bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

hondskruid, 25 jul 2020

 hondskruid1

Hondskruid klinkt niet echt aantrekkelijk. Toch zit er achter deze naam een fascinerend verhaal. Hondskruid is nl een orchidee. En niet zo maar 1. Bij orchideeën denken veel mensen aan tropische orchideeën die je in de winkel kunt kopen. Maar ook in Nederland komen ca 70 soorten orchideeën voor. En daarbij denken de meest mensen dan aan Limburg, want op de kalk van Limburg komen zo’n 60 soorten voor. Wat meestal niet bekend is, is dat in onze ‘kale landbouwpolder’ die steeds meer met woningen en kantoren wordt gevuld misschien wel meer orchideeën voorkomen dan in Limburg. Nog pas 2 weken geleden heb ik een fietstocht langs een veld met ca 1 miljoen orchideeën gehouden. Tot op heden hebben we in de Haarlemmermeer 14 soorten gevonden. Dat komt omdat we een oude waddenbodem hebben, waar nog schelpen (kalk) inzit, de oude zandbanken zijn voedselarm en

beetje brakke kwel helpt ook. Van die 14 soorten is hondskruid een van de zeldzaamste.

Bijzonder

De eerste plant werd een jaar of 10-15 gelden ontdekt in Beukenhorst aan de kruisweg. Die werd geplukt. Een jaar of 8 gelden verscheen er 1 ook in Beukenhorst aan de Kagertocht, die na 2 jaar werd ook werd geplukt. Nu is er een heel veldje gevonden in het Groene Carre Zuid. De plek werd ontdekt en gefotografeerd door Ruud Luntz, Waarvoor dank.

Helaas is in 2017 aan de meeste orchideeën de status van beschermde soort ontnomen. Dat kwam project ontwikkelaars beter uit en onze overheid luistert ‘goed’ naar de samenleving.

Waar

Hondskruid houdt van zonnige plekken op zand-, leem- of kleibodem. Het komt voor rond de middellandse zee en in Europa tot Noord-Duitsland, Schotland, en Ierland. In Nederland is de plant zeer zeldzaam en komt voor in Zuid-Limburg, Zeeland, in de duinen bij Wijk aan Zee en Noordwijk aan Zee en in het westen van het land op opgespoten braakliggende industrieterreinen. Wellicht door de klimaatverandering is de soort aan een gestage opmars bezig. Dat is dus ook in onze polder te merken.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 8 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 blankeparasolzwampaddenstoelenBlanke Parasolzwam12 okt 2019oktober

Blanke Parasolzwam, 12 okt 2019

 blankeparasolzwam

Deze column die begon in 2006 heet eigenlijk ’Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer’. Het idee is om elke week of tegenwoordig 14 dagen een soort te behandelen van de ca 10.000 soorten die er in de Haarlemmermeer voorkomen. Inmiddels zijn er ca 650 soorten behandeld dus ik kan nog eeuwen doorgaan. Natuurlijk probeer ik zoveel mogelijk aansprekende soorten ’van het seizoen ‘te behandelen. Daarom was een paddenstoel, een keuze die zich in deze zeer natte en nog warme herfst nadrukkelijk opdrong. Er was keuze uit wel 40 soorten die ik deze week tegenkwam. Daaronder prachtige witte kluifjeszwammen, en een 20 tal reuzenbovisten, en geschubde inktzwammen maar die had ik al behandeld. De blanke parasolzwam was nieuw. Die stond vrij massaal in de compost van de voedseltuin op Park2020.

Bijzonder

Net

als de veel bekendere grote parasolzwam is de blanke parasolzwam eetbaar. De grote Parasolzwam groeit vooral (en massaal) op voedselarm zand in de duinen, maar kan daar wel 40 cm hoog en 30 cm in diameter worden. De blanke parasolzwam is veel bescheidener van omvang. De hoed wordt maximaal 10 cm in diameter. Verder is deze soort vrij zeldzaam, dus opeten is geen goed idee. Dat hebben we wel gedaan met een 3 kilo zware reuzenbovist (1 van 20 exemplaren). Die kun je inplakken snijden en bakken als een biefstuk zolang hij wit is (dat wil zeggen nog groeit en geen sporen aan het vormen is) . De blanke parasolzwam heet ook wel de blanke champignonparasolzwam. Maar het is geen champignon. Die hebben als enige geslacht altijd zwarte sporen waar ze duidelijk aan te herkennen zijn. Er zijn wel 20 soorten met een hoed van 10-40 cm in diameter. De blanke parasolzwam heeft witte sporen en bij rijping en als je de paddenstoel indrukt verkleurd hij een beetje roze.

