bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Woudaapje, 30 aug 2019

 woudaap2

Ik woon naast langs de Geniedijk en houd sinds 1996 het Oude Dr Nanningazwembad ( 1935-1975) bij als groentetuin, heemtuin en cultuurhistorisch monument. Dit plekje is sowieso een ecologisch paradijsje met snoeken van meer dan een meter en de ijsvogel, groene specht, vleermuizen, libellen, roofvogels en nog veel meer als smaakmakers. Maar afgelopen week had ik er tot 2 x toe een wel zeer bijzondere ervaring. Een vrouwtje woudaap (foto) schoot op 2 verschillende dagen uit de oever tussen de bosjes vandaan en bleef in een geval wel 10 minuten op een paal midden in het water zitten. Inmiddels is deze dame verder getrokken, maar het zou goed kunnen dat er een broedgeval van de woudaap geweest is in bv de Groene Weelde. Het woudaapje is de kleinste reigerachtige die in Nederland voorkomt. Net groter dan een waterhoentje. De laatste keer dat ik een Woudaap

had gezien was in 1968!

Bijzonder

In die tijd waren er landelijk naar schatting nog 250 broedparen. Inmiddels is dat schrikbarend afgenomen tot niet meer dan 20 paren, verdeeld over heel het land en staat de soort hier als ernstig bedreigd in de boeken. Internationaal is het nog niet zo ernstig. Waarom deze soort niet geprofiteerd heeft van de drooglegging van de Flevopolders en de Oostvaardersplassen is niet bekend. De genoemde aantallen kunnen een onderschatting zijn, want het woudaapje leeft zeer verscholen. Zijn naam komt deels van zijn roep die een beetje klinkt als ‘wouw’, maar hij leeft ook in een moerasbos (‘woud’) waar hij zo handig als een aapje door de takken en de rietstengels klautert! Het mannetje woudaap is itt tot het bruin gestreepte vrouwtje ( schutkleur) een stuk opvallender met zwart en witte tekening die op de rug bijna roze is.

Waar

De woudaap broedt in Europa, West- en zuidelijk Azië, Afrika in rietmoerassen en zoetwateroevers. Vogels die in de gematigde klimaatzone van Europa en Azië broeden, trekken ′s winters naar het zuiden. Vogels die in de tropen broeden, zijn standvogel.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur op Meijerslaan 17 in Heemstede.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 1 ] Ga naar 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 woudaap2bomenWoudaapje30 aug 2019augustus

Woudaapje, 30 aug 2019

 woudaap2

Ik woon naast langs de Geniedijk en houd sinds 1996 het Oude Dr Nanningazwembad ( 1935-1975) bij als groentetuin, heemtuin en cultuurhistorisch monument. Dit plekje is sowieso een ecologisch paradijsje met snoeken van meer dan een meter en de ijsvogel, groene specht, vleermuizen, libellen, roofvogels en nog veel meer als smaakmakers. Maar afgelopen week had ik er tot 2 x toe een wel zeer bijzondere ervaring. Een vrouwtje woudaap (foto) schoot op 2 verschillende dagen uit de oever tussen de bosjes vandaan en bleef in een geval wel 10 minuten op een paal midden in het water zitten. Inmiddels is deze dame verder getrokken, maar het zou goed kunnen dat er een broedgeval van de woudaap geweest is in bv de Groene Weelde. Het woudaapje is de kleinste reigerachtige die in Nederland voorkomt. Net groter dan een waterhoentje. De laatste keer dat ik een Woudaap

had gezien was in 1968!

Bijzonder

In die tijd waren er landelijk naar schatting nog 250 broedparen. Inmiddels is dat schrikbarend afgenomen tot niet meer dan 20 paren, verdeeld over heel het land en staat de soort hier als ernstig bedreigd in de boeken. Internationaal is het nog niet zo ernstig. Waarom deze soort niet geprofiteerd heeft van de drooglegging van de Flevopolders en de Oostvaardersplassen is niet bekend. De genoemde aantallen kunnen een onderschatting zijn, want het woudaapje leeft zeer verscholen. Zijn naam komt deels van zijn roep die een beetje klinkt als ‘wouw’, maar hij leeft ook in een moerasbos (‘woud’) waar hij zo handig als een aapje door de takken en de rietstengels klautert! Het mannetje woudaap is itt tot het bruin gestreepte vrouwtje ( schutkleur) een stuk opvallender met zwart en witte tekening die op de rug bijna roze is.

