bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Salomonszegel, 10 mei 2019

 salomonszegel

Salomonszegel is een plant die op dit moment bloeit met witte bloemen en vooral voorkomt in bossen en houdt van niet te voedselrijke, droge of natte standplekken liefst in de schaduw. De plant heeft een bijzondere vorm: aan een gebogen stengel staan om enom horizontale bladeren waaronder aan de stengel trosjes witte bloemen hangen. Deze vormen zwarte bessen. De naam Salomonszegel is natuurlijk intrigerend en afgeleid van Salomon, de zoon van de joodse koning David, aan wie grote wijsheid werd toegeschreven. Ook deze plant heeft medicinale toepassingen en met name de eetbare wortel, waaraan een helend effect op (gebroken) botten en kneuzingen werd toegeschreven, net als effecten op bloeddruk, diarree, aambeien, op vele manieren verzachtend en genezend en wat al niet meer. De prestigieuze naam Salomonszegel heeft mede daarom ook te maken met de wortel. Op die knoestige wortelstok

die gestaag uitgroeit en vertakt groeien elk jaar de bloeistengels omhoog. Op de plek waar die stengels hebben gezeten, blijft een vergroeiing achter (foto inzet) die lijkt op een zegelring met daarin als merktekens, putjes van de vaten die door die stengel liepen.

Bijzonder

Er bestaan op het Noordelijk halfrond ca 50 soorten Salomonszegel, waarvan er 2 inheems zijn in Nederland: de gewone salomonszegel groeit in het bos en de welriekende of duinsalomons zegel op zandgronden en duinen. De gewone is ca 40 cm hoog en de duinvorm 20 cm. Deze soorten kunnen echter met elkaar kruisen (ook in de natuur) en dan ontstaat de steriele tuinsalomons zegel, die een stuk groter (50-60 cm) is . Deze maakt dus geen bessen, maar kan vegetatief via wortelstokken lang standhouden en zich uitbreiden. Alle soorten zijn op De Heimanshof te bewonderen op dit moment.

Waar

Zowel de gewone salomonszegel als de duinsalomonszegel komt in Nederland vooral voor op zandige bodems in bossen in oost en zuid Nederland en in de duinen, waarbij de duinsalomonszegel zich met name tot de duinen beperkt.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 7 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 distelvlindervlindersDistelvlinder19 aug 2013augustus

Distelvlinder, 19 aug 2013

 distelvlinder

Vorige week was het nationale tuinvlindertelling. De planning daarvan had niet beter kunnen zijn na 4-5 weken prachtig ‘insecten’ weer. In geen 10 jaar tijd had ik zoveel vlinders gezien als in deze week. In De Heimanshof telde ik 16 soorten met in totaal ca 250 exemplaren in een half uurtje. Persoonlijk was ik het meest geraakt door de grote aantallen distelvlinders die er dat weekend opdoken. De naam distelvlinder komt van het feit dat de waardplant voor hun rupsen veelal bestaat uit verschillende soorten distels, zoals de akkerdistels, de kale jonker of de speerdistel. Maar de rupsen eten ook van klissen, brandnetels of zonnebloemen. Ook als nectar plant zijn distels geliefd.

Bijzonder

Er zijn, zoals altijd, allerlei strategieën die vlinders gebruiken om te overleven. Sommige vlinders zoals

het Icarusblauwtje blijven altijd dichtbij de plek waar hij als rups geboren wordt. Dat zijn standvlinders. Een heel ander strategie wordt gevolgd door de trekvlinders. De distelvlinder is daarvan een voorbeeld, net als de Atalanta of de kolibrievlinder.

