bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

hondskruid, 25 jul 2020

 hondskruid1

Hondskruid klinkt niet echt aantrekkelijk. Toch zit er achter deze naam een fascinerend verhaal. Hondskruid is nl een orchidee. En niet zo maar 1. Bij orchideeën denken veel mensen aan tropische orchideeën die je in de winkel kunt kopen. Maar ook in Nederland komen ca 70 soorten orchideeën voor. En daarbij denken de meest mensen dan aan Limburg, want op de kalk van Limburg komen zo’n 60 soorten voor. Wat meestal niet bekend is, is dat in onze ‘kale landbouwpolder’ die steeds meer met woningen en kantoren wordt gevuld misschien wel meer orchideeën voorkomen dan in Limburg. Nog pas 2 weken geleden heb ik een fietstocht langs een veld met ca 1 miljoen orchideeën gehouden. Tot op heden hebben we in de Haarlemmermeer 14 soorten gevonden. Dat komt omdat we een oude waddenbodem hebben, waar nog schelpen (kalk) inzit, de oude zandbanken zijn voedselarm en

beetje brakke kwel helpt ook. Van die 14 soorten is hondskruid een van de zeldzaamste.

Bijzonder

De eerste plant werd een jaar of 10-15 gelden ontdekt in Beukenhorst aan de kruisweg. Die werd geplukt. Een jaar of 8 gelden verscheen er 1 ook in Beukenhorst aan de Kagertocht, die na 2 jaar werd ook werd geplukt. Nu is er een heel veldje gevonden in het Groene Carre Zuid. De plek werd ontdekt en gefotografeerd door Ruud Luntz, Waarvoor dank.

Helaas is in 2017 aan de meeste orchideeën de status van beschermde soort ontnomen. Dat kwam project ontwikkelaars beter uit en onze overheid luistert ‘goed’ naar de samenleving.

Waar

Hondskruid houdt van zonnige plekken op zand-, leem- of kleibodem. Het komt voor rond de middellandse zee en in Europa tot Noord-Duitsland, Schotland, en Ierland. In Nederland is de plant zeer zeldzaam en komt voor in Zuid-Limburg, Zeeland, in de duinen bij Wijk aan Zee en Noordwijk aan Zee en in het westen van het land op opgespoten braakliggende industrieterreinen. Wellicht door de klimaatverandering is de soort aan een gestage opmars bezig. Dat is dus ook in onze polder te merken.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 1 ] Ga naar 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 bamboeplantenBamboe20 dec 2019december

Bamboe, 20 dec 2019

 bamboe

Bamboe is zo hard als hout, maar het behoort tot de grassen familie. Bamboe is van oorsprong niet inheems, maar dat zijn konijnen, damherten, halsbandparkieten en nog veel meer soorten die zich hier prima handhaven ook niet. Van de ca 1500 soorten bamboe die er bestaan zijn er ongeveer 300 die het goed doen in het Nederlandse klimaat. Deze week waren we weer boompjes aan het verzamelen voor de boomweggeefactie en toen viel het me op hoe mooi groen opstanden van bamboe in de winter bleven in het verder kale landschap. Olifantsgras wordt al commercieel geteeld om biomassa vast te leggen en allerlei producten van te maken. Maar bamboe legt nog veel meer biomassa vast en fijnstof vast en lijkt me minstens zo bruikbaar voor van alles en nog wat. Door de dichtheid van de begroeiing legt een bamboeopstand 4x zo veel CO2 vast en 35 % meer fijnstof dan een bos bestaande uit

bomen. De soort waar ik tegen aan liep was wel 4-5 m hoog en die gaan we bv gebruiken om insectenhotels mee te vullen. Niet alle soorten zijn daar geschikt voor: sommige zijn te zacht en krimpen daardoor en andere hebben veel zijscheuten of zijn te dun.

