bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Waterhoen, 2 jan 2021

 waterhoen

Het hele jaar brengen waterhoentjes paarsgewijs door aan oevers en in rietvelden, maar in de winter clusteren ze samen aangevuld met wintergasten uit Oost en Centraal Europa en zwermen ze uit over weilanden en graslanden en komen dan ook tot in tuinen. De nachten brengen ze dan samen door in bomen, soms wel met 8-12 bij elkaar. Ze hebben het in de winter duidelijk zwaar. Voor de duidelijkheid: een waterhoentje is geen meerkoet. Meerkoeten zijn veel talrijker en beter bestand tegen de vorst. Ze zijn zwart met een witte snavel en bles en waterhoentjes zijn groen op hun rug en grijs op hun buik met een rode snavel en bles(foto). Een ander verschil is dat meerkoeten zwemvliezen hebben en waterhoentjes niet. Het zijn namelijk ralachtigen. Hun lange tenen zijn geschikt om tussen gras en riet strengels in moerassen te lopen. Sluipen eerder.

Bijzonder

Waterhoentjes

zijn de meest algemene soort van de familie der ralachtigen. Rallen zijn schuwe verborgen levende vogels van rietlanden en moerassen. De waterral is een nauwe verwant, net als het porseleinhoen, het klein en kleinst waterhoen en de kwartelkoning. Allemaal onbekende verborgen levende soorten. Met 35.000 paar is de waterhoen de ambassadeur van de rallenfamilie, die bijna overal leeft waar riet en oevers voorkomen, ook in de stad. In de winter zijn ze het mees talrijk omdat de vogels van continentaal Europa vluchten voor de winterkoude en in West-Europa overwinteren. De stand van de waterhoentjes gaat langzaam achteruit. Bedreigd zijn ze nog niet, maar in koude winters sterven er veel en het machinaal schonen van water partijen en het verdrogen van moerassen zijn oorzaken dat hun aantal langzaam maar zeker steeds afneemt.

Waar

Waterhoentjes komen wereldwijd voor in natte biotopen, moerassen en bij oevers met riet en oeverplanten. Er zijn 6 ondersoorten. Ze zijn afwezig in droge en arctische streken. Overal in de Haarlemmermeer zijn ze aan te treffen in en buiten de bebouwde kom.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 9 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 kruisspinmetprooiinsectenKruisspin (3)20 okt 2013oktober

Kruisspin (3), 20 okt 2013

 kruisspinmetprooi

De kruisspin is een groot deel van het leven bezig met het bouwen van een web. Het web is vergelijkbaar met dat van andere wielwebspinnen. Deze spinnenfamilie bouwt een vierkant frame met een spiraalvormige vangdraad in het midden. Deze wordt ondersteund door een aantal draden die van het frame naar het midden van het web lopen waardoor ze doen denken aan spaken. Het web in zijn geheel lijkt hierdoor op een fietswiel waaraan de naam van de spinnen te danken is.

Het web raakt gemakkelijk beschadigd en snel vervuild. Bovendien drogen de draden snel uit, zodat het web iedere dag vervangen moet worden. Dit duurt ongeveer 20 minuten. Ook na iedere vangst moet het web gerepareerd worden, omdat een spartelend prooidier het web beschadigt. De kruisspin bouwt het web op enige hoogte

boven de bodem in struiken en lagere takken van bomen.

Het web is bedoeld om kleine en grotere vliegende insecten te vangen. Bekende prooien zijn vliegen en muggen, wespen en bijen maar ook grotere insecten zoals vlinders worden gegeten. Heel kleine prooien, zoals bladluizen, worden genegeerd. Zodra een prooi het web invliegt, wordt de spin gealarmeerd door de trillingen in de zogenaamde signaaldraden. De spin wikkelt deze snel in een spinselpakket (foto). Pas daarna wordt een beet toegediend die de prooi verlamt. De ingepakte prooi wordt dan uit het web gehaald en in een schuilplaats opgegeten. In de zomer van het tweede levensjaar zijn de wijfjes zo groot dat ze een web van ongeveer 60 cm doorsnede maken. Vooral bij vochtige weersomstandigheden zijn de webben duidelijk te zien doordat ze bedekt zijn met dauwdruppels. Het grootste deel van de volwassen spinnen overleeft de eerste nachtvorst niet.

