bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Hazenpootje, 6 jul 2019

 hazenpootje

De bodem van de Haarlemmermeer is in feite een oude Waddenzee die daar duizenden jaren geleden heeft gelegen tot duineilanden aan elkaar groeiden tot de vaste kustlijn van Holland. Dat was ver voor de Romeinse tijd. Er vormde zich toen een enorm zoetwatermeer dat zich opvulde met veen. Dankzij de verveningsdrang van onze voorouders ontstonden er de veenplassen zoals de Westeinder en onze eigen Waterwolf van 28000 ha. Bij de drooglegging in 1852 werden de rijke kleigronden gereserveerd voor de boeren en op de oude zandbanken planden ze Hoofddorp en het Haarlemmermeerse Bos. Die zandbanken bevatten ook wat klei zodat ze altijd voedselrijker en vochtiger zijn dan bv de zandgronden van de duinen en de Veluwe. Veel soorten van die droge voedselarme zand gronden hebben we dus niet in de polder. Maar op minstens 1 plek wel. Bij Cruquius tegen Heemstede aan vond ik velden met

hazenpootje. Dat komt omdat er een tong van duinzand tot in de Haarlemmermeer doorloopt.

Bijzonder

Bij die velden hazenpootje stonden ook schapenzuring, ook zo’n heideplant. Hazenpootje is een vlinderbloemige. Alle bonen en klavers horen daar ook bij. Vlinderbloemigen hebben een symbiosetruc ontwikkeld. Zij maken wortelknolletjes waarin ze bacteriën kweken die stikstof uit de lucht vastleggen in ruil voor suikers die de plant maakt. Vlinderbloemigen maken in feite hun eigen kunstmest, want stuikstof is een van de hoofdbestanddelen van eiwitten waaruit alle cellen bestaan. Alle vlinderbloemigen doen dat, maar hazenpootje doet dat weer op een speciale manier zodat ze op heel arme en heel droge plekken kan staan. Hazenpootje heet zo omdat de bloem heel ’fluffy’ is (inzet foto)

Waar

Ik trof de hazenpootjesvelden aan op de helling van de N201 naar de brug van Cruquius. Maar ook tot aan het ziekenhuis staan er velden in de berm wat ook op duinzand wijst. De rest van de N201 ligt op zo’n zandbank en dat kun je mooi zien aan het lage gras waar de geel blinde rol klaver in domineert. Ook een vlinderbloemige, maar dan op net iets minder arme grond.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 5 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 vliegenzwamcruquiuspaddenstoelenVliegen­zwam16 nov 2014november

Vliegen­zwam, 16 nov 2014

 vliegenzwamcruquius

In de vorige col­umn noemde ik, dat ik nog nooit een vliegen­zwam in de polder had gevon­den.

Daar kwa­men 2 reac­ties op: een uit Cruquius bij een eik (zie foto) van Janet Bakker, die altijd goed oplet en vaker waarne­min­gen doorgeeft en een uit Toolen­burg, Hoofd­dorp over een die sinds 2 jaar bij een berk verschijnt.

Bij­zon­der

De vliegen­zwam is een tot de ver­beeld­ing sprek­ende soort, waar omheen tal­loze feiten en sagen bestaan:

De hoed van de vliegen­zwam was een essen­tieel bestand­deel van hek­sen­brouwsels.

De ker­st­man met zijn rood met witte kledij zou het sym­bool zijn van iemand, die door een vliegen­zwammen­roes denkt te kun­nen vliegen in door rendieren getrokken arrenslee.

Het in melk of suik­er­wa­ter gedrenkte rode vlies van de hoed van de vliegen­zwam was ooit als vliegen­verdel­gingsmid­del pop­u­lair.

Lin­naeus gaf de vliegen­zwam de lati­jnse soort­naam Amanita

mus­caria (mus­caria= vlieg). 200 jaar later werd uit de vliegen­zwam het insec­ti­cide iboteninezuur geï­soleerd. Dit zuur wordt door droging omgezet in de stof mus­ci­mol, die ver­ant­wo­ordelijk is voor hal­lu­ci­naties.

