bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

hondskruid, 25 jul 2020

 hondskruid1

Hondskruid klinkt niet echt aantrekkelijk. Toch zit er achter deze naam een fascinerend verhaal. Hondskruid is nl een orchidee. En niet zo maar 1. Bij orchideeën denken veel mensen aan tropische orchideeën die je in de winkel kunt kopen. Maar ook in Nederland komen ca 70 soorten orchideeën voor. En daarbij denken de meest mensen dan aan Limburg, want op de kalk van Limburg komen zo’n 60 soorten voor. Wat meestal niet bekend is, is dat in onze ‘kale landbouwpolder’ die steeds meer met woningen en kantoren wordt gevuld misschien wel meer orchideeën voorkomen dan in Limburg. Nog pas 2 weken geleden heb ik een fietstocht langs een veld met ca 1 miljoen orchideeën gehouden. Tot op heden hebben we in de Haarlemmermeer 14 soorten gevonden. Dat komt omdat we een oude waddenbodem hebben, waar nog schelpen (kalk) inzit, de oude zandbanken zijn voedselarm en

beetje brakke kwel helpt ook. Van die 14 soorten is hondskruid een van de zeldzaamste.

Bijzonder

De eerste plant werd een jaar of 10-15 gelden ontdekt in Beukenhorst aan de kruisweg. Die werd geplukt. Een jaar of 8 gelden verscheen er 1 ook in Beukenhorst aan de Kagertocht, die na 2 jaar werd ook werd geplukt. Nu is er een heel veldje gevonden in het Groene Carre Zuid. De plek werd ontdekt en gefotografeerd door Ruud Luntz, Waarvoor dank.

Helaas is in 2017 aan de meeste orchideeën de status van beschermde soort ontnomen. Dat kwam project ontwikkelaars beter uit en onze overheid luistert ‘goed’ naar de samenleving.

Waar

Hondskruid houdt van zonnige plekken op zand-, leem- of kleibodem. Het komt voor rond de middellandse zee en in Europa tot Noord-Duitsland, Schotland, en Ierland. In Nederland is de plant zeer zeldzaam en komt voor in Zuid-Limburg, Zeeland, in de duinen bij Wijk aan Zee en Noordwijk aan Zee en in het westen van het land op opgespoten braakliggende industrieterreinen. Wellicht door de klimaatverandering is de soort aan een gestage opmars bezig. Dat is dus ook in onze polder te merken.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 10 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 rozenmarijngoudhaantjeinsectenRozenmarijngoudhaantje9 okt 2010oktober

Rozenmarijngoudhaantje, 9 okt 2010

 rozenmarijngoudhaantje

De zomer ligt al weer achter ons. Dus de tijd van insecten zou voorbij moeten zijn. Maar niets is minder waar. Ik wordt de laatste weken overspoeld met interessante waarnemingen over torren, kevers en andere kruipers. Opvallend is dat er veel ´exoten´ of zo u wilt ´allochtonen´ of ´asielzoekers´ bij zitten. Sommige daarvan zijn absoluut een verrijking van onze fauna, terwijl ander soorten de potentie van een plaag in zich hebben. Een soort die in beide categorieën valt, is het rozenmarijngoudhaantje. Deze prachtige koperrood en -groen gekleurde soort werd in Cruquius waargenomen door een trouwe lezeres en ook al meteen correct op naam gebracht! Zoals de naam al zegt leeft hij (o.a.) op rozemarijn, maar ook lavendel, salie, tijm en munt worden niet versmaad.

Het is een prachtige kever, echter hij kan zo algemeen worden dat van deze soorten niet veel meer overblijft.

Bijzonder

Insecten en speciaal mediterrane soorten hebben de naam warmte minaars te zijn. Het rozemarijngoudhaantje echter niet. In de zomer gaat deze soort in het warme zuiden al in zomerrust als de temperatuur boven de 14 graden Celsius komt. En pas als de dagen korter en koeler worden, wordt hij weer actief. In Nederland is al waargenomen dat de kevers zich pas half december verschuilen voor de koude, om al weer half januari actief te worden. In Nederland worden de meeste waarnemingen wel in de zomer gedaan.