De voornaamste vijanden van de kruisspin zijn insectenetende vogels, die de spin uit het web plukken. Er zijn ook spinnensoorten die alleen op andere spinnen jagen en hen in hun eigen web aanvallen. Daarnaast zijn kruisspinnen kannibalen en eten ze kleinere soortgenoten.

 kruisspinbabies1insectenKruisspin (2)20 okt 2013oktober

Kruisspin (2), 20 okt 2013

 kruisspinbabies1

De paring is voor een mannetje een hachelijke zaak. De vrouwtjes blijven in hun web terwijl de mannetjes op zoek gaan. Hij laat weten dat hij geen prooi is door trillingen te maken in het web van het vrouwtje. De paring van spinnen is uitwendig. Het mannetje heeft aan de monddelen een ballonnetje. Dit heeft een pipet-achtige werking zodat sperma kan worden opgezogen en later in het vrouwelijke geslachtsorgaan kan worden afgegeven. De geslachtsdelen van het mannetje en het vrouwtje passen exact in elkaar. Als het ballonetje is gevuld, wordt het als een spermapakketje ingebracht.

Na de bevruchting wordt het sperma opgeslagen in een speciaal kamertje. Het vrouwtje heeft een eileider waar de eicellen worden bevrucht en de eieren worden gevormd. Hierbij zwelt het achterlichaam enorm op. De eitjes worden afgezet in een cocon.

Het aantal eitjes varieert met de grootte van het vrouwtje van enige tientallen tot honderden. Als de cocon af is, wordt

deze voorzien van pluizige spinseldraden ter bescherming. De cocon wordt de eerste tijd bewaakt door het vrouwtje. De cocons worden in de herfst afgezet op verborgen plekken in planten en zien er uit als een pluk watten met in het midden de gelige eitjes (foto 1). Het vrouwtje stopt met jagen en sterft korte tijd nadat haar eiercocon is afgezet. De eieren overwinteren; in de lente komen de jonge spinnetjes tevoorschijn, ze hebben een kenmerkende gele kleur. (foto 2).

Jonge kruisspinnen verspreiden zich als het nest wordt verstoord, om enige tijd later weer samen te komen. Ze leven de eerste 7-10 dagen van het voedsel in hun dooier. Daarna klimmen ze zo hoog mogelijk in een plant en spinnen een lange draad. Deze draad wordt door de wind opgepakt en neemt de jonge spin mee de lucht in. Zo verspreiden de kleine spinnetjes zich door de lucht en kunnen ze honderden meters of kilometers verder terechtkomen. Spinnen zijn hierdoor vaak de eerste kolonisatoren van nieuwe geïsoleerde (bv vulkanische) eilanden.

 kruisspinbabies2

 kruisspin1insectenKruisspin (1)7 okt 2013oktober

Kruisspin (1), 7 okt 2013

 kruisspin1

De kruisspin is in tegenstelling tot veel andere spinnen geen schuwe soort, maar eentje die vaak midden in het web zit en moeilijk over het hoofd is te zien.

De naam is te danken aan de op een kruis gelijkend patroon op het achterlijf (foto).

Bij spinnen zien mannetjes en vrouwtjes er totaal anders uit. Vrouwtjes worden 12-17 mm, exclusief poten, terwijl mannetjes ongeveer 5 -10 mm worden. Als spinnen nog jong zijn, verschillen de mannetjes en wijfjes niet veel van elkaar. Na verloop van tijd groeien de wijfjes harder dan de mannetjes. In de zomer van hun 2e levensjaar, als de wijfjes volwassen worden, groeien ze zeer snel. Mannetjes hebben naar verhouding langere poten maar een veel kleiner achterlijf dan een vrouwtje. Vooral vrouwtjes die eieren dragen, hebben een opvallend dik achterlijf.

Wat direct opvalt aan de spin zijn de vier paar lange harige poten. De haartjes dienen om trillingen te voelen. Het lichaam van de spin bestaat uit het achterlijf en het gefuseerde kopborststuk. Een kruisspin heeft 8 puntogen: 4 aan de voorzijde en 2x 2 opzij. In tegenstelling tot insecten die samengestelde facetogen hebben, bestaan spinnenogen uit een enkele structuur met ieder een eigen lens.

Onder de kop bevinden zich 2 paar kaken. De bovenkaken zijn voorzien van klauw-achtige structuren en bevatten een gifkanaal. De spin neemt voedsel op door eerst verteringssappen in de prooi te brengen en deze vervolgens weer op te zuigen.

Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben 3 paar spintepels. Dit zijn de uitscheidingsorganen waarmee het spinnenweb wordt gebouwd, maar waarmee ook prooien en eicocons worden omwikkeld. De spintepels kunnen verschillende soorten draden produceren; stevige en niet-kleverige draden om het frame van het web te maken en de eitjes te voorzien van een beschermende laag.

Aan het einde van de zomer is de kruisspin volwassen. Eenmaal volwassen maken de spinnen veel grotere webben dan jonge spinnen, waardoor ze goed opvallen.

 berkenboleetpaddenstoelenBerkenboleet27 okt 2012oktober

Berkenboleet, 27 okt 2012

 berkenboleet

De modder-race in de Groene Weelde heeft zijn sporen achtergelaten. Een deel van het parcours liep dwars door de door MEERGroen beheerde orchideeënweide en zelfs dwars over de door ons aangelegde ringslangen broedhoop. Enigszins gealarmeerd ben ik gaan kijken hoe groot de schade was. Het leek er op dat de modderfiguren weinig oog hadden voor ecologische pareltjes. Gelukkig waren de ringslangen-eieren al uitgekomen en zijn de meeste orchideeën al weer ondergronds gegaan. De controletocht leverde (zoals meestal) wel een onverwachte verrassing op. Tientallen soorten paddenstoelen, waarvan de berkenboleet de leukste was. In de Haarlemmermeer heb ik al eekhoorntjesbrood, kastanjeboleet en inktboleet gevonden, maar dit was een nieuwe boletensoort. Boleten zijn bekend uit de keuken omdat bijna alle soorten eetbaar en smakelijk zijn. Het zijn vaak forse exemplaren die meer dan een

kilo per stuk kunnen wegen en in goede staat tientallen euro’s/kilo kunnen opbrengen.

Bijzonder

In Nederland komt een 30-tal soorten boleten voor, waarvan alleen al de berkenboleet een stuk of tien ondersoorten of variëteiten kent, zoals zwarte, de witte en de oranje berkenboleet. De berkenboleet heeft zich gespecialiseerd in het leveren van diensten aan berken. Op dezelfde manier zijn er ook elzen, populieren, eiken en kastanjeboleten. Bv het eekhoorntjesbrood is minder soortspecifiek en groeit bij eiken, lindes, andere loof- en zelfs naaldbomen.

Waar

De nauwe band van de boleten met bomen gaat verder dan dat ze er vlak bij groeien. Ze hebben een intense en wederzijds voordelige relatie. De boleten vormen dichte netten van zwamdraden om de wortels van een specifieke soort of een groep van boomsoorten en wisselen onderling voedsel uit. De bomen leveren suikers of zetmeel en de boleten maken mineralen en water beschikbaar uit de grond waar de boom zelf niet bij kan. Deze symbiose stelt hen beiden in staat op voedselarme of droge plaatsen te groeien waar dat anders niet lukt.

 plattetonderzwampaddenstoelenPlatte tonderzwam19 okt 2012oktober

Platte tonderzwam, 19 okt 2012

 plattetonderzwam

Platte tonderzwam Op onze zoektocht naar monumentale bomen troffen we op een van de oudste en meest indrukwekkende bomen van de polder ook een serie indrukwekkende paddenstoelen aan. Het betreft de 180-250 jaar oude beuk op het terrein van gemaal Buitenkaag (de bronnen zijn niet duidelijk). De platte tonderzwam is een veeg teken. Net als de reuzenzwam van vorige week tast deze zwam het kernhout van de boom aan en veroorzaakt witrot, waarbij zowel lignine als cellulose afgebroken wordt. Op den duur zal de boom het afleggen tegen de schimmel, maar dit proces kan tientallen jaren duren. De tonderzwammen kunnen via een beschadiging de boom binnendringen, leven tientallen jaren als parasiet in en op de boom en leven als de boom dood is nog door tot hij helemaal verteerd is. De tonderzwammen van deze boom zitten helemaal aan de voet (zie foto) en dat

wijst op ’slordig’ maaiwerk in het verre verleden.