Het gebruik van de vliegen­zwam was aan de elite van sja­ma­nen en orakels voor­be­houden zodat zij hun para­nor­male gaven kon­den ver­sterken en als enige in con­tact met de goden kon­den tre­den. Als er onvol­doende pad­den­stoe­len voorhan­den waren, werd de urine van de bevoor­rechten, die in ruime mate de drogerende rest­stof­fen bevatte, door de min­der bedeelden gedronken. De vreemde Engelse uit­drukking „get­ting pissed” voor in een alco­hol­roes raken, zou hier­mee te maken hebben.

De hoed van de vliegen­zwam bevat kleine hoeveel­he­den mus­carine dat pas in veel grotere hoeveel­he­den dodelijk giftig is. Vergiftigin­gen met fatale afloop komen dan ook weinig voor.

Waar

De vliegen­zwam is een van de pad­den­stoe­len­soorten die samen­leven met bomen. Ze vor­men samen een zoge­naamd myc­or­rhyza: een samen­stel van zwamdraden en boom­wor­tels waar­tussen suik­ers vanuit de boom en min­eralen vanuit de schim­mel wor­den uit­gewis­seld tot bei­der voordeel.

De voorkeur­swaard­plant van de vliegen­zwam is de berk, maar ook bij andere bomen waaron­der eik, beuk en den komt hij voor.

 oranjerodestropharia1paddenstoelenOran­jerode Stropharia1 nov 2014november

Oran­jerode Stropharia, 1 nov 2014

 oranjerodestropharia1

We zit­ten inmid­dels in de herfst en dan wor­den de kleuren in de natuur meestal donker­bruin of zwart, zeker op de grond. Maar in al die donkere tin­ten duiken er af en toe opval­lend vrolijke kleuren op.

Dat zijn niet alleen de bladeren van som­mige bomen, maar voor de goede obser­va­tor ook vaak pad­den­stoe­len. Jam­mer genoeg heb ik nog nooit de rood met witte stip­pen vliegen zwam gevon­den in onze polder, maar ook de sinas­ap­pelschilzwam (helder oranje), de rode koolzwam (helder paars), de zwavelzwam (helder geel) en de porse­leinzwam (helder wit) mogen er zijn en die groeien hier wel.

In De Heiman­shof ontwikkelde zich recen­telijk tien­tallen helder oranje pad­den­stoe­len op hout­snip­pers. In geen enkele pad­destoe­lengids (en we hebben er heel veel) kon­den we deze soort vin­den. Tot­dat er een

pad­destoe­len­ex­pert te hulp schoot. Het bleek te gaan om de oran­jerode stropharia. En inder­daad dat is geen algemene soort. Slechts hier en daar wordt deze soort aangetroffen.

Bij­zon­der

Inter­es­sant aan deze soort is, dat het een van de pad­den­stoe­len is die een hal­lu­cinerende stof bevat. Dus dit is zeker een van de soorten waarmee je niet moet exper­i­menteren. Voor geluk­szoek­ers: het heeft zo lang gedu­urd om de naam van deze soort te vin­den, dat de pad­den­stoe­len inmid­dels gro­ten­deels ver­teerd zijn van ouderdom.

Waar

De oran­jerode stropharia is pas vrij recent let­ter­lijk over komen waaien (met zijn super­lichte en kleine sporen). De soort komt oor­spronke­lijk namelijk uit Aus­tralië. Later is deze soort in Amerika opge­do­ken en sinds de vijftiger jaren ook in Europa. Daar is hij nu plaat­selijk wat algemener, maar een goede Ned­er­landse naam is er nog niet. De soort groeit in de herfst op vert­erende hout­snip­pers. Dat geeft aan dat het een zoge­naamde onschuldige sapro­fytis­che soort is, die dood mate­ri­aal ver­teert. Er bestaan ook sym­bi­o­tis­che soorten die een wed­erz­i­jds voordelige relatie met vooral bomen aan­gaan en par­a­sitaire soorten die lev­ende bomen de das om doen.

 giebel1vissenGiebel (1)27 nov 2013november

Giebel (1), 27 nov 2013

 giebel1

In de Heimanshof hebben we sinds juni een nieuw element aan de ecologische variatie in de tuin toegevoegd: onze onderwater-ontdekwereld.

