bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Waterhoen, 2 jan 2021

 waterhoen

Het hele jaar brengen waterhoentjes paarsgewijs door aan oevers en in rietvelden, maar in de winter clusteren ze samen aangevuld met wintergasten uit Oost en Centraal Europa en zwermen ze uit over weilanden en graslanden en komen dan ook tot in tuinen. De nachten brengen ze dan samen door in bomen, soms wel met 8-12 bij elkaar. Ze hebben het in de winter duidelijk zwaar. Voor de duidelijkheid: een waterhoentje is geen meerkoet. Meerkoeten zijn veel talrijker en beter bestand tegen de vorst. Ze zijn zwart met een witte snavel en bles en waterhoentjes zijn groen op hun rug en grijs op hun buik met een rode snavel en bles(foto). Een ander verschil is dat meerkoeten zwemvliezen hebben en waterhoentjes niet. Het zijn namelijk ralachtigen. Hun lange tenen zijn geschikt om tussen gras en riet strengels in moerassen te lopen. Sluipen eerder.

Bijzonder

Waterhoentjes

zijn de meest algemene soort van de familie der ralachtigen. Rallen zijn schuwe verborgen levende vogels van rietlanden en moerassen. De waterral is een nauwe verwant, net als het porseleinhoen, het klein en kleinst waterhoen en de kwartelkoning. Allemaal onbekende verborgen levende soorten. Met 35.000 paar is de waterhoen de ambassadeur van de rallenfamilie, die bijna overal leeft waar riet en oevers voorkomen, ook in de stad. In de winter zijn ze het mees talrijk omdat de vogels van continentaal Europa vluchten voor de winterkoude en in West-Europa overwinteren. De stand van de waterhoentjes gaat langzaam achteruit. Bedreigd zijn ze nog niet, maar in koude winters sterven er veel en het machinaal schonen van water partijen en het verdrogen van moerassen zijn oorzaken dat hun aantal langzaam maar zeker steeds afneemt.

Waar

Waterhoentjes komen wereldwijd voor in natte biotopen, moerassen en bij oevers met riet en oeverplanten. Er zijn 6 ondersoorten. Ze zijn afwezig in droge en arctische streken. Overal in de Haarlemmermeer zijn ze aan te treffen in en buiten de bebouwde kom.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 11 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 patrijsvogelsPatrijs14 okt 2008oktober

Patrijs, 14 okt 2008

 patrijs

De velden zijn weer kaal en vaak is er nog veel eetbaars achtergebleven voor een schuwe en steeds zeldzamer vogel: De patrijs. Een patrijs wordt zo’n 30 cm groot. Zijn poten zijn grijs en kop en keel zijn bruin. Mannetjes hebben een donkerbruine buikvlek in de vorm van een hoefijzer. De vrouwtjes hebben een kleinere vlek en de jongen nog geen. Voor de rest is er weinig verschil tussen mannetjes en vrouwtjes (in tegenstelling tot zijn naaste familielid de fazant). Een patrijzenpaartje blijft i.t.t. kwartels, fazanten en kippen levenslang bij elkaar. De patrijs is moeilijk te houden in gevangenschap omdat hij zeer gevoelig is voor infecties. Patrijzen eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel, maar de jongen leven de eerste weken alleen van insecten en ander klein gedierte.

Bijzonder

Tot ver in de 20e eeuw was de patrijs een algemene broedvogel, met enkele honderdduizenden broedparen. Vanaf de jaren vijftig namde stand sterk af. dit teruggang duurt nog steeds voort. Rond 1975 bedroeg het aantal broedparen minder dan 50.000 en begin jaren negentig was het verder geslonken tot 20.000-25.000 paar. De meest recente schattingen

gaan uit van 9000-13000 paar. De afname is het sterkst in het oosten en midden van het land. De patrijs staat daarom op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten in Nederland met als status ′kwetsbaar′. De reden voor de teruggang is o.a. dat ze een gebrek hebben aan insecten, wat weer komt doordat er nauwelijks kruidenrijke overhoekjes meer zijn. Bovendien zijn er onvoldoende stoppelakkers om te overwinteren. Verder sneuvelen er in het broedseizoen veel nesten door maaien. Op de patrijs mag daarom op dit moment in Nederland niet gejaagd worden.

