bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

hondskruid, 25 jul 2020

 hondskruid1

Hondskruid klinkt niet echt aantrekkelijk. Toch zit er achter deze naam een fascinerend verhaal. Hondskruid is nl een orchidee. En niet zo maar 1. Bij orchideeën denken veel mensen aan tropische orchideeën die je in de winkel kunt kopen. Maar ook in Nederland komen ca 70 soorten orchideeën voor. En daarbij denken de meest mensen dan aan Limburg, want op de kalk van Limburg komen zo’n 60 soorten voor. Wat meestal niet bekend is, is dat in onze ‘kale landbouwpolder’ die steeds meer met woningen en kantoren wordt gevuld misschien wel meer orchideeën voorkomen dan in Limburg. Nog pas 2 weken geleden heb ik een fietstocht langs een veld met ca 1 miljoen orchideeën gehouden. Tot op heden hebben we in de Haarlemmermeer 14 soorten gevonden. Dat komt omdat we een oude waddenbodem hebben, waar nog schelpen (kalk) inzit, de oude zandbanken zijn voedselarm en

beetje brakke kwel helpt ook. Van die 14 soorten is hondskruid een van de zeldzaamste.

Bijzonder

De eerste plant werd een jaar of 10-15 gelden ontdekt in Beukenhorst aan de kruisweg. Die werd geplukt. Een jaar of 8 gelden verscheen er 1 ook in Beukenhorst aan de Kagertocht, die na 2 jaar werd ook werd geplukt. Nu is er een heel veldje gevonden in het Groene Carre Zuid. De plek werd ontdekt en gefotografeerd door Ruud Luntz, Waarvoor dank.

Helaas is in 2017 aan de meeste orchideeën de status van beschermde soort ontnomen. Dat kwam project ontwikkelaars beter uit en onze overheid luistert ‘goed’ naar de samenleving.

Waar

Hondskruid houdt van zonnige plekken op zand-, leem- of kleibodem. Het komt voor rond de middellandse zee en in Europa tot Noord-Duitsland, Schotland, en Ierland. In Nederland is de plant zeer zeldzaam en komt voor in Zuid-Limburg, Zeeland, in de duinen bij Wijk aan Zee en Noordwijk aan Zee en in het westen van het land op opgespoten braakliggende industrieterreinen. Wellicht door de klimaatverandering is de soort aan een gestage opmars bezig. Dat is dus ook in onze polder te merken.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 9 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 plattetonderzwampaddenstoelenPlatte tonderzwam19 okt 2012oktober

Platte tonderzwam, 19 okt 2012

 plattetonderzwam

Platte tonderzwam Op onze zoektocht naar monumentale bomen troffen we op een van de oudste en meest indrukwekkende bomen van de polder ook een serie indrukwekkende paddenstoelen aan. Het betreft de 180-250 jaar oude beuk op het terrein van gemaal Buitenkaag (de bronnen zijn niet duidelijk). De platte tonderzwam is een veeg teken. Net als de reuzenzwam van vorige week tast deze zwam het kernhout van de boom aan en veroorzaakt witrot, waarbij zowel lignine als cellulose afgebroken wordt. Op den duur zal de boom het afleggen tegen de schimmel, maar dit proces kan tientallen jaren duren. De tonderzwammen kunnen via een beschadiging de boom binnendringen, leven tientallen jaren als parasiet in en op de boom en leven als de boom dood is nog door tot hij helemaal verteerd is. De tonderzwammen van deze boom zitten helemaal aan de voet (zie foto) en dat

wijst op ’slordig’ maaiwerk in het verre verleden.