Inmiddels leven in onze 12 aquaria zo’n 30 soorten vissen, kreeften, mossels, amfibieën en andere onderwater dieren en planten. Het is fascinerend om meer te leren over het gedrag en de leefcondities van de vele organismen die er onzichtbaar onder water naast ons leven.

Een van mijn vele onderwater ontdekkingen was de Giebel. Achter deze ietwat lachwekkende naam schuilt een brons- of goudkleurige vis, die niet inheems was, maar inmiddels zoals zoveel soorten wel ingeburgerd is (foto). Het is een Aziatische karpersoort waaruit in China, al zo’n 4000 jaar geleden, goudvissen zijn gekweekt.

De giebel is een grondelaar. Daardoor draagt hij bij aan vertroebeling

van het water, net als brasems en kapers. Het is een alleseter: naast dierlijk voedsel als dierlijk plankton, insectenlarven en kleine kreeftachtigen, eet de giebel ook algen en plantendelen. In de winter stopt de voedselopname. Veel Giebels zijn waarschijnlijk afstammelingen van uitgezette goudvissen die hun rode of oranje kleur verloren hebben. In de vrije natuur verdwijnen deze kleurvormen doordat ze te veel opvallen en als eerste ten prooi vallen aan rovers. Zo blijven er op termijn alleen wildkleurige exemplaren over.

Bijzonder

De giebel kan vanaf het tweede jaar geslachtsrijp zijn. Het aantal eieren kan oplopen tot circa 400.000 per vis per jaar. Daardoor is de giebel in staat voor grote aantallen nakomelingen te zorgen. Bij afwezigheid van regulerende roofvissen treedt binnen enkele jaren "vergiebeling" op. Naast de normale wijze van voortplanting, blijkt de giebel over een bijzondere strategie te beschikken: Paairijpe vrouwtjesgiebels dringen zich tussen de paaiende karpers en zetten hun eieren af. Daarbij bleek dat de zaadcellen van (kroes)karpers de eicellen van de giebel prikkelden om zich te gaan ontwikkelen. Volgende column meer (over 2 weken).

 waternetjeplantenWaternetje13 nov 2013november

Waternetje, 13 nov 2013

 waternetje

Zowel in de Toolenburgse plas als in het meer van het Haarlemmermeerse bos is het water vrij helder en diep. Daardoor worden deze meren druk bezocht door toenemende aantallen duikliefhebbers. En onder water zijn er natuurlijk weer intrigerende flora en fauna zaken te ontdekken. Onlangs stuitte een van de duikers tussen 2-7 m diepte op netvormige wolken bestaande uit groene bolletjes. Deze bolletjes bestaan uit netvormige structuren van 5- 30 mm groot (foto). De netvormige structuur van het waternetje is een kolonie, bestaande uit meerdere cellen. Een volgroeid netje kan een paar cm groot worden.

De groei van waternetjes wordt door hogere temperaturen versterkt. De klimaat verandering heeft veroorzaakt dat waternetjes zich op sommige plekken

tot een plaag kunnen ontwikkelen.

Het is in de zomer veel aanwezig, maar sterft af als het water kouder wordt. Het waternetje overleeft de winter door dikwandige sporen te maken die naar de bodem zakken.

Bijzonder

Een jong netje ontstaat al binnen een volwassen cel. Elk bolletje ontstaat uit één zich opdelende cel binnen een moedercel. Dit worden sporen die zich met zweepdraden binnen de moedercel kunnen bewegen. Al voor het uiteenvallen van de moedercelwand verliezen deze sporen hun zweepdraden en groeperen ze zich in de vorm van een nieuw jong netje. Door het strekken van de cellen groeit het nieuwe netje verder.

