bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Bamboe, 20 dec 2019

 bamboe

Bamboe is zo hard als hout, maar het behoort tot de grassen familie. Bamboe is van oorsprong niet inheems, maar dat zijn konijnen, damherten, halsbandparkieten en nog veel meer soorten die zich hier prima handhaven ook niet. Van de ca 1500 soorten bamboe die er bestaan zijn er ongeveer 300 die het goed doen in het Nederlandse klimaat. Deze week waren we weer boompjes aan het verzamelen voor de boomweggeefactie en toen viel het me op hoe mooi groen opstanden van bamboe in de winter bleven in het verder kale landschap. Olifantsgras wordt al commercieel geteeld om biomassa vast te leggen en allerlei producten van te maken. Maar bamboe legt nog veel meer biomassa vast en fijnstof vast en lijkt me minstens zo bruikbaar voor van alles en nog wat. Door de dichtheid van de begroeiing legt een bamboeopstand 4x zo veel CO2 vast en 35 % meer fijnstof dan een bos bestaande uit

bomen. De soort waar ik tegen aan liep was wel 4-5 m hoog en die gaan we bv gebruiken om insectenhotels mee te vullen. Niet alle soorten zijn daar geschikt voor: sommige zijn te zacht en krimpen daardoor en andere hebben veel zijscheuten of zijn te dun.

Bijzonder

Bamboe is een van de snelst groeiende plantensoorten ter wereld. In de tropen kan een scheut van grote soorten wel 1,5 m per dag groeien. Maar ook in Nederland kan dat 25 cm per dag zijn. Bamboe bloeit afhankelijk van de soort na 30-150 jaar. Bijzonder is dat dan alle exemplaren van die soort tegelijk bloeien en daarna afsterven. De grootste bamboesoorten kunnen meer dan 40 m hoog worden. Doordat bamboe bestaat uit holle kokers met schotten is het een licht materiaal, wat tegelijkertijd sterk en buigzaam is. Het kan als bouwmateriaal gebruikt worden, maar ook om kleding, papier en bio plastic van te maken.

Waar

Bamboe groeit van nature in alle wereld delen behalve Europa (en Antarctica). In Nederland en de Haarlemmermeer wordt het daarom vooral in tuinen en parken aan getroffen.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 15 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 kievitsbloemplantenKievitsbloem5 mei 2013mei

Kievitsbloem, 5 mei 2013

 kievitsbloem

De kievitsbloem is een in het wild in Nederland zeer zeldzaam voorkomend bolgewas. De bloem komt voor met paars geblokte of witte bloemblaadjes. De planten doen er 4-8 jaar over om in bloei te komen. De zaden zijn relatief groot en verspreiden zich drijvend op het water. De plant heet voor z′n verspreiding van de zaden volledig afhankelijk te zijn van overstromingen en een hoge waterstand in de winter. Echter in en om De Heimanshof verschijnen kievitsbloemen vaak spontaan op allerlei plekken in bos en bosranden. Misschien slepen mieren ook met zaad. De kievitsbloem kwam veel voor in voedselarme blauwgraslanden in het Groene Hart en werd daar ook wel veentulp genoemd. De naam kievitsbloem komt van de overeenkomst van de paarse bloem variant met de kleur van kievitseieren. Men kwam de kievitsbloemen in het weiland

tegen als men naar kievitseieren zocht.

Bijzonder

De kievitsbloem werd als bloemgewas al vroeg gewaardeerd. Rond 1820- 1830 werden er zoveel ‘veentulpen’ geplukt dat mensen zich gingen realiseren dat deze gewaardeerde wilde plant wel eens zou kunnen uitsterven. De allereerste natuurwet die in Nederland werd uitgevaardigd ging dan ook over de bescherming van de kievitsbloem. Nog steeds is deze plant bedreigd. Nu niet meer zozeer vanwege overmatige pluk, maar vanwege overmatige mest toediening. De kievitsbloem richt i.t.t. de meeste bloemen zijn bloem hoofdje niet naar de zon, maar hangt als een klokje naar beneden, Voor zijn bestuiving is deze soort vooral afhankelijk van grote hommelsoorten zoals de aardhommel (Zie foto).

