoloog, dacht ik dat ik alles wel eens gezien zou hebben. Maar deze week viel ik weer eens van mijn stoel van een vreemde uitwas op een maïsplant. Deze bult of buil bleek maisbuilenbrand te zijn, een van de vele brandschimmelsoorten. Brandschimmels zijn schimmels met een ingewikkelde levenscyclus, die een groot deel van hun leven onopgemerkt binnen de waardplant leven. Hun levenscyclus kent wel 7 verschillende fasen, waarvan er enkele 1 set chromosomen hebben en andere fasen met een gewone dubbele set per celkern. Hoewel builenbrand alle delen van de plant kan aantasten, tast het vooral snel delend weefsel aan, zoals de kolf. Via de stijl dringt de schimmel het vruchtbeginsel binnen, waarna een tumor of woekering optreedt vergelijkbaar met paddenstoelen (zie foto).

Bijzonder

Builenbrand is een zwakteparasiet en tast alleen beschadigde en/of verzwakte planten

aan. B.v bij droogte ontstaan scheurtjes in de maisplant waardoor de brandschimmel kan binnendringen. Na infectie ontstaat builenbrand: grijsachtige builen, omgeven door een vlies. Dit vlies barst na enige tijd open, zodat grote aantallen ´brand´sporen vrijkomen (die op roet lijken). Deze sporen zijn niet giftig, al kunnen er op de builen wel andere schimmels groeien, die dat wel kunnen zijn. Uit proeven blijkt, dat voeren aan vee van ingekuilde snijmais met veel (maar minder dan 30 %) builenbrand geen duidelijke problemen geeft voor diergezondheid, vruchtbaarheid en melkproductie. De schimmel vreet wel het zetmeel op, waardoor de voederwaarde afneemt. In Mexico worden de aangetaste, onrijpe kolven als een delicatesse gegeten. De kolven worden voor dit doel 2-3 weken na infectie geoogst en daarna gekookt.

Waar

Maisbuilenbrand komt alleen op mais voor. De kans op aantasting is groter op lichte zandgronden en op percelen, waar elk jaar mais wordt verbouwd. De gemelde gevallen kwamen uit een perceel bij Burgerveen.

 maiscombi

 wezelgrootkleine dierenWezel23 okt 2010oktober

Wezel, 23 okt 2010

 wezelgroot

Het wezeltje is algemener dan andere roofdieren zoals de bunzing, de hermelijn of de vos, die al eerder gemeld en behandeld zijn in deze column. Het heeft ruim 4 jaar geduurd voor er een wezelmelding binnenkwam. Dat gebeurde vorige week toen (waarschijnlijk) een kat in Lisserbroek een wezeltje doodde. Wezels zijn volledig carnivoor, met een sterke specialisatie op woelmuizen. Andere voedselbronnen zijn jonge konijnen, vogels, eieren, kikkers en insecten.

Bijzonder

De wezel is het kleinste roofzoogdier ter wereld. Een vrouwtjeswezel weegt met 35 gram nog minder dan een veldmuis. Mannetjes worden 50- 70 gram. Als wezels jagen, achtervolgen ze prooien tot in hun hol. De dieren moeten ongeveer 1/3 van hun lichaamsgewicht aan voedsel per dag eten en ze zijn daarom ook dag en nacht op jacht. Door

hun geringe lichaamsgrootte en hoge stofwisseling verliezen ze veel warmte en isoleren ze hun hol met veren en pluis. De dieren leven in principe solitair, behalve in de paartijd en in de periode dat de wat grotere jongen samen met hun moeder op jacht gaan. Mannetjesterritoria zijn groter en overlappen met die van verschillende vrouwtjes. De grootte van de territoria hangt af van de muizenstand. Bij mannetjes van 1- 25 ha, bij vrouwtjes van 1 -7 ha. Het gemiddeld aantal jongen is 6, maar kan wel eens het dubbele zijn. In sommige jaren volgt een tweede worp. De jongen zijn al na 3 maanden geslachtsrijp. Per volwassen vrouwtje kunnen er wel 30 nakomelingen per jaar geboren worden. Hoewel wezels 5-6 jaar oud kunnen worden, worden ze meestal niet ouder dan 1 jaar. Nogal wat dieren komen om als verkeersslachtoffer of worden gedood door grotere roofdieren. Huiskatten zijn geduchte wezel-doders.