Waar

Waternetje is een groenwier, waarvan in (Midden- en West-) Europa 1 en in de wereld 5 soorten bestaan. De foto is gemaakt in het meer van het Haarlemmermeerse Bos waar deze algen voorkomen op 2- 7 m diepte. Het waternetje is bekend uit voedselrijke, vooral stikstofrijke wateren, sloten en plassen. Het kan ook in het kustgebied in water met een hoog zoutgehalte voorkomen.

 Kruisspin4Urntjesspinnendoder1insectenkruisspin (4)13 nov 2013november

kruisspin (4), 13 nov 2013

 Kruisspin4Urntjesspinnendoder1

Bij verstoring begint de spin hevig heen en weer te schudden in haar web. Bij ernstige verstoring laat de spin zich loodrecht naar beneden vallen waarbij het lichaam met een spindraad wordt geankerd. De spin houdt zich op de bodem een tijdje schijndood. Na enige tijd klimt de spin hieraan weer naar boven. Kruisspinnen hebben gifkaken maar gebruiken deze alleen om op prooien te jagen en niet om vijanden af te weren. Alleen als een spin tussen de vingers wordt vastgeklemd zal deze in het uiterste geval bijten. Dit voel je wel maar is niet gevaarlijk.

De grootste vijand van de spinnen is het klimaat. Ze lijden vooral onder droogte en zware regenval. Ook de mens is een belangrijke vijand, omdat deze spinnen doodt en hun web vernielt.

De spinnen moeten ook opletten voor sommige sluipwespen zoals spinnendoders, die de spin verlammen en naar het nest brengen. Alle spinnendoders behoren tot wespachtigen, zoals graafwespen. Er zin wereldwijd bijna 5000 soorten bekend. In Nederland komen

ongeveer 65 soorten voor (foto′s Urntjesspinnendoder). De verlamde spin wordt in een holletje gebracht en er wordt een ei bij afgezet. Als de larve van de sluipwesp uit het ei kruipt wordt de kruisspin levend en van binnenuit opgegeten.

Waar

De kruisspin bouwt haar web op open plekken tussen lage boomtakken of in struiken, die van de wind zijn afgeschermd. Het web wordt gemakkelijk door regen en wind vernield, waardoor de kruisspin alleen voorkomt op beschutte plaatsen. Tuinen zijn voor de kruisspin ideaal, omdat deze vaak hogere begroeiing bevatten en relatief goed zijn afgeschermd van felle zon en van wind. De kruisspin heeft een vochtige leefomgeving nodig en kan slecht tegen droogte en komt vooral voor in laaglanden. Een andere weersomstandigheid waar de spin onder lijdt is hevige regenval. De kruisspin komt in grote delen van Europa en delen van Noord-Amerika. In Europa komt de kruisspin voor van noordelijk Scandinavië tot in landen aan de Middellandse Zee.

 Kruisspin4Urntjesspinnendoder2

 glanzendehoutmiernestinsectenGlanzende Houtmier (1)24 nov 2012november

Glanzende Houtmier (1), 24 nov 2012

 glanzendehoutmiernest

Een paar weken geleden kwam iemand naar De Heimanshof met een vreemd bouwsel,die hij de grond van zijn tuin had gevonden. Er zijn allerlei soorten insecten die nesten bouwen, vooral volkenvormende sociale insecten zoals de gewone wesp, hoornaars, hommels maar ook graafwespen en mieren. De meeste nesten worden van papierachtig materiaal of van pluizig materiaal zoals mosjes gemaakt. Dit nest was vrij stevig met grote kamers die gemaakt leken van aan elkaar gekitte zandkorrels (zie foto). De puzzel werd uiteindelijk pas opgelost met hulp van specialisten uit Naturalis in Leiden. Die deden de suggestie van de glanzende houtmier. De meeste mensen kennen de zwarte wegmier, die veel onder tegels huist, de gele weidemier die zandheuvels in grasland maakt of de rode bosmier met zijn dennennaaldennesten in bossen. Maar er zijn in Nederland

wel 50 soorten mieren bekend van de 12000 soorten wereldwijd. Elke soort heeft zich op zijn eigen wijze ontwikkeld met een specialisatie waarmee hij de concurrentie met andere soorten aankan. De Glanzende houtmier is een 4-6 mm grote diep zwart glanzende mier.