Waar

De belangrijkste groeiplaats van de wilde kievitsbloem is langs de oevers van de Vecht en het Zwarte Water in Zwolle. Van oudsher kwam de kievitsbloem voor in gebieden met klei-op-veen en dan vooral de gebieden die ′s winters onder water stonden. De plant kan slecht tegen aanpassingen aan het grondwaterpeil en is op de meeste plaatsen al voor de Tweede Wereldoorlog uitgestorven. In De Heimanshof staat een bloeiende populatie.

 regenworm4kleine dierenRegenworm (4)28 apr 2013april

Regenworm (4), 28 apr 2013

 regenworm4

Regenwormen danken hun naam aan het feit dat ze vooral te zien zijn als het regent en alleen dan over het bodemoppervlak kruipen. Ze kunnen een regenbui waarnemen door de trillingen in de bodem, die veroorzaakt worden door de vallende regendruppels.

Een ander bekend misverstand over regenwormen is, dat ze proberen te ontsnappen aan de regen omdat ze kunnen verdrinken als hun holletje volloopt. De regenworm leeft vaak in waterige omstandigheden zoals onder de grondwaterspiegel. Ze nemen zuurstof op door hun dunne huid, wat ook onder water werkt. Aangezien regenwater rijk is aan zuurstof, hebben regenwormen niet veel te vrezen van een bui. Als echter zuurstofarm grondwater omhoog komt, kan een regenworm verdrinken en zal naar de oppervlakte kruipen.

Ze komen wel bovengronds tijdens een bui omdat ze regen verwarren met de trillingen van een vijand, zoals een gravende mol of om te paren. Deze trillingen kunnen worden nagebootst door een stok in de grond

te steken en deze te laten trillen. De regenwormen zullen dan massaal naar boven kruipen, ongeacht de weersomstandigheden.

Waar

Regenwormen komen voor in Noord-Amerika , Eurazië en het Midden-Oosten. Wereldwijd zijn er ongeveer 670 soorten regenwormen bekend die in lengte variëren van enkele centimeters tot decimeters.

In Nederland komen 22 soorten voor. Regenwormen leven niet allemaal ondergronds, veel soorten zijn diepgravers die lange verticale gangen maken zoals de veel voorkomende dauwpier of gewone regenworm die 9 tot 30 cm lang wordt en de rode worm die tot 15 cm lang wordt.

Er zijn er ook die in de strooisellaag leven zoals de mestpier die 6 tot 13 cm lang wordt en door zijn rode kleur en soms oranje dwarsbanden wel tijgerworm wordt genoemd. Ook veel voorkomend is een grijsblauwe soort die geen Nederlandse naam heeft. De mest- of tijgerworm en de blauwe regenworm staan op de foto.

 regenworm4a

 regenworm3kleine dierenRegenworm (3)22 apr 2013april

Regenworm (3), 22 apr 2013

 regenworm3

De regenworm heeft een verdikking aan de voorzijde van het lichaam, die vaak lichter van kleur is ten opzichte van de rest van het lijf. Deze band wordt het zadel genoemd. Vaak wordt gedacht dat het verdikte zadel de geslachtsorganen of eieren bevat maar dit is niet juist.

Het zadel is een groep van slijmproducerende cellen. Het slijm dat wordt afgescheiden dient als ′reageerbuis′ waarin de eitjes en het sperma samenkomen en droogt later in tot een cocon dat de eieren beschermd tegen uitdroging.

Onder vochtige omstandigheden kruipen de dieren naar boven en komen uit hun gang op zoek naar een partner. Omdat ze gevoelig zijn voor uitdroging, gebeurt dit meestal in de schemering of na een regenbui.

Regenwormen bevruchten elkaar niet tijdens de paring maar wisselen

alleen zaadcellen uit. Als eieren voldoende zijn ontwikkeld, vindt de uiteindelijk de bevruchting plaats. Hierbij wordt een slijmlaag rond het zadel gevormd, dat als een gordel om de worm zit. In het slijm zitten voedingsstoffen voor de zich ontwikkelende embryo′s. Zodra de slijmband is gevormd, ‘wurmt’ de worm deze band naar voren tot over de vrouwelijke geslachtopening. Daar worden de eieren afgezet in het slijm. Nadat de slijmkoker van (nog onbevruchte) eieren is voorzien wordt deze verder afgestroopt tot de blaasjes waar het sperma bewaard wordt. Met het bewaarde sperma uit zakjes worden de eieren bevrucht. Dan stroopt de worm de slijmkoker volledig van het lichaam en verdroogt deze tot een harde cocon ter grootte van een erwt met een kenmerkende citroenvorm (Zie foto).