Bijzonder

De meeste paddenstoelensoorten komen snel op als het hun tijd is en zijn even snel weer verteerd. De groep waartoe de tonderzwammen behoord is letterlijk uit ander ’hout’ gesneden. De zwammen verhouten en vormen meerjarige vruchtlichamen waar elk jaar een nieuwe rand aan groeit. Deze vruchtlichamen (tot 50 cm) produceren in grote hoeveelheden sporen in buisjes die bijna alleen met een loep te zien zijn. De tonderzwammen ontlenen hun naam aan het feit dat zijn in vermalen (en voorbewerkte) vorm het brandbare en smeulende poeder vormden in tondeldozen, waarmee de mens zich behielp voor de opkomst van lucifers. Ook Ötzi, de 5300 jaar oude ijsmummie uit de Alpen, had een stuk tonderzwam bij zich. Het tot poeder slaan van tonderzwammen levert als bijproduct een soort vilt op, waar in midden en Zuid- Oost Europa hoeden van gemaakt worden.

Waar

De platte tonderzwam is een van de meest voorkomende zwakteparasieten, die een langzame dood garandeert van vele boomsoorten, die door ouderdom of beschadigingen weinig weerstand hebben. De soort komt met name veel op beuken voor.

 reuzenzwampaddenstoelenReuzenzwam13 okt 2012oktober

Reuzenzwam, 13 okt 2012

 reuzenzwam

In het Oude Buurtje van Hoofddorp, werd ik attent gemaakt op een bijzonder fraai exemplaar van een indrukwekkende paddenstoel: de reuzenzwam. Deze groeide op een beuk van ca 100 jaar oud in de buurt van bejaardenhuis Horizon. Net als een elfenbankje bestaat deze soort uit horizontale "flappen" die aan de onderkant vol zitten met buisjes waar sporen uit komen. De reuzenzwam heeft dus geen lamellen zoals veel "gewone"paddenstoelen onder hun hoed hebben. Er kunnen vele "flappen" boven elkaar zitten, die allemaal uit hetzelfde punt groeien, maar het meest indrukwekkende is, dat ze met gemak 40- 80cm en soms wel 200 cm breed kunnen worden. Deze reuzenzwam was nog volop in de groei en de grootste "flappen"waren ca 50 cm in omvang (foto). Kenmerkend voor de reuzenzwam is dat verschillende bundels zwammen op de stam en op de wortels rond de boom groeien.

Bijzonder

Het effect van een reuzenzwam op de boom heet witrot: een lichtgekleurde vermolming van het kernhout.

Over een aantal jaren kan de boom daardoor hol worden. De meningen zijn verdeeld over het feit of dit de ondergang van de boom kan betekenen. De zwam tast nl alleen vooral het niet functionele kernhout van de boom aan en niet het levende hout aan de buitenkant. Sommigen stellen dat de holle pilaar van een aangetaste boom beter in staat is (b.v. stormen) te overleven, dan een massieve stam. De reuzenzwam is niet de lekkerste paddenstoel omdat hij licht zuur smaakt, maar wordt bv in Japan wel gegeten, vooral de jonge exemplaren. Kenmerkend voor de reuzenzwam is dat hij bij aanraken of beschadigen snel zwart kleurt. De reuzenzwam produceert veel sporen. In zijn meest productieve fase van een maand of 5, soms wel 5 miljoen per minuut. Die kunnen als een soort mist of stof worden waargenomen.

Waar

Reuzenzwammen groeien altijd aan de voet van hardhout loofboomsoorten zoals eik, beuk, iep e.d. en soms op naaldbomen. Ze komen in het hele noordelijk halfrond voor in de gematigde streken.