Bijzonder

De glanzende houtmier of karton mier leeft meestal in holle bomen tussen de wortels. De binnenkant van de boom kan geheel gevuld worden met een soms reusachtig nest met hele grote kamers. Dat nest lijkt van karton gebouwd, omdat het bestaat uit fijngekauwd hout wat met een suikerhoudend speeksel aan elkaar gekit wordt. De wanden bestaan voor 50 % of meer uit suiker. Het nest kan ook doorgebouwd worden in de grond en kan dan zoals in ons geval voor een groot deel uit zandkorrels bestaan. Om de wanden een grotere stevigheid te geven, kweken de mieren bepaalde soorten schimmels in de kamers. Deze schimmels worden niet gegeten, maar dienen uisluitend om met hun zwamdraden de wanden te verstevigen. De speciale schimmelsoort heeft dagelijks zorg van de mieren nodig om niet overal heen te woekeren en in nieuwe kamers zijn werk te doen. Volgende week verder.

 zwarteelzenvlag3bomenZwarte Els (3)17 nov 2012november

Zwarte Els (3), 17 nov 2012

 zwarteelzenvlag3

Als reactie op de columns over de zwarte els kreeg ik een aantal meldingen van Lou van der Linde, een natuurfotograaf met een scherp waarnemingsvermogen. In de Groene Weelde kwam hij op en bij de els 2 organismen tegen die beide zeldzaam tot zeer zeldzaam en er nauw verbonden mee zijn.

Elzenvlag

De zwarte els vormt houtige, eivormige vrouwelijke vruchten, ook wel elzenproppen genoemd, die eerst groen zijn en later bruin tot zwart worden. In de winter maakt de boom een zwarte indruk door zijn donkere schors en de elzenproppen, vandaar zijn Nederlandse naam. Op deze elzenpropjes kan soms een gal worden aangetroffen. Deze gal wordt veroorzaakt door een parasitaire schimmel. Deze vestigt zich via sporen in het jonge vrouwelijk elzenkatje. De schimmel zorgt ervoor dat één van de schutbladen

van het elzenkatje een abnormaal groeipatroon vertoont en enkele centimeters lang kan worden. Dit vreemd verschijnsel kreeg de mooie en passende Nederlandse naam 'Elzenvlag' (foto). Heksenbezems in berken worden op soortgelijke wijze door een schimmel veroorzaakt. Deze schimmels produceren of remmen groeihormonen, die de plant aanzetten tot per schimmelsoort karakteristieke uitgroeisels. Elzenvlaggen zijn in de winter bruin gekleurd. In het begin van de zomer is de elzenvlag frisgroen, later geel tot roze, oranjerood tot paarsachtig(zie inzet in foto) . In het najaar wordt de gal net zo bruin of zwart als het rijpe elzenkatje. Op het wimpelvormig uitsteeksel van de elzenvlag ontwikkelen zich dan nieuwe schimmelsporen die door de wind worden verspreid, waarna een nieuwe schimmelcyclus kan starten. Tijdens de wintermaanden blijft enkel de zwarte vlag aan de elzenprop over. Elzenkrulzoom De elzenkrulzoom is een paddenstoel die een symbiotische relatie met de els heeft. Zijn zwamdraden ontvangen suikers van de boom en leveren mineralen terug.(Zie inzet in foto)

Waar

Beide soorten groeien op of aan de voet van elzen langs het voetpad tussen de Big Spotters Hill en de golfbaan.

