bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Woudaapje, 30 aug 2019

 woudaap2

Ik woon naast langs de Geniedijk en houd sinds 1996 het Oude Dr Nanningazwembad ( 1935-1975) bij als groentetuin, heemtuin en cultuurhistorisch monument. Dit plekje is sowieso een ecologisch paradijsje met snoeken van meer dan een meter en de ijsvogel, groene specht, vleermuizen, libellen, roofvogels en nog veel meer als smaakmakers. Maar afgelopen week had ik er tot 2 x toe een wel zeer bijzondere ervaring. Een vrouwtje woudaap (foto) schoot op 2 verschillende dagen uit de oever tussen de bosjes vandaan en bleef in een geval wel 10 minuten op een paal midden in het water zitten. Inmiddels is deze dame verder getrokken, maar het zou goed kunnen dat er een broedgeval van de woudaap geweest is in bv de Groene Weelde. Het woudaapje is de kleinste reigerachtige die in Nederland voorkomt. Net groter dan een waterhoentje. De laatste keer dat ik een Woudaap

had gezien was in 1968!

Bijzonder

In die tijd waren er landelijk naar schatting nog 250 broedparen. Inmiddels is dat schrikbarend afgenomen tot niet meer dan 20 paren, verdeeld over heel het land en staat de soort hier als ernstig bedreigd in de boeken. Internationaal is het nog niet zo ernstig. Waarom deze soort niet geprofiteerd heeft van de drooglegging van de Flevopolders en de Oostvaardersplassen is niet bekend. De genoemde aantallen kunnen een onderschatting zijn, want het woudaapje leeft zeer verscholen. Zijn naam komt deels van zijn roep die een beetje klinkt als ‘wouw’, maar hij leeft ook in een moerasbos (‘woud’) waar hij zo handig als een aapje door de takken en de rietstengels klautert! Het mannetje woudaap is itt tot het bruin gestreepte vrouwtje ( schutkleur) een stuk opvallender met zwart en witte tekening die op de rug bijna roze is.

Waar

De woudaap broedt in Europa, West- en zuidelijk Azië, Afrika in rietmoerassen en zoetwateroevers. Vogels die in de gematigde klimaatzone van Europa en Azië broeden, trekken ′s winters naar het zuiden. Vogels die in de tropen broeden, zijn standvogel.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 7 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 veldmuiskleine dierenVeldmuis22 nov 2007november

Veldmuis, 22 nov 2007

 veldmuis

In het braakliggende gebied langs de A4 tussen de Geniedijk en Schiphol-Rijk, verzamelden zich vorige week 5 ooievaars en tientallen reigers. De reden voor hun bezoek is de veldmuis. Deze muis is dit jaar bijzonder algemeen in de Haarlemmermeer en ook verantwoordelijk voor de al eerder gemelde exceptioneel goede broedresultaten van roofvogels. Het is dit jaar namelijk een ‘muizenjaar’. De staart van woelmuizen, zoals de veldmuis, is veel korter dan van ‘ware’ muizen (b.v de huismuis) hun oren zijn kleiner en hun snuit is stomper.De veldmuis eet vooral grassen, kruiden en granen en maakt zijn nest tot wel 50 cm diep. Nesten liggen meestal zo′n drie meter van elkaar af. In goede gebieden, zoals wegbermen, kunnen wel 750 -1400 muizen per ha leven. Een vrouwtje kan 2-4 worpen per jaar krijgen van 2-12 jongen. De jongen worden naakt, roze en blind geboren. Ze worden 20 dagen lang gezoogd en zijn 14 dagen na het zogen geslachtsrijp. In het wild leven veldmuizen 4-24 maanden. In gevangenschap

kunnen ze 3 jaar oud worden.

