bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

hondskruid, 25 jul 2020

 hondskruid1

Hondskruid klinkt niet echt aantrekkelijk. Toch zit er achter deze naam een fascinerend verhaal. Hondskruid is nl een orchidee. En niet zo maar 1. Bij orchideeën denken veel mensen aan tropische orchideeën die je in de winkel kunt kopen. Maar ook in Nederland komen ca 70 soorten orchideeën voor. En daarbij denken de meest mensen dan aan Limburg, want op de kalk van Limburg komen zo’n 60 soorten voor. Wat meestal niet bekend is, is dat in onze ‘kale landbouwpolder’ die steeds meer met woningen en kantoren wordt gevuld misschien wel meer orchideeën voorkomen dan in Limburg. Nog pas 2 weken geleden heb ik een fietstocht langs een veld met ca 1 miljoen orchideeën gehouden. Tot op heden hebben we in de Haarlemmermeer 14 soorten gevonden. Dat komt omdat we een oude waddenbodem hebben, waar nog schelpen (kalk) inzit, de oude zandbanken zijn voedselarm en

beetje brakke kwel helpt ook. Van die 14 soorten is hondskruid een van de zeldzaamste.

Bijzonder

De eerste plant werd een jaar of 10-15 gelden ontdekt in Beukenhorst aan de kruisweg. Die werd geplukt. Een jaar of 8 gelden verscheen er 1 ook in Beukenhorst aan de Kagertocht, die na 2 jaar werd ook werd geplukt. Nu is er een heel veldje gevonden in het Groene Carre Zuid. De plek werd ontdekt en gefotografeerd door Ruud Luntz, Waarvoor dank.

Helaas is in 2017 aan de meeste orchideeën de status van beschermde soort ontnomen. Dat kwam project ontwikkelaars beter uit en onze overheid luistert ‘goed’ naar de samenleving.

Waar

Hondskruid houdt van zonnige plekken op zand-, leem- of kleibodem. Het komt voor rond de middellandse zee en in Europa tot Noord-Duitsland, Schotland, en Ierland. In Nederland is de plant zeer zeldzaam en komt voor in Zuid-Limburg, Zeeland, in de duinen bij Wijk aan Zee en Noordwijk aan Zee en in het westen van het land op opgespoten braakliggende industrieterreinen. Wellicht door de klimaatverandering is de soort aan een gestage opmars bezig. Dat is dus ook in onze polder te merken.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 20 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 hommel3rodekoekoeksinsectenHommels (3)2 jun 2012juni

Hommels (3), 2 jun 2012

 hommel3rodekoekoeks

Over hommels zijn veel bijzonderheden te melden: De angel van de hommel blijft niet achter na een steek zoals bij de honingbij. Een hommel kan net als wespen de angel telkens opnieuw gebruiken. Hommels en bijen zien kleuren anders dan de mens. Ze zien geen rode kleuren, maar wel de kleuren in het ultraviolette deel van het licht. Veel zogenaamde honingmerken in bloemen reflecteren UV-licht, waardoor ze voor hommels goed zichtbaar zijn. Hommels, vooral de aardhommel, wordt tegenwoordig ook gekweekt voor bestuiving van gewassen in kassen. Hommels zijn goede bestuivers, omdat ze met de bovenkaken en klauwtjes meeldraden kunnen vastpakken en m.b.v. de borstspieren heen en weer kunnen schudden. Koekoekshommels hebben zelf geen werksters en leiden een zwervend en parasiterend bestaan. Een