Bijzonder

Bamboe is een van de snelst groeiende plantensoorten ter wereld. In de tropen kan een scheut van grote soorten wel 1,5 m per dag groeien. Maar ook in Nederland kan dat 25 cm per dag zijn. Bamboe bloeit afhankelijk van de soort na 30-150 jaar. Bijzonder is dat dan alle exemplaren van die soort tegelijk bloeien en daarna afsterven. De grootste bamboesoorten kunnen meer dan 40 m hoog worden. Doordat bamboe bestaat uit holle kokers met schotten is het een licht materiaal, wat tegelijkertijd sterk en buigzaam is. Het kan als bouwmateriaal gebruikt worden, maar ook om kleding, papier en bio plastic van te maken.

Waar

Bamboe groeit van nature in alle wereld delen behalve Europa (en Antarctica). In Nederland en de Haarlemmermeer wordt het daarom vooral in tuinen en parken aan getroffen.

 tammekastanjebomenTammeKastanje7 dec 2019december

TammeKastanje, 7 dec 2019

 tammekastanje

De bladeren zijn van de bomen, die daarmee in rust zijn. Dat is het startschot voor het verzamelen van zaailingen die we rond de nationale boomfeestdag (18 maart) bijna gratis weg gaan geven aan iedereen die zijn tuin of terrein natuurvriendelijk wil inrichten. Dat doen we al vanaf 2009. Dit jaar werken we toe naar ca 30.000 boompjes van ca 60 soorten. Maar we gaan dit jaar nog een stuk verder. Er is nl. grote zorg over de klimaatverandering, waar veel over vergaderd wordt, maar nog weinig aan gedaan. Eigenlijk is het wereldwijde ecosysteem al zo uit balans dat we te laat zijn als we nu pas beginnen. Maar er is altijd hoop. Met het planten van 100 miljoen km2 klimaatbos in 30 jaar zouden we 50-100 jaar tijd kunnen winnen. Maar dat moet dan wel een topprioriteit worden. Wij beginnen vast, ook in de Haarlemmermeer en met een paar 100.000 gratis zaailingen kan dat een stuk goedkoper dan normaal.

En met klimaatbos overal, in Park 21, Spaarnwoude, wegbermen en waar dan ook kunnen we ook voedselbossen, biodiversiteit, fijnstof vangen en nog veel meer doelen combineren. Met 2 van die doelen hangt de tamme kastanje nauw samen.

Bijzonder

Tamme kastanjes zijn nl eetbaar en lekker en het hout heeft de kwaliteit van tropisch hardhout waardoor het onbeschilderd 25 jaar buiten goed blijft. Wij hebben in 2 weken al 4000 boompjes en (fruit)struiken verzameld en de foto toont 2500 hazelnoten en 800 tamme kastanjes op te kweken. Wie doet er mee met opkweken en met het verzamelen van de 30.000 weggeefbomen en een paar 100.000 klimaatbosbomen?

Waar

De tamme kastanje komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en is hier al door de Romeinen ingevoerd. Ook in de Haarlemmermeer staan op veel plekken tamme kastanjes, bv bij de Sterrenschool (ex Bikube) die flink kastanjes produceren. Ze staan liefst op wat zandige grond en dat is er volop in deze polder die bestaat uit zandbanken en kleigeulen van een oude Waddenzee. En met de klimaatverandering wordt het weer hier steeds gunstiger voor ze.

 kaneelwant01insectenKaneelwants30 dec 2018december

Kaneelwants, 30 dec 2018

 kaneelwant01

Het is al weer een tijdje geleden, dat ik van Janet Bakker een melding kreeg van een oogstrelende aanwinst van onze polderfauna. Die foto wil ik u niet onthouden: het gaat om 2 kaneelwantsen op een Verbena of Baardbloem in Cruquius. 2018 was voor warmte minnende insecten een goed jaar. Of de planten ook zo blij waren en voldoende vocht en energie voor nectar en stuifmeel hadden, durf ik te betwijfelen. Maar daar hebben wantsen i.t.t. bijen, wespen, zweefvliegen en vlinders geen boodschap aan. Het hoofdkenmerk van wantsen is dat ze een steeksnuit hebben, die ze in plantencellen of -vaten prikken om daar sappen uit te zuigen. Niet alleen in nectar zit suiker, ook bladeren produceren suikers. Een bekende soort die veel suikers maakt is de Linde. En bladluizen (ook verwant aan wantsen) zuigen die vloeistof op. Omdat er meer dan genoeg suikers beschikbaar zijn, maar slechts een kleine concentratie eiwit, pompen die bladluizen er met z’n allen liters

suikerwater door heen. Meestal tot genoegen van mensen die hun auto daaronder parkeren.