Bijzonder

De meeste paddenstoelensoorten komen snel op als het hun tijd is en zijn even snel weer verteerd. De groep waartoe de tonderzwammen behoord is letterlijk uit ander ’hout’ gesneden. De zwammen verhouten en vormen meerjarige vruchtlichamen waar elk jaar een nieuwe rand aan groeit. Deze vruchtlichamen (tot 50 cm) produceren in grote hoeveelheden sporen in buisjes die bijna alleen met een loep te zien zijn. De tonderzwammen ontlenen hun naam aan het feit dat zijn in vermalen (en voorbewerkte) vorm het brandbare en smeulende poeder vormden in tondeldozen, waarmee de mens zich behielp voor de opkomst van lucifers. Ook Ötzi, de 5300 jaar oude ijsmummie uit de Alpen, had een stuk tonderzwam bij zich. Het tot poeder slaan van tonderzwammen levert als bijproduct een soort vilt op, waar in midden en Zuid- Oost Europa hoeden van gemaakt worden.

Waar

De platte tonderzwam is een van de meest voorkomende zwakteparasieten, die een langzame dood garandeert van vele boomsoorten, die door ouderdom of beschadigingen weinig weerstand hebben. De soort komt met name veel op beuken voor.

 reuzenzwampaddenstoelenReuzenzwam13 okt 2012oktober

Reuzenzwam, 13 okt 2012

 reuzenzwam

In het Oude Buurtje van Hoofddorp, werd ik attent gemaakt op een bijzonder fraai exemplaar van een indrukwekkende paddenstoel: de reuzenzwam. Deze groeide op een beuk van ca 100 jaar oud in de buurt van bejaardenhuis Horizon. Net als een elfenbankje bestaat deze soort uit horizontale "flappen" die aan de onderkant vol zitten met buisjes waar sporen uit komen. De reuzenzwam heeft dus geen lamellen zoals veel "gewone"paddenstoelen onder hun hoed hebben. Er kunnen vele "flappen" boven elkaar zitten, die allemaal uit hetzelfde punt groeien, maar het meest indrukwekkende is, dat ze met gemak 40- 80cm en soms wel 200 cm breed kunnen worden. Deze reuzenzwam was nog volop in de groei en de grootste "flappen"waren ca 50 cm in omvang (foto). Kenmerkend voor de reuzenzwam is dat verschillende bundels zwammen op de stam en op de wortels rond de boom groeien.

Bijzonder

Het effect van een reuzenzwam op de boom heet witrot: een lichtgekleurde vermolming van het kernhout.

Over een aantal jaren kan de boom daardoor hol worden. De meningen zijn verdeeld over het feit of dit de ondergang van de boom kan betekenen. De zwam tast nl alleen vooral het niet functionele kernhout van de boom aan en niet het levende hout aan de buitenkant. Sommigen stellen dat de holle pilaar van een aangetaste boom beter in staat is (b.v. stormen) te overleven, dan een massieve stam. De reuzenzwam is niet de lekkerste paddenstoel omdat hij licht zuur smaakt, maar wordt bv in Japan wel gegeten, vooral de jonge exemplaren. Kenmerkend voor de reuzenzwam is dat hij bij aanraken of beschadigen snel zwart kleurt. De reuzenzwam produceert veel sporen. In zijn meest productieve fase van een maand of 5, soms wel 5 miljoen per minuut. Die kunnen als een soort mist of stof worden waargenomen.

Waar

Reuzenzwammen groeien altijd aan de voet van hardhout loofboomsoorten zoals eik, beuk, iep e.d. en soms op naaldbomen. Ze komen in het hele noordelijk halfrond voor in de gematigde streken.

 reuzenzwam2

 gewonefopzwampaddenstoelenGewone Fopzwam6 okt 2012oktober

Gewone Fopzwam, 6 okt 2012

 gewonefopzwam

Met alle regen van de afgelopen tijd zijn we volop in de paddenstoelentijd terecht gekomen. Graag attendeer ik u op de eindeloze variatie aan paddenstoelen die er buiten te vinden zijn. Deze week graag uw aandacht voor een vrij kleine soort, die soms massaal tussen het gras op voedselarme grond te vinden is. De hoeden waren ca 3-5 cm in doorsnede en de hoogte van de steel was 5-8 cm. Ik vond er een paar duizend (!) tussen de wilgen- en berkenopslag in de orchideeënkuil op het Groene Carré langs de N201 ten oosten van de Hoofdvaart. Het paddenstoeltje viel op door zijn grote aantallen, maar ook de opvallend prettig roze kleur van de hoed. Zijn curieuze naam is de Gewone Fopzwam. Er bestaan ook andere fopzwamsoorten, nl de prachtig violette Amethist zwam (of rode kool zwam), de gekroesde fopzwam, de geschubde fopzwam en zo zijn er nog wel een paar. Deze zwammen heten fopzwammen

omdat ze een i.t.t. andere soorten een zeer grote variatie in hun uiterlijk kunnen vertonen. Dat geldt zowel voor de kleur en voor de vorm. Onze fopzwammen hadden een roze-rode kleur en een diepe kuil in het midden van de hoed, maar er zijn ook bijna bruine soorten die een bolle hoed hebben.

