bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kleine Mantelmeeuw, 15 mei 2020

 kleinezilvermeeuw1

Dagelijks kom ik langs de Geniedijk bij Graan voor Visch. Daar hebben voor een natuurliefhebber treurige zaken plaats gevonden met de kap van de monumentale zwarte populieren. Mijn dagelijkse treurige blik op die boomresten werd de afgelopen 3 maanden afgeleid door het feit dat zich daar een aantal paartjes meeuwen vestigden. En dan vraag je je elke dag af: wat doen ze daar zijn dit wintergasten, gaan ze er broeden, krijgen ze jongen? Het gaat om 2-3 paartjes kleine mantelmeeuwen. Die zijn niet eens zo algemeen en naar mijn smaak behoren ze tot de mooiste meeuwen die in Nederland voorkomen. De veel algemenere zilvermeeuw heeft lichtgrijze bovenvleugels en de kok- en stormmeeuw zijn veel kleiner. Deze meeuwen hebben donkergrijze bovenvleugels en gele poten. 3 maanden observatie maakte duidelijk dat ze er waren om te blijven en ook paargedrag (foto Annet Spijker) en het verzamelen van nestmateriaal geeft

aan dat ze daar inderdaad aan het broeden geslagen zijn.

Bijzonder

Kleine Mantelmeeuwen verblijven hier vooral in voorjaar en zomer. Zilvermeeuwen zijn er jaar rond en de Grote mantelmeeuw alleen in de winter. Bijzonder is dat het eerste broedgeval pas in1926 werd geconstateerd. En sinds die tijd en vooral vanaf 1980 maakte deze soort een stormachtige ontwikkeling door tot inmiddels wel 120.000 broedparen. Eenvijfde van de Europese populatie zit dan in Nederland. Vooral langs de kusten en de Waddenzee. De grootste kolonie van 30.000 paar zit op de Maasvlakte. De laatste jaren is er een trend om steeds meer ook in het binnenland te broeden en dan vooral op daken van gebouwen. Daar horen deze vogels ook bij. Dat doen ze o.a. om geen last van vossen te hebben. Ook de lepelaar is onder druk van vossen van de grond steeds meer in bomen (reigersnesten) gaan broeden. Het is verheugend dat er soorten zijn die toenemen.

Waar

Zomers broeden Kleine Mantelmeeuwen in onze contreien. Als de jongen vliegvlug zijn, trekken ze lang de kusten zuidwaarts tot Marokko.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 5 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 vlaamsegaaibomenVlaamse Gaai19 nov 2015november

Vlaamse Gaai, 19 nov 2015

 vlaamsegaai

Gaaien of Vlaamse Gaaien zijn het hel jaar aanwezig in Nederland. De Nederlandse gaaien zijn standvogels. In heel Nederland leven er zo’n 60000 paar. In deze periode van het jaar neemt het aantal gaaien toe om dat noordelijke vogels zich hier komen melden. In de Heimanshof hebben we jaarrond een paar of 3 ,maar nu is er een groep van soms wel 10- 15 dieren actief. Vroeger was de gaai een schuwe bosvogel. Deze vogels zijn, meer dan kraaien en eksters, waarmee ze verwant zijn gesteld op beboste en parkachtige landschappen. Net als de merel, de grote bonte specht en een paar andere soorten zoals de hals band parkiet hebben ze zich zeer goed aan gepast aan het leven in en om de mensen in steden en dorpen.