Hoewel de cocon meerdere levensvatbare eieren bevat, kruipt uit de meeste cocons maar één jonge worm. De gewone regenworm kruipt na 1-5 maanden uit de cocon, afhankelijk van de omstandigheden. 0.5-1.5 jaar later is de worm geslachtsrijp. De levensduur van de gewone regenworm in het wild is enkele jaren, maar weinig exemplaren leven lang genoeg om de maximale lengte van 30 centimeter te bereiken. Ze kunnen 6 jaar oud worden.

 regenworm2kleine dierenRegenworm (2)15 apr 2013april

Regenworm (2), 15 apr 2013

 regenworm2

Bijna alle lichaamssegmenten van regenwormen hebben kleine borstels, die grip geven bij graven.
Regenwormen worden op basis van hun levenswijze ingedeeld in 3 groepen.

Soorten die leven in de strooisellaag blijven klein en graven geen gangen. Deze soorten verkleinen bladafval.

Andere soorten leven in de toplaag van de bodem en graven horizontale tunnels. Deze wormen breken bladafval af en zorgen voor beluchting.

De 3e groep graaft diepe, verticale tunnels. Deze soorten hebben kleuren en worden het grootst. Door hun tunnels wordt de bodem beter belucht en kan water worden afgevoerd. Bij het graven van gangen wordt veel materiaal opgenomen, maar grond bevat maar een deel van het benodigde voedsel. Een ander deel bestaat uit plantendelen die in het hol worden getrokken en vervolgens worden voorverteerd in de mond en door bacteriën.

Regenwormen staan aan de basis van vele voedselketens en dienen als voedsel voor veel vogels, zoogdieren, insecten, naaktslakken en platwormen . Vooral (spits)muizen en mollen eten veel regenwormen.

Bijzonder

Regenwormen kunnen niet overleven in te zure grond, zoals veen. Hierdoor worden plantenresten niet op grote schaal omgezet in mineralen, en kan turf ontstaan.

De gewone regenworm kan een totale lichaamslengte van 30 cm bereiken. De reuzenregenworm uit Australië wel 3 m. De regenworm speelt een zeer belangrijke rol in het verbeteren van de bodemstructuur. Hij graaft lange tunnels waardoor de bodem wordt belucht. Dit heeft als gevolg dat bacteriën dieper in de bodem kunnen leven, die de afbraak van organische stoffen verder versnellen. Door de tunnels van regenwormen kunnen plantenwortels makkelijker en dieper de bodem in. Daarnaast wordt de waterhuishouding van de grond beter, omdat water door de tunnels beter in en uit de bodem en vastgehouden kan worden, al naar de omstandigheden. Ook de omzetting van bladafval in mineralen is belangrijk voor de bodem en plantengroei. Door wormen is (onbetreden) bosgrond los en luchtig.

 regenworm1kleine dierenRegenwormen (1)7 apr 2013april

Regenwormen (1), 7 apr 2013

 regenworm1

Iedereen kent regenwormen. Maar ze zijn zo interessant en er bestaan zoveel misconcepties over, dat er 4 columns nodig zijn voor een redelijke behandeling.

Regenwormen behoren tot de ringwormen. Dit is zijn wormen die de zee verlaten hebben en in zoetwater maar ook op het land kunnen leven. Regenwormen zijn meestal in grote aantallen te vinden. Het lichaam van regenwormen is net als bij alle ringwormen opgebouwd uit segmenten of ringen. De segmenten zijn binnen in het lichaam gescheiden door een wand. Door deze segmentwanden heen lopen de spijsverteringskolom, de aderen, de zenuwstreng en bepaalde klieren. Deze klieren werken als nieren, waarmee stoffen als urinezuur, zouten en ammoniak worden afgevoerd en water wordt teruggewonnen uit afvalstoffen.

Het lichaam van de regenworm kan bestaan uit 100-150

segmenten. Verharde structuren zoals tanden of kaken ontbreken. Een regenworm heeft geen ogen of oren maar kan wel trillingen en geschikte voedingsbronnen waarnemen. De lichaamsholten zijn met een vloeistof gevuld en staan onder druk, wat de worm stevigheid geeft.

