bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Hazenpootje, 6 jul 2019

 hazenpootje

De bodem van de Haarlemmermeer is in feite een oude Waddenzee die daar duizenden jaren geleden heeft gelegen tot duineilanden aan elkaar groeiden tot de vaste kustlijn van Holland. Dat was ver voor de Romeinse tijd. Er vormde zich toen een enorm zoetwatermeer dat zich opvulde met veen. Dankzij de verveningsdrang van onze voorouders ontstonden er de veenplassen zoals de Westeinder en onze eigen Waterwolf van 28000 ha. Bij de drooglegging in 1852 werden de rijke kleigronden gereserveerd voor de boeren en op de oude zandbanken planden ze Hoofddorp en het Haarlemmermeerse Bos. Die zandbanken bevatten ook wat klei zodat ze altijd voedselrijker en vochtiger zijn dan bv de zandgronden van de duinen en de Veluwe. Veel soorten van die droge voedselarme zand gronden hebben we dus niet in de polder. Maar op minstens 1 plek wel. Bij Cruquius tegen Heemstede aan vond ik velden met

hazenpootje. Dat komt omdat er een tong van duinzand tot in de Haarlemmermeer doorloopt.

Bijzonder

Bij die velden hazenpootje stonden ook schapenzuring, ook zo’n heideplant. Hazenpootje is een vlinderbloemige. Alle bonen en klavers horen daar ook bij. Vlinderbloemigen hebben een symbiosetruc ontwikkeld. Zij maken wortelknolletjes waarin ze bacteriën kweken die stikstof uit de lucht vastleggen in ruil voor suikers die de plant maakt. Vlinderbloemigen maken in feite hun eigen kunstmest, want stuikstof is een van de hoofdbestanddelen van eiwitten waaruit alle cellen bestaan. Alle vlinderbloemigen doen dat, maar hazenpootje doet dat weer op een speciale manier zodat ze op heel arme en heel droge plekken kan staan. Hazenpootje heet zo omdat de bloem heel ’fluffy’ is (inzet foto)

Waar

Ik trof de hazenpootjesvelden aan op de helling van de N201 naar de brug van Cruquius. Maar ook tot aan het ziekenhuis staan er velden in de berm wat ook op duinzand wijst. De rest van de N201 ligt op zo’n zandbank en dat kun je mooi zien aan het lage gras waar de geel blinde rol klaver in domineert. Ook een vlinderbloemige, maar dan op net iets minder arme grond.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 3 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 baarsvissenBaars20 dec 2009december

Baars, 20 dec 2009

 baars

Veel mensen gaan naar verre landen om daar te snorkelen en het onderwater leven te bekijken. Maar ook in Nederland is het (als je de goede plekken weet) zeer de moeite waard om eens onder water te gaan kijken. Zie op de illustratie, hoe mooi het is om te midden van een school halfwas baarzen in de Toolenburgse plas te zwemmen. Ze hebben rode vinnen, zwarte camouflage strepen op hun zijden en stekels in hun voorste rugvin. Een baars kan in 16 jaar 50 cm lang en 3 kg zwaar worden. Baarzen paaien van maart tot juni in zeer ondiep water, soms al als het water nog maar 7-8 graden is; een vrouwtje legt soms wel 200.000 eieren in lange netvormige linten. De baars is één van de eerste vissen die nieuw aangelegde wateren koloniseert. Ze leven in scholen en jagen ook samen. Hoe kleiner de baarzen, hoe groter de school en reuzenbaarzen zijn vaak verstokte eenlingen. De baars is ondanks zijn stekels een gewilde prooi van de snoek. Net als snoeken staan ze bekend om kannibalisme. In de zomer komen vaak grote scholen met jonge baars voor die voor hun wat oudere soortgenoten

een gewilde prooi vormen. Ze eten graag kleine visjes, kreeftachtigen, zoetwatergarnalen, allerlei soorten larven en regenwormen.

Bijzonder

Baarzen zijn lekker en in de meeste Europese landen wordt vrij veel baars gegeten. Jaarlijks wordt in Europa 30.000.000 kg baars gevangen voor consumptie. Ook in Nederland vangt men nog baarzen met commerciële doeleinden, vooral in het IJsselmeer. Dat er in Nederland weinig of geen baars gegeten wordt, komt door de overtuiging dat de baars ongeschikt is voor consumptie omdat onze wateren te vuil zijn en doordat hij teveel graten zou bevatten.