Bijzonder

Ongeveer elke 3 jaar is er een muizendaljaar, dan een jaar waarin de aantallen toenemen en dan een topjaar. Door de zachte en droge winter van 2006/2007 is 2007 een extreem goed topjaar. De veldmuis is het belangrijkste voedsel is voor veel dieren, zoals hermelijnen, wezels, vossen, roofvogels, uilen en reigers. Top- en daljaren bij de veldmuis hebben een rechtsreeks effect op de overlevingskans en de broedresultaten bij deze dieren. Menselijke activiteiten, zoals bouwen en maaien kosten ook veel veldmuizen het leven. Daarnaast sterven veel muizen in de winter door wateroverlast en koude. Veldmuizen zijn vooral in de avondschemer en ′s nachts actief, overdag minder. Om de kans te verkleinen door roofvogels te worden gepakt, hebben ze een speciaal leefpatroon ontwikkeld. Om de twee uur komen ze vrijwel allemaal tegelijk uit hun holletjes om te gaan eten. Hoewel er dan wel muizen gevangen worden, zijn het er minder dan dat er altijd muizen actief zijn.

Waar

Veldmuizen leven in drogere streken met kort gras en/of granen, zoals graanakkers, wegbermen en dijken. Het verspreidingsgebied loopt van West-Europa tot Centraal- Azië met als zuidgrens Noord-Spanje, de Alpen, de Balkan en de Kaukasus. De noordgrens loopt door Nederland en Denemarken en via de Baltische staten naar Zuid-Finland.

 turksetortelvogelsTurkse Tortelduif15 nov 2007november

Turkse Tortelduif, 15 nov 2007

 turksetortel

De aanleiding voor het onderwerp deze week is de melding van een curieus broedgeval van een Turkse Tortelduif dat rond 6 november begon. De Turkse tortel is een duif die tegenwoordig vrij algemeen in Nederland voorkomt. Het is een beige vogel van ongeveer 30 cm lang, met een donker streepje in de nek. Ze eten voornamelijk zaden, rupsen, kevers en kleine vruchten. Het is een vogel die redelijk veel in de buurt van mensen komt: een cultuurvolger.
De Turkse tortel bouwt een eenvoudig nest bestaande uit losse takjes die in elkaar gestoken een ′platje′ vormen. Op dat nest worden steeds twee eieren gelegd. De duif koert meestal langdurig en eentonig. De vogel komt ′s winters af op voertafels, maar blijft bijna altijd op de grond.
Tegenwoordig is de Turkse tortel na de stadsduif de meest algemene duif in dorpen en steden. Tijdens de broedtijd kunnen ze agressief zijn. Ze doen alles om hun jongen te beschermen. De ouders jagen Vlaamse gaaien, eksters en zelfs mensen

weg bij het nest.

Bijzonder

Door het gammele nest mislukt een broedsel regelmatig, maar door steeds weer opnieuw een nest te maken lukt het de meeste Turkse tortels toch regelmatig jongen vliegvlug te krijgen. De meeste paartjes hebben wel 5 broedsels per jaar. De jongen uit het eerste legsel doen een paar maanden later zelf al weer mee aan de voortplanting. Er zijn weinig vogels die zich zo snel kunnen vermenigvuldigen. Het curieuze broedgeval midden in november is misschien dus minder een uitzondering dan eerst gedacht. De Turkse Tortelduif heeft de inheemse (gewone) tortelduif vrijwel verdrongen.

Waar

De Turkse tortel is sinds 1900 vanuit de Balkan West-Europa binnengetrokken. Het eerste geregistreerde broedgeval in Nederland was in 1949. Door allerlei onbekende factoren, maar zeker ook door de hoge voortplantingssnelheid explodeerde tussen 1950 en 1980 het aantal broedgevallen tot ongeveer 250.000 paar. Daarna is de stand ingestort en heeft zich gestabiliseerd op aantallen tussen de 50.000 tot 100.000 paar. De neergang van de aantallen liep parallel met die van een andere cultuurvolger: de huismus. Van de factoren die de huismus raakten (het steeds minder uitkloppen van tafelkleden en een betere isolatie van huizen met minder dakpanholletjes) lijkt voor de Turkse tortel alleen het voedselaanbod mogelijk relevant.

 kramsvogelvogelsKramsvogel11 nov 2007november

Kramsvogel, 11 nov 2007

 kramsvogel

Aan het einde van de herfst trekt de natuur zich terug en vertrekken veel dieren naar het zuiden. In de winter komen er echter ook veel dieren hierheen, vooral vogels, om van de rijkdommen van onze zachte winters te genieten. Dat zijn vooral soorten uit het koude noorden en oosten van Europa. Een van deze wintergasten is de Kramsvogel. Dit is een grote lijsterachtige met een krachtige vlucht en een opvallende grijze stuit. De kramsvogel heeft een mooi verenkleed met een grijs en bruine rug en talrijke zwarte streepjes op de buik en borst. In najaar en winter is het karakteristieke ′tsjak-tsjak-tsjak′ van de kramsvogel zeer regelmatig te horen. Wie het geluid eenmaal kent, hoort het overal. .