Waar

Het voorkomen van wezels is gebonden aan de aanwezigheid van woelmuizen en niet aan een bepaald type biotoop. Wezels leven in het hele Noordelijke halfrond, zowel in stedelijke gebieden als op het platteland. Graag ontvang ik meldingen van andere wezels in de polder.

 wilgenhaantjeinsectenWilgenhaantje16 okt 2010oktober

Wilgenhaantje, 16 okt 2010

 wilgenhaantje

Kleine Populierenhaan

De Heimanshof heeft inmiddels met de gemeente en Recreatieschap Spaarnwoude 6 ha aan bloemenweides in beheer rond Ravensbos, in Floriande, bij het insectenpad, in de Fruittuinen en op het Groene Carré Zuid. Deze bloemenweides moeten om volgend jaar weer te bloeien, voor 15 oktober weer losgewoelde grond krijgen. De wilgenaanplant in het verlaagde eerste gedeelte van het Groene Carré leek er bij mijn werkbezoeken steeds minder vitaal bij te staan. Bijna alle bladeren vielen weg en dat kwam niet door de herfst, meldde prof. Ernst, mijn vaste steun en toeverlaat voor moeilijke insectenvragen. Het kwam door de kleine populierenhaan, een soort wilgenhaantje. Zowel de larven als de volwassen kevers van deze soort, eten in groepen van het blad van de wilg of populier. Net als het rozemarijngoudhaantje

van vorige week behoort het wilgenhaantje tot de ´goudhaantjes´.

Bijzonder

De meeste goudhaantjes eten van een bepaalde groep planten. Veel Nederlandse namen wijzen hierop: aspergehaantje, elzenhaantje, zuringhaantje enz. Kevers die slechts één plantengeslacht eten, worden monofaag genoemd. Soms gaat dit zover dat de kevers eerder sterven dan een andere plant eten! Het merendeel eet echter van meerdere plantengeslachten. Deze kevers (waaronder de kleine populierenhaan) worden oligofaag genoemd. Zowel de voorkeur om eieren te leggen, als de mogelijkheid om de plant te kunnen eten, zijn genetisch in de kever vastgelegd. De kevers kunnen de afweerstoffen van hun waardplanten opslaan en zijn daardoor zelf giftig worden voor roofdieren. Opvallend gekleurd zijn, heeft daarom een belangrijke afschrikkende functie. Meestal geldt dat blauw meer voorkomt in bos en een goudkleur meer in het open veld.

Waar

De waardplanten van wilgenhaantjes komen vooral voor bij water en staan vaak periodiek in het water. De wilgenhaantjes zijn van oorsprong Europese soorten die zich sinds de ijstijden over een groot deel van de wereld verspreid hebben.

 rozenmarijngoudhaantjeinsectenRozenmarijngoudhaantje9 okt 2010oktober

Rozenmarijngoudhaantje, 9 okt 2010

 rozenmarijngoudhaantje

De zomer ligt al weer achter ons. Dus de tijd van insecten zou voorbij moeten zijn. Maar niets is minder waar. Ik wordt de laatste weken overspoeld met interessante waarnemingen over torren, kevers en andere kruipers. Opvallend is dat er veel ´exoten´ of zo u wilt ´allochtonen´ of ´asielzoekers´ bij zitten. Sommige daarvan zijn absoluut een verrijking van onze fauna, terwijl ander soorten de potentie van een plaag in zich hebben. Een soort die in beide categorieën valt, is het rozenmarijngoudhaantje. Deze prachtige koperrood en -groen gekleurde soort werd in Cruquius waargenomen door een trouwe lezeres en ook al meteen correct op naam gebracht! Zoals de naam al zegt leeft hij (o.a.) op rozemarijn, maar ook lavendel, salie, tijm en munt worden niet versmaad.

Het is een prachtige kever, echter hij kan zo algemeen worden dat van deze soorten niet veel meer overblijft.

Bijzonder

Insecten en speciaal mediterrane soorten hebben de naam warmte minaars te zijn. Het rozemarijngoudhaantje echter niet. In de zomer gaat deze soort in het warme zuiden al in zomerrust als de temperatuur boven de 14 graden Celsius komt. En pas als de dagen korter en koeler worden, wordt hij weer actief. In Nederland is al waargenomen dat de kevers zich pas half december verschuilen voor de koude, om al weer half januari actief te worden. In Nederland worden de meeste waarnemingen wel in de zomer gedaan.