Waar

De baars leeft in bijna heel Europa en Noord-Azië. Hij komt voor in meren, plassen, moerasland, rivieren en brakwater. De baars is een zichtjager en heeft dus helder water nodig. Ze houden van een steenachtige bodem en zoeken vaak rietkragen en overhangende struiken op. In de Haarlemmermeer is de baars algemeen.

 baarzentoolenburgseplas

 baardmannetjevogelsBaardmannetje13 dec 2009december

Baardmannetje, 13 dec 2009

 baardmannetje

Toen ik langs de Geniedijk van Hoofddorp naar het Haarlemmermeerse Bos fietste, werd mijn aandacht getrokken door een nadrukkelijk ´ping, ping´. Maar het kon geen racefiets zijn, die mij probeerde in te halen, want het geluid kwam uit het riet dat bijna de hele ecologische oever - die daar te plaatse is aangelegd langs de oude spoordijk - aan het zicht onttrekt. Dit geluid kende ik uit Flevoland in de jaren zeventig, maar had ik nog nooit in de Haarlemmermeer gehoord. In het riet zat een groepje baardmannetjes! Het baardmannetje lijkt op een mees, maar is er geen. Toch noemt men de vogel ook vaak baardmees en soms rietpapegaai. Het mannetje is te herkennen aan de zwarte baardstreep, waar ze ook hun naam aan te danken hebben. Het baardmannetje is een standvogel, die niet wegtrekt in de winter. De aanzienlijke sterfte in strenge winters en late vorstperiodes wordt goedgemaakt door grote legsels. Eén paartje kan in een goed jaar 10 tot 20 jongen grootbrengen. Bij voorkeur eet het baardmannetje insecten, maar in de winter schakelt

hij over op een dieet van vrijwel alleen zaden van riet. In het broedseizoen leven paartjes bij elkaar. In de winter verzamelen zij zich in groepen en zwerven over grotere gebieden rond.

Bijzonder

Het baardmannetje staat op de Rode Lijst van beschermde soorten, omdat meer dan een kwart van de Noordwest-Europese populatie in ons land broedt en vanwege de kwetsbaarheid van het leefgebied.

Waar

Het baardmannetje is een vogel van uitgestrekte rietmoerassen. Gezien de rijkdom aan rietlanden zal het baardmannetje vroeger een gewone broedvogel zijn geweest. Drooglegging van vele moerassen leidde tot een afname, maar in de jaren dertig was het nog een talrijke broedvogel. Spectaculair waren de aantallen in de droogvallende Flevopolders, van waaruit grote delen van West-Europa (her)bevolkt werden. In de Haarlemmermeer zijn weinig of geen rietmoerassen en komt de soort daarom waarschijnlijk alleen af en toe op doortrek voor.

 baardmannetje4

 driehoeks mosselentoolenburgseplaskleine dierenDriehoeksmossel5 dec 2009december

Driehoeksmossel, 5 dec 2009

 driehoeks mosselentoolenburgseplas

De onderwaterwereld ontrekt zich grotendeels aan ons zicht. Bijgaande foto, met driehoeksmossels komt uit het onderwaterpad in de Toolenburgse plas. Het is een kleine mosselsoort van 3-5 cm, die door zijn gestreepte patroon ook wel zebramossel genoemd wordt. Het voorkomen van kuifeenden (b.v in de hoofdvaart) geeft meestal een goede indicatie waar deze mossels voorkomen, want zij vormen het hoofdbestanddeel van hun menu. De driehoeksmossel voedt zich door water te filteren. Net als zeemosselen maken ze byssusdraden om zich stevig aan een harde ondergrond te bevestigen. Meestal zitten ze in kluitjes op stukken steen. Op hun beurt worden ze vaak door zoetwatersponsen bedekt. De voortplanting is geslachtelijk; er zijn dus mannetjes en vrouwtjes. De eitjes en het zaad vinden elkaar in open water. De larven doorlopen een aantal stadia waarin ze zich voeden met bacteriën en alg. Na ongeveer een maand zetten ze zich vast.

