bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kleine Mantelmeeuw, 15 mei 2020

 kleinezilvermeeuw1

Dagelijks kom ik langs de Geniedijk bij Graan voor Visch. Daar hebben voor een natuurliefhebber treurige zaken plaats gevonden met de kap van de monumentale zwarte populieren. Mijn dagelijkse treurige blik op die boomresten werd de afgelopen 3 maanden afgeleid door het feit dat zich daar een aantal paartjes meeuwen vestigden. En dan vraag je je elke dag af: wat doen ze daar zijn dit wintergasten, gaan ze er broeden, krijgen ze jongen? Het gaat om 2-3 paartjes kleine mantelmeeuwen. Die zijn niet eens zo algemeen en naar mijn smaak behoren ze tot de mooiste meeuwen die in Nederland voorkomen. De veel algemenere zilvermeeuw heeft lichtgrijze bovenvleugels en de kok- en stormmeeuw zijn veel kleiner. Deze meeuwen hebben donkergrijze bovenvleugels en gele poten. 3 maanden observatie maakte duidelijk dat ze er waren om te blijven en ook paargedrag (foto Annet Spijker) en het verzamelen van nestmateriaal geeft

aan dat ze daar inderdaad aan het broeden geslagen zijn.

Bijzonder

Kleine Mantelmeeuwen verblijven hier vooral in voorjaar en zomer. Zilvermeeuwen zijn er jaar rond en de Grote mantelmeeuw alleen in de winter. Bijzonder is dat het eerste broedgeval pas in1926 werd geconstateerd. En sinds die tijd en vooral vanaf 1980 maakte deze soort een stormachtige ontwikkeling door tot inmiddels wel 120.000 broedparen. Eenvijfde van de Europese populatie zit dan in Nederland. Vooral langs de kusten en de Waddenzee. De grootste kolonie van 30.000 paar zit op de Maasvlakte. De laatste jaren is er een trend om steeds meer ook in het binnenland te broeden en dan vooral op daken van gebouwen. Daar horen deze vogels ook bij. Dat doen ze o.a. om geen last van vossen te hebben. Ook de lepelaar is onder druk van vossen van de grond steeds meer in bomen (reigersnesten) gaan broeden. Het is verheugend dat er soorten zijn die toenemen.

Waar

Zomers broeden Kleine Mantelmeeuwen in onze contreien. Als de jongen vliegvlug zijn, trekken ze lang de kusten zuidwaarts tot Marokko.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 11 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 goudhaantjevogelsGoudhaantje21 okt 2007oktober

Goudhaantje, 21 okt 2007

 goudhaantje

Het goudhaantje en zijn neefje het vuurgoudhaantje zijn de kleinste broedvogels van Europa, die nu in gezelschap van mezen in grote getale aan het trekken zijn en daarbij ook de tuinen en parken van de Haarlemmermeer bezoeken. De kans daarop is het grootst als er ergens naaldbomen staan. Het goudhaantje is een schuw en teruggetrokken levend dier. Het ijle ziee, ziee geluid waarmee de vogeltjes non-stop contact houden, is vaak de beste manier om ze te ontdekken. Het goudhaantje leeft bij voorkeur in naaldbossen en gemengde bossen. Het eet veel spinnensoorten en insecten, vooral vliegen, luizen en kevers en hun larven, maar af en toe pakt hij ook grotere insecten zoals nachtvlinders. Overdag zoekt hij constant eten, springend of ondersteboven hangend aan een tak. De paartijd is van april tot mei. Ongebruikelijk voor de meeste vogels is dat goudhaantjes vaak twee nesten bouwen. Het is gemaakt van mos en korstmos en het wordt bij elkaar gehouden door spinnenwebben. De bouw kan wel twee weken duren. Hoewel het vrouwtje de eieren uitbroedt, worden de kuikens eerst alleen maar door het mannetje gevoerd.

Daardoor kan het vrouwtje in het andere nest opnieuw eieren leggen en uitbroeden. Een legsel bestaat meestal uit 7-10 eieren.

