bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Woudaapje, 30 aug 2019

 woudaap2

Ik woon naast langs de Geniedijk en houd sinds 1996 het Oude Dr Nanningazwembad ( 1935-1975) bij als groentetuin, heemtuin en cultuurhistorisch monument. Dit plekje is sowieso een ecologisch paradijsje met snoeken van meer dan een meter en de ijsvogel, groene specht, vleermuizen, libellen, roofvogels en nog veel meer als smaakmakers. Maar afgelopen week had ik er tot 2 x toe een wel zeer bijzondere ervaring. Een vrouwtje woudaap (foto) schoot op 2 verschillende dagen uit de oever tussen de bosjes vandaan en bleef in een geval wel 10 minuten op een paal midden in het water zitten. Inmiddels is deze dame verder getrokken, maar het zou goed kunnen dat er een broedgeval van de woudaap geweest is in bv de Groene Weelde. Het woudaapje is de kleinste reigerachtige die in Nederland voorkomt. Net groter dan een waterhoentje. De laatste keer dat ik een Woudaap

had gezien was in 1968!

Bijzonder

In die tijd waren er landelijk naar schatting nog 250 broedparen. Inmiddels is dat schrikbarend afgenomen tot niet meer dan 20 paren, verdeeld over heel het land en staat de soort hier als ernstig bedreigd in de boeken. Internationaal is het nog niet zo ernstig. Waarom deze soort niet geprofiteerd heeft van de drooglegging van de Flevopolders en de Oostvaardersplassen is niet bekend. De genoemde aantallen kunnen een onderschatting zijn, want het woudaapje leeft zeer verscholen. Zijn naam komt deels van zijn roep die een beetje klinkt als ‘wouw’, maar hij leeft ook in een moerasbos (‘woud’) waar hij zo handig als een aapje door de takken en de rietstengels klautert! Het mannetje woudaap is itt tot het bruin gestreepte vrouwtje ( schutkleur) een stuk opvallender met zwart en witte tekening die op de rug bijna roze is.

Waar

De woudaap broedt in Europa, West- en zuidelijk Azië, Afrika in rietmoerassen en zoetwateroevers. Vogels die in de gematigde klimaatzone van Europa en Azië broeden, trekken ′s winters naar het zuiden. Vogels die in de tropen broeden, zijn standvogel.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 8 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 bbuxusmotvlindersBuxusmot6 okt 2016oktober

Buxusmot, 6 okt 2016

 bbuxusmot

De natuur is permanent in beweging en in ontwikkeling. De laatste tijd speelt de mens daar een belangrijke rol is. Al honderden jaren introduceren we bewust planten en dieren die we overal op de wereld tegen komen, het zij als voeding- of siergewas of huisdier. En met het massale reizen, wat de mondiale economie met zich mee heeft gebracht, is dat is dat de laatste 20-30 jaar eufemistisch gezegd, niet minder geworden. Regelmatig blijken soorten die we van ver weg mee nemen zich tot een plaag te ontwikkelen. Iedereen kent wel voorbeelden zoals de nijlgans, de tijgermug, en de waterhyacint bv. De meeste tuinplanten zijn ook exoten. Een bekende tuinplant is het buxus struikje. Rond 2006 is met een zending buxusstruikjes uit China de busxusmot in Duitsland verzeild geraakt. En die mot of nachtvlinder is in een flink tempo Europa aan het veroveren (Duitsland 2006, Zwitserland en Nederland 2007, Engeland 2008, Frankrijk en Oosten

rijk in 2009, Italië 2013.Dennemarken 2013) . Vorige maand is deze mot ook voor het eerst in de Haarlemmermeer waargenomen en gefotografeerd door Lou vd Linden, die mij regel matig verrast met bijzonderheden.

