bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 4 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 vogelsBlauwborst20 apr 2007april

Blauwborst, 20 apr 2007

 blauwborst

De blauwborst is een vrij schuwe trekvogel die vooral voorkomt in natte gebieden met veel struiken en riet. Blauwborsten eten vooral insecten en slakken, spinnen en wormen, maar soms ook bessen (vooral in de herfst) De geleidelijke overgang van rietmoerassen naar moerasbos vormt een uitstekend leefgebied. Er bestaan twee soorten blauwborsten. De witgesterde Blauwborst (zie foto) is het meest algemeen. De roodgesterde Scandinavische vorm is hier aanzienlijk zeldzamer. Blauwborsten zijn prachtige vogels om te zien én om

te horen. De meeste vogels hebben of een kleurig verenpak of een uitbundig lied. De blauwborst heeft beide.

Bijzonder

Het aantal blauwborsten in Nederland is de afgelopen tijd spectaculair toegenomen. Rond 1970 werden ongeveer 1000 paren vastgesteld, in het jaar 2000 werd dit aantal al geschat op 9.000 tot 11.000 paren. Het is een van de weinige soorten die zelfs van een Rode Lijst is geschrapt, omdat het zo goed gaat.

Waar

De meeste blauwborsten broeden in moerasgebieden zoals de Peel, de kop van Overijssel, de Oostvaardersplassen en de Biesbosch. Ook in kleine moerashoekjes kan hij zich vestigen. In het voorjaar van 2007 is een blauwborst neergestreken aan de rand van Toolenburg. Indien deze verkenner een maatje vindt zou het een leuke aanwinst voor de fauna van de Haarlemmermeer betekenen.

Status: tot voor kort rode lijst soort; niet meer

 plantenBlauwe Bremraap10 jun 2011juni

Blauwe Bremraap, 10 jun 2011

 blauwebremraapfortvijfhuizen

Hoewel de vondst van de blauwe bremraap op het Fort Vijfhuizen vorige week al de krant haalde, gaat deze column niet over oud nieuws. Bremrapen zijn namelijk unieke planten. Zij zijn een ultiem voorbeeld van de fascinerende verscheidenheid waar evolutionaire ontwikkeling toe kan leiden. Hét kenmerk van alle planten is namelijk dat zij wortels, bladeren en badgroen hebben en dat zij daarmee de basis van alle voedselketens op aarde vormen. Maar in de natuur geldt dat je op alle mogelijke manieren aan de kost mag komen, onafhankelijk van nut of schoonheid. En de bremrapenfamilie met een stuk of 20 Nederlandse soorten doet dat op geheel eigen wijze. Zij hebben nl kans gezien om zonder wortels, bladeren en bladgroen te bestaan. Het enige wat zij maken is een bloem. Dat kan alleen doordat zij volledige

parasitair leven. Zij tappen al hun voedingsstoffen af van een gastplant.

Bijzonder

De levenswijze van bremrapen is vrij riskant. Zij maken net als orchideeën stofzaad (100.000 in een gram). Deze zaadjes kunnen door de wind wereldwijd verspreid worden, maar hebben geen reservevoedsel om te groeien. Alleen als een dier zo"n zaadje onder de grond werkt tegen de wortel van hun gastplant aan, kan deze contact maken. Er gaan dan 3- 5 jaren voorbij waarin het zaadje zich volzuigt tot een walnootachtig knolletje. En dan produceert dit knolletje een bloem. De blauwe bremraap heeft als gastplant duizendblad en alsem soorten.

Waar

De blauwe bremraap groeit op zonnige droge, matig voedselrijke plaatsen op duinen, rivierdijken, uiterwaarden en op aangevoerd duinzand. Hij komt in Nederland alleen heel zeldzaam voor in de duinen ten zuiden van Bergen en is daarom een streng beschermde rode lijstsoort. Omdat de forten op de Geniedijk versterkt zijn met zand uit het Noordzee kanaal bij IJmuiden zijn er ook groeicondities voor deze soort in onze polder ontstaan. Wereldwijd komt de soort vooral in Zuid-Europa tot in Azië voor en ligt Nederland aan de noordrand van zijn areaal

