bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Waterhoen, 2 jan 2021

 waterhoen

Het hele jaar brengen waterhoentjes paarsgewijs door aan oevers en in rietvelden, maar in de winter clusteren ze samen aangevuld met wintergasten uit Oost en Centraal Europa en zwermen ze uit over weilanden en graslanden en komen dan ook tot in tuinen. De nachten brengen ze dan samen door in bomen, soms wel met 8-12 bij elkaar. Ze hebben het in de winter duidelijk zwaar. Voor de duidelijkheid: een waterhoentje is geen meerkoet. Meerkoeten zijn veel talrijker en beter bestand tegen de vorst. Ze zijn zwart met een witte snavel en bles en waterhoentjes zijn groen op hun rug en grijs op hun buik met een rode snavel en bles(foto). Een ander verschil is dat meerkoeten zwemvliezen hebben en waterhoentjes niet. Het zijn namelijk ralachtigen. Hun lange tenen zijn geschikt om tussen gras en riet strengels in moerassen te lopen. Sluipen eerder.

Bijzonder

Waterhoentjes

zijn de meest algemene soort van de familie der ralachtigen. Rallen zijn schuwe verborgen levende vogels van rietlanden en moerassen. De waterral is een nauwe verwant, net als het porseleinhoen, het klein en kleinst waterhoen en de kwartelkoning. Allemaal onbekende verborgen levende soorten. Met 35.000 paar is de waterhoen de ambassadeur van de rallenfamilie, die bijna overal leeft waar riet en oevers voorkomen, ook in de stad. In de winter zijn ze het mees talrijk omdat de vogels van continentaal Europa vluchten voor de winterkoude en in West-Europa overwinteren. De stand van de waterhoentjes gaat langzaam achteruit. Bedreigd zijn ze nog niet, maar in koude winters sterven er veel en het machinaal schonen van water partijen en het verdrogen van moerassen zijn oorzaken dat hun aantal langzaam maar zeker steeds afneemt.

Waar

Waterhoentjes komen wereldwijd voor in natte biotopen, moerassen en bij oevers met riet en oeverplanten. Er zijn 6 ondersoorten. Ze zijn afwezig in droge en arctische streken. Overal in de Haarlemmermeer zijn ze aan te treffen in en buiten de bebouwde kom.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 4 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 nijlgansvogelsNijlgans8 dec 2007december

Nijlgans, 8 dec 2007

 nijlgans

Deze week al weer een dier uit zuidelijker streken, die zich definitief gevestigd heeft als standvogel in ons land en in onze polder: de nijlgans. De Nijlgans is geen echte gans, maar eigenlijk een grote eend, verwant aan de Bergeend. Kenmerkend is de bruine “bril” en de witte bovenvleugels. Zijn geluid lijkt op twee stenen die langs elkaar schuren. De Nijlgans leeft voornamelijk op land, hoewel hij goed kan zwemmen. De soort eet vooral zaden, bladeren, grassen en stengels, maar hij is ook niet vies van insecten en wormen. Mogelijk omdat de nijlgans uit warme streken komt, heeft hij een afwijkend broedgedrag. Op dit moment al zoeken overal paartjes op de akkers een territorium om te gaan broeden. De eerste jongen zijn er soms al in januari en zeker in februari.

Bijzonder

Ondanks zijn afkomst uit zeer warme streken, gedijt de Nijlgans zeer goed in ons klimaat. Ze overleven zelfs de strengste winters. De voortplanting verloopt eveneens

voorspoedig. Het vrouwtje legt tussen de zes en acht eieren. De pullen worden bijna allemaal groot. De ouders beschermen hen met een aan fanatisme grenzende agressie. Agressie is trouwens toch het handelsmerk van de Nijlgans. Ze “kraken” nesten van andere vogels. Zelfs kraaien, haviken en torenvalken jagen ze uit hun nest of nestkast. Soms broeden ze wel 20 m hoog. De pullen laten zich gewoon omlaag vallen en overleven dit zonder verwondingen. Ook nesten van de Grauwe Gans worden gekraakt. Eenden en meerkoeten, toch ook geen lieverdjes, worden zonder pardon aangevallen.