Waar

De blanke parasolzwam groeit op zandige grond die wat rijker is door een pakket van humus. Dus ook wel in tuinen, zoals bij ons op de voedseltuin van park2020.

 kweepeerbomenKweepeer en Merels7 okt 2018oktober

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl

 vuurzwammetjebomenVuurzwammetje21 okt 2017oktober

Vuurzwammetje, 21 okt 2017

 vuurzwammetje

Wat bij vogels bv de Ijsvogel is en bij planten de orchideeën familie, dat zijn bij paddenstoelen de wasplaten. Het zijn bijna zonder uitzondering zeer kleurige paddenstoelen, die erg tot extreem zeldzaam zijn en daarmee een iconische status hebben bij kenners en leken. Groot was dan ook ons enthousiasme toen we op De Heimanshof maar liefst 10 scharlakenrode vuurzwammetjes aantroffen voor het eerst in 40 jaar (foto JvanLoon). De Nederlandse naam "vuurzwammetje" heeft betrekking op de intens rode kleur. Wasplaat slaat op de structuur van de plaatjes aan de onderzijde van de hoed die doet denken aan stearine of was van een kaars.

Bijzonder

De functie van de felle kleur van sommige paddenstoelen, waaronder het vuurzwammetje, is onbekend. Mogelijk heeft deze een signaalfunctie en beschermt het vruchtlichaam

tegen betreding. In Europa groeit de soort in grasland, op zandige heiden en in onbemeste wegbermen. Op een enkele soort na zijn veel wasplaten in heel West-Europa erg zeldzaam geworden. Ze zijn namelijk erg gevoelig voor kunstmest en verdwijnen snel uit hiermee bewerkte weilanden. Samen met andere graslandpaddenstoelen zijn ze teruggedrongen tot vaak luttele vierkante meters waar ze zich rond deze tijd laten zien.

Waar

In Nederland zijn het vaak oude kerkhoven en verder een enkel graslandreservaat, een oude zeedijk of grazige plekken op heide en in de duinen waar je ze kunt vinden. Wasplaten worden altijd gezien als graslandpaddenstoelen, maar veel soorten zijn vooral kieskeurige paddenstoelen die alleen maar gevonden worden op een oude gerijpte bodem die al heel veel jaren onaangeroerd is gebleven. Noord-Amerika komen wasplaten vooral voor in oude ongestoorde oerwouden aan de oost- en westkant van het continent. Haast onbegrijpelijk, maar beide groeiplaatsen hebben een ongestoorde bodem gemeen. Het gaat altijd om slechts enkele vierkante meters, waar ze voorkomen in een bijzonder milieu, dat ze meestal delen met andere zeldzame paddenstoelsoorten.

 ccycadeSynophropsis7insectenSynophropsiscicade7 okt 2017oktober

Synophropsiscicade, 7 okt 2017

 ccycadeSynophropsis7

Meestal zoek ik een Nederlandse naam van de soort die behandeld wordt. Maar de soort cicade die vorige week in De Heimanshof werd aangetroffen was een nieuwe soort in Nederland, waarvan dit pas de tweede waarneming in het land was. In mei dit jaar werd deze soort voor het eerst in Nederland in Limburg aangetroffen. Dus we moeten het voorlopig doen met deze tongbrekende naam. Een goede kans voor een naam is de Lauriercicade, want de Mediterrane (echte) laurier is zijn favoriete voedingsplant. Maar bij gebrek daaraan wordt hij ook wel op andere struiken met harde bladeren aangetroffen zoals de Portugese Laurier, Hulst en zoals in De Heimanshof op de liguster. De wakkere waarnemer was Theo Terwiel , een fotograaf die veel natuuropnamen maakt en stad en land afstruint op bijzondere insecten en ook vaak in De Heimanshof op bezoek

is.

