bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Gewone Es, 10 okt 2020

 es

Es

De es is met de populier een van de karakteristieke bomen van deze polder. Overal langs wegen is hij aangeplant en ook zaait hij zich goed uit. De es heet in het latijn Fraxinus excelsior omdat hij als hij de kans krijgt heel hoog (wel 60m) kan worden. Maar een boom zijn gang laten gaan, is niet aan onze poldergenoten besteed. Ik ken er geen een, die ook maar in de buurt van deze hoogte komt. De meesten worden al lang daarvoor gekapt. Essen, net als esdoorns hebben nu zaden met vleugels eraan. De es maakt losse zaden met 1 vleugel, de esdoorn paren met 2 vleugels. Die worden lekker ver met de wind mee genomen.

Bijzonder

Er is vele bijzonders te vermelden over de es. Zo heeft deze boom de laatste 10 jaar te lijden van een nieuwe ziekte: De essentaksterfte. Dat is een nieuwe schimmel die bv in de Flevopolder halve bossen doet afsterven. Leuker

is dat de es heel mooi recht en sterk hout met grote trekkracht levert, waarmee gereedschapsstelen (hamer, spade en ook speren) werden en worden vervaardigd. Zo heeft elke houtsoort zijn eigen karakteristieken en toepassingsmogelijkheden. Ook leuk is dat een es de oudste boom van de polder is. Deze polder is in 1852 drooggelegd en de oudste essen die altijd in deze polder gestaan hebben, zijn minstens 330 jaar oud (van 1701).Ze staan rond de eendenkooi Stokman. Hoe het kan dat ze ouder zijn dan de polder is omdat (dijken van) de ringvaart niet in het water van het meer gebouwd konden worden. Er is dus overal een strook land en in dit geval een schiereiland in de polder meegenomen. En ze staan daar niet voor niets. Essen zijn net als wilgen nl heel goed te knotten. En als je ze om de 10 jaar knot heb je heel mooi haard hout of hout voor palen. Daarom werd er in het verleden al essenhakhout op dijkjes geplant die met hun wortels de dijken bij elkaar hielden .

Waar

Essen zijn oer Hollandse bomen. De gedijen goed in onze natte klei en veen. Ze staan vaak in moerassen of aan sloot kanten, maar ze zijn ook vaak langs wegen en in de bebouwde kom aangeplant.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 11 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 duivelseipaddenstoelenDuivelsei10 sep 2015september

Duivelsei, 10 sep 2015

 duivelsei

Deze week waren we ergens aan het werk in een bos met een dikke strooisel laag, toen we overal vuistgrote glibberige bollen aantroffen.

Wat die bollen waren, ontdekten we pas toen we iets verderop door een penetrante aasgeur een grote stinkzwam ontdekten. Deze nog ‘maagdelijke’ paddenstoel was uit een dergelijke bol gegroeid (foto). Een dergelijke ontwikkeling tot een 20cm hoge paddenstoel gaat in een paar uur. Het doorbreken van de bol doet de paddenstoel met een soort eitand op een ring rond een opening aan de top. Zowel de vreemde glibberigheid van de bol als de razendsnelle groei heeft mensen geïntrigeerd en daarom heeft deze bol de naam duivels ei of heksen ei gekregen. Allerlei andere opvallende organismen werden met een zelfde mix van ontzag en wantrouwen bekeken: duivelsnaaigaren, heksenkruid en

heksenboter zijn daar voorbeelden van.