 zwarteels2bomenZwarte Els (2)10 nov 2012november

Zwarte Els (2), 10 nov 2012

 zwarteels2

Naast de wortelknollen heeft de els nog meer bijzondere eigenschappen. Bij doorzagen, kleurt het witte hout na 5 minuten sterk oranjerood (foto met inzet blad, katjes en elzenproppen). De achtergrond daarvan heeft een anologie met menieverf. Die verf gaat roestvorming op ijzer tegen. Nu groeit de els altijd met zijn voeten in het water en daar liggen permanent schimmels op de loer om het hout aan te tasten. De rode kleur bestaat uit een ijzerverbinding die aan de lucht rood kleurt. De els maakt deze ijzerverbinding die schimmelwerend werkt op dezelfde manier als menieverf. Elzenhout heeft geen hoge kwaliteit. Het is zacht en kan makkelijk bewerkt worden. Maar onder water (buiten bereik van zuurstof) is het bijzonder duurzaam. De palen waar Amsterdam op gebouwd is, bestaan vooral uit elzenhout. Elzen zijn sterke bomen die weinig ziekten en plagen kennen. Een vaste begeleider van de els is het elzenhaantje. De kever leeft ook op de populier, hazelaar en wilg. Elzenhaantjes overwinteren op de grond onder

bladeren en afgestorven plantenresten. Van april tot juni komen ze voor op de bladeren van de els. Hierin worden ronde tot langwerpige gaten gevreten. De vrouwtjes leggen tot 1000 oranje eitjes aan de onderkant van een blad. Uit de eitjes komen na 5-14 dagen olijfgroene, later zwart wordende keverlarven, die zich na 3 weken, vanaf juli, op de grond onder afgestorven plantenresten gaan verpoppen. Na 8-11 dagen komt de nieuwe generatie kevertjes uit. Een ander insect dat in of bij elzen kan worden aangetroffen is de tot 8 cm lang vingerdikke wilgenhoutrups. Deze kan in 2-3 jaar zoveel gaten in het hout vreten dat de boom kan breken. De vraatopeningen van deze rups ruiken naar azijn. Uit de rups komt de wilgenhoutvlinder.

Waar

Elzen horen bij de berkenfamilie. Ze hebben beide lange hangende mannelijke katjes, die zeer veel stuifmeel produceren tbv windbestuiving. Elzen komen verspreid voor op het noordelijk halfrond.

 zwarteelswortelknolvers2

 zwarteels1frankiaalnibomenZwarte Els (1)3 nov 2012november

Zwarte Els (1), 3 nov 2012

 zwarteels1frankiaalni

Een Heimanshof vrijwilliger bracht vorige week een paar curieuze ondergrondse wortelknollen mee uit zijn tuin. Voor een truffel waren deze knollen te los van structuur. Deze ondergrondse woekering leek wel wat op een heksen bezem in een berk. Navraag leerde dat deze knollen afkomstig waren van de wortels van een de algemeenste bomen van Nederland: De zwarte els. Sommige ervan waren zo groot als een mannenvuist (foto) De els tref je heel veel bij oevers aan. Dat komt omdat de zaadjes uit de 'elzenpropjes' op het water tegen de oever drijven en daar kiemen. Zoals altijd zit er achter zowel de wortelknolletjes, maar ook achter de zwarte els een interessant verhaal. Eerst de knollen. Deze worden door de boomwortels gevormd als verblijfplaats van een speciale soort bacteriën. In feite heeft de els (net als de meest vlinderbloemigen) al miljoenen jaren een soort 'veeteelt' ontwikkeld. De boom voorziet deze bacteriën, die alleen een Latijnse naam hebben