Waar

De meeste distelvlinders die wij in Nederland zien zijn geboren in Centraal Afrika of Noord Afrika. Ze leggen dus voor deze kleine wezens onvoorstelbare afstanden af. Daarbij moet wel gezegd worden dat ze gebruik maken van de wind. Elk jaar zijn er distelvlinders, maar om de 8-10 jaar is er een massale invasie. En dat gebeurt vaak gelijktijdig met het neerdalen van Sahara stof. De aantallen vlinders zijn vooral afhankelijk van jaren met veel regenval in Afrika rond de Sahara. Distelvlinders leggen onderweg eieren waaruit nieuwe generaties vlinders voortkomen tot in Noord Scandinavië . In de herfst gaat de trek in omgekeerde richting, ook geholpen door gunstige winden. Maar vele vlinders vinden de weg niet tijdig terug en komen om. Overwinteren kunnen ze bij ons niet. Alleen de vlinders die in Noord of Centraal Afrika terugkomen zorgen voor een nieuwe generatie voor het volgende jaar.

 dodaarsvogelsDodaars27 dec 2006december

Dodaars, 27 dec 2006

 dodaars

De dodaars is de kleinste fuutachtige. De soort dankt zijn naam aan het korte, witte achterwerk. Dodaarzen zijn broedvogels van ondiepe en beschutte wateren. Duinmeren, uiterwaarden, vennen en brede sloten zijn geliefde broedplaatsen. Het drijvende nest ligt in riet of ruigte aan de waterkant. Dodaarzen leven van waterinsecten, schelpdieren en kleine visjes, die op het oog worden gevangen. In de broedtijd vormen insecten het grootste deel van het menu. De aanwezigheid van waterplanten is een belangrijke voorwaarde voor het voorkomen.

Bijzonder

De dodaars is de kleinste en rondste van onze watervogels.

Hij heeft vrijwel geen staart. Het winterkleed van beide sexen varieert van vaalbruin van boven tot lichtbruin en wit van onderen. De dodaars is opvallend schuw. Bij onraad laat hij zich snel zakken, zodat alleen zijn kop boven het water uit steekt. Soms duikt hij helemaal onder. Deze vogel zal zich niet gauw uit het water wagen, hij beweegt zich zeer onhandig op het land.

Waar

De dodaars is een trekvogel en verlaat de noordelijke gebieden (ook ons land) in de winter. Ons land worden dan echter gebruikt als winterverblijfplaats voor noordelijke dodaarzen. Het aantal broedparen in Nederland wordt door SOVON geschat op ongeveer 2000 en neemt jaarlijks iets toe. In de winter verblijven er soms meer dan 10.000 exemplaren in Nederland. Het is goed mogelijk dat er paartjes broeden in de Haarlemmermeer, maar de grootste kans op een waarneming is in de winter. De overwinteraars kunnen elk jaar in de hoofdvaart en andere grote kanalen worden aangetroffen.

 dodemansvingerspaddenstoelenDodemansvingers2 dec 2007december

Dodemansvingers, 2 dec 2007

 dodemansvingers

Dodemansvingers en andere kernzwammen

De Houtknotszwam is een knotsvormige zwam met een duidelijke steel die naar boven toe breder wordt en waarin zich de sporen bevinden. De bijna kogelronde, knotsvormige of ook wel vingervormige zwam (daarom heet hij ook wel dodemanshand of dodemansvingers) maakt een opgezwollen indruk en is van buiten zwart en van binnen wit. Sommige staan alleen, andere in groepjes, meestal aan de zijkanten van een stronk. Ze hebben een zwart wrattig oppervlak. De dodemansvingers worden meestal niet hoger dan vijf centimeter, maar kunnen veel groter worden. De nieuwe vruchtlichamen verschijnen in de herfst. De dodemansvingers horen bij de groep van de kernzwammen. Deze zwammen onderscheiden zich van de meest andere paddestoelvormende zwammen, door het feit dat zij zich in rijpe toestand verharden en daardoor lang overeind blijven en het hele jaar te vinden zijn. Ze zien er wrattig uit door de openingen waardoor de sporen naar buiten komen. Veel soorten zijn erg algemeen. Andere soorten van deze groep zijn de bekende geweizwammetjes en roestbruine kogelzwammetjes. Ook de zeer algemene

meniezwammetjes zijn verwant.

