bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

hondskruid, 25 jul 2020

 hondskruid1

Hondskruid klinkt niet echt aantrekkelijk. Toch zit er achter deze naam een fascinerend verhaal. Hondskruid is nl een orchidee. En niet zo maar 1. Bij orchideeën denken veel mensen aan tropische orchideeën die je in de winkel kunt kopen. Maar ook in Nederland komen ca 70 soorten orchideeën voor. En daarbij denken de meest mensen dan aan Limburg, want op de kalk van Limburg komen zo’n 60 soorten voor. Wat meestal niet bekend is, is dat in onze ‘kale landbouwpolder’ die steeds meer met woningen en kantoren wordt gevuld misschien wel meer orchideeën voorkomen dan in Limburg. Nog pas 2 weken geleden heb ik een fietstocht langs een veld met ca 1 miljoen orchideeën gehouden. Tot op heden hebben we in de Haarlemmermeer 14 soorten gevonden. Dat komt omdat we een oude waddenbodem hebben, waar nog schelpen (kalk) inzit, de oude zandbanken zijn voedselarm en

beetje brakke kwel helpt ook. Van die 14 soorten is hondskruid een van de zeldzaamste.

Bijzonder

De eerste plant werd een jaar of 10-15 gelden ontdekt in Beukenhorst aan de kruisweg. Die werd geplukt. Een jaar of 8 gelden verscheen er 1 ook in Beukenhorst aan de Kagertocht, die na 2 jaar werd ook werd geplukt. Nu is er een heel veldje gevonden in het Groene Carre Zuid. De plek werd ontdekt en gefotografeerd door Ruud Luntz, Waarvoor dank.

Helaas is in 2017 aan de meeste orchideeën de status van beschermde soort ontnomen. Dat kwam project ontwikkelaars beter uit en onze overheid luistert ‘goed’ naar de samenleving.

Waar

Hondskruid houdt van zonnige plekken op zand-, leem- of kleibodem. Het komt voor rond de middellandse zee en in Europa tot Noord-Duitsland, Schotland, en Ierland. In Nederland is de plant zeer zeldzaam en komt voor in Zuid-Limburg, Zeeland, in de duinen bij Wijk aan Zee en Noordwijk aan Zee en in het westen van het land op opgespoten braakliggende industrieterreinen. Wellicht door de klimaatverandering is de soort aan een gestage opmars bezig. Dat is dus ook in onze polder te merken.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 4 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 winteraconiet2plantenWinterakoniet en Sneeuwklokjes27 jan 2007januari

Winterakoniet en Sneeuwklokjes, 27 jan 2007

 winteraconiet2

Ondanks het feit dat vorige week de vorst voor het eerst toesloeg, waren er al bolgewassen die het nieuwe jaar aankondigen en in bloei kwamen. De bekendste van deze planten is ongetwijfeld het sneeuwklokje. Weinig bekend is echter dat er minstens 60 soorten sneeuwklokjes bestaan. De allervroegst bloeiende daarvan is het grote sneeuwklokje, die i.t.t de gewone boerensneeuwklokjes wel 15-20 hoog kan worden. Behalve de grote en de gewone sneeuwklokjes zijn er dubbele, smalbloemige, breedbloemige, pollenvormende en wortelstokvormende soorten. Een andere zeer vroeg bloeiende soort is de winterakoniet. Het is een geliefde voorjaarsbloeier vanwege zijn felle, gele kleur. De plant heeft stengels met daarop telkens 1 gele bloem, die omringd wordt door een krans van ongeveer 6 ongesteelde bladeren. De bloemen openen zich alleen als de zon schijnt. Het duurt ongeveer 4 jaar voor zaad volwassen is. Vele piepkleine kiemplantjes staan meestal rond de volwassen

planten (zie foto).