Waar

De latijnse naam van dit goudhaantje is Chrysolina americana. Echter uit Amerika zijn geen waarnemingen bekend. Het is een Zuid-Europese soort die voorkomt van Spanje tot in Frankrijk. Ook in Groot-Brittannië rukt het rozemarijngoudhaantje de laatste jaren op. En nu begint deze soort ook als dwaalgast in Nederland op te duiken. Op Waarneming.nl staan 63 waarneming van ruim 600 exemplaren vermeld over de laatste 5 jaar. De waarneming uit Cruquius met 18 volwassen exemplaren en een paar larven is de eerste uit de Haarlemmermeer.

 klimopplantenKlimop2 okt 2010oktober

Klimop, 2 okt 2010

 klimop

Er is bijna geen plant die zo gewoon is als de klimop. Deze week wil ik u verrassen met een aantal inzichten, waardoor u deze plant zeker met andere ogen gaat bekijken. De reden dat ik de klimop nu behandel, is zijn bloeiwijze: ze bloeien nu: van eind september tot ver in december. Hoewel de bloemen onaanzienlijk en groen zijn, zijn het er wel heel veel en ze produceren veel nectar. In deze periode bloeit er bijna geen andere plant. Op mooie zonnige dagen worden de klimop daarom massaal door insecten bezocht. Op de klimop voor De Heimanshof, trof ik er op 1 oktober 25 vlinders en wel 10000 zweefvliegen en bijen aan. Als u een bloeiende klimop in uw eigen buurt eens nader bekijkt, let dan ook op het verschil in bladvorm tussen niet bloeiende en bloeiende takken. De jonge bladeren zijn handvormig ingesneden en de oudere bladeren zijn rond. Het zouden 2 soorten kunnen zijn. De bloemen

vormen gedurende de winter zwarte bessen, die vroeg in het voorjaar, als er nog geen andere vruchten zijn, door vogels gegeten worden. Zowel met zijn bloei als met zijn vruchten heeft de klimop dus een goede manier gevonden om goed door insecten bestoven en door vogels verspreid te worden.

Bijzonder

Er zijn nog meer bijzonderheden te melden van de klimop. Hij is namelijk de waardplant voor een heel aparte plant: de klimopbremraap. Bremrapen zijn hogere planten, die het belangrijkste kenmerk van planten, nl bladgroen, afgezworen hebben. Ze leven uitsluitend parasitair van hun waardplant en hebben bijna geen kleur en ook geen bladeren. De klimopbremraap is de laatste jaren op weg van een zeer zeldzame rode lijst soort een vrij algemene soort te worden. Alleen al in De Heimanshof staan er bijna 1000. Graag hoor ik van andere plaatsen waar deze curieuze soort voorkomt. De bloemen verhouten en staan van juni tot het voorjaar als bruine stokjes tussen de klimopbladeren.

Waar

De klimop is zeer algemeen en komt overal voor in tuinen en bosplantsoen, zowel aangeplant als in het wild.

 haarslakkleine dierenHaarslak31 okt 2009oktober

Haarslak, 31 okt 2009

 haarslak

Iedereen kent vertegenwoordigers van de huisjesslakken, zoals de wijngaardslak, de segrijnslak en de tuinslak of van de naaktslakken, zoals de grote wegslak of het slaslakje. Tot mijn grote verbazing kwam uit een slakken inventarisatie van De Heimanshof geen van de mij bekende slakken als algemeenste uit de bus, maar de Gewone Haarslak. En dat was niet het enige verbazingwekkende. Het Haarslakje heet namelijk niet voor niets Haarslakje. Door de naam verwachte ik dat het een soort dun naaktslakje zou zijn, maar niets was minder waar. Het Haarslakje is een huisjesslak met een grootte van 6-9 mm, dat (vooral in de jeugdige fase) bezet is met borstelachtige haren.

Bijzonder

Er zijn een aantal speculaties over de bestaansreden van de curieuze haartjes. De haartjes zijn een uitgroeisel van het hoornlaagje dat de verse schelp bedekt. Er is onderzoek gedaan, dat aangaf dat de haartjes de slak zouden

kunnen helpen om zich vast te houden op natte glibberige oppervlaktes, tijdens het fourageren. Een andere mogelijkheid is dat zij een verdedigingsmiddel zouden kunnen vormen. De hoofdvijanden van slakken zijn lijsterachtigen. Deze vogels zouden het gekriebel in hun keel als onprettig ervaren en na een paar pogingen geen behaarde slakken meer eten. De Gewone Haarslak niet de enige behaarde slakken soort. In Nederland komt ook de zeldzame Veerse Haarslak voor, die alleen daar voorkomt en de Rosse Haarslak, die ook vrij algemeen is.

