bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Waterhoen, 2 jan 2021

 waterhoen

Het hele jaar brengen waterhoentjes paarsgewijs door aan oevers en in rietvelden, maar in de winter clusteren ze samen aangevuld met wintergasten uit Oost en Centraal Europa en zwermen ze uit over weilanden en graslanden en komen dan ook tot in tuinen. De nachten brengen ze dan samen door in bomen, soms wel met 8-12 bij elkaar. Ze hebben het in de winter duidelijk zwaar. Voor de duidelijkheid: een waterhoentje is geen meerkoet. Meerkoeten zijn veel talrijker en beter bestand tegen de vorst. Ze zijn zwart met een witte snavel en bles en waterhoentjes zijn groen op hun rug en grijs op hun buik met een rode snavel en bles(foto). Een ander verschil is dat meerkoeten zwemvliezen hebben en waterhoentjes niet. Het zijn namelijk ralachtigen. Hun lange tenen zijn geschikt om tussen gras en riet strengels in moerassen te lopen. Sluipen eerder.

Bijzonder

Waterhoentjes

zijn de meest algemene soort van de familie der ralachtigen. Rallen zijn schuwe verborgen levende vogels van rietlanden en moerassen. De waterral is een nauwe verwant, net als het porseleinhoen, het klein en kleinst waterhoen en de kwartelkoning. Allemaal onbekende verborgen levende soorten. Met 35.000 paar is de waterhoen de ambassadeur van de rallenfamilie, die bijna overal leeft waar riet en oevers voorkomen, ook in de stad. In de winter zijn ze het mees talrijk omdat de vogels van continentaal Europa vluchten voor de winterkoude en in West-Europa overwinteren. De stand van de waterhoentjes gaat langzaam achteruit. Bedreigd zijn ze nog niet, maar in koude winters sterven er veel en het machinaal schonen van water partijen en het verdrogen van moerassen zijn oorzaken dat hun aantal langzaam maar zeker steeds afneemt.

Waar

Waterhoentjes komen wereldwijd voor in natte biotopen, moerassen en bij oevers met riet en oeverplanten. Er zijn 6 ondersoorten. Ze zijn afwezig in droge en arctische streken. Overal in de Haarlemmermeer zijn ze aan te treffen in en buiten de bebouwde kom.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 8 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 Hermelijnkleine dierenHermelijn10 nov 2006november

Hermelijn, 10 nov 2006

 Hermelijn

De hermelijn behoort tot de marterachtigen. Hij lijkt veel op de wezel, maar is groter en heeft een langere staart met een zwarte (pluim)punt. De rug is bruin en de buik is wit of geel. Hermelijnen kunnen in de winter geheel of gedeeltelijk wit worden, maar de staartpunt blijft altijd zwart.
De hermelijn is zowel dag en nacht actief, met rustpauzes tussendoor. Het is een carnivoor, die voornamelijk op muizen jaagt. Ook vogels en konijnen (die groter zijn dan hijzelf) worden gedood. De prooidieren worden met een beet in de nek gedood. Het dier kan 16 tot 31 cm lang worden met een gewicht van 90 tot 445 gram. Mannetjes zijn veel groter dan vrouwtjes. Ze leven solitair in territoria. Binnen een territorium bevinden zich twee tot tien nesten. Hermelijnen gebruiken een holle boom, een ruimte tussen stenen of een verlaten hol als nest. In april en mei worden vijf tot twaalf jongen geboren. Na twaalf weken kunnen de jongen goed jagen en verlaten ze het nest.

Hermelijnen kunnen tien jaar oud worden, maar gemiddeld worden ze slechts anderhalf jaar oud.

Bijzonder

In vroegere tijden werden de wintervachten van hermelijnen verwerkt in de bontafzettingen van koningsmantels, vandaar de overdadige zwarte stippen daarop. De paring van hermelijnen gebeurt in het late voorjaar. De vrouwtjes zijn in staat na de bevruchting het embryo 280 dagen in rust te houden, tot deze pas het volgende jaar weer gaat groeien en dan na 3-4 weken geboren wordt.

