bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Salomonszegel, 10 mei 2019

 salomonszegel

Salomonszegel is een plant die op dit moment bloeit met witte bloemen en vooral voorkomt in bossen en houdt van niet te voedselrijke, droge of natte standplekken liefst in de schaduw. De plant heeft een bijzondere vorm: aan een gebogen stengel staan om enom horizontale bladeren waaronder aan de stengel trosjes witte bloemen hangen. Deze vormen zwarte bessen. De naam Salomonszegel is natuurlijk intrigerend en afgeleid van Salomon, de zoon van de joodse koning David, aan wie grote wijsheid werd toegeschreven. Ook deze plant heeft medicinale toepassingen en met name de eetbare wortel, waaraan een helend effect op (gebroken) botten en kneuzingen werd toegeschreven, net als effecten op bloeddruk, diarree, aambeien, op vele manieren verzachtend en genezend en wat al niet meer. De prestigieuze naam Salomonszegel heeft mede daarom ook te maken met de wortel. Op die knoestige wortelstok

die gestaag uitgroeit en vertakt groeien elk jaar de bloeistengels omhoog. Op de plek waar die stengels hebben gezeten, blijft een vergroeiing achter (foto inzet) die lijkt op een zegelring met daarin als merktekens, putjes van de vaten die door die stengel liepen.

Bijzonder

Er bestaan op het Noordelijk halfrond ca 50 soorten Salomonszegel, waarvan er 2 inheems zijn in Nederland: de gewone salomonszegel groeit in het bos en de welriekende of duinsalomons zegel op zandgronden en duinen. De gewone is ca 40 cm hoog en de duinvorm 20 cm. Deze soorten kunnen echter met elkaar kruisen (ook in de natuur) en dan ontstaat de steriele tuinsalomons zegel, die een stuk groter (50-60 cm) is . Deze maakt dus geen bessen, maar kan vegetatief via wortelstokken lang standhouden en zich uitbreiden. Alle soorten zijn op De Heimanshof te bewonderen op dit moment.

Waar

Zowel de gewone salomonszegel als de duinsalomonszegel komt in Nederland vooral voor op zandige bodems in bossen in oost en zuid Nederland en in de duinen, waarbij de duinsalomonszegel zich met name tot de duinen beperkt.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 8 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 eegelgrote dierenEgel11 sep 2015september

Egel, 11 sep 2015

 eegel

Deze week kwam ik overal egels tegen. In m’n eigen tuin, in De Heimanshof en helaas ook veel te veel platgereden op straat. Dat geeft aan dat de egels heel druk zijn om zich voor te bereiden op hun winterslaap. Ze leggen grote afstanden om zich vol te eten en een dikke vetlaag te maken voor een winterslaap van 6 maanden. Die winterslaap gaan ze in als het kouder dan 12 graden wordt, en dat gaat deze week gebeuren. Door al die stekels op hun huid zijn ze nl niet heel goed geïsoleerd tegen koude. Indien u om egels geeft, zorg dan dat er in hoekjes van uw tuin bergen takken en bladeren beschikbaar zijn, waar ze een nest in kunnen maken. Een egelkast onder een takkenhoop (met een gang ervoor om roofdieren buiten te houden) is ook een optie. Die maken we bv in De Heimanshof. In deze tijd eet de egel per dag 70g insecten, wormen, pissebedden en ook wel aas en groeit aan tot 1.5kg. In de winterslaap kan

dat teruglopen tot 350g. In Scandinavië kan de winterslaap 8 maanden zijn. En in Zuid-Europa nul, maar daar houdt hij weer een zomerslaap bij gebrek aan eten in de droge tijd.