Bijzonder

De grote stinkzwam vermenigvuldigt zich net als ander paddenstoelen met sporen. Er zijn in de loop van de evolutie honderden manieren ontstaan om deze sporen effectief te produceren en te verspreiden. De meeste paddenstoelen doen dat door er enorme hoeveelheid van te produceren die met de wind meegevoerd worden. De stuifzwammen en met name de reuzenstuifzwam of reuzenbovist zijn daar het schoolvoorbeeld van. De stinkzwammen hebben dat slimmer aangepakt. De aasgeur die ze verspreiden, trekt vliegen een aaskevers aan die de kleverige sporen aan hun poten mee krijgen om ze vervolgens overal heen te brengen. Dat gaat zeer efficiënt. Op de foto is deze glanzende grijze sporenmassa ook goed te zien. Binnen 3 uur was de gehele grijs gekleurde sporenmassa ‘op transport’ en bleef er een kale witte paddenstoel over, die op een morielje lijkt. Net als de meeste morieljes is deze paddenstoel als jong exemplaar eetbaar, hoewel de geur die hij om zich heen heeft, daar niet echt tot uitnodigt.

Waar

De grote stinkzwam houdt van zandige losse bodems met een dikke humus en stooisellaag en is vrij algemeen voorkomend.

 bblekemelkzwampaddenstoelenBleke Melkzwam29 aug 2015augustus

Bleke Melkzwam, 29 aug 2015

 bblekemelkzwam

Na een droog voorjaar en eerste deel van de zomer zijn de laatste weken de sluizen van de hemel open gegaan. Al die regen aan het einde van de zomer is van harte welkom in mijn groente tuinen. Maar ecologisch maakt die regen ook van alles los. Nu de temperatuur nog hoog is en er veel biomassa en dood hout is, exploderen er veel soorten paddenstoelen. Er is bijna geen einde aan de soorten die je overal ziet: inktzwammen, boleten (zoals eekhoorntjes brood) elfenbankjes, judasoren, champignons in allerlei soorten, stuifzwammen ,fluweelpootjes, vogelnestjes, slijmzwammen, etc. Aan de meeste hiervan heb ik al eens een column gewijd, dus die kunt u terug zoeken. Een familie die ik nog nooit behandeld heb zijn de melkzwammen. Dit zijn vaak grote opvallende, zwammen. Ik zag een paar mooie exemplaren in de net opgeknapte

oever van de hoofdvaart pal naast de rotonde van de Kruisweg. Hun hoed was bijna 14 cm in doorsnede en had een stevige steel.

Bijzonder

De soort die ik daar zag was de bleke melkzwam. Deze soort lijkt redelijk op een grote champignonsoort, zoals de weidechampignon, maar champignons hebben een ring om de steel (velum) en hebben zwarte sporen. De Bleke melkzwam heeft net zo’n stevige steel maar geen velum en heeft witte sporen. Verder zijn de plaatjes onder de hoed veel groffer van bouw en verder uit elkaar geplaatst. Om helemaal zeker te zijn volstaat het om een stukje van de hoek in te drukken of af te breken. Dan produceren melkzwammen een melkachtig vocht. Zoals veel paddenstoelen is iig de hoed eetbaar, maar niet erg uitnodigend om op te eten: bitter met een scherpe bijsmaak.

Waar

De bleke melkzwam houdt van vrij zware grond. Het is ook een soort die met de wortels van bomen een symbiose aangaat De schimmel vormt zgn. myccorrhyza: schimmel/wortel verbindingen, waarbij de boom suikers levert en de schimmel mineralen. De bleke melkzwam doet dat het liefste met een beuk. In dit geval stonde hij bij een linde.

 zwartewouwvogelsZwarte Wouw14 aug 2015augustus

Zwarte Wouw, 14 aug 2015

 zwartewouw

Een week geleden zag ik in de buurt van de Meerlanden bij Schiphol Rijk een Zwarte Wouw. Dit is een grote donkere roofvogel die in grote delen van de wereld en ook elders in Europa zeer algemeen is, zoiets als de buizerd bij ons. Wereldwijd gezien is de zwarte wouw zelfs de meest verbreide roofvogel. Maar in Nederland is het een zeldzame doortrekker, waarvan 1of 2 broedparen in Brabant bekend zijn al een aantal jaren. Omdat de jongen nu zelfstandig zijn kan het een dier zijn dat op zwerftocht uit Duitsland of Scandinavië hier verzeild is geraakt. Uit waarneming.nl bleek dat mogelijk ook dit exemplaar ook rond die tijd in Heemstede is gesignaleerd. De Zwarte wouw is verwant aan de havik en heeft een duidelijk herkenbare gevorkte staart. De zwarte wouw is voornamelijk een aaseter die zijn kostje soms in de directe nabijheid van mensen bij elkaar zoekt. Ook struint hij graag