Bijzonder

De Buxus mot maakt 2-3 generaties per jaar. Vraat aan de bladeren begint binnen in de struik. Daardoor wordt een aantasting vaak pas (te ) laat ontdekt als de grotere rupsen in steeds sneller tempo een struik ontbladeren. In zijn natuurlijke gebied heeft de soort natuurlijke vijanden, die de ontwikkeling van de aantallen in balans houdt. Dat is in Europa niet het geval. Alleen in Zuid- Frankrijk is per toeval eerder de Aziatische wesp geïntroduceerd, die de buxusmot op z’n menu heeft staan.

De buxusmot heeft een vleugelspanwijde van 4-4.5 cm en komt voor in twee kleurvariëteiten: een bijna geheel witte en een bijna bruine (Foto)

Waar

De busxusmot is inheems in Oost Azië en komt sinds zijn introductie in Duitsland in een groot gedeelte van West- Europa voor en werd dit jaar verschillende keren in Hoofddorp gemeld.

 kleine-modderkruipervissenKleine mod­derkruiper18 okt 2014oktober

Kleine mod­derkruiper, 18 okt 2014

 kleine-modderkruiper

Door het maken van de onder­wa­ter ont­dek­w­ereld op De Heiman­shof bestaande uit ca 20 aquaria met daarin zoveel mogelijk van de onder­wa­ter­soorten die in de Haar­lem­mer­meer voorkomen, ben ik steeds meer gefasci­neerd door de bij­zon­der­he­den, die er in die mod­derige en donkere wereld zijn aan te tre­f­fen. We kun­nen inmid­dels ruim 40 soorten tonen en dat is nog lang niet alles.

Een van de mooiste vis­sensoorten in onze polder, is de kleine mod­derkruiper. Het is een visje van slechts 8 - 14 cm, dat op en in de bodem leeft. Naast de kleine mod­derkruiper die behoor­lijk alge­meen is in onze wateren bestaat er ook een grote mod­derkruiper, waar­van het onzeker is of die ook hier voorkomt. Kleine mod­derkruipers zijn met name in de schemer­ing en ’s nachts actief, overdag rusten ze ver­sc­holen tussen de veg­e­tatie of inge­graven in de bodem met enkel hun kop eruit stek­end.

Ze voe­den zich door mod­der op te hap­pen en daaruit eet­bare deelt­jes te fil­teren. Het dieet bestaat uit water­vlooien, kleine diert­jes, algen en dood organ­isch mate­ri­aal.

Bij­zon­der

De kleine mod­derkruiper is een zeer bewegelijk wor­mvormig visje ‚met een mooie teken­ing: een rij zwarte vlekken op zijn flanken. Hij kan zowel in stromend zuurstofrijk als stil­stand water voorkomen. Als het water erg zuursto­farm wordt, heeft de kleine mod­derkruiper een bij­zon­dere oploss­ing: hij kan dan lucht hap­pen aan de opper­vlakte en zuurstof opne­men via zijn darmkanaal.

Waar

De soort heeft een voorkeur voor stil­staand tot langzaam stromende ondiepe wateren met een rijke planten­be­groei­ing en een zandige of met dunne sli­blaag bedekte bodem. Kleine mod­derkruipers komen in vri­jwel heel Ned­er­land voor in sloten, vaarten, kanalen, riv­iert­jes, beken, plassen en meren. De kleine mod­derkruiper heeft een ver­sprei­d­ings­ge­bied in Europa boven de Alpen tot aan de Oeral. In een groot deel van dit gebied is de soort zeldzaam, maar niet in Ned­er­land. Maar om die reden staat de kleine mod­derkruiper wel op de lijst van bedreigde Europese soorten.

 harigknopkruidplantenHarig Knop­kruid5 okt 2014oktober

Harig Knop­kruid, 5 okt 2014

 harigknopkruid

Naast natu­uron­twik­kel­ing doen we bij De Heiman­shof en Sticht­ing MEER­Groen ook veel aan biol­o­gisch tuinieren.

Een belan­grijke les bij de groen­te­teelt is ‘dat onkruid niet bestaat’.