Bijzonder

De Vlaamse Gaai is een vogel met een veelkleurig verenpak, waarbij vooral de blauwe veertjes

aan de vleugel op vallen. Het is een zeer alerte soort en de alarmroep van de gaaien is voor vele dieren een signaal om zich gedekt te houden. De Vlaamse gaai is een alleseter, die leeft van insecten, kleine dieren, eieren en jonge vogels die niet oppassen, maar hij is vooral verzot op noten, eikels en beuken nootjes. In deze periode van het jaar heet hij het extra druk. Het is zoals de meeste kraaiachtigen een redelijk intelligente soort. Zijn voorkeur voor eikels gebruikt hij om tijdens de ‘mast’ zoveel mogelijk eikels te verzamelen en te verbergen als wintervoorraad. Je ziet dan ook de eikels die onder eiken liggen als sneeuw voor de zon verdwijnen. Een Gaai kan maar liefst 9 eikels tegelijk in zijn keel zak vervoeren en die stopt hij in zachte bodems in de grond als wintervoorraad. Voor groentetuinders kan dat een heel probleem worden, want een deel van die eikels vergeet hij. Daarmee is de Gaai de grootste verspreider van eikenbomen en daarmee ook een verwoed bosbouwer.

Waar

De Vlaamse gaai is Nederland een strandvogel van beboste gebieden en steden. Hij komt in heel Europa voor behalve dicht bij de pool cirkel.

 zzoetwaterkwalkleine dierenZoetwaterkwal9 nov 2015november

Zoetwaterkwal, 9 nov 2015

 zzoetwaterkwal

Iedereen kent wel de kwallen aan de Noordzeekust. Dat er ook kwallen (kwalletjes) in zoet water voorkwamen wist ik zelf ook niet, totdat de Baseline duikers in het meer van het Haarlemmermeerse Bos de hierbij geplaatste foto maakten en opstuurden. Het is niet de eerste keer dat zij deze zoetwater kwalletjes waarnamen. De soort heeft geen Nederlandse naam en heet Craspedacusta sowerbii en werd rond 1880 in Londen ontdekt en voor het eerst beschreven , maar bleek later uit China te komen. Inmiddels heeft het kwalletje zich over de hele wereld verspreid (behalve in Antarctica). Je hoeft er niet bang voor te zijn bij het zwemmen, want groter dan 2,5 cm worden ze niet. Hij leeft van watervlooien en andere kleine diertjes die hij net als grote kwallen verdoofd en vangt met ca 600 minuscule tentakels bezet met netelcellen. De netelcellen

zijn zo klein dat ze niet door onze huid heen kunnen dringen.

Bijzonder

Een kwal is de vrij levende vorm van een poliep met als taak om geslachtelijke voortplanting te ‘regelen’. Deze soort komt het hele jaar door als poliepenkolonie. Die kolonies zitten vast op planten en stenen en zijn nog kleiner dan de kwallen: 0.5 - 2 mm. De poliepen kunnen zich ongeslachtelijk delen ( klonen) en bestaan dus alleen uit mannetjes of vrouwtjes. De soort overwintert ook als poliepenkolonie die zich in een soort beschermende rust fase kan terugtrekken. De poliepenkolonies (vooral in de ingekapselde fase) kunnen losbreken en in ballastwater, met transport van waterplanten en tussen de veren van watervogels overal komen. Indien de omstandigheden gunstig zijn en dat is lang niet elk jaar het geval, kunnen er ook individuen van de poliepenkolonies afbreken, die zich ontwikkelen tot vrij levende kwallen. Dat gebeurt alleen als het water tot rond 25 graden opwarmt.

Waar

Deze soort zoetwaterkwallen komt wereldwijd voor in stilstaande zoete meren, in de vorm van poliepen kolonies. Alleen onder warme omstandigheden ook vrijlevende kwalletjes.

 zzilvervisjeinsectenZilvervisje5 nov 2015november

Zilvervisje, 5 nov 2015

 zzilvervisje

Zo nu en dan kom je ze in huis tegen, vaak in een bad of wastafel, waar ze niet tegen de gladde wanden op kunnen lopen. Als je zo’n zilvervisje van 1- 1.5 cm lang tegen komt, hoef je niet meteen alarm te slaan. Ze zijn namelijk geen teken dat je huishouding niet op orde is en ze zijn ook niet of nauwelijks schadelijk of smerig. Ze leven van suikers en zetmeel achtige stoffen en zijn vooral actief in het donker. Ze kunnen niet tegen koude en droogte en daarom zijn vochtige huizen hun ideale woonplaats. Zilvervisjes heten zo, omdat de schubben waarmee hun lichaam bedekt is een zilverachtige glans hebben. Het zijn een primitieve soort insecten: ze hebben nl wel 3 paar poten, maar ze missen het voor insecten karakteristieke harde uitwendig skelet dat bestaat uit chitine. Omdat ze geen hard buitenskelet hebben, zijn ze buiengewoon fragiel en kwetsbaar. En net als een iets minder primitieve