Waar

De latijnse naam van dit goudhaantje is Chrysolina americana. Echter uit Amerika zijn geen waarnemingen bekend. Het is een Zuid-Europese soort die voorkomt van Spanje tot in Frankrijk. Ook in Groot-Brittannië rukt het rozemarijngoudhaantje de laatste jaren op. En nu begint deze soort ook als dwaalgast in Nederland op te duiken. Op Waarneming.nl staan 63 waarneming van ruim 600 exemplaren vermeld over de laatste 5 jaar. De waarneming uit Cruquius met 18 volwassen exemplaren en een paar larven is de eerste uit de Haarlemmermeer.

 klimopplantenKlimop2 okt 2010oktober

Klimop, 2 okt 2010

 klimop

Er is bijna geen plant die zo gewoon is als de klimop. Deze week wil ik u verrassen met een aantal inzichten, waardoor u deze plant zeker met andere ogen gaat bekijken. De reden dat ik de klimop nu behandel, is zijn bloeiwijze: ze bloeien nu: van eind september tot ver in december. Hoewel de bloemen onaanzienlijk en groen zijn, zijn het er wel heel veel en ze produceren veel nectar. In deze periode bloeit er bijna geen andere plant. Op mooie zonnige dagen worden de klimop daarom massaal door insecten bezocht. Op de klimop voor De Heimanshof, trof ik er op 1 oktober 25 vlinders en wel 10000 zweefvliegen en bijen aan. Als u een bloeiende klimop in uw eigen buurt eens nader bekijkt, let dan ook op het verschil in bladvorm tussen niet bloeiende en bloeiende takken. De jonge bladeren zijn handvormig ingesneden en de oudere bladeren zijn rond. Het zouden 2 soorten kunnen zijn. De bloemen

vormen gedurende de winter zwarte bessen, die vroeg in het voorjaar, als er nog geen andere vruchten zijn, door vogels gegeten worden. Zowel met zijn bloei als met zijn vruchten heeft de klimop dus een goede manier gevonden om goed door insecten bestoven en door vogels verspreid te worden.

Bijzonder

Er zijn nog meer bijzonderheden te melden van de klimop. Hij is namelijk de waardplant voor een heel aparte plant: de klimopbremraap. Bremrapen zijn hogere planten, die het belangrijkste kenmerk van planten, nl bladgroen, afgezworen hebben. Ze leven uitsluitend parasitair van hun waardplant en hebben bijna geen kleur en ook geen bladeren. De klimopbremraap is de laatste jaren op weg van een zeer zeldzame rode lijst soort een vrij algemene soort te worden. Alleen al in De Heimanshof staan er bijna 1000. Graag hoor ik van andere plaatsen waar deze curieuze soort voorkomt. De bloemen verhouten en staan van juni tot het voorjaar als bruine stokjes tussen de klimopbladeren.

Waar

De klimop is zeer algemeen en komt overal voor in tuinen en bosplantsoen, zowel aangeplant als in het wild.

 haarslakkleine dierenHaarslak31 okt 2009oktober

Haarslak, 31 okt 2009

 haarslak

Iedereen kent vertegenwoordigers van de huisjesslakken, zoals de wijngaardslak, de segrijnslak en de tuinslak of van de naaktslakken, zoals de grote wegslak of het slaslakje. Tot mijn grote verbazing kwam uit een slakken inventarisatie van De Heimanshof geen van de mij bekende slakken als algemeenste uit de bus, maar de Gewone Haarslak. En dat was niet het enige verbazingwekkende. Het Haarslakje heet namelijk niet voor niets Haarslakje. Door de naam verwachte ik dat het een soort dun naaktslakje zou zijn, maar niets was minder waar. Het Haarslakje is een huisjesslak met een grootte van 6-9 mm, dat (vooral in de jeugdige fase) bezet is met borstelachtige haren.