vuilnisbelten en visafslagen af omdat daar altijd wel wat eetbaars is. Mogelijk verklaart dat ook z’n nabijheid bij de Meerlanden.

Bijzonder

De zwarte wouw staat er ook om bekend dat hij prooien afpakt van andere roofvogels, ook van reigers en aalscholvers. De soort kan ook uitstekend vissen, waarbij hij visjes grijpt die net onder de wateroppervlakte verblijven. De zwarte wouw komt vaak in groepen voor en heeft in sommige delen van de wereld ( zoals Australië) de rol van gieren op zich genomen. Soms leven ze vooral van verkeersslachtoffers. Als we een wat minder geordend en aangeharkt land hadden zouden er vast meer wouwen ( en andere dieren en planten ) leven

Waar

De Zwarte wouw kom overal voor in Europa, Azië en Australië, maar niet in Amerika. In Nederland is de soort een zeldzame doortrekker. Maar al net over de grens in Duitsland is hij vaak te zien. Vaak cirkelen en ze boven rivieren op zoek naar vis. Maar de zwarte wouw past zich heel makkelijk aan en komt in zeer veel biotopen voor van moeras tot woestijn en gebergtes.

 muskuskaasjeskruidplantenMuskuskaasjeskruid20 jul 2015juli

Muskuskaasjeskruid, 20 jul 2015

 muskuskaasjeskruid

Recentelijk zijn we in het kantorenpark 2020 (achter het station Hoofddorp) op een plek waar voorlopig nog geen kantoren gebouwd worden, in staat gesteld om een braakliggend stuk grond tot een voedseltuin, een vlindertuin en een natuurtuin om te bouwen. De geproduceerde groente in dit ′meest duurzame bedrijvenpark van Europa′ gaat naar het lokale restaurant en naar mensen die meehelpen bij de inlichting en het onderhoud. Naast onze voedseltuin loopt de vrije busbaan, die vorig jaar vol stond met wit bloeiende margrieten. Dit jaar is het beeld totaal anders, maar niet minder interessant. Dit jaar is de hele busbaan helling roze gekleurd. Dat komt door een lid van de kaasjeskruidenfamilie. Kaasjeskruiden heten zo omdat hun zaden wel wat weg hebben van (ingepakte) Goudse kazen. Er zijn wereldwijd een dertigtal soorten kaasjeskruid, waarvan

er een zestal in Nederland voorkomen. De soort die hier massaal staat, is het muskuskaasjeskruid.

Bijzonder

Alle kaasjeskruidachtigen hebben roze of paarse bloemen. Muskuskaasjeskruid heeft zeer fijn ingesneden bladeren en de bloem ruikt inderdaad wat naar muskus. De Latijnse naam Malva is afgeleid van een Grieks woord dat verzachten betekent. Dat verzachten is bijvoorbeeld van toepassing bij een bijensteek. Als je op een bijensteek een blaadje fijnwrijft, blijft de zwelling weg of wordt deze in ieder geval minder sterk. Op De Heimanshof zijn verschillende soorten kaasjeskruidachtigen te vinden, naast nauwe verwanten als Laterna en Heemst.