Net als andere ongewervelde dieren hebben ze geen hersenen maar een aantal knooppunten waar de zenuwen samenkomen, bv in de mondflap. De mondflap is een belangrijk lichaamsdeel omdat het dient als een tastzintuig bij het zoeken naar voedsel. Deze ‘bovenlip’ dient ook als grijporgaan. Regenwormen hebben geen ogen, maar zijn wel gevoelig voor licht. De regenworm heeft geen speciale ademhalingsorganen, maar wel een gesloten bloedvatensysteem, waarmee door de huid zuurstof opgenomen wordt en uit de darm opgenomen voedingsstoffen worden getransporteerd.

De gewone regenworm heeft vijf paar harten en dus tien harten in totaal. Om het lichaam van zuurstof te voorzien, hebben regenwormen net als gewervelde dieren rood bloed, maar geen rode bloedcellen. Omdat regenwormen soms in zuurstofarme omstandigheden belanden, zoals bij langdurige overstromingen van het land, kan hun bloed veel zuurstof opnemen.

 roodborstlijstervogelsRoodborstlijster31 mrt 2013maart

Roodborstlijster, 31 mrt 2013

 roodborstlijster

De roodborstlijster is een prachtig gekleurde lijsterachtige die in Amerika algemeen is. Het is een trekvogel die net als de Kramsvogel en de Koperwiek een krachtige vlucht heeft. Het wordt ook onder de Europese vogels gerekend als een zeer zeldzame dwaalgast (in 10 jaar 3 meldingen in Nederland). Recentelijk was er opwinding in vogelaarsland toen er in Hoofddorp bij het station een en mogelijk 2 exemplaren werden waargenomen. De roodborstlijster is een uitermate fraai gekleurde vogel(foto). Beide geslachten zijn vrijwel gelijk, alleen zijn de vrouwtjes wat doffer van kleur. De mannen hebben een nagenoeg zwarte kop met een zwart-wit gestreepte keel. Om het oog zit een opvallende, onderbroken witte ring. Aan de oranjerode borstkleur hebben de vogels hun naam te danken. Die kleur doet denken

aan de borstkleur van het bekende Europese roodborstje. Om die reden wordt deze vogel in Amerika Robin (Roodborstje) genoemd.

Bijzonder

De roodborstlijster zou je de Amerikaanse merel kunnen noemen, want de gedragingen van deze vogelsoort komen op heel wat punten overeen met onze merel. Zo heeft hij zich, net als de merel in Europa, van schuwe bosvogel ontwikkeld tot een cultuurvolger. De vogel heeft een groot deel van zijn aangeboren schuwheid afgelegd, leeft graag in de buurt van mensen en is tot in de grote steden te vinden in tuinen, parken en op sportterreinen etc. Als er maar bosjes, gecombineerd met grasvelden of gazons zijn, dan is hij er te vinden. Hij nestelt, evenals zijn neef de merel, op de meest uiteenlopende plaatsen.

Waar

De roodborstlijster is een echte trekvogel. Met name uit Alaska en uit Canada komen vogels die ieder jaar grote trektochten ondernemen tot in Mexico. De roodborstlijsters uit het midden en zuiden van de V.S. zijn standvogels. Soms raken de vogels tijdens stormen uit de koers boven de Atlantische oceaan. Tijdens zo’n tocht wordt er onderweg soms meegelift op zeeschepen en bereiken ze soms de kusten van Europa.

 tepelgalvlieg1insectenTepelgalvlieg23 mrt 2013maart

Tepelgalvlieg, 23 mrt 2013

 tepelgalvlieg1

In deze column hebben we al eens een aantal soorten wespen behandeld, die voor hun larven en hun nageslacht een comfortabele plek hebben weten te creëren door planten aan te zetten tot de vorming van gallen. Gallen, die aan de buiten kant een harde beschermlaag vormen en aan de binnenkant een eetbare substantie. Geen wonder dat er alleen al in Nederland ruim 2000 galvormende insecten zijn ontstaan, waaronder ook muggen,vliegen en motten. Op bladeren en stengels worden de meeste gallen gevonden, maar ook op eikels, knoppen en bloemen en wortels van alle denkbare soorten zijn er gallen te ontdekken. Maar de soort die we vandaag behandelen, heeft wel een hele curieuze manier ontwikkeld: De tepelgalvlieg legt zijn eieren onder een meerjarige verhoutende paddenstoel: De platte tonderzwam. Dat hij onder de brede hoed van de tonderzwam groeit, is natuurlijk handig tegen de regen. De platte tonderzwamtepelgalvlieg is 4-5 mm lang en behoort tot de familie van breedvoetvliegen (foto onder) . Er bestaan 250 soorten breedvoetvliegen wereldwijd. In Europa

is dit de enige breedvoetvlieg die gallen op paddenstoelen vormt.