Bijzonder

De driehoeksmossel levert een

belangrijke bijdrage aan schoon oppervlaktewater. Eén mossel kan 76 ml water per uur filtreren. In het IJsselmeer leven zoveel driehoeksmosselen, dat ze dit twee keer per maand volledig schoonzeven. Driehoeksmosselen richten ook economische schade aan omdat ze in uitlaatpijpen van elektriciteitscentrales en koelwatersystemen leven en deze hierdoor verstoppen. Vooral in Noord- Amerika vormen ze een groot probleem.

Waar

De driehoeksmossel leeft in grote meren, rivieren, en kleine stromende wateren en heeft zuurstofrijk water nodig. De soort komt oorspronkelijk uit ZO Rusland, en leefde in rivieren die afwateren naar de Zwarte en de Kaspische Zee. Door het graven van veel verbindingskanalen tussen rivieren in Midden- en Oost-Europa in de 19e eeuw en met ballastwater is de soort hier gekomen. In Europa is de driehoeksmossel inmiddels een algemene soort. De oudste waarneming uit Nederland dateert uit 1827 uit het Haarlemmermeer. Sinds 1988 komt hij ook in Amerika voor, waar hij de inheemse mosselen verdringt.

 driehoeksmosselverstoppenpijp

 draadknotszwam3paddenstoelenDraadknotszwam4 dec 2009december

Draadknotszwam, 4 dec 2009

 draadknotszwam3

De meeste mensen hebben geen idee van de rijkdom van de Nederlandse natuur is. Toen ik gisteren aan iemand vroeg, hoeveel vogelsoorten er waren werd een getal van 2000 genoemd. Dan komt, omdat vogels opvallen, maar met alle zeldzame soorten meegerekend, zijn het er maar 400! Bij zoogdieren praat je over 50 en bij kruiden over 1500 soorten. Bij paddenstoelen, waar deze column over gaat, speelt het tegenovergestelde. Mijn gesprekspartner schatte het aantal soorten op 200. De website van de Mycologische vereniging meldt echter, dat er rond 1980 zo´n 3700 soorten bekend waren. En sinds de systematische registratie in 1980 zijn er maar liefst ruim 1000 nieuwe soorten ontdekt. Het is dus heel goed mogelijk dat het er wel 6000 zijn. Hoe dat komt, kan ik illustreren aan een paddenstoel die deze week op mijn pad kwam: de draadknotszwam. Dit zwammetje is erg klein en lijkt op een wormpje of een myceliumdraad. Van dit soort kleine paddenstoelensoorten zijn er duizenden. Ze kunnen korstvormig zijn of draadvormig. Maar allemaal zijn ze gespecialiseerd in een andere voedingsbodem

of groeiperiode. Op elke tak die u in deze tijd van het jaar oppakt van de grond, leven wel 2-10 verschillende miniscule zwammetjes. Van de ´echt´ paddenstoelen met duidelijk ontwikkelde vruchtlichamen, bestaan een paar honderd tot 1000 soorten.

Bijzonder

Ons draadknotszwammetje wordt 3-10 cm hoog en heeft een diameter van 0.5-2 mm. Dit zwammetje heeft een leuke toepassing, die vooral in Amerika speelt. Daar kan ´s winters heel lang een pak sneeuw op gazons, golfvelden e.d. liggen, die daardoor vatbaar worden voor een schimmel die het gras doodt. Door nu de draadknotszwam expres uit te zaaien wordt deze schadelijke zwam bestreden en jaarlijks miljoenen aan schade voorkomen.

