De ekster is een zeer algemene verschijning. Het is een kraaiachtige die zich zeer goed aangepast heeft aan de mens. Zowel in steden als op het platteland is deze soort overal te vinden. Zoals de meeste kraaiachtigen is de ekster een soort die niet kieskeurig is en op vele manieren zijn kostje bij elkaar scharrelt. 80% van zijn voedsel bestaat uit slakken, wormen en insecten, maar van aas is deze soort ook niet vies. Vaak zijn het eksters of ander kraaiachtigen die verkeersslachtoffers opruimen. Ook bessen zaden en noten staan op zijn menu. In en om mensen maakt de ekster ook gebruik van de overmaat aan afval die er overal te vinden is: van patatjes tot prullenbakken en het opentrekken van vuilniszakken. De ekster vindt overal wat van zijn gading.
Bijzonder
De ekster maakt een opvallend groot nest wat wel 1 tot 1,5 m groot kan worden en bestaat uit gevlochten takken met een dak erboven, met daarin een paar vluchtopeningen om aan andere kraaiachtigen en roofvogels te kunnen ontsnappen. Zo’n nest kan meerdere jaren gebruikt en uitgebouwd worden. Dat bouwen moeten eksters ook deels van hun ouders leren. Daardoor zijn nesten van jonge en ervaren exemplaren duidelijk te onderscheiden. Eksters zijn monogaam en blijven jaren bij elkaar. Het is een fabeltje dat eksters glimmende dingen stelen. Maar het zijn wel meer dan gemiddeld intelligente vogels die een grote mate van nieuwsgierigheid aan de dag leggen voor van alles en nog wat.
De belangrijkste bedreigingen voor de ekster zijn mensen via al of niet illegale jacht en de havik en de sperwer.
Waar
Eksters hebben een grote verspreiding. Ze komen in heel Europa en Azië voor in een tiental ondersoorten. De ekster is een van de weinige vogelsoorten de niet of nauwelijks bedreigd is met rond de 100 miljoen exemplaren in zijn verspreidingsgebied. Eksters zijn standvogels die meestal niet verder dan 20-30 km van hun geboorteplek afdwalen. Alleen de meest noordelijke exemplaren trekken in de winter zuidwaarts.