Bijzonder

Winterakonieten en sneeuwklokjes zijn stinsenplanten. Dat is een verzamelnaam voor planten die van elders zijn ingevoerd vanaf de middeleeuwen tot het midden van de vorige eeuw. De planten wisten zich zo goed te handhaven en soms ook uit te breiden, dat ze nu tot de Nederlandse flora worden gerekend. Tot de stinsenplanten worden niet alleen bolgewassen gerekend, maar ook sommige heesters en vaste planten; evenals sommige "onkruiden": zevenblad en fluitekruid. De naam stinsenplant werd voor het eerst gebruikt door een botanicus in1923, die opmerkte dat planten uit deze groep veel voorkomen bij oude boerderijen, kerkhoven, buitenplaatsen of zoals deze gebouwen in het noorden worden genoemd: borgen (Groningen), havezaten (Drenthe en Overijssel) en stinsen (Friesland).

Waar

Boerensneeuwklokjes zijn zeer algemeen verwilderd in tuinen parken en boerenerven. Andere soorten zijn niet zo algemeen. In De Heimanshof kunnen een 10-tal soorten bekeken worden. Sneeuwklokjes komen oorspronkelijk uit Turkije en de Balkan.De winterakonieten worden in het wild als vrij zeldzaam beschouwd. Toch kunnen zij regelmatig in tuinen en parken worden aangetroffen. Winterakonieten komen uit Turkije waar zij o.a in het Taurusgebergte groeien op zo’n 2000 m hoogte.

 slechtvalkvogelsSlechtvalk9 jan 2007januari

Slechtvalk, 9 jan 2007

 slechtvalk

De slechtvalk behoort tot de grootste valken met een gemiddelde grootte van 43 cm. De vogels hebben een lichte onderkant met dwarsbanden en een donkergrijze rug. De jonge vogels zijn eerst bruin. Wereldwijd zijn een twintigtal ondersoorten bekend. Zoals bij de meeste roofvogels is het vrouwtje veel groter en zwaarder dan het mannetje. De prooien zijn vooral vogels (duiven, eenden) die het liefst in de vlucht worden geslagen en meestal op slag dood zijn. De slechtvalk bewoont bij voorkeur steile rotsen en ravijnen.

Bijzonder

De slechtvalk staat bekend als de snelst duikende vogel ter wereld. Het dier maakt vanaf grote hoogte steile duikvluchten en bereikt daarbij snelheden tot meer dan 300 km/uur.
De aantallen slechtvalken namen reeds in de Tweede wereldoorlog sterk af, omdat zij massaal werden afgeschoten omdat zij postduiven vingen (die tussen militaire posten werden gebruikt). In de jaren ′ 60 kreeg de soort in Europa bijna de doodsteek wegens het overmatige gebruik van DDT. Sinds hun bescherming in verschillende landen lijken ze opnieuw aan een opmars bezig.

Waar

In

Nederland en België is deze vogel steeds vaker te bewonderen. Vooral in de winter is de slechtvalk een regelmatige verschijning aan het worden. Sinds het jaar 2000 zijn er al meer dan 5000 waarnemingen in Nederland gedaan. Sinds begin jaren ′90 broedt deze vogel ook in Nederland in speciale nestkasten, die door een slechtvalkenwerkgroep worden geplaatst. Het dichtstbijzijnde nest is reeds meer dan 5 jaar in de toren van de Hemwegcentrale in een nestkast 80 m boven de grond. In Haarlem wordt overwogen een nestkast te plaatsen. Ook de Haarlemmermeer wordt regelmatig bezocht. Frappant is het vaste winterbezoek van een vrouwtje dat al meer dan 5 jaar lang in de buurt van Vijfhuizen is. Aan haar ruipatroon kon afgeleid worden dat zij waarschijnlijk uit Noord-Zweden komt. Ook uit de buurt van Zwaanshoek is ‘s winters een vaste bezoeker bekend.