Waar

De draadknotszwam groeit het liefst in de herfst op gevallen blad, strooisel en gevallen twijgen. Door zijn kleine formaat wordt hij vaak over het hoofd gezien, maar is vrij algemeen in Europa en Noord-Amerika.

 draadknotszwamlinzenknotsje2

 kleinewintervlindervlindersKleine Wintervlinder20 dec 2008december

Kleine Wintervlinder, 20 dec 2008

 kleinewintervlinder

Bij insecten denkt iedereen aan warme dagen. Toch zijn er het hele jaar door insecten waar te nemen, ook bij koud en nat weer. Zo zijn de gallen van galwespen, zoals de knikkergal op de eik juist in de winter beter te vinden. Maar ook zijn er midden in de winter, verrassend genoeg, nog actieve insecten te vinden. Deze week gaan we het hebben over de kleine wintervlinder die op dit moment vrij algemeen is waar te nemen in de bebouwde kom. Het is een nachtvlindertje van ongeveer 1.5 cm lang met weinig spectaculaire kleuren (zie foto). Op de foto is de beharing goed te zien waarmee ze de, voor insecten, barre temperaturen in de winter kunnen weerstaan. Rupsen van de kleine wintervlinder zijn te vinden van april-juni. Als ze volgroeid zijn laten zich aan een zijden draad op de grond zakken, waarna ze zich in een stevige cocon verpoppen. De soort overwintert als ei op een twijg of in een bastspleet dicht bij een bladknop. De mannetjes vliegen meestal pas uit na de eerste nachtvorst vanaf oktober tot en met december. Ze vliegen hoofdzakelijk in de avondschemering bij

vochtig en nevelig weer en bij een temperatuur net boven 0°C. Tijdens zachte winters vliegen ze soms tot half januari. De vlinders zijn vaak op verlichte vensters aan te treffen. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes kunnen in het donker rustend of omhoog kruipend op boomstammen worden waargenomen.

Bijzonder

Alleen de mannetjes van de kleine wintervlinder kunnen vliegen. De vrouwtjes hebben alleen vleugelstompjes en kruipen wat rond op takken, tot de mannetjes ze vinden en bevruchten. De mannetjes nemen de vrouwtjes tijdens de paring soms mee in de vlucht. De kleine wintervlinder is één van de vlinders die verantwoordelijk is voor de "rupsenpiek" in het voorjaar, die ervoor zorgt dat zangvogels na de trek en voor hun jongen aan extra veel voedsel kunnen komen. Door stijging van de temperatuur bleken, op zeker moment, de rupsen echter al uit het ei te komen voordat er blad aan de bomen was, waardoor deze rupsen stierven door gebrek aan voedsel. Andere rupsen die later uitkwamen hadden meer geluk en hebben de soort behoed voor uitsterven.De rupsen kunnen in sommige jaren, door hun grote aantallen, schade veroorzaken aan vruchtbomen

Waar

De kleine wintervlinder komt in heel Nederland voor in tuinen, parken, loofbossen, boomgaarden en andere lommerrijke gebieden.

 sinasappelschilzwamgrootpaddenstoelenSinasappelschilzwam11 dec 2008december

Sinasappelschilzwam, 11 dec 2008

 sinasappelschilzwamgroot

De grote oranje bekerzwam groeit op kale grond, die meestal recentelijk omgewoeld is en is feloranje aan de binnenkant van zijn bekers. De bekers kunnen ook schotelvormig zijn en worden tussen de 2 en 10 cm in diameter. Door de feloranje kleur die wel iets weg heeft van de kleur van een sinasappel en door zijn vorm, is deze soort aan zijn bijnaam van sinaasppelschilzwam gekomen. Deze week vond ik deze zwam in de kruidentuin van De Heimanshof op de plaats waar we dit jaar een boom hadden uitgegraven. De soort leeft van de vertering van organische stoffen (dode boomwortels b.v.) in de grond.

Bijzonder

De sinasappelschilzwam behoort tot de kelkzwammen,

die in een grote variatie in vormen en (al of niet briljante) kleuren voorkomt. Eerder heb ik in januari 2008 de krulhaarkelkzwam behandeld, die even briljant rood is, als de oranje kelkzwam oranje. En in april 2006 vormde de vondst van de cedergrondbekerzwam de start voor deze column. Uit in het wild verzamelde vruchtlichamen van de grote oranje bekerzwam wordt de stof lectine gewonnen, om zijn tumorremmende werking.