Bijzonder

Van de zintuigen is vooral de reukzin goed ontwikkeld. Hierdoor kan een egel insecten die zich 3 cm onder de aarde bevinden opsporen. Onbekende stoffen of nieuwe geurtjes onderzoekt de egel met een extra zintuig dat tussen het gehemelte en de neusholte ligt. Daarbij produceert hij enorme hoeveelheden speeksel. Na afloop spuugt hij het speeksel op zijn rug terwijl hij zich in de vreemdste bochten wringt. Het zichzelf ′bespeekselen′ wordt vaak voor hondsdolheid aangezien. Van deze gevaarlijke ziekte hebben egels juist weinig last. De egel is beter bestand tegen gif dan veel andere dieren. Zo kan hij bijvoorbeeld 40x beter tegen adder- en wespengif dan een cavia. Ook kan hij tegen een dosis arseen die 25 mensen zou doden.

Waar

De egel is een van de bekendste en meest voorkomende grotere zoogdieren. Hij komt in heel west en Midden-Europa voor in landelijke en stedelijke streken.

 eik1bomenEik (1)7 feb 2013februari

Eik (1), 7 feb 2013

 eik1

Na de lindesoorten in polder is het nu de beurt aan de eiken. In onze polder heb ik tot dusver 7 soorten gevonden. Graag laat ik u in de komende weken weten waar ze staan en wat er voor bijzonderheden aan te ontdekken zijn. Over eiken is een heel boek te schrijven. Ik ga dat proberen in 4 afleveringen samen te persen.

De meest algemene inheemse eikensoort is de zomereik. Deze boom kan een hoge ouderdom bereiken. De stam gaat gauw over in krachtige, maar kromme takken waardoor zich de kroon onregelmatig ontwikkelt en lichtdoorlatend is. De naam zomereik wijst erop dat de boom slechts in de zomer bladeren draagt in tegenstelling tot de wintereik. De bladeren ontluiken in de eerste helft van mei, hebben ronde lobben en korte stelen. Zomereiken zijn door de mens bevoordeeld boven wintereiken

omdat deze soort meer eikels produceert (de ‘mast’). Op deze mast werden de varkens vroeger vetgemest in de herfst.

Ook de wintereik is inheems. Ik heb maar 2 exemplaren gevonden in de polder: in het Wandelbos Hoofddorp en langs de Bennebroekerdijk. Het herfstblad van deze boom blijft gedurende de hele winter aan de takken, net als bij sommige beuken. De bladeren zijn glanzend en leerachtig, vrij regelmatig van vorm en hebben een lange steel. Ook deze soort kan zeer oud worden.

Een uitheemse soort die het erg goed doet, is de Turkse of Moseik (bv in het centrale parkje in Vijfhuizen of langs de Wieger Bruinlaan in Hoofddorp) Deze eik kan 35 m hoog worden. De bladeren zijn 10- 15 cm lang, glanzend groen aan de bovenkant en met kleine rechthoekige lobben. De rijping van de kleine vruchten vindt pas in het 2e jaar na bevruchting van de bloemen plaats. Ze zijn voor de helft omgeven door een vruchtbeker met draadachtige, lange schubben. Aan deze draadachtige schubben dankt de soort zijn naam van moseik. Dit ‘mos’ lijkt als een eskimomuts op de eikel te zitten. De schors is grijsbruin tot zwart en diep gekloofd. Hij groeit vooral in Zuidoost-Europa en West-Azië.

 eik2bomenEik (2)10 feb 2013februari

Eik (2), 10 feb 2013

 eik2

De Hongaarse Eik kan tot 40 m hoog worden en heeft een brede kroon en hoogopgaande takken.

Langs de Hoofdweg-Oost in Hoofddorp tussen het Griekse restaurant en Quick-fit staan de enige drie Hongaarse eiken die wij ontdekt hebben, maar die mogen er dan ook zijn. Ze zijn ca 90 jaar oud en de dikste is ruim 2.5 m in omtrek. Deze soort komt uit de Balkan en met je vindt hem met name in Servië, Bulgarije en Roemenie. Het gekke is dat de boom nauwelijks in Hongarije voorkomt.