 vogelsBlauwe Kiekendief14 feb 2010februari

Blauwe Kiekendief, 14 feb 2010

 blauwe-kiekman

Natuurwaarnemen kan zo eenvoudig zijn als het over de A4 rijden, terwijl er een grote roofvogel overzweeft met v-vormig omhooggehouden vleugels en een witte stuit. Dat is een beeld dat ´s winters vaker te zien is dan zomers. In de winter komen namelijk de Skandinavische blauwe kiekendieven naar ons land en dat zijn er veel meer dan de100 paar die nog in ons land broeden. Bij de kiekendieven zijn de mannetjes en de vrouwtjes verschillend gekleurd. Het mannetje is blauwgrijs met zwarte vleugelpunten en die witte stuit, terwijl de vrouwtjes en de onvolwassen dieren bruin gekleurd zijn. Maar die zweefvlucht met opgeheven vleugels en de witte stuit zijn onmiskenbaar. Muizen en zangvogels staan meestal op het menu in maar ook grote prooien, zoals konijn en fazant.

Bijzonder

De blauwe kiekendief was vroeger een vrije algemene broedvogel. Door het in cultuur brengen van het land is de soort steeds meer naar uithoeken verdreven. De soort zit nu als broedvogel

in de gevarenzone in Nederland en staat op de rode lijst van bedreigde soorten als gevoelig. Die achteruitgang komt o.a. door het verdwijnen van geschikte leefgebieden, maar ook doordat de vogel vaak broedt in weilanden, waar regelmatig eieren en jongen verloren gaan als het gras wordt gemaaid. De populatie floreerde tijdelijk in de jaren tachtig door het droogleggen van de Flevopolders.

Waar

Blauwe kiekendieven leven in open, vochtige gebieden. Zij zoeken hun voedsel en maken hun nest bij voorkeur in moerassen met een lage, dichte vegetatie en brede rietkragen en in kruidenrijke akkerranden. De meeste Blauwe Kiekendieven broeden op de Waddeneilanden en rond de Oostvaardersplassen, maar elk jaar broeden er ook één of meer paar in de akkers onze polder, samen met de laatste bruine kiekendieven (hierover is al een column verschenen). Door het steeds verder ´omvormen´ van akkerland is er een gerede kans dat we de kiekendieven als Haarlemmermeerse soorten gaan verliezen.

 blauwekiekvrouw

 vogelsBlauwe reiger1 apr 2016april

Blauwe reiger, 1 apr 2016

 blauwereiger

Het Wandelbos Hoofddorp is een van de terreinen, waar we wekelijks beheer uitvoeren. Daardoor raken we goed bekend met de flora en fauna van dit park waarvan de oorspronkelijke bomen (uit 1935) al 100 jaar zijn. Een van de bekendste en luidruchtigste bewoners van het park is de blauwe reiger. Al lange tijd nestelen daar in de hoogste toppen van de bomen ( 30-35 m!) een 40-tal broedparen van deze soort. Het rauwe geluid van de volwassen reigers wordt al sinds januari steeds meer vergezeld van een beschaafder (maar onophoudelijk) ′kekkekkek′. Dat is het geluid van jongen die permanent om eten bedelen. Dat er in januari al jongen zijn, is bijzonder voor inheemse soorten. Ook nijlganzen en halsbandparkieten hebben zo vroeg al jongen, maar dat komt omdat zijn geen weet hebben of rekening houden met winterse condities en broeds worden zodra de dagen na kerst gaan lengen. Maar reigers zijn inheemse soorten

die moeten weten dat het tot ver in maart koud en guur kan zijn (zeker op 30 m hoogte).

Bijzonder

Dat betekent dat reigers, die er in de winter meestal nogal kleumerig bijstaan, een heel uitgekiende warmtehuishouding en jaagtechniek moeten hebben. Misschien moeten we in die jaagtechniek het bedelen om voedsel bij winkels, burgers en snackbars meenemen. Verder leven reigers van vis, amfibieën, muizen en mollen (foto). Reigers maken dan ook braakballen. Maar ze hebben zo′n sterk maagzuur dat alleen nagels en haren overblijven. Tegenwoordig zijn kolonies van 30- 40 nesten redelijk normaal, maar een paar 100 jaar geleden waren kolonies van 500-1000 nesten normaal. Dat wijst toch weer op een achteruitgang van het natuurlijke terrein door verstedelijking en landbouw.