Terugmeldingen

Een aantal waarnemingen werden gedaan gedurende de zomer van 2007
Waar te nemen: regelmatige doortrekker en wintergast
Status:Rode lijst soort

 slechtvalk-duif

 rivierprikvissenRivierprik5 jan 2007januari

Rivierprik, 5 jan 2007

 rivierprik

De rivierprik lijkt op het eerste gezicht op een paling. Maar er zijn er grote verschillen. De vis heeft bijvoorbeeld aan beide zijden zeven opvallende kieuwopeningen (zie foto). Verder heeft de rivierprik een zuigbek met kleine tandjes, die werken als een rasp. Met die bek zuigen prikken zich vast aan vissen waarna ze met de rasp de flank openen en leven van het bloed en vlees. Het zijn dus visparasieten. Behalve de rivierprik, die 50 cm lang kan worden, zijn er beek- en zeeprikken, die respectievelijk veel kleiner en veel groter zijn.
De rivierprik leeft ongeveer vier jaar als larve in de bodem van stromende wateren. De tandeloze larven zeven in die tijd voedseldeeltjes uit het water. Als volgroeide prik trekt hij naar zee, leeft daar 2-3 jaar als bloedzuigende parasiet en komt dan als geslachtsrijp dier weer terug om te paaien. Na het paaien sterft hij.

Bijzonder

Het zusje van de rivierprik, de beekprik, is beschermd in de Flora- en Faunawet. Doordat de larven van de rivierprik

grote gelijkenis vertonen met de larven van de beekprik, vallen de rivierprikken tot 15 centimeter eveneens onder de bescherming van de Flora- en Faunawet.

Waar

De rivierprik paait boven grof zand- en grindbeddingen in de middenlopen van rivieren en grote beken. De rivierprik was voor 1945 zeer algemeen in de grote rivieren. In de jaren zestig en zeventig is de rivierprik nog steeds aanwezig in de grote rivieren. Tussen 1986 en 1996 vindt een opmerkelijke toename plaats. Het is opvallend dat het verdwijnen en weer terugkomen van de rivierprik samengaat met de ontdekking van DDT en het verbod op veel pesticiden. De rivierprik wordt in de Haarlemmermeer uitsluitend in de ringvaart gevonden. De vangst is al tientallen jaren hetzelfde met 8-10 exemplaren. De vangsten (in palingfuiken) worden gedaan in de tijd van de palingtrek. Het betreft altijd volwassen exemplaren van een pond of meer. Het is niet bekend of deze dieren in deze omgeving paaien. Mogelijk betreft het dieren, die uit de Rijn afgedwaald zijn.

 rivierprikbek

 RobiniabomenRobinia of Valse Acacia29 feb 2020februari

Robinia of Valse Acacia, 29 feb 2020

 Robinia

Op 18 maart is de nationale boomplantdag. Bomen planten is een van de manieren om zoveel mogelijk CO2 uit de lucht vast te leggen om klimaatverandering tegen te gaan: maar dan moet je die boom wel minstens 50-100 jaar laten staan. En dat is in onze stedelijke samenleving niet echt de gewoonte. Ook MEERGroen doet elk jaar van harte mee aan de boomfeestdag. En dat doen we in de vorm van de boomweggeefactie: we verzamelen nl al vanaf 2008 talloze zaailingen die met een beetje kennis en wat inzet overal voor het oprapen staan. En die maken we gratis voor iedereen die zijn tuin of terrein natuurvriendelijker wil inrichten beschikbaar. Vorig jaar waren dat er 25.000. En dit jaar staan er al 40.000 van 90 soorten klaar en met een beetje geluk komen we aan 60- 80.000 stuks. Een groot deel wordt geplant in klimaatbossen. Bomen planten is niet de structurele oplossing voor het klimaatprobleem,

maar als we 100 miljoen km2 nieuw bos geeft dat wel 50-100 jaar extra tijd om die fossielvrije samenleving op gang te brengen.

Bijzonder

De ene boomsoort is daarbij waardevoller dan de andere. Zo is de esdoorn ecologisch gezien niet erg waardevol, maar het is wel een super boom om veel CO2 vast te leggen: hij leeft honderden jaren en op elke bodem. Kruisbessen, en vlinderstruiken zijn weer nuttig voor bessen en nectar en zo heeft elke soort wel iets. Een van de interessantste soorten is de Robinia of Valse Acacia. Het is een prachtige boom die als hij oud is, diepe groeven in de bast krijgt, hij bloeit uitbundig, wat goed is voor insecten (zie op begraafplaats Iepenhof in Hoofddorp). Uniek is dat hij hier groeit en hout van tropisch hardhout kwaliteit oplevert: 25 jaar onbeschilderd buiten kan het hebben. Die moeten we veel meer aanplanten om niet langer de regenwouden leeg te hoeven kappen.