Bijzonder

De Kramsvogels komen vooral af op bessendragende struiken en bomen: lijsterbes, vuurdoorn, duindoorn, sleedoorn, etc., maar ook appels versmaden ze niet. Omdat we in Nederland zeer veel bessen

in de stedelijk bebouwing hebben, zijn ze ook overal in de bebouwde kom aan te treffen. Daarnaast jagen ze net als merels op slakken en wormen in gazons en op velden. Daarbij maken ze karakteristieke sprongetjes, waardoor met het blote oog van zeer ver herkend kunnen worden.

Waar

Het voornaamste broedgebied bevindt zich in Oost-Europese landen zoals Duitsland, Polen en Rusland. De kramsvogel broedt vaak in kolonies waarbij de vogels verschillende grote nesten per boom bouwen in een aantal aangrenzende bomen. In het broedseizoen leven kramsvogels erg teruggetrokken. Ook in Oost-Nederland zijn enkele broedkolonies geweest. In de jaren 80 waren er bijna 1000 broedparen. De laatste jaren is het aantal broedparen gedaald tot minder dan 100 paar, vooral in Zuid Limburg en de Achterhoek. Het is nog onduidelijk waarom het aantal broedparen zo sterk wisselt. Uit de Haarlemmermeer zijn geen recente broedgevallen bekend, maar als wintergasten zijn ze op dit moment overal in de lucht, in bessenstruiken en op velden aan te treffen.

Terugmeldingen

: Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe en een doortrekkende slechtvalk en veel haviken langs de Geniedijk.

 lieveheersb_2sttippeliginsectenLieveheersbeestjes4 nov 2007november

Lieveheersbeestjes, 4 nov 2007

 lieveheersb_2sttippelig

Iedereen kent de rood-zwart of geel-zwart gekleurde kevertjes. De larven lijken op kleine rupsjes, maar hebben zes kleine looppootjes aan de voorzijde. Larven van veel soorten zijn stekelachtig behaard en hebben felle gele en rode kleuren. Lieveheersbeestjes gaan maagdelijk de winter in. In het voorjaar als het warm wordt vindt de paring plaats. De eitjes worden afgezet op plekken waar bladluizen zitten. De larve eet voor zijn ontwikkeling wel zo′n 200-600 bladluizen. Een volwassen lieveheersbeestje lust per dag wel 100 bladluizen. Dat zijn er dus ruim 3.000 per maand.

Bijzonder

De naam lieveheersbeestje heeft te maken met de kerstening van de Germanen. De Germaanse naam voor het kevertje, Freyafugle, vogel van de vruchtbaarheidsgodin Freya, werd verchristelijkt tot onzelievevrouwebeestje of lieveheersbeestje. De Duitse naam Mariakever heeft hiermee een duidelijke relatie. Hoewel de meeste lieveheersbeestjes felle rovers zijn, is het een symbool van een aantal instellingen

en verenigingen met een goed doel, o.a. de Beweging Tegen Zinloos Geweld. Het aantal stippen van de dekschilden zegt niets over hun leeftijd, maar zijn een soortskenmerk. Het meest algemeen van de 60 Nederlandse soorten is het zevenstippelige lieveheersbeestje (6-7 mm groot) Andere algemene soorten hebben 2 (foto, 4 mm groot), 4, 11, 14, 16 of 22 stippen en zijn rood met zwart, zwart met rood of geel met zwart. Lieveheersbeestjes worden weinig door andere dieren gegeten. De felle kleuren dienen dan ook als waarschuwing. Als een lieveheersbeestje zich bedreigt voelt, dan produceert hij een gele vloeistof bij een gewricht van de poten. Dit gedrag heet "reflexbloeden". Deze vloeistof heeft een kwalijk geurtje en smaakt erg bitter. Vogels die een lieveheersbeestje oppakken proeven dit ‘bloed’ en laten hem meestal snel vallen.