Waar

In de Haarlemmermeer kun je op verschillende plaatsen nog patrijzenfamilies tegenkomen. SOVON schat dat er hier nog 4-10 paartjes per kilometerhok (5x 5 km) voorkomen, maar dat lijkt mij zeer aan de ruime kant. De patrijs is een standvogel die in het overgrote deel van Europa voorkomt met uitzondering van het uiterste zuiden en noorden. Oorspronkelijk waren het steppebewoners, maar de soort heeft zich aangepast aan het leven in kleinschalig agrarisch landschap. Akkerland is het meest in trek, vooral als dit wordt afgewisseld met ruige dijken, slootranden, wegbermen en houtwallen.

 patrijsgroot

 elzenhaantjeinsectenElzenhaantje12 okt 2008oktober

Elzenhaantje, 12 okt 2008

 elzenhaantje

De aanleiding voor deze week is een explosie van ‘rupsen’ in Getsewoud- Noord vorige week. Deze rupsen trokken massaal tuinen in en langs muren omhoog op zoek naar voedsel, nadat zij de elzen in de straat van al hun blad hadden ontdaan. Deze rupsen bleken de larven van het elzenhaantje. Dit 6-7 mm lange kevertje, met een opvallende glanzend donkerblauwe kleur, behoort tot de familie van de bladhaantjes. Dit kevertje is het belangrijkste bladetende insect op de els, maar komt ook voor op de populier, de hazelaar en de wilg. De elzenhaantjes overwinteren als kever op de grond onder bladeren en afgestorven plantenresten. Van april tot juni planten zij zich voort op elzen. De volwassen kevers knagen aan de bovenkant van het blad, terwijl de larven aan de onderkant hun best doen. Er blijft soms niet veel meer over dan kale takken of takken met bladsteeltjes en enkele nerfrestanten. De vrouwtjes leggen tot 900 oranje eitjes, die in groepjes aan de onderkant van een blad worden afgezet.

Uit de eitjes komen na 5 tot 14 dagen olijfgroene en later zwart wordende keverlarven, die zich na drie weken, vanaf juli, op de grond onder afgestorven plantenresten gaan verpoppen. Na 8 tot 11 dagen komt de nieuwe generatie kevertjes uit de poppen. Die daar normaliter blijven tot het volgende voorjaar.

Bijzonder

In Getsewoud waren het vorige week de jonge olijfgroene larven van het Elzenhaantje die, toen de elzen op waren, massaal op zoek gingen naar nieuw voedsel. Het Elzenhaantje vormt meestal geen echte plaag en ook de elzen die kaal worden gevreten, gaan daar meestal niet dood aan en lopen weer opnieuw uit. Het bijzondere aan deze uitbraak was dat deze zich voordeed in september, wanneer de nieuwe generatie kevers van dit jaar zich normaliter onder de grond stil houdt tot het volgende voorjaar. Het van slag raken van het bioritme van deze kevers kan te maken hebben met het veranderende klimaat, maar ook met andere nog onbekende ecologische factoren. Het probleem heeft zich inmiddels opgelost doordat de jonge larven door gebrek aan eten grotendeels omgekomen zijn.

Waar

Het elzenhaantje is een van de algemeenste bladkevers en komt in het hele noordelijke halfrond voor, overal waar Elzen staan.