Waar

Kom maar kijken wat er vanaf 18 maart op de voedseltuin van Park2020 klaar staat: voor honderdduizenden euro’s aan gratis plantmateriaal uit de natuur.

 grotezilverreiger1avogelsGrote Zilverreiger27 feb 2020februari

Grote Zilverreiger, 27 feb 2020

 grotezilverreiger1a

Wie door Nederland reist ziet de laatste jaren naast de aloud bekende Blauwe reiger steeds vaker de Grote Zilverreiger in weilanden en akkers. Deze witte verschijning van meer dan een meter groot, is met een opvallende opmars bezig. Sinds 1976 is deze reiger ook broedvogel in Nederland. De grootste en oudste kolonie is in de Oostvaardersplassen. En een paar kleinere kolonies zijn in de Wieden en de Biesbosch te vinden. Inmiddels zijn er rond de 400 broedparen. Oorspronkelijk komt de Grote Zilverreiger vooral voor in Zuid Europa, Polen en vooral Oekraïne. Inmiddels overwinteren er tussen de 8000 tot 10.000 in Nederland. Grote Zilverreigers zijn actievere jagers dan blauwe reigers en gaan flexibeler om met koude. Bij strenge winters vriezen Blauwe reigers vaak dood terwijl zilverreigers met de vorstgrens mee gaan. Om die redenen nemen ze onevenredig meer toe dan onze standvogel de blauwe reiger. De foto van

de grote zilverreiger is genomen van een exemplaar die in de laatste vorstperiode in 2018 overleed.

Bijzonder

Er worden 3 oorzaken genoemd voor de spectaculaire opmars.1: Door de klimaatverandering zijn de winterse omstandigheden milder geworden. 2:het natuurbeleid rond Natura 2000 gebieden heeft o.a. grote rietmoerassen opgeleverd waar deze reiger van profiteert. 3: In de 19e eeuw was een bloeiende industrie die veren van deze vogels op bv hoeden gebruikte. Voor 1 kilo veren waren 300 zilverreigers nodig. Honderdduizenden vogels werden afgeslacht, waardoor de soort bijna uitstierf. Door een verbod daarop kon de soort weer langzaam toenemen. Zilverreigers eten net als blauwe reigers vis, kikkers, muizen en mollen.

Waar

De meeste Grote Zilverreigers komen uit het Oostelijk Middellandse zee gebied, vooral Oekraïne. Hun voorkeursbiotoop is grote rietmoerassen zoals in de Oostvaardersplassen, maar in de winter zwerven ze uit over alle weilanden, natuurvriendelijke oevers en akkers van Nederland. Ook in de Haarlemmermeer.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl

 koolplantenKool2 feb 2020februari

Kool, 2 feb 2020

 kool

Kolen zoals boerenkool, spruiten, groene, witte, rode kolen, bloemkool en broccoli zijn winterharde groenten die al duizenden jaren in Europa gekweekt en verder veredeld worden. Hoewel nauwelijks meer herkenbaar als zodanig zijn ze allemaal gekweekt uit wilde kool en/of zeekool. Kelten en Turken begonnen daar al 5000 jaar geleden mee. Kolen zijn tweejarige planten. Het eerste jaar of seizoen maken ze een bladrozet. Daarmee drukken ze ernaast groeiende concurrenten weg. Vanuit dat bladrozet groeien ze daarna met de opgedane extra energie omhoog tot 2 meter oog en 1x1m breed. Ze zijn ook daglengte gevoelig. In maart gezaaide boerenkool bloeit na 2-3 maanden. Vanaf 21 juni gezaaid geeft grote planten die in mei na de winter bloeien. Van veel koolsoorten eten we die jonge bladeren, zoals bij boerenkool. Bij witte, groen en rode kool eten

we de enorme bladknop in dat rozet.