Waar

De hermelijn komt in grote delen van Europa voor, behalve in het zuiden. In Nederland komt de soort overal voor, maar niet op Vlieland en Ameland.
De hermelijn leeft in zeer verschillende gebieden, van beboste terreinen en houtwallen tot polders. In vergelijking met de wezel houdt de hermelijn zich op in vochtiger terrein, zoals slootkanten, rietvelden en broekbossen.
In de Haarlemmermeer worden bijna elk jaar hermelijnen gemeld bij de dierenambulance of het opvangcentrum in Lisse. Vaak zijn het aangereden dieren. In 2006 werd in mei een jonge hermelijn aan de IJweg opgevangen, die na 5 dagen aansterken weer uitgezet kon worden.

Status: Rode lijst?

 sleedoornplantenSleedoorn3 nov 2006november

Sleedoorn, 3 nov 2006

 sleedoorn

Niet voor alle planten is het vreemde weer van 2006 slecht geweest (resp. een koud voorjaar, daarna heet en droog en vervolgens kletsnat in augustus). De peren- en appeloogst is dit jaar bijzonder groot. Ook een inheemse struik, de sleedoorn, buigt dit jaar bijna door van zijn vracht aan diepblauwe pruimpjes. Ze zien er verleidelijk uit, maar de smaak is zuur en vooral wrang. Niet zo vreemd dat een van de volksnamen voor dit gewas ′trekkebek′ is. Hoe gezond de bes ook mag zijn, met zijn hoge gehalte aan vruchtenzuren, aroma′s en vitamine C, hij is rauw niet te ‘pruimen’. Vooral de looistoffen dragen bij aan deze wrangheid en alleen langdurig koken en het toevoegen van suiker geeft een acceptabele sleedoornjam. Gelukkig helpt de natuur wel een handje, want als het in de herfst heeft gevroren, smaken

de pruimpjes al aanzienlijk beter. Hoe meer vorst er overheen gaat, hoe zachter de smaak.

Waar

: De sleedoorn is een vrij algemene struik in de Haarlemmermeer, die vooral voorkomt aan de rand van bossen en bosplantsoen.

Bijzonder

: De Sleedoorn is een struik die zich rijkelijk vertakt en een dicht struweel kan opleveren. Het is deze groeivorm met de overvloedige aanwezigheid van doorns, die model heeft gestaan voor het sprookje van Doornroosje.
De sleedoorn levert het hardste hout van alle inheemse bomen en struiken. Sleedoornbloesems vormen het zachtste laxeermiddel dat er bestaat. Eén theelepel bloesems dient daarvoor met een kop kokend water overgoten te worden en een minuutje te trekken.
Omdat de sleedoorn in Europa zo overvloedig voorkomt, zijn er al vroeg veredelingspogingen gedaan, vooral door de Kelten. Uit archeologische vondsten is gebleken dat de pitten van de pruimen steeds groter werden en dat zij dus succes hadden. Zo zijn veel van de huidige pruimenrassen afstammelingen van de sleedoorn.

 sikkelkoraalzwam2paddenstoelenSikkel koraal zwam23 okt 2020oktober

Sikkel koraal zwam, 23 okt 2020

 sikkelkoraalzwam2

Hoewel er het hele jaar paddenstoelen zijn, is de herfst bij uitstek de paddenstoelperiode. Het is dan namelijk nog warm, er is vele biomassa om te verteren en het is met al die regen ook lekker vochtig en ‘ schimmelig ’ weer. Paddenstoelen grijpen dan hun kans en de mycelia (ondergrondse schimmeldraden) steken hun vruchtlichamen boven de grond om hun sporen te verspreiden.

Er zijn inmiddels wel 6000 soorten paddenstoelen ontdekt in Nederland. Van hele grote die wel 10 kilo wegen tot microscopisch kleine en elk jaar worden er een paar 100 nieuwe ontdekt. 500 daarvan zijn de makkelijk herkenbare grote soorten zoals de vliegenzwam, geschubde inktzwam, de reuzenzwam, parasolzwam of de zwavelzwam. Er zijn honderden vage soorten die een beetje wit, geel of bruin zijn. Die soorten zoals de melkzwammen en de mycena’s ken ik zelf niet uit elkaar. Nu is de herfst en de winter een periode met vooral

