bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Hazenpootje, 6 jul 2019

 hazenpootje

De bodem van de Haarlemmermeer is in feite een oude Waddenzee die daar duizenden jaren geleden heeft gelegen tot duineilanden aan elkaar groeiden tot de vaste kustlijn van Holland. Dat was ver voor de Romeinse tijd. Er vormde zich toen een enorm zoetwatermeer dat zich opvulde met veen. Dankzij de verveningsdrang van onze voorouders ontstonden er de veenplassen zoals de Westeinder en onze eigen Waterwolf van 28000 ha. Bij de drooglegging in 1852 werden de rijke kleigronden gereserveerd voor de boeren en op de oude zandbanken planden ze Hoofddorp en het Haarlemmermeerse Bos. Die zandbanken bevatten ook wat klei zodat ze altijd voedselrijker en vochtiger zijn dan bv de zandgronden van de duinen en de Veluwe. Veel soorten van die droge voedselarme zand gronden hebben we dus niet in de polder. Maar op minstens 1 plek wel. Bij Cruquius tegen Heemstede aan vond ik velden met

hazenpootje. Dat komt omdat er een tong van duinzand tot in de Haarlemmermeer doorloopt.

Bijzonder

Bij die velden hazenpootje stonden ook schapenzuring, ook zo’n heideplant. Hazenpootje is een vlinderbloemige. Alle bonen en klavers horen daar ook bij. Vlinderbloemigen hebben een symbiosetruc ontwikkeld. Zij maken wortelknolletjes waarin ze bacteriën kweken die stikstof uit de lucht vastleggen in ruil voor suikers die de plant maakt. Vlinderbloemigen maken in feite hun eigen kunstmest, want stuikstof is een van de hoofdbestanddelen van eiwitten waaruit alle cellen bestaan. Alle vlinderbloemigen doen dat, maar hazenpootje doet dat weer op een speciale manier zodat ze op heel arme en heel droge plekken kan staan. Hazenpootje heet zo omdat de bloem heel ’fluffy’ is (inzet foto)

Waar

Ik trof de hazenpootjesvelden aan op de helling van de N201 naar de brug van Cruquius. Maar ook tot aan het ziekenhuis staan er velden in de berm wat ook op duinzand wijst. De rest van de N201 ligt op zo’n zandbank en dat kun je mooi zien aan het lage gras waar de geel blinde rol klaver in domineert. Ook een vlinderbloemige, maar dan op net iets minder arme grond.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 10 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 prachtvlamhoedgrootpaddenstoelenPrachtvlamhoed4 okt 2009oktober

Prachtvlamhoed, 4 okt 2009

 prachtvlamhoedgroot

Eierkoekzwam of prachtvlamhoed Voor zover u er nog niet zelf achter bent: het paddenstoelenseizoen is laat, maar nu toch echt goed op gang gekomen. Normaliter is september de beste tijd. Dan is de temperatuur nog vrij hoog, wat goed is voor de groei en september is meestal nogal nat, wat goed is voor schimmeligheid. Maar na de week regen in het begin van de maand is het kurkdroog gebleven. Na die week waren de ongeduldige soorten al uitgegroeid. In De Heimanshof hebben we veel plezier beleefd aan de groei van 8 reuzenbovisten. Door het uitblijven van meer regen werden ze ´maar´ 25-30 cm groot. Met een beetje regen erbij had dat 60 cm kunnen worden. Maar nu is het dan echt losgebarsten: gekraagde aardsterren, elfenbankjes, weidechampignons, russula´s, meniezwammetjes, judasoren, dodemansvingers, zwarte reuenkorsten, noem maar op, ze zijn er weer allemaal. Maar de zwammenwereld heeft altijd weer verrassingen en dan met name soorten die zo maar verschijnen, die we nog nooit eerder hebben gezien: De leukste verrassing van vorige week was dat talloze

bundels van zwammen op een oude wilgenstam verschenen, die nog het meest leken op eierkoeken. Ze zien er heel mooi en smakelijk uit, maar bij paddenstoelen moet je altijd op je hoede zijn: in dit geval bleken het prachtvlamhoeden te zijn, en die zijn bitter en giftig (maar niet dodelijk giftig)

Bijzonder

Prachtvlamhoeden groeien net als bundel- en honingzwammen in bundels en beginnen als droge halve bollen. Als ze uitgroeien blijft een ring achter op de steel en wordt de hoed breed bolvormig en prachtig goudbruin, tot wel 15 cm in diameter. De lamellen zijn bij jonge exemplaren geel, maar worden later roestkleurig. De sporen zijn roestbruin.