koekoekshommel lijkt op de hommelsoort waarbij ze haar eieren afzet, maar is te herkennen doordat ze zenuwachtig vliegt , geen stuifmeelkorfjes heeft en een glanzend achterlijf(foto). Zij bijt soms de koningin dood, deponeert de eitjes in het bestaande nest en laat de eieren en larven verder verzorgen door de aanwezige werksters. Ook komt het voor dat ze ongemerkt het nest binnen sluipt en zich verstopt tot ze de geur van het nest heeft aangenomen. Hommels hebben veel vijanden. Insectenetende vogels b.v. Ook vlinders als de hommelnestmot vormen een bedreiging omdat de larven de voedselvoorraad leegvreten. Verder vreten insecteneters als veldmuizen en spitsmuizen hommelnesten leeg. Andere vijanden zijn roofvliegen die een eitje in het achterlijf van hommels brengen, waarna de larve de hommel van binnenuit leeg eet, met als laatste het borststuk. Zo worden de vitale organen het langst gespaard en blijft de hommel vers. Aaltjes kruipen in een koningin tijdens haar winterslaap. Bacteriën kunnen voor diarree zorgen. Ook de mens speelt een rol, door vervuiling, het gebruik van pesticiden en landschapsvernietiging, en het voortijdig maaien van nectar- en stuifmeelplanten.

 hommel1kleurencodesinsectenHommels (1)27 mei 2012mei

Hommels (1), 27 mei 2012

 hommel1kleurencodes

Hommels (1 van 5) I.v.m. het Jaar van de Bij volgt nu een serie over hommels. Er zijn 2 groepen hommels: 22 volkenvormende soorten en 7 solitaire soorten die zelf geen nest maken maar eitjes in het nest van andere soorten leggen: de koekoekshommels. Een hommel is een vrij grote bij met meer beharing. Dit is een aanpassing aan koude en noordelijke streken. Hommelsoorten zijn herkenbaar aan de kleurencodes op hun lichaam(zie foto). Hommels leven net als alle andere bijen van nectar en stuifmeel. De suikerrijke nectar is de energiebron, stuifmeel de eiwitbron. Hommels kunnen per tocht stuifmeel verzamelen tot 60% van hun lichaamsgewicht. Het stuifmeel kunnen de vrouwtjes met behulp van nectar en hun voorpoten tot een klompje samen plakken aan hun achterpoten. Omdat hommels geen grote honingvoorraad

aanleggen moeten er van maart tot september bloeiende planten aanwezig zijn. Een hommel heeft een lange tong waarmee ze nectar uit de bloemen opzuigen. De tong wordt beschermd door een schede. Wanneer de hommel haar tong niet gebruikt zit de schede onder haar lichaam gevouwen. De lengte van de uitrolbare hommeltong varieert van soort tot soort. Hierdoor treedt er specialisatie in bloembezoek op, waardoor hommels minder onderlinge concurrentie hebben. I.t.t. andere bijen hebben hommels stevige kaken. Wanneer nectar te diep in een bloem verborgen is, bijt de hommel een gaatje in de zijkant van de bloemkroon. Een kolonie hommels sterft elk najaar, alleen de bevruchte jonge koninginnen overwinteren. Slechts enkele hommelsoorten gebruiken meerdere keren hetzelfde nest, mogelijk vanwege nestparasieten. Hergebruik van het nest komt voor bij soorten als de boomhommel. De hommel kan zelf zijn lichaamstemperatuur regelen, door het trillen van de borstspieren, zonder dat de vleugels meebewegen. Hij kan zo een lichaamstemperatuur van 30-32 �C handhaven. De koningin vliegt al bij een buitentemperatuur van 2 �C, de werksters bij 6 �C. De volgende weken volgt meer over hommels.