Bijzonder

De misvatting dat de meeste paddenstoelen giftig zouden zijn is gunstig voor het voortbestaan van de zeldzamere soorten, maar klopt niet. Heel veel paddenstoelen zijn juist eetbaar, wat niet wil zeggen dat ze altijd zo lekker zijn als eekhoorntjesbrood. Ook in het geval van onze Fopzwam geldt dit. Met name het hoedje van deze soort is goed eetbaar. Door zijn kleine omvang geldt dat je er wel wat moet voor moet doen om er een maaltijd voor bij elkaar te zoeken. Maar ja: als er duizenden staan - Mij smaakten ze wel.

Waar

Fopzwammen zijn niet alleen lastig te determineren op hun uiterlijk. Ook hebben ze een onduidelijk voorkeursbiotoop. Ze komen voor in droge heide en bosbiotopen maar ook zoals in ons geval in een vrij drassige kuil. Zolang de grond maar niet te voedselrijk is.

 zadelzwampaddenstoelenZadelzwam4 okt 2012oktober

Zadelzwam, 4 okt 2012

 zadelzwam

In september is de buitentemperatuur nog tegen de 20 graden en begint de hoeveelheid neerslag toe te nemen. Dat zijn ideale omstandigheden voor slakken, bacteriën en schimmels die de in de zomer opgebouwde biomassa te lijf gaan. In deze periode waarin de groeikracht van verse groene planten afneemt, is het afbraakproces van bladeren, hout en humus op zijn hevigst. Het meest zichtbare kenmerk daarvan is, dat er overal paddenstoelen opduiken. Paddenstoelen zijn de zichtbare bovengrondse voortplantingsorganen van de schimmeldraden die zich onder de grond of in hout bevinden. Er zijn inmiddels 6000 soorten schimmels ontdekt in Nederland. Een bijzonder opvallende soort (zie foto) viel op langs de Hoofdvaart west tussen Lijnden en Hoofddorp. Hij groeide in een 100-jarige kastanjeboom die er duidelijk niet beter van werd. Het was een zadelzwam waarvan drie bundels met een oppervlakte van

een grote waaiervormige pannenkoek uit de stam staken. Er zijn 4 hoofdgroepen van paddenstoelen: soorten waarvan de sporen aan lamellen onder de hoed groeien, soorten waarvan de sporen in buisjes onder de hoed groeien, soorten waarvan de sporen op de oppervlakte van een gewelfde hoed groeien en bolvormige stuifzwammen waarvan de inhoud van de paddenstoel geheel in sporen uit elkaar valt. De zadelzwam behoort bij de buisjesvormende groep. Een opvallend kenmerk zijn de donkerbruine schubben die bij jonge exemplaren in concentrische cirkels op de hoed zitten (inzet)

Bijzonder

De zadelzwam is een van de grootste soorten in Nederland en leeft op hout van loofbomen, met een bijzondere voorkeur voor iep en beuk. Hij vormt zowel in het voorjaar als in de herfst nieuwe vruchtlichamen. De paddenstoel ruikt melig en is eetbaar zolang hij niet verhout is.

Waar

De zadelzwam groeit zowel op dood hout, maar kan zich via een boomwond ook nestelen in een levende boom als parasiet. Bij deze kastanje was dat gebeurt en de kastanje gaat dat niet overleven. De zadelzwam is een algemene soort in Nederland.

 beemdkroonmetknautiabijplantenBeemdkroon29 okt 2011oktober

Beemdkroon, 29 okt 2011

 beemdkroonmetknautiabij

Met het korten van de dagen en het dalen van de temperatuur wordt het aantal bloeiende planten steeds minder. Maar er blijven altijd soorten die bloeien. Deze week een soort, die onze bermen met fraaie lila bloemen kan kleuren van juni tot aan de vorst. Beemdkroon of Knautia is een soort die in De Heimanshof massaal voorkomt, maar die landelijk als rode lijstsoort beschouwd wordt omdat hij zo snel in aantal af aan het nemen is. Die afname wordt geweten aan vermesting en verzuring van onze bermen. Beemdkroon is een plant uit de kaardenbolfamilie. Dat is te zien aan de zaadbollen waarop net als bij kaardenbollen naaldjes staan op elk zaadje in het zaadhoofd. Ook de bladeren maken met als bij de kaardenbollen een kommetje waar water in kan blijven staan, maar dan veel minder indrukwekkend dan de halve liter die in een echte kaardenbol-bladoksel kan blijven staan.