Bijzonder

De dodemansvingers groeien op oude stronken en takken van tenminste 15 cm groot. Het geweizwammetje van 2-6 cm hoog is min of meer geweiachtig vertakt of gevorkt en eerst wit en later zwart van kleur. Deze groeit op rottende takken en stronken, die al ver heen zijn. Een bruinrood kogelzwammetje is meestal 0.5 -1.5 groot en groeit vrijwel altijd in grote groepen en juist op vrij vers afgevallen takken of nieuwe loofhoutstronken. Het meniezwammetje (van 2-3 mm) groeit juist niet op dikke stronken maar op en door de schors van dunne pas afgevallen takken. Hij groeit in dichte groepen en heeft een helderoranje kleur.

Waar

Dodemansvingers kunnen aangetroffen worden in voedselrijke bossen op zand- en leemgrond. Hij is te vinden op stronken van dode loofbomen, meestal beuk of iep. Er is ook een slanke soort: de Esdoornhoutknotszwam maar deze groeit hoofdzakelijk op takken van esdoorn. De dodemansvingers zijn ook in de Haarlemmermeer overal te vinden, b.v in het Wandelbos en in het Haarlemmermeerse bos. In de Heimanshof kunnen we hem zo aanwijzen, en dat is ook het geval voor de andere genoemde soorten.

 dodemansvingers2

 dollekervelplantenDolle Kervel4 jun 2011juni

Dolle Kervel, 4 jun 2011

 dollekervel

Bijna iedereen kent wel fluitenkruid, een schermbloemige plant die in april de bosranden, weiden en bermen siert. Niet iedereen weet dat er honderden soorten schermbloemen zijn, waarvan er vele de moeite waard zijn om nader te leren kennen. Zo zijn wortels, peterselie, selderij, venkel, pastinaak,kervel, etc allemaal schermbloemen, zonder welke onze keuken een stuk armzaliger zou zijn. We weten alleen vaak niet dat het schermbloemen zijn omdat schermbloemigen een 2- jarige cyclus hebben en voor dat ze aan bloeien toekomen(in hun 1e jaar) eten we ze al op. Daarnaast zijn er nog tientallen wilde soorten schermbloemen die allemaal in De Heimanshof te vinden zijn: engelwortel, berenklauw, grote en kleine bevernel en exotische soorten als gouden ripzaad, beverneltorkruid, torkruid, roomse kervel, naaldenkervel, gevlekte scheerling, waterscheerling en ga zo maar door. Vandaag zag

ik bij verpleeghuis Bornholm een soort massaal bloeien, die ik daar niet zo gauw verwacht had: dolle kervel. Dolle kervel is een wat fijner dan fluitenkruid. Het groeit ook in bosranden en bloeit later dan fluitenkruid. De soort is het best te herkennen aan het feit dat de stengels paars gevlekt en harig zijn.

Bijzonder

Dolle kervel dankt het 1e deel van zijn naam aan het feit dat koeien die er veel van eten, zich gaan gedragen alsof ze dronken zijn. Dolle kervel is dan ook (licht)giftig. Het tweede deel verwijst naar zijn gelijkenis met echte kervel. Maar ze zijn niet nauw verwant.

Waar

Dolle kervel groeit op half beschaduwde plekken op droge tot vochtige, voedselrijke en vaak kalkhoudende grond. Je vind hem in bermen, ruig grasland, heggen, bosranden, braakliggende grond, bij industrieterreinen, plantsoenen en akkerranden. Dolle kervel komt voor in Midden en Zuid- Europa, de Kaukasus en NW Afrika. In Nederland vindt je dolle kervel vooral in Zuid-Limburg, het zuiden van Zeeland, in het rivierengebied en in het oosten en midden van het land. En dus in Bornholm en de Heimanshof.