Bijzonder

Omdat de platte tonderzwam meerjarig is, blijven de gallen lang onder de zwam zitten. De zwam vormt tijdens en na de galvorming nieuw sporenvormend weefsel om de gal heen (zie foto boven). Uiteindelijk verdwijnen de gallen in dit weefsel, waarop in volgende jaren weer nieuwe gallen kunnen worden gevormd. Er zijn in en op zo’n tonderzwam wel eens 600 gallen geteld. Verschillende graafwespen, solitaire bijen en sluipwespen nestelen graag in oude, verlaten gallen. Galbewoners hebben zoals vele andere organismen ook hun vijanden. Niet alleen vogels weten de larven in de gallen te vinden, ook bepaalde parasieten kraken het huisje van de galverwekker. Zo zijn sluipwespen geduchte vijanden van galbewoners.

Waar

De tonderzwamtepelgalvlieg komt voor in het noorden van Azië en in Europa en natuurlijk alleen waar tonderzwammen groeien.

 tepelgalvlieg2

 waterspitsmuis3kleine dierenWaterspitsmuis (3)17 mrt 2013maart

Waterspitsmuis (3), 17 mrt 2013

 waterspitsmuis3

In de perioden dat de waterspitsmuis actief is, is hij op zoek naar voedsel, waarbij hij continu in beweging is. Deze actieve periodes duren enkele minuten tot 2 uur en worden onderbroken door rustperiodes. Ze rusten nooit langer dan een uur. De rustperioden worden doorgebracht in ondergrondse holen. Er bestaan 2 groepen spitsmuizen op basis van hun tanden. De helft van de soorten heeft witte tanden. De andere helft, waaronder de waterspitsmuis heeft tanden met rode punten, die hun schedels (vaak in braakballen) een bloeddorstig uiterlijk geven. Op de foto staan drie spitsmuissoorten met rode tandpunten. De tanden zijn spits om levende prooien te kunnen vastpakken en verscheuren.

Waar

De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij

snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Dat is vaak bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar schoon grondwater opwelt. Ook wordt hij aangetroffen langs de binnenduinrand, natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden. Bovendien moet er in de oevers voldoende schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten. Het verspreidingsgebied van de waterspitsmuis ligt in een groot deel van Europa. Van de Middellandse zee tot in het noorden van Scandinavië. In Nederland heeft de waterspitsmuis een zeer versnipperde verspreiding, maar hij komt het meest voor in de waterrijke provincies Friesland en Overijssel. In Oost- en Zuid-Nederland komt zijn verspreiding overeen met beek- en rivierdalen van de zand- en lössgronden, in laag Nederland betreft het vooral kwelgebieden. Ook in De Heimanshof is de waterspitsmuis in het verleden aangetroffen. De populatie in Poelbroek vlak buiten de Haarlemmermeer bij Vijfhuizen geeft hoop dat deze soort ook in de vochtige veenpolder rond de Eendenkooi Stokman kan voorkomen en langs de steeds frequenter aangelegde ecologische oevers in onze polder.

 waterspitsmuis2kleine dierenWaterspitsmuis (2)10 mrt 2013maart

Waterspitsmuis (2), 10 mrt 2013

 waterspitsmuis2

De waterspitsmuis heeft giftig speeksel. Dit wordt vooral gebruikt om prooidieren als vissen en kikkers te verlammen, die groter kunnen zijn dan hijzelf (foto). De waterspitsmuis leeft solitair. Alleen in de voortplantingstijd leven meerdere dieren bijeen in een los familieverband.

Het voedsel van de waterspitsmuis bestaat uit prooidieren die hij zowel op het land als in het water vangt. Zijn voedsel bestaat voornamelijk uit insecten en andere ongewervelden zoals kreeftachtigen, waterslakken, kevers, motten, vliegen, larven en wormen. Daarnaast eet hij ook kleine vissen, amfibieën(eieren) en aas. Soms legt de waterspitsmuis een voorraad aan. Waterspitsmuizen eten per dag minstens hun eigen lichaamsgewicht en kunnen twee dagen zonder

voedsel.