groep insecten de sprinkhanen. ontwikkelen ze zich niet van een rups of een larve via een verpopping tot een volwassen insecten, maar lijken hun larven op de ouders en worden de larfjes bij elke vervelling iets groter.

Bijzonder

Naast zilvervisjes bestaan er 2 verwante soorten: de papiervisjes, die juist wel goed tegen droogte kunnen en van papier leven en ovenvisjes die juist onder hele warme omstandigheden kunnen gedijen. Alle drie de soort hebben karakteristieke staart draden. Ondanks hun fragiele bouw en hun kleine verschijning kunnen zilvervisjes bijzonder oud worden: de meeste insecten leven maar 6-10 weken, maar zij kunnen 3- 8 jaar oud worden en blijven hun hele leven vervellen. En daarbij kunnen ze ook zeer lang zonder eten: tussen 100 dagen en een jaar. Indien het aantal zilvervisjes de spuigaten uit loopt, volstaat het dichten van kieren, maar vooral het verlagen van de luchtvochtigheid tot onder de 50 %.

Waar

Zilvervisjes zijn een permanente begeleider van de mensheid en cultuurvolger geworden en komen wereldwijd voor in bij voorkeur vochtige huizen.

 zwartbekgrondelvissenZwartbekgrondel30 nov 2014november

Zwartbekgrondel, 30 nov 2014

 zwartbekgrondel

Iedereen kent de snoek, de karper en voorntjes. Bij brasems en baarzen hebben velen al geen voorstelling meer. Naast deze algemene vissen zijn er nog tientallen andere soorten die de donkere diepten van onze modderige sloten en vaarten bevolken. Om die onbekendheid met de fascinerende onderwaterwereld te verkleinen, hebben we onze onderwater ontdekwereld gemaakt op De Heimanshof. Meer dan 40 soorten zijn daar te bewonderen. Deze vissenwereld voeden we met wormen, watervlooien en als die schaars zijn met maden. Bij het vangen van watervlooien komen er soms ook andere soorten mee, waaronder grote kevers, waterschorpioenen en salamanders. In de bak waar we deze kleine waterdieren apart houden, verscheen opeens een visje met een heel apart gedrag. Mogelijk was deze als ei of als larve ongezien meegekomen.

Bijzonder

Het

gedrag van dit visje was opmerkelijk. Hij liep met z’n vinnen op de bodem en was heel nieuwsgierig. Zodra er iemand bij zijn bak verscheen, kwam ook hij kijken. Het kostte heel wat moeite om dit kleine exemplaar van een cm of 3-4 op naam te brengen. Het bleek een zwartbekgrondel. Deze soort is pas in 2004 in Nederland verschenen en komt oorspronkelijk uit de Kaspische zee en omstreken. De soort is in Europa met een razendsnelle opmars bezig, en is niet alleen nieuwsgierig maar ook razendsnel, Ze snoepen verwante soorten het eten voor de bek weg. In sommige plekken worden alleen nog maar zwartbekgrondels gevangen omdat ze zo snel happen op uitgeworpen hengels dat andere vissen er niet meer aan te pas komen. Apart is dat de zwartbekgrondel geen zwarte bek heeft maar wel 2 vergroeide buikvinnen die als zuignap fungeren en een zwarte vlek achterop hun voorste rugvin (foto).