 draadknotszwam3paddenstoelenDraadknotszwam4 dec 2009december

Draadknotszwam, 4 dec 2009

 draadknotszwam3

De meeste mensen hebben geen idee van de rijkdom van de Nederlandse natuur is. Toen ik gisteren aan iemand vroeg, hoeveel vogelsoorten er waren werd een getal van 2000 genoemd. Dan komt, omdat vogels opvallen, maar met alle zeldzame soorten meegerekend, zijn het er maar 400! Bij zoogdieren praat je over 50 en bij kruiden over 1500 soorten. Bij paddenstoelen, waar deze column over gaat, speelt het tegenovergestelde. Mijn gesprekspartner schatte het aantal soorten op 200. De website van de Mycologische vereniging meldt echter, dat er rond 1980 zo´n 3700 soorten bekend waren. En sinds de systematische registratie in 1980 zijn er maar liefst ruim 1000 nieuwe soorten ontdekt. Het is dus heel goed mogelijk dat het er wel 6000 zijn. Hoe dat komt, kan ik illustreren aan een paddenstoel die deze week op mijn pad kwam: de draadknotszwam. Dit zwammetje is erg klein en lijkt op een wormpje of een myceliumdraad. Van dit soort kleine paddenstoelensoorten zijn er duizenden. Ze kunnen korstvormig zijn of draadvormig. Maar allemaal zijn ze gespecialiseerd in een andere voedingsbodem

of groeiperiode. Op elke tak die u in deze tijd van het jaar oppakt van de grond, leven wel 2-10 verschillende miniscule zwammetjes. Van de ´echt´ paddenstoelen met duidelijk ontwikkelde vruchtlichamen, bestaan een paar honderd tot 1000 soorten.

Bijzonder

Ons draadknotszwammetje wordt 3-10 cm hoog en heeft een diameter van 0.5-2 mm. Dit zwammetje heeft een leuke toepassing, die vooral in Amerika speelt. Daar kan ´s winters heel lang een pak sneeuw op gazons, golfvelden e.d. liggen, die daardoor vatbaar worden voor een schimmel die het gras doodt. Door nu de draadknotszwam expres uit te zaaien wordt deze schadelijke zwam bestreden en jaarlijks miljoenen aan schade voorkomen.

Waar

De draadknotszwam groeit het liefst in de herfst op gevallen blad, strooisel en gevallen twijgen. Door zijn kleine formaat wordt hij vaak over het hoofd gezien, maar is vrij algemeen in Europa en Noord-Amerika.

 draadknotszwamlinzenknotsje2

 draaihals2vogelsDraaihals21 mei 2011mei

Draaihals, 21 mei 2011

 draaihals2

Op 21 mei 2006 was de 1e Flora en Fauna column. Inmiddels hebben we ca. 300 soorten besproken en zijn er nog ca. 10.000 Haarlemmermeerse soorten te gaan. Vandaag een zeer bijzondere jubileum soort: de draaihals. Een dood exemplaar trof een Heimanshofvrijwilliger op 7 mei aan in haar tuin in Vijfhuizen. Of er een relatie is met rigoureus beheer van bosplantsoen in de buurt is niet duidelijk. De draaihals is een soort specht met een zeer teruggetrokken manier van leven. Hij heeft een uitstekende schutkleur die lijkt op boomschors (zie foto), zit vaak op de grond en wordt ook daarom vaak over het hoofd gezien. De draaihals dankt zijn naam aan zijn flexibele hals, die in vreemde kronkels gedraaid kan worden (zie filmpjes op youtube via zijn Latijnse naam: Jynx torquilla) Gebroed wordt in oude, meestal deels vermolmde loofbomen, omdat zijn snavel niet zo sterk is als bij andere spechten. Hij leeft vooral van mieren en hun poppen.

Bijzonder

De laatste decennia is de draaihals sterk in aantal afgenomen.

Begin jaren "90 waren er nog 80-180 paar in ons land en rond 2000 nog max. 65. De afname van de draaihals lijkt het gevolg van vochtiger zomers en het verdwijnen van zijn voorkeursbiotoop. Mogelijk spelen ook problemen in de overwinteringsgebieden een rol en verzuring van de grond en het gebruik van pesticiden, waardoor het aantal mierenkolonies afneemt. De draaihals is gebaat bij een zo natuurlijk mogelijk bosbeheer. Dat houdt o.a. in: het laten staan van dood (loof)hout, een mix van open en gesloten bos en kale open plekken. Zoals alle spechten heeft de draaihals een lange kleverige tong. De draaihals staat als ernstig bedreigd op de Nederlandse rode lijst. Internationaal is het geen bedreigde diersoort.