bruine en donkere kleuren. En wat mij altijd weer blij maakt is dat er knalrode, knalgele, paarse en ander mooie kleurige soorten zijn. Ook midden in de winter. Zo liep ik deze week aan tegen honderden knalgele zuilvormige paddenstoeltjes die uit het gras staken. De vraag was of het koraalzwammetjes of geweizwammetjes ware. Maar geweizwammetje zijn er niet in het geel. Dus bleven de koraalzwammetjes over. Dit zijn kleine vaak fel gekleurde zuilvormige soorten. De meest algemene gele koraalzwam is de kleverige koraalzwam maar die komt alleen op dood en behoorlijk vergaan naaldhout voor, En dat hebben we niet in de Haarlemmermeer. Dus dat kon hem niet zijn, De enige andere gele koraalzwam die op voedselarme en grazige plekken groeit is de sikkelkoraalzwam

Bijzonder

De sikkelkoraalzwam een soort die zo zeldzaam is en bedreigt, dat hij een rode lijst status ( wettelijk beschermd en bedreigd) heeft. Dus dan is het extra leuk als we er een paar honderd van aantreffen.

Waar

De sikkelkoraalzwam groeit op de grond tussen gras en mos in onbemeste, schrale wei- en hooilanden, bermen, dijken en open bosranden.

 esbomenGewone Es10 okt 2020oktober

Gewone Es, 10 okt 2020

 es

Es

De es is met de populier een van de karakteristieke bomen van deze polder. Overal langs wegen is hij aangeplant en ook zaait hij zich goed uit. De es heet in het latijn Fraxinus excelsior omdat hij als hij de kans krijgt heel hoog (wel 60m) kan worden. Maar een boom zijn gang laten gaan, is niet aan onze poldergenoten besteed. Ik ken er geen een, die ook maar in de buurt van deze hoogte komt. De meesten worden al lang daarvoor gekapt. Essen, net als esdoorns hebben nu zaden met vleugels eraan. De es maakt losse zaden met 1 vleugel, de esdoorn paren met 2 vleugels. Die worden lekker ver met de wind mee genomen.

Bijzonder

Er is vele bijzonders te vermelden over de es. Zo heeft deze boom de laatste 10 jaar te lijden van een nieuwe ziekte: De essentaksterfte. Dat is een nieuwe schimmel die bv in de Flevopolder halve bossen doet afsterven. Leuker

is dat de es heel mooi recht en sterk hout met grote trekkracht levert, waarmee gereedschapsstelen (hamer, spade en ook speren) werden en worden vervaardigd. Zo heeft elke houtsoort zijn eigen karakteristieken en toepassingsmogelijkheden. Ook leuk is dat een es de oudste boom van de polder is. Deze polder is in 1852 drooggelegd en de oudste essen die altijd in deze polder gestaan hebben, zijn minstens 330 jaar oud (van 1701).Ze staan rond de eendenkooi Stokman. Hoe het kan dat ze ouder zijn dan de polder is omdat (dijken van) de ringvaart niet in het water van het meer gebouwd konden worden. Er is dus overal een strook land en in dit geval een schiereiland in de polder meegenomen. En ze staan daar niet voor niets. Essen zijn net als wilgen nl heel goed te knotten. En als je ze om de 10 jaar knot heb je heel mooi haard hout of hout voor palen. Daarom werd er in het verleden al essenhakhout op dijkjes geplant die met hun wortels de dijken bij elkaar hielden .

Waar

Essen zijn oer Hollandse bomen. De gedijen goed in onze natte klei en veen. Ze staan vaak in moerassen of aan sloot kanten, maar ze zijn ook vaak langs wegen en in de bebouwde kom aangeplant.

 blankeparasolzwampaddenstoelenBlanke Parasolzwam12 okt 2019oktober

Blanke Parasolzwam, 12 okt 2019

 blankeparasolzwam

Deze column die begon in 2006 heet eigenlijk ’Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer’. Het idee is om elke week of tegenwoordig 14 dagen een soort te behandelen van de ca 10.000 soorten die er in de Haarlemmermeer voorkomen. Inmiddels zijn er ca 650 soorten behandeld dus ik kan nog eeuwen doorgaan. Natuurlijk probeer ik zoveel mogelijk aansprekende soorten ’van het seizoen ‘te behandelen. Daarom was een paddenstoel, een keuze die zich in deze zeer natte en nog warme herfst nadrukkelijk opdrong. Er was keuze uit wel 40 soorten die ik deze week tegenkwam. Daaronder prachtige witte kluifjeszwammen, en een 20 tal reuzenbovisten, en geschubde inktzwammen maar die had ik al behandeld. De blanke parasolzwam was nieuw. Die stond vrij massaal in de compost van de voedseltuin op Park2020.