Waar

Behalve in het Hoofddorp is er een kolonie in het Badhoevedorpse wandelbos. Maar die zal wel ten prooi vallen aan de ′ontwikkeling′ van de omlegging van de A9. Bij ons zijn reigers standvogels. Ten noorden van Denemarken zijn het zomergasten en rond de Middellandse zee komen ze voor als wintergasten.

 paddenstoelenBleke Melkzwam29 aug 2015augustus

Bleke Melkzwam, 29 aug 2015

 bblekemelkzwam

Na een droog voorjaar en eerste deel van de zomer zijn de laatste weken de sluizen van de hemel open gegaan. Al die regen aan het einde van de zomer is van harte welkom in mijn groente tuinen. Maar ecologisch maakt die regen ook van alles los. Nu de temperatuur nog hoog is en er veel biomassa en dood hout is, exploderen er veel soorten paddenstoelen. Er is bijna geen einde aan de soorten die je overal ziet: inktzwammen, boleten (zoals eekhoorntjes brood) elfenbankjes, judasoren, champignons in allerlei soorten, stuifzwammen ,fluweelpootjes, vogelnestjes, slijmzwammen, etc. Aan de meeste hiervan heb ik al eens een column gewijd, dus die kunt u terug zoeken. Een familie die ik nog nooit behandeld heb zijn de melkzwammen. Dit zijn vaak grote opvallende, zwammen. Ik zag een paar mooie exemplaren in de net opgeknapte

oever van de hoofdvaart pal naast de rotonde van de Kruisweg. Hun hoed was bijna 14 cm in doorsnede en had een stevige steel.

Bijzonder

De soort die ik daar zag was de bleke melkzwam. Deze soort lijkt redelijk op een grote champignonsoort, zoals de weidechampignon, maar champignons hebben een ring om de steel (velum) en hebben zwarte sporen. De Bleke melkzwam heeft net zo’n stevige steel maar geen velum en heeft witte sporen. Verder zijn de plaatjes onder de hoed veel groffer van bouw en verder uit elkaar geplaatst. Om helemaal zeker te zijn volstaat het om een stukje van de hoek in te drukken of af te breken. Dan produceren melkzwammen een melkachtig vocht. Zoals veel paddenstoelen is iig de hoed eetbaar, maar niet erg uitnodigend om op te eten: bitter met een scherpe bijsmaak.

Waar

De bleke melkzwam houdt van vrij zware grond. Het is ook een soort die met de wortels van bomen een symbiose aangaat De schimmel vormt zgn. myccorrhyza: schimmel/wortel verbindingen, waarbij de boom suikers levert en de schimmel mineralen. De bleke melkzwam doet dat het liefste met een beuk. In dit geval stonde hij bij een linde.

 paddenstoelenBlote Bil­len­zwam7 sep 2014september

Blote Bil­len­zwam, 7 sep 2014

 blotebillenzwam

Op al 20 jaar dode wilgen­stam­men in De Heiman­shof ver­sch­enen afgelopen tijd intrigerende fel­roze bol­let­jes van een 0,5 — 1 cm groot. Het gebeurde bij de omslag van het zeer natte augus­tusweer naar het wat zon­niger sep­tem­ber­weer.

Dit soort bol­let­jes bestaan er in aller­lei soorten, maten en kleuren. Ze zijn een ver­schi­jn­ingsvorm van een van de ca 500 bek­ende sli­jmzwammen­soorten. Sli­jmzwammen leven vrij als amoeben in rot hout en jagen daar op bac­ter­iën en schim­mels. Door het natte weer hebben ze zich mas­saal ver­menigvuldigd. Bij droger weer kri­j­gen ze het benauwd en trekken ze naar elkaar toe om sporen te vor­men.

Deze roze soort heeft 2 namen: bloed­weizwam, maar makke­lijker in het geheugen ligt de naam blote bil­len­zwam. Over een paar dagen kan waargenomen wor­den dat deze sli­jmzwammen zich ver­plaat­sen.

De zachte smeuïge samen­stelling, de felle kleren en de ver­plaatsin­gen

hebben bijge­dra­gen aan mythevorm­ing rond sli­jmzwammen. Een aan­tal hebben dan ook veelzeggende namen zoals hek­sen­boter.

