bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

hondskruid, 25 jul 2020

 hondskruid1

Hondskruid klinkt niet echt aantrekkelijk. Toch zit er achter deze naam een fascinerend verhaal. Hondskruid is nl een orchidee. En niet zo maar 1. Bij orchideeën denken veel mensen aan tropische orchideeën die je in de winkel kunt kopen. Maar ook in Nederland komen ca 70 soorten orchideeën voor. En daarbij denken de meest mensen dan aan Limburg, want op de kalk van Limburg komen zo’n 60 soorten voor. Wat meestal niet bekend is, is dat in onze ‘kale landbouwpolder’ die steeds meer met woningen en kantoren wordt gevuld misschien wel meer orchideeën voorkomen dan in Limburg. Nog pas 2 weken geleden heb ik een fietstocht langs een veld met ca 1 miljoen orchideeën gehouden. Tot op heden hebben we in de Haarlemmermeer 14 soorten gevonden. Dat komt omdat we een oude waddenbodem hebben, waar nog schelpen (kalk) inzit, de oude zandbanken zijn voedselarm en

beetje brakke kwel helpt ook. Van die 14 soorten is hondskruid een van de zeldzaamste.

Bijzonder

De eerste plant werd een jaar of 10-15 gelden ontdekt in Beukenhorst aan de kruisweg. Die werd geplukt. Een jaar of 8 gelden verscheen er 1 ook in Beukenhorst aan de Kagertocht, die na 2 jaar werd ook werd geplukt. Nu is er een heel veldje gevonden in het Groene Carre Zuid. De plek werd ontdekt en gefotografeerd door Ruud Luntz, Waarvoor dank.

Helaas is in 2017 aan de meeste orchideeën de status van beschermde soort ontnomen. Dat kwam project ontwikkelaars beter uit en onze overheid luistert ‘goed’ naar de samenleving.

Waar

Hondskruid houdt van zonnige plekken op zand-, leem- of kleibodem. Het komt voor rond de middellandse zee en in Europa tot Noord-Duitsland, Schotland, en Ierland. In Nederland is de plant zeer zeldzaam en komt voor in Zuid-Limburg, Zeeland, in de duinen bij Wijk aan Zee en Noordwijk aan Zee en in het westen van het land op opgespoten braakliggende industrieterreinen. Wellicht door de klimaatverandering is de soort aan een gestage opmars bezig. Dat is dus ook in onze polder te merken.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 5 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 grijzewilgbomenGrijze Wilg2 feb 2017februari

Grijze Wilg, 2 feb 2017

 grijzewilg

Kenmerkend voor het landschap in het westelijk deel van Nederland is de grijze wilg. Het is een van de 80 soorten wilgen die in Nederland voor komen. Een deel daarvan is struikvormig en een deel boomvormend. De grootste soort van allemaal is de grijze wilg. Na 60 jaar kan hij zo groot worden dat hij onder z’n eigen gewicht in elkaar stort. Het is maar weinig bomen in Nederland vergund om ouder dan 100 jaar te worden. Een wilg van 100 jaar oud kan wel 6-7 m stamomvang hebben. Een van de mooiste grijze wilgen in de Haarlemmermeer staat in Graan voor Visch op het veld bij het politie bureau (foto achteraan). Deze boom meet ruim 6 m omtrek en vertoont nog geen spoor van verval. Vroeger was hout een van de belangrijkste brandstoffen. De snelle groei (elk jaar 2-3 m) en het risico van instorten heeft mede geleid tot het gebruik om wilgen te knotten. Elke 5 jaar is er dan weer genoeg brand - en bouwhout beschikbaar.

Een geknotte wilg kan veel ouder ( 200 jaar) worden dan een die niet geknot wordt, omdat hij dan minder last heeft van z’n ’overgewicht’. En dat ondanks het feit dat knotwilgen inrotten en hol worden. Dat hol worden is weer een zegen voor vele planten en dieren die daarin een toevluchtsoord vinden.