 paardekastanjemineermotbomenPaardenkastanje5 okt 2008oktober

Paardenkastanje, 5 okt 2008

 paardekastanjemineermot

Het is volop kastanjetijd. Onze gewone kastanje heet eigenlijk paardenkastanje. Zo’n boom kan 20 tot 25 m hoog worden en 200- 400 jaar oud. Er bestaat een rode en een witte soort, waarvan de witte veel algemener is. De latijnse geslachtsnaam ′Aesculus′ betekent "Eik met eetbare eikels", maar eigenlijk zijn kastanjes niet echt eetbaar, door het hoge tanninegehalte, behalve voor geiten en varkens. De soortnaam ′hippocastanum′ slaat op het feit dat de kastanjes aan paarden werden gegeven om ze van hoest te genezen. Op dit moment zijn de knoppen voor volgend jaar al aangemaakt. In zo’n knop wordt het tere weefsel van nieuwe bloemen en bladeren met een wollig dons tegen kou en vocht beschermd. Het hout van de paardenkastanje is licht en niet duurzaam, net zoals de wilg. Duurzaam kastanjehout komt van de tamme kastanje, die ook de eetbare kastanjes levert.

Bijzonder

Sinds ongeveer 1995 hebben kastanjebomen

veel last van vroeg bruin wordend blad. Dit wordt veroorzaakt door mineermotjes die grote aantallen eitjes op de bladeren leggen. Daaruit ontwikkelen zich piepkleine larfjes, die leven van de bladgroenkorrels tussen de onder- en bovenkant van het blad. De kastanjemineermot komt uit Roemenië, Bulgarije en Hongarije. Door de eenwording van Europa zijn deze motjes met opkomend vrachtverkeer meegelift naar West-Europa. Hoewel het bruine blad niet mooi is, gaan er zelden bomen door dood. In 2002 werd voor het eerst in Nederland en wel in de Haarlemmermeer, een nieuwe ziekte op de kastanje geconstateerd, waaraan de bomen wel kunnen doodgaan. Deze ziekte wordt voorlopig de bloedingsziekte genoemd. Op de bast van de boom ontstaan roestbruine, vochtige plekken, die gaan bloeden met een dikke bruinrode vloeistof. De ziekte heeft zich inmiddels over het gehele land verspreid. Ruim 30 % van de bomen heeft deze ziekte inmiddels. Het lijkt er steeds meer op dat een vorm van bacteriekanker de oorzaak is. Tegen deze ziekte is door een Nederlands bedrijf een middel ontwikkeld, maar resultaten zijn nog niet beschikbaar.

Waar

De paardenkastanje komt in ongeveer 20 soorten op het Noordelijk halfrond voor, voornamelijk in N-Amerika,en van ZO-Europa tot China en Japan. Pas in de 17e eeuw is de boom ingevoerd in Nederland om landgoederen te verfraaie

 velduilvogelsVelduil28 okt 2007oktober

Velduil, 28 okt 2007

 velduil

De velduil komt voor in de Noordelijke delen van Europa, Azië en Amerika. Zijn leefgebied bestaat uit moerassen, graslanden en agrarisch land. De velduil is ongeveer 38 cm groot en leeft en broedt vooral op de grond. Het voedsel bestaat grotendeels uit woelmuizen. Daarnaast worden ook andere muizen en vogels gegeten. De velduil heeft een ronde kop, vrijwel zonder oorpluimen en een opvallend gezichtsmasker.

Bijzonder

Velduilen jagen zowel ′s nachts als in de schemering. Meer dan andere uilensoorten jagen ze ook overdag, waardoor ze vaker opvallen. De soort staat op de Rode Lijst vanwege de duidelijke afname en de geringe verspreiding van de Nederlandse broedpopulatie, en vanwege de kwetsbaarheid van het broedbiotoop.

Waar

Velduilen broeden in wisselende aantallen in de duinstreek en in moerasgebieden. Sinds de jaren vijftig is in het zuiden en oosten van het land sprake van een dalende trend. Op de Waddeneilanden