Waar

Muskuskaasjeskruid staat in bermen, graslanden, heggen (voedselrijke zomen), langs spoorwegen (spoorbermen en spoorwegterreinen), ruderale plaatsen, braakliggende grond, zeeduinen en ruigten. Vaak in de buurt van bebouwing. De wereldwijde verspreiding is beperkt tot West-Europa en een deel van Noord-Amerika. De verhoogde busbaan bij Park 2020 is dus een plek waar muskuskaasjeskruid zich prima thuisvoelt.

 varroamijtinsectenVarroa Mijt24 jun 2015juni

Varroa Mijt, 24 jun 2015

 varroamijt

Het droge weer van dit voorjaar maakt het tot een goed bijenjaar. In De Heimanshof kwamen we de winter uit met 3 bijenvolken en door het grote aantal zwermen zijn het er nu al 9. Zo kan het gaan in een goed jaar. Maar andere jaren waren minder goed. Iedereen weet dat de bijen het moeilijk hebben. Wat niet iedereen weet, is dat de 3 belangrijkste oorzaken daarvan allemaal aan mensen te wijten zijn. De voornaamste is het ’netheids’ ideaal van de burgers waardoor er in de steden vooral kale bloemloze gazons overblijven. Het gebruik van insecticiden draagt ook niet bij. Maar ik wil het nu vooral hebben over de varroa mijten. Dat zijn parasieten die het op het bloed van bijen en hun larven gemunt hebben. Als wij zelf een bij zouden zijn, zouden de mijten bij ons zo groot als muizen zijn en vele larven en bijen dragen er 3-10 met zich mee (foto van bijenlarf met mijten en

uitvergroting). Daardoor komen er uit larven vaak mismaakte bijen en worden de bijen verzwakt. Het is nl. een parasiet die van nature op Aziatische bijen voorkomt. Maar die hebben een poetsreflex ontwikkeld waarmee ze zich van de mijten kunnen ontdoen. Door de introductie van Aziatische bijen door imkers om te proberen de honing opbrengst te vergroten zijn de varroa mijten hier terecht gekomen. En onze bijen hebben die poets reflex Niet. Een soortgelijke kruisactie in Amerika met Afrikaanse bijen heeft daar de killer bijen op geleverd. Deze bijen passen zo goed op hun honig dat ze niet rusten voor een verstorend element afgemaakt is. Dat kost jaarlijks honderden mensen het leven

Bijzonder

De varroa mijt is te bestrijden met het toedienen van zuur op de bijenkast en door aangetaste ramen en volken te verwijderen. Maar helemaal kwijtraken lukt niet meer.Toch lijkt natuurlijke selectie ook hier op te treden. Want wilde bijen volken die niet behandeld worden, overleven ook.

Waar

Varroa mijten komen nu overal in Europa voor en komen oorspronkelijk uit Azië.

 spiegelklokjeplantenGroot Groot spiegelklokje in klaprozenvelden Overb12 jun 2015juni

Groot Groot spiegelklokje in klaprozenvelden Overb, 12 jun 2015

 spiegelklokje

Iedereen die wel eens de avondvierdaagse heeft meegelopen, kent de klaprozenvelden die in 2007 en 2008 zijn aangelegd aan beide zijden van de IJtocht. In totaal liggen er 20 velden van 2.5 ha totaal als je ook de vochtige orchideeënoever langs de IJtocht meerekent. Ze zijn destijds aangelegd met een wijkbudget door De Heimanshof samen met de wijkraden.

Na de aanleg heeft Stichting MEERGroen met vrijwilligers elders uit de Haarlemmermeer samen met de gemeente er voor gezorgd dat de velden elk jaar in volle bloei blijven komen. En dat gaat niet vanzelf. Alles moet elk jaar gemaaid en afgevoerd worden en akkerkruiden (de stukken met klaprozen) ook losgewoeld. En in alle soorten terrein moeten de ‘plaag‘planten verwijderd worden. Dat zijn bv distels die zich via zaadpluizen in de hele regio uitzaaien, zuringsoorten, bramen,

riet, duizendknopen en sommige koolzaadachtigen.