Bijzonder

Kolen zijn winterhard omdat hun wilde voorouders in deze regio groeien en het vermogen hebben om antivries aan te maken om vorstschade tegen te gaan. Dat antivries maken kolen in de vorm van suikers. Daarom wordt boerenkool pas na de eerst nachtvorst gegeten: dan zit er gewoon een zachtere zoete smaak aan. Om in september geoogste boerenkool in de vriezer te doen helpt dus niet, want de plant heeft een paar dagen nodig om die suikers aan te maken als hij de koude voelt aankomen. Bij spruiten is die zoete smaak nog sterker. Als je ze in de winter klaarmaakt net na het oogsten zijn ze echt zoet. Terwijl de bittere smaak die veel kinderen tegenstaat bij spruiten ontstaat doordat ze in de herfst machinaal geoogst worden en dan ’geconditioneerd’ worden opgeslagen. Tijdens die opslag worden die suikers gaande weg opgesoupeerd. Kolen bevatten een stof die preventief werkt tegen kanker.

Waar

Wilde kool kont oorspronkelijk uit zuid en west Europa in kalkrijke gebieden. Zeekool groeit langs de kust. Veredelde koolsoorten groeien overal op akkers en in groentetuinen.

 harslakzwambovenkantpaddenstoelenHarslakzwam16 feb 2019februari

Harslakzwam, 16 feb 2019

 harslakzwambovenkant

Bij het werken kwam er deze week uit het gras een gigantische paddenstoel tevoorschijn. Hij woog ca 5 kilo en was aan de bovenkant diep en veel gelobd. Aan de onderkant zat hij met 2 stelen in de grond (Niet in een stam). De hele onderkant bestond uit buisjes en dus niet uit plaatje zoals de meeste paddenstoelen. Het meest opvallende aan deze reus, behalve zijn grootte was dat de hele bovenkant glimmend kastanjebruin was. Het leek wel een kruising tussen een biefstukzwam en een platte tonderzwam. Omdat het ook een nogal zeldzame soort betrof kostte het wel enige moeite en tijd om op de soort naam te komen. Het bleek een Harslakzwam. De vruchtlichamen van de lakzwammen zijn breed gelobd en hechten zich aan boomstammen. Vaak leven ze als parasiet tot de boom afsterft, waarna

verder leen van het dode hout. Sommige lakzwammen zijn zwakteparasieten, wat wil zeggen dat ze voornamelijk op verzwakte boomsoorten groeien. Het geslacht dankt zijn naam aan het feit dat het oppervlak van veel soorten gelakt lijkt ( foto).

Bijzonder

Lakzwammen kunnen op tal van boomsoorten groeien zoals Els, Berk, Beuk en Eik, toch zijn ze betrekkelijk zeldzaam. Sinds meer dan 3.000 jaar worden ze gebruikt in de Chinese geneeskunde. Omdat de zwammen ook in Azië zeldzaam zijn, mochten ze alleen gebruikt worden om de keizer en mensen van adel te genezen. Pas sinds een jaar of 30 slaagt men erin om lakzwammen te kweken. Lakzwammen bevatten ganodermazuren: deze zorgen voor een verlaging van het cholesterolgehalte in het bloed. De zwammen bezitten ook verschillende stoffen die het immuunsysteem versterken en de groei van tumoren verhinderen. En men vond een stof die de bloedvaten verwijdt.