Bijzonder

Kaneelwantsen hebben een voorkeur voor planten met sterke of zelfs giftige stiffen . Ook Verbena’s hebben zo’n sterke smaak, net als toortsensoorten, heide en allerlei andere heesters. Naast de suikers en eiwitten waar de kaneelwants van leeft, neemt hij ook die stoffen op. Dat kan deze soort zonder er zelf last van te hebben. Dat doen meer soorten bv de Jacobsvlinder die gifstoffen van kruiskruiden opneemt. Door die stoffen smaakt zo’n insect smerig en laten vogels en andere rovers het wel een 2e keer uit hun hoofd om ze te eten. Om die reden zijn felle kleuren van een insect vaak een teken om ze NIET te eten. Dat gaat op bij lieveheersbeestjes, de zebrarups van de Jacobsvlinder, etc. De kaneelwants heet zo, omdat hij bij verstoring een geurstof afgeeft die (voor ons) juist weer heel lekker ruikt: kaneel. Maar dat zal voor predatoren wellicht anders zijn.

Waar

De kaneelwants houdt van droge warme plekken zoals duinen en heides. Zoals veel soorten lift hij mee op de klimaatverandering van Zuidelijk naar Noord-Europa.

 alpenwatersalamander2kleine dierenAlpenwatersalamander16 dec 2018december

Alpenwatersalamander, 16 dec 2018

 alpenwatersalamander2

Er komen in Nederland een stuk of 10 salamandersoorten voor. In de Haarlemmermeer kende ik alleen de kleine watersalamander. Maar vorige week werd ik verrast met een goed gedocumenteerde vondst van een alpenwatersalamander uit Nieuw-Vennep (Zie foto van Axel Gundarson). De kleine watersalamander is met name bruin gekleurd. De alpenwatersalamander heeft vooral blauwe tinten en altijd een oranje buik zonder vlekken.

Bijzonder

De alpenwatersalamander is sterker aan water gebonden dan andere salamanders. Hij is honkvast en blijft dichtbij water. Tijdens de paartijd zijn alpenwatersalamanders zowel dag- als nachtactief steeds in het water. Buiten de paartijd zijn ze ook op het land te vinden. Ze zijn dan nachtactief en verstoppen zich overdag. Hij overwintert op het land of in modder en na ontwaken wordt direct het water opgezocht. Er is zoals bij alle salamanders

geen echte paring; het mannetje zet een zaadpakketje af dat wordt opgenomen door het vrouwtje. Het vrouwtje legt dan in een paar dagen tot 250 eitjes af. Die vouwt ze één voor één tussen de blaadjes van waterplanten. Doordat de eiomhulsels kleven, blijft het blad zitten en zijn de eitjes gecamoufleerd. Nadat een jonge salamander het water verlaat duurt het nog 2-3 jaar voordat het volwassen is. Pas dan keert hij terug naar het water om zich voort te planten en kan dan meer dan 20 jaar oud worden. Net als andere watersalamanders komt neotenie voor waarbij volwassen dieren larvale kenmerken behouden zoals een visachtige staart en uitwendige kieuwen.