Bijzonder

De 80 soorten wilgen kruisen onderling makkelijk. Dat heeft geleid tot een verwarrende mix van kenmerken. Maar de hoofdsoorten zijn altijd wel te herkennen: treur wilgen hangen, katwilgen hebben hele lange smalle bladeren, geoorde wilgen hebben 2 ‘oortjes’ naast elk blad, waterwilgen zijn horizontaal uitgroeiende struikwilgen met grote katjes en boswilgen hebben mooie katjes en groeien juist verticaal.

Waar

Wilgen staan overal. In De Heimanshof wordt op 15 februari een bijzondere snipperdag georganiseerd waarbij de 60 jaar oude wilgen van de struintuin getopt worden met een grote kraan omdat ze te zwaar worden. Het hout wordt gesnipperd voor de bos paden in de tuin. U wordt van harte uit genodigd om te komen kijken en met ons een snipper dag te nemen.

 groenestinkwantsinsectenGroene Stink- of Schildwants15 feb 2016februari

Groene Stink- of Schildwants, 15 feb 2016

 groenestinkwants

Het zou nog midden in de winter moeten zijn, maar het weer is al maanden zo zacht dat veel planten zes weken eerder bloeien. En niet alleen temperatuur-gevoelige planten reageren (er zijn ook daglengte-gevoelige planten die niet reageren) maar ook insecten beginnen zich te roeren. De eerste hommels zijn er, honingbijen vliegen volop en recentelijk zag ik ook al een aantal wantsen. Er bestaan tienduizenden soorten wantsen, waarvan er in Nederland ruim zeshonderd soorten voorkomen. Wantsen voeden zich met een steeksnuit, waarmee ze (meestal planten) sappen opzuigen. Zo zijn bladluizen ook verwant aan wantsen en de bekende schaatsenrijders. Verder zijn ze over het algemeen platter dan de meestal bolronde kevers. Wantsen hebben net als sprinkhanen een ontwikkeling die niet van rups of made gaat via een verpopping, maar in vijf nimfenstadia die steeds meer op een volwassen dier gaan lijken. Minder bekend is dat

vele wantsen zich kunnen beschermen door het afscheiden van geurstoffen. Een van de meest algemene wantsensoorten die hier bijzonder goed in is, is de Groene Stinkwants.

Bijzonder

Groene Stinkwantsen zijn ‘s zomers helder groen, maar bij overwinteren worden ze bruin, waarschijnlijk om in de bladloze tijd minder op te vallen. Ze hebben zo′n sterke geur dat als ze aan bramen gesnoept hebben deze zo weeïg ruiken dat ze oneetbaar gevonden worden. En als deze soort door vogels wordt opgepikt, kan hij een druppel geurstof afscheiden die moeilijk afwasbaar is en in de mond tot blaren kan leiden. Hierdoor kan deze wants het zich veroorloven open en bloot te leven in tegenstelling tot de meeste andere insecten die zich liever verstoppen. De foto van deze wants is gemaakt door Theo Terwiel die al jaren in De Heimanshof fotografeert. Hij heeft deze week bijna 1500 foto′s van ca 800 soorten gedoneerd, waar u nog vaak voorbeelden van zult zien. Van veel soorten die hij documenteerde, kende ik zelfs de familie nog niet.

Waar

Deze soort tref je heel vaak aan op braamstruiken en hazelaars.

 scheleposvissenSchele Pos1 feb 2016februari

Schele Pos, 1 feb 2016

 schelepos

Op De Heimanshof hebben we nu een jaar of drie onze onderwaterontdekwereld in ontwikkeling. Het idee daarachter is dat de meeste kinderen geïntrigeerd worden door wat er in de vaarten en sloten aan onderwaterleven zit. De onderwaterontdekwereld bestaat uit een tiental grote aquaria die we zelf gebouwd hebben en een tiental kleinere ′krijgertjes′. Daarin maken we de soorten van de in de Haarlemmermeer meest voor komende vissen, mossels, krabben, kreeften, amfibieën en kleine beestjes voor educatieve doelen goed zichtbaar en aanschouwelijk. Door deze activiteiten leren we zelf ook weer veel over de onderwaterwereld. Een van de soorten die ik op deze manier heb leren kennen, is de schele pos. Dat is een visje dat meestal niet groter dan 10-15 cm wordt. Hij is volwassen na 2-3 jaar en wordt meestal niet ouder dan een jaar of 6-7.