Deze eik houdt van zware, voedzame, iets zure gronden die in het voorjaar nat is en in de zomer kurkdroog. Hij houdt niet van een hoge grondwaterstand en heeft een hekel aan kalk. Opvallend is dat de bladeren aan de uiteinden van de takken zitten. Daardoor krijgt de boom een open kroon.

De

bladeren zijn met 10- 20 cm, erg groot en glanzend groen met ronde lobben en verkleuren in de herfst van geel naar bruin(Zie foto). De eikels worden voor 1/3 tot de helft omsloten door het napje.

De Amerikaanse eik komt, zoals de naam zegt uit Amerika en is goed winterhard. Het mooiste exemplaar in onze polder staat langs de Kromme Spiering weg (bij nr 289) en ook langs de Hoofdvaart voor het Oude Raadhuis staan er een aantal. Deze eik krijgt in de herfst mooi rood blad. Dit blad is opvallend groot (tot 22 cm) en geeft geen ronde maar puntige lobben. Hij kan 25 m hoog worden en groeit extra breed uit (foto). De Amerikaanse eik wordt niet zo oud. Met 80 jaar is het meestal wel gebeurd. Het hout van de Amerikaanse eik is minder waardevol dan dat van de zomer- en wintereik. Het rode herfstblad wordt veel gebruikt voor bloemstukken, meestal in combinatie met chrysanten. De eikels hebben een 2-jarige ontwikkelingscyclus. In het eerste jaar worden ze bestoven. Het worden dan kleine groene vruchtjes. Pas in het tweede jaar vindt de echte rijping plaats. De eikels worden dan groter dan die van zomer-en wintereik. Ze hebben ook een extra puntje waardoor ze als tolletjes zijn te gebruiken.

 eik3bbomenEik (3)17 feb 2013februari

Eik (3), 17 feb 2013

 eik3b

De Steeneik kan 20 m hoog worden, maar is meestal vele kleiner omdat hij vooral op onvruchtbare rotsige plekken groeit. Hij heeft een korte stam en een brede, ronde kroon. De bladeren zijn hard en leerachtig en glanzend donkergroen en blijven jaren aan de boom, terwijl alle andere eiken bladverliezend zijn. Ze lijken op hulstbladeren en hebben ook stekels. Hij komt voor in het Middellandse Zeegebied tot aan de zuidrand van de Alpen. De boom is niet winterhard en staat daarom in de mediterrane kas van De Heimanshof. Vroeger bedekten wouden van steeneiken grote delen van het Middellandse Zeegebied. Hij is nu teruggedrongen tot steeds kleiner wordende arealen. De steeneik levert zeer hard, zwaar hout dat azijnhout genoemd wordt. Het leent zich voor onderdelen die zwaar belast worden, in de wagenmakerij en in molens voor de kammen van de wielen.

De Libanese eik blijft een vrij kleine boom van maximaal 8 m. Zijn bladeren zijn langwerpig en zaagvormig gelobt met een punt. Hij komt voor van Libanon tot in Iran

en is beperkt winterhard. Ook deze groeit daarom in de mediterrane kas van De Heimanshof.

Bijzonder

Eik is een Oud-Germaans woord en betekent boom. In Nederland en België kennen wij de zomer- en wintereik (Quercus robur en Quercus petraea). Robur betekent hard (eiken)hout en petraea van de rotsen omdat deze eik met arme grond, zelfs rotsgrond, genoegen neemt.

Het Griekse woord voor eik is drus en dat lijkt op het woord druïde voor de Keltische priesters, die ook wel eikmensen genoemd werden. Eiken waren voor de Kelten Heilige bomen en werden vereerd. Bij de Hettiten, Perzen, Grieken en Romeinen was de eik symbool voor wilskracht. De eik was voor veel volkeren een magische boom. De Griekse geschiedschrijver Tracitus schrijft dat de Germanen geen tempels kenden, alleen heilige wouden. Hij was erg onder de indruk van de machtige eikenbossen in Duitsland. Aan de voet van eiken spraken zij recht, brachten zij offers en begroeven zij hun doden.

 eik3a

 eik4bomenEikenbijzonderheden (4)25 feb 2013februari

Eikenbijzonderheden (4), 25 feb 2013

 eik4

Ook de naam Holland heeft met eiken te maken. Holland komt niet van ‘hol’ maar van ‘Holt’. Onze veengebieden bestonden vroeger uit machtige eikenbossen. Veeboeren op veenweides stuiten nog steeds elk jaar op enorme stammen van eiken die in het veen verzonken waren en die door het inklinken en vervliegen van het veen bovengronds komen, zogenaamde veeneiken (foto).