Bijzonder

Er zijn een aantal speculaties over de bestaansreden van de curieuze haartjes. De haartjes zijn een uitgroeisel van het hoornlaagje dat de verse schelp bedekt. Er is onderzoek gedaan, dat aangaf dat de haartjes de slak zouden

kunnen helpen om zich vast te houden op natte glibberige oppervlaktes, tijdens het fourageren. Een andere mogelijkheid is dat zij een verdedigingsmiddel zouden kunnen vormen. De hoofdvijanden van slakken zijn lijsterachtigen. Deze vogels zouden het gekriebel in hun keel als onprettig ervaren en na een paar pogingen geen behaarde slakken meer eten. De Gewone Haarslak niet de enige behaarde slakken soort. In Nederland komt ook de zeldzame Veerse Haarslak voor, die alleen daar voorkomt en de Rosse Haarslak, die ook vrij algemeen is.

Waar

De Gewone Haarslak kruipt rond in de strooisellaag en op of onder rottende takken en stammen, waar ze leeft van het verteren van organisch materiaal. De Gewone Haarslak is niet alleen hier algemeen. Ook rond Amsterdam bleek het het meest algemene weekdier te zijn en verder komt het diertje in een groot deel van Nederland, in een groot deel van West-Europa en in het oosten van de Verenigde Staten voor.

 haarslak2

 houtbij1insectenHoutbij23 okt 2009oktober

Houtbij, 23 okt 2009

 houtbij1

Op het Tolheksbos meldde een oplettende lezer, dat bijzonder grote pikzwarte bijen zich in haar tuin in een berkenstammetje hadden ingevreten. Zij had zelfs al de naam van deze bij gevonden: de blauwzwarte houtbij. Een mannetje was zo vriendelijk bij mijn bezoek (20 oktober!) bij een waterig herfstzonnetje naar buiten te komen en vertoonde daarbij gedrag dat ik uit Italië kende:linea recta vloog hij naar een naburige passiebloem om na luttele seconden volgetankt met nectar weer naar zijn holletje terug te keren. De blauwzwarte houtbij is een solitaire bijensoort (zie ook de columns over de wormkruidzijdebij en de muurrrouwzwever op De Heimanshofwebsite). Terwijl een hommel- of honingbijenkoningin vele werksters heeft, werkt een solitaire bijenvrouw alleen, met af en toe bezoek van een mannetje.

Bijzonder

De houtbij is één van de grootste bijen van Europa. Behalve de grootte is ook de kleur bijzonder: zwart met een dieppaarse glans. De houtbij is niet agressief

en steekt alleen in uiterste nood, en dan alleen de vrouwtjes (3 cm) want mannetjes (2 cm) hebben geen angel. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes overwinteren, om in het voorjaar te paren. De eitjes worden afgezet in pas afgestorven hout, dat nog een harde structuur heeft, b.v. in lariks, pruim, kers of berk. Het vrouwtje knaagt nesttunnels die 30 centimeter lang kunnen zijn en stouwt het einde vol met nectar en stuifmeel als voedsel voor de larven. Op iedere voedselvoorraad wordt een eitje afgezet, de eitjes worden in aparte kamertjes afgezet en gescheiden door houtsnipperschotjes.

Waar

De houtbij is een zuidelijke soort die de laatste jaren vaker gesignaleerd wordt: op de Veluwe, bij Rotterdam, in het Gooi en bij Uithoorn. De waarneming in het Tolheksbos is de eerste uit de Haarlemmermeer. De betreffende tuin ligt vlak bij de bloemrijke ecologische IJtochtzone die De Heimanshof i.s.m. de gemeente heeft aangelegd. Mogelijk is deze bloemenrijkdom mede een reden dat deze soort daar is neergestreken.

 houtbij2

 paddenstoelenoranjebloesemzwampaddenstoelenPaddenstoelen gekantelde percelen17 okt 2009oktober