Waar

Nijlgansen komen oorspronkelijk uit Egypte en Afrika ten zuiden van de Sahara. Enkele in 1967 ontsnapte of uitgezette dieren zijn de aanstichters van de enorm snel groeiende populatie. De aantallen nemen nog altijd sterk toe met 11- 16 % per jaar. Elk jaar produceert ieder paar gemiddeld 4,3 nieuwe exemplaren. In sommige gebieden is een nijlgansenverzadiging opgetreden; de soort wordt er niet talrijker meer. In die gebieden grootgebrachte jongen, wijken uit naar omliggende gebieden. De verwachting is dat de komende decennia de toename in Nederland langzaam tot staan zal komen en de nijlgans zich verder over West-Europa zal verspreiden (gegevens SOVON). In de Haarlemmermeer houden zich al minstens 100 paar op.

 dodemansvingerspaddenstoelenDodemansvingers2 dec 2007december

Dodemansvingers, 2 dec 2007

 dodemansvingers

Dodemansvingers en andere kernzwammen

De Houtknotszwam is een knotsvormige zwam met een duidelijke steel die naar boven toe breder wordt en waarin zich de sporen bevinden. De bijna kogelronde, knotsvormige of ook wel vingervormige zwam (daarom heet hij ook wel dodemanshand of dodemansvingers) maakt een opgezwollen indruk en is van buiten zwart en van binnen wit. Sommige staan alleen, andere in groepjes, meestal aan de zijkanten van een stronk. Ze hebben een zwart wrattig oppervlak. De dodemansvingers worden meestal niet hoger dan vijf centimeter, maar kunnen veel groter worden. De nieuwe vruchtlichamen verschijnen in de herfst. De dodemansvingers horen bij de groep van de kernzwammen. Deze zwammen onderscheiden zich van de meest andere paddestoelvormende zwammen, door het feit dat zij zich in rijpe toestand verharden en daardoor lang overeind blijven en het hele jaar te vinden zijn. Ze zien er wrattig uit door de openingen waardoor de sporen naar buiten komen. Veel soorten zijn erg algemeen. Andere soorten van deze groep zijn de bekende geweizwammetjes en roestbruine kogelzwammetjes. Ook de zeer algemene

meniezwammetjes zijn verwant.

Bijzonder

De dodemansvingers groeien op oude stronken en takken van tenminste 15 cm groot. Het geweizwammetje van 2-6 cm hoog is min of meer geweiachtig vertakt of gevorkt en eerst wit en later zwart van kleur. Deze groeit op rottende takken en stronken, die al ver heen zijn. Een bruinrood kogelzwammetje is meestal 0.5 -1.5 groot en groeit vrijwel altijd in grote groepen en juist op vrij vers afgevallen takken of nieuwe loofhoutstronken. Het meniezwammetje (van 2-3 mm) groeit juist niet op dikke stronken maar op en door de schors van dunne pas afgevallen takken. Hij groeit in dichte groepen en heeft een helderoranje kleur.

Waar

Dodemansvingers kunnen aangetroffen worden in voedselrijke bossen op zand- en leemgrond. Hij is te vinden op stronken van dode loofbomen, meestal beuk of iep. Er is ook een slanke soort: de Esdoornhoutknotszwam maar deze groeit hoofdzakelijk op takken van esdoorn. De dodemansvingers zijn ook in de Haarlemmermeer overal te vinden, b.v in het Wandelbos en in het Haarlemmermeerse bos. In de Heimanshof kunnen we hem zo aanwijzen, en dat is ook het geval voor de andere genoemde soorten.

 dodemansvingers2

 dodaarsvogelsDodaars27 dec 2006december

Dodaars, 27 dec 2006

 dodaars

De dodaars is de kleinste fuutachtige. De soort dankt zijn naam aan het korte, witte achterwerk. Dodaarzen zijn broedvogels van ondiepe en beschutte wateren. Duinmeren, uiterwaarden, vennen en brede sloten zijn geliefde broedplaatsen. Het drijvende nest ligt in riet of ruigte aan de waterkant. Dodaarzen leven van waterinsecten, schelpdieren en kleine visjes, die op het oog worden gevangen. In de broedtijd vormen insecten het grootste deel van het menu. De aanwezigheid van waterplanten is een belangrijke voorwaarde voor het voorkomen.