De grootste eik van Groot-Brittannië is ca 1000 jaar en heeft een stamomtrek van 12,7 m. De Chêne du Tronjoli (ook 1000 jaar) staat op een boerderij in Bretagne. De Kongeegen in Denemarken wordt op 1000 - 1400 jaar oud geschat. Op de Veluwe zijn eikenhakhoutbosjes gevonden die mogelijk al meer dan 1500 jaar om de 8- 10 jaar zijn ‘geoogst’. In vroeger tijden waren eikels vooral belangrijk als varkensvoer. Eikenhout is hard en sterk. En wordt nog steeds

gebruikt als constructiehout, voor parket, deuren en voor de bouw van bruggen en steigers.

De bast bevat, evenals het hout van de oudere bomen, looistoffen die gebruikt worden bij de leerindustrie. Door koken komen de waardevolle looizuren vrij die gebruikt worden voor het looien van huiden. Als dit looizuur met ijzer reageert ontstaat Oost-Indische inkt. Dat proces is te zien bij het omzagen van een eik: op de zaagsnede vormen zich zwarte vlekken. Op eiken komen zeer veel gallen voor. Wel 40 soorten galwespen gebruiken alle onderdelen van de eik:het blad, bladknoppen, eikels, takken en zelfs wortels. De galwesp en zijn larve geven een soort plantenhormoon af dat de plant aanzet tot het vormen van een verdikking. Deze is meestal hard aan de buitenkant en zacht en smakelijk van binnen en vormt een veilige en ideale plek om op te groeien voor jonge galwespen.

Waar

In alle gebieden boven de evenaar groeien eiken. Uitgestrekte eikenwouden besloegen ooit grote delen van Europa. Van deze oerbossen is er nog maar weinig overgebleven. Groot-Brittannië heeft de grootste en mooiste ongerepte oerbossen van Noordwest-Europa waar nog veel eiken staan.

 eikenbladwespinsectenEikenbladwesp11 aug 2011augustus

Eikenbladwesp, 11 aug 2011

 eikenbladwesp

Eiken zijn bomen die al heel lang in deze regio groeien. Hoe langer een soort ergens voorkomt, hoe meer andere soorten de neiging hebben om de mogelijkheden van die soort te benutten. De eik is daar een perfect voorbeeld van. Er leven honderden soorten met en van de eik. Bv. de Vlaamse gaai en de bosmuis verspreiden zijn eikels. Een paar honderd soorten schimmels leven samen met zijn wortels en krijgen suikers geleverd en zorgen zelf voor mineralen in retour. Ook het legioen insecten dat in en van de eik leeft is groot de vliegend hert larve en boktorren leven in zijn hout en wel 40 soorten galwespen hebben ontdekt dat het veilig toeven is in zwellingen (gallen) die zij produceren door het uitscheiden en inspuiten van een plantenhormoon: de buitenkant van die gallen is een veilige harde beschermlaag en de binnenkant is zacht en geschikt als voedsel voor de larve. En dan zijn

er ook nog tientallen tot honderden kevers en (nacht) vlinders, die van de eikengastvrijheid ge- en misbruik maken.