Paddenstoelen gekantelde percelen, 17 okt 2009

 paddenstoelenoranjebloesemzwam

De aanleiding voor deze column zijn de voorbereidingen voor de Haarlemmermeerse natuurwerkdagen. Dit jaar gaan we met vrijwilligers 4 projecten uitvoeren, waarvan het grootste (10 ha) een proefproject is, om één van de heuvels van het Groene Carré Zuid (ook wel bekend als gekantelde percelen) langs de N201 bij Hoofddorp ecologisch en recreatief interessanter in te richten. Het project omvat: een schelpenpad met bollenrand, het inzaaien van 1 ha bloemenweides en het aanleggen van 2 amfibieënpoelen, orchideeënweides en ecologische oevers. Eén van de poelen krijgt permanent water (voor alle soorten amfibieën) en één alleen water in de winter (tbv de rugstreeppad) Bij het uitzetten van de amfibieënpoelen stootten we op de grootste aantallen paddenstoelen die ik ooit bij elkaar heb gezien. Vele tienduizenden van 10 verschillende soorten en vele in prachtige heksenkringen. De meest algemene soorten waren de donzige en de baardige melkzwam. Dit zijn paddenstoelen die een wit melksap lekken als ze beschadigd worden en die

samen voorkomen met berken.

Bijzonder

Een onaanzienlijke paddenstoel bleek toch heel bijzonder te zijn: de oranjebloesemzwam. Deze soort is niet oranje maar ruikt bijzonder sterk en lekker naar bloesem. De zeldzaamste was de grijze knotszwam: slechts 4 x vermeld in 3 jaar op waarneming.nl. De kleurigste zwam was een prachtige rode paddenstoel van 4 cm breed: de zwartwordende wasplaat. Deze heet zo omdat hij op den duur van rood zwart wordt.(Zie foto of grijze knotszwam). En de Fopzwam die zo heet omdat hij in zoveel gedaantes kan voorkomen.

Waar

De meeste gevonden paddenstoelen zijn kenmerkend voor ongestoorde vrij voedsel arme gronden. De plek waar wij hierover spreken is gelegen aan de oostkant van de Hoofdvaart, vlak naast de N201. Direct bij het parkeerplaatsje is een verdieping in het landschap aangelegd. In deze kuil zijn wilgenstruiken geplant en komen er massaal berken op. Er loopt een schelpenpad doorheen.

 paddenstoelzwartwordenwasplaat

 prachtvlamhoedgrootpaddenstoelenPrachtvlamhoed4 okt 2009oktober

Prachtvlamhoed, 4 okt 2009

 prachtvlamhoedgroot

Eierkoekzwam of prachtvlamhoed Voor zover u er nog niet zelf achter bent: het paddenstoelenseizoen is laat, maar nu toch echt goed op gang gekomen. Normaliter is september de beste tijd. Dan is de temperatuur nog vrij hoog, wat goed is voor de groei en september is meestal nogal nat, wat goed is voor schimmeligheid. Maar na de week regen in het begin van de maand is het kurkdroog gebleven. Na die week waren de ongeduldige soorten al uitgegroeid. In De Heimanshof hebben we veel plezier beleefd aan de groei van 8 reuzenbovisten. Door het uitblijven van meer regen werden ze ´maar´ 25-30 cm groot. Met een beetje regen erbij had dat 60 cm kunnen worden. Maar nu is het dan echt losgebarsten: gekraagde aardsterren, elfenbankjes, weidechampignons, russula´s, meniezwammetjes, judasoren, dodemansvingers, zwarte reuenkorsten, noem maar op, ze zijn er weer allemaal. Maar de zwammenwereld heeft altijd weer verrassingen en dan met name soorten die zo maar verschijnen, die we nog nooit eerder hebben gezien: De leukste verrassing van vorige week was dat talloze

bundels van zwammen op een oude wilgenstam verschenen, die nog het meest leken op eierkoeken. Ze zien er heel mooi en smakelijk uit, maar bij paddenstoelen moet je altijd op je hoede zijn: in dit geval bleken het prachtvlamhoeden te zijn, en die zijn bitter en giftig (maar niet dodelijk giftig)

Bijzonder

Prachtvlamhoeden groeien net als bundel- en honingzwammen in bundels en beginnen als droge halve bollen. Als ze uitgroeien blijft een ring achter op de steel en wordt de hoed breed bolvormig en prachtig goudbruin, tot wel 15 cm in diameter. De lamellen zijn bij jonge exemplaren geel, maar worden later roestkleurig. De sporen zijn roestbruin.

