bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Woudaapje, 30 aug 2019

 woudaap2

Ik woon naast langs de Geniedijk en houd sinds 1996 het Oude Dr Nanningazwembad ( 1935-1975) bij als groentetuin, heemtuin en cultuurhistorisch monument. Dit plekje is sowieso een ecologisch paradijsje met snoeken van meer dan een meter en de ijsvogel, groene specht, vleermuizen, libellen, roofvogels en nog veel meer als smaakmakers. Maar afgelopen week had ik er tot 2 x toe een wel zeer bijzondere ervaring. Een vrouwtje woudaap (foto) schoot op 2 verschillende dagen uit de oever tussen de bosjes vandaan en bleef in een geval wel 10 minuten op een paal midden in het water zitten. Inmiddels is deze dame verder getrokken, maar het zou goed kunnen dat er een broedgeval van de woudaap geweest is in bv de Groene Weelde. Het woudaapje is de kleinste reigerachtige die in Nederland voorkomt. Net groter dan een waterhoentje. De laatste keer dat ik een Woudaap

had gezien was in 1968!

Bijzonder

In die tijd waren er landelijk naar schatting nog 250 broedparen. Inmiddels is dat schrikbarend afgenomen tot niet meer dan 20 paren, verdeeld over heel het land en staat de soort hier als ernstig bedreigd in de boeken. Internationaal is het nog niet zo ernstig. Waarom deze soort niet geprofiteerd heeft van de drooglegging van de Flevopolders en de Oostvaardersplassen is niet bekend. De genoemde aantallen kunnen een onderschatting zijn, want het woudaapje leeft zeer verscholen. Zijn naam komt deels van zijn roep die een beetje klinkt als ‘wouw’, maar hij leeft ook in een moerasbos (‘woud’) waar hij zo handig als een aapje door de takken en de rietstengels klautert! Het mannetje woudaap is itt tot het bruin gestreepte vrouwtje ( schutkleur) een stuk opvallender met zwart en witte tekening die op de rug bijna roze is.

Waar

De woudaap broedt in Europa, West- en zuidelijk Azië, Afrika in rietmoerassen en zoetwateroevers. Vogels die in de gematigde klimaatzone van Europa en Azië broeden, trekken ′s winters naar het zuiden. Vogels die in de tropen broeden, zijn standvogel.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 4 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 rugstreeppadkleine dierenRugstreeppad22 dec 2006december

Rugstreeppad, 22 dec 2006

 rugstreeppad

De Raugstreeppad wordt ongeveer 8 centimeter lang en is te herkennen aan een lichtgekleurde streep op de rug. De kleur is meestal bruin tot groen met donkere vlekken op de rug. De kop is zeer stomp en heeft kleine ogen en grote gifklieren; voor een mens is het gif niet zo gevaarlijk en zorgt alleen voor irritaties. Het dier is actief in de schemering en nacht. Overdag schuilt het in een meestal zelf gegraven kuiltje van 5- 50 cm diep. De rugstreeppad heeft aanzienlijk kortere poten dan een gewone pad en kan dan ook niet springen, maar alleen lopen. Echter dat kan hij wel hard. In het donker ligt verwarring met een gewone pad daarom niet voor de hand, maar soms wel met een muis! Behalve in de paartijd is het dier niet aan water gebonden. De mannetjes maken dan een geluid dat tot enkele kilometers te horen is. Volwassen padden eten wormen, slakken en insecten. De kikkervisjes eten eerst planten en later insecten en aas.