Biol­o­gis­che groen­te­teelt leer je nl om respect voor voed­sel te kri­j­gen. En bij dat respect hoort niet alleen dat je alles wat een gram­metje wil mee snoepen, doo­d­spuit, maar ook het inzicht dat alle planten waarde hebben op een op andere wijze.

Onkruid betekent nl dat een plant niets waard is en is per defin­i­tie dus een onterechte naam. Maar ook bij ons wordt flink gewied. Daarom spreken we liever over ongewen­ste kruiden.

Een van de meest ongewen­ste kruiden in onze tuin is harig knop­kruid, afkom­stig uit Zuid-?Amerika. Maar laat deze plant (net als brand­ne­tel en zeven­blad) nu ook bij­zon­dere eigen­schap­pen te hebben!

Bij­zon­der

In

omge­woelde aarde is knop­kruid één van de eerste planten die ontkiemt en ook snel voor nakomelin­gen zorgt. De bloeitijd is van juni tot okto­ber.

Het zaad bli­jft 10 jaar lang kiemkrachtig en wordt op veel manieren ver­vo­erd: door land­bouwvo­er­tu­igen, schoen­zolen, kled­ing en dieren­vachten. De plant is een bij­zon­der waarde­vol voed­ingsmid­del. Het heeft het hoog­ste ijz­erge­halte van alle eet­bare wilde planten en heeft een bloed­stol­lende en ontstek­ingsrem­mende werk­ing.

De bloe­men kun je overal in ver­w­erken. Maar ook de bladeren en sten­gels zijn eet­baar in een stamp­pot of om soep een bij­zon­dere smaak te geven. Je kunt harig knop­kruid ook eten als spinazie: kort roer­bakken wat knoflook toevoegen.

Waar

Knop­kruid past zich makke­lijk aan nieuwe omstandighe­den aan. Het groeit in de tropen en in het tro­pisch regen­woud, maar kan ook een land­kli­maat met win­ters van -10 ºC over­leven.

In het begin van de 19de eeuw werd het door de laarzen van sol­daten en hoeven van paar­den van Napoleon door heel Europa ver­spreid. Voor die tijd was harig knop­kruid in Europa alleen te vin­den in de botanis­che tuin van Par­ijs. En nu overal.

 kruisspinmetprooiinsectenKruisspin (3)20 okt 2013oktober

Kruisspin (3), 20 okt 2013

 kruisspinmetprooi

De kruisspin is een groot deel van het leven bezig met het bouwen van een web. Het web is vergelijkbaar met dat van andere wielwebspinnen. Deze spinnenfamilie bouwt een vierkant frame met een spiraalvormige vangdraad in het midden. Deze wordt ondersteund door een aantal draden die van het frame naar het midden van het web lopen waardoor ze doen denken aan spaken. Het web in zijn geheel lijkt hierdoor op een fietswiel waaraan de naam van de spinnen te danken is.

Het web raakt gemakkelijk beschadigd en snel vervuild. Bovendien drogen de draden snel uit, zodat het web iedere dag vervangen moet worden. Dit duurt ongeveer 20 minuten. Ook na iedere vangst moet het web gerepareerd worden, omdat een spartelend prooidier het web beschadigt. De kruisspin bouwt het web op enige hoogte

boven de bodem in struiken en lagere takken van bomen.

Het web is bedoeld om kleine en grotere vliegende insecten te vangen. Bekende prooien zijn vliegen en muggen, wespen en bijen maar ook grotere insecten zoals vlinders worden gegeten. Heel kleine prooien, zoals bladluizen, worden genegeerd. Zodra een prooi het web invliegt, wordt de spin gealarmeerd door de trillingen in de zogenaamde signaaldraden. De spin wikkelt deze snel in een spinselpakket (foto). Pas daarna wordt een beet toegediend die de prooi verlamt. De ingepakte prooi wordt dan uit het web gehaald en in een schuilplaats opgegeten. In de zomer van het tweede levensjaar zijn de wijfjes zo groot dat ze een web van ongeveer 60 cm doorsnede maken. Vooral bij vochtige weersomstandigheden zijn de webben duidelijk te zien doordat ze bedekt zijn met dauwdruppels. Het grootste deel van de volwassen spinnen overleeft de eerste nachtvorst niet.