Waar

De Gewone Haarslak kruipt rond in de strooisellaag en op of onder rottende takken en stammen, waar ze leeft van het verteren van organisch materiaal. De Gewone Haarslak is niet alleen hier algemeen. Ook rond Amsterdam bleek het het meest algemene weekdier te zijn en verder komt het diertje in een groot deel van Nederland, in een groot deel van West-Europa en in het oosten van de Verenigde Staten voor.

 haarslak2

 houtbij1insectenHoutbij23 okt 2009oktober

Houtbij, 23 okt 2009

 houtbij1

Op het Tolheksbos meldde een oplettende lezer, dat bijzonder grote pikzwarte bijen zich in haar tuin in een berkenstammetje hadden ingevreten. Zij had zelfs al de naam van deze bij gevonden: de blauwzwarte houtbij. Een mannetje was zo vriendelijk bij mijn bezoek (20 oktober!) bij een waterig herfstzonnetje naar buiten te komen en vertoonde daarbij gedrag dat ik uit Italië kende:linea recta vloog hij naar een naburige passiebloem om na luttele seconden volgetankt met nectar weer naar zijn holletje terug te keren. De blauwzwarte houtbij is een solitaire bijensoort (zie ook de columns over de wormkruidzijdebij en de muurrrouwzwever op De Heimanshofwebsite). Terwijl een hommel- of honingbijenkoningin vele werksters heeft, werkt een solitaire bijenvrouw alleen, met af en toe bezoek van een mannetje.

Bijzonder

De houtbij is één van de grootste bijen van Europa. Behalve de grootte is ook de kleur bijzonder: zwart met een dieppaarse glans. De houtbij is niet agressief

en steekt alleen in uiterste nood, en dan alleen de vrouwtjes (3 cm) want mannetjes (2 cm) hebben geen angel. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes overwinteren, om in het voorjaar te paren. De eitjes worden afgezet in pas afgestorven hout, dat nog een harde structuur heeft, b.v. in lariks, pruim, kers of berk. Het vrouwtje knaagt nesttunnels die 30 centimeter lang kunnen zijn en stouwt het einde vol met nectar en stuifmeel als voedsel voor de larven. Op iedere voedselvoorraad wordt een eitje afgezet, de eitjes worden in aparte kamertjes afgezet en gescheiden door houtsnipperschotjes.

Waar

De houtbij is een zuidelijke soort die de laatste jaren vaker gesignaleerd wordt: op de Veluwe, bij Rotterdam, in het Gooi en bij Uithoorn. De waarneming in het Tolheksbos is de eerste uit de Haarlemmermeer. De betreffende tuin ligt vlak bij de bloemrijke ecologische IJtochtzone die De Heimanshof i.s.m. de gemeente heeft aangelegd. Mogelijk is deze bloemenrijkdom mede een reden dat deze soort daar is neergestreken.

 houtbij2

 paddenstoelenoranjebloesemzwampaddenstoelenPaddenstoelen gekantelde percelen17 okt 2009oktober

Paddenstoelen gekantelde percelen, 17 okt 2009

 paddenstoelenoranjebloesemzwam

De aanleiding voor deze column zijn de voorbereidingen voor de Haarlemmermeerse natuurwerkdagen. Dit jaar gaan we met vrijwilligers 4 projecten uitvoeren, waarvan het grootste (10 ha) een proefproject is, om één van de heuvels van het Groene Carré Zuid (ook wel bekend als gekantelde percelen) langs de N201 bij Hoofddorp ecologisch en recreatief interessanter in te richten. Het project omvat: een schelpenpad met bollenrand, het inzaaien van 1 ha bloemenweides en het aanleggen van 2 amfibieënpoelen, orchideeënweides en ecologische oevers. Eén van de poelen krijgt permanent water (voor alle soorten amfibieën) en één alleen water in de winter (tbv de rugstreeppad) Bij het uitzetten van de amfibieënpoelen stootten we op de grootste aantallen paddenstoelen die ik ooit bij elkaar heb gezien. Vele tienduizenden van 10 verschillende soorten en vele in prachtige heksenkringen. De meest algemene soorten waren de donzige en de baardige melkzwam. Dit zijn paddenstoelen die een wit melksap lekken als ze beschadigd worden en die

samen voorkomen met berken.