Waar

De grote oranje bekerzwam komt meestal voor in groepen in de nazomer of herfst op vrijwel kale bodem of voedselrijke klei, leem of zand in loof- en gemengd bos en is in Nederland niet zeldzaam. De soort komt in een groot deel van Europa en Noord- Amerika voor.

 sinasppelschilzwam

 huismusvogelsHuismus14 dec 2008december

Huismus, 14 dec 2008

 huismus

Bijna dagelijks fiets ik langs een huis met een mooie vuurdoorn op het zuiden. Als het dezer dagen droog of mooi weer is, vergaat horen en zien je bij die struik. Het lijkt wel of alle huismussen uit de buurt zich daar hebben verzameld en elke dag ruim genoeg stof tot overleg hebben. De huismus eet zaden en insecten. Het lied van dit ‘zang’vogeltje beperkt zich tot getjilp. De mus is een standvogel: hij blijft jaarrond binnen een paar honderd meter van zijn nestplaats. Het mannetje is te onderscheiden van het vrouwtje, omdat hij uitgesprokener getekend is (zie illustratie). Een mussenpaar bouwt samen een nest, waarin het vrouwtje 4-7 eieren legt. Na ongeveer 12 dagen broeden, komen de eieren uit. De eerste dagen worden de kuikens door beide ouders met insecten gevoed, maar al snel wordt het dieet gevarieerder en plantaardiger. Na ongeveer 2 weken vliegen de jongen uit.

Bijzonder

In Nederland zijn de huismussen de laatste decennia sterk afgenomen van 1-2 naar 0.5 - 1 miljoen broedparen. Hoewel het nog een algemene vogel is, staat de soort daarom sinds 2004 als ′zorgelijk′ op de Rode Lijst voor bedreigde vogelsoorten. Deze dalende trend, die nog steeds doorgaat, heeft vele oorzaken, b.v. in de steden: huizen worden gebouwd zonder dakpannen, of zo goed geïsoleerd, dat er geen broedholletjes zijn. Het betegelen van tuinen neemt zijn tol evenals het in onbruik raken van het buiten uitkloppen van tafelkleden. Door het netheidsstreven in de wijken zijn er minder wilde hoekjes met zaden en insecten. Verder speelt de sterke toename van het aantal katten sinds

de 90-tiger jaren een rol. In de landbouw: het verbouwen van andere gewassen (mais) dan granen. Het afdekken van mest, waar voorheen veel insecten bij rondvlogen. Efficiënter oogsten waardoor er minder voor de mussen blijft liggen. Natuurlijke oorzaken: door afnemend pesticidegebruik neemt de roofvogelstand toe, waaronder de sperwer. Een nest jonge sperwers wordt met zo’n 700 vogels grootgebracht, waaronder veel mussen.

Waar

De huismus leeft bijna overal ter wereld, i.i.g. in bijna alle gematigde en subtropische streken, vaak dichtbij of in woongebieden van mensen. Voor een deel is de verspreiding op een natuurlijke wijze verlopen, voor een deel is de huismus door de mens verspreid en geldt als cultuurvolger. Speciale oproep: Actieplan huismus Om de huismus voor verdere teruggang te behoeden heeft Vogelbescherming Nederland en actieplan opgesteld, waaraan gemeentes, bouwbedrijven, hoveniers en burgers een bijdrage aan kunnen leveren. Huismussen zijn standvogels en groepsdieren, die niet ver vliegen. Herkolonisatie kan alleen vanuit bestaande kolonies. De belangrijkste aanbevelingen in het plan zijn: holtes (her)openen en/of nestkasten plaatsen in groepen, het planten van halfhoge inheemse struiken en het inrichten of laten bestaan van ruigtes. En natuurlijk helpt het ook als u uw tafelkleed weer dagelijks uitklopt of kruimels strooit. Graag krijgen we meldingen waar groepen mussen zich nog gehandhaafd hebben in de Haarlemmermeer en ook wie er belangstelling heeft om mee te werken aan het actieplan voor de huismus. Misschien een leuke kerstgedachte of voornemen voor het nieuwe jaar.