Bijzonder

Er zijn wereldwijd ongeveer 40.000 soort cicaden bekend. De meeste soorten zijn rond een halve cm groot Rond de Middellandse zee komt een grote soort van 2 cm voor die op zomerse dagen permanent een oorverdovend gesnerp produceert. Bladluizen en wantsen zijn verwante soorten, die net als de cicaden een zuigsnuit hebben waarmee ze plantensappen opzuigen. Sommige soorten cicaden produceren het bekende schuimbeestje. In dat zelf geproduceerde schuim beschermt de larve zich tegen vogels. Een dergelijk nest wordt wel koekoeksspuug genoemd. Een bijzonderheid van cicaden is dat veel soorten een symbiotische relatie hebben met bepaalde bacteriën. Deze helpen de cicade bij het verteren van z´n voedsel. Cicaden zijn driehoekig en hebben een springpoot waar mee ze tientallen keren hun eigen lengte weg kunnen springen (foto)

Waar

Sommige soorten komen in grote aantallen voor op door de mens geteelde gewassen en worden beschouwd als plaaginsecten. Synophropsis was tot 1850 vooral bekend van de Balkan en is sinds die tijd een opmars begonnen rond de Middellandse zee en recentelijk noordwaarts. Mogelijk dankzij de klimaatverandering.

 ggeleringboleetpaddenstoelenGele Ring Boleet20 okt 2016oktober

Gele Ring Boleet, 20 okt 2016

 ggeleringboleet

In deze tijd van het jaar komen er vele paddenstoelen tevoorschijn.

Veel mensen blijven door onbekendheid hangen in het vooroordeel dat ze wel giftig zullen zijn. Maar het helpt om een aantal grote groepen te leren onderscheiden, bolvormige stuifzwammen (bovisten), hoed vormende plaatjeszwammen (een bonte verscheidenheid) en buisjes zwammen (boleten), en staaf of plaatvormige soorten. Dan heb je soorten die de biomassa (hout, bladeren) verteren (saprofytisch), soorten die levende bomen kunnen ziek maken (parasitair) en soorten die samen werken met bomen (symbiotisch). Van deze laatste groep zijn de boleten het school voorbeeld. Een derde indeling is de eetbaarheid: ik ken misschien 500 soorten, verreweg de meeste daarvan zijn eetbaar, maar niet smakelijk (houtig, vezelig, etc), een 40 tal zijn lekker en maar een enkele zoals de aconieten heeft een giftigheid waar de meeste mensen zo bang voor zijn.

Bijzonder

De boleten springen er in alle indelingen uit. Ze hebben buisjes onder de hoek, zijn vaak zeer smakelijk en ze zijn allemaal symbiotisch. Die symbiose werkt als volgt: de schimmel kan bepaalde mineralen vooral uit arme grond wel opnemen en levert die aan de boomwortels (mycorrhiza) die daar voor suikers aan de schimmel levert. Zo kunnen deze bomen vitaal in zeer arme bodems groeien waar ze anders kwarrig zouden zijn.

Een aantal boleten zoals eekhoorntjesbrood en heksenboleet, heb ik al eens behandeld. Maar deze week verscheen er in De Heimanshof een heksen kring van een hele zeldzame soort: de gele ringboleet. Deze soort leeft uitsluitend samen met de lariks boom. En lariksen zijn er in dit deel van Nederland weinig. Die staan vooral in de droge zanderige streken. Maar er staan 3 lariksen op de heemtuin en die hebben ze weten te vinden. Ook de gele ringboleet is eetbaar. Alleen de hoed is zeer slijmerig en die laag kun je beter verwijderen. Een leuke eigenschap van veel boleten is dat ze bij beschadiging blauw kleuren.