Bijzonder

De schele pos is

familie van de baarzen. Net als de baars, die wij voor de kinderen ′tijgervis′ noemen vanwege zijn verticale strepen, heeft de schele pos stekels in zijn rugvin. Maar waar de baars twee vinnen heeft, zijn die bij de pos samengegroeid. Daarnaast heeft hij nog een lelijke (want effectieve!) stekel op zijn kieuwdeksels. De schele pos heeft geen strepen maar stippen op zijn lichaam. Hij heet ′schele′ pos omdat zijn ogen boven op zijn kop staan en als je hem dan van voren aankijkt, lijkt het of de vis twee kanten op kijkt. De pos is een belangrijke bron van voedsel voor de aalscholver en heeft nauwelijks commerciële of hengelsport waarde.

Waar

Voor zo′n klein visje is het opmerkelijk dat hij vooral in grote wateren voorkomt en nauwelijks in sloten en vaarten. De meeste pos in de buurt zit dan ook in de Westeinderplas. De schele pos komt in bijna heel Europa voor behalve in de uiterste zuiden en noorden.

Indien u geïnteresseerd bent in de onderwaterwereld: de Heimanshoflezing op 7 februari (14.30) wordt gehouden door de beroepsvisser van de Westeinder. En dan komen er ongetwijfeld veel leuke en sterke visverhalen los.

 springstaartandere geleedpotigenspringstaart21 feb 2015februari

springstaart, 21 feb 2015

 springstaart

U denkt vast wel eens: hoe lang gaat deze column nog door? Het antwoord daarop zal meer van mijn eigen leeftijd afhangen hebben dan van het aantal onderwerpen. In Nederland zijn tot dusver zo’n 48.000 soorten planten en dieren (exclusief eencelligen, etc) beschreven en de meeste komen wel eens in de Haarlemmermeer langs.

Sinds 2006 heb ik ongeveer 450 soorten daarvan gehad en met eens in de 14 dagen een column, kan ik zeker nog 100 jaar voort. Ik heb zelfs nog geen kans gezien een voorbeeld van alle grote groepen organismen te behandelen. Deze week daarom weer eens een hele nieuwe categorie, waarvan meer dan 8000 soorten ontdekt zijn, met honderden in Nederland. Het gaat om de springstaarten. Springstaarten behoren, net als insecten, tot de zespotigen.

Bijzonder

Springstaarten worden slechts enkele mm

groot en ontlenen hun Nederlandse naam aan een vork die onder hun buik ligt (zie foto).

In rust zitten de tanden van de vork vast achter een soort grendeltje. Als de springstaart bij gevaar wil springen, zet hij kracht op de vork en laat dan het grendeltje los. Daardoor slaat de vork met een klap op de ondergrond (of op het water) en wordt de springstaart centimeters weg gelanceerd.

Een springstaart heeft nog een 2e geheim wapen. Het is een buisvormig mondorgaan wat eindigt in twee buisjes en uitgestulpt wordt met behulp van de bloeddruk. De functie is een combinatie van het opnemen van vocht en het vasthechten aan de ondergrond.

De springstaart is zelf waterafstotend, waardoor hij zonder moeite haast wrijvingsloos over het wateroppervlak glijdt. Dreigt hij door de wind weg te worden geblazen, dan steekt hij deze collofoor, die niet waterafstotend is, door het wateroppervlak als een soort micro ankertje en lijkt daardoor aan het wateroppervlak te kleven.