 wespbijroodspriet3insectenWespbijen (3)20 mei 2012mei

Wespbijen (3), 20 mei 2012

 wespbijroodspriet3

Dit is de laatste van 3 columns over wespbijen en hun gastheren, de zandbijen. Alle genoemde soorten zijn solitaire bijensoorten, die i.t.t. volkvormende (sociale) honingbijen zo weinig honing verzamelen dat zij geen angel nodig hebben om hun voorraad tegen (grote) rovers te beschermen. Van de 71 zandbijsoorten, die in Nederland waargenomen zijn, komen 14 in de Haarlemmermeer voor, nagenoeg alle in De Heimanshof en Arnolduspark. Van de 43 wespbijsoorten die in Nederland vastgesteld zijn, komen 11 soorten met zekerheid in onze polder voor, ook vooral in en om De Heimanshof. Dat er zoveel soorten in en bij de heemtuin voorkomen, komt door de grote verscheidenheid aan waardplanten die daar voorhanden zijn. Bijna de helft van de wespbijen in de Haarlemmermeer heeft meer dan één gastheer. De gewone wespbij, de gewone kleine wespbij en de sierlijke wespbij hebben ieder twee gastheren, de donkere wespbij en de smalbandwespbij zelfs drie. Het is ondoenlijk om alle soorten zandbijen en wespenbijen te behandelen. Bij wijze van uitzondering is het wellicht een keer illustratief om de veelheid aan soorten en relaties eens op een rij te zetten. Daarom hierbij de door Prof Ernst gedocumenteerde

zandbijen en hun wespbij-parasieten op een rij:

Zandbijen en hun wespbijen in de Haarlemmermeer

Zandbij soort Parasiterende Wespbij
Witbaardzandbij Bleekvlekwespbij
Meidoornzandbij Gewone wespbij (foto bij column1)
Donkere wespbij
Signaalwespbij
Goudpootzandbij Roodzwarte dubbeltand
Grasbij Kortsprietwespbij
Signaalwespbij
Vosje Sierlijke wespbij (foto bij column2)
Roodgatje Gewone dubbeltand
Gewone dwergzandbij Gewone kleine wespbij
Zwartbronzen zandbij Smalbandwespbij
Donkere wespbij
Viltvlekzandbij Gewone wespbij
Smalbandwespbij
Donkere wespbij
Vroege zandbij Geelschouderwespbij
Fluitenkruidbij Langsprietwespbij
Witkopdwergzandbij Gewone kleine wespbij
Grijze rimpelrug Roodsprietwespbij (foto bij column3)

 wespbijsierlijke2insectenWespbijen (2)12 mei 2012mei

Wespbijen (2), 12 mei 2012

 wespbijsierlijke2

Wanneer een gastheernest eenmaal gelokaliseerd is, bezoekt het wespbijvrouwtje het nest verschillende keren. Een nest dat reeds voorzien is van stuifmeel, is qua geur aantrekkelijker dan een leeg nest. Wanneer twee wespbijvrouwtjes van dezelfde soort elkaar tegen komen bij een gastheernest, dan gedragen ze zich agressief en proberen elkaar weg te jagen. De vrouwtjes van de zandbijen gedragen zich vreemd genoeg niet agressief t.o.v. wespbijvrouwtjes. Dit komt omdat het wespbijvrouwtje een zelfde geur heeft als het zandbijvrouwtje. Deze geur hebben de wespbijvrouwtjes niet van zichzelf maar komt van klieren van wespbijmannetjes. Tijdens het paren krijgen de vrouwtjes deze geur mee en die blijft lang aan haar hangen. Dit is weer een prachtige 'uitvinding' van de natuur (gezien

van uit de wespbij), dat alleen bevruchte vrouwtjes effectief in zandbijnesten kunnen binnendringen. Een eenmaal gevonden gastheernest wordt regelmatig opnieuw bezocht en in de gaten gehouden. Indien het zandbijvrouwtje zelf aanwezig is, dan blijft het wespbijvrouwtje vaak vlak bij de nestingang. Hierbij gaat ze in een 'loerhouding' roerloos, met de kop in de richting van de nestingang zitten. Wanneer de gastheer wegvliegt, gaat het wespbijvrouwtje het nest in. Ze gebruikt alleen cellen, die pas afgesloten zijn, dus voorzien zijn van voldoende voedsel (stuifmeel). Ze legt meestal twee eieren per broedcel, op voor de soort vaste plekken in de wand van de broedcel. De eitjes komen na ongeveer een week uit. De pas uitgekomen larve gaat eerst op zoek naar het andere Wespbij eitje en vernietigt dat. Het wordt echter niet opgegeten. Vervolgens gaat de larve naar het ei van de gastheer en voedt zich daar mee. Pas daarna gaat de larve eten van de opgeslagen stuifmeelvoorraad. Gedurende deze periode vervelt de larve enkele keren. De gehele ontwikkeling van ei tot volwassen wespbij duurt een paar weken. Op de foto een van de 43 wespbijsoorten: de sierlijke wespbij.