Bijzonder

Tussen de opvallende klaprozen staan talloze bijzondere soorten: bolderik (paars), korenbloem (blauw), kamille en de klimmers zoals vogelwikke, tengere wikke, voederwikke, maar ook rogge, tarwe, spiegelklokje en cichorei.

De moerasoevers kenmerken zich door ratelaars (geel) met daartussen rietorchis (paars), moeraswespenorchis (zalmkleurig), moeras vergeet-mij- nietje, gele lis en vele soorten zegge, biezen en russen.

De meest bijzondere soorten zijn het groot spiegelklokje (foto) en de kegelsilene. Beide zijn elders bijna uitgestorven in Nederland: het zijn rode lijst soorten.

De bloemen rijkdom is voor ons mensen een genot om naar te kijken maar voor tientallen soorten vlinders, sociale en solitaire bijen, hommels, libellen, sprinkhanen, kevers, zweefvliegen en andere kleine diertjes is het een essentiële bron van voedsel en schuilplaatsen.

Waar

Aan weerszijden van de IJtocht in de wijken Overbos en Floriande. Mail voor een rondleiding en meer info

 geleklisboorvlieginsectenGeleklisboorvlieg30 mei 2015mei

Geleklisboorvlieg, 30 mei 2015

 geleklisboorvlieg

Het droge voorjaar van 2015 lijkt zeer insectenvriendelijk te zijn.

Zo hebben zich in de afgelopen 2 weken zeker 14 honingbijzwermen in en om De Heimanshof vertoond. Maar ook andere insectensoorten lijken te gedijen en de plantengroei lijkt van de droogte weinig last te hebben.

Zo is de grote klis aan een groeispurt bezig die in de komende maand planten van wel 2- 2.5 m hoog gaat opleveren en die de stekelige klitten maken die in haar en kleren vast blijven zitten.

Bij het verwijderen van een groot deel van deze dominante planten viel ons oog op een bijzonder insect (foto Lou vd Linden), die weer inzicht in een hele nieuwe wereld van insectenleven opleverde. Het was de Gele Klisboorvlieg.

Bijzonder

Boorvliegen zijn een familie van insecten uit de orde vliegen en muggen of tweevleugeligen. Ze

heten ook wel fruitvliegen, maar horen niet tot de bekende laboratorium fruitvliegjes familie.

Wereldwijd zijn er wel 5000 soorten boorvliegen beken in ca 500 geslachten.

Boorvliegen onderscheiden zich van deze soorten en van andere insecten door de mooie tekeningen van vlekken, banden of zigzagstrepen op de vleugels, waardoor ze op het eerste zicht op een springspin kunnen lijken. Zij danken hun naam aan het feit dat de vrouwtjes de eitjes in een plant leggen met behulp van hun puntige legboor, die vaak langer is dan de rest van het lichaam. De lichaamslengte bedraagt maximaal 1,5 cm.

De larve van aantal boorvliegsoorten is heel klein en vreet gangen uit tussen de onder- en bovenkant van bladeren. Andere soorten leven parasitair op andere insecten.

Volwassen vliegen voeden zich met plantensappen en vocht uit rottend plantenmateriaal. De eieren worden apart of groepsgewijs afgezet onder de schil van vruchten.

Enkele boorvliegsoorten staan bekend als plaagsoorten van fruitbomen zoals de appelvlieg uit Noord-Amerika en kersenvliegen uit Zuid-Europa, die via transport hier terechtgekomen zijn.

Waar

De Gele klisboorvlieg is gebonden aan de Grote klis als waardplant.

 aspergehaantjeinsectenAspergehaantje16 mei 2015mei

Aspergehaantje, 16 mei 2015

 aspergehaantje

In april en mei explodeert de natuur in volume en soortenrijkdom.

Het is de tijd van de blijde verwachting als je er oog voor hebt: of het nu de 1e gierzwaluw is in de lucht of de 1e orchidee, het houdt niet op.