Bijzonder

De rugstreeppad is een echte pioniersoort. Door zijn ingraafgedrag heeft hij een voorkeur voor

zandige losse grond. Dat zijn vaak bouwterreinen, afgravingen of zanddepots. Vaak wordt hij ingegraven en wel met grondtransporten meegevoerd. Aan de vaak tijdelijke poeltjes in dit soort terreinen heeft hij zich aangepast door een razendsnelle ontwikkeling van ei, via larve tot (piep)klein padje. Ook heeft deze soort verschillende opeenvolgende paartijden, zodat een mislukte poging niet meteen een mislukt jaar is. Het voordeel van deze poeltjes is dat in kleine plasjes geen vissen of andere roofdieren leven en het water snel wordt opgewarmd door de zon.
De rugstreeppad komt wel eens in het nieuws bij bouwprojecten. Het vinden van deze pad leidt namelijk tot onmiddellijke stillegging van de werkzaamheden.

Waar

Deze soort is niet zeldzaam in Nederland, maar omdat hij buiten de Benelux niet veel voorkomt staat hij wel op de rode lijst en is daarom streng beschermd. Het zal geen verbazing wekken dat de graafactiviteit van de mens in de Haarlemmermeer voor deze soort gunstig is. Er waren een aantal populaties bekend, b.v. rond Cruquius, bij Vijfhuizen en natuurlijk rond Schiphol. Of al deze populaties nog lang standhouden na het beëindigen van de graafactiviteiten, is niet bekend. We houden ons daarom van harte aanbevolen voor waarnemingen over de huidige verspreiding in andere recente ‘graafterreinen’ zoals Sportdorp, Floriande, Getsewoud, rond de Toolenburgse plas, etc.

 cymbidiumandersNMEkassen16 dec 2006december

NMEkassen, 16 dec 2006

 cymbidium

Als het herfstig weer is, is er buiten aan planten relatief weinig te beleven, naast wat mossen, paddestoelen en een paar winterbloeiende struiken. Dat geldt niet voor een weinig bekende plek naast De Heimanshof: de NME kassen. NME staat voor Natuur- en Milieu Educatie. De kassen vormen deel van het centrum waar per jaar zo’n 7000 schoolkinderen natuurpuzzeltochten bezoeken. Naast de ontvangstruimte (met de NME mascotte: papagaai Jacob, die al 33 jaar oud is) bestaat het kassencomplex uit nog drie ruimtes. De eerste ruimte heeft een Mediterraan klimaat, de 2e een tropisch klimaat en de 3e is als woestijn ingericht. Zowel in de tropische als de woestijnkas komen er een heleboel soorten voor, die juist gaan bloeien in een koele periode. Daarom zijn in deze

periode van het jaar een aantal prachtige (tropische) orchideeën te bewonderen en staan ook een aantal cactussen en vetplanten in volle bloei. Van de orchideeën zijn het Venusschoentje en de Cymbidium (foto) vermeldenswaard. Van de cactussen en vetplanten bloeien de olifantsoor, de lidcactus, de theeboom en de bekende huiskamerplant Dikblad of Jadeplant, die juist in de warme huiskamer(vrijwel) nooit tot bloeien komt. In de mediterrane kas bloeit de Mirre bijna.

Bijzonder

Zowel orchideeën als vetplanten en cactussen zijn vaak armoede-bloeiers. Zo mag de grond mag niet te rijk zijn en mogen ze niet te veel water hebben. De Cymbidiums gaan b.v de hele zomer naar buiten zonder dat ze (extra) water krijgen. Pas in de herfst gaan ze de kas in en krijgen dan regelmatig water, waarop ze reageren door uitbundig te gaan bloeien.

Waar

De NME kassen liggen tussen De Heimanshof en het kantoor van Buurtbeheer van Rayon 2 en 3 aan de Wieger Bruinlaan 7.