Beemdkroon is een vaste plant, wordt 50-100 cm hoog en geeft bladeren die onderaan gaafrandig en bovenaan diep ingesneden zijn. Er bestaat een verwante beemdkroonsoort, waarvan de bladeren allemaal ongedeeld zijn. Ook deze staat in De Heimanshof. Beemdkroon heeft een vertakte wortelstok en soms ook uitlopers.

Bijzonder

De bloemen bevatten veel nectar waar zowel dagvlinders als honingbijen en hommels op af komen. Er is zelfs een solitaire bij, de Knautiabij die speciaal afhankelijk is van deze plant(zie foto). Ook deze bij staat inmiddels op de Rode lijst van bedreigde soorten. Ook de knautiawespbij, wordt op deze plant gezien. Deze wespbij parasiteert weer op de knautiabij. De oude latijnse naam Scabiosa van beemdkroon heeft betrekking op het gebruik van de plant als middel tegen schurft.

Waar

Beemdkroon houdt van zonnige plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke, kalkhoudende grond. De soort groeit in bermen, in hooiland, bosranden, binnenduinen en langs spoorwegen en komt voor in Europa en West-Azië.De soort komt buiten De Heimanshof sporadisch voor in de polder.

 groenestinkwantsgrootinsectenGroene Stinkwants (2)26 okt 2011oktober

Groene Stinkwants (2), 26 okt 2011

 groenestinkwantsgroot

Dit is het vervolg van de column van vorige week.

Waar

andere insecten zich vaak zoveel mogelijk proberen te verstoppen wordt de groene stinkwants vaak zonnend op bladeren aangetroffen. De stinkstof die bij gevaar wordt uitgescheiden is zeer moeilijk afwasbaar en kan door volwassen wantsen en nimfen worden afgescheiden. De druppel kan blaren veroorzaken als ze in de mondholte terechtkomt. De wants laat een typische weeïge geur achter op bezochte plantendelen zoals bramen, waardoor de soort als schadelijk wordt gezien. Van wantsen is bekend dat ze niet alleen stoffen uitscheiden om vijanden af te weren, maar ook om het lichaam vrij te houden van schimmels en bacteriën. Ook de stinkstof heeft componenten met bacteriedodende eigenschappen en stoffen die bacteriële voortplanting tot stilstand brengen. De merel is een van de weinige natuurlijke vijanden. Deze vogels leren gaandeweg dat ze de wantsen in een keer moeten doorslikken om de afscheiding van hun afweerstof

voor te zijn. Ook roofwantsen zijn een vijand. Zij hebben net als de groene stinkwants een zuigsnuit, maar zuigen hiermee lichaamssappen op. De wants wordt ook belaagd door insecten uit andere insectengroepen, zoals vliegen die als larve andere insecten van binnenuit opeten.

Waar

De wants leeft op verschillende soorten waardplanten, waaronder kruiden als brandnetel en distels, struiken b.v. uit de rozenfamilie en bomen zoals hazelaar en zwarte els. Van al deze soorten is de hazelaar favoriet. In landen waar op grote schaal hazelnoten commercieel worden geteeld, wordt de wants als een plaaginsect beschouwd. De wants onttrekt voedingsstoffen aan de noot wat tot beschadiging leidt en de noten onverkoopbaar maakt. Ook aan vruchten zuigt de groene stinkwant: van o.a. appel, braam, framboos en peer. De groene stinkwants is een soort die voorkomt in grote delen van Europa, het noorden van Afrika en in de meer gematigde delen van Azië. In Nederland is hij algemeen in alle delen van het land.