De voornaamste vijanden van de kruisspin zijn insectenetende vogels, die de spin uit het web plukken. Er zijn ook spinnensoorten die alleen op andere spinnen jagen en hen in hun eigen web aanvallen. Daarnaast zijn kruisspinnen kannibalen en eten ze kleinere soortgenoten.

 kruisspinbabies1insectenKruisspin (2)20 okt 2013oktober

Kruisspin (2), 20 okt 2013

 kruisspinbabies1

De paring is voor een mannetje een hachelijke zaak. De vrouwtjes blijven in hun web terwijl de mannetjes op zoek gaan. Hij laat weten dat hij geen prooi is door trillingen te maken in het web van het vrouwtje. De paring van spinnen is uitwendig. Het mannetje heeft aan de monddelen een ballonnetje. Dit heeft een pipet-achtige werking zodat sperma kan worden opgezogen en later in het vrouwelijke geslachtsorgaan kan worden afgegeven. De geslachtsdelen van het mannetje en het vrouwtje passen exact in elkaar. Als het ballonetje is gevuld, wordt het als een spermapakketje ingebracht.

Na de bevruchting wordt het sperma opgeslagen in een speciaal kamertje. Het vrouwtje heeft een eileider waar de eicellen worden bevrucht en de eieren worden gevormd. Hierbij zwelt het achterlichaam enorm op. De eitjes worden afgezet in een cocon.

Het aantal eitjes varieert met de grootte van het vrouwtje van enige tientallen tot honderden. Als de cocon af is, wordt

deze voorzien van pluizige spinseldraden ter bescherming. De cocon wordt de eerste tijd bewaakt door het vrouwtje. De cocons worden in de herfst afgezet op verborgen plekken in planten en zien er uit als een pluk watten met in het midden de gelige eitjes (foto 1). Het vrouwtje stopt met jagen en sterft korte tijd nadat haar eiercocon is afgezet. De eieren overwinteren; in de lente komen de jonge spinnetjes tevoorschijn, ze hebben een kenmerkende gele kleur. (foto 2).

Jonge kruisspinnen verspreiden zich als het nest wordt verstoord, om enige tijd later weer samen te komen. Ze leven de eerste 7-10 dagen van het voedsel in hun dooier. Daarna klimmen ze zo hoog mogelijk in een plant en spinnen een lange draad. Deze draad wordt door de wind opgepakt en neemt de jonge spin mee de lucht in. Zo verspreiden de kleine spinnetjes zich door de lucht en kunnen ze honderden meters of kilometers verder terechtkomen. Spinnen zijn hierdoor vaak de eerste kolonisatoren van nieuwe geïsoleerde (bv vulkanische) eilanden.

 kruisspinbabies2

 kruisspin1insectenKruisspin (1)7 okt 2013oktober

Kruisspin (1), 7 okt 2013

 kruisspin1

De kruisspin is in tegenstelling tot veel andere spinnen geen schuwe soort, maar eentje die vaak midden in het web zit en moeilijk over het hoofd is te zien.

De naam is te danken aan de op een kruis gelijkend patroon op het achterlijf (foto).

Bij spinnen zien mannetjes en vrouwtjes er totaal anders uit. Vrouwtjes worden 12-17 mm, exclusief poten, terwijl mannetjes ongeveer 5 -10 mm worden. Als spinnen nog jong zijn, verschillen de mannetjes en wijfjes niet veel van elkaar. Na verloop van tijd groeien de wijfjes harder dan de mannetjes. In de zomer van hun 2e levensjaar, als de wijfjes volwassen worden, groeien ze zeer snel. Mannetjes hebben naar verhouding langere poten maar een veel kleiner achterlijf dan een vrouwtje. Vooral vrouwtjes die eieren dragen, hebben een opvallend dik achterlijf.