(Frankia alni) met een schuilplaats en voedsel in de vorm van suikers en zetmeel. In ruil daarvoor leggen deze bacteriën stikstof uit de lucht vast. En deze stikstof komt beschikbaar voor de boom. Stikstof in de vorm van nitraten is de belangrijkste bouwstof voor eiwitten. Voor een boom die aan de waterkant groeit is dit een belangrijk ecologisch voordeel. Oevers zijn vaak nat en zuurstofloos en onder zuurstofloze omstandigheden treedt verzuring van de grond op waardoor organisch materiaal niet verteerd en er dus weinig of geen mineralen en stikstof beschikbaar komen. In feite heeft de els met deze wortelknollen een eigen kunstmestfabriekje te beschikking, dat dit probleem oplost en waarmee de els dus goed kan concurreren met anders soorten. Zo heeft elke soort kwaliteiten die hem in staat stellen om te overleven onder speciale of minder speciale omstandigheden. Dat elzen stikstof in de grond brengen, is vaak bovengronds te zien aan de rijke ondergroei van brandnetels en bramen. Volgende week meer over de els.

 zwarteelshout

 grotekroosvarengrootplantenGrote Kroosvaren27 nov 2011november

Grote Kroosvaren, 27 nov 2011

 grotekroosvarengroot

Het najaar is bijzonder droog en zacht geweest. Door het ontbreken van nachtvorst en de hoge temperaturen maken we een soort 2e lente mee, waarin allerlei soorten opnieuw gaan bloeien of door blijven groeien. Dat gebeurt niet alleen op het land maar ook op het water. Een soort waarvoor ik deze week uw aandacht wil vragen in dat verband is de grote kroosvaren. Het is de grootste van 8 soorten kroos in ons land. Vandaag zag ik een sloot die zo dicht begroeid was dat meerkoeten er overheen konden lopen! De grote kroosvaren groeit bijzonder snel om dat hij alleen voorkomt waar hij veel water, voedsel en zonlicht aantreft: elke week een verdubbeling van plantjes! Maar onder dergelijke 10 cm dikke kroospakketten sterft veel leven uit door gebrek aan zonlicht.

Bijzonder

De grote kroosvaren is zowel wel als niet een exoot. Het is nl een plantje dat goed gedijt in warmte. Het kwam massaal voor in ons land tussen voorgaande ijstijden en is tijdens de laatste ijstijd weer

uitgestorven. Dat bleef zo tot ergens vorige eeuw. In Amerika is het plantje niet door de ijsmassa"s "doodgedrukt" tegen bergmassa"s als de Alpen en de Pyreneeën omdat de Amerikaanse gebergtes van Noord naar Zuid Lopen. Daarom is dit plantje daar blijven overleven en is het vorige eeuw door een onverlaat uit de Verenigde Staten meegenomen en al of niet per ongeluk in Europese buitenwater uitgezet. Sinds die tijd neemt het onze sloten en vooral die in West Nederland weer stormenderhand in bezit. Bij vorst sterft het plantje af, maar de sporen overleven de vorst en vandaar uit verspreid hij zich weer het volgende jaar. Dit jaar zijn de kroosvarenpakketten door het zachte najaar extra dik. Dat kan leuk worden als de klimaatverandering verder door zet.

Waar

De grote kroosvaren houdt van zonnige plaatsen in ondiep, zoet of zwak brak, stilstaand water met een bodem van klei of laagveen en is daarom vrij algemeen in het westen en midden van het land en zeldzaam in het oosten en zuiden.

 grotekroosvaren

 houtsluipwespborendinsectenHoutsluipwesp24 nov 2011november

Houtsluipwesp, 24 nov 2011

 houtsluipwespborend

Eind oktober verscheen er op het insectenhotel van De Heimanshof een sprietmager 7 cm lang insect. 3 cm daarvan bestond uit een enorme legboor. Dat is de grootste sluipwesp en wellicht over het langste insect van Nederland (soms wel 8 cm lang): de houtsluipwesp. Sluipwespen zijn misschien wel de meest talrijke insectengroep. Bijna voor elke insectensoort bestaan er gespecialiseerde sluipwespen. Hun rol is het handhaven van het natuurlijk evenwicht in de insectenwereld. Sluipwespen eten hun prooien van binnenuit levend op. Onze houtsluipwesp is gespecialiseerd in het opsporen van graafwespen, metselbijen en bladsnijderbijen waarvan de larven diep in dood (eiken)hout leven.