Waar

Springstaarten leven meestal in de strooisellaag of op het wateroppervlak en voeden zich met rottend organisch materiaal en schimmels. Ze kunnen daar in enorme aantallen voorkomen: honderden of duizenden per m2 in de meeste Nederlandse tuinen.

 rode-kelkzwampaddenstoelenRode kelkzwam8 feb 2015februari

Rode kelkzwam, 8 feb 2015

 rode-kelkzwam

In de winter is het niet alleen wat frisser, de kleuren buiten zijn ook minder uitgesproken. Daarom is het extra leuk dat er ook midden in de winter vrolijk stemmende kleurige verschijnselen zijn te vinden, die een wandeling of zelfs een hele dag kunnen opvrolijken. Recentelijk noemde ik als de heldergele gele trilzwam.

Winterpaddenstoelen hebben een manier weten te vinden om midden in de winter te groeien: dat gaat wel langzamer maar ze hebben weken of zelfs maanden om hun sporen te verspreiden. En blijkbaar is dat een goede overlevingsstrategie.

Deze week kwam ik de mooiste kleur die je in de winter kan vinden tegen in het Wandelbos Hoofddorp: scharlakenrood van de rode kelkzwam (zie foto).

Bijzonder

Rode kelkzwammen zijn echte winterpaddenstoelen.

Ze verschijnen

als het koud wordt, soms al in november, en verdwijnen medio maart.

Hoewel de vruchtlichamen slecht tegen droogte kunnen, is uit experimenten gebleken dat het mycelium daar wel goed tegen kan en zelfs tot tien jaar later onder gunstige omstandigheden weer vruchtlichamen produceert. Het lijkt erop dat kelkzwammen nog levende takken infecteren waarbij het houtweefsel gedurende gunstige (vochtige) perioden verteerd wordt. Pas nadat de takken afgevallen zijn en permanent in een vochtige omgeving liggen, waarbij ze vaak bedekt raken met mos, beginnen zich op de takken vruchtlichamen te vormen. Daarna gebeurt dit ieder jaar opnieuw totdat de tak volledig verteerd is.

Slakken, springstaarten en insectenlarven eten er graag van. Wellicht speelt de rode kleur een rol in het lokken van deze dieren. Zodra het weer wat opwarmt, zullen de kelkzwammen als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Waar

In Nederland komen 2 soorten rode kelkzwammen voor.

De Krulhaarkelkzwam die we ooit in De Heimanshof gehad hebben, heeft een voorkeur voor rottend elzen- of essenhout.

De Rode kelkzwam in het Wandelbos is een stuk zeldzamer en heeft een voorkeur voor rottend essenhout.

 kogelhoutskoolzwampaddenstoelenKogelhoutskoolzwam22 feb 2014februari

Kogelhoutskoolzwam, 22 feb 2014

 kogelhoutskoolzwam

Op dood hout van de es kun je donkerbruine tot zwarte halve bollen van 1-9 cm diameter vinden. Deze kogelhoutskoolzwammen lijken op verkoolde cakes.

Volwassen exemplaren zijn voorzien van uiterst fijne openingen waardoor in april en mei donkere sporen naar buiten gestoten worden, die je dan als een ring zwart sporenstof om de zwam kunt aantreffen. Deze worden in een soort mini-kamertjes, vlak onder het oppervlak gevormd. Wanneer je een exemplaar doorsnijdt zijn er meer dan 10 verschillende laagjes te zien (foto). Deze zijn wit-grijzig en van elkaar gescheiden door een donkere strook.

Ze doen denken aan de jaarringen van bomen, maar kogelhoutskoolzwammen groeien van oktober tot maart. In die tijd worden de verschillende laagjes dus gevormd.

Alleen de buitenste laag maakt sporen. Die ziet er dan ook anders uit dan de onderliggende laagjes.