Bijzonder

De dodaars is de kleinste en rondste van onze watervogels.

Hij heeft vrijwel geen staart. Het winterkleed van beide sexen varieert van vaalbruin van boven tot lichtbruin en wit van onderen. De dodaars is opvallend schuw. Bij onraad laat hij zich snel zakken, zodat alleen zijn kop boven het water uit steekt. Soms duikt hij helemaal onder. Deze vogel zal zich niet gauw uit het water wagen, hij beweegt zich zeer onhandig op het land.

Waar

De dodaars is een trekvogel en verlaat de noordelijke gebieden (ook ons land) in de winter. Ons land worden dan echter gebruikt als winterverblijfplaats voor noordelijke dodaarzen. Het aantal broedparen in Nederland wordt door SOVON geschat op ongeveer 2000 en neemt jaarlijks iets toe. In de winter verblijven er soms meer dan 10.000 exemplaren in Nederland. Het is goed mogelijk dat er paartjes broeden in de Haarlemmermeer, maar de grootste kans op een waarneming is in de winter. De overwinteraars kunnen elk jaar in de hoofdvaart en andere grote kanalen worden aangetroffen.

 rugstreeppadkleine dierenRugstreeppad22 dec 2006december

Rugstreeppad, 22 dec 2006

 rugstreeppad

De Raugstreeppad wordt ongeveer 8 centimeter lang en is te herkennen aan een lichtgekleurde streep op de rug. De kleur is meestal bruin tot groen met donkere vlekken op de rug. De kop is zeer stomp en heeft kleine ogen en grote gifklieren; voor een mens is het gif niet zo gevaarlijk en zorgt alleen voor irritaties. Het dier is actief in de schemering en nacht. Overdag schuilt het in een meestal zelf gegraven kuiltje van 5- 50 cm diep. De rugstreeppad heeft aanzienlijk kortere poten dan een gewone pad en kan dan ook niet springen, maar alleen lopen. Echter dat kan hij wel hard. In het donker ligt verwarring met een gewone pad daarom niet voor de hand, maar soms wel met een muis! Behalve in de paartijd is het dier niet aan water gebonden. De mannetjes maken dan een geluid dat tot enkele kilometers te horen is. Volwassen padden eten wormen, slakken en insecten. De kikkervisjes eten eerst planten en later insecten en aas.

Bijzonder

De rugstreeppad is een echte pioniersoort. Door zijn ingraafgedrag heeft hij een voorkeur voor

zandige losse grond. Dat zijn vaak bouwterreinen, afgravingen of zanddepots. Vaak wordt hij ingegraven en wel met grondtransporten meegevoerd. Aan de vaak tijdelijke poeltjes in dit soort terreinen heeft hij zich aangepast door een razendsnelle ontwikkeling van ei, via larve tot (piep)klein padje. Ook heeft deze soort verschillende opeenvolgende paartijden, zodat een mislukte poging niet meteen een mislukt jaar is. Het voordeel van deze poeltjes is dat in kleine plasjes geen vissen of andere roofdieren leven en het water snel wordt opgewarmd door de zon.
De rugstreeppad komt wel eens in het nieuws bij bouwprojecten. Het vinden van deze pad leidt namelijk tot onmiddellijke stillegging van de werkzaamheden.