en in de net ingepolderde Flevopolders nam de soort eerst toe. Flevoland is inmiddels echter weer bijna verlaten, terwijl de Waddeneilanden -vooral Ameland - nu hèt bolwerk van de soort in Nederland zijn. Het aantal broedparen schommelt de laatste jaren tussen de 50 en 175 paar, waarvan tenminste driekwart op de Waddeneilanden. De kieskeurigheid en de zeldzaamheid van deze soort maakt het zeer bijzonder dat in het landschap om de startbanen van Schiphol het hele jaar door velduilen voorkomen. In sommige jaren zijn er wel 10 exemplaren waargenomen. De roofvogelwerkgroep schat dat maximaal 3 paren per jaar tot broeden komen. Dit jaar zijn tenminste drie jonge velduilen gemeld, waarvan 2 het slachtoffer waren van vliegtuigen. Het geringde derde jong staat op de foto. Ook op ander plaatsen in de Haarlemmermeer, zoals de Boseilanden worden soms velduilen gemeld. Vooral broedvogels uit Scandinavië overwinteren ook in Nederland. In oktober verschijnen de eerste trekkers, terwijl de laatste in mei weer zijn vertrokken. Het zijn echte zwervers. In Nederland geboren vogels trekken soms weg tot in noordelijk Scandinavië en Rusland, maar andere blijven hun leven lang binnen de landsgrenzen

Terugmeldingen

: Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe en een doortrekkende slechtvalk en veel haviken langs de Geniedijk.

 goudhaantjevogelsGoudhaantje21 okt 2007oktober

Goudhaantje, 21 okt 2007

 goudhaantje

Het goudhaantje en zijn neefje het vuurgoudhaantje zijn de kleinste broedvogels van Europa, die nu in gezelschap van mezen in grote getale aan het trekken zijn en daarbij ook de tuinen en parken van de Haarlemmermeer bezoeken. De kans daarop is het grootst als er ergens naaldbomen staan. Het goudhaantje is een schuw en teruggetrokken levend dier. Het ijle ziee, ziee geluid waarmee de vogeltjes non-stop contact houden, is vaak de beste manier om ze te ontdekken. Het goudhaantje leeft bij voorkeur in naaldbossen en gemengde bossen. Het eet veel spinnensoorten en insecten, vooral vliegen, luizen en kevers en hun larven, maar af en toe pakt hij ook grotere insecten zoals nachtvlinders. Overdag zoekt hij constant eten, springend of ondersteboven hangend aan een tak. De paartijd is van april tot mei. Ongebruikelijk voor de meeste vogels is dat goudhaantjes vaak twee nesten bouwen. Het is gemaakt van mos en korstmos en het wordt bij elkaar gehouden door spinnenwebben. De bouw kan wel twee weken duren. Hoewel het vrouwtje de eieren uitbroedt, worden de kuikens eerst alleen maar door het mannetje gevoerd.

Daardoor kan het vrouwtje in het andere nest opnieuw eieren leggen en uitbroeden. Een legsel bestaat meestal uit 7-10 eieren.

Bijzonder

Goudhaantjes zijn ongeveer 9 cm lang en wegen 4-7 gram. Hoe klein dit is blijkt uit het feit dat een gewone enkelvoudige brief maar 20 gram weegt. Voor zo’n klein dier is het daarom een grote prestatie om over land en zee, naar Spanje, Oost-Europa en delen van noordelijk Afrika te trekken. Het vindingrijke goudhaantje zweeft vaak boven een spinnenweb, en wacht totdat hij gevangen insecten kan pakken.

Waar

Goudhaantjes komen wijdverspreid voor, vooral in de duinen en in Oost en Zuid- Nederland. De schattingen van het aantal broedparen in ons land variëren van 40.000-60.000. Of er veel in de Haarlemmermeer broeden is niet bekend. Wel trekken er grote aantallen door in de herfst en winter. Deze kleine vogels hebben veel last van slecht weer en strenge winters en daardoor schommelt hun aantal soms dramatisch. Goudhaantjes zijn vooral kwetsbaar tijdens de trek. Afname van leefgebied in het bos vormt ook een bedreiging.

Terugmeldingen

: Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe en een doortrekkende slechtvalk en haviken langs de Geniedijk.

 VisdiefvogelsVisdief16 okt 2007oktober

Visdief, 16 okt 2007

 Visdief

Visdieven zijn koloniegewijs broedende vogels van kustgebieden en visrijke wateren in het binnenland. Bij voorkeur op eilandjes en andere moeilijk bereikbare plaatsen met een vrijwel kale bodem. Het voedsel bestaat uit kleine visjes, die meestal met spectaculaire duiken bemachtigd worden. Onze visdieven overwinteren langs de Westafrikaanse kust, van Mauretanië tot Nigeria.

