Op dit moment in juni staan er overal veel margrieten te bloeien en dat gaat door tot augustus. De margriet hoort bij de composietenfamilie, waartoe ook zonnebloemen, madeliefjes, kamille en honderden andere soorten zoals biggekruid, cichorei, korenbloem, paardenbloem en havikskruiden horen. Al die honderden soorten hebben gemeen dat ze samengestelde bloemen hebben, die bestaan uit tientallen of honderden afzonderlijke bloempjes. Straalbloemen vormen de opvallende buitenrand. Deze zijn steriel d.w.z. dat ze geen nectar of stuifmeel produceren en dus geen zaad. Het hart van de bloem bestaat uit tientallen tot honderden op een gepakte lintbloemen. Deze hebben wel stuifmeel en nectar en produceren na bestuiving zaad. Zowel straal- als lintbloemen zijn als bloem sterk gereduceerd, maar samen vormen zij een sterk team. Dat is af te leiden van de grote aantallen composieten soorten die bestaan. Bij de margriet zijn de straalbloemen helder wit en de lintbloemen geel. Een bloemhoofdje kan wel uit 200-400 lintbloemen bestaan en daarmee ook zoveel zaden produceren. Deze zaden zijn heel klein en vallen na rijping makkelijk af. Van het New Terra veld op de foto zijn we druk bezig van ca 1 miljoen bloem 10-20% van het zaad te verzamelen voor aanleg van bloemenweides elders.
Bijzonder
De margriet is een meerjarige plant. Hij maakt wortelstokken net op of onder de grond, die elk jaar uitlopen. Vanwege het maagdelijke wit van de straalbloemen staat in veel culturen de margriet symbool voor zuiverheid. Het is ook een gewilde bloem in tuinen en in bloemstukken. De margriet heeft medicinale toepassingen: olie extracten van de bloem zouden ontstekingsremmend werken. Extracten uit de bladeren zouden een koortsremmende en vochtafdrijvende werking hebben.
Waar
De margriet houdt van kalkhoudende en niet te rijke grond. Daarom staat hij meer in bermen en niet in akkers. Oorspronkelijk komt onze gewone margriet voor in Europa, Noord Afrika en de gematigde delen van Azië. Wereldwijd zijn er ca 40 margrieten soorten en veel gekweekte cultivars.