Waar

De gele ringboleet is een beschermde zeldzame soort die uitsluitend bij larikswortels groeit en dus vaak op zandgrond. Maar het kan dus ook op de Haarlemmermeerse klei.

 bbuxusmotvlindersBuxusmot6 okt 2016oktober

Buxusmot, 6 okt 2016

 bbuxusmot

De natuur is permanent in beweging en in ontwikkeling. De laatste tijd speelt de mens daar een belangrijke rol is. Al honderden jaren introduceren we bewust planten en dieren die we overal op de wereld tegen komen, het zij als voeding- of siergewas of huisdier. En met het massale reizen, wat de mondiale economie met zich mee heeft gebracht, is dat is dat de laatste 20-30 jaar eufemistisch gezegd, niet minder geworden. Regelmatig blijken soorten die we van ver weg mee nemen zich tot een plaag te ontwikkelen. Iedereen kent wel voorbeelden zoals de nijlgans, de tijgermug, en de waterhyacint bv. De meeste tuinplanten zijn ook exoten. Een bekende tuinplant is het buxus struikje. Rond 2006 is met een zending buxusstruikjes uit China de busxusmot in Duitsland verzeild geraakt. En die mot of nachtvlinder is in een flink tempo Europa aan het veroveren (Duitsland 2006, Zwitserland en Nederland 2007, Engeland 2008, Frankrijk en Oosten

rijk in 2009, Italië 2013.Dennemarken 2013) . Vorige maand is deze mot ook voor het eerst in de Haarlemmermeer waargenomen en gefotografeerd door Lou vd Linden, die mij regel matig verrast met bijzonderheden.

Bijzonder

De Buxus mot maakt 2-3 generaties per jaar. Vraat aan de bladeren begint binnen in de struik. Daardoor wordt een aantasting vaak pas (te ) laat ontdekt als de grotere rupsen in steeds sneller tempo een struik ontbladeren. In zijn natuurlijke gebied heeft de soort natuurlijke vijanden, die de ontwikkeling van de aantallen in balans houdt. Dat is in Europa niet het geval. Alleen in Zuid- Frankrijk is per toeval eerder de Aziatische wesp geïntroduceerd, die de buxusmot op z’n menu heeft staan.

De buxusmot heeft een vleugelspanwijde van 4-4.5 cm en komt voor in twee kleurvariëteiten: een bijna geheel witte en een bijna bruine (Foto)

Waar

De busxusmot is inheems in Oost Azië en komt sinds zijn introductie in Duitsland in een groot gedeelte van West- Europa voor en werd dit jaar verschillende keren in Hoofddorp gemeld.

 kleine-modderkruipervissenKleine mod­derkruiper18 okt 2014oktober

Kleine mod­derkruiper, 18 okt 2014

 kleine-modderkruiper

Door het maken van de onder­wa­ter ont­dek­w­ereld op De Heiman­shof bestaande uit ca 20 aquaria met daarin zoveel mogelijk van de onder­wa­ter­soorten die in de Haar­lem­mer­meer voorkomen, ben ik steeds meer gefasci­neerd door de bij­zon­der­he­den, die er in die mod­derige en donkere wereld zijn aan te tre­f­fen. We kun­nen inmid­dels ruim 40 soorten tonen en dat is nog lang niet alles.

Een van de mooiste vis­sensoorten in onze polder, is de kleine mod­derkruiper. Het is een visje van slechts 8 - 14 cm, dat op en in de bodem leeft. Naast de kleine mod­derkruiper die behoor­lijk alge­meen is in onze wateren bestaat er ook een grote mod­derkruiper, waar­van het onzeker is of die ook hier voorkomt. Kleine mod­derkruipers zijn met name in de schemer­ing en ’s nachts actief, overdag rusten ze ver­sc­holen tussen de veg­e­tatie of inge­graven in de bodem met enkel hun kop eruit stek­end.

Ze voe­den zich door mod­der op te hap­pen en daaruit eet­bare deelt­jes te fil­teren. Het dieet bestaat uit water­vlooien, kleine diert­jes, algen en dood organ­isch mate­ri­aal.

Bij­zon­der

De kleine mod­derkruiper is een zeer bewegelijk wor­mvormig visje ‚met een mooie teken­ing: een rij zwarte vlekken op zijn flanken. Hij kan zowel in stromend zuurstofrijk als stil­stand water voorkomen. Als het water erg zuursto­farm wordt, heeft de kleine mod­derkruiper een bij­zon­dere oploss­ing: hij kan dan lucht hap­pen aan de opper­vlakte en zuurstof opne­men via zijn darmkanaal.