Waar

De prachtvlamhoed groeit in de late zomer en de herfst aan de voet van wilgen, vaak in lanen, in parken en plantsoenen. De schimmel kan parasiteren op levend hout en leeft ook van de vertering van dood hout. Prachtvlamhoeden zijn niet echt zeldzaam en komen door het hele land voor.

 prachtvlamhoedgrootHH

 akkerandoornplantenAkkerandoorn2 okt 2009oktober

Akkerandoorn, 2 okt 2009

 akkerandoorn

Deze column is bedoel om bijzondere natuurverschijnselen in onze polder ´op de kaart te zetten´. En dat ontdekken gaat natuurlijk het beste als er vele ogen meekijken. De afgelopen tijd was een vruchtbare tijd. Er kwamen vele meldingen van 3- 12 lepelaars die zich ophielden langs de spoorbaan, het 3e ijsvogelnest van dit jaar op De Heimanshof leverde vorige week 1 jong op, wat het totaal op 7 bracht en de polderecoloog meldde een nieuwe rode lijstsoort voor onze polder: de akkerandoorn. Deze soort hoort bij de lipbloemigen. Van deze familie zijn de witte, paarse en gele dovenetel veel bekender. In De Heimanshof zijn wel 10 soorten andoorns en (dove)netels te vinden, maar niet de akkerandoorn. De akkerandoorn komt laat tot ontwikkeling. De soort bloeit van juli tot de eerste vorst en heeft maar weinig concurrentiekracht. Zelden vind je de soort in grote aantallen bijeen.

Bijzonder

In Nederland is de akkerandoorn overal vrij zeldzaam en zeker in het westen.

Daarom staat de akkerandoorn op de Rode lijst als vrij zeldzaam en zeer sterk afgenomen. Akkerandoorn behoort tot de hakvruchten: plantensoorten die van oudsher voorkwamen op akkers die met stalmest werden bemest en die handmatig werden geschoffeld of gehakt, om het onkruid onder de duim te houden. Voorbeelden zijn: esdoornganzevoet, ingesneden dovenetel, en veel soorten met "akker- "als voorvoegsel. Deze soorten kunnen slecht tegen chemische onkruidbestrijding en bemesting met kunstmest. Daardoor zijn zij door de moderne landbouw helemaal verdreven naar volkstuintjes, nutstuintjes, schooltuintjes e.d. Het zijn dus echte cultuurvolgers, maar dan wel de "oude" kleinschalige cultuur, waar we extra zuinig mee moeten omspringen.

Waar

Akkerandoorns komen voor op voedselrijke grond in moestuinen, akkerland en bermen. De soort komt van nature voor in West-Europa, West-Azië en Noordwest-Afrika. In de Haarlemmerpolder is de soort vorige week waargenomen in industrieterrein De President en dat is de 1e keer.

 akkerandoorn3

 koperwiekvogelsKoperwiek26 okt 2008oktober

Koperwiek, 26 okt 2008

 koperwiek

Een week geleden is het weer volop begonnen: het ijle ‘tsieie’ geluid in de nacht en ook wel overdag. Dat betekent dat de koperwieken uit Scandinavië, Noord-Rusland en IJsland weer bij miljoenen door ons land trekken, omdat het daar te koud aan het worden is. Koperwieken zijn lijsterachtigen die op zanglijsters lijken. Ze zijn daarvan te onderscheiden door duidelijke witte strepen onder en boven hun oog en de grote koperkleurige vlek in hun vleugeloksel, die soms ook te zien is als ze hun vleugels opgevouwen hebben (zie foto). Vandaar hun naam. De vlucht van koperwieken is krachtig en rechttoe rechtaan en lijkt op die van de spreeuw en totaal niet op de vlucht van merels en zanglijsters, die echte bosvogels zijn, die het liefst in dekking blijven. Koperwieken trekken meestal in groepen van 50- 200 individuen en doen dat vaak in het gezelschap van kramsvogels, een andere lijsterachtige, die veel groter is en geen

bescheiden ‘tsieie’ geluid maakt maar een veel ‘zelfbewuster’ ‘tjak-tsjak’ laat horen.