 reuzenzwam2

 gewonefopzwampaddenstoelenGewone Fopzwam6 okt 2012oktober

Gewone Fopzwam, 6 okt 2012

 gewonefopzwam

Met alle regen van de afgelopen tijd zijn we volop in de paddenstoelentijd terecht gekomen. Graag attendeer ik u op de eindeloze variatie aan paddenstoelen die er buiten te vinden zijn. Deze week graag uw aandacht voor een vrij kleine soort, die soms massaal tussen het gras op voedselarme grond te vinden is. De hoeden waren ca 3-5 cm in doorsnede en de hoogte van de steel was 5-8 cm. Ik vond er een paar duizend (!) tussen de wilgen- en berkenopslag in de orchideeënkuil op het Groene Carré langs de N201 ten oosten van de Hoofdvaart. Het paddenstoeltje viel op door zijn grote aantallen, maar ook de opvallend prettig roze kleur van de hoed. Zijn curieuze naam is de Gewone Fopzwam. Er bestaan ook andere fopzwamsoorten, nl de prachtig violette Amethist zwam (of rode kool zwam), de gekroesde fopzwam, de geschubde fopzwam en zo zijn er nog wel een paar. Deze zwammen heten fopzwammen

omdat ze een i.t.t. andere soorten een zeer grote variatie in hun uiterlijk kunnen vertonen. Dat geldt zowel voor de kleur en voor de vorm. Onze fopzwammen hadden een roze-rode kleur en een diepe kuil in het midden van de hoed, maar er zijn ook bijna bruine soorten die een bolle hoed hebben.

Bijzonder

De misvatting dat de meeste paddenstoelen giftig zouden zijn is gunstig voor het voortbestaan van de zeldzamere soorten, maar klopt niet. Heel veel paddenstoelen zijn juist eetbaar, wat niet wil zeggen dat ze altijd zo lekker zijn als eekhoorntjesbrood. Ook in het geval van onze Fopzwam geldt dit. Met name het hoedje van deze soort is goed eetbaar. Door zijn kleine omvang geldt dat je er wel wat moet voor moet doen om er een maaltijd voor bij elkaar te zoeken. Maar ja: als er duizenden staan - Mij smaakten ze wel.

Waar

Fopzwammen zijn niet alleen lastig te determineren op hun uiterlijk. Ook hebben ze een onduidelijk voorkeursbiotoop. Ze komen voor in droge heide en bosbiotopen maar ook zoals in ons geval in een vrij drassige kuil. Zolang de grond maar niet te voedselrijk is.

 zadelzwampaddenstoelenZadelzwam4 okt 2012oktober

Zadelzwam, 4 okt 2012

 zadelzwam

In september is de buitentemperatuur nog tegen de 20 graden en begint de hoeveelheid neerslag toe te nemen. Dat zijn ideale omstandigheden voor slakken, bacteriën en schimmels die de in de zomer opgebouwde biomassa te lijf gaan. In deze periode waarin de groeikracht van verse groene planten afneemt, is het afbraakproces van bladeren, hout en humus op zijn hevigst. Het meest zichtbare kenmerk daarvan is, dat er overal paddenstoelen opduiken. Paddenstoelen zijn de zichtbare bovengrondse voortplantingsorganen van de schimmeldraden die zich onder de grond of in hout bevinden. Er zijn inmiddels 6000 soorten schimmels ontdekt in Nederland. Een bijzonder opvallende soort (zie foto) viel op langs de Hoofdvaart west tussen Lijnden en Hoofddorp. Hij groeide in een 100-jarige kastanjeboom die er duidelijk niet beter van werd. Het was een zadelzwam waarvan drie bundels met een oppervlakte van

een grote waaiervormige pannenkoek uit de stam staken. Er zijn 4 hoofdgroepen van paddenstoelen: soorten waarvan de sporen aan lamellen onder de hoed groeien, soorten waarvan de sporen in buisjes onder de hoed groeien, soorten waarvan de sporen op de oppervlakte van een gewelfde hoed groeien en bolvormige stuifzwammen waarvan de inhoud van de paddenstoel geheel in sporen uit elkaar valt. De zadelzwam behoort bij de buisjesvormende groep. Een opvallend kenmerk zijn de donkerbruine schubben die bij jonge exemplaren in concentrische cirkels op de hoed zitten (inzet)

Bijzonder

De zadelzwam is een van de grootste soorten in Nederland en leeft op hout van loofbomen, met een bijzondere voorkeur voor iep en beuk. Hij vormt zowel in het voorjaar als in de herfst nieuwe vruchtlichamen. De paddenstoel ruikt melig en is eetbaar zolang hij niet verhout is.