Wereldwijd zijn 80 soorten bekend, waarvan 3 in Nederland: de gesteelde lakzwam, de waslakzwam en de harslakzwam

 groothoefbladplantenGroot Hoefblad3 feb 2019februari

Groot Hoefblad, 3 feb 2019

 groothoefblad

Door de sneeuw af en toe en de temperaturen rond nul graden hebben veel mensen het idee dat er buiten niets gebeurt en blijven ze rond de kachel hangen zowel in huis als op het werk. Dat is jammer want er is een permante cyclus aan de gang in de natuur van planten en dieren die hun tijd en plaats zo zoeken dat ze geen of minder last hebben van concurrenten. Over die ontwikkelingen in de natuur bestaat zelfs een heuse wetenschap met de naam Fenologie: Harry Potter fans zouden dit vertalen als de leer van het verschijnselen. Bekende wintersoorten die nu al bloeien zijn sneeuwklokjes, winterakonieten en wilde krokussen. Weinig mensen weten dat er wel 1100 soorten sneeuwklokjes bestaan en dat de grote sneeuwklok al rond kerst bloeit. Een soort die al in november bloeit en bij kerstrozen hoort is het stinkend nieskruid. In De Heimanshof zeggen we daarom wel eens dat ons voorjaar in november begint en eindigt in oktober.

Van de echte kruiden is longkruid meestal de eerste bloeier (en dat is dus geen ‘nog-bloeier’ zoals dag koekoeksbloem, madeliefje of beemdkroon, die pas stoppen met bloeien als ze dood vriezen).Maar dit jaar werd longkruid op achterstand gezet door het Groot Hoefblad.

Bijzonder

Groot Hoefblad kan alleen bestaan als er ook een Klein Hoefblad bestaat. Groot Hoefblad bloeit nu al en heeft roze bloemen. Klein hoefblad bloeit meestal ergens in maart en heeft gele bloemen. Bij beide bloemen komen de bladeren pas na de bloemen. Die van Groot Hoefblad bladeren kun je als een paraplu gebruiken en hebben stelen van meer dan een meter. Vele mensen verwarren ze met rabarber. Maar dat is een lid van de zuring familie waarvan je de stelen kunt eten. Dat zou ik niet aanraden bij Groot Hoefblad.

Waar

Zowel Groot als Klein Hoefblad hebben wortelstokken en houden van zonnige plekken Daarbij heeft Groot Hoefblad een voorkeur voor meer vochtige voedselrijke terreinen, bv slootoevers en klein hoefblad is een echte pionier die ook op voedsel arme zandvlaktes en bouw terreinen massaal op kan komen.

 lenteklokjebomenLenteklokje17 feb 2018februari

Lenteklokje, 17 feb 2018

 lenteklokje

Lenteklokje

Hoewel het nog winter zou moeten zijn, is het in de natuur al volop voorjaar. De vroege sneeuwklok is zelfs al uitgebloeid en is bezig zaad te maken, de gewone sneeuwklokken bloeien massaal, net als de winterakonieten en afgelopen week zijn ook de wilde en de grootbloemige krokussen massaal in bloei gegaan. Al deze soorten zijn wel bekend en maken het een lust voor het oog om naar buiten te gaan. Maar er zijn nog veel meer soorten die nu in bloei komen en die de moeite van het ontdekken waard zijn. Een daarvan is een van mijn favorieten: het lenteklokje. Hoewel de soort officieel ergens verwant is aan de narcis, doet hij een aan een grote sneeuwklok denken. Z’n bladeren zijn niet blauwgroen zoals bij de meeste sneeuwklokjes, maar donkergroen en z’n bloem is niet zo samengedrukt langwerpig maar staat breed uit (foto). Ook het lenteklokje is een stinsenplant die uiteen bolletje groeit waardoor

hij op reserve stoffen kan teren en minder van de warmte van de zon afhankelijk is om te groeien.

Bijzonder

Het lenteklokje heeft 1 verwante soort: het zomerklokje wat in mei bloeit en graag heel vochtig staat. Het is bijna een moerasplant. Het lenteklokje wordt 20-30 cm hoog en heeft 1 bloem per bloeistengel, maximaal 2 en het zomerklokje kan wel 60 cm hoog worden en heeft verschillende bloemen per bloei stengel. Hoewel het lenteklokje heet, bloeit deze soort in de winter in februari. Z’n bloem is fraai en bestaat uit 6 bloembladen, waarvan er 3 eigenlijk kelkbladen zijn, maar die zijn niet van de kroonbladen te onderscheiden. En elke bloemblad heeft een maanvormige groene vlek.