 krakeendpaarvogelsKrakeend7 dec 2006december

Krakeend, 7 dec 2006

 krakeendpaar

De krakeend is een naaste verwant van de wilde eend. Hij is iets kleiner en zoekt zijn voedsel net als de wilde eend grondelend (staart omhoog en kop naar beneden). Zijn naam komt van het geluid dat hij maakt: namelijk niet ‘kwak’ maar ‘krak’. De soort is aan twee kenmerken goed te herkennen: de zwarte kleur onder de staart (zie bij het mannetje op de foto) en de witte spiegel op de vleugel. Deze witte spiegel is ook nog bij de opgevouwen vleugels te zien (zie bij het vrouwtje op de foto). Oorspronkelijk is het een broedvogel van de meren en moerassen in de steppen van Midden- en West- Azië tussen 55 en 40 graden noorderbreedte, maar mogelijk door ontginning van deze gebieden heeft deze eend zijn areaal westwaarts uitgebreid. De soort komt ook vaak voor op wateren met allerlei kunstmatige dammen, taluds en dergelijke; waarschijnlijk

vormen de zachte draadalgen en wieren welke op het stenige substraat groeien een geliefde voedselbron.

Waar

De krakeend is een typische soort van vrij grote wateren. Krakeenden worden dan ook vooral in de lage delen van Nederland aangetroffen De krakeend leeft op zoet en brak water. Hij nestelt dicht bij meren, moerassen en poldersloten met rijke onderwatervegetatie. Ook in de Haarlemmermeer komt de soort als broedvogel voor en als wintergast. Hoeveel paren hier broeden is ons niet *bekend. Veel groepen krakeenden verzamelen zich ’s winters in de brede vaarten langs de Geniedijk en de 4 merenweg. Groepjes van 10-30 dieren kunnen vaak worden waargenomen. In één geval troffen wij in februari een groep van maar liefst 250 dieren aan die zich op het water en de weilanden rond het fort bij Rijsenhout hadden verzameld.

Bijzonder

Het gaat de krakeend in Nederland voor de wind. Vergeleken met enkele decennia geleden is de populatie in Nederland geëxplodeerd. In de 1975 was het nog een zeldzame broedvogel met 550-800 paar in heel Nederland. In het jaar 2000 werd het aantal broedparen geschat op 6.000 tot 7.000 paar. Sindsdien is het aantal vogels ongetwijfeld nog verder gestegen.

 korstmosbolletjesgeleimosplantenKorstmossen1 dec 2006december

Korstmossen, 1 dec 2006

 korstmosbolletjesgeleimos

Hoewel korstmossen op het eerste gezicht plantachtige organismen lijken, zijn ze in werkelijkheid een symbiose van twee typen organismen: een schimmel met een groenwier of blauwalg. Soms zijn deze zo sterk met elkaar verbonden dat ze zonder elkaar niet kunnen bestaan. Vermeerdering vindt plaats door sporen die over grote afstanden door de lucht verspreid worden. Als op de landingsplaats een geschikte alg wordt gevonden, wordt een nieuwe plant gevormd. Veel korstmossen hebben ook een vegetatieve wijze van verspreiding, waarbij de schimmel en de algen in poedervorm of grotere fragmenten samen blijven.
Korstmossen zijn gevoelig voor luchtverontreiniging. Sommige soorten verdwijnen in gebieden waar de concentratie zwaveldioxide (SO2) hoog is. De aan- of afwezigheid van korstmossen wordt daarom wel gebruikt als een indicator voor luchtverontreiniging. Ook in gebieden waar veel ammoniak in de lucht zit verdwijnen sommige korstmossoorten. Andere soorten groeien echter beter met ammoniak. Gelukkig zijn de laatste jaren de korstmossen in Nederland en België zich weer aan het herstellen, doordat de zwaveldioxideuitstoot is verminderd sinds er minder kolen worden gebruikt.

Bijzonder

Korstmossen

zijn een van de weinige organismen die een verblijf van twee weken in het vacuüm en de extreem sterke UV-straling van het heelal kunnen doorstaan. Veel korstmossen groeien zeer traag (soms niet meer dan 0,1 mm per jaar), en daarom vooral op kale rotsen en stenen, waar ze niet door andere planten en mossen kunnen worden verdrongen. Ze vragen niet veel voedingsstoffen, en kunnen die vaak halen uit het stof in de lucht. Ook kunnen ze in geval van uitdroging lange tijd, vaak jarenlang, in een rustfase blijven, en na toevoeging van water weer tot leven komen.