Waar

Ons zwartbekgrondeltje vingen we in de vaarten en sloten van Hoofddorp Oost. We zullen we er in de nabije toekomst snel meer van horen, net als de andere exoten zoals de Amerikaanse rode zoetwaterkreeft. Ze zijn hier met ballastwater gekomen of via het Rijn Donaukanaal.

 vliegenzwamcruquiuspaddenstoelenVliegen­zwam16 nov 2014november

Vliegen­zwam, 16 nov 2014

 vliegenzwamcruquius

In de vorige col­umn noemde ik, dat ik nog nooit een vliegen­zwam in de polder had gevon­den.

Daar kwa­men 2 reac­ties op: een uit Cruquius bij een eik (zie foto) van Janet Bakker, die altijd goed oplet en vaker waarne­min­gen doorgeeft en een uit Toolen­burg, Hoofd­dorp over een die sinds 2 jaar bij een berk verschijnt.

Bij­zon­der

De vliegen­zwam is een tot de ver­beeld­ing sprek­ende soort, waar omheen tal­loze feiten en sagen bestaan:

De hoed van de vliegen­zwam was een essen­tieel bestand­deel van hek­sen­brouwsels.

De ker­st­man met zijn rood met witte kledij zou het sym­bool zijn van iemand, die door een vliegen­zwammen­roes denkt te kun­nen vliegen in door rendieren getrokken arrenslee.

Het in melk of suik­er­wa­ter gedrenkte rode vlies van de hoed van de vliegen­zwam was ooit als vliegen­verdel­gingsmid­del pop­u­lair.

Lin­naeus gaf de vliegen­zwam de lati­jnse soort­naam Amanita

mus­caria (mus­caria= vlieg). 200 jaar later werd uit de vliegen­zwam het insec­ti­cide iboteninezuur geï­soleerd. Dit zuur wordt door droging omgezet in de stof mus­ci­mol, die ver­ant­wo­ordelijk is voor hal­lu­ci­naties.

Het gebruik van de vliegen­zwam was aan de elite van sja­ma­nen en orakels voor­be­houden zodat zij hun para­nor­male gaven kon­den ver­sterken en als enige in con­tact met de goden kon­den tre­den. Als er onvol­doende pad­den­stoe­len voorhan­den waren, werd de urine van de bevoor­rechten, die in ruime mate de drogerende rest­stof­fen bevatte, door de min­der bedeelden gedronken. De vreemde Engelse uit­drukking „get­ting pissed” voor in een alco­hol­roes raken, zou hier­mee te maken hebben.

De hoed van de vliegen­zwam bevat kleine hoeveel­he­den mus­carine dat pas in veel grotere hoeveel­he­den dodelijk giftig is. Vergiftigin­gen met fatale afloop komen dan ook weinig voor.

Waar

De vliegen­zwam is een van de pad­den­stoe­len­soorten die samen­leven met bomen. Ze vor­men samen een zoge­naamd myc­or­rhyza: een samen­stel van zwamdraden en boom­wor­tels waar­tussen suik­ers vanuit de boom en min­eralen vanuit de schim­mel wor­den uit­gewis­seld tot bei­der voordeel.

De voorkeur­swaard­plant van de vliegen­zwam is de berk, maar ook bij andere bomen waaron­der eik, beuk en den komt hij voor.

 oranjerodestropharia1paddenstoelenOran­jerode Stropharia1 nov 2014november

Oran­jerode Stropharia, 1 nov 2014

 oranjerodestropharia1

We zit­ten inmid­dels in de herfst en dan wor­den de kleuren in de natuur meestal donker­bruin of zwart, zeker op de grond. Maar in al die donkere tin­ten duiken er af en toe opval­lend vrolijke kleuren op.

Dat zijn niet alleen de bladeren van som­mige bomen, maar voor de goede obser­va­tor ook vaak pad­den­stoe­len. Jam­mer genoeg heb ik nog nooit de rood met witte stip­pen vliegen zwam gevon­den in onze polder, maar ook de sinas­ap­pelschilzwam (helder oranje), de rode koolzwam (helder paars), de zwavelzwam (helder geel) en de porse­leinzwam (helder wit) mogen er zijn en die groeien hier wel.