Waar

De woudaap broedt in Europa, West- en zuidelijk Azië, Afrika in rietmoerassen en zoetwateroevers. Vogels die in de gematigde klimaatzone van Europa en Azië broeden, trekken ′s winters naar het zuiden. Vogels die in de tropen broeden, zijn standvogel.

 distelvlinderinsectenDistelvlinder24 aug 2019augustus

Distelvlinder, 24 aug 2019

 distelvlinder

Vlinders behoren tot de insecten met de grootste aaibaarheidsfactor. En dat geldt dan vooral voor de dagvlinders. Er zijn een stuk of 20 dagvlindersoorten die nog redelijk veel voorkomen in de Haarlemmermeer en elk jaar te zien zijn. Van de 500 soorten dagvlinders die in Nederland voorkwamen is dat niet veel. De oorzaken van de achteruitgang zijn bekend: steeds minder ruige bloemenweides, het vroegtijdig maaien van de waardplanten (waar de rupsen van leven) en nectarplanten, versnippering van geschikte biotopen, steeds meer steen en asfalt, spuiten en vele vlinders vallen ook ten prooi aan autoverkeer. Maar er zijn ook vlinders die juist tegen de verdrukking in toenemen zoals de gehakkelde aurelia en het bont zandoogje. Vaak is de klimaatverandering daar mede debet aan. Af en toe is er ook een tijdelijk opleving van bepaalde soorten. Naast vlinders die lokaal blijven zijn er nl trekvlinders, die enorme afstanden af kunnen leggen en

soms in de vorm van invasies enorm talrijk kunnen zijn. 2 jaar geleden was dat het geval met de gele luzernevlinder en ook dit jaar is er zo’n invasie gaande. Dit jaar is dat de distelvlinder (foto).

Bijzonder

Net als de Atalanta (zwart met wit en oranje) is de Distelvlinder een trekvlinder. De vlinders die we in mei en juni al zagen, kwamen uit zuidelijk streken zoals de Sahel of het Midden Oosten. Daarbij worden ze geholpen door gunstige winden. Dat is lang niet altijd zo. In 2009 was de vorige invasie. In maart dit jaar waren er meldingen uit Israël dat er 700 miljoen tot 1 miljard distelvlinders noordwaarts trokken. Daarvan kwam een deel in mei en juni in Nederland aan. Mede door het warme weer toen hebben deze vlinders hier zoveel nakomelingen gekregen dat de distelvlinder nu de meest algemene vlinder hier is. Deze vlinders maken nu zoetjes aan de reis terug naar het zuiden. Voorwaar een enorme prestatie over een afstand van 6000 km of meer!

Waar

De waardplant van de distelvlinder is de distel. Voor nectar gebruiken ze alle bloemen. Als trekvlinder komen ze in grote delen van Eurazië en Afrika voor.

 wilgenwarvlechtbomenWilgenwarvlecht19 jul 2019juli

Wilgenwarvlecht, 19 jul 2019

 wilgenwarvlecht

In voorjaar en zomer komen er zo veel verrassende en nieuwe soorten op mijn pad, dat ik wel elke dag een column zou kunnen vullen. Het is dus niet moeilijk kiezen en we kunnen nog voor jaren vooruit. In de keuze van het onderwerp laat ik mij mede leiden door een afwisseling tussen planten, dieren, insecten en of er een leuk verhaal achter zit. En daar naast is het vanwege copyright ook essentieel dat ik er zelf een foto van kan maken. Dat probleem sluit een heel serie interessante zaken zoals de monniksgier die een paar weken geleden even boven de Haarlemmermeer zweefde uit. Jammer, maar helaas. Daarom deze week een makkelijk stil zittend onderwerp met een intrigerende naam: wilgenwarvlecht. Ik heb het al eens gehad over gallen en heksenbezems. De wilgenwarvlecht zit daar een beetje tussen in. Een heksenbezem ontstaat (meestal in een berk) omdat een schimmel een stofje produceert dat alle slapende knoppen wakker maakt. En de ca 1400 soorten gallen die in Nederland tot dusverre gevonden zijn, ontstaan omdat (met name)