Waar

De laatste generatie kevers maakt zich nu klaar voor de winter. Ze kruipen onder een pak bladeren, in een half vergane boomstronk of i.d. Daar zitten ze soms met grote groepen bijeen. Zodra de zon in het voorjaar warm genoeg wordt, komen ze massaal weer te voorschijn.

Terugmeldingen

: Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe en een doortrekkende slechtvalk en veel haviken langs de Geniedijk.

 ringslangkleine dierenRingslang22 nov 2006november

Ringslang, 22 nov 2006

 ringslang

De vaak panische angst van de mens voor slangen heeft al vele ringslangen het leven gekost. De ringslang is echter niet giftig en totaal ongevaarlijk en eet vooral amfibieën zoals kikkers en kleine zoogdieren. De slang dankt zijn naam aan de witte ring om de hals. De gemiddelde lengte is ongeveer een meter, de maximale lengte is twee meter. Mannetjes zijn kleiner dan vrouwtjes; resp. 90-100 en 120-140 centimeter. Net als andere inheemse reptielen zijn zij streng beschermd.

Bijzonder

Ter verdediging houdt de ringslang zich schijndood. Het dier rolt zich dan op zijn rug, iets wat levende slangen nooit doen. De slang beweegt niet en kan zelfs een overtuigende ′lijkenlucht′ afscheiden uit speciale klieren bij de anus. De ringslang is de enige eierleggende slangensoort in Nederland. De eieren worden afgezet broedhopen, meestal composthopen waar de temperatuur door broei hoger is. Er worden gewoonlijk 10-40, maximaal 50 eitjes gelegd, afhankelijk

van de grootte van het vrouwtje. Meerdere vrouwtjes maken soms gebruik van dezelfde broedhoop. Afhankelijk van de temperatuur komen de jongen na ongeveer twee maanden uit het ei.

Waar

De ringslang komt in bijna heel Europa voor, behalve boven de poolcirkel. In Nederland worden de grootste aantallen gevonden aan de randen van het Gooi, de Utrechtse Heuvelrug, de Veluwe en rond de Oostvaardersplassen. Ook in en om de Haarlemmermeer komt de ringslang voor. Een vrij grote populatie bevindt zich rond de Kleine Poel tot de Westeinder. Een onderdeel van die populatie woonde eens waar nu Schiprol-Rijk ligt. In de jaren tijdens de bouw en daarna zijn waarschijnlijk alle dieren al of niet opzettelijk omgekomen. Een 2e populatie bewoont het Haarlemmermeerse bos. Deze groep is waarschijnlijk verbonden met dieren die rond Haarlem/Schalkwijk leven. Bij de bouw van het Spaarne ziekenhuis en Floriande zijn net als bij Schiphol Rijk veel dieren omgekomen. Een opgejaagd exemplaar is in november (tijdens zijn winterslaap!) in Overbos door de dierenambulance opgehaald. Van een derde groep dieren langs de Ijweg en bij Nieuw Vennep worden ook regelmatig dieren in nood gemeld. In het voorjaar van 2006 nog een net uit het ei gekomen jong in de bebouwde kom van Nieuw-Vennep.

Status:Rode lijst: streng beschermd

 witte kluifjeszwampaddenstoelenWitte Kluifjeszwam17 nov 2006november

Witte Kluifjeszwam, 17 nov 2006

 witte kluifjeszwam

Of het nu komt door het bijzondere verloop van het jaar of dat het najaar zo zacht is, de witte kluifjeszwam is dit jaar een meer dan gebruikelijk algemene verschijning. De paddestoel dankt zijn naam aan de gelijkenis met een kluif (afgekloven bot). De steel is hol en gegroefd en gaat over in gekrulde lobben die een vage hoed vormen.

De kluifjeszwam is een famillielid van morielje en de bekerzwammen.

Bijzonder

De volledige oppervlak van de grillig gevormde hoed is bedekt met sporen. Het is bij deze paddestoel bijzonder goed te zien hoe de sporen verstuiven. De grillig gevormde steel en hoed worden vaak aangevreten door slakken en andere dieren. Ook voor mensen is hij eetbaar, maar pas na gekookt te zijn.