Waar

De alpenwatersalamander komt alleen Europa voor van Denemarken tot Griekenland en van zeeniveau tot 2500 meter hoogte. In Nederland komt hij vooral voor in Limburg en Brabant maar ook van elders zijn waarnemingen bekend. Het is een niet bedreigde soort maar is wel streng beschermd. De salamander heeft een brede voorkeur voor loofbossen, naaldbossen en gemengde bossen. Ook in vijvers en met water gevulde karrensporen kan de soort worden aangetroffen. Het water moet visvrij en liefst helder zijn en stilstaand tot langzaam stromend.

 citroenlieveheersbeestjecombibomenCitroelieveheersbeestje2 dec 2018december

Citroelieveheersbeestje, 2 dec 2018

 citroenlieveheersbeestjecombi

Citroenlieveheersbeestje

Recentelijk hebben we in een aantal wijken van Hoofddorp het beheer van het openbaar groen gekregen. Daarbij gaat het om het betrekken van de buurt bij het zo inspirerend en biodiverser maken. Een van die projecten is de Ijtochtzone in Overbos en Floriande. Sinds 2007 werken we daar al regelmatig aan de ontwikkeling van orchideeën weides, akkerkruidenvakken(meest opvallende soort: klaproos) en bloemrijk grasland. Maar vanaf nu kunnen we voluit gaan om het maximale ecologische, sociale en recreatieve rendement eruit te halen. Sinds 1 september is er al volop gemaaid, gehooid, gefreesd en gezaaid. Behalve het grootschalige werk door tractoren is er ook veel handwerk. Zo staan er veel notenbomen en vruchtbomen. Vele daarvan moeten regelmatig vervangen worden omdat de grond bij de aanleg van de wijk zo dicht gereden is dat de wortels niet kunnen gedijen. Bij een

18-tal van de recentelijk vervangen exemplaren zijn er plastic kuipen aangebracht om extra water te kunnen geven. In die kuipen kan niet gemaaid worden en bij het handmatig wieden kwam er een leuke verrassing te voorschijn:

Bijzonder

In de gemaaide velden is er geen beschutting, maar de kuipen met de uitbundige kruiden daarbinnen hebben die beschutting wel. Per kuip troffen wij tussen de 500 en 1000 citroenlieveheersbeestjes aan. Totaal tegen de 20.000 stuks. Die proberen daar te overwinteren. Citroenlieveheersbeestjes of 22 stippelige lieveheersbeestjes zijn 3-4 mm groot en heldergeel met 22 zwarte stippen. Ze leven itt de meeste soorten lieveheersbeestjes niet van bladluizen, maar van meeldauw. Meeldauw is een schimmel die op blad ontstaat als de conditie van de planten achteruit gaat bv aan het einde van het seizoen of bij droogte stress. Natuurlijk hebben we na het wieden en de ontdekking de kuipen weer afgedekt met los hooi. Lieveheersbeestjes hebben een felle waarschuwingskleur omdat ze een onaangenaam vocht kunnen afscheiden als ze op gegeten worden.

Waar

Citroenlieveheersbeestjes leven op veel soorten kruiden en bomen.

 purpersteeltjeplantenPurpersteeltje23 dec 2017december

Purpersteeltje, 23 dec 2017

 purpersteeltje

In de winter trekken de kruiden zich terug in zaad of wortelstokken en ook de meeste bomen gaan in rust. De afwezigheid van grote concurrenten die hen overschaduwen, is een kans voor een zeer oude groep kleine plantjes, nl de mossen. Deze hebben het vermogen om ook bij zeer lage temperaturen te groeien. En in herfst, winter en vroege voorjaar grijpen zij hun kans en groeien maximaal. Mossen behoren tot de oudste organismen die op land konden leven. Ze zijn zo klein omdat ze geen wortels en stengels met vaten hebben en moeten het hebben van diffusie van vocht en voedsel door hun dunne eencellige bladeren.