Waar

De prachtvlamhoed groeit in de late zomer en de herfst aan de voet van wilgen, vaak in lanen, in parken en plantsoenen. De schimmel kan parasiteren op levend hout en leeft ook van de vertering van dood hout. Prachtvlamhoeden zijn niet echt zeldzaam en komen door het hele land voor.

 prachtvlamhoedgrootHH

 akkerandoornplantenAkkerandoorn2 okt 2009oktober

Akkerandoorn, 2 okt 2009

 akkerandoorn

Deze column is bedoel om bijzondere natuurverschijnselen in onze polder ´op de kaart te zetten´. En dat ontdekken gaat natuurlijk het beste als er vele ogen meekijken. De afgelopen tijd was een vruchtbare tijd. Er kwamen vele meldingen van 3- 12 lepelaars die zich ophielden langs de spoorbaan, het 3e ijsvogelnest van dit jaar op De Heimanshof leverde vorige week 1 jong op, wat het totaal op 7 bracht en de polderecoloog meldde een nieuwe rode lijstsoort voor onze polder: de akkerandoorn. Deze soort hoort bij de lipbloemigen. Van deze familie zijn de witte, paarse en gele dovenetel veel bekender. In De Heimanshof zijn wel 10 soorten andoorns en (dove)netels te vinden, maar niet de akkerandoorn. De akkerandoorn komt laat tot ontwikkeling. De soort bloeit van juli tot de eerste vorst en heeft maar weinig concurrentiekracht. Zelden vind je de soort in grote aantallen bijeen.

Bijzonder

In Nederland is de akkerandoorn overal vrij zeldzaam en zeker in het westen.

Daarom staat de akkerandoorn op de Rode lijst als vrij zeldzaam en zeer sterk afgenomen. Akkerandoorn behoort tot de hakvruchten: plantensoorten die van oudsher voorkwamen op akkers die met stalmest werden bemest en die handmatig werden geschoffeld of gehakt, om het onkruid onder de duim te houden. Voorbeelden zijn: esdoornganzevoet, ingesneden dovenetel, en veel soorten met "akker- "als voorvoegsel. Deze soorten kunnen slecht tegen chemische onkruidbestrijding en bemesting met kunstmest. Daardoor zijn zij door de moderne landbouw helemaal verdreven naar volkstuintjes, nutstuintjes, schooltuintjes e.d. Het zijn dus echte cultuurvolgers, maar dan wel de "oude" kleinschalige cultuur, waar we extra zuinig mee moeten omspringen.

Waar

Akkerandoorns komen voor op voedselrijke grond in moestuinen, akkerland en bermen. De soort komt van nature voor in West-Europa, West-Azië en Noordwest-Afrika. In de Haarlemmerpolder is de soort vorige week waargenomen in industrieterrein De President en dat is de 1e keer.

 akkerandoorn3

 koperwiekvogelsKoperwiek26 okt 2008oktober

Koperwiek, 26 okt 2008

 koperwiek

Een week geleden is het weer volop begonnen: het ijle ‘tsieie’ geluid in de nacht en ook wel overdag. Dat betekent dat de koperwieken uit Scandinavië, Noord-Rusland en IJsland weer bij miljoenen door ons land trekken, omdat het daar te koud aan het worden is. Koperwieken zijn lijsterachtigen die op zanglijsters lijken. Ze zijn daarvan te onderscheiden door duidelijke witte strepen onder en boven hun oog en de grote koperkleurige vlek in hun vleugeloksel, die soms ook te zien is als ze hun vleugels opgevouwen hebben (zie foto). Vandaar hun naam. De vlucht van koperwieken is krachtig en rechttoe rechtaan en lijkt op die van de spreeuw en totaal niet op de vlucht van merels en zanglijsters, die echte bosvogels zijn, die het liefst in dekking blijven. Koperwieken trekken meestal in groepen van 50- 200 individuen en doen dat vaak in het gezelschap van kramsvogels, een andere lijsterachtige, die veel groter is en geen

bescheiden ‘tsieie’ geluid maakt maar een veel ‘zelfbewuster’ ‘tjak-tsjak’ laat horen.