Waar

Deze soort is niet zeldzaam in Nederland, maar omdat hij buiten de Benelux niet veel voorkomt staat hij wel op de rode lijst en is daarom streng beschermd. Het zal geen verbazing wekken dat de graafactiviteit van de mens in de Haarlemmermeer voor deze soort gunstig is. Er waren een aantal populaties bekend, b.v. rond Cruquius, bij Vijfhuizen en natuurlijk rond Schiphol. Of al deze populaties nog lang standhouden na het beëindigen van de graafactiviteiten, is niet bekend. We houden ons daarom van harte aanbevolen voor waarnemingen over de huidige verspreiding in andere recente ‘graafterreinen’ zoals Sportdorp, Floriande, Getsewoud, rond de Toolenburgse plas, etc.

 cymbidiumandersNMEkassen16 dec 2006december

NMEkassen, 16 dec 2006

 cymbidium

Als het herfstig weer is, is er buiten aan planten relatief weinig te beleven, naast wat mossen, paddestoelen en een paar winterbloeiende struiken. Dat geldt niet voor een weinig bekende plek naast De Heimanshof: de NME kassen. NME staat voor Natuur- en Milieu Educatie. De kassen vormen deel van het centrum waar per jaar zo’n 7000 schoolkinderen natuurpuzzeltochten bezoeken. Naast de ontvangstruimte (met de NME mascotte: papagaai Jacob, die al 33 jaar oud is) bestaat het kassencomplex uit nog drie ruimtes. De eerste ruimte heeft een Mediterraan klimaat, de 2e een tropisch klimaat en de 3e is als woestijn ingericht. Zowel in de tropische als de woestijnkas komen er een heleboel soorten voor, die juist gaan bloeien in een koele periode. Daarom zijn in deze

periode van het jaar een aantal prachtige (tropische) orchideeën te bewonderen en staan ook een aantal cactussen en vetplanten in volle bloei. Van de orchideeën zijn het Venusschoentje en de Cymbidium (foto) vermeldenswaard. Van de cactussen en vetplanten bloeien de olifantsoor, de lidcactus, de theeboom en de bekende huiskamerplant Dikblad of Jadeplant, die juist in de warme huiskamer(vrijwel) nooit tot bloeien komt. In de mediterrane kas bloeit de Mirre bijna.

Bijzonder

Zowel orchideeën als vetplanten en cactussen zijn vaak armoede-bloeiers. Zo mag de grond mag niet te rijk zijn en mogen ze niet te veel water hebben. De Cymbidiums gaan b.v de hele zomer naar buiten zonder dat ze (extra) water krijgen. Pas in de herfst gaan ze de kas in en krijgen dan regelmatig water, waarop ze reageren door uitbundig te gaan bloeien.

Waar

De NME kassen liggen tussen De Heimanshof en het kantoor van Buurtbeheer van Rayon 2 en 3 aan de Wieger Bruinlaan 7.

 krakeendpaarvogelsKrakeend7 dec 2006december

Krakeend, 7 dec 2006

 krakeendpaar

De krakeend is een naaste verwant van de wilde eend. Hij is iets kleiner en zoekt zijn voedsel net als de wilde eend grondelend (staart omhoog en kop naar beneden). Zijn naam komt van het geluid dat hij maakt: namelijk niet ‘kwak’ maar ‘krak’. De soort is aan twee kenmerken goed te herkennen: de zwarte kleur onder de staart (zie bij het mannetje op de foto) en de witte spiegel op de vleugel. Deze witte spiegel is ook nog bij de opgevouwen vleugels te zien (zie bij het vrouwtje op de foto). Oorspronkelijk is het een broedvogel van de meren en moerassen in de steppen van Midden- en West- Azië tussen 55 en 40 graden noorderbreedte, maar mogelijk door ontginning van deze gebieden heeft deze eend zijn areaal westwaarts uitgebreid. De soort komt ook vaak voor op wateren met allerlei kunstmatige dammen, taluds en dergelijke; waarschijnlijk

vormen de zachte draadalgen en wieren welke op het stenige substraat groeien een geliefde voedselbron.