Waar

De soort heeft een voorkeur voor stil­staand tot langzaam stromende ondiepe wateren met een rijke planten­be­groei­ing en een zandige of met dunne sli­blaag bedekte bodem. Kleine mod­derkruipers komen in vri­jwel heel Ned­er­land voor in sloten, vaarten, kanalen, riv­iert­jes, beken, plassen en meren. De kleine mod­derkruiper heeft een ver­sprei­d­ings­ge­bied in Europa boven de Alpen tot aan de Oeral. In een groot deel van dit gebied is de soort zeldzaam, maar niet in Ned­er­land. Maar om die reden staat de kleine mod­derkruiper wel op de lijst van bedreigde Europese soorten.

 harigknopkruidplantenHarig Knop­kruid5 okt 2014oktober

Harig Knop­kruid, 5 okt 2014

 harigknopkruid

Naast natu­uron­twik­kel­ing doen we bij De Heiman­shof en Sticht­ing MEER­Groen ook veel aan biol­o­gisch tuinieren.

Een belan­grijke les bij de groen­te­teelt is ‘dat onkruid niet bestaat’.

Biol­o­gis­che groen­te­teelt leer je nl om respect voor voed­sel te kri­j­gen. En bij dat respect hoort niet alleen dat je alles wat een gram­metje wil mee snoepen, doo­d­spuit, maar ook het inzicht dat alle planten waarde hebben op een op andere wijze.

Onkruid betekent nl dat een plant niets waard is en is per defin­i­tie dus een onterechte naam. Maar ook bij ons wordt flink gewied. Daarom spreken we liever over ongewen­ste kruiden.

Een van de meest ongewen­ste kruiden in onze tuin is harig knop­kruid, afkom­stig uit Zuid-?Amerika. Maar laat deze plant (net als brand­ne­tel en zeven­blad) nu ook bij­zon­dere eigen­schap­pen te hebben!

Bij­zon­der

In

omge­woelde aarde is knop­kruid één van de eerste planten die ontkiemt en ook snel voor nakomelin­gen zorgt. De bloeitijd is van juni tot okto­ber.

Het zaad bli­jft 10 jaar lang kiemkrachtig en wordt op veel manieren ver­vo­erd: door land­bouwvo­er­tu­igen, schoen­zolen, kled­ing en dieren­vachten. De plant is een bij­zon­der waarde­vol voed­ingsmid­del. Het heeft het hoog­ste ijz­erge­halte van alle eet­bare wilde planten en heeft een bloed­stol­lende en ontstek­ingsrem­mende werk­ing.

De bloe­men kun je overal in ver­w­erken. Maar ook de bladeren en sten­gels zijn eet­baar in een stamp­pot of om soep een bij­zon­dere smaak te geven. Je kunt harig knop­kruid ook eten als spinazie: kort roer­bakken wat knoflook toevoegen.

Waar

Knop­kruid past zich makke­lijk aan nieuwe omstandighe­den aan. Het groeit in de tropen en in het tro­pisch regen­woud, maar kan ook een land­kli­maat met win­ters van -10 ºC over­leven.

In het begin van de 19de eeuw werd het door de laarzen van sol­daten en hoeven van paar­den van Napoleon door heel Europa ver­spreid. Voor die tijd was harig knop­kruid in Europa alleen te vin­den in de botanis­che tuin van Par­ijs. En nu overal.

 kruisspinmetprooiinsectenKruisspin (3)20 okt 2013oktober

Kruisspin (3), 20 okt 2013

 kruisspinmetprooi

De kruisspin is een groot deel van het leven bezig met het bouwen van een web. Het web is vergelijkbaar met dat van andere wielwebspinnen. Deze spinnenfamilie bouwt een vierkant frame met een spiraalvormige vangdraad in het midden. Deze wordt ondersteund door een aantal draden die van het frame naar het midden van het web lopen waardoor ze doen denken aan spaken. Het web in zijn geheel lijkt hierdoor op een fietswiel waaraan de naam van de spinnen te danken is.

Het web raakt gemakkelijk beschadigd en snel vervuild. Bovendien drogen de draden snel uit, zodat het web iedere dag vervangen moet worden. Dit duurt ongeveer 20 minuten. Ook na iedere vangst moet het web gerepareerd worden, omdat een spartelend prooidier het web beschadigt. De kruisspin bouwt het web op enige hoogte

boven de bodem in struiken en lagere takken van bomen.