Bijzonder

Goudhaantjes zijn ongeveer 9 cm lang en wegen 4-7 gram. Hoe klein dit is blijkt uit het feit dat een gewone enkelvoudige brief maar 20 gram weegt. Voor zo’n klein dier is het daarom een grote prestatie om over land en zee, naar Spanje, Oost-Europa en delen van noordelijk Afrika te trekken. Het vindingrijke goudhaantje zweeft vaak boven een spinnenweb, en wacht totdat hij gevangen insecten kan pakken.

Waar

Goudhaantjes komen wijdverspreid voor, vooral in de duinen en in Oost en Zuid- Nederland. De schattingen van het aantal broedparen in ons land variëren van 40.000-60.000. Of er veel in de Haarlemmermeer broeden is niet bekend. Wel trekken er grote aantallen door in de herfst en winter. Deze kleine vogels hebben veel last van slecht weer en strenge winters en daardoor schommelt hun aantal soms dramatisch. Goudhaantjes zijn vooral kwetsbaar tijdens de trek. Afname van leefgebied in het bos vormt ook een bedreiging.

Terugmeldingen

: Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe en een doortrekkende slechtvalk en haviken langs de Geniedijk.

 VisdiefvogelsVisdief16 okt 2007oktober

Visdief, 16 okt 2007

 Visdief

Visdieven zijn koloniegewijs broedende vogels van kustgebieden en visrijke wateren in het binnenland. Bij voorkeur op eilandjes en andere moeilijk bereikbare plaatsen met een vrijwel kale bodem. Het voedsel bestaat uit kleine visjes, die meestal met spectaculaire duiken bemachtigd worden. Onze visdieven overwinteren langs de Westafrikaanse kust, van Mauretanië tot Nigeria.

Bijzonder

Rond 1900 broedden meer dan 30.000 paar visdieven in ons land. Afschot voor een dameshoeden-modegril en het rapen van eieren leiden tot een forse afname. Na beschermingsacties namen de aantallen weer toe tot 45.000 paar in 1939. Door DDT e.d. en het vernietigen van een broedkolonie van 20.000 paar, waren er in 1965 nog 5000 paar over, waarna een voorzichtig herstel inzette. Momenteel broeden jaarlijks 15.000 tot 17.000 paar visdieven in ons land. De soort staat op de Rode Lijst vanwege de grote afname van het aantal broedparen en

hun beperkte verspreiding.

Waar

Hoewel het visdiefje al weer op weg is naar Afrika om te overwinteren is deze soort toch het onderwerp van deze week. Visdiefjes maken nl sinds 2001 gebruik van het dak van het PWN gebouw bij Hoofddorp (hoek Kruisweg, Driemerenweg) en er is recent vastgesteld dat de vogels van deze kolonie afgelopen zomer de oorzaak zijn geweest van de besmetting van het drinkwater met E-Coli bacterie. PWN bestudeert nu de mogelijkheden om te verhinderen dat de vogels zich in 2008 weer op het dak gaan vestigen. Op dit sedumdak broeden niet alleen sterns, maar in ook steeds meer meeuwen. De grotere meeuwen waren al bezig het visdiefje weg te drukken, want in 2007 waren er nog 44 paar over van de top van 200 in 2003. In 2003 was ook de zeer zeldzame zwartkopmeeuw nog aanwezig met 6 paar. Die komt al niet meer tot broeden. Als dit dak als nestgelegenheid wegvalt is er nog 1 broedkolonie over in de Haarlemmermeer, ook op een dak in Nieuw-Vennep, waar dit jaar ongeveer 70 broedparen werden vastgesteld. Bron gegevens Haarlemmermeer: Erik Wokke.