Bij al dat rondspeuren is het natuurlijk een uitdaging om bijzondere soorten op te merken. Zo liep ik deze week langs het duinbiotoop op De Heimanshof om te kijken of onze wilde asperges al boven de grond kwamen. Behalve dat het leuk is bezoekers te wijzen op een eetbare wilde soort en hoe die er in het wild uitziet is het ook de moeite waard om de prachtig gekleurde aspergehaantjes te ‘spotten’.

Want zo werkt het in de natuur: bij elke plantensoort hoort een hele gemeenschap van soorten die ‘mee liften’.

Bijzonder

Aspergehaantjes horen bij de familie van bladhaantjes. Ze zijn ca 6 mm lang. Er zijn veel soorten bladhaantjes: munthaantjes,

elzenhaantjes, wilgenhaantjes, leliehaantjes en ga zo maar door, voor bijna elke plantengroep wel een.

Ze zijn bijna allemaal fel gekleurd als waarschuwing dat ze niet lekker smaken.

De aspergehaantjes maken 2 generaties per jaar en volwassen kevers overwinteren in de grond. Ze leven alleen op asperge en de larven kunnen in een productieveld schade doen, maar in De Heimanshof mogen ze hun gang gaan.

Vogels lusten de haantjes niet, maar de natuur zou de natuur niet zijn als er niet een andere soort een ongebreidelde voortplanting onder controle zou houden.

Bijna alle larven van de aspergehaantjes worden namelijk belaagd door sluipwespen die hun eitjes daarin leggen. Terwijl de larve de asperge aanvreet, eten de larfjes van de sluipwerp de larve van binnenuit leeg. Net voor hij volwassen is, barst hij open en komt er geen aspergekever uit maar een groep sluipwespjes. Zo gaat dat bij de meeste insecten.

Daarom zijn er honderden tot duizenden sluipwespen soorten, die we nooit zien, maar permanent hun ‘regulerende’ taak vervullen.

Waar

Aspergehaantjes leven alleen van asperge. Ze komen overal voor waar asperge groeit.

 kameleonspininsectenKameleonspin2 mei 2015mei

Kameleonspin, 2 mei 2015

 kameleonspin

Een van de leuke dingen van het schrijven van deze column, is dat mensen met bijzondere zaken langs komen. Een paar weken geleden meldde zich iemand, die zich zorgen maakte over het feit dat er in haar sierdistel in de tuin elk jaar grote aantallen dode bijen hingen.

Deze oplettende lezer kwam op het spoor ven een witte spin, die in de bloem zat en wel eens de oorzaak kon zijn. Omdat haar kogeldistel een niet inheemse tuinplant is, bestond het vermoeden dat ook de spin wel eens een exoot kon zijn, die mogelijk gevaarlijk voor onze inheemse bijen kon zijn. De oplossing kwam zoals zovaak weer van professor Ernst. Het bleek te gaan om een soort krabspin en wel de gewone kameleonspin, die hier van nature voorkomt.

Bijzonder

Er bestaan in Nederland tientallen soorten krabspinnen. Ze ontlenen

hun naam aan het feit dat ze niet zoals andere spinnen vooruit kruipen, maar net als krabben een zijwaartse gang hebben. Deze soort leeft vooral van bijen en hommels. Ze maken geen web en wachten geduldig op de bloem tot haar prooien de bloemen komen bestuiven. Zo kunnen ze dagen tot weken in eenzelfde hinderlaag blijven zitten. Kameleonspinnen ontlenen hun naam aan het feit dat ze geel ( inzet) of wit ( grote foto) zijn, wat afhangt van de kleur van de bloem waarin ze zich ophouden. Dankzij deze camouflage kunnen ze hun prooien verrassen. Die prooi kan tot 3x groter zijn. Hun gif is snelwerkend en sterk. De leeggezogen prooi blijft soms aan de bloem hangen, wat de aanwezigheid van de spin kan verraden.