Bijzonder

Een onaanzienlijke paddenstoel bleek toch heel bijzonder te zijn: de oranjebloesemzwam. Deze soort is niet oranje maar ruikt bijzonder sterk en lekker naar bloesem. De zeldzaamste was de grijze knotszwam: slechts 4 x vermeld in 3 jaar op waarneming.nl. De kleurigste zwam was een prachtige rode paddenstoel van 4 cm breed: de zwartwordende wasplaat. Deze heet zo omdat hij op den duur van rood zwart wordt.(Zie foto of grijze knotszwam). En de Fopzwam die zo heet omdat hij in zoveel gedaantes kan voorkomen.

Waar

De meeste gevonden paddenstoelen zijn kenmerkend voor ongestoorde vrij voedsel arme gronden. De plek waar wij hierover spreken is gelegen aan de oostkant van de Hoofdvaart, vlak naast de N201. Direct bij het parkeerplaatsje is een verdieping in het landschap aangelegd. In deze kuil zijn wilgenstruiken geplant en komen er massaal berken op. Er loopt een schelpenpad doorheen.

 paddenstoelzwartwordenwasplaat

 prachtvlamhoedgrootpaddenstoelenPrachtvlamhoed4 okt 2009oktober

Prachtvlamhoed, 4 okt 2009

 prachtvlamhoedgroot

Eierkoekzwam of prachtvlamhoed Voor zover u er nog niet zelf achter bent: het paddenstoelenseizoen is laat, maar nu toch echt goed op gang gekomen. Normaliter is september de beste tijd. Dan is de temperatuur nog vrij hoog, wat goed is voor de groei en september is meestal nogal nat, wat goed is voor schimmeligheid. Maar na de week regen in het begin van de maand is het kurkdroog gebleven. Na die week waren de ongeduldige soorten al uitgegroeid. In De Heimanshof hebben we veel plezier beleefd aan de groei van 8 reuzenbovisten. Door het uitblijven van meer regen werden ze ´maar´ 25-30 cm groot. Met een beetje regen erbij had dat 60 cm kunnen worden. Maar nu is het dan echt losgebarsten: gekraagde aardsterren, elfenbankjes, weidechampignons, russula´s, meniezwammetjes, judasoren, dodemansvingers, zwarte reuenkorsten, noem maar op, ze zijn er weer allemaal. Maar de zwammenwereld heeft altijd weer verrassingen en dan met name soorten die zo maar verschijnen, die we nog nooit eerder hebben gezien: De leukste verrassing van vorige week was dat talloze

bundels van zwammen op een oude wilgenstam verschenen, die nog het meest leken op eierkoeken. Ze zien er heel mooi en smakelijk uit, maar bij paddenstoelen moet je altijd op je hoede zijn: in dit geval bleken het prachtvlamhoeden te zijn, en die zijn bitter en giftig (maar niet dodelijk giftig)

Bijzonder

Prachtvlamhoeden groeien net als bundel- en honingzwammen in bundels en beginnen als droge halve bollen. Als ze uitgroeien blijft een ring achter op de steel en wordt de hoed breed bolvormig en prachtig goudbruin, tot wel 15 cm in diameter. De lamellen zijn bij jonge exemplaren geel, maar worden later roestkleurig. De sporen zijn roestbruin.

Waar

De prachtvlamhoed groeit in de late zomer en de herfst aan de voet van wilgen, vaak in lanen, in parken en plantsoenen. De schimmel kan parasiteren op levend hout en leeft ook van de vertering van dood hout. Prachtvlamhoeden zijn niet echt zeldzaam en komen door het hele land voor.