 huismusgrootman

 konijnkleine dierenKonijn21 dec 2007december

Konijn, 21 dec 2007

 konijn

Ter gelegenheid van Kerst en de feestdagen is het wellicht passend om aandacht aan het konijn te besteden. Het konijn is een dagdier, maar bij veel verstoring overdag is hij meestal ′s nachts en in de schemer actief. Bij lage dichtheden leeft het konijn in paren, bij hoge dichtheden in groepen van ongeveer 20 dieren. Territoria worden gemarkeerd met geurklieren onder de kin, urine en hopen keutels. Bij gevaar stampt het konijn met zijn achterpoten. Ze kunnen een topsnelheid van 40 km/u halen, maar niet lang. Het konijn kan zich het gehele jaar door voortplanten, maar de meeste jongen worden tussen februari en augustus geboren. Per jaar kan een vrouwtje 3-7 worpen krijgen, met een minimum interval van 30 dagen. Na een draagtijd van 30 dagen worden 3-12 jongen geboren in een aparte ondergrondse nestkamer. Dit nest bestaat uit gras en mos en is bedekt met vacht uit de buik van de moeder. Het moertje bezoekt de jongen slechts 5 minuten per dag om ze te zogen. Het konijn

wordt in het wild maximaal 9 jaar oud.

Bijzonder

Het konijn kwam in Nederland veel voor in bossen en duinen, tot in 1954 door myxomatose de populatie instortte. De overgebleven resistente populatie nam vanaf de 80-tiger jaren weer toe. Vanaf 1994 daalt de populatie in Nederland weer door een nieuw (RHD)-virus. In 2004 was er nog maar 1/3 over van het aantal uit 1994. Om die reden is het konijn in de herziene Rode lijst van 2007 opgenomen als een ‘gevoelige’ soort.
Konijnen eten hun eigen nachtkeutels. Bij dit ‘herkauwen’ worden waardevolle vitaminen en mineralen benut; een aanpassing aan het leven in schrale gebieden.

Waar

Oorspronkelijk komt het konijn uit het Iberisch schiereiland. Spanje heeft er zijn naam aan te danken. De Romeinse naam ′Hispania′ is nl. een verbastering van de naam, die de Phoeniciërs aan dit gebied gaven: ′i-saphan-im′, het land der klipdassen (waarmee ze het konijn bedoelden).
De Romeinen introduceerden het dier in het grootste deel van het Romeinse Rijk en ook hier. Ook in Haarlemmermeer voelt het konijn zich op veel plekken thuis, rond de A4, de N201, bij Zwaanshoek, Schiphol, op de President: kortom op veel plekken waar de mens infrastructurele werken heeft uitgevoerd en waar zandige hellingen achterblijven.

 dwergmuiskleine dierenDwergmuis16 dec 2007december

Dwergmuis, 16 dec 2007

 dwergmuis

De leukste vondst bij het braakballenonderzoek van de Jeugdnatuurclub van De Heimanshof, 15 december jl. was een dwergmuis, die samen met een bosmuis, een veldmuis en 2 huisspitsmuizen op een dag op het menu van een kerkuil hadden gestaan. Een dwergmuis heeft knobbelkiezen, net als de huismuis en de mens, omdat het een alleseter is. Het voedsel bestaat uit zaden, bessen, insecten en rupsen. De dwergmuis moet dagelijks 1/3 van zijn gewicht eten om in leven te blijven. Hun staart dient als 5e ledemaat om door lange grassen en graanvelden te klimmen. Een territorium van een mannetje is 400 tot 600 m²; een vrouwtje leeft in een kleiner gebied. In de zomer zijn ze vooral in de schemer en nachts actief en in de winter meestal overdag. Mannetjes en vrouwtjes komen alleen bij elkaar om te paren en een 8-10 cm groot bolvormig nest te maken van geweven gras dat 60-100 cm boven de grond hangt. Na zo’n 18 dagen worden de jongen geboren. Als deze 15 dagen oud zijn, moeten ze voor zichzelf

zorgen.

Bijzonder

De dwergmuis is met 5-8 cm (plus een staart van 5-7 cm) het kleinste knaagdier van Europa en zelfs van de wereld. Volwassen dieren wegen 5-11 gram. (Een brief weegt 20 gram!) Door hun snelle voortplanting (tot wel 7 nesten per jaar, met elk zo′n 11 jongen) hebben dwergmuizen zich altijd goed kunnen handhaven. Moderne landbouwmethodes, vooral het spuiten van gewassen, het gebruik van combines en het platbranden van stoppelveldjes zijn zeer nadelig voor deze soort. Ook door het steeds meer uit productie nemen van landbouwgrond voor woningbouw neemt het aantal dwergmuizen elk jaar verder af. Daardoor is de dwergmuis op de rode lijst geplaatst als een soort die op dit moment nog niet bedreigd is. Het is de enige Europese muizensoort die zijn nest boven de grond bouwt en het enige zoogdier in Europa met een grijpstaart.