Kogelhoutzwammen spelen een rol bij de houtafbraak en maken geen levende bomen dood. In Nederland is de soort vrij zeldzaam.

Bijzonder

Een bijnaam van de kogelhoutskoolzwam in Engeland is Cramp Balls: in verpulverde vorm zou deze als middel (norit) tegen maag- en darmbezwaren hebben gediend.

Recent onderzoek toonde aan dat loofhoutwespen of zwaardwespen een nauwe relatie met houtskoolzwammen hebben. Vrouwtjes van deze houtwesp dragen mycelium van een houtskoolzwam met zich mee in speciale toegeruste organen. Als ze eitjes leggen in het hout van de boom van hun voorkeur, dan infecteren ze daarmee het hout tegelijkertijd met de schimmel. Als de wespeneitjes uitkomen, leven de larven van de schimmel en van het door de schimmel ‘voorverteerde’ hout.

Waar

Kogelhoutskoolzwammen zijn, dankzij hun stevigheid, jaarrond te vinden op loofhoutboomstronken en takken, speciaal op essenhakhout. Het mooiste en oudste essenhakhout in de Haarlemmermeer (350 jaar oud) is te vinden in de Eendenkooi van Vijfhuizen. Hier is deze zwam dan ook algemeen. Ook in natuurspeelplaats Meermond troffen we hem aan deze week.

 kraailookplantenKraailook16 feb 2014februari

Kraailook, 16 feb 2014

 kraailook

Alle planten die we als voedingsgewassen gebruiken, zijn uit het wild afkomstig en naar onze smaak en voorkeuren veredeld.

Een van de meest gebruikte plantensoorten is de ui.

In het wild bestaan nog veel andere uiensoorten. Allemaal met de karakteristieke smaak en geur van een zwavelhoudende vluchtige stof die in ons traanvocht omgezet wordt in zwavelzuur.

Maar elke soort voegt daar weer zijn eigen elementen aan toe. Zo werkt het altijd in de natuur: als een soort een nuttige aanpassing doormaakt (in dit geval onappetijtelijk worden voor insectenvraat) ontwikkelen zich variëteiten en soorten voor allerlei specifieke omstandigheden: een ui voor de bosrand, voor het bos, op de velden, een moerasvorm, etc.

Alleen in De Heimanshof hebben we minstens 8 soorten staan: armbloemig

look, daslook, driekantig look, slangenlook, bieslook, berglook, moeslook en kraailook.

Bijzonder

Kraailook staat vooral in (blauw)graslanden.

Het vormt zoals alle uien een (zeer klein) bolletje. Het ronde blad van de kraailook (foto) is blauwgroen en vezeliger dan de andere soorten.

Hoe algemeen kraailook wel is, is vooral in deze tijd van het jaar te zien. Op de ca. 300 m2 weidegebied van de heemtuin staan er miljoenen. Dat ze nu zo goed te zien zijn, komt door een andere uieneigenschap: de meeste plantensoorten en ook grassen gedijen pas bij temperaturen boven de 10 graden, maar uien (mede dankzij de reservestoffen in hun bolletje) groeien de hele winter door zolang de temperatuur maar boven 0-5 graden is.

Zo kleuren al onze voedselarme graslanden blauwgroen mede door deze kraailookbladen. Kraailook bloeit van juni-augustus. Omdat ze vanaf mei geduchte concurrentie ondervinden van grassen en andere soorten komen er maar een paar honderd tot 1000 in de tuin tot bloei. Zo zijn uiensoorten ideale gewassen in een groentetuin: je plant ze in september en ze groeien de hele winter door.

Waar

Kraailook staat vooral in bermen, maar gedijt ook in bossen in heel Europa en een deel van Amerika.

 eik4bomenEikenbijzonderheden (4)25 feb 2013februari

Eikenbijzonderheden (4), 25 feb 2013

 eik4

Ook de naam Holland heeft met eiken te maken. Holland komt niet van ‘hol’ maar van ‘Holt’. Onze veengebieden bestonden vroeger uit machtige eikenbossen. Veeboeren op veenweides stuiten nog steeds elk jaar op enorme stammen van eiken die in het veen verzonken waren en die door het inklinken en vervliegen van het veen bovengronds komen, zogenaamde veeneiken (foto).