Bijzonder

De koperwieken hebben een speciale reden om naar en door Nederland te trekken. Nederland staat namelijk vol met bessenstruiken: Lijsterbessen, vuurdoorns, zuurbessen, duindoorns, meidoorns en ga zo maar door. Deze bessen vormen een groot deel van het wintervoedsel voor deze vogels. Verder vullen zij hun dieet aan met wormen en slakken en andere kleine dieren uit gazons en weilanden.

Waar

De koperwiek zien we in Nederland alleen in de winter. In Noord-Europa is de Koperwiek een talrijke broedvogel van naaldbossen en berkenbossen. De populatie van Noord-Europa wordt geschat op 30-40 miljoen exemplaren. Dit aantal kent grote variaties door vooral strenge winters of in jaren met een nat voorjaar en daardoor een slecht broedresultaat. In de winter trekken ze, meestal ′s nachts, naar het zuidwesten. Veel koperwieken blijven in Nederland overwinteren. Alleen als de winter te koud wordt, verlaten ze ons land weer en trekken verder naar het zuiden, of verplaatsen ze zich naar de stad, waar het warmer is.

 patrijsvogelsPatrijs14 okt 2008oktober

Patrijs, 14 okt 2008

 patrijs

De velden zijn weer kaal en vaak is er nog veel eetbaars achtergebleven voor een schuwe en steeds zeldzamer vogel: De patrijs. Een patrijs wordt zo’n 30 cm groot. Zijn poten zijn grijs en kop en keel zijn bruin. Mannetjes hebben een donkerbruine buikvlek in de vorm van een hoefijzer. De vrouwtjes hebben een kleinere vlek en de jongen nog geen. Voor de rest is er weinig verschil tussen mannetjes en vrouwtjes (in tegenstelling tot zijn naaste familielid de fazant). Een patrijzenpaartje blijft i.t.t. kwartels, fazanten en kippen levenslang bij elkaar. De patrijs is moeilijk te houden in gevangenschap omdat hij zeer gevoelig is voor infecties. Patrijzen eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel, maar de jongen leven de eerste weken alleen van insecten en ander klein gedierte.

Bijzonder

Tot ver in de 20e eeuw was de patrijs een algemene broedvogel, met enkele honderdduizenden broedparen. Vanaf de jaren vijftig namde stand sterk af. dit teruggang duurt nog steeds voort. Rond 1975 bedroeg het aantal broedparen minder dan 50.000 en begin jaren negentig was het verder geslonken tot 20.000-25.000 paar. De meest recente schattingen

gaan uit van 9000-13000 paar. De afname is het sterkst in het oosten en midden van het land. De patrijs staat daarom op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten in Nederland met als status ′kwetsbaar′. De reden voor de teruggang is o.a. dat ze een gebrek hebben aan insecten, wat weer komt doordat er nauwelijks kruidenrijke overhoekjes meer zijn. Bovendien zijn er onvoldoende stoppelakkers om te overwinteren. Verder sneuvelen er in het broedseizoen veel nesten door maaien. Op de patrijs mag daarom op dit moment in Nederland niet gejaagd worden.

Waar

In de Haarlemmermeer kun je op verschillende plaatsen nog patrijzenfamilies tegenkomen. SOVON schat dat er hier nog 4-10 paartjes per kilometerhok (5x 5 km) voorkomen, maar dat lijkt mij zeer aan de ruime kant. De patrijs is een standvogel die in het overgrote deel van Europa voorkomt met uitzondering van het uiterste zuiden en noorden. Oorspronkelijk waren het steppebewoners, maar de soort heeft zich aangepast aan het leven in kleinschalig agrarisch landschap. Akkerland is het meest in trek, vooral als dit wordt afgewisseld met ruige dijken, slootranden, wegbermen en houtwallen.