Bijzonder

De koperwieken hebben een speciale reden om naar en door Nederland te trekken. Nederland staat namelijk vol met bessenstruiken: Lijsterbessen, vuurdoorns, zuurbessen, duindoorns, meidoorns en ga zo maar door. Deze bessen vormen een groot deel van het wintervoedsel voor deze vogels. Verder vullen zij hun dieet aan met wormen en slakken en andere kleine dieren uit gazons en weilanden.

Waar

De koperwiek zien we in Nederland alleen in de winter. In Noord-Europa is de Koperwiek een talrijke broedvogel van naaldbossen en berkenbossen. De populatie van Noord-Europa wordt geschat op 30-40 miljoen exemplaren. Dit aantal kent grote variaties door vooral strenge winters of in jaren met een nat voorjaar en daardoor een slecht broedresultaat. In de winter trekken ze, meestal ′s nachts, naar het zuidwesten. Veel koperwieken blijven in Nederland overwinteren. Alleen als de winter te koud wordt, verlaten ze ons land weer en trekken verder naar het zuiden, of verplaatsen ze zich naar de stad, waar het warmer is.

 patrijsvogelsPatrijs14 okt 2008oktober

Patrijs, 14 okt 2008

 patrijs

De velden zijn weer kaal en vaak is er nog veel eetbaars achtergebleven voor een schuwe en steeds zeldzamer vogel: De patrijs. Een patrijs wordt zo’n 30 cm groot. Zijn poten zijn grijs en kop en keel zijn bruin. Mannetjes hebben een donkerbruine buikvlek in de vorm van een hoefijzer. De vrouwtjes hebben een kleinere vlek en de jongen nog geen. Voor de rest is er weinig verschil tussen mannetjes en vrouwtjes (in tegenstelling tot zijn naaste familielid de fazant). Een patrijzenpaartje blijft i.t.t. kwartels, fazanten en kippen levenslang bij elkaar. De patrijs is moeilijk te houden in gevangenschap omdat hij zeer gevoelig is voor infecties. Patrijzen eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel, maar de jongen leven de eerste weken alleen van insecten en ander klein gedierte.

Bijzonder

Tot ver in de 20e eeuw was de patrijs een algemene broedvogel, met enkele honderdduizenden broedparen. Vanaf de jaren vijftig namde stand sterk af. dit teruggang duurt nog steeds voort. Rond 1975 bedroeg het aantal broedparen minder dan 50.000 en begin jaren negentig was het verder geslonken tot 20.000-25.000 paar. De meest recente schattingen

gaan uit van 9000-13000 paar. De afname is het sterkst in het oosten en midden van het land. De patrijs staat daarom op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten in Nederland met als status ′kwetsbaar′. De reden voor de teruggang is o.a. dat ze een gebrek hebben aan insecten, wat weer komt doordat er nauwelijks kruidenrijke overhoekjes meer zijn. Bovendien zijn er onvoldoende stoppelakkers om te overwinteren. Verder sneuvelen er in het broedseizoen veel nesten door maaien. Op de patrijs mag daarom op dit moment in Nederland niet gejaagd worden.