Het bijzondere aan deze spin is dat ze net als een kameleon de kleur van de bloem waarop ze kruipen aannemen. Om van kleur te veranderen doet deze spin er echter langer over dan een kameleon. De kleurverandering van wit naar geel duurt 10 tot 25 dagen en terug van geel naar wit duurt 6 dagen.

Waar

Kameleonspinnen hebben een voorkeur voor witte en gele bloemen, waarbij hun schutkleur strategie optimaal werkt.

 zwarte-ooievaarvogelsZwarte Ooievaar18 apr 2015april

Zwarte Ooievaar, 18 apr 2015

 zwarte-ooievaar

Hoewel er veel slecht nieuws te melden is over biodiversiteit, is het ook niet moeilijk om hartverwarmende verhalen te vinden. Zo rukt de ooievaar steeds verder op en het lijkt slechts een kwestie van tijd tot dat zich een of meer paartjes laat verleiden tot broeden door de keur aan ooievaarspalen die er her en der in de Haarlemmermeer al staan. De lepelaar heeft die stap al gezet, hoewel het aantal paren niet of nauwelijks toeneemt. In de kolonie van de Liede wordt al druk gebroed, maar in Hoofddorp zijn ze nog niet begonnen. Entoen verscheen er 26 maart opeens een wel heel bijzondere langpoot: een zwarte ooievaar. Dit exemplaar, hoogst waarschijnlijk op doortrek heef zich een kleine week op gehouden rond de startbanen van Schiphol.

Bijzonder

Nederland ligt aan het NW puntje van het verspreidingsgebied van de

zwarte ooievaar. Voor 1800 broedde de soort hier wel. Door het verlies van ooibossen langs de rivieren is daar een eind aan gekomen. In de 20ste eeuw was de vogel een schaarse, maar regelmatige gast. Sinds de eeuwwisseling is het een doortrekker die steeds vaker wordt aangetroffen. Het gaat dan om tientallen tot honderden waarnemingen per jaar. Dat gebeurt voor al in augustus als de net uitgevlogen jongen gaan zwerven. Dat er nu al een exemplaar eind maart verschijnt is dus ook bijzonder. In gebieden als de Ooipolder is het een kwestie van tijd voor er een paartje gaat broeden. De zwarte ooievaar leeft vooral van vis, maar eet ook amfibieën en insecten.

Waar

De zwarte ooievaar broedt in een brede strook door Midden Europa en Siberië van Denemarken tot aan de Stille Oceaan en overwintert ten zuiden van de Sahara en de Gobi woestijn. Anders dan zijn verwant de witte ooievaar, die in open weiden broedt, bestaat het leefgebied van de zwarte ooievaar uit bos met open plekken. De zwarte ooievaar leeft onopvallend in dicht, gemengd bos langs stromend water of in de buurt van poelen en plassen met dichte begroeiing, vaak in heuvelachtig gebied.

 stormmeeuwvogelsStormmeeuw4 apr 2015april

Stormmeeuw, 4 apr 2015

 stormmeeuw

De Haarlemmermeer ligt niet ver van de zee en dat kun je merken aan het feit dat er waar en wanneer je naar de lucht kijkt altijd wel ergens wat meeuwen ziet rondvliegen. Meeuwen leven van afval, vis, aas, wormen en in feite alles wat ze te pakken kunnen krijgen. Zoals overal in de natuur heeft deze succesvolle groep vogels zich gaandeweg uit gesplitst in soorten die verschillende ‘niches’ benutten. Niches zijn combinaties van eigenschappen om te overleven en dat betekent meestal het benutten van verschillende soorten voedsel. Zo ontwikkelt zich meestal een reeks van kleinere en grotere soorten, die kleinere en grotere prooien eten. Bij meeuwen is de dwergmeeuw de kleinste en de grote mantelmeeuw de grootste soort. In onze polder zie je vooral kokmeeuwen ( met zomers een zwart kapje), stormmeeuwen en zilvermeeuwen ( met grijze vleugels), kleine en grote mantelmeeuwen (met zwarte vleugels).De

aanleiding voor deze column is dat er tekenen zijn dat zich stormmeeuwen die vooral in de duinen en op de Waddeneilanden broeden bezig zijn om ook 2 kolonies op daken te vormen. Eentje in Industriepark Hoofddorp Noord en eentje in de President.