Waar

De witte kluifjeszwam vind je in een open bosgedeelte, waar nog licht de grond bereikt. Vooral tussen wat lichte onderbegroeiing en langs paden en open plekken. Dit jaar komt hij op veel plaatsen voor aan de rand van bosplantsoen. Andere vindplaatsen zijn het Wandelbos in Hoofddorp en natuurlijk De Heimanshof.

 Hermelijnkleine dierenHermelijn10 nov 2006november

Hermelijn, 10 nov 2006

 Hermelijn

De hermelijn behoort tot de marterachtigen. Hij lijkt veel op de wezel, maar is groter en heeft een langere staart met een zwarte (pluim)punt. De rug is bruin en de buik is wit of geel. Hermelijnen kunnen in de winter geheel of gedeeltelijk wit worden, maar de staartpunt blijft altijd zwart.
De hermelijn is zowel dag en nacht actief, met rustpauzes tussendoor. Het is een carnivoor, die voornamelijk op muizen jaagt. Ook vogels en konijnen (die groter zijn dan hijzelf) worden gedood. De prooidieren worden met een beet in de nek gedood. Het dier kan 16 tot 31 cm lang worden met een gewicht van 90 tot 445 gram. Mannetjes zijn veel groter dan vrouwtjes. Ze leven solitair in territoria. Binnen een territorium bevinden zich twee tot tien nesten. Hermelijnen gebruiken een holle boom, een ruimte tussen stenen of een verlaten hol als nest. In april en mei worden vijf tot twaalf jongen geboren. Na twaalf weken kunnen de jongen goed jagen en verlaten ze het nest.

Hermelijnen kunnen tien jaar oud worden, maar gemiddeld worden ze slechts anderhalf jaar oud.

Bijzonder

In vroegere tijden werden de wintervachten van hermelijnen verwerkt in de bontafzettingen van koningsmantels, vandaar de overdadige zwarte stippen daarop. De paring van hermelijnen gebeurt in het late voorjaar. De vrouwtjes zijn in staat na de bevruchting het embryo 280 dagen in rust te houden, tot deze pas het volgende jaar weer gaat groeien en dan na 3-4 weken geboren wordt.

Waar

De hermelijn komt in grote delen van Europa voor, behalve in het zuiden. In Nederland komt de soort overal voor, maar niet op Vlieland en Ameland.
De hermelijn leeft in zeer verschillende gebieden, van beboste terreinen en houtwallen tot polders. In vergelijking met de wezel houdt de hermelijn zich op in vochtiger terrein, zoals slootkanten, rietvelden en broekbossen.
In de Haarlemmermeer worden bijna elk jaar hermelijnen gemeld bij de dierenambulance of het opvangcentrum in Lisse. Vaak zijn het aangereden dieren. In 2006 werd in mei een jonge hermelijn aan de IJweg opgevangen, die na 5 dagen aansterken weer uitgezet kon worden.

Status: Rode lijst?

 sleedoornplantenSleedoorn3 nov 2006november

Sleedoorn, 3 nov 2006

 sleedoorn

Niet voor alle planten is het vreemde weer van 2006 slecht geweest (resp. een koud voorjaar, daarna heet en droog en vervolgens kletsnat in augustus). De peren- en appeloogst is dit jaar bijzonder groot. Ook een inheemse struik, de sleedoorn, buigt dit jaar bijna door van zijn vracht aan diepblauwe pruimpjes. Ze zien er verleidelijk uit, maar de smaak is zuur en vooral wrang. Niet zo vreemd dat een van de volksnamen voor dit gewas ′trekkebek′ is. Hoe gezond de bes ook mag zijn, met zijn hoge gehalte aan vruchtenzuren, aroma′s en vitamine C, hij is rauw niet te ‘pruimen’. Vooral de looistoffen dragen bij aan deze wrangheid en alleen langdurig koken en het toevoegen van suiker geeft een acceptabele sleedoornjam. Gelukkig helpt de natuur wel een handje, want als het in de herfst heeft gevroren, smaken

de pruimpjes al aanzienlijk beter. Hoe meer vorst er overheen gaat, hoe zachter de smaak.

Waar

: De sleedoorn is een vrij algemene struik in de Haarlemmermeer, die vooral voorkomt aan de rand van bossen en bosplantsoen.