Waar

In de Haarlemmermeer kun je op verschillende plaatsen nog patrijzenfamilies tegenkomen. SOVON schat dat er hier nog 4-10 paartjes per kilometerhok (5x 5 km) voorkomen, maar dat lijkt mij zeer aan de ruime kant. De patrijs is een standvogel die in het overgrote deel van Europa voorkomt met uitzondering van het uiterste zuiden en noorden. Oorspronkelijk waren het steppebewoners, maar de soort heeft zich aangepast aan het leven in kleinschalig agrarisch landschap. Akkerland is het meest in trek, vooral als dit wordt afgewisseld met ruige dijken, slootranden, wegbermen en houtwallen.

 patrijsgroot

 elzenhaantjeinsectenElzenhaantje12 okt 2008oktober

Elzenhaantje, 12 okt 2008

 elzenhaantje

De aanleiding voor deze week is een explosie van ‘rupsen’ in Getsewoud- Noord vorige week. Deze rupsen trokken massaal tuinen in en langs muren omhoog op zoek naar voedsel, nadat zij de elzen in de straat van al hun blad hadden ontdaan. Deze rupsen bleken de larven van het elzenhaantje. Dit 6-7 mm lange kevertje, met een opvallende glanzend donkerblauwe kleur, behoort tot de familie van de bladhaantjes. Dit kevertje is het belangrijkste bladetende insect op de els, maar komt ook voor op de populier, de hazelaar en de wilg. De elzenhaantjes overwinteren als kever op de grond onder bladeren en afgestorven plantenresten. Van april tot juni planten zij zich voort op elzen. De volwassen kevers knagen aan de bovenkant van het blad, terwijl de larven aan de onderkant hun best doen. Er blijft soms niet veel meer over dan kale takken of takken met bladsteeltjes en enkele nerfrestanten. De vrouwtjes leggen tot 900 oranje eitjes, die in groepjes aan de onderkant van een blad worden afgezet.

Uit de eitjes komen na 5 tot 14 dagen olijfgroene en later zwart wordende keverlarven, die zich na drie weken, vanaf juli, op de grond onder afgestorven plantenresten gaan verpoppen. Na 8 tot 11 dagen komt de nieuwe generatie kevertjes uit de poppen. Die daar normaliter blijven tot het volgende voorjaar.

Bijzonder

In Getsewoud waren het vorige week de jonge olijfgroene larven van het Elzenhaantje die, toen de elzen op waren, massaal op zoek gingen naar nieuw voedsel. Het Elzenhaantje vormt meestal geen echte plaag en ook de elzen die kaal worden gevreten, gaan daar meestal niet dood aan en lopen weer opnieuw uit. Het bijzondere aan deze uitbraak was dat deze zich voordeed in september, wanneer de nieuwe generatie kevers van dit jaar zich normaliter onder de grond stil houdt tot het volgende voorjaar. Het van slag raken van het bioritme van deze kevers kan te maken hebben met het veranderende klimaat, maar ook met andere nog onbekende ecologische factoren. Het probleem heeft zich inmiddels opgelost doordat de jonge larven door gebrek aan eten grotendeels omgekomen zijn.

Waar

Het elzenhaantje is een van de algemeenste bladkevers en komt in het hele noordelijke halfrond voor, overal waar Elzen staan.

 paardekastanjemineermotbomenPaardenkastanje5 okt 2008oktober

Paardenkastanje, 5 okt 2008

 paardekastanjemineermot

Het is volop kastanjetijd. Onze gewone kastanje heet eigenlijk paardenkastanje. Zo’n boom kan 20 tot 25 m hoog worden en 200- 400 jaar oud. Er bestaat een rode en een witte soort, waarvan de witte veel algemener is. De latijnse geslachtsnaam ′Aesculus′ betekent "Eik met eetbare eikels", maar eigenlijk zijn kastanjes niet echt eetbaar, door het hoge tanninegehalte, behalve voor geiten en varkens. De soortnaam ′hippocastanum′ slaat op het feit dat de kastanjes aan paarden werden gegeven om ze van hoest te genezen. Op dit moment zijn de knoppen voor volgend jaar al aangemaakt. In zo’n knop wordt het tere weefsel van nieuwe bloemen en bladeren met een wollig dons tegen kou en vocht beschermd. Het hout van de paardenkastanje is licht en niet duurzaam, net zoals de wilg. Duurzaam kastanjehout komt van de tamme kastanje, die ook de eetbare kastanjes levert.