Terugmeldingen

Let vanaf nu op de houtsnip, een bruine vogel met een lange snavel en een zeer goede camouflage, die nu doortrekt en zich overdag vaak in tuinen onder bosjes ophoudt. Veel vogels vliegen zich elk jaar tegen ramen te pletter als ze opgeschrikt worden.

 herfsttijloosplantenHerfsttijloos14 okt 2007oktober

Herfsttijloos, 14 okt 2007

 herfsttijloos

Herfsttijloos is een is een knolgewas dat veel op de krokus lijkt, maar diat niet in het voorjaar maar in de herfst bloeit met lichtpaarse bloemen. De naam komt van het feit dat de plant geen bladeren heeft tijdens de bloeitijd. Die bladeren en ook de vruchten komen pas in het voorjaar te voorschijn. Het is een zogenaamde droogbloeier. Dat wil zeggen dat de bol geen water opneemt en geen wortels en bladeren vormt tijdens de bloei. De herfsttijloosfamilie kent wereldwijd ongeveer 200 soorten. De enige soort daarvan die inheems is in Nederland is herfsttijloos zelf.

Bijzonder

De plant is zeer giftig en mag ook niet door dieren gegeten worden. De stof die daarvoor verantwoordelijk is, is colchicine. Dit komt zowel in de knol als in de bloemen en zaden voor.De werking van colchicine is, dat het bij celdeling het splitsen van het DNA ontregeld. In een beperkt aantal gevallen blijven dan dubbelle sets chromosomen achter in een cel. In de plantenveredeling

wordt colchicine daarom gebruikt voor het verdubbelen van het aantal chromosomen in celkweken. Als deze celkweken levensvatbaar zijn, leveren zij grotere planten met 4 of 8 in plaats van 2 of 4 sets DNA. Voorbeelden hiervan zijn b.v. rassenlijnen met steeds grotere pompoenen of aardbeien.
Colchicine wordt soms bij een aantal ziektes gebruikt, zoals jicht, kanker en geelzucht. Het is echter een gevaarlijk middel, met een klein verschil tussen een werkzame en een giftige dosering.
Herfsttijloos is in het wild in Nederland zeldzaam en gaat steeds verder achteruit: de plant staat op de Nederlandse Rode lijst (planten) en is in Nederland ook wettelijk beschermd.

Waar

Herfsttijloos heeft zich uit West-Azië en het Middellandse Zeegebied, door bijna heel Europa verspreidt. De voorkeursgroeiplaatsen zijn in bossen, langs duinpaden en in vochtige weilanden. De gekweekte herfsttijloos, die veel in tuinen voorkomt is een Oosterse soort, die veel meer en grotere bloemen heeft. In de Heimanshof staat de inheemse soort in bloei.

Terugmeldingen

Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe. Ook de vlinder het Bont zandoogje wordt met het mooie herfstweer nog op veel plaatsen waargenomen.

 ijsvogelvogelsIJsvogel24 okt 2006oktober

IJsvogel, 24 okt 2006

 ijsvogel

De ijsvogel staat op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten in Nederland. Tussen 1995 en 2002 schommelde hun aantal in ons land tussen 30-70 broedpaar (1997) en 650-700 broedpaar (2002). Anders dan zijn naam doet vermoeden, moet de ijsvogel niets van strenge winters hebben. Bij strenge vorst hebben ze het als standvogel zwaar. Hun voornaamste voedsel, kleine visjes zoals stekelbaarzen, zijn dan gedurende lange tijd onbereikbaar onder een dikke laag ijs. Tijdens strenge winters krijgt de populatie dan gevoelige klappen. Een verlies van 80- 95% is dan geen uitzondering.
Grote verliezen waren er recentelijk tijdens de strenge winters van 1995/96 en 1996/97. De soort

kent dan ook van nature grote schommelingen. Maar gelukkig kan de stand zich in 5-7 jaar weer herstellen tot een niveau van voor een strenge winter.

Waar

: Van de Haarlemmermeer is één broedgeval bekend. Doortrekkers, van augustus tot de vorst invalt daarentegen, zijn er elk jaar vrij veel, vooral langs de Geniedijk. Op dit moment staat de teller op 3, in sommige jaren zien wij er wel 8-10. Soms blijven de vogels vele weken op dezelfde plaats.