Wat direct opvalt aan de spin zijn de vier paar lange harige poten. De haartjes dienen om trillingen te voelen. Het lichaam van de spin bestaat uit het achterlijf en het gefuseerde kopborststuk. Een kruisspin heeft 8 puntogen: 4 aan de voorzijde en 2x 2 opzij. In tegenstelling tot insecten die samengestelde facetogen hebben, bestaan spinnenogen uit een enkele structuur met ieder een eigen lens.

Onder de kop bevinden zich 2 paar kaken. De bovenkaken zijn voorzien van klauw-achtige structuren en bevatten een gifkanaal. De spin neemt voedsel op door eerst verteringssappen in de prooi te brengen en deze vervolgens weer op te zuigen.

Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben 3 paar spintepels. Dit zijn de uitscheidingsorganen waarmee het spinnenweb wordt gebouwd, maar waarmee ook prooien en eicocons worden omwikkeld. De spintepels kunnen verschillende soorten draden produceren; stevige en niet-kleverige draden om het frame van het web te maken en de eitjes te voorzien van een beschermende laag.

Aan het einde van de zomer is de kruisspin volwassen. Eenmaal volwassen maken de spinnen veel grotere webben dan jonge spinnen, waardoor ze goed opvallen.

 berkenboleetpaddenstoelenBerkenboleet27 okt 2012oktober

Berkenboleet, 27 okt 2012

 berkenboleet

De modder-race in de Groene Weelde heeft zijn sporen achtergelaten. Een deel van het parcours liep dwars door de door MEERGroen beheerde orchideeënweide en zelfs dwars over de door ons aangelegde ringslangen broedhoop. Enigszins gealarmeerd ben ik gaan kijken hoe groot de schade was. Het leek er op dat de modderfiguren weinig oog hadden voor ecologische pareltjes. Gelukkig waren de ringslangen-eieren al uitgekomen en zijn de meeste orchideeën al weer ondergronds gegaan. De controletocht leverde (zoals meestal) wel een onverwachte verrassing op. Tientallen soorten paddenstoelen, waarvan de berkenboleet de leukste was. In de Haarlemmermeer heb ik al eekhoorntjesbrood, kastanjeboleet en inktboleet gevonden, maar dit was een nieuwe boletensoort. Boleten zijn bekend uit de keuken omdat bijna alle soorten eetbaar en smakelijk zijn. Het zijn vaak forse exemplaren die meer dan een

kilo per stuk kunnen wegen en in goede staat tientallen euro’s/kilo kunnen opbrengen.

Bijzonder

In Nederland komt een 30-tal soorten boleten voor, waarvan alleen al de berkenboleet een stuk of tien ondersoorten of variëteiten kent, zoals zwarte, de witte en de oranje berkenboleet. De berkenboleet heeft zich gespecialiseerd in het leveren van diensten aan berken. Op dezelfde manier zijn er ook elzen, populieren, eiken en kastanjeboleten. Bv het eekhoorntjesbrood is minder soortspecifiek en groeit bij eiken, lindes, andere loof- en zelfs naaldbomen.

Waar

De nauwe band van de boleten met bomen gaat verder dan dat ze er vlak bij groeien. Ze hebben een intense en wederzijds voordelige relatie. De boleten vormen dichte netten van zwamdraden om de wortels van een specifieke soort of een groep van boomsoorten en wisselen onderling voedsel uit. De bomen leveren suikers of zetmeel en de boleten maken mineralen en water beschikbaar uit de grond waar de boom zelf niet bij kan. Deze symbiose stelt hen beiden in staat op voedselarme of droge plaatsen te groeien waar dat anders niet lukt.