De waterspitsmuis is vrij luidruchtig. Hij maakt fluitende kreten, trillers en schrille krijsende en sissende geluiden.

Bijzonder

De waterspitsmuis is in Nederland bedreigd en staat op de rode lijst als kwetsbaar. Dit is het gevolg van de vernietiging van hun leefgebied door o.a. de aanleg van waterwegen, de drainage van landerijen, het verwijderen van oevervegetatie en watervervuiling.

Ook in veel Europese gebieden is de populatie van waterspitsmuizen hierdoor teruggelopen. Maar omdat ze zo klein en ongrijpbaar zijn, is het moeilijk een juiste schatting te maken van de mate van achteruitgang. Natuurlijke bedreigingen van de waterspitsmuis zijn kerkuil, steenuil, steenmarter en boommarter. Daarnaast worden waterspitsmuizen ook wel gevangen door o.a. bunzing, kat, vos en ransuil, maar niet door hen opgegeten. Dit komt omdat spitsmuizen, vooral de mannetjes, een ranzig ruikende stof uitscheiden en dan door deze geur of smaak niet worden opgegeten.

De waterspitsmuis is een ontzettend schuw dier, dat zich dood kan schrikken van een plotseling, hard geluid. De soort is zowel overdag als ′s nachts actief, maar vooral voor zonsopgang.

 waterspitsmuis1kleine dierenWaterspitsmuis (1)3 mrt 2013maart

Waterspitsmuis (1), 3 mrt 2013

 waterspitsmuis1

Afgelopen zaterdag werkte ik mee aan een project vlak bij Vijfhuizen net over de ringvaart. Een ruig en nat weiland, genaamd Poelbroekpark. Met 10 man deden we het achterstallig maaiwerk wat paarden de jaren ervoor gedaan hadden. De snijdende koude voelden we niet door het harde werken en vooral de vele leuke dingen die we zagen: een vossenburcht en maar liefst een stuk of 10 bijzonder spitsmuizen: de waterspitsmuis had het hier goed naar zijn zin. Normaliter zijn deze dieren in de ruige natte gebieden waar ze leven niet te vinden of te vangen, maar door het maaien krioelden ze overal. Zoals de naam doet vermoeden, zijn waterspitsmuizen waterdieren. Spitsmuizen zijn verder geen gewone muizen die zaad of gras eten, maar het zijn jagende carnivoren. Er zijn 6 spitsmuissoorten in Nederland,

waarvan de waterspitsmuis de grootste is. En de specialiteit van de waterspitsmuis is jagen onder water. Ook loopt hij over de bodem van het water. Hij kan tot 20 seconden onder water blijven. De waterspitsmuis zwemt met zijn staart en poten. De onderzijde van de staart is voorzien van rijen witte borstelharen, die dienen als een soort kiel bij het zwemmen en franje bij met name de achterpoten en zwemvliezen. De oren liggen geheel verborgen in de vacht en worden bedekt door huidflapjes tegen inkomend water. Hij heeft kleine zwarte ogen en een spitse snuit met lange witte snorharen. De vacht is waterafstotend, door de afscheiding van vetklieren, die hij op het land door zijn vacht poetst. Als een waterspitsmuis zwemt, blijven er luchtbellen tussen de vacht zitten, waardoor deze een zilveren kleur krijgt (foto). Deze luchtbellen houden warmte vast, maar zorgen er ook voor dat de waterspitsmuis blijft drijven. Om bij de bodem te komen, moet een waterspitsmuis met een sprong het water induiken. De waterspitsmuis heeft gevoelige, beweeglijke snorharen en een spitse snuit, waarmee hij naar prooi kan zoeken in de modder en onder steentjes. Volgende week verder.

 eik4bomenEikenbijzonderheden (4)25 feb 2013februari

Eikenbijzonderheden (4), 25 feb 2013

 eik4

Ook de naam Holland heeft met eiken te maken. Holland komt niet van ‘hol’ maar van ‘Holt’. Onze veengebieden bestonden vroeger uit machtige eikenbossen. Veeboeren op veenweides stuiten nog steeds elk jaar op enorme stammen van eiken die in het veen verzonken waren en die door het inklinken en vervliegen van het veen bovengronds komen, zogenaamde veeneiken (foto).