Bijzonder

: De ijsvogel is een zeer opvallende vogel die zowel aan de lichaamsbouw, de kleur, roep en het gedrag gemakkelijk te herkennen is. Kleine visjes vormen het belangrijkste voedsel en de ijsvogel komt dan ook vooral voor in de buurt van helder, visrijk water. De vogel jaagt vanaf een post boven het water of biddend in de lucht en stort zich vervolgens loodrecht naar beneden. De ijsvogel vliegt doorgaans in een rechte lijn snel en laag over het water. Een goede manier om de vogel te ontdekken is door zijn luide en opgewonden roep, die klinkt als wi-wi-wi-wi-wi.

 krooneendvogelsKrooneend20 okt 2006oktober

Krooneend, 20 okt 2006

 krooneend

Krooneenden en vooral de mannetjes, zijn bijzonder mooie bijna tropisch aandoende vogels in meren en plassen met een riet- of kruidenrijke oever. Een rijke onderwatervegetatie, liefst van kranswieren, is een vereiste, omdat deze planten de hoofdmoot van het menu uitmaken. Dierlijk voedsel als slakjes en insecten vormt slechts een aanvulling hierop.

Bijzonder

Het voedsel van de krooneend bestaat vooral uit kranswieren. Dat is een bijzonder hard onappetijtelijk wier dat vol zit met silicium (zandkristallen) en daarom erg onaangenaam aanvoelt bij aanraking tijdens b.v. zwemmen. Het is een weinig concurrentiekrachtige onderwaterplant

die vooral in helder en voedselarm water voorkomt. En daar hebben we in Nederland niet veel van, zoals het voorkomen van de zeldzame krooneend illustreert.

Waar

Krooneenden zijn oorspronkelijk afkomstig uit Azië, waar de soort in ondiepe steppemeren voorkomt. Aangenomen wordt dat de krooneend naar West-Europa uitweek omdat de kwaliteit van het oorspronkelijke leefgebied sterk afnam. Pas sinds 1942 worden krooneenden in Nederland waargenomen, vooral in de Utrechts/Hollandse veenplassen en wat later de Randmeren. Lange tijd schommelde het aantal broedparen tussen de 30 en de 65. Eind jaren tachtig waren daarvan nog 15 paren over. Sinds 1990 is sprake van een kleine opleving; het huidige bestand wordt geschat op 120 tot 170 paren, die broeden in Botshol, de Vinkeveense Plassen en bij Rotterdam.
Gezien de zeldzaamheid van de eend en zijn hoge eisen, mag het bijzonder heten dat begin oktober 2006 (en ook in 2005 om dezelfde tijd) een mannetjes krooneend een tijd verbleef aan de ecologische oever in Toolenburg.

Waar te nemen: af en toe als passant

Status:Niet beschermd

 wijngaardslakkleine dierenWijngaardslak13 okt 2006oktober

Wijngaardslak, 13 okt 2006

 wijngaardslak

De wijngaardslak is een grote huisjesslak, die de respectabele leeftijd van 5 jaar kan bereiken. Buiten de Benelux, waar de wijngaardslak vrij zeldzaam is, komt deze soort algemeen voor in grote delen van Europa en is over de hele wereld uitgezet. In Nederland is de wijngaardslak beschermd, en mag niet worden gevangen, laat staan opgegeten.
De wijngaardslak komt voor in bossen, tuinen en graslanden. Een levensvoorwaarde voor deze slak is, dat er flink wat kalk aanwezig moet zijn om zijn huisje van op te bouwen. In de herfst zoekt de slak een schuilplaats op, bijvoorbeeld in een houtstapel, en maakt een dekseltje om zich te beschermen. Zoals bij alle slakken is vorst funest vanwege het waterige lichaam.