Bijzonder

Rond 1900 broedden meer dan 30.000 paar visdieven in ons land. Afschot voor een dameshoeden-modegril en het rapen van eieren leiden tot een forse afname. Na beschermingsacties namen de aantallen weer toe tot 45.000 paar in 1939. Door DDT e.d. en het vernietigen van een broedkolonie van 20.000 paar, waren er in 1965 nog 5000 paar over, waarna een voorzichtig herstel inzette. Momenteel broeden jaarlijks 15.000 tot 17.000 paar visdieven in ons land. De soort staat op de Rode Lijst vanwege de grote afname van het aantal broedparen en

hun beperkte verspreiding.

Waar

Hoewel het visdiefje al weer op weg is naar Afrika om te overwinteren is deze soort toch het onderwerp van deze week. Visdiefjes maken nl sinds 2001 gebruik van het dak van het PWN gebouw bij Hoofddorp (hoek Kruisweg, Driemerenweg) en er is recent vastgesteld dat de vogels van deze kolonie afgelopen zomer de oorzaak zijn geweest van de besmetting van het drinkwater met E-Coli bacterie. PWN bestudeert nu de mogelijkheden om te verhinderen dat de vogels zich in 2008 weer op het dak gaan vestigen. Op dit sedumdak broeden niet alleen sterns, maar in ook steeds meer meeuwen. De grotere meeuwen waren al bezig het visdiefje weg te drukken, want in 2007 waren er nog 44 paar over van de top van 200 in 2003. In 2003 was ook de zeer zeldzame zwartkopmeeuw nog aanwezig met 6 paar. Die komt al niet meer tot broeden. Als dit dak als nestgelegenheid wegvalt is er nog 1 broedkolonie over in de Haarlemmermeer, ook op een dak in Nieuw-Vennep, waar dit jaar ongeveer 70 broedparen werden vastgesteld. Bron gegevens Haarlemmermeer: Erik Wokke.

Terugmeldingen

Let vanaf nu op de houtsnip, een bruine vogel met een lange snavel en een zeer goede camouflage, die nu doortrekt en zich overdag vaak in tuinen onder bosjes ophoudt. Veel vogels vliegen zich elk jaar tegen ramen te pletter als ze opgeschrikt worden.

 herfsttijloosplantenHerfsttijloos14 okt 2007oktober

Herfsttijloos, 14 okt 2007

 herfsttijloos

Herfsttijloos is een is een knolgewas dat veel op de krokus lijkt, maar diat niet in het voorjaar maar in de herfst bloeit met lichtpaarse bloemen. De naam komt van het feit dat de plant geen bladeren heeft tijdens de bloeitijd. Die bladeren en ook de vruchten komen pas in het voorjaar te voorschijn. Het is een zogenaamde droogbloeier. Dat wil zeggen dat de bol geen water opneemt en geen wortels en bladeren vormt tijdens de bloei. De herfsttijloosfamilie kent wereldwijd ongeveer 200 soorten. De enige soort daarvan die inheems is in Nederland is herfsttijloos zelf.

Bijzonder

De plant is zeer giftig en mag ook niet door dieren gegeten worden. De stof die daarvoor verantwoordelijk is, is colchicine. Dit komt zowel in de knol als in de bloemen en zaden voor.De werking van colchicine is, dat het bij celdeling het splitsen van het DNA ontregeld. In een beperkt aantal gevallen blijven dan dubbelle sets chromosomen achter in een cel. In de plantenveredeling

wordt colchicine daarom gebruikt voor het verdubbelen van het aantal chromosomen in celkweken. Als deze celkweken levensvatbaar zijn, leveren zij grotere planten met 4 of 8 in plaats van 2 of 4 sets DNA. Voorbeelden hiervan zijn b.v. rassenlijnen met steeds grotere pompoenen of aardbeien.
Colchicine wordt soms bij een aantal ziektes gebruikt, zoals jicht, kanker en geelzucht. Het is echter een gevaarlijk middel, met een klein verschil tussen een werkzame en een giftige dosering.
Herfsttijloos is in het wild in Nederland zeldzaam en gaat steeds verder achteruit: de plant staat op de Nederlandse Rode lijst (planten) en is in Nederland ook wettelijk beschermd.