Waar

De draaihals is een zeer schaarse broedvogel vooral op de Veluwe. Hij broedt in een groot deel van Eurazië tot Japan en in NW-Afrika. Het is de enige trekvogel onder de spechten en overwintert ten zuiden van de Sahara. De voorjaarstrek is in april en mei. Mogelijk was onze vogel op trek

 draaihalskrommenek

 driedoornige_stekelbaarsvissenDriedoornige Stekelbaars23 apr 2017april

Driedoornige Stekelbaars, 23 apr 2017

 driedoornige_stekelbaars

Driedoornige Stekelbaars

Het is voorjaar en dat blijkt niet alleen uit de bomen die in blad komen en de plantensoorten die bloeien. Ook onder water explodeert het leven, hoewel dat de meeste mensen ontgaat. Om die reden hebben we de onderwaterontdekwereld gemaakt op De Heimanshof met een 15-tal aquaria waar zichtbaar gemaakt wordt wat er allemaal aan interessant onderwater leven in de sloten en vaarten leeft. Natuurlijk zijn de kikkervisjes zich aan het ontwikkelen, die doen zich net als de meeste vissoorten tegoed aan de massale ontwikkeling van watervlooien. Een van de soorten die dat ook doet en in deze tijd extra aandacht vraagt, is het driedoornig stekelbaarsje. Daar hebben we een aantal exemplaren van en die hebben zich in deze tijd in een schitterend bruidskleed gestoken van felrood met lichtgevende blauwe ogen en die zijn druk met elkaar het hof maken en nestjes bouwen

(foto). Net als de 10-doornige stekelbaars meer of minder dan 10 stekels kan hebben, heeft de 3-doornige vaak meer of minder dan 3 stekels (2-4).

Bijzonder

Stekelbaarsjes zijn een ingewikkelde soort. Ze zijn namelijk geen familie van baarzen, maar van zeenaalden en zeepaardjes. Ze hebben geen schubben, maar beenplaten. Het is een algemene soort die voor veel dieren, waaronder lepelaars een belangrijke voedselbron is.

Waar

3-doornige stekelbaarzen komen met name voor langs kusten van Europa, Amerika en Azië op het Noordelijk halfrond. En er bestaan allerlei soorten of rassen van, gerelateerd aan de plek waar ze voorkomen. De kleinste soort blijft altijd in zoet water voor en kan 8 cm lang worden. In brak water komt een soort voor die 9 cm lang kan worden en op zee een soort, die wel 11 cm kan halen. Maar zo groot worden ze maar zelden. En de brakke en zoute soorten hebben zoet water nodig om zich voort te planten. De stekelbaars heeft bij die migratie veel last van de dijken en gemalen die wij als mens bouwen, waardoor hij in veel gebieden toch weer bedreigd raakt. De soort kan 4 jaar oud worden.

 driehoeks mosselentoolenburgseplaskleine dierenDriehoeksmossel5 dec 2009december

Driehoeksmossel, 5 dec 2009

 driehoeks mosselentoolenburgseplas

De onderwaterwereld ontrekt zich grotendeels aan ons zicht. Bijgaande foto, met driehoeksmossels komt uit het onderwaterpad in de Toolenburgse plas. Het is een kleine mosselsoort van 3-5 cm, die door zijn gestreepte patroon ook wel zebramossel genoemd wordt. Het voorkomen van kuifeenden (b.v in de hoofdvaart) geeft meestal een goede indicatie waar deze mossels voorkomen, want zij vormen het hoofdbestanddeel van hun menu. De driehoeksmossel voedt zich door water te filteren. Net als zeemosselen maken ze byssusdraden om zich stevig aan een harde ondergrond te bevestigen. Meestal zitten ze in kluitjes op stukken steen. Op hun beurt worden ze vaak door zoetwatersponsen bedekt. De voortplanting is geslachtelijk; er zijn dus mannetjes en vrouwtjes. De eitjes en het zaad vinden elkaar in open water. De larven doorlopen een aantal stadia waarin ze zich voeden met bacteriën en alg. Na ongeveer een maand zetten ze zich vast.

