Deze week een keer 2 soorten tegelijk. Wouw (foto) en Wede zijn beide soorten die voor1850 algemeen gebruikt werden als verfplanten: wouw voor geel en wede voor blauw. Door de ontdekking van chemische verf zijn ze net als meekrap (rood) uit de gratie geraakt. Beide soorten hebben we uit de vergetelheid weten te halen door ze in onze bloemenweides succesvol uit te zaaien. We gaan ze op vrijdagavond 5 juni op Begraafplaats Wilgenhof (wandeling) en op zondag 7 juni om 13 uur vanaf het gemeentehuis Hoofddorp uitgebreid bekijken (fietstocht). Zowel wede als wouw worden planten van ongeveer een meter hoog.
Bijzonder
Door rotting en met kalk als toevoeging kan uit (vooral) jonge wede planten een blauwe pasta gewonnen worden in een redelijk ingewikkeld proces. De wede prut is groen, maar door blootstelling aan zuurstof ontstaat een blauwe kleurstof. Die werd gebruikt om linnen en wol te verven. Ook vroeger wilden mensen mooie kleren en blauw was met rood zeer gewild. Aan wede hebben we ook de uitdrukking ‘een blauwe maandag hebbrn’ te danken. Je moet nl een dag wachten tot de kleur goed ingetrokken was. Die dag werd er niet gewerkt. Ook de kleur indigo kan met wede gemaakt worden. Daartoe moet de stof hydrosulfiet worden toegevoegd. Spijkerbroeken kwamen zo aan hun kleur.
Wouw (een resedasoort) is geen familie van wede (verwant aan kool). De gele kleurstof bij wouw zit vooral in de jonge groeitoppen en in zaden. De kleurstof kom vrij als wouw gekookt wordt in water met urine. In Tilburg was veel linnenindustrie. Daarom heet Tilburg in de carnavalstijd nog steeds de stad van de Kruikenzeikers omdat de arbeiders in het weekend met hun hele familie hun urine moesten opsparen voor dit proces.
Beide soorten zijn nogal gevoelig voor slakkenvraat.
Waar
Zowel wou als wede zijn vrij zeldzaam. Je vind ze vooral in de kuststrook en langs de rivieren. Op kalkrijke ruderale plekken.