Waar

Dwergmuizen leven in bijna heel Europa en in Azië tot in Japan. Vooral in gebieden met hoge grassen, zoals droge rietvelden, graanakkers, hooilanden, verwilderde tuinen, overwoekerde heggen en bosranden. Tijdens strenge winters wagen ze zich ook bij mensen. Dat dwergmuizen in de Haarlemmermeer voorkomen, wordt regelmatig vastgesteld uit braakballenonderzoek. Hoe groot of hoe bedreigd de populatie hier is, door het afnemen van het areaal landbouwgrond, is niet bekend.

 nijlgansvogelsNijlgans8 dec 2007december

Nijlgans, 8 dec 2007

 nijlgans

Deze week al weer een dier uit zuidelijker streken, die zich definitief gevestigd heeft als standvogel in ons land en in onze polder: de nijlgans. De Nijlgans is geen echte gans, maar eigenlijk een grote eend, verwant aan de Bergeend. Kenmerkend is de bruine “bril” en de witte bovenvleugels. Zijn geluid lijkt op twee stenen die langs elkaar schuren. De Nijlgans leeft voornamelijk op land, hoewel hij goed kan zwemmen. De soort eet vooral zaden, bladeren, grassen en stengels, maar hij is ook niet vies van insecten en wormen. Mogelijk omdat de nijlgans uit warme streken komt, heeft hij een afwijkend broedgedrag. Op dit moment al zoeken overal paartjes op de akkers een territorium om te gaan broeden. De eerste jongen zijn er soms al in januari en zeker in februari.

Bijzonder

Ondanks zijn afkomst uit zeer warme streken, gedijt de Nijlgans zeer goed in ons klimaat. Ze overleven zelfs de strengste winters. De voortplanting verloopt eveneens

voorspoedig. Het vrouwtje legt tussen de zes en acht eieren. De pullen worden bijna allemaal groot. De ouders beschermen hen met een aan fanatisme grenzende agressie. Agressie is trouwens toch het handelsmerk van de Nijlgans. Ze “kraken” nesten van andere vogels. Zelfs kraaien, haviken en torenvalken jagen ze uit hun nest of nestkast. Soms broeden ze wel 20 m hoog. De pullen laten zich gewoon omlaag vallen en overleven dit zonder verwondingen. Ook nesten van de Grauwe Gans worden gekraakt. Eenden en meerkoeten, toch ook geen lieverdjes, worden zonder pardon aangevallen.

Waar

Nijlgansen komen oorspronkelijk uit Egypte en Afrika ten zuiden van de Sahara. Enkele in 1967 ontsnapte of uitgezette dieren zijn de aanstichters van de enorm snel groeiende populatie. De aantallen nemen nog altijd sterk toe met 11- 16 % per jaar. Elk jaar produceert ieder paar gemiddeld 4,3 nieuwe exemplaren. In sommige gebieden is een nijlgansenverzadiging opgetreden; de soort wordt er niet talrijker meer. In die gebieden grootgebrachte jongen, wijken uit naar omliggende gebieden. De verwachting is dat de komende decennia de toename in Nederland langzaam tot staan zal komen en de nijlgans zich verder over West-Europa zal verspreiden (gegevens SOVON). In de Haarlemmermeer houden zich al minstens 100 paar op.