Het web is bedoeld om kleine en grotere vliegende insecten te vangen. Bekende prooien zijn vliegen en muggen, wespen en bijen maar ook grotere insecten zoals vlinders worden gegeten. Heel kleine prooien, zoals bladluizen, worden genegeerd. Zodra een prooi het web invliegt, wordt de spin gealarmeerd door de trillingen in de zogenaamde signaaldraden. De spin wikkelt deze snel in een spinselpakket (foto). Pas daarna wordt een beet toegediend die de prooi verlamt. De ingepakte prooi wordt dan uit het web gehaald en in een schuilplaats opgegeten. In de zomer van het tweede levensjaar zijn de wijfjes zo groot dat ze een web van ongeveer 60 cm doorsnede maken. Vooral bij vochtige weersomstandigheden zijn de webben duidelijk te zien doordat ze bedekt zijn met dauwdruppels. Het grootste deel van de volwassen spinnen overleeft de eerste nachtvorst niet.

De voornaamste vijanden van de kruisspin zijn insectenetende vogels, die de spin uit het web plukken. Er zijn ook spinnensoorten die alleen op andere spinnen jagen en hen in hun eigen web aanvallen. Daarnaast zijn kruisspinnen kannibalen en eten ze kleinere soortgenoten.

 kruisspinbabies1insectenKruisspin (2)20 okt 2013oktober

Kruisspin (2), 20 okt 2013

 kruisspinbabies1

De paring is voor een mannetje een hachelijke zaak. De vrouwtjes blijven in hun web terwijl de mannetjes op zoek gaan. Hij laat weten dat hij geen prooi is door trillingen te maken in het web van het vrouwtje. De paring van spinnen is uitwendig. Het mannetje heeft aan de monddelen een ballonnetje. Dit heeft een pipet-achtige werking zodat sperma kan worden opgezogen en later in het vrouwelijke geslachtsorgaan kan worden afgegeven. De geslachtsdelen van het mannetje en het vrouwtje passen exact in elkaar. Als het ballonetje is gevuld, wordt het als een spermapakketje ingebracht.

Na de bevruchting wordt het sperma opgeslagen in een speciaal kamertje. Het vrouwtje heeft een eileider waar de eicellen worden bevrucht en de eieren worden gevormd. Hierbij zwelt het achterlichaam enorm op. De eitjes worden afgezet in een cocon.

Het aantal eitjes varieert met de grootte van het vrouwtje van enige tientallen tot honderden. Als de cocon af is, wordt

deze voorzien van pluizige spinseldraden ter bescherming. De cocon wordt de eerste tijd bewaakt door het vrouwtje. De cocons worden in de herfst afgezet op verborgen plekken in planten en zien er uit als een pluk watten met in het midden de gelige eitjes (foto 1). Het vrouwtje stopt met jagen en sterft korte tijd nadat haar eiercocon is afgezet. De eieren overwinteren; in de lente komen de jonge spinnetjes tevoorschijn, ze hebben een kenmerkende gele kleur. (foto 2).

Jonge kruisspinnen verspreiden zich als het nest wordt verstoord, om enige tijd later weer samen te komen. Ze leven de eerste 7-10 dagen van het voedsel in hun dooier. Daarna klimmen ze zo hoog mogelijk in een plant en spinnen een lange draad. Deze draad wordt door de wind opgepakt en neemt de jonge spin mee de lucht in. Zo verspreiden de kleine spinnetjes zich door de lucht en kunnen ze honderden meters of kilometers verder terechtkomen. Spinnen zijn hierdoor vaak de eerste kolonisatoren van nieuwe geïsoleerde (bv vulkanische) eilanden.

 kruisspinbabies2

 kruisspin1insectenKruisspin (1)7 okt 2013oktober

Kruisspin (1), 7 okt 2013

 kruisspin1

De kruisspin is in tegenstelling tot veel andere spinnen geen schuwe soort, maar eentje die vaak midden in het web zit en moeilijk over het hoofd is te zien.

De naam is te danken aan de op een kruis gelijkend patroon op het achterlijf (foto).