In De Heiman­shof ontwikkelde zich recen­telijk tien­tallen helder oranje pad­den­stoe­len op hout­snip­pers. In geen enkele pad­destoe­lengids (en we hebben er heel veel) kon­den we deze soort vin­den. Tot­dat er een

pad­destoe­len­ex­pert te hulp schoot. Het bleek te gaan om de oran­jerode stropharia. En inder­daad dat is geen algemene soort. Slechts hier en daar wordt deze soort aangetroffen.

Bij­zon­der

Inter­es­sant aan deze soort is, dat het een van de pad­den­stoe­len is die een hal­lu­cinerende stof bevat. Dus dit is zeker een van de soorten waarmee je niet moet exper­i­menteren. Voor geluk­szoek­ers: het heeft zo lang gedu­urd om de naam van deze soort te vin­den, dat de pad­den­stoe­len inmid­dels gro­ten­deels ver­teerd zijn van ouderdom.

Waar

De oran­jerode stropharia is pas vrij recent let­ter­lijk over komen waaien (met zijn super­lichte en kleine sporen). De soort komt oor­spronke­lijk namelijk uit Aus­tralië. Later is deze soort in Amerika opge­do­ken en sinds de vijftiger jaren ook in Europa. Daar is hij nu plaat­selijk wat algemener, maar een goede Ned­er­landse naam is er nog niet. De soort groeit in de herfst op vert­erende hout­snip­pers. Dat geeft aan dat het een zoge­naamde onschuldige sapro­fytis­che soort is, die dood mate­ri­aal ver­teert. Er bestaan ook sym­bi­o­tis­che soorten die een wed­erz­i­jds voordelige relatie met vooral bomen aan­gaan en par­a­sitaire soorten die lev­ende bomen de das om doen.

 giebel1vissenGiebel (1)27 nov 2013november

Giebel (1), 27 nov 2013

 giebel1

In de Heimanshof hebben we sinds juni een nieuw element aan de ecologische variatie in de tuin toegevoegd: onze onderwater-ontdekwereld.

Inmiddels leven in onze 12 aquaria zo’n 30 soorten vissen, kreeften, mossels, amfibieën en andere onderwater dieren en planten. Het is fascinerend om meer te leren over het gedrag en de leefcondities van de vele organismen die er onzichtbaar onder water naast ons leven.

Een van mijn vele onderwater ontdekkingen was de Giebel. Achter deze ietwat lachwekkende naam schuilt een brons- of goudkleurige vis, die niet inheems was, maar inmiddels zoals zoveel soorten wel ingeburgerd is (foto). Het is een Aziatische karpersoort waaruit in China, al zo’n 4000 jaar geleden, goudvissen zijn gekweekt.

De giebel is een grondelaar. Daardoor draagt hij bij aan vertroebeling

van het water, net als brasems en kapers. Het is een alleseter: naast dierlijk voedsel als dierlijk plankton, insectenlarven en kleine kreeftachtigen, eet de giebel ook algen en plantendelen. In de winter stopt de voedselopname. Veel Giebels zijn waarschijnlijk afstammelingen van uitgezette goudvissen die hun rode of oranje kleur verloren hebben. In de vrije natuur verdwijnen deze kleurvormen doordat ze te veel opvallen en als eerste ten prooi vallen aan rovers. Zo blijven er op termijn alleen wildkleurige exemplaren over.

Bijzonder

De giebel kan vanaf het tweede jaar geslachtsrijp zijn. Het aantal eieren kan oplopen tot circa 400.000 per vis per jaar. Daardoor is de giebel in staat voor grote aantallen nakomelingen te zorgen. Bij afwezigheid van regulerende roofvissen treedt binnen enkele jaren "vergiebeling" op. Naast de normale wijze van voortplanting, blijkt de giebel over een bijzondere strategie te beschikken: Paairijpe vrouwtjesgiebels dringen zich tussen de paaiende karpers en zetten hun eieren af. Daarbij bleek dat de zaadcellen van (kroes)karpers de eicellen van de giebel prikkelden om zich te gaan ontwikkelen. Volgende column meer (over 2 weken).