Bijzonder

De meeste wespen brengen hun larven groot met dierlijke prooien. Daarmee zijn wespen belangrijke plaagbestrijders. Maar in de natuur zijn er altijd uitzonderingen. Bij een heel andere groep wespen, die bladwespen genoemd worden, voeden de larven zich met plantendelen en kunnen bij massaoptreden vooral in rozen en in elzen economische schade veroorzaken. Op de eik komt een groep wespen voor waarvan de larven er uitzien als een kleine naaktslak. Vanwege hun uiterlijk worden ze ook wel bastaardrupsen genoemd. Zij hebben zich gespecialiseerd in het "skelletiseren" van bladeren, d.w.z. zij ontdoen het blad van alle cellen met bladgroen en laten alleen bovenste doorzichtige beschermlaag intact. Je vindt die larfjes door goed op deels licht verkleurende eikenbladeren te letten. Als je die om draait zie je groepjes larven zoals op de foto.

Waar

Eikenbladwespen zijn gebonden aan het voorkomen van eiken in de gematigde loofbossen van het noordelijk halfrond.

 eikenprocessierupsinsectenEikenprocessierups3 aug 2008augustus

Eikenprocessierups, 3 aug 2008

 eikenprocessierups

Deze week een insect dat (nog) niet in de Haarlemmermeer is waargenomen. Echter de eikenprocessierups is al wel onverwacht dichtbij waargenomen (bij Sassenheim) en de grote vraag is of en zo ja wanneer hij ook hier opduikt. Onze oplettende medewerking wordt daarom gevraagd vanuit het instituut in Wageningen dat zich met dit plaaginsect bezighoudt. De eitjes van de rups komen uit zodra de eerste jonge eikenbladen uitlopen. Na de 3e vervelling (half mei- eind juni) krijgen de rupsen de gevreesde brandharen op de rug. De rupsen worden 3.5 cm lang. Overdag zitten de rupsen in nesten aan de zonnige kant van eikenstammen. De nesten bestaan uit een dicht spinsel vol met vervellingshuidjes, (brand)haren en uitwerpselen. De rupsen eten ’s nachts, waarbij ze zich in lange slierten ‘kop aan staart’ verplaatsen. Hieraan hebben zij hun naam processierups te danken. De rups ontwikkelt zich vooral tot een plaag in zomereiken langs lanen en in erfbeplantingen. In bosgebieden lijkt er een biologisch evenwicht te bestaan met zijn natuurlijke vijanden, waardoor er nauwelijks problemen ontstaan.

Bijzonder

De

brandharen van de rups vormen voor mens en dier (vooral hond) het probleem. De meeste haren zijn 0,2 -0,3 mm lang. Elke rups heeft er tot een miljoen van. De pijlvormige haren kunnen huid, ogen en luchtwegen binnendringen. De stoffen die van de haren afkomen, veroorzaken een op allergie lijkende huiduitslag, rode ogen en hevige jeuk, die tot 2 weken kan aanhouden. Meestal verdwijnen de klachten vanzelf. In zeldzame gevallen kan braken, duizeligheid en koorts optreden. De rupsen hoeven niet te worden aangeraakt om last te krijgen. Ook door de wind verspreide haren kunnen voor passanten gevaarlijk zijn. De brandharen blijven ook na het vertrek van de rupsen (jarenlang) in de nesten aanwezig.

Waar

De plaag van de eikenprocessierups begon in 1991 in Nederland met de ontdekking van enkele nesten bij Hilvarenbeek. De soort verspreidde zich daarna over de zuidelijke provincies. In 1997 verdween de soort vrijwel en er werd gedacht dat dit insect wel weer uit Nederland zou verdwijnen. Maar door de warme zomers en droge winters sinds 2004 is de opmars dit jaar tot Sassenheim gekomen.