Bijzonder

De wijngaardslak is hermafrodiet ofwel tweeslachtig en als twee exemplaren

elkaar in de juiste stemming tegenkomen, vindt paring plaats. Hierbij is één dier passief, en gedraagt zich als vrouwtje. De andere is actief en brengt zaadcellen in het lichaam van de partner door een harde, kalkachtige pijl in het lichaam van het ′vrouwtje′ te schieten, waarna de zaadcellen de eicellen opzoeken. Nadat de ene slak ′geschoten′ heeft, worden de rollen omgedraaid en er vindt dus wederzijdse bevruchting plaats. De eitjes worden in kleine holletjes gelegd en komen na enkele weken uit.

Waar

: De wijngaardslak komt voor in Zuid-Limburg, waar hij door de Romeinen geïntroduceerd zou zijn. Verder is hij door de mens op vele plekken gebracht. Vooral in het Gooi en de kalkrijke Noord- en Zuid-Hollandse Duinen zijn er redelijke populaties. In de Haarlemmermeer is een grote populatie van enige duizenden exemplaren al 30 jaar in De Heimanshof aanwezig. De schelpenpaden, de Mergelheuvel en de grote massa en variatie aan plantensoorten zullen hieraan debet zijn. Het is bekend dat er andere plekken zijn waar de slak voorkomt in de Haarlemmermeer, maar een precies beeld ontbreekt.

Status:Beschermde rode lijst soort

 houtsnipvogelsHoutsnip8 okt 2006oktober

Houtsnip, 8 okt 2006

 houtsnip

De houtsnip is een bosvogel van ongeveer 35 cm lang. Het is een schuwe vogel, die erg goed gecamoufleerd is. Hij leeft van wormen, larven en insecten, die hij vindt door met zijn lange snavel in de grond te boren. Hij is vooral bekend door zijn intrigerende baltsvlucht. Het mannetje vliegt daarbij met snelle, schokkerige vleugelslagen over bosranden en open plekken en laat daarbij een serie knorrende geluiden horen, gevolgd door een hoog explosief geluid. De houtsnip is helaas erg geliefd bij jagers omdat de vogels door hun typische vlucht moeilijk te raken zijn. Toch worden er alleen al in Frankrijk jaarlijks zo’n 200.000 vogels geschoten.

Waar

:

In Nederland broeden ongeveer 3000 paar. Broedgevallen zijn niet bekend uit de Haarlemmermeer, maar dat zegt niet alles bij een vogel met zo’n goede schutkleur.

Bijzonder

: Hoewel de vogel waarschijnlijk niet broedt bij ons, kan hij toch vaak in de Haarlemmermeer worden waargenomen. Dit artikel is dan ook voorspellend bedoeld, zodat u er op kan letten.
Talloze overwinteraars trekken namelijk door Nederland in oktober-november uit Noord-Oost Europa, op de vlucht voor sneeuw en vorst. De terugtrek is in maart-april. Uit eigen waarneming lijkt het erop, dat de vogels ’s nachts trekken en zich overdag in bosjes ophouden. Deze bosjes zijn niet zelden gewoon tuinen in de bebouwde kom. De vogel heeft daarbij de gewoonte om op zijn camouflage te vertrouwen tot u er bijna op trapt. Door hun explosieve manier van opvliegen, komt het helaas vaak voor dat ze zich tegen ramen te pletter vliegen. Elk jaar in oktober en maart is er daarom een hausse aan gewonde en dode houtsnippen bij de dierenambulance.

 bosspitsmuiskleine dierenBosspitsmuis28 sep 2019september

Bosspitsmuis, 28 sep 2019

 bosspitsmuis

Bosspitsmuis

Afgelopen weekend was het nationale burendag. Als MEERGroen hebben we daarbij bij 6 projecten onze buren uitgenodigd. Dat was in Heemstede een groot succes met ca 150 kinderen en volwassenen die appels kwamen plukken van onze boomgaarden om samen appeltaart en appelmoes te maken. Maar in de Haarlemmermeer voelde onze buren in het Oude Buurtje, Jansoniustereinen, Floriande en Overbos, Houtwijkerveld en Park2020 zich niet geroepen en bleven we overal steken op 10-15 vooral eigen mensen. Waar moet dan heen met de sociale cohesie in de Haarlemmermeer? Uit arren moede hebben we daarom maar het nodige aan werk verzet. En daarbij komt altijd wel iets bijzonders tevoorschijn. Op het Jansonius terrein bv een nest bosspitsmuizen(foto).