Bij spinnen zien mannetjes en vrouwtjes er totaal anders uit. Vrouwtjes worden 12-17 mm, exclusief poten, terwijl mannetjes ongeveer 5 -10 mm worden. Als spinnen nog jong zijn, verschillen de mannetjes en wijfjes niet veel van elkaar. Na verloop van tijd groeien de wijfjes harder dan de mannetjes. In de zomer van hun 2e levensjaar, als de wijfjes volwassen worden, groeien ze zeer snel. Mannetjes hebben naar verhouding langere poten maar een veel kleiner achterlijf dan een vrouwtje. Vooral vrouwtjes die eieren dragen, hebben een opvallend dik achterlijf.

Wat direct opvalt aan de spin zijn de vier paar lange harige poten. De haartjes dienen om trillingen te voelen. Het lichaam van de spin bestaat uit het achterlijf en het gefuseerde kopborststuk. Een kruisspin heeft 8 puntogen: 4 aan de voorzijde en 2x 2 opzij. In tegenstelling tot insecten die samengestelde facetogen hebben, bestaan spinnenogen uit een enkele structuur met ieder een eigen lens.

Onder de kop bevinden zich 2 paar kaken. De bovenkaken zijn voorzien van klauw-achtige structuren en bevatten een gifkanaal. De spin neemt voedsel op door eerst verteringssappen in de prooi te brengen en deze vervolgens weer op te zuigen.

Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben 3 paar spintepels. Dit zijn de uitscheidingsorganen waarmee het spinnenweb wordt gebouwd, maar waarmee ook prooien en eicocons worden omwikkeld. De spintepels kunnen verschillende soorten draden produceren; stevige en niet-kleverige draden om het frame van het web te maken en de eitjes te voorzien van een beschermende laag.

Aan het einde van de zomer is de kruisspin volwassen. Eenmaal volwassen maken de spinnen veel grotere webben dan jonge spinnen, waardoor ze goed opvallen.

 berkenboleetpaddenstoelenBerkenboleet27 okt 2012oktober

Berkenboleet, 27 okt 2012

 berkenboleet

De modder-race in de Groene Weelde heeft zijn sporen achtergelaten. Een deel van het parcours liep dwars door de door MEERGroen beheerde orchideeënweide en zelfs dwars over de door ons aangelegde ringslangen broedhoop. Enigszins gealarmeerd ben ik gaan kijken hoe groot de schade was. Het leek er op dat de modderfiguren weinig oog hadden voor ecologische pareltjes. Gelukkig waren de ringslangen-eieren al uitgekomen en zijn de meeste orchideeën al weer ondergronds gegaan. De controletocht leverde (zoals meestal) wel een onverwachte verrassing op. Tientallen soorten paddenstoelen, waarvan de berkenboleet de leukste was. In de Haarlemmermeer heb ik al eekhoorntjesbrood, kastanjeboleet en inktboleet gevonden, maar dit was een nieuwe boletensoort. Boleten zijn bekend uit de keuken omdat bijna alle soorten eetbaar en smakelijk zijn. Het zijn vaak forse exemplaren die meer dan een

kilo per stuk kunnen wegen en in goede staat tientallen euro’s/kilo kunnen opbrengen.

Bijzonder

In Nederland komt een 30-tal soorten boleten voor, waarvan alleen al de berkenboleet een stuk of tien ondersoorten of variëteiten kent, zoals zwarte, de witte en de oranje berkenboleet. De berkenboleet heeft zich gespecialiseerd in het leveren van diensten aan berken. Op dezelfde manier zijn er ook elzen, populieren, eiken en kastanjeboleten. Bv het eekhoorntjesbrood is minder soortspecifiek en groeit bij eiken, lindes, andere loof- en zelfs naaldbomen.

Waar

De nauwe band van de boleten met bomen gaat verder dan dat ze er vlak bij groeien. Ze hebben een intense en wederzijds voordelige relatie. De boleten vormen dichte netten van zwamdraden om de wortels van een specifieke soort of een groep van boomsoorten en wisselen onderling voedsel uit. De bomen leveren suikers of zetmeel en de boleten maken mineralen en water beschikbaar uit de grond waar de boom zelf niet bij kan. Deze symbiose stelt hen beiden in staat op voedselarme of droge plaatsen te groeien waar dat anders niet lukt.