galwespjes ontdekt hebben dat een stofje die zij maken het effect heeft van een plantenhormoon die de plant aanzet tot een zwelling die van binnen smakelijk is en van buiten hard: een perfecte plek om jonkies in groot te laten worden. Bijna elke plantensoort heeft wel 1 of meer gallen en de eik wel 40.

Bijzonder

Van de wilg is het wilgenroosje bekend: een gal in een bladknop, maar vandaag ontdekte ik een hele grote vertakte gal, wel 20 cm lang. Deze wordt niet door een galwesp veroorzaakt en ook niet door een schimmel, maar de wilgenbezemmijt. Een mijt is een klein spinnetje. Op dezelfde manier als bij een heksenbezem worden er veel extra hulpknoppen gevormd waar weer takjes uit groeien, bedekt met schubvormige blaadjes. Bij de meeste wilgen zijn deze warvlechten gedrongen. Bij de grijze wilg kunnen ze wel 40 cm lang worden ( zie foto: warvlecht op grijze wilg)

Waar

De wilgenwarvlecht komt in Nederland voor op schietwilg, geoorde wilg, geoorde kruipwilg, boswilg, grauwe wilg en kruisingen van deze soorten.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl

 hazenpootjeplantenHazenpootje6 jul 2019juli

Hazenpootje, 6 jul 2019

 hazenpootje

De bodem van de Haarlemmermeer is in feite een oude Waddenzee die daar duizenden jaren geleden heeft gelegen tot duineilanden aan elkaar groeiden tot de vaste kustlijn van Holland. Dat was ver voor de Romeinse tijd. Er vormde zich toen een enorm zoetwatermeer dat zich opvulde met veen. Dankzij de verveningsdrang van onze voorouders ontstonden er de veenplassen zoals de Westeinder en onze eigen Waterwolf van 28000 ha. Bij de drooglegging in 1852 werden de rijke kleigronden gereserveerd voor de boeren en op de oude zandbanken planden ze Hoofddorp en het Haarlemmermeerse Bos. Die zandbanken bevatten ook wat klei zodat ze altijd voedselrijker en vochtiger zijn dan bv de zandgronden van de duinen en de Veluwe. Veel soorten van die droge voedselarme zand gronden hebben we dus niet in de polder. Maar op minstens 1 plek wel. Bij Cruquius tegen Heemstede aan vond ik velden met

hazenpootje. Dat komt omdat er een tong van duinzand tot in de Haarlemmermeer doorloopt.

Bijzonder

Bij die velden hazenpootje stonden ook schapenzuring, ook zo’n heideplant. Hazenpootje is een vlinderbloemige. Alle bonen en klavers horen daar ook bij. Vlinderbloemigen hebben een symbiosetruc ontwikkeld. Zij maken wortelknolletjes waarin ze bacteriën kweken die stikstof uit de lucht vastleggen in ruil voor suikers die de plant maakt. Vlinderbloemigen maken in feite hun eigen kunstmest, want stuikstof is een van de hoofdbestanddelen van eiwitten waaruit alle cellen bestaan. Alle vlinderbloemigen doen dat, maar hazenpootje doet dat weer op een speciale manier zodat ze op heel arme en heel droge plekken kan staan. Hazenpootje heet zo omdat de bloem heel ’fluffy’ is (inzet foto)