 wespbijgewone1insectenWespbijen (1)5 mei 2012mei

Wespbijen (1), 5 mei 2012

 wespbijgewone1

2012 is uitgeroepen tot het jaar van bij, om aandacht te vragen voor het belang van bijen en de problemen waar bijen mee kampen . In deze serie columns over solitaire bijen probeer ik u te interesseren voor de fascinerende verscheidenheid in bijen soorten (allen zonder angels!). Na de sachembijen nu een serie over wespbijen. De naam wespbijen zal velen al merkwaardig in de oren klinken, maar in de insectenwereld is de werkelijkheid vaak vreemder dan de wildste fantasieën. In Nederland zijn tot dusver 43 soorten wespbijen ontdekt. Ze heten wespbijen omdat ze op wespen lijken, maar het zijn bijen omdat ze op stuifmeel en nectar worden grootgebracht en niet zoals bij wespen met dierlijke prooien. Maar echt bijachtig gedragen zij zich niet. Ze verzamelen namelijk het stuifmeel en nectar niet zelf en hebben daarom ook geen stuifmeel

korfjes aan hun poten. In gedrag lijken ze ook op wespen, want wespen zijn veelal rovers en ook wespbijen komen aan de kost door roven.

Bijzonder

Wespbijen zijn cleptoparasieten, ook wel koekoeksbijen genoemd. De vrouwtjes maken zelf geen nest, maar leggen hun eitjes in het nest van andere solitaire bijen. Dit gedrag komt bij veel meer bijengeslachten voor. Verreweg de meeste wespbijsoorten parasiteren op één of meer soorten zandbijen. (De 64 soorten zandbijen heten zo omdat zij hun nest uitgraven in spaars begroeide zandplekken; ook zandbijen hebben het relatief zwaar in onze polder omdat er weinig geschikte broedplekken beschikbaar zijn; Een ieder kan daar wat aan doen door in de eigen tuin in de zon een zandhoop in te richten; voor een voorbeeld, bezoek De Heimanshof) Sommige wespbijen zijn parasiet van groefbijen, roetbijen of dikpootbijen. Wespbijen hebben geen vaste woon- of verblijfplaats. 's Nachts slapen ze verborgen in bloemen, of ze bijten zich vast aan plantendelen zoals stengels en bladeren. Bij het zoeken naar de nesten van de gastheer speelt zicht een belangrijke rol. Volgende week meer.

 sachembijen3insectenSachembijen328 apr 2012april

Sachembijen3, 28 apr 2012

 sachembijen3

In de broedkolonies zijn naast de vele cellen met inhoud (voedselvoorraad met ei of larve) vaak verlaten cellen aan te treffen. Dat komt omdat nestplaatsen soms jaren achtereen worden gebruikt en deels worden hergebruikt en opgeknapt (zie foto van sachembij bij nestholte). Onder gunstige omstandigheden kunnen honderden individuen bij elkaar nestelen. De voedselvoorraad bestaat uit stuifmeel en nectar. Het vrouwtje verzamelt eerst stuifmeel dat ze op een hoopje op de bodem van de broedcel neerlegt. Daarna verzamelt ze nectar tot de helft hiermee vol is. Van de twee componenten wordt geen homogeen mengsel gemaakt, de verzamelde nectar is erg vloeibaar. Of er nog een afscheiding van de bij zelf aan toe wordt gevoegd is niet bekend. De voedselvoorraad heeft een sterke geur die aan blauwe kaas doet denken. Het ei wordt bovenop het vloeibare voedsel gelegd, zodanig dat het slechts op twee punten in contact komt met het voedsel. Nadat het ei is gelegd wordt de broedcel afgesloten.