 waternetjeplantenWaternetje13 nov 2013november

Waternetje, 13 nov 2013

 waternetje

Zowel in de Toolenburgse plas als in het meer van het Haarlemmermeerse bos is het water vrij helder en diep. Daardoor worden deze meren druk bezocht door toenemende aantallen duikliefhebbers. En onder water zijn er natuurlijk weer intrigerende flora en fauna zaken te ontdekken. Onlangs stuitte een van de duikers tussen 2-7 m diepte op netvormige wolken bestaande uit groene bolletjes. Deze bolletjes bestaan uit netvormige structuren van 5- 30 mm groot (foto). De netvormige structuur van het waternetje is een kolonie, bestaande uit meerdere cellen. Een volgroeid netje kan een paar cm groot worden.

De groei van waternetjes wordt door hogere temperaturen versterkt. De klimaat verandering heeft veroorzaakt dat waternetjes zich op sommige plekken

tot een plaag kunnen ontwikkelen.

Het is in de zomer veel aanwezig, maar sterft af als het water kouder wordt. Het waternetje overleeft de winter door dikwandige sporen te maken die naar de bodem zakken.

Bijzonder

Een jong netje ontstaat al binnen een volwassen cel. Elk bolletje ontstaat uit één zich opdelende cel binnen een moedercel. Dit worden sporen die zich met zweepdraden binnen de moedercel kunnen bewegen. Al voor het uiteenvallen van de moedercelwand verliezen deze sporen hun zweepdraden en groeperen ze zich in de vorm van een nieuw jong netje. Door het strekken van de cellen groeit het nieuwe netje verder.

Waar

Waternetje is een groenwier, waarvan in (Midden- en West-) Europa 1 en in de wereld 5 soorten bestaan. De foto is gemaakt in het meer van het Haarlemmermeerse Bos waar deze algen voorkomen op 2- 7 m diepte. Het waternetje is bekend uit voedselrijke, vooral stikstofrijke wateren, sloten en plassen. Het kan ook in het kustgebied in water met een hoog zoutgehalte voorkomen.

 Kruisspin4Urntjesspinnendoder1insectenkruisspin (4)13 nov 2013november

kruisspin (4), 13 nov 2013

 Kruisspin4Urntjesspinnendoder1

Bij verstoring begint de spin hevig heen en weer te schudden in haar web. Bij ernstige verstoring laat de spin zich loodrecht naar beneden vallen waarbij het lichaam met een spindraad wordt geankerd. De spin houdt zich op de bodem een tijdje schijndood. Na enige tijd klimt de spin hieraan weer naar boven. Kruisspinnen hebben gifkaken maar gebruiken deze alleen om op prooien te jagen en niet om vijanden af te weren. Alleen als een spin tussen de vingers wordt vastgeklemd zal deze in het uiterste geval bijten. Dit voel je wel maar is niet gevaarlijk.

De grootste vijand van de spinnen is het klimaat. Ze lijden vooral onder droogte en zware regenval. Ook de mens is een belangrijke vijand, omdat deze spinnen doodt en hun web vernielt.

De spinnen moeten ook opletten voor sommige sluipwespen zoals spinnendoders, die de spin verlammen en naar het nest brengen. Alle spinnendoders behoren tot wespachtigen, zoals graafwespen. Er zin wereldwijd bijna 5000 soorten bekend. In Nederland komen

ongeveer 65 soorten voor (foto′s Urntjesspinnendoder). De verlamde spin wordt in een holletje gebracht en er wordt een ei bij afgezet. Als de larve van de sluipwesp uit het ei kruipt wordt de kruisspin levend en van binnenuit opgegeten.