De grootste eik van Groot-Brittannië is ca 1000 jaar en heeft een stamomtrek van 12,7 m. De Chêne du Tronjoli (ook 1000 jaar) staat op een boerderij in Bretagne. De Kongeegen in Denemarken wordt op 1000 - 1400 jaar oud geschat. Op de Veluwe zijn eikenhakhoutbosjes gevonden die mogelijk al meer dan 1500 jaar om de 8- 10 jaar zijn ‘geoogst’. In vroeger tijden waren eikels vooral belangrijk als varkensvoer. Eikenhout is hard en sterk. En wordt nog steeds

gebruikt als constructiehout, voor parket, deuren en voor de bouw van bruggen en steigers.

De bast bevat, evenals het hout van de oudere bomen, looistoffen die gebruikt worden bij de leerindustrie. Door koken komen de waardevolle looizuren vrij die gebruikt worden voor het looien van huiden. Als dit looizuur met ijzer reageert ontstaat Oost-Indische inkt. Dat proces is te zien bij het omzagen van een eik: op de zaagsnede vormen zich zwarte vlekken. Op eiken komen zeer veel gallen voor. Wel 40 soorten galwespen gebruiken alle onderdelen van de eik:het blad, bladknoppen, eikels, takken en zelfs wortels. De galwesp en zijn larve geven een soort plantenhormoon af dat de plant aanzet tot het vormen van een verdikking. Deze is meestal hard aan de buitenkant en zacht en smakelijk van binnen en vormt een veilige en ideale plek om op te groeien voor jonge galwespen.

Waar

In alle gebieden boven de evenaar groeien eiken. Uitgestrekte eikenwouden besloegen ooit grote delen van Europa. Van deze oerbossen is er nog maar weinig overgebleven. Groot-Brittannië heeft de grootste en mooiste ongerepte oerbossen van Noordwest-Europa waar nog veel eiken staan.

 eik3bbomenEik (3)17 feb 2013februari

Eik (3), 17 feb 2013

 eik3b

De Steeneik kan 20 m hoog worden, maar is meestal vele kleiner omdat hij vooral op onvruchtbare rotsige plekken groeit. Hij heeft een korte stam en een brede, ronde kroon. De bladeren zijn hard en leerachtig en glanzend donkergroen en blijven jaren aan de boom, terwijl alle andere eiken bladverliezend zijn. Ze lijken op hulstbladeren en hebben ook stekels. Hij komt voor in het Middellandse Zeegebied tot aan de zuidrand van de Alpen. De boom is niet winterhard en staat daarom in de mediterrane kas van De Heimanshof. Vroeger bedekten wouden van steeneiken grote delen van het Middellandse Zeegebied. Hij is nu teruggedrongen tot steeds kleiner wordende arealen. De steeneik levert zeer hard, zwaar hout dat azijnhout genoemd wordt. Het leent zich voor onderdelen die zwaar belast worden, in de wagenmakerij en in molens voor de kammen van de wielen.

De Libanese eik blijft een vrij kleine boom van maximaal 8 m. Zijn bladeren zijn langwerpig en zaagvormig gelobt met een punt. Hij komt voor van Libanon tot in Iran

en is beperkt winterhard. Ook deze groeit daarom in de mediterrane kas van De Heimanshof.

Bijzonder

Eik is een Oud-Germaans woord en betekent boom. In Nederland en België kennen wij de zomer- en wintereik (Quercus robur en Quercus petraea). Robur betekent hard (eiken)hout en petraea van de rotsen omdat deze eik met arme grond, zelfs rotsgrond, genoegen neemt.