Waar

De zadelzwam groeit zowel op dood hout, maar kan zich via een boomwond ook nestelen in een levende boom als parasiet. Bij deze kastanje was dat gebeurt en de kastanje gaat dat niet overleven. De zadelzwam is een algemene soort in Nederland.

 beemdkroonmetknautiabijplantenBeemdkroon29 okt 2011oktober

Beemdkroon, 29 okt 2011

 beemdkroonmetknautiabij

Met het korten van de dagen en het dalen van de temperatuur wordt het aantal bloeiende planten steeds minder. Maar er blijven altijd soorten die bloeien. Deze week een soort, die onze bermen met fraaie lila bloemen kan kleuren van juni tot aan de vorst. Beemdkroon of Knautia is een soort die in De Heimanshof massaal voorkomt, maar die landelijk als rode lijstsoort beschouwd wordt omdat hij zo snel in aantal af aan het nemen is. Die afname wordt geweten aan vermesting en verzuring van onze bermen. Beemdkroon is een plant uit de kaardenbolfamilie. Dat is te zien aan de zaadbollen waarop net als bij kaardenbollen naaldjes staan op elk zaadje in het zaadhoofd. Ook de bladeren maken met als bij de kaardenbollen een kommetje waar water in kan blijven staan, maar dan veel minder indrukwekkend dan de halve liter die in een echte kaardenbol-bladoksel kan blijven staan.

Beemdkroon is een vaste plant, wordt 50-100 cm hoog en geeft bladeren die onderaan gaafrandig en bovenaan diep ingesneden zijn. Er bestaat een verwante beemdkroonsoort, waarvan de bladeren allemaal ongedeeld zijn. Ook deze staat in De Heimanshof. Beemdkroon heeft een vertakte wortelstok en soms ook uitlopers.

Bijzonder

De bloemen bevatten veel nectar waar zowel dagvlinders als honingbijen en hommels op af komen. Er is zelfs een solitaire bij, de Knautiabij die speciaal afhankelijk is van deze plant(zie foto). Ook deze bij staat inmiddels op de Rode lijst van bedreigde soorten. Ook de knautiawespbij, wordt op deze plant gezien. Deze wespbij parasiteert weer op de knautiabij. De oude latijnse naam Scabiosa van beemdkroon heeft betrekking op het gebruik van de plant als middel tegen schurft.

Waar

Beemdkroon houdt van zonnige plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke, kalkhoudende grond. De soort groeit in bermen, in hooiland, bosranden, binnenduinen en langs spoorwegen en komt voor in Europa en West-Azië.De soort komt buiten De Heimanshof sporadisch voor in de polder.

 groenestinkwantsgrootinsectenGroene Stinkwants (2)26 okt 2011oktober

Groene Stinkwants (2), 26 okt 2011

 groenestinkwantsgroot

Dit is het vervolg van de column van vorige week.

Waar

andere insecten zich vaak zoveel mogelijk proberen te verstoppen wordt de groene stinkwants vaak zonnend op bladeren aangetroffen. De stinkstof die bij gevaar wordt uitgescheiden is zeer moeilijk afwasbaar en kan door volwassen wantsen en nimfen worden afgescheiden. De druppel kan blaren veroorzaken als ze in de mondholte terechtkomt. De wants laat een typische weeïge geur achter op bezochte plantendelen zoals bramen, waardoor de soort als schadelijk wordt gezien. Van wantsen is bekend dat ze niet alleen stoffen uitscheiden om vijanden af te weren, maar ook om het lichaam vrij te houden van schimmels en bacteriën. Ook de stinkstof heeft componenten met bacteriedodende eigenschappen en stoffen die bacteriële voortplanting tot stilstand brengen. De merel is een van de weinige natuurlijke vijanden. Deze vogels leren gaandeweg dat ze de wantsen in een keer moeten doorslikken om de afscheiding van hun afweerstof

voor te zijn. Ook roofwantsen zijn een vijand. Zij hebben net als de groene stinkwants een zuigsnuit, maar zuigen hiermee lichaamssappen op. De wants wordt ook belaagd door insecten uit andere insectengroepen, zoals vliegen die als larve andere insecten van binnenuit opeten.