Waar

De krakeend is een typische soort van vrij grote wateren. Krakeenden worden dan ook vooral in de lage delen van Nederland aangetroffen De krakeend leeft op zoet en brak water. Hij nestelt dicht bij meren, moerassen en poldersloten met rijke onderwatervegetatie. Ook in de Haarlemmermeer komt de soort als broedvogel voor en als wintergast. Hoeveel paren hier broeden is ons niet *bekend. Veel groepen krakeenden verzamelen zich ’s winters in de brede vaarten langs de Geniedijk en de 4 merenweg. Groepjes van 10-30 dieren kunnen vaak worden waargenomen. In één geval troffen wij in februari een groep van maar liefst 250 dieren aan die zich op het water en de weilanden rond het fort bij Rijsenhout hadden verzameld.

Bijzonder

Het gaat de krakeend in Nederland voor de wind. Vergeleken met enkele decennia geleden is de populatie in Nederland geëxplodeerd. In de 1975 was het nog een zeldzame broedvogel met 550-800 paar in heel Nederland. In het jaar 2000 werd het aantal broedparen geschat op 6.000 tot 7.000 paar. Sindsdien is het aantal vogels ongetwijfeld nog verder gestegen.

 korstmosbolletjesgeleimosplantenKorstmossen1 dec 2006december

Korstmossen, 1 dec 2006

 korstmosbolletjesgeleimos

Hoewel korstmossen op het eerste gezicht plantachtige organismen lijken, zijn ze in werkelijkheid een symbiose van twee typen organismen: een schimmel met een groenwier of blauwalg. Soms zijn deze zo sterk met elkaar verbonden dat ze zonder elkaar niet kunnen bestaan. Vermeerdering vindt plaats door sporen die over grote afstanden door de lucht verspreid worden. Als op de landingsplaats een geschikte alg wordt gevonden, wordt een nieuwe plant gevormd. Veel korstmossen hebben ook een vegetatieve wijze van verspreiding, waarbij de schimmel en de algen in poedervorm of grotere fragmenten samen blijven.
Korstmossen zijn gevoelig voor luchtverontreiniging. Sommige soorten verdwijnen in gebieden waar de concentratie zwaveldioxide (SO2) hoog is. De aan- of afwezigheid van korstmossen wordt daarom wel gebruikt als een indicator voor luchtverontreiniging. Ook in gebieden waar veel ammoniak in de lucht zit verdwijnen sommige korstmossoorten. Andere soorten groeien echter beter met ammoniak. Gelukkig zijn de laatste jaren de korstmossen in Nederland en België zich weer aan het herstellen, doordat de zwaveldioxideuitstoot is verminderd sinds er minder kolen worden gebruikt.

Bijzonder

Korstmossen

zijn een van de weinige organismen die een verblijf van twee weken in het vacuüm en de extreem sterke UV-straling van het heelal kunnen doorstaan. Veel korstmossen groeien zeer traag (soms niet meer dan 0,1 mm per jaar), en daarom vooral op kale rotsen en stenen, waar ze niet door andere planten en mossen kunnen worden verdrongen. Ze vragen niet veel voedingsstoffen, en kunnen die vaak halen uit het stof in de lucht. Ook kunnen ze in geval van uitdroging lange tijd, vaak jarenlang, in een rustfase blijven, en na toevoeging van water weer tot leven komen.

Waar

In de Haarlemmermeer zou je met het vele auto- en vliegverkeer niet veel bijzondere korstmossen verwachten. Bij een gedetailleerde inventarisatie op De Heimanshof werden er toch maar liefst 108 soorten aangetroffen. Vier daarvan zijn zeldzaam tot zeer zeldzaam in Nederland en twee daarvan (Bolletjes-geleimos zie foto en Sterretjeskorst) zijn zo zeldzaam dat de op de Rode Lijst van bedreigde (en beschermde) soorten staan.

Waar te nemen: het hele jaar

 korsmosbolltejesgelei

 vuilboomkleinbomenVuilboom27 nov 2020november

Vuilboom, 27 nov 2020

 vuilboomklein

De Vuilboom of sporkehout (foto:zaailingen met kenmerkende rode wortels)is hard op weg het symbool van de meerbomen.nu actie te worden, waarbij we gratis een miljoen bomen in hee Nederland bij boeren en in grotere projecten gaan uitdelen (van15 nov. tot 15mrt) en nog eens een half miljoen aan burgers om in de tuin tegels eruit en bomen erin te krijgen (van 17mrt tot 1 april).