Bijzonder

De vijf meest voorkomende soorten spitsmuizen zijn de huis-, bos-, dwerg-, water- en veldspitsmuis. Spitsmuizen hebben een extreem hoge hartslag, van 600

tot 1200 slagen per minuut bij verhoogde intensiteit. Ze kunnen zich letterlijk doodschrikken. Ze leven relatief kort, maximaal 2,5 jaar. Van muizen is vaak niet bekend dat er herbivoren (vegetariërs) zijn zoals veldmuizen, met geribbelde kiezen zoals koeien en alleseters met knobbelkiezen net als wij, bv huismuizen. Spitsmuizen zijn de vleeseters onder de muizen(maar zijn eigenlijk geen echte muizen) . Ze eten insecten en wormpjes. Daarom hebben ze ook puntige tanden. Die van de bosspitsmuis hebben rode punten, waardoor ze er erg bloeddorstig uitzien. Spitsmuizen zijn de kleinste zoogdieren die er bestaan. Omdat ze zo klein zijn moeten ze enorm veel eten 2-3 x hun eigen gewicht per dag. Ze zijn daarom heel actief, maar ook erg agressief ook tegen hun soortgenoten.

Waar

Bosspitsmuizen komen niet alleen in bossen voor, maar ook in graslanden, vooral als die wat natter zijn zoals inde Jansonius natuurstrook. Bosspitsmuizen leven een groot gedeelte van hun leven onder het bladafval en onder de grond. ′s Winters blijven ze 80% van de tijd in hun ondergrondse holen.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl

 veldwolfspininsectenVeldwolfspuin28 sep 2019september

Veldwolfspuin, 28 sep 2019

 veldwolfspin

De zomer gaat geleidelijk over in de herfst en dat is bij uitstek de tijd waarin spinnen duidelijk aanwezig zijn. Iedereen kent de kruisspin. Een van de veel webvormende spinnen. Maar er zijn wereld wijd wel 45000 soorten en in Nederland ca 700 soorten, die na een zomer jagen dik en volwassen zijn en overal eipakketen mee zeulen of in spinrag inbedden. Spinnen zijn geen insecten en ze onderscheiden zich daarvan o.a. doordat ze 8 poten hebben i.p.v. 6, dat ze geen antennes hebben en alle maal kunnen ze draden spinnen. Er zijn een grote groepen: de webvormende spinnen de springspinnen, vogelspinnen en mijten. De webvormende spinnen zitten in of bij hun web met kleverige draden waarmee ze prooien vangen. De springspinnen, waaronder de wolf spinnen jagen actief, zijn zeer bewegelijk en blijven niet in de buurt van een spinsel of nest. Vogelspinnen zijn zeer groot en komen niet in Nederland voor en mijten zijn juist zeer klein. Spinnen en mijten kunnen ook in water voorkomen. Deze week zag ik een klein actief wolfspinnetje van een mm of 5 rondscharrelen

(foto) Het met een panter of tijgerpatroon uitgeruste beestje bleek een veldwolfspin.

Bijzonder

De Veldwolfspin is een actief overdag jagende soort. Hij is daarvoor met 8 ogen uit gerust, 2 hoofdogen voor op de kop en 6 wat kleinere bij-ogen. De soort is extreem bewegelijk en dus moeilijk op de foto te krijgen en rent en springt bijna constant. Zoals bij alle spinnen is het mannetje kleiner dan het vrouwtje: 5 mm tov 8 mm. Maar het verschil is niet zo groot als bij veel andere spinnensoorten: bv de tijgerspin is het vrouwtje 1.5 cm en het mannetje een paar mm. De veldwolfspin jaagt vooral op kleine vliegjes, springstaarten en andere kleine insecten.