Waar

In de Haarlemmermeer zou je met het vele auto- en vliegverkeer niet veel bijzondere korstmossen verwachten. Bij een gedetailleerde inventarisatie op De Heimanshof werden er toch maar liefst 108 soorten aangetroffen. Vier daarvan zijn zeldzaam tot zeer zeldzaam in Nederland en twee daarvan (Bolletjes-geleimos zie foto en Sterretjeskorst) zijn zo zeldzaam dat de op de Rode Lijst van bedreigde (en beschermde) soorten staan.

Waar te nemen: het hele jaar

 korsmosbolltejesgelei

 mariadistel_2plantenMariadistel19 nov 2018november

Mariadistel, 19 nov 2018

 mariadistel_2

Afgelopen week kreeg ik een foto van een plant uit Lijnden, die spontaan verschenen was bij huizen naast de net afgebroken A9. Soms kosten deze vragen weken zoek werk, maar dit was gemakkelijk: mariadistel (foto). Distels hebben geen aaibaar imago, maar dat is niet terecht. Er komen in Nederland wel een stuk of 15 soorten distels voor en daar zijn prachtige soorten bij en soorten met medicinale en eetbare toepassingen. Wat denk u bv van de grootste distel soort: de kardoen die ook een streekproduct uit de Haarlemmermeer was en verwant aan de artisjok met bloemen van een kilo en nerven van een kilo die gebleekt gegeten worden. Ook van de moesdistel die aan oevers groeit is het (jonge) blad goed eetbaar.

Bijzonder

Net als de Italiaanse aronskelk heeft de Mariadistel op zijn blad witte nerven, die de plant tot

een sieraad in bermen en tuinen maakt. Het verhaal hierbij is dat deze nerven wit zijn geworden door melkdruppels van Maria: je moet het maar verzinnen! Het (jonge) blad is als groente eetbaar en er zijn nogal wat geneeskrachtige mogelijkheden: De geneeskrachtige werking zit vooral in de zaden. Die bevatten een vettige stof, die op veel manieren geëxtraheerd en ingenomen kan worden en die bv de enige werkzame stof tegen vliegenzwam- en groenknolammonietvergiftiging is. Mariadistelextracten hebben ook een gunstige werking op de lever bij leververvetting, levercirrose, hepatitis, geelzucht en op de galproductie. Het is een van de weinige kruiden die in staat is om celvernieuwing in de lever te bewerkstelligen. Verder werkt het gunstig bij aambeien, spataderen te lage bloeddruk. Het verhaal van Maria kan samenhangen met het feit dat er ook een gunstige invloed is geconstateerd op melkproductie.

Waar

De Mariadistel is een eenjarige niet invasieve soort die oorspronkelijk uit het Middellandse zee gebied komt, net als de wegdistel, maar die met de klimaatverandering steeds meer oprukt en een sierlijke aanvulling van de inheemse flora is.

 rreuzenschaafstroplantenReuzenschaafstro11 nov 2017november

Reuzenschaafstro, 11 nov 2017

 rreuzenschaafstro

Schaafstro behoort tot de paardenstaartfamilie. Veel mensen kennen een familielid daarvan, dat heermoes heet en dat overal in de Haarlemmermeer groeit, waar zand over klei ligt. Dat is een typische situatie bij trottoirs en in tuinpaden. Vandaar dat veel mensen er een grote hekel aan hebben. Deze paardenstaarten worden vaak kattenstaarten genoemd, wat mij als bioloog verdriet doet, want kattenstaarten zijn prachtig paarsbloeiende planten van de waterkant. Paardenstaarten vormen een zeer oude familie die 250-350 miljoen jaar geleden ontstond en die in de tijd van dinosauriërs, toen er nog geen bloeiende planten en loofbomen waren hun voornaamste voedsel vormde. Dat ze het tot nu toe hebben volgehouden betekent dat ze een goed overlevingssysteem hebben. Bij heermoes heb ik daarmee kennis gemaakt toen ik voor een kelder 4 m diep in de grond moest graven en 1-2 m onder het grondwater nog wortels

tegenkwam. Ze hebben dus zo’n wortel reserve dat je ze nooit kunt weg wieden.