Het Griekse woord voor eik is drus en dat lijkt op het woord druïde voor de Keltische priesters, die ook wel eikmensen genoemd werden. Eiken waren voor de Kelten Heilige bomen en werden vereerd. Bij de Hettiten, Perzen, Grieken en Romeinen was de eik symbool voor wilskracht. De eik was voor veel volkeren een magische boom. De Griekse geschiedschrijver Tracitus schrijft dat de Germanen geen tempels kenden, alleen heilige wouden. Hij was erg onder de indruk van de machtige eikenbossen in Duitsland. Aan de voet van eiken spraken zij recht, brachten zij offers en begroeven zij hun doden.

 eik3a

 eik2bomenEik (2)10 feb 2013februari

Eik (2), 10 feb 2013

 eik2

De Hongaarse Eik kan tot 40 m hoog worden en heeft een brede kroon en hoogopgaande takken.

Langs de Hoofdweg-Oost in Hoofddorp tussen het Griekse restaurant en Quick-fit staan de enige drie Hongaarse eiken die wij ontdekt hebben, maar die mogen er dan ook zijn. Ze zijn ca 90 jaar oud en de dikste is ruim 2.5 m in omtrek. Deze soort komt uit de Balkan en met je vindt hem met name in Servië, Bulgarije en Roemenie. Het gekke is dat de boom nauwelijks in Hongarije voorkomt.

Deze eik houdt van zware, voedzame, iets zure gronden die in het voorjaar nat is en in de zomer kurkdroog. Hij houdt niet van een hoge grondwaterstand en heeft een hekel aan kalk. Opvallend is dat de bladeren aan de uiteinden van de takken zitten. Daardoor krijgt de boom een open kroon.

De

bladeren zijn met 10- 20 cm, erg groot en glanzend groen met ronde lobben en verkleuren in de herfst van geel naar bruin(Zie foto). De eikels worden voor 1/3 tot de helft omsloten door het napje.

De Amerikaanse eik komt, zoals de naam zegt uit Amerika en is goed winterhard. Het mooiste exemplaar in onze polder staat langs de Kromme Spiering weg (bij nr 289) en ook langs de Hoofdvaart voor het Oude Raadhuis staan er een aantal. Deze eik krijgt in de herfst mooi rood blad. Dit blad is opvallend groot (tot 22 cm) en geeft geen ronde maar puntige lobben. Hij kan 25 m hoog worden en groeit extra breed uit (foto). De Amerikaanse eik wordt niet zo oud. Met 80 jaar is het meestal wel gebeurd. Het hout van de Amerikaanse eik is minder waardevol dan dat van de zomer- en wintereik. Het rode herfstblad wordt veel gebruikt voor bloemstukken, meestal in combinatie met chrysanten. De eikels hebben een 2-jarige ontwikkelingscyclus. In het eerste jaar worden ze bestoven. Het worden dan kleine groene vruchtjes. Pas in het tweede jaar vindt de echte rijping plaats. De eikels worden dan groter dan die van zomer-en wintereik. Ze hebben ook een extra puntje waardoor ze als tolletjes zijn te gebruiken.

 eik1bomenEik (1)7 feb 2013februari

Eik (1), 7 feb 2013

 eik1

Na de lindesoorten in polder is het nu de beurt aan de eiken. In onze polder heb ik tot dusver 7 soorten gevonden. Graag laat ik u in de komende weken weten waar ze staan en wat er voor bijzonderheden aan te ontdekken zijn. Over eiken is een heel boek te schrijven. Ik ga dat proberen in 4 afleveringen samen te persen.

De meest algemene inheemse eikensoort is de zomereik. Deze boom kan een hoge ouderdom bereiken. De stam gaat gauw over in krachtige, maar kromme takken waardoor zich de kroon onregelmatig ontwikkelt en lichtdoorlatend is. De naam zomereik wijst erop dat de boom slechts in de zomer bladeren draagt in tegenstelling tot de wintereik. De bladeren ontluiken in de eerste helft van mei, hebben ronde lobben en korte stelen. Zomereiken zijn door de mens bevoordeeld boven wintereiken

omdat deze soort meer eikels produceert (de ‘mast’). Op deze mast werden de varkens vroeger vetgemest in de herfst.