 patrijsgroot

 elzenhaantjeinsectenElzenhaantje12 okt 2008oktober

Elzenhaantje, 12 okt 2008

 elzenhaantje

De aanleiding voor deze week is een explosie van ‘rupsen’ in Getsewoud- Noord vorige week. Deze rupsen trokken massaal tuinen in en langs muren omhoog op zoek naar voedsel, nadat zij de elzen in de straat van al hun blad hadden ontdaan. Deze rupsen bleken de larven van het elzenhaantje. Dit 6-7 mm lange kevertje, met een opvallende glanzend donkerblauwe kleur, behoort tot de familie van de bladhaantjes. Dit kevertje is het belangrijkste bladetende insect op de els, maar komt ook voor op de populier, de hazelaar en de wilg. De elzenhaantjes overwinteren als kever op de grond onder bladeren en afgestorven plantenresten. Van april tot juni planten zij zich voort op elzen. De volwassen kevers knagen aan de bovenkant van het blad, terwijl de larven aan de onderkant hun best doen. Er blijft soms niet veel meer over dan kale takken of takken met bladsteeltjes en enkele nerfrestanten. De vrouwtjes leggen tot 900 oranje eitjes, die in groepjes aan de onderkant van een blad worden afgezet.

Uit de eitjes komen na 5 tot 14 dagen olijfgroene en later zwart wordende keverlarven, die zich na drie weken, vanaf juli, op de grond onder afgestorven plantenresten gaan verpoppen. Na 8 tot 11 dagen komt de nieuwe generatie kevertjes uit de poppen. Die daar normaliter blijven tot het volgende voorjaar.

Bijzonder

In Getsewoud waren het vorige week de jonge olijfgroene larven van het Elzenhaantje die, toen de elzen op waren, massaal op zoek gingen naar nieuw voedsel. Het Elzenhaantje vormt meestal geen echte plaag en ook de elzen die kaal worden gevreten, gaan daar meestal niet dood aan en lopen weer opnieuw uit. Het bijzondere aan deze uitbraak was dat deze zich voordeed in september, wanneer de nieuwe generatie kevers van dit jaar zich normaliter onder de grond stil houdt tot het volgende voorjaar. Het van slag raken van het bioritme van deze kevers kan te maken hebben met het veranderende klimaat, maar ook met andere nog onbekende ecologische factoren. Het probleem heeft zich inmiddels opgelost doordat de jonge larven door gebrek aan eten grotendeels omgekomen zijn.

Waar

Het elzenhaantje is een van de algemeenste bladkevers en komt in het hele noordelijke halfrond voor, overal waar Elzen staan.

 paardekastanjemineermotbomenPaardenkastanje5 okt 2008oktober

Paardenkastanje, 5 okt 2008

 paardekastanjemineermot

Het is volop kastanjetijd. Onze gewone kastanje heet eigenlijk paardenkastanje. Zo’n boom kan 20 tot 25 m hoog worden en 200- 400 jaar oud. Er bestaat een rode en een witte soort, waarvan de witte veel algemener is. De latijnse geslachtsnaam ′Aesculus′ betekent "Eik met eetbare eikels", maar eigenlijk zijn kastanjes niet echt eetbaar, door het hoge tanninegehalte, behalve voor geiten en varkens. De soortnaam ′hippocastanum′ slaat op het feit dat de kastanjes aan paarden werden gegeven om ze van hoest te genezen. Op dit moment zijn de knoppen voor volgend jaar al aangemaakt. In zo’n knop wordt het tere weefsel van nieuwe bloemen en bladeren met een wollig dons tegen kou en vocht beschermd. Het hout van de paardenkastanje is licht en niet duurzaam, net zoals de wilg. Duurzaam kastanjehout komt van de tamme kastanje, die ook de eetbare kastanjes levert.