Bijzonder

Paardenstaarten en dus ook schaafstro zijn aan zand gebonden, omdat ze geen cellulose als ‘skelet’ maken, maar kleine kristalletjes van kwarts. Van schaafstro wordt vaak vermeld dat het vroeger door z’n ruwe stengel als schuurpapier werd gebruikt, maar dat is volgens mij niet terecht. Voor de komst van industrieel schuurpapier verbrandde men dit schaafstro en kreeg in de as zeer homogene kristalletjes, die gebruikt werden voor het polijsten van muziekinstrumenten. Schaafstro en reuzenschaafstro zijn zeer decoratieve paardenstaarten die niet misstaan in (droog) boeketten ( zie detailinzet). Alle paardenstaarten bestaan uit segmenten die uit en weer in elkaar geschoven kunnen worden.

Waar

Schaafstro houdt van vochtige zandmilieus zoals duinvalleien en reuzenschaafstro (foto) dat 2-3 m hoog kan worden, houdt van vochtige grond of het nu klei, zand of veen is. Op dit moment vormt het sporenkapsels, maar vegetatieve voortplanting via scheuren van wortel stokken gaat effectiever.

 haagwindewortelsplantenHaagwinde4 nov 2017november

Haagwinde, 4 nov 2017

 haagwindewortels

Het onderwerp van deze week is eigenlijk niet de soort haagwinde, maar het verschijnsel ‘onkruid’. Het woord ‘onkruid’ ligt een heleboel mensen voor in de mond. Ze gebruiken dat woord zonder zich te realiseren welke wereld daarachter schuilgaat. Vergelijk ‘onkruid’ maar eens met ’onding’. Daarmee bedoelen we dat iets helemaal niets waard is. Met ‘onkruid’ geven we ons dus een vrijbrief om die planten te vuur en te zwaard uit te roeien. Vaak met gif zoals ’round-up’. Lekker makkelijk, maar de na-effecten in de grond en vooral het oppervlakte water zien we niet en die zijn flink serieus. Even serieus is het gebruik van grote tractoren, waarmee gras en andere kruiden ‘geklepeld’ oftewel vermalen worden. Daar mee verrijken we de ondergrond zo, dat er veel ongewenste grassen, distels en brandnetels gaan groeien.

Zo versterken we ons vooroordeel dat groen een kostenpost en lastig is.

Bijzonder

Bij ecologisch beheer kennen we geen onkruid. Elke plant heeft nl wel een functie of een toepassing of het nu medicinaal is of dat zijn bloem of blad eetbaar is. En andere organismen hebben net zo’n lange evolutie achter de rug als wij en dus net zo veel recht op een bestaan. Ecologisch beheer is gericht op maximale biodiversiteit, door planten die toch niet uit te roeien zijn terug te dringen naar een niveau dat andere planten meer ruimte krijgen. De klaproos is een mooi voorbeeld:eentje in de tuin is een sieraad, maar bij10.000 op een groentetuintje wieden we er echt wel 9999 weg. We noemen die 9999 ‘ongewenste planten’. Dat klinkt een stuk vriendelijker. Alleen met haagwinde ben ik minder coulant. Dat is een plant die ik alleen maar door onder water zetten op een acceptabel niveau kan houden, en dat kan niet overal. Dus is ben allergisch voor z’n witte worteltjes (foto) waarvan een stukje van een halve cm al weer uitgroeit tot een plant van 4 m in alle richtingen.