Bij­zon­der

Sli­jmzwammen zijn uiterst bij­zon­dere crea­turen: Naast het planten­rijk, het dieren­rijk en het bac­terier­ijk vor­men zij een eigen uiterst onbek­end koninkrijk.

Dat ze een apart rijk vor­men komt door de aggre­gatie fase: de loslevende amoeben kruipen samen in de vorm van een zoge­naamd plas­mod­ium. De waargenomen roze bol­let­jes zijn deze plas­modia. In die plas­modia speelt zich een ver­schi­jnsel af dat ner­gens anders bij lev­ende wezens bek­end is: alle cel­wan­den van de samengekropen amoeben lossen op en de celk­er­nen ervan gaan zich gedra­gen als zelf­s­tandige wezens.

In een com­plex pro­ces vor­men deze de sporen die na het open­breken van de ver­droogde wand ver­waaien en weer uit­groeien tot een nieuwe gen­er­atie amoeben. Vroeger waren sli­jmzwammen zo alge­meen dat soorten die fel geel of roze of rood waren, verza­meld wer­den om als kleurstof in ver­ven gebruikt te wor­den.

Waar

Blote billen zwammen zijn alge­meen en komen wereld­wijd voor. In De Heiman­shof zijn ze nog te vinden.

 plantenBoerenwormkruid14 jul 2012juli

Boerenwormkruid, 14 jul 2012

 boerenwormkruid

Boerenwormkruid Een van mijn favoriete planten tijdens een rondleiding door De Heimanshof is de late zomerbloeier boerenwormkruid. Het produceert geen nectar, alleen stuifmeel. En daarmee is het een belangrijke waardplant voor allerlei bijen en vlinders. De boerenwormkruidzijdebij leeft bv uitsluitend van stuifmeel van deze soort.

Bijzonder

De latijnse naam van boerenwormkruid is afgeleid van het Oudgriekse woord dat ’onsterfelijk’ betekent. Er zijn 2 verklaringen daarvoor in omloop: de gele bloemen behouden lang hun kleur en kunnen als droogboeketten gebruikt worden en de plant zou onderdeel van een soort levenselixer zijn. Boerenwormkruid is voor mij het ideale voorbeeld van hoe onze voorouders een wilde plantensoort voor talloze medicinale en keukentoepassingen gebruikte. Je ruikt

het al meteen als je een blad plukt. De medicinale krachten benemen je bijna de adem, zo sterk ruikt deze plant! Deze geuren zijn afkomstig van etherische oliën. Deze werken als insectenverdrijvend middel tegen vlooien, motten, vliegen en mieren en zelfs muizen gaan ervoor de loop. Vroeger hingen de mensen een bos boerenwormkruid boven hun bed om de muggen en vliegen op veilige afstand te houden. Boerenwormkruid bevat ook het giftige thujon, dat als wormafdrijvend middel werd gebruikt, vooral van spoel- en lintwormen zowel bij mensen als bij vee. In vroeger tijden was dit een zeer belangrijke toepassing omdat bijna iedereen op het land werkte en veelvuldig last had van wormen. Hoge doses veroorzaken duizeligheid, krampen, buikpijn, abortus en kunnen dodelijk zijn. Ook zijn er de nodige uitwendige toepassingen bekend van plantaftreksels t.b.v jicht , schurft, puistjes en sproeten. In kleine hoeveelheden werd het blad van jonge planten gebruikt om de smaak van eieren en kruidkoeken te versterken.

Waar

Deze bijzondere soort is gelukkig nu eens niet zeldzaam of bijna uitgestorven. De soort is in heel Nederland (en Europa) te vinden op droge plaatsen in bermen en ruigtes.

 insectenBoerenwormkruidzijdebij30 jul 2017juli

Boerenwormkruidzijdebij, 30 jul 2017

 boerenworm1

Tussen december en oktober zijn er altijd bloemen die bloeien. Die bloei heeft een sterk interactie met insecten. Zonder nectar en stuifmeel kunnen veel insecten namelijk niet leven en zonder bestuivende insecten kunnen de planten geen zaad vormen. Bijen zijn de meest bekende bestuivende insecten, maar ook talloze kevers, vliegen vlinders en wespen spelen een rol in deze interactie. Na de uitbundige bloei van mei en juni zijn er wat minder soorten in bloei. Een van de meest opvallende inheemse soorten op dit moment is het boerenwormkruid met zijn fel gele bloemhoofdjes. Een mooi voorbeeld van de fascinerende interactie tussen flora en fauna is dat alleen als het boerenwormkruid bloeit, de boerenwormkruidzijdebij vliegt.