Ook de wintereik is inheems. Ik heb maar 2 exemplaren gevonden in de polder: in het Wandelbos Hoofddorp en langs de Bennebroekerdijk. Het herfstblad van deze boom blijft gedurende de hele winter aan de takken, net als bij sommige beuken. De bladeren zijn glanzend en leerachtig, vrij regelmatig van vorm en hebben een lange steel. Ook deze soort kan zeer oud worden.

Een uitheemse soort die het erg goed doet, is de Turkse of Moseik (bv in het centrale parkje in Vijfhuizen of langs de Wieger Bruinlaan in Hoofddorp) Deze eik kan 35 m hoog worden. De bladeren zijn 10- 15 cm lang, glanzend groen aan de bovenkant en met kleine rechthoekige lobben. De rijping van de kleine vruchten vindt pas in het 2e jaar na bevruchting van de bloemen plaats. Ze zijn voor de helft omgeven door een vruchtbeker met draadachtige, lange schubben. Aan deze draadachtige schubben dankt de soort zijn naam van moseik. Dit ‘mos’ lijkt als een eskimomuts op de eikel te zitten. De schors is grijsbruin tot zwart en diep gekloofd. Hij groeit vooral in Zuidoost-Europa en West-Azië.

 wilgenhoutvlindervlindersWilgenhoutvlinder26 feb 2012februari

Wilgenhoutvlinder, 26 feb 2012

 wilgenhoutvlinder

De meeste insecten worden vernoemd naar de volwassen verschijningsvorm ('imago'). Maar bij een niet onaanzienlijk aantal soorten is het imago een zeer kort levende 'omhulling', die alleen dient om te paren en eieren te leggen. Deze kortlevende imago's eten bv niet eens meer, terwijl hun rups of larve jarenlang leeft. Dat is bv het geval bij de wilgenhoutrups. Onze polder is een zeer geschikt biotoop van deze soort, maar pas vorige week kwam ik hem (massaal) tegen op een erf op mijn zoektocht naar bijzondere bomen. De wilgenhoutvlinder is een soort die hoort bij de houtboorders. Zijn rupsen leven in hout van allerlei soorten loofbomen. In dit geval in zwarte elzen van een aanzienlijke leeftijd. De rupsen vreten zich een jaar of 3-5 lang door het hout, verpoppen regelmatige en overwinteren een aantal jaren. Soms verwisselen ze ook van boom en kun je de vingerlange en -dikke rupsen over de weg zien lopen. Meestal in mei.(Zie inzet) De vlinders vliegen in één generatie ergens tussen april en augustus. De individuele vlinders leven niet langer

dan 8-10 dagen

Bijzonder

De boorgaten van de wilgenhoutvlinderrupsen kunnen makkelijk onderscheiden worden van andere boorders. De rups geeft nl een karakeristieke azijnachtige geur af. Om deze geur werd deze rups wel als lekkernij gegeten. Als je hem zou willen beetpakken moet je een beetje oppassen. Want zijn sterke kaken kunnen een flinke beet bezorgen, want met deze kaken vreet de rups zich een weg door wilg, populier, els en ook wel door eikenhout. De vlinder legt eieren laag op de stam en het liefst bij beschadigingen van de bast. De kleine en de grote rupsen zouden (bijna) niet door bast heen kunnen vreten.

Waar

De wilgenhoutvlinders komt voor bij rivieroevers, moerassen, bosranden, en graslanden, met een duidelijke voorkeur voor een vochtige omgeving. Het is een vrij algemene soort die verspreid over het hele land voorkomt, vaak in polderlandschappen en meer in het westen van het land dan in het oosten.

 wilgenhoutvlinderrrups