Bijzonder

Er bestaan veenmossen die in moerassen groeien en meters lang kunnen worden, slaapmossen met liggende stengels en topkapselmossen die rechtop staan. Ze vermenigvuldigen zich allemaal via afgebroken ’stekjes’

en sporen. Een van de meest algemene (topkapsel)mossen is het purpersteeltje. Het is een piepklein mosje van 1-2 cm hoog dat alleen opvalt als het sporenkapsels draagt die een kenmerkende purperen kleur hebben. Omdat purpersteeltje dichte matten vormt, is deze soort daarmee van grote afstand te herkennen. En om dat deze winter zo zacht is, is dat sporenvomingsproces volop gaande. Je hebt bij het purpersteeltje mannelijk en vrouwelijke plantjes. De mannetjes maken spermacellen en die zwemmen bij regenachtig weer naar de vrouwtjes toe. En net is ontdekt dat insecten zoals springstaarten, die zich in de mosplakkaten verschuilen bij dat transport ook een rol spelen. Als de vrouwtjes bevrucht zijn, groeit uit de bevruchte eicel een sporenkapsel op de lange purperen steel. In het kapsel groeien de ongeslachtelijke sporen die zich ver kunnen verspreiden en wel 16 jaar kiemkrachtig kunnen blijven. Deze afwisseling van geslachtelijke voortplanting tussen mannetjes en vrouwtjes en sporenvorming heet generatiewisseling, wat bij de meeste mossoorten voorkomt.

Waar

Purpersteeltje komt voor in de bebouwde kom, langs paden en wegen en op droge zandgrond.

 muizendoornbomenMuizendoorn9 dec 2017december

Muizendoorn, 9 dec 2017

 muizendoorn

Ik hamer er maar weer eens op. Veel mensen denken dat het in december buiten koud en guur is en dat er niets meer bloeit en weinig interessants te zien is. Niets is minder waar als je maar weet waar je moet kijken. Het muizendoornstruikje is er een mooi voorbeeld van. Het is een bescheiden struikje tot max 1 m hoog dat in diepe schaduw kan groeien. En het bloeit nu massaal. En wel op een bijzondere manier. Maar liefst elk ‘blaadje ‘ draagt een bloem. Blaadje staat tussen aanhalingstekens want officieel is het geen blad, maar een ‘cladode’. Dat zijn platte takscheuten, waar de hele struik uit bestaat, en die allemaal eindigen op een scherpe punt. Het struikje is altijd groen. En niet alleen dat, de bloemen van vorig jaar dragen nu prachtige 1 cm grote knalrode bessen( foto). Deze bloempjes zijn alleen minuscuul en zitten op

de nerf van elke cladode.

Bijzonder

Muizendoorn zou wel eens een goede vervanger kunnen zijn voor de zeer populaire buxusstruik, die sinds vorig jaar massaal te lijden heeft van een combinatie van de oprukkende mediterrane buxusmot en een schimmel. En persoonlijk vind ik de muizendoorstruik nog mooier ook en hij is zeer onderhoudsvriendelijk. Daarnaast is de muizendoorn ook nog medicinaal toepasbaar. Vooral de wortelstokken die ook eetbaar zijn als asperges. De meest genoemde toepassingen betreffen bloedvat gerelateerde zaken zoals spataderen, oedemen, slecht genezende wonden, aderontstekingen, aambeiklachten en winterhanden. Een andere naam van muizendoorn is slagersbezem. De stugge stekelige takken werden namelijk veel in bezems gebruikt. En slagers maakten daar veel gebruik van omdat de geur muizen en ander knaagdieren bij drogende hammen en vlees weghielden.

Waar

Muizendoorn is een plant die overal voorkomt in Europa, Azië en Noord Afrika. Het is een plant van diep beschaduwde bossen op allerlei gronden, maar als tuinplant is deze soort op vele plekken ingevoerd en ingeburgerd. Natuurlijk hebben we mooie exemplaren in de Heimanshof staan.