Bijzonder

De boerenwormkruidzijdebij (foto) is een van de ca 450 soorten bijen in Nederland.

De honingbijen komen in 2-3 soorten voor, hommels in ca 40 soorten en beide zijn sociale of kolonievormende soorten. De andere 400 soorten zijn solitaire soorten. D.w.z. dat ze geen koningin kennen die geholpen wordt door 100-100.000 werkbijen, maar dat elk vrouwtje apart haar eitjes legt en verzorgt, net als de meeste andere insectensoorten. En zoals gezegd, de boerenwormkruidzijdebij vliegt alleen als zijn waardplant bloeit. Deze soort nestelt in holletjes in dood hout of in bijenhotels. De soort valt onder de zijdebijen omdat ze coconnetjes metselen met speeksel dat zijdeachtig opdroogt (inzet). Dat is net weer anders dan metselbijen (met klei : ook inzet ), tronkenbijen (met hars en zand :ook inzet), wolbijen (met haartjes) en behangersbijen met stukjes blad.

Waar

De boerenwormkruidzijdebij is samen met de tronkenbijtjes in grote aantallen te bewonderen in De Heimanshof en overal waar grote concentraties van deze planten voorkomen. Deze bijen soorten hebben een zeer korte tong, en zijn daarom aangewezen op soorten als boerenwormkruid waar stuifmeel en nectar heel dicht aan de oppervlakte beschikbaar is (zie ook foto top).

 vogelsBoerenzwaluw20 apr 2008april

Boerenzwaluw, 20 apr 2008

 boerenzwaluw

Het voorjaar is wel koud geweest tot dusver, maar onafwendbaar komt de zomer dichterbij. Vorige week zag ik de 1e boerenzwaluwen, zoals meestal. Deze vogels hebben een reis uit Afrika achter de rug, vaak zelfs van beneden de Sahara. Zijn lange vleugels en zijn slanke lijf maken hem zeer geschikt om in de lucht achter insecten aan te jagen. De boerenzwaluw komt veel voor in de omgeving van water, waar ze rakelings overheen scheren om muggen te verzamelen. Zijn zang bestaat uit een druk gekwetter dat vaak tijdens de vlucht te horen is of vanaf een telefoondraad. De boerenzwaluw leeft vooral in de buurt van boerderijen, en aan de rand van steden waar hij al vliegend muggen, motten, vliegen en kevertjes vangt. Water drinken doet hij ook tijdens de vlucht door laag over het water te scheren . Hij bouwt nesten in boerenstallen, onder bruggen en afdaken. Er zijn 2-3 legsels per jaar. Meestal komen de zwaluwen weer terug op hun oude nest. Het nest is een halve cirkelvormige kom die van boven open is. Het wordt gemetseld met vochtige aarde

en speeksel en verstevigd met gras en haar. Het nest wordt altijd zo geplaatst dat er een dak, brug of dakgoot boven zit zodat het vanuit de lucht niet opvalt.

Bijzonder

De naam boerenzwaluw verraadt de band die deze vogel met de mens heeft. Van april tot oktober verblijven deze trekvogels in Nederland. De winter wordt in Afrika doorgebracht. Boerenzwaluwen zijn echte luchtacrobaten. Het is bekend dat een mannetje meer succes heeft bij de vrouwtjes naarmate zijn staartpunten langer zijn.

Waar

schijnlijk zijn mannetjes met lange staarten wendbaarder en daardoor in staat meer insecten te vangen.