 eikenprocessierups2

 elzenhaantjeinsectenElzenhaantje12 okt 2008oktober

Elzenhaantje, 12 okt 2008

 elzenhaantje

De aanleiding voor deze week is een explosie van ‘rupsen’ in Getsewoud- Noord vorige week. Deze rupsen trokken massaal tuinen in en langs muren omhoog op zoek naar voedsel, nadat zij de elzen in de straat van al hun blad hadden ontdaan. Deze rupsen bleken de larven van het elzenhaantje. Dit 6-7 mm lange kevertje, met een opvallende glanzend donkerblauwe kleur, behoort tot de familie van de bladhaantjes. Dit kevertje is het belangrijkste bladetende insect op de els, maar komt ook voor op de populier, de hazelaar en de wilg. De elzenhaantjes overwinteren als kever op de grond onder bladeren en afgestorven plantenresten. Van april tot juni planten zij zich voort op elzen. De volwassen kevers knagen aan de bovenkant van het blad, terwijl de larven aan de onderkant hun best doen. Er blijft soms niet veel meer over dan kale takken of takken met bladsteeltjes en enkele nerfrestanten. De vrouwtjes leggen tot 900 oranje eitjes, die in groepjes aan de onderkant van een blad worden afgezet.

Uit de eitjes komen na 5 tot 14 dagen olijfgroene en later zwart wordende keverlarven, die zich na drie weken, vanaf juli, op de grond onder afgestorven plantenresten gaan verpoppen. Na 8 tot 11 dagen komt de nieuwe generatie kevertjes uit de poppen. Die daar normaliter blijven tot het volgende voorjaar.

Bijzonder

In Getsewoud waren het vorige week de jonge olijfgroene larven van het Elzenhaantje die, toen de elzen op waren, massaal op zoek gingen naar nieuw voedsel. Het Elzenhaantje vormt meestal geen echte plaag en ook de elzen die kaal worden gevreten, gaan daar meestal niet dood aan en lopen weer opnieuw uit. Het bijzondere aan deze uitbraak was dat deze zich voordeed in september, wanneer de nieuwe generatie kevers van dit jaar zich normaliter onder de grond stil houdt tot het volgende voorjaar. Het van slag raken van het bioritme van deze kevers kan te maken hebben met het veranderende klimaat, maar ook met andere nog onbekende ecologische factoren. Het probleem heeft zich inmiddels opgelost doordat de jonge larven door gebrek aan eten grotendeels omgekomen zijn.

Waar

Het elzenhaantje is een van de algemeenste bladkevers en komt in het hele noordelijke halfrond voor, overal waar Elzen staan.

 esbomenEs27 dec 2014december

Es, 27 dec 2014

 es

Het wordt veel aange­haald; dat de (Canadese) pop­ulier de ken­merk­ende boom van de Haar­lem­mer­meer is. Dat komt omdat deze boom overal aange­plant wordt.

Een min­stens zo algemene boom en een­tje die zich in tegen­stelling tot de pop­ulier mas­saal voort­plant (en zich dus hier kiplekker voelt) is de es. Bijna overal waar je staat kun je wel een (of veel) essen­bomen in je blikveld aantr­e­f­fen.

Een paar van de mooiste 100- jarige essen staan in het wan­del­bos Hoofd­dorp (3?3.5 m in omvang en ruim 40 m hoog), maar in alle wijken en ker­nen en bij oude boerder­i­jen en kerken zijn mooie exem­plaren te vin­den. De es maakt met de esdoorn zaden met vleugelt­jes.

Het essen­zaad (foto) heeft 1 vleugel en die van de esdoorn 2. Die vleugels ver­beteren ver­sprei­d­ing met de wind.

Bij­zon­der

Een es wordt ca 200 jaar oud, maar net als bij knotwilgen

kan essen­hakhout (dat om de 10 jaar wordt afgezet) de leeftijd van een boom aanzien­lijk ver­len­gen. De oud­ste bomen van de Haar­lem­mer­meer zijn dan ook ruim 300 jaar oude essen­hakhoutop­standen op de Een­denkooi van Stok­man bij Vijfhuizen. Deze 10 jaar oude stam­men wor­den sinds mensen­heuge­nis gebruikt voor palen en als brand­hout.

Maar essen­hout heeft veel meer gebruiksmo­gelijkhe­den. Het is buigzaam, veerkrachtig en recht. Het werd daarom gebruikt voor bv speren, maar nog steeds voor ste­len van gereed­schap zoals hamers, bezems, schep­pen, etc.