Bijzonder

Sinds ongeveer 1995 hebben kastanjebomen

veel last van vroeg bruin wordend blad. Dit wordt veroorzaakt door mineermotjes die grote aantallen eitjes op de bladeren leggen. Daaruit ontwikkelen zich piepkleine larfjes, die leven van de bladgroenkorrels tussen de onder- en bovenkant van het blad. De kastanjemineermot komt uit Roemenië, Bulgarije en Hongarije. Door de eenwording van Europa zijn deze motjes met opkomend vrachtverkeer meegelift naar West-Europa. Hoewel het bruine blad niet mooi is, gaan er zelden bomen door dood. In 2002 werd voor het eerst in Nederland en wel in de Haarlemmermeer, een nieuwe ziekte op de kastanje geconstateerd, waaraan de bomen wel kunnen doodgaan. Deze ziekte wordt voorlopig de bloedingsziekte genoemd. Op de bast van de boom ontstaan roestbruine, vochtige plekken, die gaan bloeden met een dikke bruinrode vloeistof. De ziekte heeft zich inmiddels over het gehele land verspreid. Ruim 30 % van de bomen heeft deze ziekte inmiddels. Het lijkt er steeds meer op dat een vorm van bacteriekanker de oorzaak is. Tegen deze ziekte is door een Nederlands bedrijf een middel ontwikkeld, maar resultaten zijn nog niet beschikbaar.

Waar

De paardenkastanje komt in ongeveer 20 soorten op het Noordelijk halfrond voor, voornamelijk in N-Amerika,en van ZO-Europa tot China en Japan. Pas in de 17e eeuw is de boom ingevoerd in Nederland om landgoederen te verfraaie

 velduilvogelsVelduil28 okt 2007oktober

Velduil, 28 okt 2007

 velduil

De velduil komt voor in de Noordelijke delen van Europa, Azië en Amerika. Zijn leefgebied bestaat uit moerassen, graslanden en agrarisch land. De velduil is ongeveer 38 cm groot en leeft en broedt vooral op de grond. Het voedsel bestaat grotendeels uit woelmuizen. Daarnaast worden ook andere muizen en vogels gegeten. De velduil heeft een ronde kop, vrijwel zonder oorpluimen en een opvallend gezichtsmasker.

Bijzonder

Velduilen jagen zowel ′s nachts als in de schemering. Meer dan andere uilensoorten jagen ze ook overdag, waardoor ze vaker opvallen. De soort staat op de Rode Lijst vanwege de duidelijke afname en de geringe verspreiding van de Nederlandse broedpopulatie, en vanwege de kwetsbaarheid van het broedbiotoop.

Waar

Velduilen broeden in wisselende aantallen in de duinstreek en in moerasgebieden. Sinds de jaren vijftig is in het zuiden en oosten van het land sprake van een dalende trend. Op de Waddeneilanden

en in de net ingepolderde Flevopolders nam de soort eerst toe. Flevoland is inmiddels echter weer bijna verlaten, terwijl de Waddeneilanden -vooral Ameland - nu hèt bolwerk van de soort in Nederland zijn. Het aantal broedparen schommelt de laatste jaren tussen de 50 en 175 paar, waarvan tenminste driekwart op de Waddeneilanden. De kieskeurigheid en de zeldzaamheid van deze soort maakt het zeer bijzonder dat in het landschap om de startbanen van Schiphol het hele jaar door velduilen voorkomen. In sommige jaren zijn er wel 10 exemplaren waargenomen. De roofvogelwerkgroep schat dat maximaal 3 paren per jaar tot broeden komen. Dit jaar zijn tenminste drie jonge velduilen gemeld, waarvan 2 het slachtoffer waren van vliegtuigen. Het geringde derde jong staat op de foto. Ook op ander plaatsen in de Haarlemmermeer, zoals de Boseilanden worden soms velduilen gemeld. Vooral broedvogels uit Scandinavië overwinteren ook in Nederland. In oktober verschijnen de eerste trekkers, terwijl de laatste in mei weer zijn vertrokken. Het zijn echte zwervers. In Nederland geboren vogels trekken soms weg tot in noordelijk Scandinavië en Rusland, maar andere blijven hun leven lang binnen de landsgrenzen

Terugmeldingen

: Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe en een doortrekkende slechtvalk en veel haviken langs de Geniedijk.