Waar

De boerenzwaluw broedt in geheel Europa. Verder behoren ook grote delen van Rusland, West Siberië en van Turkije tot NW India tot zijn broedgebied. De voorkeur van boerenzwaluwen voor melkveestallen, manegegebouwen e.d. maken, dat de soort bij vogeltellingen nauwelijks wordt geteld. Door veranderingen in de bedrijfsvoering bij veel boerderijen is de boerenzwaluwstand in West-Europa teruggelopen. Sinds de jaren negentig lijkt de populatie in ons land echter redelijk stabiel. Volgens een ruwe schatting broeden er in Nederland zo′n 100.000 tot 200.000 paar.

 vogelsbokje2 jan 2009januari

bokje, 2 jan 2009

 Bokje

Vorige week maakte de Geniedijk zich voor mij weer eens waar als ecologische verbindingsroute. Wat was het geval: met het invallen van de vorst waren de ondiepe kuilen, die ontstaan waren bij het slopen van het Hoofdvaartcollege op het toekomstige Jansoniusterrein als eerste dichtgevroren. Voor de jeugd van het Oude Buurtje, waaronder mijn zoon, trok dit ijs als een magneet. Bij het verkennen van de sterkte van het ijs, struinden zij door de dichte bosjes van elzen en wilgen, die de afgelopen 2 jaar waren opgeschoten. Uit die bosjes vlogen enige tientallen vogels op, waarvan hun beschrijving klonk als een kruising tussen een watersnip en een oeverloper. Daar moest ik het fijne van weten. Met 10-15 kinderen, al of niet op de schaats, in mijn kielzog verkende ik zelf de bosjes en tot mijn niet geringe enthousiasme vlogen er een aantal bokjes op. Bokjes zijn de kleinste en zeldzaamste van de snipachtigen. Net als de houtsnip vertrouwen ze sterk op hun schutkleur en blijven rustig zitten tot iemand vlak bij is. Watersnippen zijn veel schuwer en gaan al op grote afstand

op de wieken. Hoewel het bokje lijkt op de watersnip, is hij veel kleiner en heeft een korte snavel, wat de kinderen haarfijn hadden waargenomen. Er lopen twee roomkleurige strepen langs de kruin die overgaan in twee strepen op de rug (zie foto). Het bokje is een schuwe vogel, die vooral ′s nachts en in de schemering actief is.

Bijzonder

Bokjes zijn solitaire vogels, waarvan je er zelden meer dan 2-5 bij elkaar ziet. Dat er 20-30 bij elkaar zaten op het Jansoniusterrein is naast hun zeldzaamheid dus dubbel bijzonder. Het bokje is meestal zwijgzaam, in tegenstelling tot de watersnip, die luid krassend wegvliegt. In de baltsvlucht maakt hij echter een geluid als van ‘een galopperend paard in de verte’. Snippen zijn geliefde jachtvogels. Niet zozeer omdat ze zo lekker zijn, maar omdat ze bij het (onverwachts) opvliegen snelle haakse bewegingen maken. Dat maakt ze moeilijk te raken en daarmee voor jagers blijkbaar extra interessant om neer te leggen.

Waar

Het bokje maakt zijn nest in de uitgestrekte hoogveengebieden in het noorden van Scandinavië en Rusland. De soort overwintert in West-Europa en in het Middellandse-Zeegebied in vochtige gebieden met voldoende beschutting. Het (huidige) Jansonius-terrein past perfect in dat profiel.

 plantenBont Kroonkruid20 apr 2007april

Bont Kroonkruid, 20 apr 2007

 bontkroonkruid1

Bont kroonkruid is een vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie. Hij wordt 30 tot 120 cm hoog en heeft een liggende tot opstijgende, kantige stengel.
Bont kroonkruid bloeit lang, van juni tot minstens september. De roze met witte bloemen vormen op elke stengel en zijtak een scherm of krans met 5 tot 20 bloemen. De naam van de plant komt van het feit dat deze krans aan een kroon doet denken (zie detailfoto) Soms komen ook geheel witte bloemen voor. Het resultaat is vaak een indrukwekkende roze bol van ruim een meter hoog en soms 2 meter in diameter.

Bijzonder

Bont kroonkruid komt in het wild voor, maar wordt ook geteeld voor bodemverbetering omdat hij veel organisch materiaal en stikstof in de bodem brengt. Verder is de plant heel geschikt voor het tegengaan van erosie op hellingen en als fraai bloeiende bermbeplanting. Wel is de plant giftig.