Bijzonder

Net

als de veel bekendere grote parasolzwam is de blanke parasolzwam eetbaar. De grote Parasolzwam groeit vooral (en massaal) op voedselarm zand in de duinen, maar kan daar wel 40 cm hoog en 30 cm in diameter worden. De blanke parasolzwam is veel bescheidener van omvang. De hoed wordt maximaal 10 cm in diameter. Verder is deze soort vrij zeldzaam, dus opeten is geen goed idee. Dat hebben we wel gedaan met een 3 kilo zware reuzenbovist (1 van 20 exemplaren). Die kun je inplakken snijden en bakken als een biefstuk zolang hij wit is (dat wil zeggen nog groeit en geen sporen aan het vormen is) . De blanke parasolzwam heet ook wel de blanke champignonparasolzwam. Maar het is geen champignon. Die hebben als enige geslacht altijd zwarte sporen waar ze duidelijk aan te herkennen zijn. Er zijn wel 20 soorten met een hoed van 10-40 cm in diameter. De blanke parasolzwam heeft witte sporen en bij rijping en als je de paddenstoel indrukt verkleurd hij een beetje roze.

Waar

De blanke parasolzwam groeit op zandige grond die wat rijker is door een pakket van humus. Dus ook wel in tuinen, zoals bij ons op de voedseltuin van park2020.

 kweepeerbomenKweepeer en Merels7 okt 2018oktober

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl

 vuurzwammetjebomenVuurzwammetje21 okt 2017oktober

Vuurzwammetje, 21 okt 2017

 vuurzwammetje

Wat bij vogels bv de Ijsvogel is en bij planten de orchideeën familie, dat zijn bij paddenstoelen de wasplaten. Het zijn bijna zonder uitzondering zeer kleurige paddenstoelen, die erg tot extreem zeldzaam zijn en daarmee een iconische status hebben bij kenners en leken. Groot was dan ook ons enthousiasme toen we op De Heimanshof maar liefst 10 scharlakenrode vuurzwammetjes aantroffen voor het eerst in 40 jaar (foto JvanLoon). De Nederlandse naam "vuurzwammetje" heeft betrekking op de intens rode kleur. Wasplaat slaat op de structuur van de plaatjes aan de onderzijde van de hoed die doet denken aan stearine of was van een kaars.

Bijzonder

De functie van de felle kleur van sommige paddenstoelen, waaronder het vuurzwammetje, is onbekend. Mogelijk heeft deze een signaalfunctie en beschermt het vruchtlichaam

tegen betreding. In Europa groeit de soort in grasland, op zandige heiden en in onbemeste wegbermen. Op een enkele soort na zijn veel wasplaten in heel West-Europa erg zeldzaam geworden. Ze zijn namelijk erg gevoelig voor kunstmest en verdwijnen snel uit hiermee bewerkte weilanden. Samen met andere graslandpaddenstoelen zijn ze teruggedrongen tot vaak luttele vierkante meters waar ze zich rond deze tijd laten zien.

Waar

In Nederland zijn het vaak oude kerkhoven en verder een enkel graslandreservaat, een oude zeedijk of grazige plekken op heide en in de duinen waar je ze kunt vinden. Wasplaten worden altijd gezien als graslandpaddenstoelen, maar veel soorten zijn vooral kieskeurige paddenstoelen die alleen maar gevonden worden op een oude gerijpte bodem die al heel veel jaren onaangeroerd is gebleven. Noord-Amerika komen wasplaten vooral voor in oude ongestoorde oerwouden aan de oost- en westkant van het continent. Haast onbegrijpelijk, maar beide groeiplaatsen hebben een ongestoorde bodem gemeen. Het gaat altijd om slechts enkele vierkante meters, waar ze voorkomen in een bijzonder milieu, dat ze meestal delen met andere zeldzame paddenstoelsoorten.