 goudhaantjevogelsGoudhaantje21 okt 2007oktober

Goudhaantje, 21 okt 2007

 goudhaantje

Het goudhaantje en zijn neefje het vuurgoudhaantje zijn de kleinste broedvogels van Europa, die nu in gezelschap van mezen in grote getale aan het trekken zijn en daarbij ook de tuinen en parken van de Haarlemmermeer bezoeken. De kans daarop is het grootst als er ergens naaldbomen staan. Het goudhaantje is een schuw en teruggetrokken levend dier. Het ijle ziee, ziee geluid waarmee de vogeltjes non-stop contact houden, is vaak de beste manier om ze te ontdekken. Het goudhaantje leeft bij voorkeur in naaldbossen en gemengde bossen. Het eet veel spinnensoorten en insecten, vooral vliegen, luizen en kevers en hun larven, maar af en toe pakt hij ook grotere insecten zoals nachtvlinders. Overdag zoekt hij constant eten, springend of ondersteboven hangend aan een tak. De paartijd is van april tot mei. Ongebruikelijk voor de meeste vogels is dat goudhaantjes vaak twee nesten bouwen. Het is gemaakt van mos en korstmos en het wordt bij elkaar gehouden door spinnenwebben. De bouw kan wel twee weken duren. Hoewel het vrouwtje de eieren uitbroedt, worden de kuikens eerst alleen maar door het mannetje gevoerd.

Daardoor kan het vrouwtje in het andere nest opnieuw eieren leggen en uitbroeden. Een legsel bestaat meestal uit 7-10 eieren.

Bijzonder

Goudhaantjes zijn ongeveer 9 cm lang en wegen 4-7 gram. Hoe klein dit is blijkt uit het feit dat een gewone enkelvoudige brief maar 20 gram weegt. Voor zo’n klein dier is het daarom een grote prestatie om over land en zee, naar Spanje, Oost-Europa en delen van noordelijk Afrika te trekken. Het vindingrijke goudhaantje zweeft vaak boven een spinnenweb, en wacht totdat hij gevangen insecten kan pakken.

Waar

Goudhaantjes komen wijdverspreid voor, vooral in de duinen en in Oost en Zuid- Nederland. De schattingen van het aantal broedparen in ons land variëren van 40.000-60.000. Of er veel in de Haarlemmermeer broeden is niet bekend. Wel trekken er grote aantallen door in de herfst en winter. Deze kleine vogels hebben veel last van slecht weer en strenge winters en daardoor schommelt hun aantal soms dramatisch. Goudhaantjes zijn vooral kwetsbaar tijdens de trek. Afname van leefgebied in het bos vormt ook een bedreiging.

Terugmeldingen

: Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe en een doortrekkende slechtvalk en haviken langs de Geniedijk.

 VisdiefvogelsVisdief16 okt 2007oktober

Visdief, 16 okt 2007

 Visdief

Visdieven zijn koloniegewijs broedende vogels van kustgebieden en visrijke wateren in het binnenland. Bij voorkeur op eilandjes en andere moeilijk bereikbare plaatsen met een vrijwel kale bodem. Het voedsel bestaat uit kleine visjes, die meestal met spectaculaire duiken bemachtigd worden. Onze visdieven overwinteren langs de Westafrikaanse kust, van Mauretanië tot Nigeria.

Bijzonder

Rond 1900 broedden meer dan 30.000 paar visdieven in ons land. Afschot voor een dameshoeden-modegril en het rapen van eieren leiden tot een forse afname. Na beschermingsacties namen de aantallen weer toe tot 45.000 paar in 1939. Door DDT e.d. en het vernietigen van een broedkolonie van 20.000 paar, waren er in 1965 nog 5000 paar over, waarna een voorzichtig herstel inzette. Momenteel broeden jaarlijks 15.000 tot 17.000 paar visdieven in ons land. De soort staat op de Rode Lijst vanwege de grote afname van het aantal broedparen en

hun beperkte verspreiding.