 kkleinewintervlindervlindersKleine Wintervlinder30 dec 2016december

Kleine Wintervlinder, 30 dec 2016

 kkleinewintervlinder

Bij insecten denken we meestal aan dieren die in de warme dagen van voorjaar, zomer en herfst actief zijn. Toch zou de natuur de natuur niet zijn, als er niet ook insecten waren die zich aan de koude winter hebben aangepast. Zo’n soort is de kleine wintervlinder. Het is een soort die van november tot in januari vliegt bij temperaturen tussen 0 en10 graden en liefst in mistig rustig weer. Het is een mot of nachtvlinder, dus doet hij dan ook bij voorkeur in de avond en nacht. Daarbij wordt deze soort sterk door licht aangetrokken, dus als er een vlinder op uw verlichte raam zit in de winter is het in de meeste gevallen deze soort. En het is altijd een mannetje ( foto). De vrouwtjes van deze soort hebben nl geen vleugels en kruipen uit hun pop in de grond omhoog op boomstammen om door de mannetjes gevonden en meegedragen te worden in de lucht om te paren. Ze vinden elkaar

met feromonen of lokgeurstoffen. Beide seksen eten niet (er is in de winter ook geen nectar).Ze teren op de reserves die de rups heeft verzameld.

Bijzonder

De kleine wintervlinder is een soort uit de grote familie van de spanners. De naam spanners komt van de rupsen, die zich niet stap voor stap voortbewegen, maar door zich met de poten en schijnpoten aan de voor en achterkant van het lichaam te stekken en op te vouwen. U heeft vast wel eens zo’n koddig rupsje gezien. De kleine wintervlinder is een van de rupsen die de voedsel voorraad (rupsenpiek!) vormt voor de jonge vogeltje die in mei uit hun ei komen. Door de klimaatverandering lopen die 2 processen elkaar steeds vaker mis. Dat corrigeert de natuur door de variatie in uitkomst tijden: Late rupsen hebben nu een grotere kans om vlinder te worden en vroege jonge vogeltjes krijgen niet genoeg eten. Zo sterven de minst aangepaste individuen uit en de beter aangepaste nemen in aantal toe.

Waar

De kleine wintervlinder komt voor in heel Nederland in tuinen, parken, loofbossen, boomgaarden en andere bosrijke gebieden.

 kkleineoranjebekerzwampaddenstoelenKleine Oranje Bekerwam16 dec 2016december

Kleine Oranje Bekerwam, 16 dec 2016

 kkleineoranjebekerzwam

In de winter zijn de kleuren meestal wat grijs en bruin. Daarom is het extra leuk om in die nogal grauwe wereld af en toe heldere kleuren tegen te komen. En voor de oplettende waarnemer zijn die inspirerende kleuren overal te vinden. Zo’n moment van inspiratie had ik afgelopen maandag bij het werken aan het nieuwe deel van het Hoofddorpse Wandelbos. Afgelopen zomer is daar de het kanaal uitgebaggerd en de bagger is op de grasstrook daarnaast uitgespreid. Uitgerekend op die onaantrekkelijke grauwe baggerlaag, die inmiddels weer vol dreigt te groeien met ruigte planten zoals riet, brandnetel en distels vond ik niet tientalen, niet honderden maar duizenden heldere oranje vlekjes. Bij nadere inspectie bleken dat paddenstoelen te zijn. En wel kleine oranje bekerzwammen. Een populaire naam van deze zwammen is kleine sinasappelschilzwam.

En ze zouden volgens de literatuur nog zeldzaam moeten zijn ook. Op deze plek zijn ze beslist net zeldzaam.

Bijzonder

Andere soorten die de winter kleur geven zijn bv de knalgele trilzwam men vaak andere bekerzwammen: de grote oranje bekerzwam groeit ook in de winter, net als de rode kelkzwammen. De rode kelkzwammen komen pas in februari en groeien op zwaar verteerde loofbomentakken. Tegen februari is er ook al weer meer kleur van een verscheidenheid aan bolgewassen. De sneeuwklokjes zijn daarvan het meest bekend. Maar wist u dat daar we meer dan 1000 soorten en variëteiten van bestaan. De eerste sneeuwklok die bloeit, is de reuzen sneeuwklok die al rond kerst bloeit. Een andere soort met helder gele bloemen is de winterakoniet. Die verschijnt in de loop van januari. Al deze soorten zijn in De Heimanshof en in het wandelbos te vinden.