 plattetonderzwampaddenstoelenPlatte tonderzwam19 okt 2012oktober

Platte tonderzwam, 19 okt 2012

 plattetonderzwam

Platte tonderzwam Op onze zoektocht naar monumentale bomen troffen we op een van de oudste en meest indrukwekkende bomen van de polder ook een serie indrukwekkende paddenstoelen aan. Het betreft de 180-250 jaar oude beuk op het terrein van gemaal Buitenkaag (de bronnen zijn niet duidelijk). De platte tonderzwam is een veeg teken. Net als de reuzenzwam van vorige week tast deze zwam het kernhout van de boom aan en veroorzaakt witrot, waarbij zowel lignine als cellulose afgebroken wordt. Op den duur zal de boom het afleggen tegen de schimmel, maar dit proces kan tientallen jaren duren. De tonderzwammen kunnen via een beschadiging de boom binnendringen, leven tientallen jaren als parasiet in en op de boom en leven als de boom dood is nog door tot hij helemaal verteerd is. De tonderzwammen van deze boom zitten helemaal aan de voet (zie foto) en dat

wijst op ’slordig’ maaiwerk in het verre verleden.

Bijzonder

De meeste paddenstoelensoorten komen snel op als het hun tijd is en zijn even snel weer verteerd. De groep waartoe de tonderzwammen behoord is letterlijk uit ander ’hout’ gesneden. De zwammen verhouten en vormen meerjarige vruchtlichamen waar elk jaar een nieuwe rand aan groeit. Deze vruchtlichamen (tot 50 cm) produceren in grote hoeveelheden sporen in buisjes die bijna alleen met een loep te zien zijn. De tonderzwammen ontlenen hun naam aan het feit dat zijn in vermalen (en voorbewerkte) vorm het brandbare en smeulende poeder vormden in tondeldozen, waarmee de mens zich behielp voor de opkomst van lucifers. Ook Ötzi, de 5300 jaar oude ijsmummie uit de Alpen, had een stuk tonderzwam bij zich. Het tot poeder slaan van tonderzwammen levert als bijproduct een soort vilt op, waar in midden en Zuid- Oost Europa hoeden van gemaakt worden.

Waar

De platte tonderzwam is een van de meest voorkomende zwakteparasieten, die een langzame dood garandeert van vele boomsoorten, die door ouderdom of beschadigingen weinig weerstand hebben. De soort komt met name veel op beuken voor.

 reuzenzwampaddenstoelenReuzenzwam13 okt 2012oktober

Reuzenzwam, 13 okt 2012

 reuzenzwam

In het Oude Buurtje van Hoofddorp, werd ik attent gemaakt op een bijzonder fraai exemplaar van een indrukwekkende paddenstoel: de reuzenzwam. Deze groeide op een beuk van ca 100 jaar oud in de buurt van bejaardenhuis Horizon. Net als een elfenbankje bestaat deze soort uit horizontale "flappen" die aan de onderkant vol zitten met buisjes waar sporen uit komen. De reuzenzwam heeft dus geen lamellen zoals veel "gewone"paddenstoelen onder hun hoed hebben. Er kunnen vele "flappen" boven elkaar zitten, die allemaal uit hetzelfde punt groeien, maar het meest indrukwekkende is, dat ze met gemak 40- 80cm en soms wel 200 cm breed kunnen worden. Deze reuzenzwam was nog volop in de groei en de grootste "flappen"waren ca 50 cm in omvang (foto). Kenmerkend voor de reuzenzwam is dat verschillende bundels zwammen op de stam en op de wortels rond de boom groeien.

Bijzonder

Het effect van een reuzenzwam op de boom heet witrot: een lichtgekleurde vermolming van het kernhout.

Over een aantal jaren kan de boom daardoor hol worden. De meningen zijn verdeeld over het feit of dit de ondergang van de boom kan betekenen. De zwam tast nl alleen vooral het niet functionele kernhout van de boom aan en niet het levende hout aan de buitenkant. Sommigen stellen dat de holle pilaar van een aangetaste boom beter in staat is (b.v. stormen) te overleven, dan een massieve stam. De reuzenzwam is niet de lekkerste paddenstoel omdat hij licht zuur smaakt, maar wordt bv in Japan wel gegeten, vooral de jonge exemplaren. Kenmerkend voor de reuzenzwam is dat hij bij aanraken of beschadigen snel zwart kleurt. De reuzenzwam produceert veel sporen. In zijn meest productieve fase van een maand of 5, soms wel 5 miljoen per minuut. Die kunnen als een soort mist of stof worden waargenomen.