Waar

Ik trof de hazenpootjesvelden aan op de helling van de N201 naar de brug van Cruquius. Maar ook tot aan het ziekenhuis staan er velden in de berm wat ook op duinzand wijst. De rest van de N201 ligt op zo’n zandbank en dat kun je mooi zien aan het lage gras waar de geel blinde rol klaver in domineert. Ook een vlinderbloemige, maar dan op net iets minder arme grond.

 zilvermeeuw2vogelsZilvermeeuw21 jun 2019juni

Zilvermeeuw, 21 jun 2019

 zilvermeeuw2

Deze week viel mijn oog op een paartje Zilvermeeuwen die samen gezellig op een lantaarnpaal zaten en soms luidruchtige en soms intiem-gezellige geluiden maakten (foto). De zilvermeeuw is jaar rond een algemene verschijning in Nederland, in de Haarlemmermeer en ook in de bebouwde kom. Het zijn intelligente dieren, die zeer gehaaid zijn en alles eten wat ze voorde bek komt. Bij sommige mensen hebben ze een slechte naam om dat ze zo gehaaid kunnen zijn dat ze ook wel eens een patatje van iemand uit zijn zak of bakje pakken, vuilniszakken open trekken en luidruchtig kunnen zijn. Dat zij gebruik maken van de mogelijkheden die onoplettende of slordige mensen hen geven vind ik niet de grootste zonde die er bestaat. Maar veel hebben de neiging om alles wat ze maar een beetje lastig vinden (en dat is al snel zo)te veroordelen. Ik persoonlijk

houd wel van deze gehaaide slimmeriken.

Bijzonder

Jonge zilvermeeuwen zijn bruin en pas na hun rui na de 2e winter krijgen ze hun volwassenkleed. Zilvermeeuwen zijn wel eens met een GPS zender uitgerust en bleken per dag vele honderden kilometers af te leggen: van hun broedkolonie met eieren of jongen op Texel via Den Helder en Ijmuiden via de grachten van Amsterdam, Den Haag, Zeeland en weer terug om aan hun kostje te komen. Het zijn voor al kustvogels maar voor zulke goed vliegers is heel Nederland ‘langs de kust’. Toch hebben ze een neiging om meer land inwaarts te trekken. Deels komt dat doordat vossen de eieren in de kolonies roven omdat die op de grond liggen en deels omdat wij als mensen zulke overvloedige hoeveelheden voedsel laten slingeren. Daarom bezoeken ze terrasjes, grachten en vooral vuilnisbelten en waterzuiveringen. Ook broeden doen ze meer en meer op daken van gebouwen: voor de veiligheid. De aantallen meeuwen waren vroeger stabiel ondanks het feit dat er massaal eieren geraapt werden. Die praktijken zijn afgelopen en sinds een piek van ca 90000 paar rond 1990 neemt de stand elke jaar iets af. Mogelijk komt dat om dat vuilnis toch steeds beter opgeborgen wordt

 roodtipbasterdweekschildkeverinsectenRoodtipbasterdweekschildkever21 jun 2019juni

Roodtipbasterdweekschildkever, 21 jun 2019

 roodtipbasterdweekschildkever

De foto van deze bijzonder fraaie kever kreeg ik toegestuurd van Cees Versluis. De naam Roodtipbasterdweekschildkever is bijna niet uit te spreken, maar er zit wel een zekere logica in. Roodtipkever komt van het achterste deel van de dekschilden, die opvallend rood gekleurd zijn. En het is een weekschildkever. Dat is een uitgebreid groep van kevers waarvan de dekschilden niet erg hard zijn en niet hun hele achterlijf bedekken. Hun vleugels zitten opgevouwen onder die dekschilden. Kortschildroofkevers maken het wat dat betreft nog bonter. Die hebben een schildje dat maar een derde van hun achterlijf bedekt en hun vleugels zitten zeer ingewikkeld opgevouwen. Onvoorstelbaar dat ze die zo snel kunnen uitklappen door de aderen in de vleugels vol te pompen. De meest bekende soort weekschildkever in Nederland is het Rode soldaatje. In Nederland komen zon 50 soorten weekschildkevers voor. Dat is een zeer

algemene kever die in de zomer massaal op bloemen, vooral schermbloemen zoals wilde wortel te vinden is.