Waar

De kleine sinaasappelschilzwam groeit bij voor keur op kale leem- of kleiachtige grond. Daar leeft hij van het organisch materiaal wat in de grond zit. Ik heb deze winterpaddenstoel niet alleen in het Wandelbos maar ook in Houtwijkerveld en in recreatiegebieden zoals Vrijschot gevonden.

 esdoorncombibomenEsdoorn2 dec 2016december

Esdoorn, 2 dec 2016

 esdoorncombi

Kenmerkend voor deze tijd van het jaar is dat de bladeren massaal afvallen. Vandaar de keuze voor een van de meest voor komende bomen: de esdoorn. De Veldesdoorn is een andere inheemse soort. Maar ook de Suikeresdoorn en de Noorse Esdoorn kunnen in de Haarlemmermeer worden aangetroffen, naast vele cultuur variëteiten. Alle esdoorns of ahorns hebben een handvormig ingesneden blad, dat meer of minder scherp ingesneden kan zijn. Alle esdoorns hebben ook kenmerkende ‘helicopter’ zaden, die zijdelings aan elkaar vast zittende en elk voorzien zijn van een vleugeltje, waarmee ze makkelijk door de wind verspreid kunnen worden ( foto onder). De gewone esdoorn is een van de soorten die zich het beste uit weet te zaaien. Elk jaar zaait een moederboom zich tienduizenden malen uit, vaak tot wanhoop van tuin - en boseigenaren. Bij ons onderhoud in het Wandelbos Hoofddorp en ook bv in Landgoed Groenendaal, bestaat 40- 80% van ons werk in het uittrekken of - steken van

zaailingen van de esdoorns. In Groenendaal hebben we inmiddels 15 ha ‘klaar’ en nog 75 ha (3 miljoen zaailingen van 2- 20 jaar oud) te gaan van ca 20 moeder bomen.

Bijzonder

Ook in de winter zijn bomen aan allerlei kenmerken goed te herkennen. De gewone esdoorn kenmerkt zich door dikke groene knoppen. De Noorse esdoorn heeft dezelfde dikke knoppen, maar die zijn roodbruin. Esdoorns kunnen ca 30 m hoog worden. Ze hebben ook last een speciale schimmelsoort, die aan het einde van de zomer bijna alle bladeren met zwarte 1 cm grote vlekken kleurt (foto boven). Dood gaat de boom er niet van. Esdoorns hebben een sterke sapstroom in het voorjaar. De suikeresdoorn ontleent zijn naam aan het feit dat het sap ervan wordt op gevangen om er al of niet alcoholische dranken te maken. Het bad van de ‘Maple’ vormt de vlag van Canada. De esdoorn komt er veel voor en kleurt in de herfst de bossen rood.

Waar

De gewone esdoorn komt heel veel voor in deze regio, maar is van oorsprong een zuid - en midden Europese soort. Er zijn ca 200 soorten esdoorns bekend, die vooral op het Noordelijk halfrond voorkomen.

 graanklanderinsectenGraanklander19 dec 2015december

Graanklander, 19 dec 2015

 graanklander

In de zaadvoorraad van onze granen ontdekten we deze week honderden kleine zwarte kevertjes. Deze 3-4 mm waren graanklanders, een snuitkeversoort. De snuitkevers zijn met 35000 soorten wereldwijd een van de meest soortenrijke families van alle diergroepen. Graanklanders zijn oorspronkelijk geen inheemse soort. Ze leven in tropische en mediterrane streken en zijn met graantransporten hier lang geleden al terecht gekomen om niet meer te verdwijnen. Ze planten zich niet voort als de temperatuur lager dan 13 of hoger dan 30 graden is en hebben een hoge relatieve vochtigheid nodig.I.t.t vele andere keversoorten ,waaronder de verwante rijstklander en maisklander kunnen ze niet vliegen om zich te verspreiden. Lopen doen ze echter als de beste en ze zijn ook heel goed in staat om gebruik te maken van allerlei transportmogelijkheden. Hun voorkeurvoedsel bestaat uit graankorrels, maar bij gebrek daaraan nemen ze soms ook

genoegen met andere zetmeelproducten zoals koekjes of dierenvoer. De kwaliteit van graanvoorraden gaat achteruit doordat het graan muf wordt en door de achtergelaten uitwerpselen.