Waar

Reuzenzwammen groeien altijd aan de voet van hardhout loofboomsoorten zoals eik, beuk, iep e.d. en soms op naaldbomen. Ze komen in het hele noordelijk halfrond voor in de gematigde streken.

 reuzenzwam2

 gewonefopzwampaddenstoelenGewone Fopzwam6 okt 2012oktober

Gewone Fopzwam, 6 okt 2012

 gewonefopzwam

Met alle regen van de afgelopen tijd zijn we volop in de paddenstoelentijd terecht gekomen. Graag attendeer ik u op de eindeloze variatie aan paddenstoelen die er buiten te vinden zijn. Deze week graag uw aandacht voor een vrij kleine soort, die soms massaal tussen het gras op voedselarme grond te vinden is. De hoeden waren ca 3-5 cm in doorsnede en de hoogte van de steel was 5-8 cm. Ik vond er een paar duizend (!) tussen de wilgen- en berkenopslag in de orchideeënkuil op het Groene Carré langs de N201 ten oosten van de Hoofdvaart. Het paddenstoeltje viel op door zijn grote aantallen, maar ook de opvallend prettig roze kleur van de hoed. Zijn curieuze naam is de Gewone Fopzwam. Er bestaan ook andere fopzwamsoorten, nl de prachtig violette Amethist zwam (of rode kool zwam), de gekroesde fopzwam, de geschubde fopzwam en zo zijn er nog wel een paar. Deze zwammen heten fopzwammen

omdat ze een i.t.t. andere soorten een zeer grote variatie in hun uiterlijk kunnen vertonen. Dat geldt zowel voor de kleur en voor de vorm. Onze fopzwammen hadden een roze-rode kleur en een diepe kuil in het midden van de hoed, maar er zijn ook bijna bruine soorten die een bolle hoed hebben.

Bijzonder

De misvatting dat de meeste paddenstoelen giftig zouden zijn is gunstig voor het voortbestaan van de zeldzamere soorten, maar klopt niet. Heel veel paddenstoelen zijn juist eetbaar, wat niet wil zeggen dat ze altijd zo lekker zijn als eekhoorntjesbrood. Ook in het geval van onze Fopzwam geldt dit. Met name het hoedje van deze soort is goed eetbaar. Door zijn kleine omvang geldt dat je er wel wat moet voor moet doen om er een maaltijd voor bij elkaar te zoeken. Maar ja: als er duizenden staan - Mij smaakten ze wel.

Waar

Fopzwammen zijn niet alleen lastig te determineren op hun uiterlijk. Ook hebben ze een onduidelijk voorkeursbiotoop. Ze komen voor in droge heide en bosbiotopen maar ook zoals in ons geval in een vrij drassige kuil. Zolang de grond maar niet te voedselrijk is.

 zadelzwampaddenstoelenZadelzwam4 okt 2012oktober

Zadelzwam, 4 okt 2012

 zadelzwam

In september is de buitentemperatuur nog tegen de 20 graden en begint de hoeveelheid neerslag toe te nemen. Dat zijn ideale omstandigheden voor slakken, bacteriën en schimmels die de in de zomer opgebouwde biomassa te lijf gaan. In deze periode waarin de groeikracht van verse groene planten afneemt, is het afbraakproces van bladeren, hout en humus op zijn hevigst. Het meest zichtbare kenmerk daarvan is, dat er overal paddenstoelen opduiken. Paddenstoelen zijn de zichtbare bovengrondse voortplantingsorganen van de schimmeldraden die zich onder de grond of in hout bevinden. Er zijn inmiddels 6000 soorten schimmels ontdekt in Nederland. Een bijzonder opvallende soort (zie foto) viel op langs de Hoofdvaart west tussen Lijnden en Hoofddorp. Hij groeide in een 100-jarige kastanjeboom die er duidelijk niet beter van werd. Het was een zadelzwam waarvan drie bundels met een oppervlakte van