Waar

Hoewel het visdiefje al weer op weg is naar Afrika om te overwinteren is deze soort toch het onderwerp van deze week. Visdiefjes maken nl sinds 2001 gebruik van het dak van het PWN gebouw bij Hoofddorp (hoek Kruisweg, Driemerenweg) en er is recent vastgesteld dat de vogels van deze kolonie afgelopen zomer de oorzaak zijn geweest van de besmetting van het drinkwater met E-Coli bacterie. PWN bestudeert nu de mogelijkheden om te verhinderen dat de vogels zich in 2008 weer op het dak gaan vestigen. Op dit sedumdak broeden niet alleen sterns, maar in ook steeds meer meeuwen. De grotere meeuwen waren al bezig het visdiefje weg te drukken, want in 2007 waren er nog 44 paar over van de top van 200 in 2003. In 2003 was ook de zeer zeldzame zwartkopmeeuw nog aanwezig met 6 paar. Die komt al niet meer tot broeden. Als dit dak als nestgelegenheid wegvalt is er nog 1 broedkolonie over in de Haarlemmermeer, ook op een dak in Nieuw-Vennep, waar dit jaar ongeveer 70 broedparen werden vastgesteld. Bron gegevens Haarlemmermeer: Erik Wokke.

Terugmeldingen

Let vanaf nu op de houtsnip, een bruine vogel met een lange snavel en een zeer goede camouflage, die nu doortrekt en zich overdag vaak in tuinen onder bosjes ophoudt. Veel vogels vliegen zich elk jaar tegen ramen te pletter als ze opgeschrikt worden.

 herfsttijloosplantenHerfsttijloos14 okt 2007oktober

Herfsttijloos, 14 okt 2007

 herfsttijloos

Herfsttijloos is een is een knolgewas dat veel op de krokus lijkt, maar diat niet in het voorjaar maar in de herfst bloeit met lichtpaarse bloemen. De naam komt van het feit dat de plant geen bladeren heeft tijdens de bloeitijd. Die bladeren en ook de vruchten komen pas in het voorjaar te voorschijn. Het is een zogenaamde droogbloeier. Dat wil zeggen dat de bol geen water opneemt en geen wortels en bladeren vormt tijdens de bloei. De herfsttijloosfamilie kent wereldwijd ongeveer 200 soorten. De enige soort daarvan die inheems is in Nederland is herfsttijloos zelf.

Bijzonder

De plant is zeer giftig en mag ook niet door dieren gegeten worden. De stof die daarvoor verantwoordelijk is, is colchicine. Dit komt zowel in de knol als in de bloemen en zaden voor.De werking van colchicine is, dat het bij celdeling het splitsen van het DNA ontregeld. In een beperkt aantal gevallen blijven dan dubbelle sets chromosomen achter in een cel. In de plantenveredeling

wordt colchicine daarom gebruikt voor het verdubbelen van het aantal chromosomen in celkweken. Als deze celkweken levensvatbaar zijn, leveren zij grotere planten met 4 of 8 in plaats van 2 of 4 sets DNA. Voorbeelden hiervan zijn b.v. rassenlijnen met steeds grotere pompoenen of aardbeien.
Colchicine wordt soms bij een aantal ziektes gebruikt, zoals jicht, kanker en geelzucht. Het is echter een gevaarlijk middel, met een klein verschil tussen een werkzame en een giftige dosering.
Herfsttijloos is in het wild in Nederland zeldzaam en gaat steeds verder achteruit: de plant staat op de Nederlandse Rode lijst (planten) en is in Nederland ook wettelijk beschermd.

Waar

Herfsttijloos heeft zich uit West-Azië en het Middellandse Zeegebied, door bijna heel Europa verspreidt. De voorkeursgroeiplaatsen zijn in bossen, langs duinpaden en in vochtige weilanden. De gekweekte herfsttijloos, die veel in tuinen voorkomt is een Oosterse soort, die veel meer en grotere bloemen heeft. In de Heimanshof staat de inheemse soort in bloei.