Waar

De kruisspin bouwt haar web op open plekken tussen lage boomtakken of in struiken, die van de wind zijn afgeschermd. Het web wordt gemakkelijk door regen en wind vernield, waardoor de kruisspin alleen voorkomt op beschutte plaatsen. Tuinen zijn voor de kruisspin ideaal, omdat deze vaak hogere begroeiing bevatten en relatief goed zijn afgeschermd van felle zon en van wind. De kruisspin heeft een vochtige leefomgeving nodig en kan slecht tegen droogte en komt vooral voor in laaglanden. Een andere weersomstandigheid waar de spin onder lijdt is hevige regenval. De kruisspin komt in grote delen van Europa en delen van Noord-Amerika. In Europa komt de kruisspin voor van noordelijk Scandinavië tot in landen aan de Middellandse Zee.

 Kruisspin4Urntjesspinnendoder2

 glanzendehoutmiernestinsectenGlanzende Houtmier (1)24 nov 2012november

Glanzende Houtmier (1), 24 nov 2012

 glanzendehoutmiernest

Een paar weken geleden kwam iemand naar De Heimanshof met een vreemd bouwsel,die hij de grond van zijn tuin had gevonden. Er zijn allerlei soorten insecten die nesten bouwen, vooral volkenvormende sociale insecten zoals de gewone wesp, hoornaars, hommels maar ook graafwespen en mieren. De meeste nesten worden van papierachtig materiaal of van pluizig materiaal zoals mosjes gemaakt. Dit nest was vrij stevig met grote kamers die gemaakt leken van aan elkaar gekitte zandkorrels (zie foto). De puzzel werd uiteindelijk pas opgelost met hulp van specialisten uit Naturalis in Leiden. Die deden de suggestie van de glanzende houtmier. De meeste mensen kennen de zwarte wegmier, die veel onder tegels huist, de gele weidemier die zandheuvels in grasland maakt of de rode bosmier met zijn dennennaaldennesten in bossen. Maar er zijn in Nederland

wel 50 soorten mieren bekend van de 12000 soorten wereldwijd. Elke soort heeft zich op zijn eigen wijze ontwikkeld met een specialisatie waarmee hij de concurrentie met andere soorten aankan. De Glanzende houtmier is een 4-6 mm grote diep zwart glanzende mier.

Bijzonder

De glanzende houtmier of karton mier leeft meestal in holle bomen tussen de wortels. De binnenkant van de boom kan geheel gevuld worden met een soms reusachtig nest met hele grote kamers. Dat nest lijkt van karton gebouwd, omdat het bestaat uit fijngekauwd hout wat met een suikerhoudend speeksel aan elkaar gekit wordt. De wanden bestaan voor 50 % of meer uit suiker. Het nest kan ook doorgebouwd worden in de grond en kan dan zoals in ons geval voor een groot deel uit zandkorrels bestaan. Om de wanden een grotere stevigheid te geven, kweken de mieren bepaalde soorten schimmels in de kamers. Deze schimmels worden niet gegeten, maar dienen uisluitend om met hun zwamdraden de wanden te verstevigen. De speciale schimmelsoort heeft dagelijks zorg van de mieren nodig om niet overal heen te woekeren en in nieuwe kamers zijn werk te doen. Volgende week verder.

 zwarteelzenvlag3bomenZwarte Els (3)17 nov 2012november

Zwarte Els (3), 17 nov 2012

 zwarteelzenvlag3

Als reactie op de columns over de zwarte els kreeg ik een aantal meldingen van Lou van der Linde, een natuurfotograaf met een scherp waarnemingsvermogen. In de Groene Weelde kwam hij op en bij de els 2 organismen tegen die beide zeldzaam tot zeer zeldzaam en er nauw verbonden mee zijn.