De larve die uit het ei komt, begint eerst aan het vloeibare gedeelte (nectar) te eten en daarna wordt ook het vaste gedeelte (stuifmeel) gegeten. Het laatste restje van de voedselvoorraad wordt door de larve zorgvuldig op de buik bij elkaar gehouden, zodat niets verspild wordt. Wanneer de larven de voedselvoorraad volledig hebben opgegeten, kunnen zij beginnen met verpoppen. Eerst zal de larve al het verteerde voedsel uitscheiden. Tijdens het verpoppen mag er geen voedsel meer in het lichaam aanwezig zijn om infecties te voorkomen.

Waar

De 4 nog niet uitgestorven Sachembijsoorten komen vooral nog in Zuid Limburg voor. De gewone Sachembij is plaatselijk algemeen en komt voor zover bekend op 2 plaatsen in De Haarlemmermeer voor. Deze soort is afhankelijk van grote bestanden van zijn waardplanten zoals longkruid en ander ruwbladigen, sleutelbloemen en/of dovenetels, zoals hij die in De Heimanshof nog wel vindt.

 sachembijen3a

 sachembijen2insectenSachembijen (2)22 apr 2012april

Sachembijen (2), 22 apr 2012

 sachembijen2

De Kattenkruidbij heeft een voorkeur voor steile wanden en muren waar zij beperkt is tot Midden- en vooral Zuid-Nederland, maar in Duitsland ook in het stedelijk gebied. Zijn voedselplanten zijn Kattenkruid, Stinkende ballote, Veldsalie, Betonie maar ook Vlinderbloemigen, Vetplanten en Slangenkruid. De Zwarte sachembij was vroeger ruim verspreid in Nederland, maar is nu beperkt tot Zuid-Limburg. Deze soort heeft wat bloembezoek betreft geen bepaalde voorkeur. De Gewone sachembij is de meest algemene, maar nog steeds vrij zeldzame sachembij in Nederland. In De Heimanshof en een ander gebied in Hoofddorp zijn de voornaamste waardplanten Holwortel en Gevlekt longkruid . Uit andere plekken van Nederland kunnen het ook zijn gewone smeerwortel Gewone ossentong , alle

sleutelbloem-en dovenetelsoorten, Hondsdraf , Voorjaarshelmkruid, en Kruipend zenegroen.

Bijzonder

Veel solitaire bijen hebben een korte tong waardoor ze alleen bloemen met oppervlakkig liggend nectar bezoeken. De meeste Sachembijen hebben een lange tong en bezoeken daarom veelal planten met een lange kroonbuis. Voor de bloemen zijn ze vliegend als een kolibrie te zien. Deze tong is met 13 mm bijna net zo lang als hun lichaam (Zie foto). Sachembijen broeden zo mogelijk in kolonies in steile wanden van rivieren, dijken, weg talud’s of muren. Dus niet in holle stokjes in insectenhotels. De broedcellen liggen ongeveer 5-10 cm onder de grond aan een korte hoofdgang. De doorsnede van de gang is ongeveer 9-10 mm. De broedcellen worden aan korte zijgangen van de hoofdgang aangelegd en liggen in clusters tegen elkaar aan, met de celingangen dicht bij elkaar. De broedcellen worden aan de binnenkant met een perkamentachtige, witte klierafscheiding bekleed. De cellen worden schuin naar beneden aangelegd waarbij het dekseltje aan de bovenzijde ligt. Dit is noodzakelijk omdat de voedselvoorraad erg vloeibaar is. Een horizontaal georiënteerd broedcel zou meteen leeglopen.