Bijzonder

Wat is er zo speciaal aan de vuilboom:

1: De naam klinkt niet lekker, maar trekt wel de aandacht. Maar je wordt er niet vuil van. De naam is een soort eretitel, omdat thee uit de bast het meest laxerende middel uit de natuur is (die helpt goed tegen knagende herten, die laten dit boompje wel staan), maar ook om alle vuil uit je lichaam kwijt te raken. Zo deden ze dat bij detoxkuren vanaf de steentijd.

2: De vuilboom is de waardplant voor de rups van het boomblauwtje

en de citroenvlinder (inzetten). Graag geziene gasten in een tuin.

3: De vuilboom is de plant die het langste bloeit en bessen maakt van alle planten in Nederland: bloei van april tot september en bessen van mei tot oktober; Ideaal voor insecten en vogels en dus meer biodiversiteit.

4: Houtskool van deze soort is van ‘norit’ kwaliteit, dus ook voor het maken van buskruit. Voor de hobby van Napoleon Bonaparte was in zijn tijd deze soort bijna uitgeroeid.

5: Last but not least: Als je een eik of een wilg plant in je tuin, leven die meestal niet zo lang omdat ze heel groot worden. Maar de vuilboom houdt het bij een bescheiden 3-4m. Ideaal dus om tuinen biodivers te maken. Kortom: alle tuinen van Nederland verdienen een vuilboom!

Waar

Er zijn verschillende vuilboom ondersoorten. Zo groeien ze in moerasgebieden met hun voeten in het water, maar ook op droge arme zandgronden in de duinen en de Veluwe. De gemeenschappelijke factoren daarbij zijn zure grond en voedselarm. Spontaan kiemen doen ze niet in de vaak rijke gronden van de Haarlemmermeer, maar als zaailing of als aflegger geplant, doen ze het bijna overal. Alleen op de fundamenten van de ex-Overbos hoogspanningsmasten ken ik ze van nature.

 Biodiversiteitinpark2020_RansuilandersBiodivesiteit inPark 202023 nov 2019november

Biodivesiteit inPark 2020, 23 nov 2019

 Biodiversiteitinpark2020_Ransuil

Meestal behandel ik hier een soort die in de Haarlemmermeer voorkomt. Maar misschien is het ook wel eens interessant om aandacht te geven aan meerdere soorten die in een bepaald terrein ( ‘biotoop’) voorkomen. De aanleiding daarvoor is onze blijde verrassing over wat er de afgelopen jaren in ’ons’ kantorenpark P2020 is gebeurd. Meestal is het niet best gesteld met flora en fauna in bedrijventerreinen omdat de focus ligt op nette gazonnetjes en zo goedkoop mogelijk beheer. In Park2020 hebben we als MEERGroen de gelegenheid gekregen om een stukje bouwgrond wat meer aandacht te geven met een voedseltuin en bloemenweides.

Bijzonder

En het mooie van de natuur is dat er dan bijna meteen allerlei bijzondere soorten verschijnen. Zo zijn er allerlei soorten muizen en ook konijnen komen wonen ‘in het groen’ en daarop afgekomen zijn er bv een paartje vossen, bunzings en wezels, torenvalken,

een ransuil (foto) ‘om de natuurlijke balans’ in stand te houden. Op de bloemenweides komen talloze vlinders af waaronder de kolibrievlinder, atalanta, koolwitjes, citroenvlinders, dagpauwoog en dit jaar heel veel distelvlinders en niet te vergeten talloze solitaire bijen- en wespensoorten die ook van onze insectenhotels gebruik maken. Buiten onze voedseltuin geniet een slechtvalk van de duivenpopulatie en de hoge gebouwen, scholeksters en zwarte roodstaarten nestelen op de daken van kantoren en op de zaden van distels en kaardenbollen leeft jaarrond een groep van 20-30 putters (distelvinken), sijsjes, gewone vinken en nog wat andere soorten. Terwijl de gewone en de gele kwikstaart op het plaveisel en in de tuinen hun gading zoeken. Over de 50 kauwtjes die graag mee-eten van onze groenten en fruit zijn we minder tevreden. En zo zijn er nog talloze andere soorten, zowel planten en dieren. Zeer de moeite waard om een keer te komen bekijken.