Waar

De veldwolfspin is een algemene soort die in graslanden en velden voorkomt . Liefst in een beetje vochtige omstandigheden. Hij komt in heel Europa, Rusland, Zuid Siberië en Turkije voor.

Correctie op Woudaapcolumn van 4-9: Het was geen Woudaapje, maar een Kwak (net zo zeldzaam!)

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl

 merelbomenMerel(sterfte)22 sep 2018september

Merel(sterfte), 22 sep 2018

 merel

De aanleiding voor deze column is het feit dat ik normaliter 10-12 merels rond mijn huis heb die de druiven van onze gevel plunderen. Dit jaar is niet alleen een uitzonderlijk goed (zoet) druivenjaar, er wordt ook helemaal niet van gegete, terwijl ze voor de zomer wel de bessenstruiken leeg aten. Dat geeft mij het angstige gevoel dat de gevreesde Usutu merelziekte nu ook (half augustus) de Haarlemmermeer bereikt heeft. Graag reacties van lezers of dit kunnen bevestigen of andere ervaringen hebben. Het Usutu-virus komt uit Afrika en wordt verspreid door muggen. Het virus is via trekvogels naar Europa overgebracht, waar het 2001 voor het eerst opdook in Oostenrijk. Vanuit daar verspreidde het zich over Europa, met in 2012 een massale slachting onder de merels in Duitsland tot gevolg. Meer dan 300.000 vogels stierven. In sommige Duitse steden was de sterfte zo massaal

dat de merels praktisch verdwenen waren uit de tuinen en parken. In 2016 bereikte het zuid-oost Nederland.

Bijzonder

De merel is een van de meest algemene zangvogels in Nederland en zeker in stedelijk gebied. Maar dit was niet altijd zo. Tot ca 1900 was de merel een schuwe bosvogel. Ze leefden teruggetrokken in dichte loofbossen van Europa. Bij elk kleinste teken van gevaar trokken ze zich in het dichte kreupelhout terug en waarschuwden ze met hun typische alarmroep de andere bosbewoners. Ze hebben zich echter ontwikkeld tot cultuurvolgers en komen nu vrijwel overal in tuinen voor. Merels zijn alleseters en voeden zich onder meer met wormen, insecten, bessen, brood, zaden, afval en diverse soorten vogelvoer. De merel is een uitbundige zanger en zingt vaak vanaf een hoog punt. Het mannetje zingt vanaf februari, vooral ’s morgens, ’s avonds en bij regen.

Waar

De merel komt van nature voor ten zuiden van de poolcirkel in heel Europa en grote delen van Azië. Elders is de merel ook uitgezet en in Australië en Nieuw-Zeeland wordt hij gezien als een plaag. Afgezien van de noordelijkste populaties zijn merels meestal geen trekvogels.

 ssteenmartergrote dierenSteenmarter23 sep 2017september

Steenmarter, 23 sep 2017

 ssteenmarter

Al jaren zijn er onbevestigde berichten over steenmarters en/of boommarters in de Haarlemmermeer. Een jaar of 3 geleden hebben veel mensen aan de Ijweg zo’n marter gezien, maar niemand had een foto en het jaar erop leek een melding uit het Haarlemmermeerse Bos er ook op. Maar met meldingen van niet geoefende waarnemers is het erg op passen. Vaak blijkt het toch om een bunzing te gaan, die hier vrij algemeen is of zelfs om een kat. Maar dit jaar is het dan toch gebeurd. In april werd een dode steenmarter uit Hillegom bij De Heimanshof gebracht (zie foto boven) en in augustus kwam er een foto binnen van een jonge steenmarter uit een tuin in Hoofddorp (onder).