 sachembijen1insectenSachembijen (1)14 apr 2012april

Sachembijen (1), 14 apr 2012

 sachembijen1

Zoals vorige week aangeven, gaan we in het kader van het Jaar van de Bij de komende weken een kijkje nemen in de fascinerende wereld van de bijen en dan vooral van de solitaire bijen. Eerst de sachembijen in 3 afleveringen. Sachembijen hebben een beetje hommelachtig uiterlijk: een dikke beharing en een lange tong omdat ze al vroeg in het jaar als het koud is, vliegen. Sachembijen herken je aan de verlengde middelste poten (behalve de Andoornbij). Die zijn merkwaardig dun en bieden bij het staan nauwelijks steun, daarvoor zijn ze ook te lang. Deze middelste poten zijn voorzien van flinke haren, die aan het 1e voetlid lange zwarte kwastjes vormen. Aan deze haren hebben ze de naam sachembij te danken, volgens Jac. P. Thijsse, lijken de kwastjes op de franje aan de broek van een indiaans opperhoofd

(sachem). Zie foto. De andoornbij beschikt niet over zulke kwastjes. Het is onbekend wat de eventuele functie van deze lange haren is. Er kwamen in Nederland 8 soorten sachembijen voor, waarvan er voor 1975 al 4 soorten waren uitgestorven. Ik zal ze behandelen met de waard- of voedselplanten. Indien vele van de waardplanten u onbekend in de oren klinken: Dat komt omdat ze nauwelijks meer voorkomen in onze steeds sterielere stedelijke gebieden. De mooie sachembij werd het laatst gemeld in 1946 in Epe; de noordelijke sachembij in 1949 in Helenaveen; de schoorsteen sachembij in 1961 in Herpen. De tweevlekkige sachembij is het laatst op het station van Tienray in 1973 gezien; zij bezocht de grote centaurie, speerdistel, gewoon biggenkruid, slangenkruid, gewone ossentong, zandblauwtje, witte klaver en grote kattenstaart. De overige 4 sachembijen komen - zoals veel bijzondere solitaire bijen vooral in Zuid-Limburg voor. De Andoornbij nestelt in vermolmd hout en als voedselplant is zij afhankelijk van lipbloemen van Bosandoorn, Moerasandoorn , Echte gamander en Slangenkruid. Deze soort komt nog in duinen van Noord-Holland en in Midden- en Zuid-Nederland voor.

 jaarvandebij1insectenJaar van de Bij9 apr 2012april

Jaar van de Bij, 9 apr 2012

 jaarvandebij1

Jaar van de Bij: introductie 2012 is uitgeroepen tot het jaar van de bij. En dat is niet voor niets. Het gaat niet goed met de bijen. Honingbijen hebben te lijden van een parasiet (de varoa mijt) die imkers per ongeluk met een Aziatisch ras hebben geïmporteerd. De Aziatische bijen wisten er weg mee, door te poetsen maar onze bijen niet en raken er danig door verzwakt . Ook hebben de honingbijen te lijden van nieuwe bestrijdingsmiddelen (neonicotinen), die weliswaar minder giftig zijn dan DDT e.d, maar die wel het effect hebben dat bijen hun oriëntatievermogen verliezen. Daarom heet deze "ziekte" ook wel de verdwijnziekte omdat een heel volk opeens verdwijnt (en niet dood bij de kast ligt, maar ergens in het veld verpieterd). Weinig mensen weten dat er nog 350 andere soorten bijen bestaan. Dat zijn meestal solitaire bijen. D.w.z. ze vormen geen volken zoals de honingbijen en hebben daarom geen angeltje nodig om hun honingvoorraden te beschermen tegen grote rovers