In Europa komt 1 inheemse soort es voor. In Noord-?Amerika bestaan nog een tien­tal soorten. Een kweekver­sie van de smal­bladige es, die in de herfst dieprode bladeren kri­jgt, wordt wel als straat­boom aange­plant. Er staan bv een paar exem­plaren waar de Boslaan in Hoofd­dorp over­gaat in de Sweel­incksin­gel.

De es was altijd een geliefde boom omdat hij een makke­lijke en vri­jwel ziek­tevrije soort was. Met de iep en de paar­denkas­tanje hoort hij sinds kort bij soorten die door een plaag (schim­mel) bedreigd wor­den.

Waar

De es groeit graag op natte tot tamelijk vochtige, voed­sel­rijke grond in loof­bossen en is zeer algemeen.

 esdoorncombibomenEsdoorn2 dec 2016december

Esdoorn, 2 dec 2016

 esdoorncombi

Kenmerkend voor deze tijd van het jaar is dat de bladeren massaal afvallen. Vandaar de keuze voor een van de meest voor komende bomen: de esdoorn. De Veldesdoorn is een andere inheemse soort. Maar ook de Suikeresdoorn en de Noorse Esdoorn kunnen in de Haarlemmermeer worden aangetroffen, naast vele cultuur variëteiten. Alle esdoorns of ahorns hebben een handvormig ingesneden blad, dat meer of minder scherp ingesneden kan zijn. Alle esdoorns hebben ook kenmerkende ‘helicopter’ zaden, die zijdelings aan elkaar vast zittende en elk voorzien zijn van een vleugeltje, waarmee ze makkelijk door de wind verspreid kunnen worden ( foto onder). De gewone esdoorn is een van de soorten die zich het beste uit weet te zaaien. Elk jaar zaait een moederboom zich tienduizenden malen uit, vaak tot wanhoop van tuin - en boseigenaren. Bij ons onderhoud in het Wandelbos Hoofddorp en ook bv in Landgoed Groenendaal, bestaat 40- 80% van ons werk in het uittrekken of - steken van

zaailingen van de esdoorns. In Groenendaal hebben we inmiddels 15 ha ‘klaar’ en nog 75 ha (3 miljoen zaailingen van 2- 20 jaar oud) te gaan van ca 20 moeder bomen.

Bijzonder

Ook in de winter zijn bomen aan allerlei kenmerken goed te herkennen. De gewone esdoorn kenmerkt zich door dikke groene knoppen. De Noorse esdoorn heeft dezelfde dikke knoppen, maar die zijn roodbruin. Esdoorns kunnen ca 30 m hoog worden. Ze hebben ook last een speciale schimmelsoort, die aan het einde van de zomer bijna alle bladeren met zwarte 1 cm grote vlekken kleurt (foto boven). Dood gaat de boom er niet van. Esdoorns hebben een sterke sapstroom in het voorjaar. De suikeresdoorn ontleent zijn naam aan het feit dat het sap ervan wordt op gevangen om er al of niet alcoholische dranken te maken. Het bad van de ‘Maple’ vormt de vlag van Canada. De esdoorn komt er veel voor en kleurt in de herfst de bossen rood.

Waar

De gewone esdoorn komt heel veel voor in deze regio, maar is van oorsprong een zuid - en midden Europese soort. Er zijn ca 200 soorten esdoorns bekend, die vooral op het Noordelijk halfrond voorkomen.