Bijzonder

Een graanklander kan 100 dagen tot een jaar oud worden onder gunstige omstandigheden en 3 -4 generaties per jaar produceren. De wijfjes leggen maar 2-3 eieren per dag, maar door hun lange leefduur kan het aantal dieren toch flink oplopen. Ze hebben in graan voorraden een voorkeur voor het midden van hopen omdat het daar iets warmer is. Het wijfje ligt 1 ei per graankorrel, door er een gaatje in de knagen, daarin een ei in te leggen en het gat weer af te dekken met een soort stopverf in dezelfde kleur als de korrel. Bij het bestrijden van graanklanders helpen bestrijdingsmiddelen niet, al was het maar om dat de graanvoorraden dan onbruikbaar worden. Droog en koel bewaren en liefst invriezen is een probaat middel of in een afgesloten zak of vat weggooien.

Waar

Graanklanders komen wereldwijd voor zowel in huiselijke voorraden als professionele graan opslagplaatsen.

 esbomenEs27 dec 2014december

Es, 27 dec 2014

 es

Het wordt veel aange­haald; dat de (Canadese) pop­ulier de ken­merk­ende boom van de Haar­lem­mer­meer is. Dat komt omdat deze boom overal aange­plant wordt.

Een min­stens zo algemene boom en een­tje die zich in tegen­stelling tot de pop­ulier mas­saal voort­plant (en zich dus hier kiplekker voelt) is de es. Bijna overal waar je staat kun je wel een (of veel) essen­bomen in je blikveld aantr­e­f­fen.

Een paar van de mooiste 100- jarige essen staan in het wan­del­bos Hoofd­dorp (3?3.5 m in omvang en ruim 40 m hoog), maar in alle wijken en ker­nen en bij oude boerder­i­jen en kerken zijn mooie exem­plaren te vin­den. De es maakt met de esdoorn zaden met vleugelt­jes.

Het essen­zaad (foto) heeft 1 vleugel en die van de esdoorn 2. Die vleugels ver­beteren ver­sprei­d­ing met de wind.

Bij­zon­der

Een es wordt ca 200 jaar oud, maar net als bij knotwilgen

kan essen­hakhout (dat om de 10 jaar wordt afgezet) de leeftijd van een boom aanzien­lijk ver­len­gen. De oud­ste bomen van de Haar­lem­mer­meer zijn dan ook ruim 300 jaar oude essen­hakhoutop­standen op de Een­denkooi van Stok­man bij Vijfhuizen. Deze 10 jaar oude stam­men wor­den sinds mensen­heuge­nis gebruikt voor palen en als brand­hout.

Maar essen­hout heeft veel meer gebruiksmo­gelijkhe­den. Het is buigzaam, veerkrachtig en recht. Het werd daarom gebruikt voor bv speren, maar nog steeds voor ste­len van gereed­schap zoals hamers, bezems, schep­pen, etc.

In Europa komt 1 inheemse soort es voor. In Noord-?Amerika bestaan nog een tien­tal soorten. Een kweekver­sie van de smal­bladige es, die in de herfst dieprode bladeren kri­jgt, wordt wel als straat­boom aange­plant. Er staan bv een paar exem­plaren waar de Boslaan in Hoofd­dorp over­gaat in de Sweel­incksin­gel.

De es was altijd een geliefde boom omdat hij een makke­lijke en vri­jwel ziek­tevrije soort was. Met de iep en de paar­denkas­tanje hoort hij sinds kort bij soorten die door een plaag (schim­mel) bedreigd wor­den.

Waar

De es groeit graag op natte tot tamelijk vochtige, voed­sel­rijke grond in loof­bossen en is zeer algemeen.