Bijzonder

De driehoeksmossel levert een

belangrijke bijdrage aan schoon oppervlaktewater. Eén mossel kan 76 ml water per uur filtreren. In het IJsselmeer leven zoveel driehoeksmosselen, dat ze dit twee keer per maand volledig schoonzeven. Driehoeksmosselen richten ook economische schade aan omdat ze in uitlaatpijpen van elektriciteitscentrales en koelwatersystemen leven en deze hierdoor verstoppen. Vooral in Noord- Amerika vormen ze een groot probleem.

Waar

De driehoeksmossel leeft in grote meren, rivieren, en kleine stromende wateren en heeft zuurstofrijk water nodig. De soort komt oorspronkelijk uit ZO Rusland, en leefde in rivieren die afwateren naar de Zwarte en de Kaspische Zee. Door het graven van veel verbindingskanalen tussen rivieren in Midden- en Oost-Europa in de 19e eeuw en met ballastwater is de soort hier gekomen. In Europa is de driehoeksmossel inmiddels een algemene soort. De oudste waarneming uit Nederland dateert uit 1827 uit het Haarlemmermeer. Sinds 1988 komt hij ook in Amerika voor, waar hij de inheemse mosselen verdringt.

 driehoeksmosselverstoppenpijp

 duivelseipaddenstoelenDuivelsei10 sep 2015september

Duivelsei, 10 sep 2015

 duivelsei

Deze week waren we ergens aan het werk in een bos met een dikke strooisel laag, toen we overal vuistgrote glibberige bollen aantroffen.

Wat die bollen waren, ontdekten we pas toen we iets verderop door een penetrante aasgeur een grote stinkzwam ontdekten. Deze nog ‘maagdelijke’ paddenstoel was uit een dergelijke bol gegroeid (foto). Een dergelijke ontwikkeling tot een 20cm hoge paddenstoel gaat in een paar uur. Het doorbreken van de bol doet de paddenstoel met een soort eitand op een ring rond een opening aan de top. Zowel de vreemde glibberigheid van de bol als de razendsnelle groei heeft mensen geïntrigeerd en daarom heeft deze bol de naam duivels ei of heksen ei gekregen. Allerlei andere opvallende organismen werden met een zelfde mix van ontzag en wantrouwen bekeken: duivelsnaaigaren, heksenkruid en

heksenboter zijn daar voorbeelden van.

Bijzonder

De grote stinkzwam vermenigvuldigt zich net als ander paddenstoelen met sporen. Er zijn in de loop van de evolutie honderden manieren ontstaan om deze sporen effectief te produceren en te verspreiden. De meeste paddenstoelen doen dat door er enorme hoeveelheid van te produceren die met de wind meegevoerd worden. De stuifzwammen en met name de reuzenstuifzwam of reuzenbovist zijn daar het schoolvoorbeeld van. De stinkzwammen hebben dat slimmer aangepakt. De aasgeur die ze verspreiden, trekt vliegen een aaskevers aan die de kleverige sporen aan hun poten mee krijgen om ze vervolgens overal heen te brengen. Dat gaat zeer efficiënt. Op de foto is deze glanzende grijze sporenmassa ook goed te zien. Binnen 3 uur was de gehele grijs gekleurde sporenmassa ‘op transport’ en bleef er een kale witte paddenstoel over, die op een morielje lijkt. Net als de meeste morieljes is deze paddenstoel als jong exemplaar eetbaar, hoewel de geur die hij om zich heen heeft, daar niet echt tot uitnodigt.