Bijzonder

De stormmeeuw is kleiner dan de zilvermeeuw en heeft met een ronde kop en en een zwarte iris een vriendelijker uitstraling dan de zilvermeeuw, die in kustplaatsen soms al een plaag wordt ervaren. Zowel zilvermeeuwen als stormmeeuwen zoeken vaak voedsel door de trillingen van een mol na te bootsen in grasvelden waardoor wormen naar boven vluchten. Stormmeeuwen zijn helemaal niet zo al gemeen: naar schatting 7000 paar in Nederland. Een jaar of 5 geleden hadden we een grote meeuwen en sternen kolonie op het dak van de het PWN gebouw. Doordat het dak lekte, kwam er vogelpoep in het drinkwater. In plaats van het lek te maken is de kolonie verstoord. De vogels zoeken nog steeds naar een nieuwe plek, vaak op daken van gebouwen.

Waar

Stormmeeuwen komen in heel het Noordelijk halfrond voor in 4 ondersoorten. Vooral langs kusten.

 beukendopgeweizwampaddenstoelenBeukendopgeweizwam21 mrt 2015maart

Beukendopgeweizwam, 21 mrt 2015

 beukendopgeweizwam

Afgelopen week was de nationale boomfeestdag en dus liep ik te zoeken naar een onderwerp over bomen: Het bomenpad in het Haarlemmermeerse bos is heropend, de 14 routes langs monumentale bomen om ’bij weg te dromen’ zijn gelanceerd en op De Heimanshof staan tot 1 april10.000 gratis boompjes van 54 soorten klaar om mee te nemen. Een van de soorten die we dit jaar in grote getalen beschikbaar hebben, (2500) zijn beuken. Die beuken groeien uit beukenootjes, waarvan er in sommige jaren miljoenen zijn per boom. Als er zo’n top jaar van beukenootjes is, worden lang niet al die nootjes een boom: muizen, eekhoorns, vogels eten het gros op. Maar ook op andere manieren komen de beuken aan hun eind. En dat brengt me op het eigenlijke onderwerp van deze week: de superspecialisten: de natuur zit zo mooi en ingewikkeld in elkaar dat er overal waar er wat te halen valt, soorten

ontstaan die er gebruik van maken. Een van die superspecialisten is de Beukendopgeweizwam (foto). Dat is een verwant van het zeer algemene gewone geweizwammetje wat op oude stronken groeit. Deze soort groeit alleen op de schillen van beukennootjes en dan nog alleen als die onder een laag bladeren liggen.

Bijzonder

De beukendop geweizwammetjes lagen in een dikke laag strooisel onder een beuk in Burgerveen en zijn prachtig gefotografeerd door Laurens v/d Linde, die al vaker leuke ontdekkingen heeft vast gelegd. De natuur zit vol met de superspecialisten. Maar je moet er een oog voor ontwikkelen om ze te ontdekken: een schotelzwammetje dat ook alleen in een leeg beukendopje groeit; de rupsendoder, een zwam die alleen op vlinderpoppen groeit en de larvendoder die alleen op de larve van de spinnende water kever leeft; en uit de insectenwereld: hyperparasieten: zeer kleine sluipwespen die leven op de larven en poppen van al zeer kleine sluipwespen die bv op bijen en vliegen parasiteren.

Waar

De beukendopgeweizwam groeit alleen op vochtige beukendopjes onder een laag strooisel.