Bijzonder

De houtsluipwesp kan larven van haar prooisoorten diep in het hout opsporen. Haar voelsprieten hebben een zeer scherpe reukzin, en kunnen lutttele moleculen van kenmerkende stoffen van hun prooisoort detecteren. Na de ontdekking stelt kromt een vrouwtje zich in een bijna onmogelijke

bocht boven de larve waarbij haar 3 cm lange boor tussen haar voelsprieten in het hout gedrukt wordt (zie inzetfoto). Door een langzaam draaiende beweging drukt zij de deze steeds verder het hout in. Zeker bij eikenhout is dit een immense prestatie. De operatie kan een uur duren. Als de boor de larve bereikt wordt deze eerst verlamd met gif en daarna wordt er een eitje in gelegd. Het is een indrukwekkende prestatie om zowel de prooi zo diep in het hout te ontdekken, een ragdunne boor diep het hout in te drijven en hem er ook nog weer onbeschadigd uit te trekken. Probeer zelf maar eens een naald 3 cm diep in hout te steken! En hoe de ragfijne sluipwesp (van 4- 8 cm lang) zich weer uit 3 cm hout een weg baant is ook weer een prestatie. Slechts 20 % van de eitjes lukt het om als volwassen insect uit te vliegen.

Waar

De houtsluipwesp is van vroeg in de zomer tot ver in de herfst op dood hout te vinden. Bij voorkeur op eikenhout. De soort komt in heel Europa voor, maar wordt in Nederland zelden waargenomen.

 houtsluipwesplengte

 voorjaarspronkridderzwampaddenstoelenVoorjaarspronkridderzwam24 nov 2011november

Voorjaarspronkridderzwam, 24 nov 2011

 voorjaarspronkridderzwam

Ik heb het al vaker genoemd, maar voor een oplettend oog is de natuur om ons heen altijd vol van verrassingen. Wellicht de eerste verrassing voor sommigen is dat er niet alleen paddenstoelen voorkomen in de herfst, maar ook in elk ander jaargetijde. Zo is april altijd de tijd van de morieljes en kwamen er recentelijk in De Heimanshof prachtige grote honingzwammen tevoorschijn uit een stam. Maar ook voor mij was het deze week een verrassing dat ondanks het al bijna 2 maanden droge weer er toch hele heksenkringen van paddenstoelen in het gazon bij mijn tuin verschenen. Omdat ik deze soort nog niet kende ben ik op onderzoek uitgegaan. Daar kwam uit, dat deze voorjaarspronkridderzwam normaliter in mei boven de grond komt. In warmere landen zoals Italië verschijnt hij al in maart. De zomerse en niet

bij april horende temperaturen van deze periode verklaren waarom deze soort al zo vroeg verscheen.

Bijzonder

De voorjaarspronkridderzwam is een mooie stevige paddenstoel (zie foto) met een hoed van 5-15 cm diameter. Hij is blank wit met fraaie ook witte dicht opeen staande sporenplaatjes. Zijn wetenschappelijke naam Calocybe is ook afgeleid van zijn fraaie uiterlijk en betekent letterlijk: ´mooi kopje´. De soort komt veel in heksenkringen voor. In Engeland staan heksenkringen die zo groot zijn, dat men denkt, dat ze al eeuwen oud zijn. De soort is ook eetbaar. In boter gebakken zou het een delicatesse zijn. In Oost-Europa wordt de voorjaarspronkridderzwam in commerciële hoeveelheden verzameld en uitgevoerd. Pas op bij zelf verzamelen. Er zijn een paar enigszins gelijkende soorten die maar 1x eetbaar zijn.

Waar

De voorjaarspronkridderzwam is niet zeldzaam. Hij wordt zowel in bebost terrein en in graslanden aangetroffen en met name in gebieden waar er kalk in de grond zit. Het lijkt erop dat de schelpen in de Haarlemmermeerse oude zeekleigronden net als voor de veel orchideeën in onze polder ook voor deze soort een gunstige voedingsbodem vormen.