Bijzonder

: De Sleedoorn is een struik die zich rijkelijk vertakt en een dicht struweel kan opleveren. Het is deze groeivorm met de overvloedige aanwezigheid van doorns, die model heeft gestaan voor het sprookje van Doornroosje.
De sleedoorn levert het hardste hout van alle inheemse bomen en struiken. Sleedoornbloesems vormen het zachtste laxeermiddel dat er bestaat. Eén theelepel bloesems dient daarvoor met een kop kokend water overgoten te worden en een minuutje te trekken.
Omdat de sleedoorn in Europa zo overvloedig voorkomt, zijn er al vroeg veredelingspogingen gedaan, vooral door de Kelten. Uit archeologische vondsten is gebleken dat de pitten van de pruimen steeds groter werden en dat zij dus succes hadden. Zo zijn veel van de huidige pruimenrassen afstammelingen van de sleedoorn.

 kweepeerbomenKweepeer en Merels7 okt 2018oktober

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl

 vuurzwammetjebomenVuurzwammetje21 okt 2017oktober

Vuurzwammetje, 21 okt 2017

 vuurzwammetje

Wat bij vogels bv de Ijsvogel is en bij planten de orchideeën familie, dat zijn bij paddenstoelen de wasplaten. Het zijn bijna zonder uitzondering zeer kleurige paddenstoelen, die erg tot extreem zeldzaam zijn en daarmee een iconische status hebben bij kenners en leken. Groot was dan ook ons enthousiasme toen we op De Heimanshof maar liefst 10 scharlakenrode vuurzwammetjes aantroffen voor het eerst in 40 jaar (foto JvanLoon). De Nederlandse naam "vuurzwammetje" heeft betrekking op de intens rode kleur. Wasplaat slaat op de structuur van de plaatjes aan de onderzijde van de hoed die doet denken aan stearine of was van een kaars.

Bijzonder

De functie van de felle kleur van sommige paddenstoelen, waaronder het vuurzwammetje, is onbekend. Mogelijk heeft deze een signaalfunctie en beschermt het vruchtlichaam

tegen betreding. In Europa groeit de soort in grasland, op zandige heiden en in onbemeste wegbermen. Op een enkele soort na zijn veel wasplaten in heel West-Europa erg zeldzaam geworden. Ze zijn namelijk erg gevoelig voor kunstmest en verdwijnen snel uit hiermee bewerkte weilanden. Samen met andere graslandpaddenstoelen zijn ze teruggedrongen tot vaak luttele vierkante meters waar ze zich rond deze tijd laten zien.

Waar

In Nederland zijn het vaak oude kerkhoven en verder een enkel graslandreservaat, een oude zeedijk of grazige plekken op heide en in de duinen waar je ze kunt vinden. Wasplaten worden altijd gezien als graslandpaddenstoelen, maar veel soorten zijn vooral kieskeurige paddenstoelen die alleen maar gevonden worden op een oude gerijpte bodem die al heel veel jaren onaangeroerd is gebleven. Noord-Amerika komen wasplaten vooral voor in oude ongestoorde oerwouden aan de oost- en westkant van het continent. Haast onbegrijpelijk, maar beide groeiplaatsen hebben een ongestoorde bodem gemeen. Het gaat altijd om slechts enkele vierkante meters, waar ze voorkomen in een bijzonder milieu, dat ze meestal delen met andere zeldzame paddenstoelsoorten.

 ccycadeSynophropsis7insectenSynophropsiscicade7 okt 2017oktober

Synophropsiscicade, 7 okt 2017

 ccycadeSynophropsis7

Meestal zoek ik een Nederlandse naam van de soort die behandeld wordt. Maar de soort cicade die vorige week in De Heimanshof werd aangetroffen was een nieuwe soort in Nederland, waarvan dit pas de tweede waarneming in het land was. In mei dit jaar werd deze soort voor het eerst in Nederland in Limburg aangetroffen. Dus we moeten het voorlopig doen met deze tongbrekende naam. Een goede kans voor een naam is de Lauriercicade, want de Mediterrane (echte) laurier is zijn favoriete voedingsplant. Maar bij gebrek daaraan wordt hij ook wel op andere struiken met harde bladeren aangetroffen zoals de Portugese Laurier, Hulst en zoals in De Heimanshof op de liguster. De wakkere waarnemer was Theo Terwiel , een fotograaf die veel natuuropnamen maakt en stad en land afstruint op bijzondere insecten en ook vaak in De Heimanshof op bezoek

is.