Waar

Haagwinde is een klimplant die graag in bosranden en in tuinen groeit en witte trompetvormige bloemen heeft (inzet).

 sstobbenzwampaddenstoelenStobbenzwam17 nov 2016november

Stobbenzwam, 17 nov 2016

 sstobbenzwam

Op een enorme wilg in De Heimanshof die dit jaar afgestorven is, vormden zich de afgelopen weken dichte clusters van grote bruine paddenstoelen, met een heel duidelijke ring op de steel. Ik kende de soort niet, maar in de dagen daarna zag ik ze opeens overal. Het bleek het stobbenzwammetje te zijn. Op onze wilg zaten er na een week wel 1500 en de groei gaat nog steeds door. Ook hoger op de stam beginnen ze te verschijnen en op ondergrondse wortels wat verder van de stam ook. Het is echt een indrukwekkend verschijnsel. Alles bij elkaar staan er nu al meer dan 50 kilo aan paddenstoelen.

Bijzonder

Nader onderzoek leert dat het stobbezwammetje ook eetbaar is en dat alleen de hoed gegeten wordt. Natuurlijk

hebben we dat geprobeerd en de smaak is iets bitter en een beetje scherp zoals radijs en hij ruikt zoet. Maar als er in een week tijd 50 kilo kan verschijnen is er vast wel een lekker recept mee te maken. Bij regen ontstaat er op de hoed een geleiachtige laag. De steel van het stobbenzwammetje heeft altijd een ‘strakke’ ring. Die ring is een overblijfsel van het vlies dat tijdens de groei in jonge toestand de hoed met de steel verbindt. Onder de ring is de steel donkerbruin en daarboven licht geel. Het stobben zwammetje moet niet verward worden met het niet eetbare zwavelkopje, een andere algemene paddenstoel of dode stammen. Deze is kleiner, helder geel met een contrasterende kleur op de punt. Zowel het zwavel kopje als het stobbenzwammetje zijn saprofytische soorten. Dat wil zeggen: ze maken de boom niet ziek of dood: bij een boom die dood is helpen ze bij de afbraak.

Waar

Het stobbenzwammetje is in Nederland zeer algemeen en groeit in dichte groepen op stobben en stronken van eik, els, berk en wilg.

 vlaamsegaaibomenVlaamse Gaai19 nov 2015november

Vlaamse Gaai, 19 nov 2015

 vlaamsegaai

Gaaien of Vlaamse Gaaien zijn het hel jaar aanwezig in Nederland. De Nederlandse gaaien zijn standvogels. In heel Nederland leven er zo’n 60000 paar. In deze periode van het jaar neemt het aantal gaaien toe om dat noordelijke vogels zich hier komen melden. In de Heimanshof hebben we jaarrond een paar of 3 ,maar nu is er een groep van soms wel 10- 15 dieren actief. Vroeger was de gaai een schuwe bosvogel. Deze vogels zijn, meer dan kraaien en eksters, waarmee ze verwant zijn gesteld op beboste en parkachtige landschappen. Net als de merel, de grote bonte specht en een paar andere soorten zoals de hals band parkiet hebben ze zich zeer goed aan gepast aan het leven in en om de mensen in steden en dorpen.

Bijzonder

De Vlaamse Gaai is een vogel met een veelkleurig verenpak, waarbij vooral de blauwe veertjes

aan de vleugel op vallen. Het is een zeer alerte soort en de alarmroep van de gaaien is voor vele dieren een signaal om zich gedekt te houden. De Vlaamse gaai is een alleseter, die leeft van insecten, kleine dieren, eieren en jonge vogels die niet oppassen, maar hij is vooral verzot op noten, eikels en beuken nootjes. In deze periode van het jaar heet hij het extra druk. Het is zoals de meeste kraaiachtigen een redelijk intelligente soort. Zijn voorkeur voor eikels gebruikt hij om tijdens de ‘mast’ zoveel mogelijk eikels te verzamelen en te verbergen als wintervoorraad. Je ziet dan ook de eikels die onder eiken liggen als sneeuw voor de zon verdwijnen. Een Gaai kan maar liefst 9 eikels tegelijk in zijn keel zak vervoeren en die stopt hij in zachte bodems in de grond als wintervoorraad. Voor groentetuinders kan dat een heel probleem worden, want een deel van die eikels vergeet hij. Daarmee is de Gaai de grootste verspreider van eikenbomen en daarmee ook een verwoed bosbouwer.