Waar

De wants leeft op verschillende soorten waardplanten, waaronder kruiden als brandnetel en distels, struiken b.v. uit de rozenfamilie en bomen zoals hazelaar en zwarte els. Van al deze soorten is de hazelaar favoriet. In landen waar op grote schaal hazelnoten commercieel worden geteeld, wordt de wants als een plaaginsect beschouwd. De wants onttrekt voedingsstoffen aan de noot wat tot beschadiging leidt en de noten onverkoopbaar maakt. Ook aan vruchten zuigt de groene stinkwant: van o.a. appel, braam, framboos en peer. De groene stinkwants is een soort die voorkomt in grote delen van Europa, het noorden van Afrika en in de meer gematigde delen van Azië. In Nederland is hij algemeen in alle delen van het land.

 groenestinkwant1snymfen

 groenestinkwant1snymfeninsectenGroene Stinkwants (1)15 okt 2011oktober

Groene Stinkwants (1), 15 okt 2011

 groenestinkwant1snymfen

Bij het plukken van bramen (dat kan tot ver in oktober als je de plant vanaf augustus systematisch oogst) vielen er overal groene wantsen van de bladeren en vruchten. Het waren stinkwantsen. De groene stinkwants is een planteneter die zijn steeksnuit in de groene delen van planten prikt en de sappen opzuigt. De naam stinkwants, slaat op de smerig ruikende substantie die uit klieren aan de zijkant van het borststuk worden afgescheiden ter verdediging. De groene stinkwants heeft net als alle schildwantsen de vorm van een (wapen)schild. De soort wordt 12-14 mm en de sexen zijn identiek. Wantsen en ook bv sprinkhanen kennen een onvolledige gedaanteverwisseling waarbij de onvolwassen dieren (nymfen) vleugelloos zijn maar al op de ouderdieren lijken. Andere insecten, zoals vliegen kennen

een volledige gedaanteverwisseling met een wormachtige larve, die na de laatste vervelling een popstadium krijgt waarna ze in één keer veranderen naar het volwassen insect. De nimf van de groene stinkwants doorloopt 5 stadia, met telkens een vervelling ertussen. Opmerkelijk is dat ieder nimfstadium een eigen bouw maar ook kleurpatroon heeft (zie foto). Bij de paring lopen de identiek uitziende partners met de achterlijven tegen elkaar een tijdje rond. Bij de meeste andere insecten klimt het mannetje op het vrouwtje en is zo te herkennen. De groene stinkwants produceert ongeveer 100 eitjes.

Bijzonder

De stinkwants leeft van plantensappen die met de steeksnuit worden opgezogen. Hierdoor wordt schade aangericht aan gewassen en bovendien krijgen de planten een typische "wantsengeur". De groene stinkwants kan van kleur veranderen. Vlak voor de winterslaap kleurt de wants bruin om in de lente weer groen te worden. Met hun normale groene kleur zouden ze te veel opvallen in de scheuren in bomen waar ze overwinteren. Dit was het eerste deel over de stinkwants. Volgende week het 2e deel.