Terugmeldingen

Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe. Ook de vlinder het Bont zandoogje wordt met het mooie herfstweer nog op veel plaatsen waargenomen.

 ijsvogelvogelsIJsvogel24 okt 2006oktober

IJsvogel, 24 okt 2006

 ijsvogel

De ijsvogel staat op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten in Nederland. Tussen 1995 en 2002 schommelde hun aantal in ons land tussen 30-70 broedpaar (1997) en 650-700 broedpaar (2002). Anders dan zijn naam doet vermoeden, moet de ijsvogel niets van strenge winters hebben. Bij strenge vorst hebben ze het als standvogel zwaar. Hun voornaamste voedsel, kleine visjes zoals stekelbaarzen, zijn dan gedurende lange tijd onbereikbaar onder een dikke laag ijs. Tijdens strenge winters krijgt de populatie dan gevoelige klappen. Een verlies van 80- 95% is dan geen uitzondering.
Grote verliezen waren er recentelijk tijdens de strenge winters van 1995/96 en 1996/97. De soort

kent dan ook van nature grote schommelingen. Maar gelukkig kan de stand zich in 5-7 jaar weer herstellen tot een niveau van voor een strenge winter.

Waar

: Van de Haarlemmermeer is één broedgeval bekend. Doortrekkers, van augustus tot de vorst invalt daarentegen, zijn er elk jaar vrij veel, vooral langs de Geniedijk. Op dit moment staat de teller op 3, in sommige jaren zien wij er wel 8-10. Soms blijven de vogels vele weken op dezelfde plaats.

Bijzonder

: De ijsvogel is een zeer opvallende vogel die zowel aan de lichaamsbouw, de kleur, roep en het gedrag gemakkelijk te herkennen is. Kleine visjes vormen het belangrijkste voedsel en de ijsvogel komt dan ook vooral voor in de buurt van helder, visrijk water. De vogel jaagt vanaf een post boven het water of biddend in de lucht en stort zich vervolgens loodrecht naar beneden. De ijsvogel vliegt doorgaans in een rechte lijn snel en laag over het water. Een goede manier om de vogel te ontdekken is door zijn luide en opgewonden roep, die klinkt als wi-wi-wi-wi-wi.

 krooneendvogelsKrooneend20 okt 2006oktober

Krooneend, 20 okt 2006

 krooneend

Krooneenden en vooral de mannetjes, zijn bijzonder mooie bijna tropisch aandoende vogels in meren en plassen met een riet- of kruidenrijke oever. Een rijke onderwatervegetatie, liefst van kranswieren, is een vereiste, omdat deze planten de hoofdmoot van het menu uitmaken. Dierlijk voedsel als slakjes en insecten vormt slechts een aanvulling hierop.

Bijzonder

Het voedsel van de krooneend bestaat vooral uit kranswieren. Dat is een bijzonder hard onappetijtelijk wier dat vol zit met silicium (zandkristallen) en daarom erg onaangenaam aanvoelt bij aanraking tijdens b.v. zwemmen. Het is een weinig concurrentiekrachtige onderwaterplant

die vooral in helder en voedselarm water voorkomt. En daar hebben we in Nederland niet veel van, zoals het voorkomen van de zeldzame krooneend illustreert.

Waar

Krooneenden zijn oorspronkelijk afkomstig uit Azië, waar de soort in ondiepe steppemeren voorkomt. Aangenomen wordt dat de krooneend naar West-Europa uitweek omdat de kwaliteit van het oorspronkelijke leefgebied sterk afnam. Pas sinds 1942 worden krooneenden in Nederland waargenomen, vooral in de Utrechts/Hollandse veenplassen en wat later de Randmeren. Lange tijd schommelde het aantal broedparen tussen de 30 en de 65. Eind jaren tachtig waren daarvan nog 15 paren over. Sinds 1990 is sprake van een kleine opleving; het huidige bestand wordt geschat op 120 tot 170 paren, die broeden in Botshol, de Vinkeveense Plassen en bij Rotterdam.
Gezien de zeldzaamheid van de eend en zijn hoge eisen, mag het bijzonder heten dat begin oktober 2006 (en ook in 2005 om dezelfde tijd) een mannetjes krooneend een tijd verbleef aan de ecologische oever in Toolenburg.

Waar te nemen: af en toe als passant

Status:Niet beschermd