Bijzonder

Weekschildkevers zijn roofinsecten die op andere insecten jagen. Het zijn alleseters. De larve leeft van wormen en slakken, andere insectenlarven zoals vliegen- en muggenlarven, maar eet ook plantendelen. Een volwassen soldaatje eet vooral nectar, pollen, honingdauw, bladluizen en andere insecten. Deze kever is dan ook erg geliefd in de tuin. Die jacht is de voornaamste reden dat ze veel op die schermbloemen zitten. Want die produceren veel nectar waar insecten op af komen. Maar ze eten ook nectar en stuifmeel van de bloemen zelf. De Roodtipbasterdweekschildkever heeft een speciale manier om zich te verdedigen. Net zoals andere kevers zoals het lieveheersbeestje, bladhaantjes en oliekevers kunnen, kan hij als hij zich bedreigd voelt, bloed uit de kniegewrichten laten vloeien. Dit heet reflexbloeden. De afweerstoffen in het bloed zijn giftig, hebben een bijtende werking en ruiken vies.

Waar

De Roodtipbasterdweekschildkever heeft een voorkeur voor bloemrijke ruige graslanden. Ze komen in heel Europa voor.

 mijterwantsinsectenMijterwants24 mei 2019mei

Mijterwants, 24 mei 2019

 mijterwants

Mijterwants

Deze week kreeg ik een mooie foto op gestuurd van Janet Baker uit Cruquius, die al vaker leuke waarnemingen door stuurde. Op een salieplant zat deze mijterwants. De naam mijterwants komt van de vorm van het insect, dat met een beetje fantasie lijkt op een mijter: zo’n hoofddeksel waarmee ook Sinterklaas getooid is. De mijterwants hoort bij een grote familie van schildwantsen, die meestal nogal groot en vierkant van vorm zijn (inzet Groene schildwants). Zo vierkant is de mijterwants niet, maar hij heeft wel die 5 antennesegmenten waar kenners deze groep van wantsen mee karakteriseren. Schildwantsen hebben nog een kenmerk gemeen. Als ze zich bedreigd voelen, scheiden ze een stinkend vocht af. De geur van dat vocht is zo sterk dat vogels en andere rovers het wel uit hun hoofd laten om door te bijten of aan een volgend slachtoffer te beginnen. En zo’n druppel kan

ook een halve emmer bramen onsmakelijk maken om verder te gebruiken. Stinkwantsen is daarom een andere groepsnaam.

Bijzonder

De groep van wantsen is nog weer veel groter dan schildwantsen. En wat alle wantsen gemeen hebben is een steeksnuit waarmee ze meestal in planten boren en sappen opzuigen. Maar er zijn ook wantsen, bv waterwantsen die met die steeksnuit levende prooien als voer gebruiken. Wantsen horen weer bij een groep insecten die we relatief primitief noemen, waartoe ook bv sprinkhanen behoren. Deze groep krijgt uit eieren zgn. nimfen. Deze nimfen zijn kleine kopieën van volwassen insecten, maar hebben bv nog geen vleugels. Die krijgen ze pas na 4-5 vervellingen. De ‘hogere’ vormen van insecten zoals vlinders, bijen, vliegen en kevers kennen een volledige gedaanteverwisseling. Zo lijken de jongen vlinders (rupsen) totaal niet op hun volwassen soortgenoten. Het zijn vreetmachines die zich omvormen tot een pop waaruit op miraculeuze wijze een volledig ontwikkelde vlinder, kever, vlieg of bij verschijnt.