Bijzonder

Sinds ongeveer 1995 hebben kastanjebomen

veel last van vroeg bruin wordend blad. Dit wordt veroorzaakt door mineermotjes die grote aantallen eitjes op de bladeren leggen. Daaruit ontwikkelen zich piepkleine larfjes, die leven van de bladgroenkorrels tussen de onder- en bovenkant van het blad. De kastanjemineermot komt uit Roemenië, Bulgarije en Hongarije. Door de eenwording van Europa zijn deze motjes met opkomend vrachtverkeer meegelift naar West-Europa. Hoewel het bruine blad niet mooi is, gaan er zelden bomen door dood. In 2002 werd voor het eerst in Nederland en wel in de Haarlemmermeer, een nieuwe ziekte op de kastanje geconstateerd, waaraan de bomen wel kunnen doodgaan. Deze ziekte wordt voorlopig de bloedingsziekte genoemd. Op de bast van de boom ontstaan roestbruine, vochtige plekken, die gaan bloeden met een dikke bruinrode vloeistof. De ziekte heeft zich inmiddels over het gehele land verspreid. Ruim 30 % van de bomen heeft deze ziekte inmiddels. Het lijkt er steeds meer op dat een vorm van bacteriekanker de oorzaak is. Tegen deze ziekte is door een Nederlands bedrijf een middel ontwikkeld, maar resultaten zijn nog niet beschikbaar.

Waar

De paardenkastanje komt in ongeveer 20 soorten op het Noordelijk halfrond voor, voornamelijk in N-Amerika,en van ZO-Europa tot China en Japan. Pas in de 17e eeuw is de boom ingevoerd in Nederland om landgoederen te verfraaie

 velduilvogelsVelduil28 okt 2007oktober

Velduil, 28 okt 2007

 velduil

De velduil komt voor in de Noordelijke delen van Europa, Azië en Amerika. Zijn leefgebied bestaat uit moerassen, graslanden en agrarisch land. De velduil is ongeveer 38 cm groot en leeft en broedt vooral op de grond. Het voedsel bestaat grotendeels uit woelmuizen. Daarnaast worden ook andere muizen en vogels gegeten. De velduil heeft een ronde kop, vrijwel zonder oorpluimen en een opvallend gezichtsmasker.

Bijzonder

Velduilen jagen zowel ′s nachts als in de schemering. Meer dan andere uilensoorten jagen ze ook overdag, waardoor ze vaker opvallen. De soort staat op de Rode Lijst vanwege de duidelijke afname en de geringe verspreiding van de Nederlandse broedpopulatie, en vanwege de kwetsbaarheid van het broedbiotoop.

Waar

Velduilen broeden in wisselende aantallen in de duinstreek en in moerasgebieden. Sinds de jaren vijftig is in het zuiden en oosten van het land sprake van een dalende trend. Op de Waddeneilanden

en in de net ingepolderde Flevopolders nam de soort eerst toe. Flevoland is inmiddels echter weer bijna verlaten, terwijl de Waddeneilanden -vooral Ameland - nu hèt bolwerk van de soort in Nederland zijn. Het aantal broedparen schommelt de laatste jaren tussen de 50 en 175 paar, waarvan tenminste driekwart op de Waddeneilanden. De kieskeurigheid en de zeldzaamheid van deze soort maakt het zeer bijzonder dat in het landschap om de startbanen van Schiphol het hele jaar door velduilen voorkomen. In sommige jaren zijn er wel 10 exemplaren waargenomen. De roofvogelwerkgroep schat dat maximaal 3 paren per jaar tot broeden komen. Dit jaar zijn tenminste drie jonge velduilen gemeld, waarvan 2 het slachtoffer waren van vliegtuigen. Het geringde derde jong staat op de foto. Ook op ander plaatsen in de Haarlemmermeer, zoals de Boseilanden worden soms velduilen gemeld. Vooral broedvogels uit Scandinavië overwinteren ook in Nederland. In oktober verschijnen de eerste trekkers, terwijl de laatste in mei weer zijn vertrokken. Het zijn echte zwervers. In Nederland geboren vogels trekken soms weg tot in noordelijk Scandinavië en Rusland, maar andere blijven hun leven lang binnen de landsgrenzen

Terugmeldingen

: Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe en een doortrekkende slechtvalk en veel haviken langs de Geniedijk.