Waar

De Vlaamse gaai is Nederland een strandvogel van beboste gebieden en steden. Hij komt in heel Europa voor behalve dicht bij de pool cirkel.

 zzoetwaterkwalkleine dierenZoetwaterkwal9 nov 2015november

Zoetwaterkwal, 9 nov 2015

 zzoetwaterkwal

Iedereen kent wel de kwallen aan de Noordzeekust. Dat er ook kwallen (kwalletjes) in zoet water voorkwamen wist ik zelf ook niet, totdat de Baseline duikers in het meer van het Haarlemmermeerse Bos de hierbij geplaatste foto maakten en opstuurden. Het is niet de eerste keer dat zij deze zoetwater kwalletjes waarnamen. De soort heeft geen Nederlandse naam en heet Craspedacusta sowerbii en werd rond 1880 in Londen ontdekt en voor het eerst beschreven , maar bleek later uit China te komen. Inmiddels heeft het kwalletje zich over de hele wereld verspreid (behalve in Antarctica). Je hoeft er niet bang voor te zijn bij het zwemmen, want groter dan 2,5 cm worden ze niet. Hij leeft van watervlooien en andere kleine diertjes die hij net als grote kwallen verdoofd en vangt met ca 600 minuscule tentakels bezet met netelcellen. De netelcellen

zijn zo klein dat ze niet door onze huid heen kunnen dringen.

Bijzonder

Een kwal is de vrij levende vorm van een poliep met als taak om geslachtelijke voortplanting te ‘regelen’. Deze soort komt het hele jaar door als poliepenkolonie. Die kolonies zitten vast op planten en stenen en zijn nog kleiner dan de kwallen: 0.5 - 2 mm. De poliepen kunnen zich ongeslachtelijk delen ( klonen) en bestaan dus alleen uit mannetjes of vrouwtjes. De soort overwintert ook als poliepenkolonie die zich in een soort beschermende rust fase kan terugtrekken. De poliepenkolonies (vooral in de ingekapselde fase) kunnen losbreken en in ballastwater, met transport van waterplanten en tussen de veren van watervogels overal komen. Indien de omstandigheden gunstig zijn en dat is lang niet elk jaar het geval, kunnen er ook individuen van de poliepenkolonies afbreken, die zich ontwikkelen tot vrij levende kwallen. Dat gebeurt alleen als het water tot rond 25 graden opwarmt.

Waar

Deze soort zoetwaterkwallen komt wereldwijd voor in stilstaande zoete meren, in de vorm van poliepen kolonies. Alleen onder warme omstandigheden ook vrijlevende kwalletjes.

 zzilvervisjeinsectenZilvervisje5 nov 2015november

Zilvervisje, 5 nov 2015

 zzilvervisje

Zo nu en dan kom je ze in huis tegen, vaak in een bad of wastafel, waar ze niet tegen de gladde wanden op kunnen lopen. Als je zo’n zilvervisje van 1- 1.5 cm lang tegen komt, hoef je niet meteen alarm te slaan. Ze zijn namelijk geen teken dat je huishouding niet op orde is en ze zijn ook niet of nauwelijks schadelijk of smerig. Ze leven van suikers en zetmeel achtige stoffen en zijn vooral actief in het donker. Ze kunnen niet tegen koude en droogte en daarom zijn vochtige huizen hun ideale woonplaats. Zilvervisjes heten zo, omdat de schubben waarmee hun lichaam bedekt is een zilverachtige glans hebben. Het zijn een primitieve soort insecten: ze hebben nl wel 3 paar poten, maar ze missen het voor insecten karakteristieke harde uitwendig skelet dat bestaat uit chitine. Omdat ze geen hard buitenskelet hebben, zijn ze buiengewoon fragiel en kwetsbaar. En net als een iets minder primitieve

groep insecten de sprinkhanen. ontwikkelen ze zich niet van een rups of een larve via een verpopping tot een volwassen insecten, maar lijken hun larven op de ouders en worden de larfjes bij elke vervelling iets groter.