 tronkenbij3insectenTronkenbij (3)9 okt 2011oktober

Tronkenbij (3), 9 okt 2011

 tronkenbij3

Door een olieachtige uitscheiding kleven de kaken van de tronkenbij niet vast aan de hars die ze verzamelen. Oude hars wordt opnieuw gebruikt. Ook verzamelen ze nieuwe hars of stelen die bij de buurvrouw. Stuifmeel en nectar worden bijna alleen verzameld op planten met een hartje met gele buisbloempjes, zoals gele ganzenbloem, kruiskruiden e.d.(zie foto) Tronkenbijen verzamelen stuifmeel op een speciale manier. Het zijn zgn "buikschuivers", die stuifmeel tussen haren op hun buik verzamelen i.t.t. honingbijen en hommels die stuifmeel in klompjes aan hun achterpoten verzamelen. Buikschuivers slaan in hoog tempo met hun achterlijf op de meeldradenbuisjes, zodat het stuifmeel vanzelf tussen de haren terecht komt. Intussen zuigen ze enkele bloemtjes verder nectar op. Door deze manier van stuifmeel verzamelen, zijn ze zeer effectieve bestuivers. Alleen vrouwtjes verzamelen stuifmeel voor hun broed en mannetjes hebben dan ook geen buikharen. De tronkenbij

heeft een aantal gespecialiseerde parasieten: De gewone tubebij is een koekoeksbij, die haar eieren in nesten van tronkenbijen legt en om die reden erg op de tronkenbij lijkt. De kleine knotswesp is altijd te vinden in de buurt van de nesten van tronkenbijen. Net als de hongerwespen (een soort sluipwesp) liggen ze vaak op enkele centimeters afstand van de nestingang plat tegen het hout gedrukt, te wachten op een goede gelegenheid. Al deze parasieten zijn tussen de tronkenbijen op de bloemen in de buurt aan te treffen. Daar herkennen deze hen niet als rovers. Pas als ze binnendringers bij thuiskomst verrassen, worden die er met de kaken uitgetrokken. Ook mannetjes van tronkenbijen doen onbewust wel mee aan het verkleinen van de kansen voor parasieten, door hun zeer fanatieke patrouilles voor de nestgangen. Dat is mogelijk een van de redenen dat dit voor de vrouwtjes lastige gedrag toch evolutionair voordeel oplevert. Ik wens u veel plezier met het bestuderen van activiteit rond insectenhotels.

 tronkenbij3b

 tronkenbij2metstuifmeelenharsinsectenTronkenbij (2)2 okt 2011oktober

Tronkenbij (2), 2 okt 2011

 tronkenbij2metstuifmeelenhars

Mannetjes tronkenbijen overvallen de vrouwtjes als die landen bij hun nestgang. Na een 1e paring weert het vrouwtje hen meestal af. Zolang de mannen leven, blijven ze met grote energie deze enige levenstaak verrichten. Ze slapen meestal bij elkaar in lege gangen. Tronkenbijen hebben een kenmerkende manier om hun nestjes te maken. Daarvoor zoeken de vrouwtjes bestaande gangen van 2,5 tot 7 mm doorsnee. Dat kan zijn in dakriet, kevergangen in dood hout en ook boorgangen in insectenhotels. Ze maken oude nesten schoon en blijven trouw terugkomen op hun geboorteplek of dicht daarbij. Een deel van de populatie zwermt uit, want ze bezetten ook snel nieuwe nestmogelijkheden op andere plaatsen. In een gang wordt eerst van hars een vertikaal wandje gemaakt, vaak niet meer dan 1 mm

dik (zie foto van bij met hars en stuifmeel). Daar tegenaan wordt stuifmeel gebracht, dat bij de volgende binnenkomst wordt bevochtigd met nectar. Dan volgt weer een laag stuifmeel, dat wordt bevochtigd met nectar. Op deze manier ontstaat een "bijenbroodje", dat vrijwel altijd geel is. Als de voedselvoorraad voldoende is, wordt er een ei in de laatst gemaakte verticale wand gestoken. De bijen kennen maar één generatie per jaar en per vrouwtje worden er vaak niet meer dan 8 eitjes gelegd. Dat betekent dat hun manier van voortplanten ecologisch heel veilig is, anders werden er wel veel meer jongen grootgebracht. Bijzonder is, dat veel van de tronkenbijen vooruit lijken te denken. Als ze hars binnenbrengen voor een celwand, stippen ze vaak met kleine druppeltjes al de plekjes aan waar de volgende celwanden moeten komen. Ze weten dus al tevoren hoe lang ze die zullen maken. De laatste celwand is meestal meer dan een cm van de voorkant van de gang gelegen, waarna de gang helemaal aan de voorkant met een harsprop van 5 mm dik wordt verzegeld. Gewoonlijk worden er kleine steentjes, houtpulp en soms ook wel strootjes of stokjes in vastgelijmd als "wapening".