Waar

Park2020 (‘twenty- twenty’ dwz ‘ het zit wel goed’) is bedoeld als het meest duurzame kantorenpark van Europa. Het ligt tussen station Hoofddorp en de Rijnlanderweg langs de busbaan en is van verre herkenbaar aan de kas.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl.

 bessenglasvlinderinsectenBessenglasvlinder8 nov 2019november

Bessenglasvlinder, 8 nov 2019

 bessenglasvlinder

Bessenglasvlinder

Het insectenseizoen ligt al weer achter ons. In de zomer krijg ik zoveel meldingen, dat ik wel elke dag een column kan maken. Sommige waarnemingen zijn zo mooi of bijzonder, dat ik u deze niet wil onthouden. Zo kreeg ik begin september de bijgesloten foto van een van de meest actieve volgers van deze column (Janet Bakker uit Cruquius). Deze foto van de bessenglasvlinder is niet alleen bijzonder fraai. Het is ook weer eens een foto van een soort uit een groep waar ik zelfs nog nooit tegen aangelopen ben in 50 jaar: de wespvlinders. Iedereen kent wel dagvlinders en nachtvlinders, maar deze groep van dag actieve nachtvlinders met doorschijnende vleugels is niet erg bekend. In Nederland komen er 13 soorten wespvlinders voor en wereld wijd ca 1400.

Bijzonder

Wespvlinders zijn volledig

onschuldige nectar-eters zonder bijzonder verdedigingsmiddelen en zijn daardoor een makkelijk prooi van bv vogels. Het risico om al te veel als prooi opgepeuzeld te worden verminderen zij , net als veel ander onschuldige insecten( zoals zweefvliegen) door gebruik te maken van mimicry: ze hebben in de loop van evolutie een vorm aangenomen die lijkt op wespen. Daar hoort de tekening bij en de voor vlinders smalle en doorschijnende vleugels. De bessenglasvlinder heet zo, omdat zijn rups bijna alleen leeft op de planten van zwarte, rode en kruisbesstruiken. De rups van deze vlinder leeft 1 tot 4 jaar in het hout van deze bessenstruiken en is kaal waardoor hij op een vliegenmade lijkt.

Waar

De bessenglasvlinder komt in heel Europa voor maar niet in Noord-Scandinavië en niet op de Middellandse Zee-eilanden in Noord-Turkije , de Baltische staten, Wit-Rusland, de Oekraïne, het Europese deel van Rusland, Noord-Kazachstan en tot de Altaj. Met ribes struiken is de soort in de VS, Zuid-Canada, Zuid-Australië en Nieuw-Zeeland terecht gekomen. In Nederland wordt de soort weinig waargenomen. Feromoon(seks geurstof) onderzoek heeft uit gewezen dat de soort algemener is dan gedacht.

 mariadistel_2plantenMariadistel19 nov 2018november

Mariadistel, 19 nov 2018

 mariadistel_2

Afgelopen week kreeg ik een foto van een plant uit Lijnden, die spontaan verschenen was bij huizen naast de net afgebroken A9. Soms kosten deze vragen weken zoek werk, maar dit was gemakkelijk: mariadistel (foto). Distels hebben geen aaibaar imago, maar dat is niet terecht. Er komen in Nederland wel een stuk of 15 soorten distels voor en daar zijn prachtige soorten bij en soorten met medicinale en eetbare toepassingen. Wat denk u bv van de grootste distel soort: de kardoen die ook een streekproduct uit de Haarlemmermeer was en verwant aan de artisjok met bloemen van een kilo en nerven van een kilo die gebleekt gegeten worden. Ook van de moesdistel die aan oevers groeit is het (jonge) blad goed eetbaar.