Waar

Herfsttijloos heeft zich uit West-Azië en het Middellandse Zeegebied, door bijna heel Europa verspreidt. De voorkeursgroeiplaatsen zijn in bossen, langs duinpaden en in vochtige weilanden. De gekweekte herfsttijloos, die veel in tuinen voorkomt is een Oosterse soort, die veel meer en grotere bloemen heeft. In de Heimanshof staat de inheemse soort in bloei.

Terugmeldingen

Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe. Ook de vlinder het Bont zandoogje wordt met het mooie herfstweer nog op veel plaatsen waargenomen.

 ijsvogelvogelsIJsvogel24 okt 2006oktober

IJsvogel, 24 okt 2006

 ijsvogel

De ijsvogel staat op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten in Nederland. Tussen 1995 en 2002 schommelde hun aantal in ons land tussen 30-70 broedpaar (1997) en 650-700 broedpaar (2002). Anders dan zijn naam doet vermoeden, moet de ijsvogel niets van strenge winters hebben. Bij strenge vorst hebben ze het als standvogel zwaar. Hun voornaamste voedsel, kleine visjes zoals stekelbaarzen, zijn dan gedurende lange tijd onbereikbaar onder een dikke laag ijs. Tijdens strenge winters krijgt de populatie dan gevoelige klappen. Een verlies van 80- 95% is dan geen uitzondering.
Grote verliezen waren er recentelijk tijdens de strenge winters van 1995/96 en 1996/97. De soort

kent dan ook van nature grote schommelingen. Maar gelukkig kan de stand zich in 5-7 jaar weer herstellen tot een niveau van voor een strenge winter.

Waar

: Van de Haarlemmermeer is één broedgeval bekend. Doortrekkers, van augustus tot de vorst invalt daarentegen, zijn er elk jaar vrij veel, vooral langs de Geniedijk. Op dit moment staat de teller op 3, in sommige jaren zien wij er wel 8-10. Soms blijven de vogels vele weken op dezelfde plaats.

Bijzonder

: De ijsvogel is een zeer opvallende vogel die zowel aan de lichaamsbouw, de kleur, roep en het gedrag gemakkelijk te herkennen is. Kleine visjes vormen het belangrijkste voedsel en de ijsvogel komt dan ook vooral voor in de buurt van helder, visrijk water. De vogel jaagt vanaf een post boven het water of biddend in de lucht en stort zich vervolgens loodrecht naar beneden. De ijsvogel vliegt doorgaans in een rechte lijn snel en laag over het water. Een goede manier om de vogel te ontdekken is door zijn luide en opgewonden roep, die klinkt als wi-wi-wi-wi-wi.

 krooneendvogelsKrooneend20 okt 2006oktober

Krooneend, 20 okt 2006

 krooneend

Krooneenden en vooral de mannetjes, zijn bijzonder mooie bijna tropisch aandoende vogels in meren en plassen met een riet- of kruidenrijke oever. Een rijke onderwatervegetatie, liefst van kranswieren, is een vereiste, omdat deze planten de hoofdmoot van het menu uitmaken. Dierlijk voedsel als slakjes en insecten vormt slechts een aanvulling hierop.

Bijzonder

Het voedsel van de krooneend bestaat vooral uit kranswieren. Dat is een bijzonder hard onappetijtelijk wier dat vol zit met silicium (zandkristallen) en daarom erg onaangenaam aanvoelt bij aanraking tijdens b.v. zwemmen. Het is een weinig concurrentiekrachtige onderwaterplant

die vooral in helder en voedselarm water voorkomt. En daar hebben we in Nederland niet veel van, zoals het voorkomen van de zeldzame krooneend illustreert.