De grootste eik van Groot-Brittannië is ca 1000 jaar en heeft een stamomtrek van 12,7 m. De Chêne du Tronjoli (ook 1000 jaar) staat op een boerderij in Bretagne. De Kongeegen in Denemarken wordt op 1000 - 1400 jaar oud geschat. Op de Veluwe zijn eikenhakhoutbosjes gevonden die mogelijk al meer dan 1500 jaar om de 8- 10 jaar zijn ‘geoogst’. In vroeger tijden waren eikels vooral belangrijk als varkensvoer. Eikenhout is hard en sterk. En wordt nog steeds

gebruikt als constructiehout, voor parket, deuren en voor de bouw van bruggen en steigers.

De bast bevat, evenals het hout van de oudere bomen, looistoffen die gebruikt worden bij de leerindustrie. Door koken komen de waardevolle looizuren vrij die gebruikt worden voor het looien van huiden. Als dit looizuur met ijzer reageert ontstaat Oost-Indische inkt. Dat proces is te zien bij het omzagen van een eik: op de zaagsnede vormen zich zwarte vlekken. Op eiken komen zeer veel gallen voor. Wel 40 soorten galwespen gebruiken alle onderdelen van de eik:het blad, bladknoppen, eikels, takken en zelfs wortels. De galwesp en zijn larve geven een soort plantenhormoon af dat de plant aanzet tot het vormen van een verdikking. Deze is meestal hard aan de buitenkant en zacht en smakelijk van binnen en vormt een veilige en ideale plek om op te groeien voor jonge galwespen.

Waar

In alle gebieden boven de evenaar groeien eiken. Uitgestrekte eikenwouden besloegen ooit grote delen van Europa. Van deze oerbossen is er nog maar weinig overgebleven. Groot-Brittannië heeft de grootste en mooiste ongerepte oerbossen van Noordwest-Europa waar nog veel eiken staan.

 eik3bbomenEik (3)17 feb 2013februari

Eik (3), 17 feb 2013

 eik3b

De Steeneik kan 20 m hoog worden, maar is meestal vele kleiner omdat hij vooral op onvruchtbare rotsige plekken groeit. Hij heeft een korte stam en een brede, ronde kroon. De bladeren zijn hard en leerachtig en glanzend donkergroen en blijven jaren aan de boom, terwijl alle andere eiken bladverliezend zijn. Ze lijken op hulstbladeren en hebben ook stekels. Hij komt voor in het Middellandse Zeegebied tot aan de zuidrand van de Alpen. De boom is niet winterhard en staat daarom in de mediterrane kas van De Heimanshof. Vroeger bedekten wouden van steeneiken grote delen van het Middellandse Zeegebied. Hij is nu teruggedrongen tot steeds kleiner wordende arealen. De steeneik levert zeer hard, zwaar hout dat azijnhout genoemd wordt. Het leent zich voor onderdelen die zwaar belast worden, in de wagenmakerij en in molens voor de kammen van de wielen.

De Libanese eik blijft een vrij kleine boom van maximaal 8 m. Zijn bladeren zijn langwerpig en zaagvormig gelobt met een punt. Hij komt voor van Libanon tot in Iran

en is beperkt winterhard. Ook deze groeit daarom in de mediterrane kas van De Heimanshof.

Bijzonder

Eik is een Oud-Germaans woord en betekent boom. In Nederland en België kennen wij de zomer- en wintereik (Quercus robur en Quercus petraea). Robur betekent hard (eiken)hout en petraea van de rotsen omdat deze eik met arme grond, zelfs rotsgrond, genoegen neemt.

Het Griekse woord voor eik is drus en dat lijkt op het woord druïde voor de Keltische priesters, die ook wel eikmensen genoemd werden. Eiken waren voor de Kelten Heilige bomen en werden vereerd. Bij de Hettiten, Perzen, Grieken en Romeinen was de eik symbool voor wilskracht. De eik was voor veel volkeren een magische boom. De Griekse geschiedschrijver Tracitus schrijft dat de Germanen geen tempels kenden, alleen heilige wouden. Hij was erg onder de indruk van de machtige eikenbossen in Duitsland. Aan de voet van eiken spraken zij recht, brachten zij offers en begroeven zij hun doden.

 eik3a