Bijzonder

De steenmarter (stadsmarter) is een marter net als hermelijn, wezel, bunzing, fret, das, otter en nerts. Marters kunnen goed klimmen en passen zich makkelijk

aan. Een volwassen steenmarter is 40-50 cm lang, plus een staart van 25 cm. Ze zijn bruin met een witte vlek op hun keel en borst. Steenmarters hebben een heel eigen ′huppelende′ manier van lopen. Ze kunnen goed klimmen en springen tot 1,5 m. hoog. Ze zijn zeer flexibel en kunnen door kleine gaten (5-7 cm) kruipen. Ze eten vooral kikkers, muizen, ratten, eekhoorns, aangevuld met vruchten en eieren. In steden eet hij ook afval en soms kippen, konijnen of andere kleine huisdieren. Ze zijn vooral ′s nachts actief. Overdag zoeken ze vaak een rustige plek op zoals hopen takken, greppels, holle bomen of lege schuren. De steenmarter maakt meestal weinig of geluid behalve stommelen in of rondom het nest.

Waar

De steenmarter komt uit Zuid- en Oost-Europa en Azië maar trekt de laatste decennia naar NW Europa. In Nederland tot nu toe vooral in het Oosten. Zijn voorkeursbiotoop is een landelijke omgeving bij menselijke activiteit (ivm voedsel). Maar steeds vaker wordt hij in steden en dorpen gesignaleerd. Omdat ze afkomen op bekabeling van (warme) automotoren omdat daar visolie in verwerkt zit, reizen ze soms grote afstanden mee als verstekeling.

 hooiwagenkleine dierenHooiwagen10 sep 2017september

Hooiwagen, 10 sep 2017

 hooiwagen

Afgelopen weekend was de nationale tuinspinnentelling. Iedereen werd gevraagd om in z’n eigen tuin uit te kijken naar maar liefst 600 soorten. Aan de ene kant denk je, moet dat nu weer (naast vlinders en vogels, etc), maar als je je er in verdiept, kom je toch altijd weer op leuke ontdekkingen of dingen waar je vroeger overheen keek. Zo weet ik nu dat wat ik zelf altijd de huisspin noemde eigenlijk trilspin heet. En al (oppervlakkig ) speurend liep ik ook tegen een zeer fragiel hoogpotig wezen aan met 8 poten: de hooiwagen. In principe weet e als bioloog dat een insect 6 poten heeft en een spin 8, maar is een hooiwagen nu wel of niet een spin? Een spin heeft namelijk altijd een apart borststuk en vaak een zeer groot achterlijf. Maar de hooiwagen is een zeer compact bolletje dat tussen die enorme fragiele poten hangt (foto). Het blijkt

dus inderdaad dat hooiwagens een aparte orde zijn, maar in de spinnentelling worden ze ook meegenomen.

Bijzonder

Wereldwijd zijn er inmiddels zo’n 7000 soorten hooiwagens bekend. Overigens is het verwarrende dat vele mensen de 6 potige langpootmug (met vleugels) ook hooiwagen noemen. In Nederland zijn er inmiddels 34 soorten bekend, maar 14 daarvan zijn daar inde laatste 30 jaar pas bijgekomen. Een spectaculaire soort is de reuzenhooiwagen met 9 cm lange poten. Die is waarschijnlijk via internationale handel rond 2008 in Nederland terecht gekomen en verspreid zich sinds die tijd over West Europa. I.t.t. echte spinnen die carnivoor zijn, zijn hooiwagens alles eters die ook dode dieren en plantenresten eten/opruimen. Ze kunnen itt spinnen ook geen draden spinnen en terwijl spinnen 4-8 paar ogen kunnen hebben, hebben hooiwagens maar 1 paar. Hooiwagens kunnen kun poten heel makkelijk kwijtraken op een vooraf bepaald breukvlak. Die poten blijven dan nog een tijd bewegen en dat helpt de eigenaar om aan een rover te ontsnappen

Waar

Hooiwagens leven overal. Overdag schuilen ze tussen planten en stenen en ‘s nachts gaan ze op jacht.