Waar

Krooneenden zijn oorspronkelijk afkomstig uit Azië, waar de soort in ondiepe steppemeren voorkomt. Aangenomen wordt dat de krooneend naar West-Europa uitweek omdat de kwaliteit van het oorspronkelijke leefgebied sterk afnam. Pas sinds 1942 worden krooneenden in Nederland waargenomen, vooral in de Utrechts/Hollandse veenplassen en wat later de Randmeren. Lange tijd schommelde het aantal broedparen tussen de 30 en de 65. Eind jaren tachtig waren daarvan nog 15 paren over. Sinds 1990 is sprake van een kleine opleving; het huidige bestand wordt geschat op 120 tot 170 paren, die broeden in Botshol, de Vinkeveense Plassen en bij Rotterdam.
Gezien de zeldzaamheid van de eend en zijn hoge eisen, mag het bijzonder heten dat begin oktober 2006 (en ook in 2005 om dezelfde tijd) een mannetjes krooneend een tijd verbleef aan de ecologische oever in Toolenburg.

Waar te nemen: af en toe als passant

Status:Niet beschermd

 wijngaardslakkleine dierenWijngaardslak13 okt 2006oktober

Wijngaardslak, 13 okt 2006

 wijngaardslak

De wijngaardslak is een grote huisjesslak, die de respectabele leeftijd van 5 jaar kan bereiken. Buiten de Benelux, waar de wijngaardslak vrij zeldzaam is, komt deze soort algemeen voor in grote delen van Europa en is over de hele wereld uitgezet. In Nederland is de wijngaardslak beschermd, en mag niet worden gevangen, laat staan opgegeten.
De wijngaardslak komt voor in bossen, tuinen en graslanden. Een levensvoorwaarde voor deze slak is, dat er flink wat kalk aanwezig moet zijn om zijn huisje van op te bouwen. In de herfst zoekt de slak een schuilplaats op, bijvoorbeeld in een houtstapel, en maakt een dekseltje om zich te beschermen. Zoals bij alle slakken is vorst funest vanwege het waterige lichaam.

Bijzonder

De wijngaardslak is hermafrodiet ofwel tweeslachtig en als twee exemplaren

elkaar in de juiste stemming tegenkomen, vindt paring plaats. Hierbij is één dier passief, en gedraagt zich als vrouwtje. De andere is actief en brengt zaadcellen in het lichaam van de partner door een harde, kalkachtige pijl in het lichaam van het ′vrouwtje′ te schieten, waarna de zaadcellen de eicellen opzoeken. Nadat de ene slak ′geschoten′ heeft, worden de rollen omgedraaid en er vindt dus wederzijdse bevruchting plaats. De eitjes worden in kleine holletjes gelegd en komen na enkele weken uit.

Waar

: De wijngaardslak komt voor in Zuid-Limburg, waar hij door de Romeinen geïntroduceerd zou zijn. Verder is hij door de mens op vele plekken gebracht. Vooral in het Gooi en de kalkrijke Noord- en Zuid-Hollandse Duinen zijn er redelijke populaties. In de Haarlemmermeer is een grote populatie van enige duizenden exemplaren al 30 jaar in De Heimanshof aanwezig. De schelpenpaden, de Mergelheuvel en de grote massa en variatie aan plantensoorten zullen hieraan debet zijn. Het is bekend dat er andere plekken zijn waar de slak voorkomt in de Haarlemmermeer, maar een precies beeld ontbreekt.

Status:Beschermde rode lijst soort

 houtsnipvogelsHoutsnip8 okt 2006oktober

Houtsnip, 8 okt 2006

 houtsnip

De houtsnip is een bosvogel van ongeveer 35 cm lang. Het is een schuwe vogel, die erg goed gecamoufleerd is. Hij leeft van wormen, larven en insecten, die hij vindt door met zijn lange snavel in de grond te boren. Hij is vooral bekend door zijn intrigerende baltsvlucht. Het mannetje vliegt daarbij met snelle, schokkerige vleugelslagen over bosranden en open plekken en laat daarbij een serie knorrende geluiden horen, gevolgd door een hoog explosief geluid. De houtsnip is helaas erg geliefd bij jagers omdat de vogels door hun typische vlucht moeilijk te raken zijn. Toch worden er alleen al in Frankrijk jaarlijks zo’n 200.000 vogels geschoten.