 maisbuilenbrandstengelgrootplantenMaisbuilenbrand31 okt 2010oktober

Maisbuilenbrand, 31 okt 2010

 maisbuilenbrandstengelgroot

De natuur is een oneindige bron van variatie en fascinatie. Als ´doorgewinterde´ ecoloog, dacht ik dat ik alles wel eens gezien zou hebben. Maar deze week viel ik weer eens van mijn stoel van een vreemde uitwas op een maïsplant. Deze bult of buil bleek maisbuilenbrand te zijn, een van de vele brandschimmelsoorten. Brandschimmels zijn schimmels met een ingewikkelde levenscyclus, die een groot deel van hun leven onopgemerkt binnen de waardplant leven. Hun levenscyclus kent wel 7 verschillende fasen, waarvan er enkele 1 set chromosomen hebben en andere fasen met een gewone dubbele set per celkern. Hoewel builenbrand alle delen van de plant kan aantasten, tast het vooral snel delend weefsel aan, zoals de kolf. Via de stijl dringt de schimmel het vruchtbeginsel binnen, waarna een tumor of woekering optreedt vergelijkbaar met paddenstoelen (zie foto).

Bijzonder

Builenbrand is een zwakteparasiet en tast alleen beschadigde en/of verzwakte planten

aan. B.v bij droogte ontstaan scheurtjes in de maisplant waardoor de brandschimmel kan binnendringen. Na infectie ontstaat builenbrand: grijsachtige builen, omgeven door een vlies. Dit vlies barst na enige tijd open, zodat grote aantallen ´brand´sporen vrijkomen (die op roet lijken). Deze sporen zijn niet giftig, al kunnen er op de builen wel andere schimmels groeien, die dat wel kunnen zijn. Uit proeven blijkt, dat voeren aan vee van ingekuilde snijmais met veel (maar minder dan 30 %) builenbrand geen duidelijke problemen geeft voor diergezondheid, vruchtbaarheid en melkproductie. De schimmel vreet wel het zetmeel op, waardoor de voederwaarde afneemt. In Mexico worden de aangetaste, onrijpe kolven als een delicatesse gegeten. De kolven worden voor dit doel 2-3 weken na infectie geoogst en daarna gekookt.

Waar

Maisbuilenbrand komt alleen op mais voor. De kans op aantasting is groter op lichte zandgronden en op percelen, waar elk jaar mais wordt verbouwd. De gemelde gevallen kwamen uit een perceel bij Burgerveen.

 maiscombi

 wezelgrootkleine dierenWezel23 okt 2010oktober

Wezel, 23 okt 2010

 wezelgroot

Het wezeltje is algemener dan andere roofdieren zoals de bunzing, de hermelijn of de vos, die al eerder gemeld en behandeld zijn in deze column. Het heeft ruim 4 jaar geduurd voor er een wezelmelding binnenkwam. Dat gebeurde vorige week toen (waarschijnlijk) een kat in Lisserbroek een wezeltje doodde. Wezels zijn volledig carnivoor, met een sterke specialisatie op woelmuizen. Andere voedselbronnen zijn jonge konijnen, vogels, eieren, kikkers en insecten.