 ccycadeSynophropsis7insectenSynophropsiscicade7 okt 2017oktober

Synophropsiscicade, 7 okt 2017

 ccycadeSynophropsis7

Meestal zoek ik een Nederlandse naam van de soort die behandeld wordt. Maar de soort cicade die vorige week in De Heimanshof werd aangetroffen was een nieuwe soort in Nederland, waarvan dit pas de tweede waarneming in het land was. In mei dit jaar werd deze soort voor het eerst in Nederland in Limburg aangetroffen. Dus we moeten het voorlopig doen met deze tongbrekende naam. Een goede kans voor een naam is de Lauriercicade, want de Mediterrane (echte) laurier is zijn favoriete voedingsplant. Maar bij gebrek daaraan wordt hij ook wel op andere struiken met harde bladeren aangetroffen zoals de Portugese Laurier, Hulst en zoals in De Heimanshof op de liguster. De wakkere waarnemer was Theo Terwiel , een fotograaf die veel natuuropnamen maakt en stad en land afstruint op bijzondere insecten en ook vaak in De Heimanshof op bezoek

is.

Bijzonder

Er zijn wereldwijd ongeveer 40.000 soort cicaden bekend. De meeste soorten zijn rond een halve cm groot Rond de Middellandse zee komt een grote soort van 2 cm voor die op zomerse dagen permanent een oorverdovend gesnerp produceert. Bladluizen en wantsen zijn verwante soorten, die net als de cicaden een zuigsnuit hebben waarmee ze plantensappen opzuigen. Sommige soorten cicaden produceren het bekende schuimbeestje. In dat zelf geproduceerde schuim beschermt de larve zich tegen vogels. Een dergelijk nest wordt wel koekoeksspuug genoemd. Een bijzonderheid van cicaden is dat veel soorten een symbiotische relatie hebben met bepaalde bacteriën. Deze helpen de cicade bij het verteren van z´n voedsel. Cicaden zijn driehoekig en hebben een springpoot waar mee ze tientallen keren hun eigen lengte weg kunnen springen (foto)

Waar

Sommige soorten komen in grote aantallen voor op door de mens geteelde gewassen en worden beschouwd als plaaginsecten. Synophropsis was tot 1850 vooral bekend van de Balkan en is sinds die tijd een opmars begonnen rond de Middellandse zee en recentelijk noordwaarts. Mogelijk dankzij de klimaatverandering.

 ggeleringboleetpaddenstoelenGele Ring Boleet20 okt 2016oktober

Gele Ring Boleet, 20 okt 2016

 ggeleringboleet

In deze tijd van het jaar komen er vele paddenstoelen tevoorschijn.

Veel mensen blijven door onbekendheid hangen in het vooroordeel dat ze wel giftig zullen zijn. Maar het helpt om een aantal grote groepen te leren onderscheiden, bolvormige stuifzwammen (bovisten), hoed vormende plaatjeszwammen (een bonte verscheidenheid) en buisjes zwammen (boleten), en staaf of plaatvormige soorten. Dan heb je soorten die de biomassa (hout, bladeren) verteren (saprofytisch), soorten die levende bomen kunnen ziek maken (parasitair) en soorten die samen werken met bomen (symbiotisch). Van deze laatste groep zijn de boleten het school voorbeeld. Een derde indeling is de eetbaarheid: ik ken misschien 500 soorten, verreweg de meeste daarvan zijn eetbaar, maar niet smakelijk (houtig, vezelig, etc), een 40 tal zijn lekker en maar een enkele zoals de aconieten heeft een giftigheid waar de meeste mensen zo bang voor zijn.

Bijzonder

De boleten springen er in alle indelingen uit. Ze hebben buisjes onder de hoek, zijn vaak zeer smakelijk en ze zijn allemaal symbiotisch. Die symbiose werkt als volgt: de schimmel kan bepaalde mineralen vooral uit arme grond wel opnemen en levert die aan de boomwortels (mycorrhiza) die daar voor suikers aan de schimmel levert. Zo kunnen deze bomen vitaal in zeer arme bodems groeien waar ze anders kwarrig zouden zijn.