Bijzonder

Net als de Italiaanse aronskelk heeft de Mariadistel op zijn blad witte nerven, die de plant tot

een sieraad in bermen en tuinen maakt. Het verhaal hierbij is dat deze nerven wit zijn geworden door melkdruppels van Maria: je moet het maar verzinnen! Het (jonge) blad is als groente eetbaar en er zijn nogal wat geneeskrachtige mogelijkheden: De geneeskrachtige werking zit vooral in de zaden. Die bevatten een vettige stof, die op veel manieren geëxtraheerd en ingenomen kan worden en die bv de enige werkzame stof tegen vliegenzwam- en groenknolammonietvergiftiging is. Mariadistelextracten hebben ook een gunstige werking op de lever bij leververvetting, levercirrose, hepatitis, geelzucht en op de galproductie. Het is een van de weinige kruiden die in staat is om celvernieuwing in de lever te bewerkstelligen. Verder werkt het gunstig bij aambeien, spataderen te lage bloeddruk. Het verhaal van Maria kan samenhangen met het feit dat er ook een gunstige invloed is geconstateerd op melkproductie.

Waar

De Mariadistel is een eenjarige niet invasieve soort die oorspronkelijk uit het Middellandse zee gebied komt, net als de wegdistel, maar die met de klimaatverandering steeds meer oprukt en een sierlijke aanvulling van de inheemse flora is.

 rreuzenschaafstroplantenReuzenschaafstro11 nov 2017november

Reuzenschaafstro, 11 nov 2017

 rreuzenschaafstro

Schaafstro behoort tot de paardenstaartfamilie. Veel mensen kennen een familielid daarvan, dat heermoes heet en dat overal in de Haarlemmermeer groeit, waar zand over klei ligt. Dat is een typische situatie bij trottoirs en in tuinpaden. Vandaar dat veel mensen er een grote hekel aan hebben. Deze paardenstaarten worden vaak kattenstaarten genoemd, wat mij als bioloog verdriet doet, want kattenstaarten zijn prachtig paarsbloeiende planten van de waterkant. Paardenstaarten vormen een zeer oude familie die 250-350 miljoen jaar geleden ontstond en die in de tijd van dinosauriërs, toen er nog geen bloeiende planten en loofbomen waren hun voornaamste voedsel vormde. Dat ze het tot nu toe hebben volgehouden betekent dat ze een goed overlevingssysteem hebben. Bij heermoes heb ik daarmee kennis gemaakt toen ik voor een kelder 4 m diep in de grond moest graven en 1-2 m onder het grondwater nog wortels

tegenkwam. Ze hebben dus zo’n wortel reserve dat je ze nooit kunt weg wieden.

Bijzonder

Paardenstaarten en dus ook schaafstro zijn aan zand gebonden, omdat ze geen cellulose als ‘skelet’ maken, maar kleine kristalletjes van kwarts. Van schaafstro wordt vaak vermeld dat het vroeger door z’n ruwe stengel als schuurpapier werd gebruikt, maar dat is volgens mij niet terecht. Voor de komst van industrieel schuurpapier verbrandde men dit schaafstro en kreeg in de as zeer homogene kristalletjes, die gebruikt werden voor het polijsten van muziekinstrumenten. Schaafstro en reuzenschaafstro zijn zeer decoratieve paardenstaarten die niet misstaan in (droog) boeketten ( zie detailinzet). Alle paardenstaarten bestaan uit segmenten die uit en weer in elkaar geschoven kunnen worden.

Waar

Schaafstro houdt van vochtige zandmilieus zoals duinvalleien en reuzenschaafstro (foto) dat 2-3 m hoog kan worden, houdt van vochtige grond of het nu klei, zand of veen is. Op dit moment vormt het sporenkapsels, maar vegetatieve voortplanting via scheuren van wortel stokken gaat effectiever.