Bijzonder

De wezel is het kleinste roofzoogdier ter wereld. Een vrouwtjeswezel weegt met 35 gram nog minder dan een veldmuis. Mannetjes worden 50- 70 gram. Als wezels jagen, achtervolgen ze prooien tot in hun hol. De dieren moeten ongeveer 1/3 van hun lichaamsgewicht aan voedsel per dag eten en ze zijn daarom ook dag en nacht op jacht. Door

hun geringe lichaamsgrootte en hoge stofwisseling verliezen ze veel warmte en isoleren ze hun hol met veren en pluis. De dieren leven in principe solitair, behalve in de paartijd en in de periode dat de wat grotere jongen samen met hun moeder op jacht gaan. Mannetjesterritoria zijn groter en overlappen met die van verschillende vrouwtjes. De grootte van de territoria hangt af van de muizenstand. Bij mannetjes van 1- 25 ha, bij vrouwtjes van 1 -7 ha. Het gemiddeld aantal jongen is 6, maar kan wel eens het dubbele zijn. In sommige jaren volgt een tweede worp. De jongen zijn al na 3 maanden geslachtsrijp. Per volwassen vrouwtje kunnen er wel 30 nakomelingen per jaar geboren worden. Hoewel wezels 5-6 jaar oud kunnen worden, worden ze meestal niet ouder dan 1 jaar. Nogal wat dieren komen om als verkeersslachtoffer of worden gedood door grotere roofdieren. Huiskatten zijn geduchte wezel-doders.

Waar

Het voorkomen van wezels is gebonden aan de aanwezigheid van woelmuizen en niet aan een bepaald type biotoop. Wezels leven in het hele Noordelijke halfrond, zowel in stedelijke gebieden als op het platteland. Graag ontvang ik meldingen van andere wezels in de polder.

 wilgenhaantjeinsectenWilgenhaantje16 okt 2010oktober

Wilgenhaantje, 16 okt 2010

 wilgenhaantje

Kleine Populierenhaan

De Heimanshof heeft inmiddels met de gemeente en Recreatieschap Spaarnwoude 6 ha aan bloemenweides in beheer rond Ravensbos, in Floriande, bij het insectenpad, in de Fruittuinen en op het Groene Carré Zuid. Deze bloemenweides moeten om volgend jaar weer te bloeien, voor 15 oktober weer losgewoelde grond krijgen. De wilgenaanplant in het verlaagde eerste gedeelte van het Groene Carré leek er bij mijn werkbezoeken steeds minder vitaal bij te staan. Bijna alle bladeren vielen weg en dat kwam niet door de herfst, meldde prof. Ernst, mijn vaste steun en toeverlaat voor moeilijke insectenvragen. Het kwam door de kleine populierenhaan, een soort wilgenhaantje. Zowel de larven als de volwassen kevers van deze soort, eten in groepen van het blad van de wilg of populier. Net als het rozemarijngoudhaantje

van vorige week behoort het wilgenhaantje tot de ´goudhaantjes´.

Bijzonder

De meeste goudhaantjes eten van een bepaalde groep planten. Veel Nederlandse namen wijzen hierop: aspergehaantje, elzenhaantje, zuringhaantje enz. Kevers die slechts één plantengeslacht eten, worden monofaag genoemd. Soms gaat dit zover dat de kevers eerder sterven dan een andere plant eten! Het merendeel eet echter van meerdere plantengeslachten. Deze kevers (waaronder de kleine populierenhaan) worden oligofaag genoemd. Zowel de voorkeur om eieren te leggen, als de mogelijkheid om de plant te kunnen eten, zijn genetisch in de kever vastgelegd. De kevers kunnen de afweerstoffen van hun waardplanten opslaan en zijn daardoor zelf giftig worden voor roofdieren. Opvallend gekleurd zijn, heeft daarom een belangrijke afschrikkende functie. Meestal geldt dat blauw meer voorkomt in bos en een goudkleur meer in het open veld.

Waar

De waardplanten van wilgenhaantjes komen vooral voor bij water en staan vaak periodiek in het water. De wilgenhaantjes zijn van oorsprong Europese soorten die zich sinds de ijstijden over een groot deel van de wereld verspreid hebben.