Waar

De mijterwants leeft van grassen en wordt soms als nuttig en soms als schadelijk beschouwd in de landbouw. Hij is zeer algemeen in grote delen van Europa, en komt ook voor in Azië en in Afrika.

 salomonszegelplantenSalomonszegel10 mei 2019mei

Salomonszegel, 10 mei 2019

 salomonszegel

Salomonszegel is een plant die op dit moment bloeit met witte bloemen en vooral voorkomt in bossen en houdt van niet te voedselrijke, droge of natte standplekken liefst in de schaduw. De plant heeft een bijzondere vorm: aan een gebogen stengel staan om enom horizontale bladeren waaronder aan de stengel trosjes witte bloemen hangen. Deze vormen zwarte bessen. De naam Salomonszegel is natuurlijk intrigerend en afgeleid van Salomon, de zoon van de joodse koning David, aan wie grote wijsheid werd toegeschreven. Ook deze plant heeft medicinale toepassingen en met name de eetbare wortel, waaraan een helend effect op (gebroken) botten en kneuzingen werd toegeschreven, net als effecten op bloeddruk, diarree, aambeien, op vele manieren verzachtend en genezend en wat al niet meer. De prestigieuze naam Salomonszegel heeft mede daarom ook te maken met de wortel. Op die knoestige wortelstok

die gestaag uitgroeit en vertakt groeien elk jaar de bloeistengels omhoog. Op de plek waar die stengels hebben gezeten, blijft een vergroeiing achter (foto inzet) die lijkt op een zegelring met daarin als merktekens, putjes van de vaten die door die stengel liepen.

Bijzonder

Er bestaan op het Noordelijk halfrond ca 50 soorten Salomonszegel, waarvan er 2 inheems zijn in Nederland: de gewone salomonszegel groeit in het bos en de welriekende of duinsalomons zegel op zandgronden en duinen. De gewone is ca 40 cm hoog en de duinvorm 20 cm. Deze soorten kunnen echter met elkaar kruisen (ook in de natuur) en dan ontstaat de steriele tuinsalomons zegel, die een stuk groter (50-60 cm) is . Deze maakt dus geen bessen, maar kan vegetatief via wortelstokken lang standhouden en zich uitbreiden. Alle soorten zijn op De Heimanshof te bewonderen op dit moment.

Waar

Zowel de gewone salomonszegel als de duinsalomonszegel komt in Nederland vooral voor op zandige bodems in bossen in oost en zuid Nederland en in de duinen, waarbij de duinsalomonszegel zich met name tot de duinen beperkt.

 metselbijbomenRosse Metselbij27 apr 2019april

Rosse Metselbij, 27 apr 2019

 metselbij

Het voorjaar is al vroeg begonnen. Voor insecten is dat een pre om vroeg actief te zijn. Die activiteit zien we volop op de insectenhotels die we deze winter gemaakt hebben. Er is een enorme bedrijvigheid van talloze soorten bijen en wespen. Een van de meest algemene bezoekers van insectenhotels is de rosse metselbij. Het kan niet vaak genoeg benadrukt worden, dat alle insecten die op een insectenhotel afkomen geen enkel risico van steken vormen. Ik heb al weer 5 al of niet panische mensen langs gehad die daar bang voor waren. Solitaire bijen stoppen een druppeltje honing en een klontje stuifmeel bij elk eitje. Dat zijn hoeveelheden die in het niet vallen bij de 20-40 kilo honing die honingbijen voor hun kolonie verzamelen. Die hebben een angeltje nodig om zich te verdedigen tegen honingrovers. Dat loont bij solitaire bijen en wespen niet. De Rosse metselbij heet zo omdat hij coconnetjes van klei met speeksel

bouwt voor zijn larfjes. Als met 5-20 coconnetjes het holletje vol is, zie je dat mooi aan een grijze prop aan de ingang.

Bijzonder

De foto van de 2 parende Rosse metselbijen heeft een bijzonder detail. Beide bijen zijn bedekt met een lichte laag. Die laag bestaat geheel uit varroa mijten. Dat zijn kleine spinnetjes die de bij niet dood maken, maar wel van zijn lichaamssappen zuigen en hem uitputten. Als wij een bij waren, zouden die mijten bij ons zo groot zijn als een muis. Op de onderste bij op de foto zitten honderden van de die mijten. Vroeger kwam de varroa mijten niet in Europa voor. Alleen in Azië. De bijen daar hadden een soort poetsreflect waarmee ze de mijten konden verwijderen. Door imkers die Aziatische bijen en Europese bijen probeerden te kruisen om meer honing te krijgen, hebben we die Varroa mijten nu wereldwijd. En niet alleen op honingbijen, maar dus ook op wilde bijen.