Een aantal boleten zoals eekhoorntjesbrood en heksenboleet, heb ik al eens behandeld. Maar deze week verscheen er in De Heimanshof een heksen kring van een hele zeldzame soort: de gele ringboleet. Deze soort leeft uitsluitend samen met de lariks boom. En lariksen zijn er in dit deel van Nederland weinig. Die staan vooral in de droge zanderige streken. Maar er staan 3 lariksen op de heemtuin en die hebben ze weten te vinden. Ook de gele ringboleet is eetbaar. Alleen de hoed is zeer slijmerig en die laag kun je beter verwijderen. Een leuke eigenschap van veel boleten is dat ze bij beschadiging blauw kleuren.

Waar

De gele ringboleet is een beschermde zeldzame soort die uitsluitend bij larikswortels groeit en dus vaak op zandgrond. Maar het kan dus ook op de Haarlemmermeerse klei.

 bbuxusmotvlindersBuxusmot6 okt 2016oktober

Buxusmot, 6 okt 2016

 bbuxusmot

De natuur is permanent in beweging en in ontwikkeling. De laatste tijd speelt de mens daar een belangrijke rol is. Al honderden jaren introduceren we bewust planten en dieren die we overal op de wereld tegen komen, het zij als voeding- of siergewas of huisdier. En met het massale reizen, wat de mondiale economie met zich mee heeft gebracht, is dat is dat de laatste 20-30 jaar eufemistisch gezegd, niet minder geworden. Regelmatig blijken soorten die we van ver weg mee nemen zich tot een plaag te ontwikkelen. Iedereen kent wel voorbeelden zoals de nijlgans, de tijgermug, en de waterhyacint bv. De meeste tuinplanten zijn ook exoten. Een bekende tuinplant is het buxus struikje. Rond 2006 is met een zending buxusstruikjes uit China de busxusmot in Duitsland verzeild geraakt. En die mot of nachtvlinder is in een flink tempo Europa aan het veroveren (Duitsland 2006, Zwitserland en Nederland 2007, Engeland 2008, Frankrijk en Oosten

rijk in 2009, Italië 2013.Dennemarken 2013) . Vorige maand is deze mot ook voor het eerst in de Haarlemmermeer waargenomen en gefotografeerd door Lou vd Linden, die mij regel matig verrast met bijzonderheden.

Bijzonder

De Buxus mot maakt 2-3 generaties per jaar. Vraat aan de bladeren begint binnen in de struik. Daardoor wordt een aantasting vaak pas (te ) laat ontdekt als de grotere rupsen in steeds sneller tempo een struik ontbladeren. In zijn natuurlijke gebied heeft de soort natuurlijke vijanden, die de ontwikkeling van de aantallen in balans houdt. Dat is in Europa niet het geval. Alleen in Zuid- Frankrijk is per toeval eerder de Aziatische wesp geïntroduceerd, die de buxusmot op z’n menu heeft staan.

De buxusmot heeft een vleugelspanwijde van 4-4.5 cm en komt voor in twee kleurvariëteiten: een bijna geheel witte en een bijna bruine (Foto)

Waar

De busxusmot is inheems in Oost Azië en komt sinds zijn introductie in Duitsland in een groot gedeelte van West- Europa voor en werd dit jaar verschillende keren in Hoofddorp gemeld.

 kleine-modderkruipervissenKleine mod­derkruiper18 okt 2014oktober

Kleine mod­derkruiper, 18 okt 2014

 kleine-modderkruiper

Door het maken van de onder­wa­ter ont­dek­w­ereld op De Heiman­shof bestaande uit ca 20 aquaria met daarin zoveel mogelijk van de onder­wa­ter­soorten die in de Haar­lem­mer­meer voorkomen, ben ik steeds meer gefasci­neerd door de bij­zon­der­he­den, die er in die mod­derige en donkere wereld zijn aan te tre­f­fen. We kun­nen inmid­dels ruim 40 soorten tonen en dat is nog lang niet alles.

Een van de mooiste vis­sensoorten in onze polder, is de kleine mod­derkruiper. Het is een visje van slechts 8 - 14 cm, dat op en in de bodem leeft. Naast de kleine mod­derkruiper die behoor­lijk alge­meen is in onze wateren bestaat er ook een grote mod­derkruiper, waar­van het onzeker is of die ook hier voorkomt. Kleine mod­derkruipers zijn met name in de schemer­ing en ’s nachts actief, overdag rusten ze ver­sc­holen tussen de veg­e­tatie of inge­graven in de bodem met enkel hun kop eruit stek­end.