 essengalmetinzetbomenEssengal4 dec 2010december

Essengal, 4 dec 2010

 essengalmetinzet

Het voorjaar en de zomer hebben de naam de perioden te zijn dat je insecten kunt waarnemen. Maar ook in de rest van het jaar, zelfs in de winter kun je overal insecten aantreffen. Maar dan moet je wel weten waar je naar moet kijken. Een interessante manier om nu insecten te vinden, is via gallen: Als wij gestoken worden door een insect, bv. een mug, ontstaat er een bultje. Ooit miljoenen jaren geleden heeft eens een insect, waarschijnlijk een soort wesp, ontdekt dat zijn steek bij een plant ook aanleiding gaf tot een bultje, dat aan de buitenkant hard en aan de binnenkant zacht (en voor een larve) smakelijk was. Dat was dus een perfecte plek om kroost veilig groot te brengen. Zeker toen die larve ook die stof ging produceren en de bult (gal) steeds bleef groeien. Om die reden was dat insect zeer succesvol en ontwikkelden zich snel veel andere soorten. Van deze insectengroep zijn er in Nederland nu

wel 1400 soorten te vinden. Niet alleen (gal)wespen veroorzaken gallen. Ook vele muggen, vlinders en vliegen hebben deze truc ontdekt. Bijna op alle plantensoorten zijn er één of meer soorten gallen te vinden. Vooral de eik heeft er veel, wel 40. Nu de bladeren vallen, is er een leuke soort op essenbomen te vinden. Essen zijn de bomen die als zaden enkelvoudige vleugeltjes(´helicoptertjes´) vormen. Esdoorns maken dubbel gevleugelde zaden.

Bijzonder

De essengal, die bij het bladloos worden van de essen zichtbaar wordt, heeft geen Nederlandse naam. In het Duits wordt hij ´klunkern´ genoemd. Hij is nu bruin en is als groene bloemkoolachtig woekering ontstaan uit de bloemen. Deze ´klunkern´ kunnen de hele winter nog als bruine klonterige massa´s aan de boom zitten: Soms zit de hele boom er vol mee. Binnenin leven de larfjes van Aceria fraxinivora (zie foto)

Waar

Gallen kunnen overal in alle seizoenen en op bijna alle plantensoorten gevonden worden. Oog krijgen voor de verbazingwekkende verscheidenheid van gallen geeft een nieuwe dimensie aan het buiten in de natuur lopen.

 fenologieandersFenologie9 apr 2010april

Fenologie, 9 apr 2010

 fenologie

De bedoeling van mijn columns over de Haarlemmermeerse Flora en Fauna is om u te attenderen op de fascinerende dingen die constant om ons heen gebeuren. Om daar ook oog voor te krijgen is er geen betere manier dan om aan ´fenologie´ te gaan doen. Fenologie is de studie van de jaarlijks terugkerende natuurverschijnselen. Bij vogels bestaat dat b.v. uit het bijhouden wanneer de 1e exemplaren van een soort (b.v. de boerenzwaluw) terugkeren uit het zuiden. Bij planten komt dat neer op het bijhouden wanneer de 1e bloemen van elke soort bloeien en bij insecten houd je bij wanneer de 1e exemplaren van een soort verschijnen. Als je dat doet,

krijg je meer gevoel voor de verbazingwekkende dynamiek in de natuur. Bij mij begint de lente b.v pas als er weer in elke tuin een tjiftjaf zingt (dit jaar niet op 21 maart maar op de 17e). En daarbij verbaas ik mij elk jaar weer over het feit hoe een vogeltje van maar 4-6 gram de hele reis heen en terug van Spanje en Marokko overleeft en in één nacht opeens weer alle tuinen van ons land bevolkt. Voor de jeugdclub van De Heimanshof hebben wij formulieren gemaakt met lijsten van soorten die makkelijk te volgen zijn: één boekje voor vogels, 1 voor planten en 1 voor insecten. Als je geboeid raakt door deze natuurlijke dynamiek, en jaar in, jaar uit je gegevens bijhoudt, zoals sommige Heimanshof-vrijwilligers al tientallen jaren doen, krijg je ook meer inzicht in klimaatsveranderingen, het effect van zachte, droge, natte en koude seizoenen. Het belangrijkste is dat je leert kijken en luisteren naar je omgeving. De fenologieboekjes zijn te downloaden van www.deheimanshof.nl/jeugdclub/downloads.