als mens,muis, das of beer. Solitaire bijen lijden weer op een andere manier onder het gerommel van ons mensheid. Ze zijn meestal afhankelijk van een beperkt aantal plantensoorten en in onze stedelijke samenlevingen is er steeds minder ruimte voor ander groen dan saai nutsgroen. Gebrek aan broodnodige waardplanten is dus een eerste bedreiging. Een 2e bedreiging is dat ze veilige natuurlijke holletjes nodig hebben om hun larven groot te brengen. En door het grootschalig mechanisch groenbeheer worden te veel van hun natuurlijke gaatjes kapot geklepeld, gehakseld of gemaaid. Daarom bouwen we als Heimanshof al een 4 tal jaren bijen- of insectenhotels: holletjesparadijzen om deze solitaire bijen een veilige nestelgelegenheid te bieden(foto) Ook dit jaar weer een 20-tal, die we graag aan scholen en bedrijven ter beschikking stellen om vooroordelen tegen "lastige" insecten om te zetten in een fascinatie voor de eindeloze variatie in de insectenwereld. Dit is de 1e column van een serie over wilde bijensoorten.

 jaarvandebij2

 kniptoren ritnaaldinsectenKniptor31 mrt 2012maart

Kniptor, 31 mrt 2012

 kniptoren ritnaald

Kniptorren danken hun naam aan het vermogen om liggend op de rug omhoog te springen. Hun achterlijf heeft een uitsparing aan de buikzijde en het borststuk heeft een uitstekende pin die hierin past. Het raakvlak kan op spanning gebracht worden door spieren, bij genoeg spanning knikt het lijf en wordt het omhoog geworpen. Dit wordt net zolang herhaald tot de kever op de buik ligt, en gaat gepaard met een ’klik’-geluid vergelijkbaar met twee knippende vingers. Het wordt ook gebruikt om vijanden af te schrikken. Er zijn meerdere geslachten en soorten. De antennes kunnen net zoals de pootjes in een groef op de buik worden teruggetrokken bij gevaar. Kniptorren kunnen ook vliegen maar niet makkelijk. Ze klimmen eerst op een tak of halm voor de vleugels uitgevouwen worden. Ieder vrouwtje legt 50 -150 eieren. Na circa 5 weken komen de larven (ritnaalden)

uit. De ritnaalden zijn hard, dun en maximaal 3 cm lang. Ze zijn te herkennen aan hun geelbruine kleur, vandaar ook de naam koperworm.

Bijzonder

De kever eet bloemen, nectar en bladeren, maar ritnaalden kunnen grote schade aan gewassen toebrengen. De eerste 2 jaar voeden ritnaalden zich met dode organische stof. In het voorjaar van het 3e jaar beginnen ze zich aan gewassen tegoed te doen. De ritnaalden overwinteren in akkerbouwpercelen diep in de grond. In het voorjaar komen ze weer boven en kunnen dan aanzienlijke schade aan gewassen aanrichten. Na vier tot vijf jaar zijn ritnaalden volgroeid en gaan zich verpoppen. Na circa 4 weken, in juli/augustus, komt de kniptor uit de pop. Deze verblijft dan in de grond tot het volgende voorjaar.

Waar

Kniptorren leven bij voorkeur in vochtige grond op ruigten, grasland, luzerne, klaver en graspercelen. De grootste aantallen in oppervlakkige bodemlagen komen voor in de maanden april en mei. Bij droogte trekken de larven zich terug naar diepere lagen. In vochtiger omstandigheden, vaak in augustus/september, komen ze weer omhoog.

 kraanvogelvogelsKraanvogel17 mrt 2012maart

Kraanvogel, 17 mrt 2012

 kraanvogel

Kraanvogel Het voorjaar is in volle hevigheid losgebarsten. Minstens 20 plantensoorten kwamen er afgelopen week in bloei, de zangvogels zingen massaal en de eerst insecten komen uit hun schuilplaatsen. Uit tientallen mogelijke onderwerpen kies ik toch maar voor een bijzondere doortrekker. Er werd een groep van 20 kraanvogels waargenomen boven de polder bij Badhoevedorp. Kraanvogels spreken tot de verbeelding en ze zijn omgeven door symboliek en mythes. Ze zijn een stuk groter dan ooievaars en broedden vroeger massaal in Nederland. Maar het is ze te druk geworden. Ze zijn erg schuw omdat er massaal op geschoten wordt tijdens hun trek. Kraanvogels zijn alleseters. Wanneer ze in hun broedgebied of in hun winterverblijf zijn, eten ze voornamelijk dierlijk voedsel zoals grote insecten, wormen en amfibieën. Op doortrek eten ze

eikels, en achtergebleven maïskorrels, granen en aardappelen op de velden.