Bijzonder

Naast zilvervisjes bestaan er 2 verwante soorten: de papiervisjes, die juist wel goed tegen droogte kunnen en van papier leven en ovenvisjes die juist onder hele warme omstandigheden kunnen gedijen. Alle drie de soort hebben karakteristieke staart draden. Ondanks hun fragiele bouw en hun kleine verschijning kunnen zilvervisjes bijzonder oud worden: de meeste insecten leven maar 6-10 weken, maar zij kunnen 3- 8 jaar oud worden en blijven hun hele leven vervellen. En daarbij kunnen ze ook zeer lang zonder eten: tussen 100 dagen en een jaar. Indien het aantal zilvervisjes de spuigaten uit loopt, volstaat het dichten van kieren, maar vooral het verlagen van de luchtvochtigheid tot onder de 50 %.

Waar

Zilvervisjes zijn een permanente begeleider van de mensheid en cultuurvolger geworden en komen wereldwijd voor in bij voorkeur vochtige huizen.

 zwartbekgrondelvissenZwartbekgrondel30 nov 2014november

Zwartbekgrondel, 30 nov 2014

 zwartbekgrondel

Iedereen kent de snoek, de karper en voorntjes. Bij brasems en baarzen hebben velen al geen voorstelling meer. Naast deze algemene vissen zijn er nog tientallen andere soorten die de donkere diepten van onze modderige sloten en vaarten bevolken. Om die onbekendheid met de fascinerende onderwaterwereld te verkleinen, hebben we onze onderwater ontdekwereld gemaakt op De Heimanshof. Meer dan 40 soorten zijn daar te bewonderen. Deze vissenwereld voeden we met wormen, watervlooien en als die schaars zijn met maden. Bij het vangen van watervlooien komen er soms ook andere soorten mee, waaronder grote kevers, waterschorpioenen en salamanders. In de bak waar we deze kleine waterdieren apart houden, verscheen opeens een visje met een heel apart gedrag. Mogelijk was deze als ei of als larve ongezien meegekomen.

Bijzonder

Het

gedrag van dit visje was opmerkelijk. Hij liep met z’n vinnen op de bodem en was heel nieuwsgierig. Zodra er iemand bij zijn bak verscheen, kwam ook hij kijken. Het kostte heel wat moeite om dit kleine exemplaar van een cm of 3-4 op naam te brengen. Het bleek een zwartbekgrondel. Deze soort is pas in 2004 in Nederland verschenen en komt oorspronkelijk uit de Kaspische zee en omstreken. De soort is in Europa met een razendsnelle opmars bezig, en is niet alleen nieuwsgierig maar ook razendsnel, Ze snoepen verwante soorten het eten voor de bek weg. In sommige plekken worden alleen nog maar zwartbekgrondels gevangen omdat ze zo snel happen op uitgeworpen hengels dat andere vissen er niet meer aan te pas komen. Apart is dat de zwartbekgrondel geen zwarte bek heeft maar wel 2 vergroeide buikvinnen die als zuignap fungeren en een zwarte vlek achterop hun voorste rugvin (foto).

Waar

Ons zwartbekgrondeltje vingen we in de vaarten en sloten van Hoofddorp Oost. We zullen we er in de nabije toekomst snel meer van horen, net als de andere exoten zoals de Amerikaanse rode zoetwaterkreeft. Ze zijn hier met ballastwater gekomen of via het Rijn Donaukanaal.