Ze voe­den zich door mod­der op te hap­pen en daaruit eet­bare deelt­jes te fil­teren. Het dieet bestaat uit water­vlooien, kleine diert­jes, algen en dood organ­isch mate­ri­aal.

Bij­zon­der

De kleine mod­derkruiper is een zeer bewegelijk wor­mvormig visje ‚met een mooie teken­ing: een rij zwarte vlekken op zijn flanken. Hij kan zowel in stromend zuurstofrijk als stil­stand water voorkomen. Als het water erg zuursto­farm wordt, heeft de kleine mod­derkruiper een bij­zon­dere oploss­ing: hij kan dan lucht hap­pen aan de opper­vlakte en zuurstof opne­men via zijn darmkanaal.

Waar

De soort heeft een voorkeur voor stil­staand tot langzaam stromende ondiepe wateren met een rijke planten­be­groei­ing en een zandige of met dunne sli­blaag bedekte bodem. Kleine mod­derkruipers komen in vri­jwel heel Ned­er­land voor in sloten, vaarten, kanalen, riv­iert­jes, beken, plassen en meren. De kleine mod­derkruiper heeft een ver­sprei­d­ings­ge­bied in Europa boven de Alpen tot aan de Oeral. In een groot deel van dit gebied is de soort zeldzaam, maar niet in Ned­er­land. Maar om die reden staat de kleine mod­derkruiper wel op de lijst van bedreigde Europese soorten.

 harigknopkruidplantenHarig Knop­kruid5 okt 2014oktober

Harig Knop­kruid, 5 okt 2014

 harigknopkruid

Naast natu­uron­twik­kel­ing doen we bij De Heiman­shof en Sticht­ing MEER­Groen ook veel aan biol­o­gisch tuinieren.

Een belan­grijke les bij de groen­te­teelt is ‘dat onkruid niet bestaat’.

Biol­o­gis­che groen­te­teelt leer je nl om respect voor voed­sel te kri­j­gen. En bij dat respect hoort niet alleen dat je alles wat een gram­metje wil mee snoepen, doo­d­spuit, maar ook het inzicht dat alle planten waarde hebben op een op andere wijze.

Onkruid betekent nl dat een plant niets waard is en is per defin­i­tie dus een onterechte naam. Maar ook bij ons wordt flink gewied. Daarom spreken we liever over ongewen­ste kruiden.

Een van de meest ongewen­ste kruiden in onze tuin is harig knop­kruid, afkom­stig uit Zuid-?Amerika. Maar laat deze plant (net als brand­ne­tel en zeven­blad) nu ook bij­zon­dere eigen­schap­pen te hebben!

Bij­zon­der

In

omge­woelde aarde is knop­kruid één van de eerste planten die ontkiemt en ook snel voor nakomelin­gen zorgt. De bloeitijd is van juni tot okto­ber.

Het zaad bli­jft 10 jaar lang kiemkrachtig en wordt op veel manieren ver­vo­erd: door land­bouwvo­er­tu­igen, schoen­zolen, kled­ing en dieren­vachten. De plant is een bij­zon­der waarde­vol voed­ingsmid­del. Het heeft het hoog­ste ijz­erge­halte van alle eet­bare wilde planten en heeft een bloed­stol­lende en ontstek­ingsrem­mende werk­ing.

De bloe­men kun je overal in ver­w­erken. Maar ook de bladeren en sten­gels zijn eet­baar in een stamp­pot of om soep een bij­zon­dere smaak te geven. Je kunt harig knop­kruid ook eten als spinazie: kort roer­bakken wat knoflook toevoegen.

Waar

Knop­kruid past zich makke­lijk aan nieuwe omstandighe­den aan. Het groeit in de tropen en in het tro­pisch regen­woud, maar kan ook een land­kli­maat met win­ters van -10 ºC over­leven.

In het begin van de 19de eeuw werd het door de laarzen van sol­daten en hoeven van paar­den van Napoleon door heel Europa ver­spreid. Voor die tijd was harig knop­kruid in Europa alleen te vin­den in de botanis­che tuin van Par­ijs. En nu overal.