 groenestinkwant1snymfen

 groenestinkwant1snymfeninsectenGroene Stinkwants (1)15 okt 2011oktober

Groene Stinkwants (1), 15 okt 2011

 groenestinkwant1snymfen

Bij het plukken van bramen (dat kan tot ver in oktober als je de plant vanaf augustus systematisch oogst) vielen er overal groene wantsen van de bladeren en vruchten. Het waren stinkwantsen. De groene stinkwants is een planteneter die zijn steeksnuit in de groene delen van planten prikt en de sappen opzuigt. De naam stinkwants, slaat op de smerig ruikende substantie die uit klieren aan de zijkant van het borststuk worden afgescheiden ter verdediging. De groene stinkwants heeft net als alle schildwantsen de vorm van een (wapen)schild. De soort wordt 12-14 mm en de sexen zijn identiek. Wantsen en ook bv sprinkhanen kennen een onvolledige gedaanteverwisseling waarbij de onvolwassen dieren (nymfen) vleugelloos zijn maar al op de ouderdieren lijken. Andere insecten, zoals vliegen kennen

een volledige gedaanteverwisseling met een wormachtige larve, die na de laatste vervelling een popstadium krijgt waarna ze in één keer veranderen naar het volwassen insect. De nimf van de groene stinkwants doorloopt 5 stadia, met telkens een vervelling ertussen. Opmerkelijk is dat ieder nimfstadium een eigen bouw maar ook kleurpatroon heeft (zie foto). Bij de paring lopen de identiek uitziende partners met de achterlijven tegen elkaar een tijdje rond. Bij de meeste andere insecten klimt het mannetje op het vrouwtje en is zo te herkennen. De groene stinkwants produceert ongeveer 100 eitjes.

Bijzonder

De stinkwants leeft van plantensappen die met de steeksnuit worden opgezogen. Hierdoor wordt schade aangericht aan gewassen en bovendien krijgen de planten een typische "wantsengeur". De groene stinkwants kan van kleur veranderen. Vlak voor de winterslaap kleurt de wants bruin om in de lente weer groen te worden. Met hun normale groene kleur zouden ze te veel opvallen in de scheuren in bomen waar ze overwinteren. Dit was het eerste deel over de stinkwants. Volgende week het 2e deel.

 tronkenbij3insectenTronkenbij (3)9 okt 2011oktober

Tronkenbij (3), 9 okt 2011

 tronkenbij3

Door een olieachtige uitscheiding kleven de kaken van de tronkenbij niet vast aan de hars die ze verzamelen. Oude hars wordt opnieuw gebruikt. Ook verzamelen ze nieuwe hars of stelen die bij de buurvrouw. Stuifmeel en nectar worden bijna alleen verzameld op planten met een hartje met gele buisbloempjes, zoals gele ganzenbloem, kruiskruiden e.d.(zie foto) Tronkenbijen verzamelen stuifmeel op een speciale manier. Het zijn zgn "buikschuivers", die stuifmeel tussen haren op hun buik verzamelen i.t.t. honingbijen en hommels die stuifmeel in klompjes aan hun achterpoten verzamelen. Buikschuivers slaan in hoog tempo met hun achterlijf op de meeldradenbuisjes, zodat het stuifmeel vanzelf tussen de haren terecht komt. Intussen zuigen ze enkele bloemtjes verder nectar op. Door deze manier van stuifmeel verzamelen, zijn ze zeer effectieve bestuivers. Alleen vrouwtjes verzamelen stuifmeel voor hun broed en mannetjes hebben dan ook geen buikharen. De tronkenbij

heeft een aantal gespecialiseerde parasieten: De gewone tubebij is een koekoeksbij, die haar eieren in nesten van tronkenbijen legt en om die reden erg op de tronkenbij lijkt. De kleine knotswesp is altijd te vinden in de buurt van de nesten van tronkenbijen. Net als de hongerwespen (een soort sluipwesp) liggen ze vaak op enkele centimeters afstand van de nestingang plat tegen het hout gedrukt, te wachten op een goede gelegenheid. Al deze parasieten zijn tussen de tronkenbijen op de bloemen in de buurt aan te treffen. Daar herkennen deze hen niet als rovers. Pas als ze binnendringers bij thuiskomst verrassen, worden die er met de kaken uitgetrokken. Ook mannetjes van tronkenbijen doen onbewust wel mee aan het verkleinen van de kansen voor parasieten, door hun zeer fanatieke patrouilles voor de nestgangen. Dat is mogelijk een van de redenen dat dit voor de vrouwtjes lastige gedrag toch evolutionair voordeel oplevert. Ik wens u veel plezier met het bestuderen van activiteit rond insectenhotels.

 tronkenbij3b