Waar

:

In Nederland broeden ongeveer 3000 paar. Broedgevallen zijn niet bekend uit de Haarlemmermeer, maar dat zegt niet alles bij een vogel met zo’n goede schutkleur.

Bijzonder

: Hoewel de vogel waarschijnlijk niet broedt bij ons, kan hij toch vaak in de Haarlemmermeer worden waargenomen. Dit artikel is dan ook voorspellend bedoeld, zodat u er op kan letten.
Talloze overwinteraars trekken namelijk door Nederland in oktober-november uit Noord-Oost Europa, op de vlucht voor sneeuw en vorst. De terugtrek is in maart-april. Uit eigen waarneming lijkt het erop, dat de vogels ’s nachts trekken en zich overdag in bosjes ophouden. Deze bosjes zijn niet zelden gewoon tuinen in de bebouwde kom. De vogel heeft daarbij de gewoonte om op zijn camouflage te vertrouwen tot u er bijna op trapt. Door hun explosieve manier van opvliegen, komt het helaas vaak voor dat ze zich tegen ramen te pletter vliegen. Elk jaar in oktober en maart is er daarom een hausse aan gewonde en dode houtsnippen bij de dierenambulance.

 bladluizendoder2insectenBladluizendoder26 sep 2020september

Bladluizendoder, 26 sep 2020

 bladluizendoder2

De natuur is eindeloos gevarieerd en inspirerend, maar moderne menselijke waarden als medelijden, compassie etc zijn meestal ver te zoeken. Het is eten of gegeten worden zonder aanzien van het individu.

Zo zijn we na weer een oververhit seizoen in de herfst beland en is het insecten seizoen bijna ten einde. Daarom nu nog een keer een nabrander van een soort met een bijzonder verhaal die mij eens weer door Janet uit Cruquius werd gestuurd. Namelijk de foto van een soort graafwesp die leeft van bladluizen: de bladluizendoder. Deze 10-11mm grote helemaal zwarte wesp komt o.a. voor op insectenhotels. Hij hoort bij de familie van de graafwespen. Grotere soorten van deze familie maken vaak nestgangen tot 30-40 cm diep waar we rupsen, spinnen, vliegen etc. in verzamelen waar ze hun eitje bijleggen. Deze soorten heten dan ook vaak rupsendoders, spinnendoders etc. Er zijn duizenden soorten wespen in Nederland.

Wat ze allemaal gemeenschappelijk hebben is dat ze i.t.t. bijen hun jongen niet vegetarisch groot brengen(op nectar en stuifmeel)maar op levende prooien. Daar mee vervullen ze als carnivoren een essentiële rol om het evenwicht in de natuur te bewaren, Maar dat gebeurt niet zachtzinnig.

Bijzonder

Deze familie van klein wespen graaft geen eigen gang maar gebruikt bestaande holletjes in hout en dus ook in insectenhotels: Deze soort leeft van bladluizen. Ze brengen er per broedcel wel 20-40 bij elkaar en sluiten dat af met een prop van 1-2cm zaagsel en ander rommel. Vrouwelijke exemplaren komen uit bevruchte eitjes en mannetjes uit onbevruchte eitjes. De vrouwelijke exemplaren worden het verst van de ingang op de veiligste plekken gelegd. Vrouwtjes moeten nl zorgen voor de voortplanting. En mannetjes lopen het meeste risico op predatie door spechten of roofinsecten.

Waar

Bladluizendoders zijn pas in 1989 voor het eerst in Nederland vastgesteld en dan vooral in het oosten van het land. Maar ze zijn dus ook al in onze polder verschenen. Blijkbaar warmte en bladluizen genoeg.