Waar

De grote stinkzwam houdt van zandige losse bodems met een dikke humus en stooisellaag en is vrij algemeen voorkomend.

 dwergmuiskleine dierenDwergmuis16 dec 2007december

Dwergmuis, 16 dec 2007

 dwergmuis

De leukste vondst bij het braakballenonderzoek van de Jeugdnatuurclub van De Heimanshof, 15 december jl. was een dwergmuis, die samen met een bosmuis, een veldmuis en 2 huisspitsmuizen op een dag op het menu van een kerkuil hadden gestaan. Een dwergmuis heeft knobbelkiezen, net als de huismuis en de mens, omdat het een alleseter is. Het voedsel bestaat uit zaden, bessen, insecten en rupsen. De dwergmuis moet dagelijks 1/3 van zijn gewicht eten om in leven te blijven. Hun staart dient als 5e ledemaat om door lange grassen en graanvelden te klimmen. Een territorium van een mannetje is 400 tot 600 m²; een vrouwtje leeft in een kleiner gebied. In de zomer zijn ze vooral in de schemer en nachts actief en in de winter meestal overdag. Mannetjes en vrouwtjes komen alleen bij elkaar om te paren en een 8-10 cm groot bolvormig nest te maken van geweven gras dat 60-100 cm boven de grond hangt. Na zo’n 18 dagen worden de jongen geboren. Als deze 15 dagen oud zijn, moeten ze voor zichzelf

zorgen.

Bijzonder

De dwergmuis is met 5-8 cm (plus een staart van 5-7 cm) het kleinste knaagdier van Europa en zelfs van de wereld. Volwassen dieren wegen 5-11 gram. (Een brief weegt 20 gram!) Door hun snelle voortplanting (tot wel 7 nesten per jaar, met elk zo′n 11 jongen) hebben dwergmuizen zich altijd goed kunnen handhaven. Moderne landbouwmethodes, vooral het spuiten van gewassen, het gebruik van combines en het platbranden van stoppelveldjes zijn zeer nadelig voor deze soort. Ook door het steeds meer uit productie nemen van landbouwgrond voor woningbouw neemt het aantal dwergmuizen elk jaar verder af. Daardoor is de dwergmuis op de rode lijst geplaatst als een soort die op dit moment nog niet bedreigd is. Het is de enige Europese muizensoort die zijn nest boven de grond bouwt en het enige zoogdier in Europa met een grijpstaart.

Waar

Dwergmuizen leven in bijna heel Europa en in Azië tot in Japan. Vooral in gebieden met hoge grassen, zoals droge rietvelden, graanakkers, hooilanden, verwilderde tuinen, overwoekerde heggen en bosranden. Tijdens strenge winters wagen ze zich ook bij mensen. Dat dwergmuizen in de Haarlemmermeer voorkomen, wordt regelmatig vastgesteld uit braakballenonderzoek. Hoe groot of hoe bedreigd de populatie hier is, door het afnemen van het areaal landbouwgrond, is niet bekend.

 dwergruigedwergvleermuiskleine dierenDwergvleermuizen28 sep 2006september

Dwergvleermuizen, 28 sep 2006

 dwergruigedwergvleermuis

Als je in de bebouwde kom een klein vleermuisje ziet vliegen, is dat meestal een gewone dwergvleermuis. Deze beestjes zijn zo klein dat ze via luchtspleten in spouwmuren kunnen komen. Daardoor zijn zelfs nieuwbouwwoningen voor hen geschikte plaatsen om een kolonie te stichten.
Naast de gewone dwergvleermuis komt ook de ruige dwergvleermuis voor. Deze is iets groter, d.w.z 6- 15 gram (n.b een brief weegt 20 gram) en heeft een spanwijdte van zo’n 24 cm. De ruige dwergvleermuis houdt van een halfopen landschap met bosranden en water en liever niet bij bebouwing zoals de gewone. Muggen vormen zijn voorkeursvoedsel.

Waar

: De ruige dwergvleermuis komt bijna overal in Nederland voor.

Na de vleermuislezing van 16/17 september werden twee mannetjes gezien, die elkaar achterna zaten..