Waar

De Rosse metselbij is een van 20 soorten metselbijen in Nederland en daarvan de meest algemene. In praktisch elk insectenhotel verschijnt deze soort bijna onmiddellijk (van maart tm mei).

 goudwespinsectenGoudwesp13 apr 2019april

Goudwesp, 13 apr 2019

 goudwesp

We maken niet voor niets veel insectenhotels. Het zijn natuurkunstwerken, die een veilige nestelplek leveren aan de meest fantastische insecten. Al die soorten zijn ook nog eens allemaal onschuldig en steken niet: ze zijn dus ideaal om het te algemene beeld dat ‘insecten’ eng en gevaarlijk zijn onderuit te halen. De mooiste ambassadeur van de deze insectenwereld is de goudwesp. Eerst even de theorie: in een insectenhotels leggen solitaire bijen hun eitjes met nectar en stuifmeel als voedsel. Ook veel wespen soorten leggen er hun eitjes, maar die brengen daar als voedsel levende prooien bij, die verlamd zijn. Overal in de natuur waar voedsel te vinden is, komen rovers op af. Dan kan een specht zijn of de ‘batman’vlieg’ die larfjes van de metselbij oppeuzelt en tal van soorten andere rovers, waarvan talloze gespecialiseerde wespensoorten het meest algemeen zijn. Wespen zijn de roofdieren van de insectenwereld, waar

leeuwen en wolven dat van de zoogdieren zijn. De Goudwesp is een van die profiteurs.

Bijzonder

De Goudwesp heet niet voor niets zo. Het is een van de mooiste insecten van Nederland met metaalachtig glanzende groene, blauwe en rode kleuren. Er zijn 13 geslachten in Nederland bekend met ca 60 soorten. De afgebeelde soort, die deze week op een van onze insectenhotels zat, is de meest algemene gewone goudwesp. Deze soort parasiteert vooral op andere solitaire wespensoorten zoals de plooivleugelwesp. Goudwespen zijn zgn. koekoekswespen: ze leggen nl een eitje bij de larve van hun waardsoort. Bij deze groep wespen is de angel omgevormd tot een legbuis. Steken kunnen ze dus niet. Dat eitje komt eerder uit dan zijn slachtoffer. En het kleine wespje eet eerst dat larfje op en daarna de voedselvoorraad die de moeder van het slachtoffer voor haar jong heeft aangesleept. Koekoeksparasitisme komt in de natuur vaker voor en niet alleen bij vogels. Koekoekshommels steken bv een hommelkoningin dood en laten zich verzorgen door de werkster van die hommelkoningin.

Waar

Goudwespen komen behalve op Antarctica op alle continenten voor.

 bilobellaspringstaartinsectenBilobella Springstaart29 mrt 2019maart

Bilobella Springstaart, 29 mrt 2019

 bilobellaspringstaart

Deze column schrijf ik nu 13 jaar vanaf mei 2006 en nog steeds zijn er hele familiegroepen aan planten en dieren, waar ik nog geen lid van behandeld heb. Deze week kwam er een bijzondere soort van de springstaartenfamilie op mijn pad. In Nederland zijn daar een paar honderd soorten van bekend. Bilobella is knalroze en heeft zoals de meeste springstaart soorten geen Nederlandse naam. Weinig mensen kennen springstaarten. Het zijn primitieve insecten die meestal in de strooisellaag leven van rottend plantenmateriaal en schimmels. Ze zijn allemaal vrij klein: tussen de 0.1 mm en een paar mm, maar er zijn er onvoorstelbaar veel van. In een liter tuingrond of plantenaarde kunnen duizenden exemplaren leven! Ze vormen daarmee een belangrijke en bijna onuitputtelijke voedselbron voor de meeste kleine dieren en insecten die wij met het blote oog kunnen zien. Met de mieren hebben ze gemeen

dat het er zo veel zijn dat ze vechten om de eerste plaats in het hoeveelheid biomassa die ze op aarde vertegenwoordigen als diergroep!