een grote waaiervormige pannenkoek uit de stam staken. Er zijn 4 hoofdgroepen van paddenstoelen: soorten waarvan de sporen aan lamellen onder de hoed groeien, soorten waarvan de sporen in buisjes onder de hoed groeien, soorten waarvan de sporen op de oppervlakte van een gewelfde hoed groeien en bolvormige stuifzwammen waarvan de inhoud van de paddenstoel geheel in sporen uit elkaar valt. De zadelzwam behoort bij de buisjesvormende groep. Een opvallend kenmerk zijn de donkerbruine schubben die bij jonge exemplaren in concentrische cirkels op de hoed zitten (inzet)

Bijzonder

De zadelzwam is een van de grootste soorten in Nederland en leeft op hout van loofbomen, met een bijzondere voorkeur voor iep en beuk. Hij vormt zowel in het voorjaar als in de herfst nieuwe vruchtlichamen. De paddenstoel ruikt melig en is eetbaar zolang hij niet verhout is.

Waar

De zadelzwam groeit zowel op dood hout, maar kan zich via een boomwond ook nestelen in een levende boom als parasiet. Bij deze kastanje was dat gebeurt en de kastanje gaat dat niet overleven. De zadelzwam is een algemene soort in Nederland.

 beemdkroonmetknautiabijplantenBeemdkroon29 okt 2011oktober

Beemdkroon, 29 okt 2011

 beemdkroonmetknautiabij

Met het korten van de dagen en het dalen van de temperatuur wordt het aantal bloeiende planten steeds minder. Maar er blijven altijd soorten die bloeien. Deze week een soort, die onze bermen met fraaie lila bloemen kan kleuren van juni tot aan de vorst. Beemdkroon of Knautia is een soort die in De Heimanshof massaal voorkomt, maar die landelijk als rode lijstsoort beschouwd wordt omdat hij zo snel in aantal af aan het nemen is. Die afname wordt geweten aan vermesting en verzuring van onze bermen. Beemdkroon is een plant uit de kaardenbolfamilie. Dat is te zien aan de zaadbollen waarop net als bij kaardenbollen naaldjes staan op elk zaadje in het zaadhoofd. Ook de bladeren maken met als bij de kaardenbollen een kommetje waar water in kan blijven staan, maar dan veel minder indrukwekkend dan de halve liter die in een echte kaardenbol-bladoksel kan blijven staan.

Beemdkroon is een vaste plant, wordt 50-100 cm hoog en geeft bladeren die onderaan gaafrandig en bovenaan diep ingesneden zijn. Er bestaat een verwante beemdkroonsoort, waarvan de bladeren allemaal ongedeeld zijn. Ook deze staat in De Heimanshof. Beemdkroon heeft een vertakte wortelstok en soms ook uitlopers.

Bijzonder

De bloemen bevatten veel nectar waar zowel dagvlinders als honingbijen en hommels op af komen. Er is zelfs een solitaire bij, de Knautiabij die speciaal afhankelijk is van deze plant(zie foto). Ook deze bij staat inmiddels op de Rode lijst van bedreigde soorten. Ook de knautiawespbij, wordt op deze plant gezien. Deze wespbij parasiteert weer op de knautiabij. De oude latijnse naam Scabiosa van beemdkroon heeft betrekking op het gebruik van de plant als middel tegen schurft.

Waar

Beemdkroon houdt van zonnige plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke, kalkhoudende grond. De soort groeit in bermen, in hooiland, bosranden, binnenduinen en langs spoorwegen en komt voor in Europa en West-Azië.De soort komt buiten De Heimanshof sporadisch voor in de polder.