 prachtvlamhoedgrootHH

 akkerandoornplantenAkkerandoorn2 okt 2009oktober

Akkerandoorn, 2 okt 2009

 akkerandoorn

Deze column is bedoel om bijzondere natuurverschijnselen in onze polder ´op de kaart te zetten´. En dat ontdekken gaat natuurlijk het beste als er vele ogen meekijken. De afgelopen tijd was een vruchtbare tijd. Er kwamen vele meldingen van 3- 12 lepelaars die zich ophielden langs de spoorbaan, het 3e ijsvogelnest van dit jaar op De Heimanshof leverde vorige week 1 jong op, wat het totaal op 7 bracht en de polderecoloog meldde een nieuwe rode lijstsoort voor onze polder: de akkerandoorn. Deze soort hoort bij de lipbloemigen. Van deze familie zijn de witte, paarse en gele dovenetel veel bekender. In De Heimanshof zijn wel 10 soorten andoorns en (dove)netels te vinden, maar niet de akkerandoorn. De akkerandoorn komt laat tot ontwikkeling. De soort bloeit van juli tot de eerste vorst en heeft maar weinig concurrentiekracht. Zelden vind je de soort in grote aantallen bijeen.

Bijzonder

In Nederland is de akkerandoorn overal vrij zeldzaam en zeker in het westen.

Daarom staat de akkerandoorn op de Rode lijst als vrij zeldzaam en zeer sterk afgenomen. Akkerandoorn behoort tot de hakvruchten: plantensoorten die van oudsher voorkwamen op akkers die met stalmest werden bemest en die handmatig werden geschoffeld of gehakt, om het onkruid onder de duim te houden. Voorbeelden zijn: esdoornganzevoet, ingesneden dovenetel, en veel soorten met "akker- "als voorvoegsel. Deze soorten kunnen slecht tegen chemische onkruidbestrijding en bemesting met kunstmest. Daardoor zijn zij door de moderne landbouw helemaal verdreven naar volkstuintjes, nutstuintjes, schooltuintjes e.d. Het zijn dus echte cultuurvolgers, maar dan wel de "oude" kleinschalige cultuur, waar we extra zuinig mee moeten omspringen.

Waar

Akkerandoorns komen voor op voedselrijke grond in moestuinen, akkerland en bermen. De soort komt van nature voor in West-Europa, West-Azië en Noordwest-Afrika. In de Haarlemmerpolder is de soort vorige week waargenomen in industrieterrein De President en dat is de 1e keer.

 akkerandoorn3

 koperwiekvogelsKoperwiek26 okt 2008oktober

Koperwiek, 26 okt 2008

 koperwiek

Een week geleden is het weer volop begonnen: het ijle ‘tsieie’ geluid in de nacht en ook wel overdag. Dat betekent dat de koperwieken uit Scandinavië, Noord-Rusland en IJsland weer bij miljoenen door ons land trekken, omdat het daar te koud aan het worden is. Koperwieken zijn lijsterachtigen die op zanglijsters lijken. Ze zijn daarvan te onderscheiden door duidelijke witte strepen onder en boven hun oog en de grote koperkleurige vlek in hun vleugeloksel, die soms ook te zien is als ze hun vleugels opgevouwen hebben (zie foto). Vandaar hun naam. De vlucht van koperwieken is krachtig en rechttoe rechtaan en lijkt op die van de spreeuw en totaal niet op de vlucht van merels en zanglijsters, die echte bosvogels zijn, die het liefst in dekking blijven. Koperwieken trekken meestal in groepen van 50- 200 individuen en doen dat vaak in het gezelschap van kramsvogels, een andere lijsterachtige, die veel groter is en geen

bescheiden ‘tsieie’ geluid maakt maar een veel ‘zelfbewuster’ ‘tjak-tsjak’ laat horen.

Bijzonder

De koperwieken hebben een speciale reden om naar en door Nederland te trekken. Nederland staat namelijk vol met bessenstruiken: Lijsterbessen, vuurdoorns, zuurbessen, duindoorns, meidoorns en ga zo maar door. Deze bessen vormen een groot deel van het wintervoedsel voor deze vogels. Verder vullen zij hun dieet aan met wormen en slakken en andere kleine dieren uit gazons en weilanden.

Waar

De koperwiek zien we in Nederland alleen in de winter. In Noord-Europa is de Koperwiek een talrijke broedvogel van naaldbossen en berkenbossen. De populatie van Noord-Europa wordt geschat op 30-40 miljoen exemplaren. Dit aantal kent grote variaties door vooral strenge winters of in jaren met een nat voorjaar en daardoor een slecht broedresultaat. In de winter trekken ze, meestal ′s nachts, naar het zuidwesten. Veel koperwieken blijven in Nederland overwinteren. Alleen als de winter te koud wordt, verlaten ze ons land weer en trekken verder naar het zuiden, of verplaatsen ze zich naar de stad, waar het warmer is.