Bijzonder

Springstaarten vallen uit een in 2 groepen. Bilobella hoort tot de trage bolvormige groep. De meeste springstaarten zijn langwerpig van vorm en hebben naast de drie paar gewone poten een set extra poten die vergroeid is tot een vork die onder hun lichaam vastgezet kan worden. Daar kunnen ze spanning mee opbouwen, waardoor ze bij gevaar met een katapultachtige sprong ver weg kunnen schieten. De bolle springstaarten zoals Bilobella missen deze springvork meestal, maar hebben wel andere kenmerken gemeen zodat ze toch tot dezelfde familie gerekend worden.

Waar

Springstaarten komen wereldwijd voor op alle continenten. Ze leven in de bodem in vochtige rottende strooisellagen. Maar ze kunnen ook op oppervlaktewater voor komen en daarop lopen. De opvallend roze gekleurde Bilobella soort is pas in 2007 in Nederland voor het eerst gevonden onder oude schors van populieren en nu dus ook al hier. Mogelijk weer een gevolg van klimaatverandering.

 keverorchiskiemplantenGroeiplek Keverorchis in de Haarlemmermeer16 mrt 2019maart

Groeiplek Keverorchis in de Haarlemmermeer, 16 mrt 2019

 keverorchiskiem

Afgelopen vrijdag en zaterdag was het Nldoet, waarbij een hartverwarmend aantal mensen en vooral bedrijven vrijwillig de handen uit de mouwen steken om er samen iets leuks van te maken. Bij stichting MEERGroen is het elke dag van het jaar Nldoet en dus deden we met 16 locaties mee. Sommige van de 32 MEERGroen projecten hebben wekelijks aandacht nodig, maar een aantal kunnen met 1 beurt toe. Daarbij horen de orchideeënweides van de Groene Weelde en het Groene Carre, die we elk voorjaar maaien en van zaailingen ontdoen, die de orchideeën verdringen. Als je dat al 10 jaar doet is het leuk om (positieve) trends te ontwaren als resultaat van het beheerwerk.

Bijzonder

En die trends zijn er volop. We troffen in de Groene Weelde de 4e groei plek van de Grote Keverorchis aan. In de amfibieënkuil van het Groene Carre zuid is de

situatie nog mooier: daar staan inmiddels meer dan 25000 moeraswespenorchissen, 5000 rietorchissen en 20 brede wespenorchissen. Maar daarnaast is er door het beheer een explosie van andere leuke soorten ontstaan: 8000 parnassia, 3 soorten duizendguldenkruid, 3 soorten ogentroost, rondbladig wintergroen en nog 30 andere rode lijst soorten. Waarom komen die hier voor: arme zandgrond, kalk, brakke kwel en een wisselend niveau van de waterstand: iets waar de ‘standaard’ planten in ons land niet van houden maar waar de oorspronkelijke en dus zeldzame soorten goed bij gedijen. Veel Nederlandse orchideeën ontlenen hun naam aan een insect. Dat komt omdat ze ontdekt hebben dat insecten hun maatjes vinden met sexgeurstoffen. En die maken ze na zodat die insecten met de bloemen paren en dat werkt probaat!

Waar

Bij de Big Spotters Hill groeide eerst alleen de rietorchis. Daar kwamen in de loop van tijd de brede wespenorchis en de moeraswespenorchis bij en dit jaar ontdekten we de eerste Grote Keverorchissen: en wel meteen een stuk of 200 of meer ( foto). Daarmee is dit naast oorspronkelijke locaties van het Wandelbos Hoofddorp, De Heimanshof en het Haarlemmermeerse Bos de 4e bekende locatie. De bloei is in mei.