Waar

Bont Kroonkruid komt van nature voor

in Midden- en Zuid-Europa en is van daaruit verbreid naar West- en Noord-Europa. Inmiddels is de plant een geaccepteerde inheemse soort. Hij heeft een voorkeur voor matig vochtige, kalkrijke grond op dijkhellingen, spoordijken, in bermen en duinen. Op De Heimanshof is de plant een gewaardeerde bloeier op de Limburgse mergelheuvel. Dat de Haarlemmermeerse grond genoeg kalk bevat en dat het klimaat ook steeds gunstiger wordt voor deze soort, blijkt uit het feit dat hij op steeds meer plaatsen gemeld wordt. B.v. in het Haarlemmermeerse Bos bij het Natuurpad en langs de Ijtocht.

Terugmeldingen

Naar aanleiding van dit artikel is Bont Kroonkruid van veel meer plaatsen gemeld. De grootste groeiplaats is op de oude spoordijk bij de ecologische oever van Hoofddorp tot Vijfhuizen op minstens 50 plaatsen. Verder langs de Van Heuven Goedhartlaan naast de GSM mast bij het Skagerrak, langs de toegangsweg naar het Arnolduspark en langs het insectenpad in het Haarlemmermeerse Bos.

Status: niet beschermd

 bontkroonkruid2

 vlindersBont zandoogje25 aug 2007augustus

Bont zandoogje, 25 aug 2007

 bontzandoogje

Het bont zandoogje is een kleine dagvlinder met een spanwijdte van 32 -42 mm. Het vrouwtje legt haar eitjes op half in de schaduw staand gras. De vlinder leeft ongeveer drie weken. Er zijn twee tot drie generaties per jaar, tussen midden april en midden oktober. De mannetjes zijn vrij fel tegenover soortgenoten en jagen andere mannetjes van dezelfde soort weg. Volwassen vlinders voeden zich voornamelijk met honingdauw, maar ook met nectar en boomsappen.

Bijzonder

: Veel in het leven van (deze) vlinders draait om het vinden van de juiste temperatuur. In het voorjaar en het najaar leggen de wijfjes vooral eitjes op zonbeschenen planten terwijl ze in de zomer beschaduwde planten kiezen. Het afzetten van de eitjes gebeurt meestal op het warmste moment van de dag en de eitjes worden meestal afgezet op planten met een temperatuur tussen 24-30°C, omdat de overlevingskans van de eitjes en de jonge rupsen dan het hoogst is. Toch valt ongeveer 30% van de eitjes ten prooi aan sluipwespen en ook mieren, wantsen en kevers eisen hun tol. Er

zijn traag- en snelgroeiende rupsen. Bij hogere temperaturen ontwikkelen de snelgroeiende rupsen zich in gemiddeld 25 dagen en de traaggroeiende rupsen in ongeveer 30 dagen. Bij lagere temperaturen zijn de verschillen groter. De vliegactiviteit van de vlinders hangt samen met het streven om hun lichaamstemperatuur tussen 32-34,5 °C te houden. Bij lage temperatuur worden de zonneplekjes energiek verdedigd door mannetjes, omdat ze de ideale plaatsen zijn voor het zonnen en het paren; bij hogere temperaturen vliegen de mannetjes zoekend naar vrouwtjes rond.

Waar

Het bont zandoogje is vrij algemeen in droge zandige bosranden in b.v. Zuid- en Oost- Nederland. In West Nederland en in de Haarlemmermeer kwam dit vlindertje nooit voor. Vorig jaar werd een eerste exemplaar waargenomen in het Haarlemmermeerse Bos en dit jaar zijn er al verschillende waarnemingen gedaan. Daarmee lijkt het Bont Zandoogje een nieuwe soort te zijn die zijn weg naar de Haarlemmermeer heeft gevonden. Om dat het een warmteminnende soort is, is het waarschijnlijk dat de klimaatverandering hierin een rol speelt.

Terugmeldingen

De ransuilen hebben het nog nooit zo goed gedaan als dit jaar, o.a. doordat er erg veel veldmuizen zijn. Er hebben dit jaar ten minste 22 paar gebroed in de polder, terwijl dit er vorig jaar maar 10 waren.