Elzenvlag

De zwarte els vormt houtige, eivormige vrouwelijke vruchten, ook wel elzenproppen genoemd, die eerst groen zijn en later bruin tot zwart worden. In de winter maakt de boom een zwarte indruk door zijn donkere schors en de elzenproppen, vandaar zijn Nederlandse naam. Op deze elzenpropjes kan soms een gal worden aangetroffen. Deze gal wordt veroorzaakt door een parasitaire schimmel. Deze vestigt zich via sporen in het jonge vrouwelijk elzenkatje. De schimmel zorgt ervoor dat één van de schutbladen

van het elzenkatje een abnormaal groeipatroon vertoont en enkele centimeters lang kan worden. Dit vreemd verschijnsel kreeg de mooie en passende Nederlandse naam 'Elzenvlag' (foto). Heksenbezems in berken worden op soortgelijke wijze door een schimmel veroorzaakt. Deze schimmels produceren of remmen groeihormonen, die de plant aanzetten tot per schimmelsoort karakteristieke uitgroeisels. Elzenvlaggen zijn in de winter bruin gekleurd. In het begin van de zomer is de elzenvlag frisgroen, later geel tot roze, oranjerood tot paarsachtig(zie inzet in foto) . In het najaar wordt de gal net zo bruin of zwart als het rijpe elzenkatje. Op het wimpelvormig uitsteeksel van de elzenvlag ontwikkelen zich dan nieuwe schimmelsporen die door de wind worden verspreid, waarna een nieuwe schimmelcyclus kan starten. Tijdens de wintermaanden blijft enkel de zwarte vlag aan de elzenprop over. Elzenkrulzoom De elzenkrulzoom is een paddenstoel die een symbiotische relatie met de els heeft. Zijn zwamdraden ontvangen suikers van de boom en leveren mineralen terug.(Zie inzet in foto)

Waar

Beide soorten groeien op of aan de voet van elzen langs het voetpad tussen de Big Spotters Hill en de golfbaan.

 zwarteels2bomenZwarte Els (2)10 nov 2012november

Zwarte Els (2), 10 nov 2012

 zwarteels2

Naast de wortelknollen heeft de els nog meer bijzondere eigenschappen. Bij doorzagen, kleurt het witte hout na 5 minuten sterk oranjerood (foto met inzet blad, katjes en elzenproppen). De achtergrond daarvan heeft een anologie met menieverf. Die verf gaat roestvorming op ijzer tegen. Nu groeit de els altijd met zijn voeten in het water en daar liggen permanent schimmels op de loer om het hout aan te tasten. De rode kleur bestaat uit een ijzerverbinding die aan de lucht rood kleurt. De els maakt deze ijzerverbinding die schimmelwerend werkt op dezelfde manier als menieverf. Elzenhout heeft geen hoge kwaliteit. Het is zacht en kan makkelijk bewerkt worden. Maar onder water (buiten bereik van zuurstof) is het bijzonder duurzaam. De palen waar Amsterdam op gebouwd is, bestaan vooral uit elzenhout. Elzen zijn sterke bomen die weinig ziekten en plagen kennen. Een vaste begeleider van de els is het elzenhaantje. De kever leeft ook op de populier, hazelaar en wilg. Elzenhaantjes overwinteren op de grond onder

bladeren en afgestorven plantenresten. Van april tot juni komen ze voor op de bladeren van de els. Hierin worden ronde tot langwerpige gaten gevreten. De vrouwtjes leggen tot 1000 oranje eitjes aan de onderkant van een blad. Uit de eitjes komen na 5-14 dagen olijfgroene, later zwart wordende keverlarven, die zich na 3 weken, vanaf juli, op de grond onder afgestorven plantenresten gaan verpoppen. Na 8-11 dagen komt de nieuwe generatie kevertjes uit. Een ander insect dat in of bij elzen kan worden aangetroffen is de tot 8 cm lang vingerdikke wilgenhoutrups. Deze kan in 2-3 jaar zoveel gaten in het hout vreten dat de boom kan breken. De vraatopeningen van deze rups ruiken naar azijn. Uit de rups komt de wilgenhoutvlinder.

Waar

Elzen horen bij de berkenfamilie. Ze hebben beide lange hangende mannelijke katjes, die zeer veel stuifmeel produceren tbv windbestuiving. Elzen komen verspreid voor op het noordelijk halfrond.

 zwarteelswortelknolvers2