 dodemansvingerspaddenstoelenDodemansvingers2 dec 2007december

Dodemansvingers, 2 dec 2007

 dodemansvingers

Dodemansvingers en andere kernzwammen

De Houtknotszwam is een knotsvormige zwam met een duidelijke steel die naar boven toe breder wordt en waarin zich de sporen bevinden. De bijna kogelronde, knotsvormige of ook wel vingervormige zwam (daarom heet hij ook wel dodemanshand of dodemansvingers) maakt een opgezwollen indruk en is van buiten zwart en van binnen wit. Sommige staan alleen, andere in groepjes, meestal aan de zijkanten van een stronk. Ze hebben een zwart wrattig oppervlak. De dodemansvingers worden meestal niet hoger dan vijf centimeter, maar kunnen veel groter worden. De nieuwe vruchtlichamen verschijnen in de herfst. De dodemansvingers horen bij de groep van de kernzwammen. Deze zwammen onderscheiden zich van de meest andere paddestoelvormende zwammen, door het feit dat zij zich in rijpe toestand verharden en daardoor lang overeind blijven en het hele jaar te vinden zijn. Ze zien er wrattig uit door de openingen waardoor de sporen naar buiten komen. Veel soorten zijn erg algemeen. Andere soorten van deze groep zijn de bekende geweizwammetjes en roestbruine kogelzwammetjes. Ook de zeer algemene

meniezwammetjes zijn verwant.

Bijzonder

De dodemansvingers groeien op oude stronken en takken van tenminste 15 cm groot. Het geweizwammetje van 2-6 cm hoog is min of meer geweiachtig vertakt of gevorkt en eerst wit en later zwart van kleur. Deze groeit op rottende takken en stronken, die al ver heen zijn. Een bruinrood kogelzwammetje is meestal 0.5 -1.5 groot en groeit vrijwel altijd in grote groepen en juist op vrij vers afgevallen takken of nieuwe loofhoutstronken. Het meniezwammetje (van 2-3 mm) groeit juist niet op dikke stronken maar op en door de schors van dunne pas afgevallen takken. Hij groeit in dichte groepen en heeft een helderoranje kleur.

Waar

Dodemansvingers kunnen aangetroffen worden in voedselrijke bossen op zand- en leemgrond. Hij is te vinden op stronken van dode loofbomen, meestal beuk of iep. Er is ook een slanke soort: de Esdoornhoutknotszwam maar deze groeit hoofdzakelijk op takken van esdoorn. De dodemansvingers zijn ook in de Haarlemmermeer overal te vinden, b.v in het Wandelbos en in het Haarlemmermeerse bos. In de Heimanshof kunnen we hem zo aanwijzen, en dat is ook het geval voor de andere genoemde soorten.

 dodemansvingers2

 dodaarsvogelsDodaars27 dec 2006december

Dodaars, 27 dec 2006

 dodaars

De dodaars is de kleinste fuutachtige. De soort dankt zijn naam aan het korte, witte achterwerk. Dodaarzen zijn broedvogels van ondiepe en beschutte wateren. Duinmeren, uiterwaarden, vennen en brede sloten zijn geliefde broedplaatsen. Het drijvende nest ligt in riet of ruigte aan de waterkant. Dodaarzen leven van waterinsecten, schelpdieren en kleine visjes, die op het oog worden gevangen. In de broedtijd vormen insecten het grootste deel van het menu. De aanwezigheid van waterplanten is een belangrijke voorwaarde voor het voorkomen.

Bijzonder

De dodaars is de kleinste en rondste van onze watervogels.

Hij heeft vrijwel geen staart. Het winterkleed van beide sexen varieert van vaalbruin van boven tot lichtbruin en wit van onderen. De dodaars is opvallend schuw. Bij onraad laat hij zich snel zakken, zodat alleen zijn kop boven het water uit steekt. Soms duikt hij helemaal onder. Deze vogel zal zich niet gauw uit het water wagen, hij beweegt zich zeer onhandig op het land.

Waar

De dodaars is een trekvogel en verlaat de noordelijke gebieden (ook ons land) in de winter. Ons land worden dan echter gebruikt als winterverblijfplaats voor noordelijke dodaarzen. Het aantal broedparen in Nederland wordt door SOVON geschat op ongeveer 2000 en neemt jaarlijks iets toe. In de winter verblijven er soms meer dan 10.000 exemplaren in Nederland. Het is goed mogelijk dat er paartjes broeden in de Haarlemmermeer, maar de grootste kans op een waarneming is in de winter. De overwinteraars kunnen elk jaar in de hoofdvaart en andere grote kanalen worden aangetroffen.