Bijzonder

Er zijn wereldwijd ongeveer 40.000 soort cicaden bekend. De meeste soorten zijn rond een halve cm groot Rond de Middellandse zee komt een grote soort van 2 cm voor die op zomerse dagen permanent een oorverdovend gesnerp produceert. Bladluizen en wantsen zijn verwante soorten, die net als de cicaden een zuigsnuit hebben waarmee ze plantensappen opzuigen. Sommige soorten cicaden produceren het bekende schuimbeestje. In dat zelf geproduceerde schuim beschermt de larve zich tegen vogels. Een dergelijk nest wordt wel koekoeksspuug genoemd. Een bijzonderheid van cicaden is dat veel soorten een symbiotische relatie hebben met bepaalde bacteriën. Deze helpen de cicade bij het verteren van z´n voedsel. Cicaden zijn driehoekig en hebben een springpoot waar mee ze tientallen keren hun eigen lengte weg kunnen springen (foto)

Waar

Sommige soorten komen in grote aantallen voor op door de mens geteelde gewassen en worden beschouwd als plaaginsecten. Synophropsis was tot 1850 vooral bekend van de Balkan en is sinds die tijd een opmars begonnen rond de Middellandse zee en recentelijk noordwaarts. Mogelijk dankzij de klimaatverandering.

 ggeleringboleetpaddenstoelenGele Ring Boleet20 okt 2016oktober

Gele Ring Boleet, 20 okt 2016

 ggeleringboleet

In deze tijd van het jaar komen er vele paddenstoelen tevoorschijn.

Veel mensen blijven door onbekendheid hangen in het vooroordeel dat ze wel giftig zullen zijn. Maar het helpt om een aantal grote groepen te leren onderscheiden, bolvormige stuifzwammen (bovisten), hoed vormende plaatjeszwammen (een bonte verscheidenheid) en buisjes zwammen (boleten), en staaf of plaatvormige soorten. Dan heb je soorten die de biomassa (hout, bladeren) verteren (saprofytisch), soorten die levende bomen kunnen ziek maken (parasitair) en soorten die samen werken met bomen (symbiotisch). Van deze laatste groep zijn de boleten het school voorbeeld. Een derde indeling is de eetbaarheid: ik ken misschien 500 soorten, verreweg de meeste daarvan zijn eetbaar, maar niet smakelijk (houtig, vezelig, etc), een 40 tal zijn lekker en maar een enkele zoals de aconieten heeft een giftigheid waar de meeste mensen zo bang voor zijn.

Bijzonder

De boleten springen er in alle indelingen uit. Ze hebben buisjes onder de hoek, zijn vaak zeer smakelijk en ze zijn allemaal symbiotisch. Die symbiose werkt als volgt: de schimmel kan bepaalde mineralen vooral uit arme grond wel opnemen en levert die aan de boomwortels (mycorrhiza) die daar voor suikers aan de schimmel levert. Zo kunnen deze bomen vitaal in zeer arme bodems groeien waar ze anders kwarrig zouden zijn.

Een aantal boleten zoals eekhoorntjesbrood en heksenboleet, heb ik al eens behandeld. Maar deze week verscheen er in De Heimanshof een heksen kring van een hele zeldzame soort: de gele ringboleet. Deze soort leeft uitsluitend samen met de lariks boom. En lariksen zijn er in dit deel van Nederland weinig. Die staan vooral in de droge zanderige streken. Maar er staan 3 lariksen op de heemtuin en die hebben ze weten te vinden. Ook de gele ringboleet is eetbaar. Alleen de hoed is zeer slijmerig en die laag kun je beter verwijderen. Een leuke eigenschap van veel boleten is dat ze bij beschadiging blauw kleuren.

Waar

De gele ringboleet is een beschermde zeldzame soort die uitsluitend bij larikswortels groeit en dus vaak op zandgrond. Maar het kan dus ook op de Haarlemmermeerse klei.