Bijzonder

In de broedtijd baltsen de kraanvogels met luide trompetgeluiden en wilde dansbewegingen. Door afname van het aantal vochtige broedgebieden is de populatie kraanvogels in Europa sterk afgenomen. Elk jaar komen op een aantal plaatsen groepen kraanvogels op de grond in Nederland. De belangrijkste rustplaatsen zijn in Oost-Brabant en Noord-Limburg en Overijssel. De kraanvogel staat op de Nederlandse Rode Lijst. De redenen hiervoor zijn de geringe verspreiding en de gebondenheid aan kwetsbare gebieden in de trektijd.

Waar

Kraanvogels was eens een gewone inheemse vogel. Door ontginning van moerassen en drukte is dat verleden tijd. Ze broeden nog wel in Rusland en Scandinavië in uitgestrekte moerassen. In Nederland zien we ze vooral als doortrekkers en dan bijna alleen over Oost-Nederland. Dat er verschillende groepen over de duinen trokken en tenminste een over onze polder is dan ook al opmerkelijk. Sinds 1999 hebben een aantal paartjes een plek gekoloniseerd in het uitgestrekte Fochteloerveen in Drenthe. De voortplanting gaat langzaam met gemiddeld 0.5 tot 1 jong per nest.

 bosbingelkruid2plantenBosbingelkruid (2)11 mrt 2012maart

Bosbingelkruid (2), 11 mrt 2012

 bosbingelkruid2

Bosbingelkruid 2 van 2 Dit is het vervolg van de column over bosbingelkruid van vorige week. Fijn gewreven of gekneusd blad van Bosbingelkruid ruikt onaangenaam: naar rotte vis. Bosbingelkruid heeft nog een andere bijzondere eigenschap, namelijk dat het al duizenden jaren wordt gebruikt om wol en linnen te verven. Gedroogde stengels krijgen al een typisch metaalblauwe glans. Stoffen krijgen na een verfbad dezelfde blauwe kleur. Alles kleurt echter rood wanneer dit verfbad gemengd wordt met een zuur zoals azijn. Blauw of rood, beide kleuren zijn dus mogelijk, afhankelijk van de samenstelling van het verfbad. Dit tweeledige karakter van Bosbingelkruid komt ook terug in de wetenschappelijke naamgeving: Mercuriallis perennis. Mercurialis wil zeggen: lijkend op de god Mercurius. Mercurius was niet alleen de godheid

die als eerste wees op de geneeskrachtige eigenschappen van planten, ook had hij de gewoonte om onder verschillende gedaanten te verschijnen. Net als deze plant: Het ene moment kleurt deze blauw en op een ander moment rood en de plant is òf mannelijk òf vrouwelijk.

Waar

Bosbingelkruid groeit bij voorkeur op de donkerste plekken in eiken- beukenbos. Net zoals Klimop stelt de soort nauwelijks eisen aan de hoeveelheid licht. Echt prettig voelt de soort zich wanneer er sprake is van stromend grondwater. De soort heeft een hekel aan stilstaand grondwater. De planten van Bosbingelkruid hebben dicht vertakte wortelstelsels, die samen een compacte kluwen vormen Dit hechte wortelstelsel houdt grond prima vast. Op boshellingen, begroeid met Bosbingelkruid, treden dan ook nagenoeg nooit bodemerosie of aardverschuivingen op. Bosbingelkruid of Overblijvend bingelkruid komt in Nederland slechts zeldzaam voor; de soort groeit van nature eigenlijk alleen in het heuvelland van Zuid Limburg. Op een aantal plekken in de Haarlemmermeer groeit het bijzonder uitbundig, waaronder in de Heimanshof.