Bijzonder

: De ruige dwergvleermuizen zijn bijzonder omdat ze (met name de vrouwtjes) grote afstanden afleggen. De kraamkolonies zijn vooral in Noord Duitsland en de Baltische staten. Op weg naar het zuiden, zo rond eind augustus, trekken ze (net als veel vogels) langs de kust en kunnen ze bij oostenwind ook ver boven zee terecht komen. De mannetjes trekken niet met de vrouwtjes mee en blijven in deze regio gedurende voorjaar en zomer. Het kan zijn dat dit een gedrag is dat teruggaat op de laatste ijstijd.
In het najaar worden veel vleermuismannetjes territoriaal en jagen dan mannelijke rivalen weg uit hun territorium terwijl ze juist vrouwelijke soortgenoten proberen te lokken om mee te paren. Dat doen ze met harde geluiden die ′social calls′ worden genoemd en die lijken op een metalig raspgeluid. Deze geluiden liggen rond onze bovenste gehoorgrens, maar kinderen kunnen ze meestal goed horen. De normale echolocatiegeluiden zijn ruim twee keer zo hoog en absoluut niet te horen zonder bat-detector.
Zoals alle vleermuizen zijn ook de dwergvleermuizen streng beschermd.

 eekhoorntjesbroodpaddenstoelenEekhoorntjesbrood31 aug 2008augustus

Eekhoorntjesbrood, 31 aug 2008

 eekhoorntjesbrood

Vorig jaar had ik voor Hotel de Beurs langs de Kruisweg al eens een grote paddestoel gezien. Tegen de tijd dat ik er met een kenner bij was, was deze al verdwenen. Hij was of door slakken opgegeten of door iemand meegenomen. De kans dat iemand er met ‘mijn’ paddestoel vandoor was, was redelijk groot want deze grote jongen leek verdacht veel op de lekkerste paddestoel die er bestaat: het eekhoorntjesbrood of Porcini. Als dit waar was, zou het redelijk uniek zijn. Het eekhoorntjes brood is namelijk redelijk algemeen, maar bijna alleen in dennen-, eiken of beukenbossen. Op de Haarlemmermeerse klei is deze soort naar mijn weten nog niet eerder waargenomen. Als ecoloog blijft zo’n ervaring je helder bij en een snelle blik uit de auto vorige week, maakte duidelijk dat het weer tijd was. Onder de linden en tussen de struikjes stonden er dit jaar maar liefst 10 exemplaren. Sommige wel bijna een kilo zwaar. En het was inderdaad de koning onder de paddestoelen, waar Italianen, Duitsers, Polen en ander volken die dichter bij natuur staan, graag een stuk voor omrijden of een dag voor door het bos struinen. Eekhoorntjesbrood behoort tot de familie van de boleten, die geen plaatjes onder

de hoed hebben waaraan de sporen groeien, maar buisjes.

Bijzonder

De meeste boleten en ook veel andere paddestoelen hebben een symbiotische relatie met bomen. Een dergelijke symbiotische relatie, zoals de naam al zegt, is tot wederzijds voordeel. Bomen zoals de beuk, eik, wilg, haagbeuk, tamme kastanje, linde, den, hazelaar en larix kunnen vaak niet zonder. Symbiotische schimmels vormen b.v. een schimmelnetwerk om de wortels heen, dat het wortelstelsel beschermd tegen uitdroging, tegen het opnemen van zware metalen en tegen ongewenste, als parasiet levende organismen. Verder helpen de schimmels om voedingszouten op te lossen, waar de boom anders geen toegang toe krijgt en helpen zo mee aan de voeding van de boom. De schimmel profiteert op zijn beurt van de door de boom vervaardigde suikers.

Waar

Eekhoorntjesbrood tref je aan bij loofbomen en naaldbomen, vooral in lanen, bermen en bosranden op zandige of lemige bodem. Hij kan in de zomer en in de herfst gevonden worden. Deze soort komt met een aantal nauw verwante soorten overal voor in Europa en Noord-Amerika.

 eekhoorntjesbrood2