Waar

Het lenteklokje groeit in de strooisellaag van bossen en het liefst op voedselrijke en ietwat vochtige plekken. Oorspronkelijk kwam het ook in Nederland als wilde soort voor, maar dat is al lang verleden tijd. Maar als stinsenplant in landgoederen en in natuurtuinen is hij hier en daar wel te vinden. In de Heimanshof bloeit hij op dit moment massaal.

In Midden Europa komt de soort nog wel in het wild voor.

 knikkendnagelkruidplantenKnikkend Nagelkruid3 feb 2018februari

Knikkend Nagelkruid, 3 feb 2018

 knikkendnagelkruid

In Nederland komen 2 soorten nagelkruid voor: geel nagelkruid en knikkend nagelkruid. De reden voor deze column is dat hoewel knikkend nagelkruid in mei tm juli hoort te bloeien hij op een aantal plaatsen vol in bloei staat midden inde winter (foto).Het heeft zoals de naam aangeeft een bloem die naar beneden hangt, maar het zaadbolletje wat daaruit groeit, richt zich omhoog. Die zaadbolletjes (bij beide soorten) zijn voorzien van talloze haakvormige puntjes waardoor ze zich makkelijk via kleren en in dierenvachten verspreiden. Beide soorten hebben jaarrond groene bladeren en zijn dus ook in de winter decoratief. Als ze door de klimaatverandering ook nog jaarrond gaan bloeien is dat een extra reden om zuinig met knikkend nagelkruid om te gaan.

Bijzonder

Nagelkruiden ontlenen hun naam aan het feit dat hun wortels indien

gedroogd de geur en smaak van kruidnagelen hebben en ook een sterk geneeskrachtige werking. Helaas is knikkend nagelkruid een soort die ernstig bedreigd is en de afgelopen 25 jaar tot 25-50 % is afgenomen. Uit eigen ervaring weet ik dat geel nagelkruid een zeer algemene en bijna onuitroeibare soort is in tuin, bossen en zelfs spoordijken. Dus als u een experiment met nagelkruidwortel wilt doen is de wortel van geel nagelkruid de ideale kandidaat. De medicinale werkingen van nagelkruid is zo groot dat het Benedictuskruid of gezegend kruid werd genoemd. Het werkt versterkend bij het hart, in de spijsvertering, maar ook desinfecterend en pijnstillend en kan aan wijn een prettige geur en smaak toevoegen. In verband met de sterke werking is het aan te raden geen enkel gebruik te overdrijven en nooit langer dan een paar weken achtereen te laten duren.

Waar

Knikkend Nagel kruid houdt van zonnige stand plaatsen in vochtige, voedsel rijke bossen, liefst met kwel. Het is een kenmerkende soort van een bostype met vogelekers en haagbeuken. Geel Nagelkruid staat overal in de Haarlemmermeer in bossen, langs wegen, in tuinen en tussen bestrating op beschaduwde plekken.

 roderenkakkerlakinsectenRode ren kakkerlak28 feb 2017februari

Rode ren kakkerlak, 28 feb 2017

 roderenkakkerlak

Bij flora en fauna denk je meestal aan inheemse planten. Maar met al ons gereis over de wereld, die steeds kleiner lijkt te worden, slepen we vaak lifters mee. Sommige daarvan zijn een verrijking, bv de halsbandparkiet en andere soorten worden minder gewaardeerd. Kakkerlakken horen bij die laatste categorie. De Duitse kakkerlak is een soort die in deze streken al meer dan 150 jaar voorkomt. Er zijn wereldwijd bijna 5000 soorten kakkerlakken bekend. Verreweg de meeste soorten daarvan leven buiten in de strooisellaag en houden zich nuttig bezig met het verteren van oude biomassa. Van een 20-tal soorten is bekend dat ze zich tot een plaag kunnen ontwikkelen. Dat gebeurt meestal in niet optimaal hygiënische omstandigheden die mensen zelf creëren. Zo woonde ik ooit in Mozambique tegen over flats die door ‘niet aan steden aangepaste’ plattelanders waren ‘gekraakt’.

Zij kweekten mais in de badkuip en gooiden de stortkokers vol met rotzooi.Toen wij terug verhuisden naar Nederland moesten we eerst 20.000 kakkerlakken opruimen, die vanuit die flats bij ons ingetrokken waren. Deze week vond iemand een rode renkakkerlak (3 cm) in z’n huis (Floriande). Deze soort leeft normaliter buiten in de strooisellaag en komt uit het verre oosten .

Bijzonder

De rode renkakkerlak kan op papier worden gekweekt (dat hij eet) als voer voor reptielen in terraria of in een vakantie koffer mee gelift zijn.. De snelheid van hun voortplanting hangt af van de temperatuur en het voedselaanbod. Een vrouwelijke kakkerlak draagt ongeveer dertig kakkerlakjes in een eipakket op het lichaam die na 3 à 5 weken worden afgezet. Kakkerlakken zijn nachtdieren die vooral op geur afgaan die ze met hun grote antennes kunnen ruiken. Ze kunnen snel lopen en hebben een karakteristiek afgeplat lichaam dat heel klein of 8 cm groot kan zijn.

Waar

In Nederland leven een 5-tal geïntroduceerde soorten, die zich vaak in vochtige huizen kunnen handhaven. Ze leven van schimmel en oude biomassa, waaronder papier.

 Koraal_zwamgroenwordendepaddenstoelenGroenwordende Koraal zwam15 feb 2017februari

Groenwordende Koraal zwam, 15 feb 2017

 Koraal_zwamgroenwordende

De meeste paddenstoelen vind je in nazomer en herfst, maar het hele jaar door zijn er soorten te vinden. En niet alleen de leerachtige of houtige soorten zodat ze maanden of jaren lang mee gaan, zoals elfenbankjes, platte tonderzwammen of berkendoders. Typische winterpaddenstoelen zijn ook judasoren en fluweelpootje (beide soorten eetbaar). Maar afgelopen week vonden we op De Heimanshof wel een heel bijzondere soort: Eentje die we nooit in de Haarlemmermeer verwacht hadden omdat ze vooral op arme zandgronden plegen voor te komen: een lid van de zeer fraaie familie van de Koraal zwammetjes. Er zijn ca 18 soorten koraalzwammen bekend in Nederland, waarvan de meest soorten fraaie gele, oranje, roze en witte kleuren hebben. Landgoed Elswout in Haarlem is bv beroemd onder padden stoelenkenners vanwege de kleurenpracht van

beukenkoraalzwammetjes in roze, oranje en geel. Maar in de sneeuw stond de Groenwordende Koraalzwam ( foto).

Bijzonder

Koraalzwammen zijn onmiskenbaar in hun vorm. Vanuit het mycelium in de grond sturen zij een dicht ‘bos’ van al of niet rechte kolommetjes omhoog. De meest soorten zijn tussen de 5 en de 15 cm hoog. Sommige soorten zijn eetbaar, ander zoals de fraaie Koraalzwam zijn niet eetbaar. De groenwordendekoraalzwam begint met een vuil witte kleur en wordt zoals zijn naam als zegt, naarmate hij ouder wordt, duidelijk een groene kleur te krijgen. De vele kolommetje waaruit de paddenstoel bestaat, vergroot de oppervlakte enorm. Omdat de sporen in kleine poriën in dat oppervlak geproduceerd worden, kan hij veel meer sporen produceren. Andere soorten zoals de judasoor, de kluifjeszwam of de kelkzwammen vergroten hun oppervlakte door lobben te vormen. De groenwordende koraalzwam is plaatselijk algemeen, maar de soort neemt zo sterk af dat hij op de rode lijst van bedreigde soort is op genomen.

Waar

Deze soort groeit op de strooisellaag van vooral naaldbomen en soms ook van loofbomen zoals de meeste soorten Koraalzwammen.